WAAROM ZOU IK BELIJDENIS DOEN?

t er iets of niets tussen Doop en Avondmaal?

Marjella 07

Foto: Philip Roorda

“Waarom zou ik belijdenis doen in de kerk? Mijn geloof is toch iets persoonlijks?” Die geluiden kom je in onze tijd steeds meer tegen. In zijn boek ‘Groeien in Christus’ behandelt de Amerikaanse theoloog J.I. Packer heel praktisch de Twaalf Artikelen; het onderwerp ‘Doop en Bekering’; het Onze Vader; en tenslotte de Tien Geboden. Als hij het over ‘Doop en Bekering’ heeft, schrijft hij een apart hoofdstuk over belijdenis doen (blz. 115-117). Dat vind ik een heel waardevol stuk, dus ik geef het, deels in eigen woorden, hieronder weer.

In de meeste traditionele kerken worden mensen die als kind gedoopt zijn, later na een bevestigende plechtigheid toegelaten tot het Heilig Avondmaal. Kenmerkend daarbij is dat de dominee de meestal jong-volwassen leden de hand oplegt en de Heilige Geest bidt om hun kracht te geven. Wat betekent dit?

WAT BELIJDENIS NIET IS

Om te beginnen betekent het niet, dat tot op dat moment de Heilige Geest niet persoonlijk bij deze kerkleden zou hebben ingewoond, of dat de gaven en vruchten van de Heilige Geest tot op dat moment niet werkzaam zouden zijn geweest.

Belijdeniskaart summer-morning-belijdenis-cbc1

Prachtige belijdeniskaarten zijn te bestellen via http://www.karlaleeftink.com/kaarten

Het wil ook niet zeggen, dat we alleen door belijdenis en handoplegging de Heilige Geest en de daaraan verbonden gaven zouden kunnen ontvangen. Belijdenis doen is immers geen sacrament, zoals sommigen denken. Het Nieuwe Testament kent maar twee sacramenten als door God gegeven tekenen, die de bijzondere zegeningen voor de gelovigen waarborgen, namelijk de Doop en het Avondmaal. En zelfs bij de sacramenten is het zo, dat de genadegaven die door Doop en Avondmaal aan de gelovigen worden voorgesteld en verzekerd, ook los van de sacramenten ontvangen kunnen worden. De vergeving van de zonden, die deel uit maakt van de rechtvaardiging, is daarvan een overduidelijk voorbeeld, zoals blijkt uit Romeinen 5:1 en voorafgaande verzen en uit Galaten 3:26 en heel dat hoofdstuk.

Tegelijk zie je in Handelingen 2:38 en 22:16, dat wie gelooft in de vergeving van zonden, ook opgeroepen wordt zich te laten dopen. Want het Nieuwe Testament laat zien, dat christen worden hetzelfde is als lid van de gemeente worden. Er bestaat niet zoiets als ‘op je eentje vluchten naar de Enige’; óf we zijn met elkaar verlost als leden van het lichaam van Christus óf we zijn niet verlost. Natuurlijk heeft het schriftuurlijke christen-worden alles te maken met het ondervonden en beleden geloof, maar het doen van belijdenis als bevestiging van de gave van de Heilige Geest is geen bijbelse inzetting.

TOCH ‘JA’ ZEGGEN

Maar als belijdenis doen alleen maar een kerkelijke traditie is, waarom blijven we het we het dan doen? Is het wel zinvol? Ja! En wel om twee redenen, een theologische en een pastorale. Belijdenis flyer

Om te beginnen is er bij de inlijving in het lichaam van Christus een element, dat ontbreekt bij de kinderdoop, namelijk de persoonlijke geloofsbelijdenis in de gemeente. We mogen dan de doop van de kinderen van de gelovigen zien als Gods wil, maar het belijden van het geloof, als men daar oud genoeg voor is, is net zo goed de wil van God, zoals duidelijk blijkt uit Romeinen 10:9, 1 Korintiërs 12:3 en 1 Timoteüs 6:12. De persoonlijke geloofsbelijdenis laat zien, dat we ‘het lichaam kunnen onderscheiden’, namelijk dat we de betekenis en het belang inzien van de woorden van Jezus bij het Avondmaal: ‘Dit is mijn lichaam voor u’ (1 Korintiërs 11:24+29). De persoonlijke belijdenis van het geloof maakt de weg vrij voor deelname aan het Heilig Avondmaal, dat uitsluitend bedoeld is voor gelovigen. Het openlijk doen van belijdenis maakt duidelijk, dat men geschikt is om deel te nemen aan deze centrale handeling van aanbidding.

De tweede reden is dat het afleggen van belijdenis hét moment is in de ontwikkeling van een christen, waarop het dooplid een zelfstandig volwassen lidmaatschap krijgt, dat gebaseerd is op de persoonlijke aanvaarding van datgene, wat zijn ouders namens hem hadden beloofd, namelijk te geloven in en te leven voor de Drie-Enige God en met de duivel en het zondige in de wereld en in jezelf te breken. In de Anglicaanse Kerk wordt bijvoorbeeld gevraagd: ‘Vernieuwt u hier, in de tegenwoordigheid van God en van deze gemeente de plechtige belofte die namens u gedaan is bij uw doop, door hem nu persoonlijk te bekrachtigen en te bevestigen?’ Het voorgeschreven antwoord is ‘JA’ en dat spreekt, mits in oprechtheid uitgesproken, boekdelen. De gemeente, die de kandidaten hun geloof hoorde belijden, bidt met de predikant om de bevestiging en versterking door Gods Geest voor de vervulling van de belofte die zij net uitgesproken hebben.

Is openlijk belijdenis doen opbouwend? Is dit van betekenis en heeft het waarde? Wat denk jij ervan? Als dit heel serieus gedaan wordt, is het een diepgaande gebeurtenis van toewijding en hernieuwde toewijding, waarin wij getuigens geven van het reddende werk van Christus dat in geloof wordt omhelsd.

Tot zover J.I. Packer over het belang van de persoonlijke belijdenis. Hij verwijst voor verdere bijbelstudie nog naar 1 Timoteüs 6:11-21 en 2 Timoteüs 1:8-14.belijdenis is doen

Voor ieder ouder dooplid én voor iedereen die ooit belijdenis heeft gedaan, vind ik vooral vers 8 van 2 Timoteüs 1 erg bemoedigend. Durf het aan om een krachtig getuigenis te geven in het midden van de gemeente (zoals Timoteüs eens als verlegen jongen deed), want God vraagt het van je, en blijf het steeds weer doen, elke keer als je er voor komt te staan: Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen.