O, O – over Opwekking en Organisten

Wilma en Karel waren hier voor overleg over de diensten van de Stille Week en Pasen. Dat leverde het volgende tafereel op. Op haar gebruikelijke, nogal dwingende manier  komt Wilma met een verzameling evangelicaal materiaal aanzetten dat ze met ons gelegenheidskoor wil instuderen. Karel, die bepaald niet onderdoet voor Wilma als het gaat om dwingende omgangsvormen, bestudeert Wilma’s liederen één voor één, langzaam, zwijgend. Terwijl hij dat doet, verdunt zijn mond zich tot een streep. Dan neemt hij het stapeltje liederen opnieuw door, maar nu hardop. Eerst wordt de tekst van ieder afzonderlijk lied genadeloos afgekraakt, vervolgens wordt uitgelegd waarom de melodieën alle basisregels van de muziek beledigen en dus onzingbaar zijn. Bovendien is het orgel niet geschikt om dit uit Amerika overgewaaide materiaal te begeleiden.

‘Dan begeleid je ons toch op de piano,’ oppert Wilma.

‘Nee,’ antwoordt Karel.

‘Waarom niet?’

‘Ik ben organist, geen pianist.’

‘Maakt dat dan zoveel verschil?’

‘Ja.’

‘Weet jij hoe de jeugd ons kerkorgel noemt?’

‘Weet jij hoe ik die evangelische riedels noem?’

‘Ze noemen het een kerkfossiel.’

‘Ik noem het religieuze fastfood. Neem dat liedje over het bloed van Jezus, dat op een swingend polkadeuntje is gezet – je voeten gaan er vanzelf vrolijk van op en neer.’

Als Wilma aanstalten maakt te ontploffen, begint mijn rol. Ik wurm me tussen de kemphanen in, probeer de vrede te stichten.

Karel heeft de beste argumenten, dat is duidelijk, maar het is niet goed wanneer Karel altijd zijn zin krijgt. En Wilma is een schat, ik bewonder haar enorme inzet, haar energie is aanstekelijk. Bovendien: ze ziet haar muzikale activiteiten als een rechtstreeks eerbetoon aan God. Dus heb ik de liederen van Wilma meegenomen en heb ik toegezegd een voorstel te maken waar beide kampen mee kunnen leven.

Uit het dagboek van Erik Gouderak, predikant en marathonloper

(Frans Willem Verbaas, Engelenwoede, blz. 52-53, Uitgeverij Mozaïek, Zoetermeer, z.j.)

 

In de hemel is de Heer – en Colton heeft Jezus daar gezien

Eens komt Jezus terug op de wolken. Dat hebben de engelen bij zijn Hemelvaart aan ons beloofd. En dus ligt er nog een hele toekomst voor ons open. Ook als hier op aarde het leven afloopt. Het leven gaat door. Hierboven en straks als Jezus terug komt.

Over het leven hierboven in de hemel las ik een bijzonder boek. Burpo Jongen hemelHet heeft als titel De jongen die in de hemel was. Een goede kennis leende me dit boek en zei: ‘Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt.’ Ik las eerst de achterflap. Daar stond, dat Todd Burpo in dit boek beschrijft wat de vierjarige Colton allemaal in de hemel gezien en gehoord heeft tijdens een te laat ontdekte blindedarmoperatie waarbij hij bijna het leven liet.  Zijn vader heeft het allemaal gecheckt aan de hand van wat er in de Bijbel over de hemel staat, en komt gaandeweg tot de konklusie dat Colton echt in de hemel moet zijn geweest. Daarna heb ik het boek gelezen en ik moet zeggen: het heeft me echt geraakt. De manier waarop een kleuter van vier/vijf jaar onder woorden brengt wat hij gezien heeft stemt echt tot nadenken (in het najaar van 2014 kwam de film uit – lees voor een kritische reaktie mijn blog Heaven is for Real – een oppervlakkige film).

Dat vond ook Todd, de vader van Colton. Hij is een parttime dominee (voor de andere helft heeft hij een montagebedrijf in garagedeuren). Hij checkte alles wat zijn zoontje zei aan de Bijbel, en kon er niet onderuit: tijdens die operatie is zijn zoon echt een tijdje in de hemel geweest. Het eerste wat Colton een paar weken na de operatie vertelt is: ‘Jezus heeft stiften.’ En als zijn vader doorvraagt, bedoelt hij daarmee, dat Jezus volgens hem niet al te netjes met rode stiften gekleurd had, omdat er nog rode vlekken op zijn handpalmen en op de bovenkant van zijn voeten zaten. Ook vertelt Colton dat hij zijn overgrootvader, die 20 jaar voor zijn geboorte overleden was, ontmoet heeft. Die overleed op z’n 61e, maar in de hemel zag hij eruit als een kwieke dertiger, zonder bril en met vleugels, want ‘in de hemel ziet iedereen eruit als een engel, papa. Iedereen heeft vleugels en alle mensen hebben een licht boven hun hoofd.’ En als zijn vader hem vraagt bij wie hij ’s nachts logeerde, zegt Colton, dat het in de hemel nooit donker wordt, maar altijd licht is, omdat God en Jezus de hemel verlichten. Verder zegt hij, dat ‘God eigenlijk drie dingen is’ en dat hij bij de Heilige Geest gezeten heeft. Ook vertelt Colton dat alleen mensen die Jezus in hun hart dragen, in de hemel komen, en herinnert hij zijn vader en moeder er steeds weer aan, dat Jezus echt heel veel van kinderen houdt. Voor zijn ouders is dat aanleiding om het kinderJesus Akiane Kramarikwerk in hun gemeente nog meer te stimuleren. Want als Jezus  ‘de kinderen zo liefhad dat hij zelfs vond dat volwassenen meer als kinderen zouden moeten zijn, dan konden wij ook wel wat meer tijd aan die kinderen besteden’, aldus Coltons vader, Todd Burpo. Hij vertelt ook, dat hij elke keer bij een tekening van Jezus in een kinderbijbel aan Colton vroeg, of dit plaatje ook echt op Jezus leek. Maar ze klopten nooit. Totdat op CNN het verhaal van Akiane Kramarik werd uitgezonden. Die begon als kind van vier jaar ook over de hemel te vertellen en kon toen ze twaalf was, heel goed schilderen. Toen Colton haar portret van Jezus (Prince of Peace: The Resurrection) zag, zei hij: ‘Pap, dat is hem.’

Aan het eind van het boek vertelt vader Burpo, dat ze niet om deze verhalen uit de hemel gevraagd hebben. En de aanleiding ervoor, dat ze hun zoon onder hun handen bijna hadden zien sterven, is voor altijd de keerzijde van deze ervaring. Daar willen ze liever nooit weer doorheen gaan. De hele periode is vooral een aanslag op hun leven geweest. Wel zegt Todd Burpo dat hij nog vrijmoediger geworden om over zijn geloof te praten ‘in een tijd waarin mensen vraagtekens bij het bestaan van God zetten’.

In de laatste regels van het boek vraagt Todd zijn zoon, op het moment dat hij 10 is en het boek bijna af: ‘Colton, wat wil je dat de mensen van jouw verhaal opsteken?’ Zonder aarzelen zegt Colton dan: ‘Ik wil dat ze weten dat ik echt in de hemel was.’

Wat moet je nu met zo’n boek? Het heeft mij aan het denken gezet. Het maakt de hemel voor mij een stuk levensechter. Is dat goed? Of ga ik dan met fantasieën van een kleuter aan de haal? Ik denk dat ervaringen zoals Colton Burpo en ook Akiane Kramarik bevestigen, dat wat God en Jezus in de Bijbel over Zichzelf vertellen, echt de waarheid is. En tegelijk – deze aanvullende ervaringen zullen niemand overtuigen die het niet geloven  wil. Maar ik geloof wel dat Jezus onze Heer werkelijk in de hemel is. En zo’n boek als De jongen die in de hemel was onderstreept dat voor mij.

Ik kwam over Colton en Akiane nog twee informatieve artikelen tegen op een engelstalige weblog:

http://blog.godreports.com/2012/01/for-child-art-prodigy-akiane-jesus-is-for-real/

http://blog.godreports.com/2011/11/for-the-burpo-family-%e2%80%98heaven-is-for-real%e2%80%99/