Oudejaarsdienst 31 december – gelovig terugkijken, gelovig gedenken

Het jaar 2013 is op enkele uren na alweer verleden tijd. Ook dit jaar beleggen we in onze Gereformeerde Kerk van Assen-Peelo op oudejaarsavond een kerkdienst om terug te blikken op wat dit jaar ons gebracht heeft. Daarin krijgen alle ingrijpende momenten uit het leven een plaats. En dus gedenken we in de kerkdienst van 31 december ook de gemeenteleden en de geliefden van gemeenteleden die het afgelopen jaar zijn overleden.

Persoonlijk vind ik de oudejaarsdienst een heel natuurlijk moment. We koppelen in onze samenleving alle belangrijke gebeurtenissen aan een datum op de kalender en aan een jaar ‘na de geboorte van Christus’.

Oudejaarsavond of een nieuwe ‘Eeuwigheidszondag’?

Maar de tendens lijkt een andere. Als je het liturgisch helemaal goed wilt doen, zou je een ander tijdstip moeten kiezen voor het gedenken van de overledenen: het einde van het kerkelijk jaar, de laatste of een-na-laatste zondag van november, voordat de vier zondagen van advent beginnen.

In de laatste weken van het kerkelijk jaar eindigt de lijn advent–Kerst–Goede Vrijdag–Pasen–Hemelvaart–Pinksteren –Koninkrijk met de hoop op de terugkomst van Jezus onze Heer. En op de allerlaatste zondag daarvan past dan het gedenken van de overledenen. Het verdriet en het gemis komt zo in het teken van de hoop op de wederkomst van Christus te staan.Kaars brandend

Zo schreef bv. ds. Elbart C. Luth in de Gereformeerde Kerkbode van 21 december 2013: “Nu was die keuze voor Oudjaarsdag begrijpelijk, omdat we als kerk ook leven in de deining van het wereldlijke jaar en omdat onze agenda vaak loopt via de kalender van het jaar. Toch kun je je afvragen of dat nu het ritme van de kerk moet bepalen. Wij leven als gemeente van de Heer toch bij de heilsfeiten en het is mooi om in die cadans ook een plek te vinden voor het herdenken van de overledenen.”

Ds. Elbart C. Luth voert dus als één van zijn argumenten aan, dat  oudjaarsdag een wereldlijk gebeuren is. Daar past het herdenken van de gestorven gelovigen minder goed bij dan op ‘Eeuwigheidszondag’ aan het eind van november. Want dat is een zondag in de cadans van de heilsfeiten.

Al eerder heb ik van voorstanders van een nieuwe ‘gedenk-zondag’ horen zeggen, dat de overgang van het ene naar het andere kalenderjaar een kunstmatig, wereldlijk moment is, en dat daar tegenover de laatste zondag van het kerkelijk jaar is een heel natuurlijk, zinvol moment is, waardoor je het gedenken meteen in het licht van de Eeuwigheid plaatst.

Kunstmatig of natuurlijk?

Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik voel precies het omgekeerde als door de verdedigers van het kerkelijk jaar gesteld wordt. Ik vind juist een zondag in november een geforceerd, kunstmatig moment. Daartegenover vind ik het een kostbaar, zinvol moment om aan het eind van het jaar als gelovigen samen te komen in een kerkdienst om daar Gods licht te laten schijnen over alles wat er in het afgelopen jaar is gebeurd. We leven als christenen niet bij het kerkelijk jaar, maar bij de christelijke jaartelling.

Persoonlijk zou ik het toch wel raar vinden als iemand die op 2 december 2013 is overleden, niet vanavond op 31 december 2013 gelovig herdacht wordt, maar dat zijn of haar naam pas op zondag 23 november 2014 genoemd wordt als een van degenen uit ons midden die in dit kerkelijk jaar gestorven zijn . Hoezo is dat een natuurlijk moment?

Alles op de zondag?

Naar mijn mening is er nog een risico aan de hoogliturgische tendens om alles in het kerkelijk jaar een plek te geven: je maakt de geloofservaringen los van het gewone leven. In het dagelijkse leven gaan we uit van een christelijke jaartelling. We leven nu nog enkele uren in het jaar des HEREN 2013. Daarnaast vieren we onze christelijke feestdagen en kennen we het ritme van de week die begint met de zondag. Het ritme van de jaartelling is een scheppingsgegeven en het ritme van zes dagen werken – één dag rust is door God aan de mensen gegeven in het vierde gebod. Dat zijn voor mijn besef de natuurlijke momenten van het leven. Het is heel mooi om als christen juist op zo’n moment als de laatste dag van het oude jaar des HEREN de geliefden die in dat jaar gestorven zijn, te gedenken.

Wanneer je dat op een speciaal daarvoor aangewezen zondag in november doet, gedenk je de overledenen wel in het geloof, maar niet in het ritme van het dagelijkse leven. Je doet dan hetzelfde als sommige kerken met bid- en dankdag doen: verplaats het maar naar de zondag, want dat is er de dag voor. Ik beschouw het als een verlies wanneer je er apart een zondag voor gaat nemen om alles wat met dat gewone, dagelijkse leven te maken heeft, als kerk te vieren of te gedenken.

Het gewas groeit zeven dagen per week op het land, en het dagelijks werk doe je meestal van maandag tot zaterdag. Daar wil je dan toch wel twee keer per jaar één doordeweekse dag of avond voor bij elkaar komen in de kerk?

En je bent in dit leven geboren op die ene, door God bepaalde datum in het jaar 1900- of 2000-zoveel, en de dag waarop de HERE je leven terugneemt, wordt door ons ook aangegeven met de datum van de christelijke kalender.

Geef mij maar 31 december!                                                                       

De laatste dag van het oude jaar is in mijn ogen het meest natuurlijke moment om gelovig als christelijke gemeente stil te staan bij al het wel en wee in het afgelopen jaar. Dat was namelijk een Anno Domini – het jaar des HEREN 2013. En als we dan 2014 instappen (en misschien voor de laatste keer mogen inknallen), zijn we ook  voelbaar en tastbaar één jaarstapje dichter bij de terugkomst van onze Heer en Heiland gekomen.

Geef mij daarom maar de kerkdienst van 31 december als de avond waarop we onze geliefden herdenken. Op hét moment dat heel de wereld even stilstaat bij weer een jaar dat gepasseerd is, geven we als christelijke gemeente daar de meest optimale invulling aan, namelijk met de Bijbel open en de blik vol emotie achterwaarts, vol vertroosting omhoog en vol verwachting vooruit gericht. Het is voor mij een te waardevolle avond om in te ruilen voor een vrij willekeurig gekozen door-de-weekse zondag.

 

Advertenties

KIJK NOU TOCH EENS!

‘Kijk nou toch eens, wie daar voor de deur staan! Wat een verrassing!’
‘Kijk nou toch eens, wat er allemaal in dit kerstpakket zit! Daar had ik niet op gerekend!’ 
‘Kijk nou toch eens, hoeveel mensen ons gefeliciteerd hebben met ons 50-jarig huwelijk! De kaartjes waren niet te tellen.’

Als ik eerlijk ben, is Kerst voor mij niet echt meer het feest van de verbazing en de verrassing. Het is meer een feest van de geboorte van Jezus Christus en van sfeer en gezelligheid. Een mix waar ik blij mee ben en me goed bij voel. Maar als ik nadenk over het begin van Kerst, dan zie ik dat allerlei verschillende mensen toen, rondom de geboorte van Jezus, van de ene verbazing in de andere vielen. Ik heb het eens opgezocht in de Bijbel. In de geboorteverhalen van Jezus kom je maar liefst 15 keer het woordje ‘Zie’ tegen. Daarmee willen Lukas en Matteüs zeggen: let op, nu gebeurt er iets bijzonders.

KIJK NOU TOCH EENS!

  • Kerst geboortegrotKijk nou toch eens, Zacharias, op je oude dag krijgen Elisabet en jij nog een zoon.
  • Kijk nou toch eens, Maria, je krijgt een kindje en je moet Hem Jezus noemen, want je krijgt Hem van God Zelf.
  • Kijk nou toch eens, roept Elisabet verrast uit, wat kom jij hier doen, Maria? Jij, de moeder van mijn Heer!
  • Kijk nou toch eens, zingt Maria uit, wat ben ik bevoorrecht, dat de machtige God zulke bijzondere plannen met mij heeft.
  • Kijk nou toch eens wat er gebeurt als Jozef stilletjes Maria wil verlaten omdat ze een kind krijgt dat niet van hem is. Kijk toch eens aan, dan brengt een engel van de Heer hem op andere gedachten, want het is echt waar, Jozef: de maagd is zwanger en zal een zoon baren met de naam Immanuel – God met ons; en met de naam Jezus – Redder van de zonden.
  • Kijk nou toch eens wat er een half jaartje later gebeurt, als Jezus geboren heel armetierig in een stal geboren wordt. Dan wordt daar vlakbij in het veld opeens een aantal herders  omstraald door het licht van een engel! En wat zegt die engel? ‘Kijk nou toch eens, wie er in Betlehem geboren voor jullie geboren is: je redder, Christus, de Heer!’
  • Kijk nou toch eens wie er 40 dagen later in de tempel op Jozef en Maria met hun kindje Jezus afstapt: een onbekende oude man die zich voorstelt als Simeon. Hij neemt het kind in zijn armen en begint te zingen over een groot licht dat redding geeft aan iedereen.
  • Kijk nou toch eens wat Simeon nog meer tegen Maria zegt: jouw kind zal het niet makkelijk krijgen, want veel mensen zullen zich aan Hem ergeren, maar anderen zullen Hem juist aanbidden.
  • Kijk nou toch eens wie daar in Jeruzalem aankomen! Wijzen uit het Oosten! Wat komen die hier doen in de stad? Zijn ze op zoek naar de pasgeboren koning van de Joden?
  • Kijk nou toch eens, roepen de wijzen vol blijdschap uit, nadat ze in Jeruzalem nul op rekest gekregen hadden, met het goedbedoelde advies erbij om hun geluk maar eens in Betlehem te beproeven, daar heb je die ster weer die we ook in ons thuisland hebben zien opkomen!
  • En kijk nou toch eens, hoe blij die wijzen zijn als ze eindelijk het huis vinden waar Jozef en Maria en het kindje Jezus wonen.  Ze stappen van hun kamelen af, gaan het huis binnen en geven Hem kostbare geschenken: goud, wierook en mirre! En dat niet alleen, ze buigen eerbiedig voor Hem neer. Ja, ze aanbidden Hem. Waarom? Omdat ze geloven dat Hij, Jezus, het is! De pasgeboren Koning van de Joden, de Immanuel, het kind dat de mensen zal redden van hun zonden.

DE VERBAZING VAN KERST

Al die verhalen uit de Bijbel over de geboorte van Jezus doen mij weer beseffen hoe verbazingwekkend bijzonder het kind van Kerst wel niet is. Zo klein als Hij is, is Jezus voor heel veel mensen het grootste kerstkado. Al die mensen, zelfs de wijzen uit het oosten, ze geven niet alleen kostbare geschenken. Nee, ze geven Jezus vooral hun dank, hun eer en hun aanbidding.

Met Kerst  geven veel mensen elkaar geschenken onder de kerstboom. En bijna iedereen komt bij elkaar voor het familiediner. Maar daar gaat het natuurlijk niet om. Gelukkig viert bijna niemand Kerst met de gedachte: als ik maar dikke kado’s krijg en me lekker vol kan eten. Welnee, het gaat om de ware kerstgedachte: vrede op aarde, in het groot, maar vooral in je eigen leven. Die goede sfeer, vrede op aarde, vrede met God, vrede met andere mensen, vrede in je eigen hart – ik geloof, dat daar maar één persoon voor kan zorgen. Dat is Jezus. Hij is een Godsgeschenk!

Overgenomen uit NAAST dec. 2012

Wat mij opvalt bij al die mensen rond de geboorte van Jezus is dit: ze krijgen meer terug dan ze gegeven hebben! Ze hebben allemaal de echte vrede gevonden. Het kindje Jezus is de echte Vredemaker. Dat is toch wel het meest kostbare wat je je wensen kunt!

Dat is de verbazing van Kerst. Jezus wordt geboren. Zoals een prachtig kerstlied het bezingt: Kom, verwonder u hier, mensen! Zie, hoe dat God u bemint! Zie dit nieuwgeboren kind! Hij is het mooiste kerstkado. Want God verzoent der mensen schuld – zoals een ander kerstlied zegt. Kijk nou toch eens, hoeveel God van deze wereld houdt! Hoeveel Hij houdt van ieder van ons! Verbazingwekkend veel.

Ik schreef hierboven al, dat die verbazing er bij mij niet zo in zit als het om Kerst gaat. Daarom is het goed voor mijn geloof om elk jaar weer echt bij de geboorte van Jezus bepaald te worden. Als ik dit wonder vatten wil, dan wordt mijn geest van eerbied stil. Aanbid het maar doorgrond het niet, dat zo de liefde Gods geschiedt.