Over krekeltjes, korenbloemen en zwart-witte koeien

Een paar gedachten bij de start van de GKV-synode in Ede

De drie kleine kleutertjes op het hek spraken over krekeltjes en korenbloemen blauw. En in het weiland zagen ze vast en zeker wat zwart-witte koeien lopen.Korenbloem

In Ede ging op 31 januari 2014 de Generale Synode van onze vrijgemaakte kerken van start met een bidstond. De volgende dag, zaterdag 1 februari 2014, werd de vergadering officieel geopend en het moderamen gekozen. Via www.synode.gkv.nl is alles goed te volgen. Misschien dat de 36 synodeleden ook nog wel toe komen aan krekeltjes en korenbloemen blauw, als ze bv. een Ginkelse hei-sessie houden. Maar de meeste tijd zal toch wel opgaan aan andere onderwerpen.

In dit artikel wil ik een paar dingen noemen, die volgens mij zeker met belangstelling gevolgd zullen worden. En daarna nog kort ingaan op de zwart-witte koeien die ik in de nabijheid van Ede ook ontwaar.

Waarover spreken zij? Over vrouwen in de ambten

Het onderwerp dat volgens mij met de meeste interesse gevolgd gaat worden, is het studierapport ‘Mannen en vrouwen in dienst van het evangelie’. Daarin geven deputaten ‘M/V in de kerk’ hun visie op de bijbelse (on)mogelijkheid om vrouwen toe te laten tot de ambten van predikant, ouderling en diaken. Ze komen er samen niet uit, dus liggen er twee verschillende voorstellen op de synode.

In de pers is er al door heel veel mensen heel verschillend op gereageerd, dus ik voel me niet geroepen om bij dezen nog een duit in het overvolle zakje te stoppen. Het zijn ook nog maar voorstellen van een studiedeputaatschap. Nadat de synode met een uitspraak is gekomen, is er alle gelegenheid voor de plaatselijke kerken om te zeggen wat ze hiervan vinden.

Waarover spreken zij? Over Liedboek en Kerkboek

Verder denk ik, dat ook de bespreking van het rapport van deputaten liturgie en kerkmuziek voor de nodige discussie zal zorgen. Deze deputaten stellen namelijk voor om het complete nieuwe Liedboek 2013 in te voeren en om daarnaast een nieuw Gereformeerd Kerkboek uit te geven met daarin 102 psalmen, alle overige gezangen die niet in het Liedboek staan en daarachter de belijdenisgeschriften, de ordes van dienst en de taalkundig geheel vernieuwde liturgische formulieren en gebeden.

Krekel 1Misschien denkt iemand nu: hoezo 102 psalmen?

Nou, zeggen deputaten: van onze 150 psalmen komen er 48 uit het oude Liedboek. Het nieuwe Liedboek heeft alle 150 Psalmen van het oude Liedboek ongewijzigd overgenomen, dus hoeven we die niet meer in ons nieuwe Gereformeerde Kerkboek op te nemen. Dat scheelt al gauw 100 pagina’s, en dat is mooi meegenomen, vinden deputaten.

Dit lijkt mij beslist niet verstandig. Wie wil er nou een nieuw incompleet Gereformeerd Kerkboek invoeren? Bovendien zadel je een aantal kerken met een dubbel dilemma op.

Dilemma 1: we hebben jaren geleden gekozen voor 150 psalmberijmingen waarvan een groot deel niet uit het Liedboek kwam. Soms vanwege de betere kwalititeit van een andere berijming. Soms ook omdat een Liedboek-berijming bijbels-theologisch echt niet deugde. Dan kun je nu toch niet zonder enige argumentatie voorstellen: “het Liedboek 2013, inclusief de psalmen, vrij te geven voor gebruik in de gemeenten”? Bovendien ging de opdracht van de vorige synodes toch duidelijk over het invoeren van al de gezangen van het compleet herziene Liedboek. Dat staat niet expliciet in de opdracht, maar daar is het wel altijd over gegaan. Deputaten smokkelen daar nu plotseling 150 zeer gedateerde, meer dan 50 jaar oude psalmen bij in, die door het Liedboek op geen enkele manier herzien zijn. Zie ook mijn eerdere blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/05/15/nieuwe-liedboek-nu-al-met-psalmen-en-al-overnemen/

Dilemma 2: deputaten geven in hun voorstellen nadrukkelijk aan, dat “gemeenten zelf [mogen] kiezen welke liederen ze zingen, op basis van het eigenmuziekprofiel”. Tegelijk stellen ze doodleuk voor om in het nieuwe Gerormeerd Kerkboek alleen “de psalmen uit het Gereformeerd Kerkboek 1986 die niet uit de IKB geselecteerd zijn”  op te nemen.

Wat is het gevolg van dit voorstel?

Ik denk dat er kerken zullen zijn die straks zeggen: wij willen in de toekomst graag vooral uit het Gereformeerd Kerkboek zingen en voor andere liederen (bv. kinderliederen en Opwekkingsliederen) we gebruiken de beamer; ook weten we nog niet of we veel gebruik zullen maken van het nieuwe Liedboek, dus die voeren we voorlopig nog niet in.

Als het aan deputaten ligt, kunnen zulke gemeentes maar 102 van de 150 Psalmen zingen uit het nieuwe Gereformeerd Kerkboek. En waarom? Omdat het 100 bladzijdes scheelt! Want dat is het enige argument. Deputaten schrijven namelijk in hun rapport: De praktijk in onze kerken is momenteel dat de meeste de psalmen uit de kerkboek-selectie zingen, maar dat vooral in samenwerkingssituaties de psalmen in de liedboekberijming gezongen worden. Om beide versies beschikbaar te hebben moet de nieuwe uitgave het Gereformeerd Kerkboek in ieder geval de 102 niet-IKB-psalmen bevatten. De andere 48 kunnen in het Liedboek 2013 gevonden worden. Door deze niet in het kerkboek op te nemen van het boek ongeveer honderd pagina’s dunner worden.”

Deputaten vinden dus dat beide versies van de 48 psalmen beschikbaar moeten zijn. Terecht! Maar wees dan ook consequent! Stel die gemeentes die niet meteen het nieuwe Liedboek in zullen voeren, eveneens in de gelegenheid om alle 150 Psalmen te kunnen zingen, ook  als ze het nieuwe Gereformeerd Kerkboek willen gaan gebruiken.

Ik hoop van harte, dat op de synode besloten wordt, om onze eigen 150 psalmen uit de eerste en de tweede versie van het Gereformeerd Kerkboek gewoon allemaal op te nemen in deze derde editie. Dan hebben we niet alleen een actueel, maar ook een compleet Gereformeerd Kerkboek.

Waarover spreken zij? Over wat echt een huwelijk is

Ik denk dat er nog een derde onderwerp is, dat de tongen op de synode los zou kunnen maken. Het zit wat verscholen in de synoderapporten, dus het is nog bijna niemand opgevallen. Ik werd erop geattendeerd doordat ik aan de Theologische Universiteit in Kampen de PEP-cursus ‘In de ban van de ring’ volg. Die gaat over de vraag hoe we als kerken aankijken en omgaan met alle vormen van relaties die tegenwoordig in onze samenleving mogelijk zijn. Tijdens de tweede studiemorgen moesten we als voorbereiding o.a. het rapport ‘Huwelijk en Samenlevingsvormen’ lezen. Dat is een studie die is opgesteld door een denktank van Deputaten Relatie Kerk en Overheid en Deputaten Huwelijk en Echtscheiding. Deze denktank kreeg in 2011 de opdracht “om een advies uit te brengen over twee vragen: a. hoe je als kerken omgaat met de verschillende samenlevingsvormen van man en vrouw die publiek en juridisch zijn vastgelegd, en b. of en hoe die samenlevingsvormen kunnen voldoen aan wat iroos huwelijkn de Bijbel staat over het huwelijk”.

De meerderheid van deze deputaten is van mening, dat we in onze kerken een nieuwe, eigen omschrijving moeten geven van wat een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is. Want het burgerlijk huwelijk is tegenwoordig zo opgerekt en zo vrijblijvend geworden, dat het niet meer per definitie bijbels is. Daartegenover staat het geregistreerd partnerschap nagenoeg gelijk aan het burgerlijk huwelijk. En sommige mensen die gaan samenwonen beloven elkaar meer oprecht levenslange trouw dan vele anderen die wel officieel trouwen.

Daarom vinden de meeste deputaten, dat de gang naar het stadhuis wél gemaakt moet worden, maar dat de christelijk kerk er daarnaast zelfstandig op toe moet zien, dat elke wettige relatie ook kerkelijk erkend wordt als een ‘huwelijk in bijbelse zin’. En wat is dat dan? Lees de volgende definitie: “Een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is een levensverband waarin één man en één vrouw in antwoord op Gods leiding van hun leven voor de duur van hun aardse bestaan hun levens aan elkaar verbinden tot een nieuwe eenheid, die wederzijds verplichtend is en die een publiek erkend karakter heeft.”

Ik vind dat dit rapport meer aandacht verdient dan het tot nu toe gekregen heeft. Want hier wordt gezegd, dat bij elke relatie die twee mensen met elkaar aangaan (of het nu ongehuwd samenwonen is, of notarieel samenwonen, of een geregistreerd partnerschap, of een homo-huwelijk, of een huwelijk tussen man en vrouw) de kerk moet toetsen en uitspreken of het ook een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is.

Dat is een geweldige switch in denken. Want sinds de tijd van Napoleon zit het al 200 jaar tussen onze oren: alleen het burgerlijk huwelijk is een bijbels huwelijk. En als kerk volgen we daarin de overheid.

Maar vandaag de dag is het burgerlijk huwelijk geen bijbels huwelijk meer. En dus moeten we als kerk antwoord geven op de vraag: moeten we het initatief weer naar onszelf toetrekken en alleen die relaties erkennen, waarvan we als kerk zeggen: dat is een ‘huwelijk in bijbelse zin’ zoals God het bedoelt? Dat is een veel belangrijkere vraag dan de discussie over wat we zingen in de kerkdiensten. Ook, vind ik, belangrijker dan de vraag naar vrouwen in de ambten.  Want het huwelijk zoals God het bedoeld heeft, kom je al in het paradijs tegen. Zo’n bijbels huwelijk moeten we “in alle omstandigheden in ere houden”, staat er in Hebreeën 13 vers 8. Dat is een geweldige uitdaging in onze tijd.  En dus ook voor de komende synode in Ede.

Ja, het gaat daar op de synode over meer dan krekeltjes en korenbloemen blauw. Laten we als kerkleden bidden voor ‘onze’ mannen daar en meeleven met wat daar besproken en besloten wordt.

Waarover spreken zij? Misschien ook over zwart-witte koeien

Tenslotte zal er op de synode ook aandacht besteed worden aan een ‘Appel op de Generale Synode 2014’.  Dat is een initiatief van zeven predikanten die samen de website http://www.gereformeerdekerkblijven.nl/wp/ in de lucht houden. In een ‘Brief GS Ede 2014’ brengen ze hun zorgen onder woorden en roepen de Generale Synode op, door duidelijke uitspraken hun zorgen weg te nemen. De initiatiefnemers hebben kerkleden en kerkeraden uitgenodigd om dit dringende appel mee te ondertekenen. Dat is gebeurd door 2 kerkenraden en 1541 kerkleden.
Ik heb het appel gelezen en besloten het niet te ondertekenen.

Allereerst niet, omdat ik erop vertrouw, dat alle afgevaardigden op de synode niet alleen naar eer en geweten, maar ook vanuit hartelijke verbondenheid aan de Bijbel en het gereformeerd belijden hun werk zullen doen.

Verder vind ik de zorgpunten die het appel aan de orde stelt, wel wat zwart-wit geformuleerd en ook een tikkeltje eenzijdig. Het is ‘een verkeerd appel’, schreef ds. Henk Folkers in het Nederlands Dagblad van 25januari 2014 (zie http://www.nd.nl/artikelen/2014/januari/25/een-verkeerd-appel).

Het viel mij op, dat het appel zich concentreert op zes onderwerpen, namelijk:

  1. Binding aan de gereformeerde belijdenisgeschriften
  2. Het gezag van de Heilige Schriften
  3. De vrouw in het ambt
  4. Visie op de kerk van Jezus Christus
  5. Kerkdiensten en catechismusprediking
  6. Is binnen het christelijk leven een homoseksuele relatie mogelijk

Als ik lees waar het dan over gaat, kom ik bij 1) een verwijzing naar ds. W. van der Schee tegen en de gang van zaken bij de missionaire gemeente Stroom in Amsterdam. Dan denk ik: moet je daar een synode mee lastig vallen? Sinds wanneer reageren we als kerken op elke (on)zinnige opmerking op internet? En sinds wanneer leggen we een prachtig missionair project op voorhand langs de meetlat van de gang van zaken in een traditonele plattelandsgemeente? Wat mij betreft verdienen projekten zoals Stroom alle credits en vooral heel veel gebed – zonder het kritische gesprek te schuwen overigens. Zie mijn eerdere blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/05/31/saul-en-david-jongerendag-en-landelijke-dag-gkbnb/

Als het om 2) gaat: waarom moeten opnieuw de opvattingen van Stefan Paas uit 2008 en Koert van Bekkum uit 2010 weer uit de sloot gehaald worden? Dat is toch echt een grijsgedraaide plaat geworden.

Over de punten 4) en 5) valt hetzelfde op te merken: kontakten met andere kerken en deelname aan de Nationale Synode worden tegenover de belijdenis van de ware en valse kerk gezet en de terugloop van de tweede kerkdienst en de catechismuspreek kan alleen maar worden tegengegaan als de synode van Ede 2014 uit zou spreken dat de catechismuspreek “een verplichting blijft voor de kerken” – met als minimale afwijking: plaatselijk mag wel af en toe thematisch uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis of de Dordtse Leerregels gepreekt worden.

homo in de kerkEn dan punt 6): alle zorgen over de verwereldlijking van de christelijke levensstijl en het gebrek aan tucht daarover worden samengebald in “één zaak .. die wij exemplarisch mogen noemen voor de huidige situatie”, namelijk hoe we als kerken omgaan met homoseksualiteit. Wat vind ik dit een eenzijdige versmalling van de terechte zorgen die er op dit punt leven. Alsof een homoseksuele relatie de meest zichbare uiting en dus het topje van de ijsberg van onchristelijk gedrag zou zijn! Laat ik er maar niet meer over zeggen dan collega Henk Folkers deed. Behalve dit: volgens mij staat dit onderwerp niet eens op de agenda van deze synode – behalve een brief van één kerk die vraagt om een duidelijke koers van de website www.homoindekerk.nl. Achteraf kun je het betreuren dat in 2005 de generale synode het voorstel heeft afgewezen om juist over dit gevoelige onderwerp een studiedeputaatschap in te stellen. Maar dat is niet wat de indieners van het appel van de synode vragen. Zij gebruiken één van de meest gecompliceerde vraagstukken over christelijke levensstijl als kop van jut om alle ontwikkelingen op het gebied van relaties aan te kaarten. En vergeten te vermelden, hoe we als kerken de laatste 12 jaar ons enorm hebben ingezet op bijbels onderwijs en catechese als het om huwelijk en echtscheiding gaat.koeien zwart wit

Kortom: ik vind het een teleurstellend appel wat betreft toonzetting en argumentatie.  Tegelijk hoop ik niet, dat de synode er gauw klaar mee is. Hoe zwart-wit de toonzetting ook is en welke oude koeien er ook weer van stal gehaald worden – het zijn wel signalen van oprechte zorg vanuit een diepe verbondenheid met de vrijgemaakte kerken. Daar hebben we wel rekening mee te houden – net als met kerkleden die steeds minder overweg kunnen met het gereformeerde gedachtengoed binnen onze kerken.

Advertenties

WINKELEN OP ZONDAG IN ASSEN? BETER VAN NIET!

Winkels open of winkels dicht op zondag? In de gemeenteraad van Assen voeren PLOP en GroenLinks sinds een half jaartje actie voor een totale openstelling van alle winkels in Assen op alle zondagen. En ze drammen gewoon hun zin door – met steun van VVD, D66 en een groot deel van de PvdA.

LUISTEREN – HO MAAR!Zonder zondag 03

En dat, terwijl 70% van de winkeliers van binnenstad zes koopzondagen per jaar prima vindt. Op 28 november 2013 was de raad nog unaniem van mening, dat een besluit over dit voorstel moest worden uitgesteld, omdat men de mening van de winkeliers van groot belang vond. Nu hebben 117 leden van het MKB in de binnenstad van Assen zich duidelijk uitgesproken: ruim 40% wil minder koopzondagen, zo’n 30% vindt het huidige aantal koopzondagen prima, en slechts 3 van de 10 leden wil best vaker open op zondag (zie het artikel in het Dagblad van het Noorden van 13 januari 2014). Een duidelijk signaal, zou je zeggen. Maar één dag later blijkt al, dat de meerderheid van de raad van Assen toch al van plan was, alle winkels op alle zondagen open te gooien. Niet de wens van de winkeliers of de bevolking, maar het dogmatisme van een vrije markt ekonomie zijn leidend bij GroenLinks, PLOP, D66, VVD en de meerderheid van de PvdA. ‘We willen graag luisteren naar wat de direkt-betrokkenen ervan vinden’ – maar men was niet van plan om op het vooringenomen standpunt dat Assen met de tijd mee moet door iedereen de gelegenheid te gunnen op 52 zondagen te kunnen winkelen.

Iedereen? Mooi niet dus. De kleine zelfstandige ondernemers moeten nu op zondag zelf in hun winkel staan. En het personeel van de supermarkten en de bouwmarkten moeten zich nu ook op zondag laten inroosteren. En dat allemaal voor die paar mensen die van maandag t/m zaterdag zo druk zijn met allerlei andere dingen, dat ze zo nodig op zondag anderen voor zich willen laten werken. Is dat nou nodig?

HET WERK KAN BEST EEN DAGJE ZONDER JOU!

De zondag is in ons land vanouds een collectieve rustdag. Dat heeft te maken met onze christelijke achtergrond. Dat heeft al meer dan 100 jaar heel positief uitgewerkt op heel de Nederlandse maatschappij. Christenen konden in alle rust naar de kerk. Voetballiefhebbers konden zich heerlijk ontspannen door zelf achter een bal aan te lopen of de wedstrijden van hun favoriete amateur- of profclub te bezoeken, en zowel de scoialisten als de liberalen hielden hun toogdagen en jaarvergaderingen op zondag. Ik geef toe, die niet-christelijke besteding van de zondag was vaak een doorn in het oog van de kerken. Maar het was wel een uitvloeisel van de bijbelse oproep om het werk één dat te laten staan. Want onze goede God weet dat mensen rust nodig hebben. Ook collectief. Eén Zonder Zondag 04rustdag op de zeven dagen is dus ook van belang om sámen uit te rusten van de dagelijkse werkdruk en werksleur. Er is in ieders le­ven een vast moment van rust, van genieten en van bezinning nodig. Dat geldt in de Bijbel niet alleen voor de gelovige Israelieten, maar óók voor hun personeel, de buitenlanders in hun midden en zelfs voor de dieren in het arbeidsproces. God gunt mensen een moment van vrij­heid, in plaats van dat we slaaf worden van factoren en mensen van buiten af.

Het lijkt mij erg belangrijk dat zoveel mogelijk mensen tegelijk een vrije dag heb­ben. Onregelmatige werktijden hebben een desastreuze invloed op het gezin, de fa­mi­lie­banden en vriendschappelijke kontak­ten. Die zijn toch al kwetsbaar­der in onze tijd, zeker voor mensen met een eigen bedrijf, dus verdient de zondag extra be­scherming, in plaats van verdere uitholling.

MET OOGKLEPPEN ACHTER DE 24-UURS-EKONOMIE AAN

Ik snap daarom partijen als GroenLinks en de PvdA in Assen niet. Liberale partijen als de VVD en D66 zijn altijd al voor de vrije markt en het individuele genot geweest. En lokale partijen als PLOP laten hun oren graag hangen naar wat stemmenwinst oplevert. Maar de socialistische partijen zouden toch samen met de christelijke partijen tot de conclusie kunnen komen, dat er meer dingen in het leven belangrijk zijn dan werken en geld verdienen. Samen zou je je dan hard kunnen maken voor een vrije zondag, omdat die voor iedereen waardevol is. Helaas lijkt het erop, dat de meerderheid van de gemeenteraad van Assen kiest voor het ekonomische aspekt en geen oog heeft voor de sociale aspect van een koopvrije zondag. Men wil, met dollartekens in de ogen, niet inzien dat verdere openstelling van winkels op zondag het welzijn van de hele bevolking meer schaadt dan goed doet. Maar goed, 15 jaar geleden heb ik in de gemeente Terneuzen al precies dezelfde discussie meegemaakt. Jammer genoeg met dezelfde afloop. Namelijk, dat het appèl op het sociale geweten van de PvdA en GroenLinks geen resultaat had. En dus hoop ik maar, dat vanzelf blijkt, dat er geen klap te verdienen is voor de middenstand door de winkels 52 zondagen open te houden. Daar kunnen we met z’n allen op twee manieren aan werken.

MIDDENSTAND  & ASSENAREN: BLIJF DICHT BIJ JEZELF!

Het belangrijkste lijkt mij, dat de 70% van de zelfstandig ondernemers besluit, om hun winkel gewoon dicht te houden op zondag. Dan krijg je spookzondagen in plaats van koopzondagen, zoals Nico Vanderveen in de DvhN van 14 januari 2014 schreef. Dus komt men er vanzelf weer van terug om op alle 52 zondagen van het jaar de winkels open te houden.

zondagsrust-smallMaar minstens net zo belangrijk is de persoonlijke overtuiging van de inwoners van onze stad Assen. In de Bijbel staat het altijd positiever dan wat wij er zelf van maken, namelijk: ‘Wat gij wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander’ (zo zegt Jezus het in Matteüs 7 vers 12 en in Lukas 6 vers 31 – overigens staat het zelfs in de Statenvertaling van 1637 in modernere bewoordingen: ‘Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo’ en in de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 staat het nog begrijpelijker:  ‘Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen’). In het verleden werd nog wel eens gezegd: koop niet bij winkels die op zondag open gaan. Dat betekent dus, dat je bepaalde winkels gaat boycotten. Dat vind ik geen goede zaak. Ik zou het liever omkeren. Waarom zou je er niet bewust voor kiezen, om bij winkels en bedrijven te kopen die er bewust voor kiezen om uit principe de zondag vrij te houden als dag voor sociale of religieuze activiteiten. Want meestal is dat een keus waarmee een zelfstandig ondernemer zich niet populair maakt en die hem, als het tegenzit, ook inkomsten kost. Als jij e ik dan dezelfde overtui­ging (en soms hetzelfde geloof) delen, mag je dat toch ook laten blijken door hen te steunen door jouw klandizie? Anders wordt het een beetje schijnheilig: je bent tegen verruiming van de koopzondagen in Assen, maar voor een paar Euro goedkoper of een iets ruimer aanbod ga je door de week liever naar de grotere zaken die bewust alle zondagen open zijn, onder het motto: maar op zondag ga ik daar niet heen, hoor!’

PRINCIPES BEGINNEN BIJ JEZELF!

Ik vind het best lastig om vanuit mijn christelijke overtuiging tegen meer  koopzondagen te zijn. Want ik zie om me heen dat veel mede-christenen steeds makkelijker toch even snel de supermarkt binnenlopen op zondag of na een fietstocht langs de Drentse Aa even een terrasje pakken. En ach, waarom zou je niet even bij een tuincentrum of bouwmarkt binnenstappen op zondagmiddag?  Belangrijk is volgens mij niet de vraag, waar het eindigt met zaken als de zondagsopenstelling van winkels. Het gaat erom, waar je mee begint. En dan moet je vooral eerlijk naar jezelf kijken en trouw blijven aan je principes.

Met een variatie op een citaat zou ik het als volgt willen zeggen: Wat heeft het voor zin als iemand principes heeft, maar er zelf niet naar handelt? Zouden die principes hem helpen? Als een kleine zelfstandige het zwaar heeft vanwege gebrek  aan klandizie en omzet, maar toch z’n winkel op zondag gesloten houdt, en iemand zegt dan: ‘Het ga je goed! Verkoop veel en maak winst!’ zonder bij hem het nodige te kopen zodat hij in zijn levensonderhoud kan voorzien – wat heeft dat voor zin? Zo is het met principes: als ze zich niet daadwerkelijk bewijzen, zijn ze waardeloos.

En dan de kleine lettertjes: in Duitsland heeft men blijkbaar een betere antenne voor het belang van een collectieve rustdag. De grootste politieke partijen én de beslist niet orthodoxe protestantse Landeskirche hechten veel waarde aan de zondag als bij-ZON-dere DAG. Dus heb ik voor deze gelegenheid graag gebruik gemaakt van een paar plaatsjes waarmee men jaarlijks de zondag als speciale dag onder de aandacht van de bevolking brengt.