Appel aan de synode over besluit ‘M/V in de kerk’

Onderstaand appel verstuurden we gisteren naar de synode van de GKv. Vertrouwend op de Heer en elkaar hebben we de verwachting dat we er in onze kerken uitkomen, ook als het spannend is en je elkaar niet op voorhand vindt. Vandaag staat er in het ND een kort bericht naar aanleiding van dit appel.

 

Rotterdam, Assen, Delft, Oegstgeest
Maandag 16 juni 2014

 

Appel aan de synode GKv 2014, bijeen te Ede

Geacht moderamen, geachte afgevaardigden van de synode

Op donderdag 5 juni hebt u besluiten genomen in het veelbesproken onderwerp ‘Man en vrouw in de kerk’.

Met u zijn wij van mening dat het op dit moment niet mogelijk is in onze kerken om inhoudelijk een knoop door te hakken als het gaat om de vraag of vrouwen tot de ambten kunnen worden toegelaten. De discussie is niet uitgekristalliseerd. Dat blijkt onder meer uit de diversiteit aan ingenomen standpunten in o.a. het aan u uitgebrachte rapport en de aan u uitgebrachte adviezen over dit onderwerp.

Met het oog op een goed vervolg van dit belangrijke onderwerp willen we aandacht vragen voor wat gezegd wordt bij besluit 2, vooral de grond voor dat besluit. U spreekt daar van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw en verschil in verantwoordelijkheid.

De grond onder dit besluit doet volgens ons geen recht aan de diversiteit van het gesprek zoals dat sinds 2005 is gevoerd. Ons inziens is er op dit moment niet veel meer te zeggen dan dat we er als kerken inzake ‘Man en vrouw in de kerk’ niet samen uitkomen.

Met het oog op de toekomst vinden we het belangrijk dat het dan ook zo gezegd wordt. Het uitzetten van een tweetal denklijnen (gelijkwaardigheid en verschil) met de nadrukkelijke bepaling dat deze beide lijnen verdisconteerd dienen te worden wekt de indruk dat we er in een open gesprek niet zouden kunnen uitkomen. Die onzekerheid of angst is contraproductief en kan het toekomstige gesprek op een hinderlijke manier beïnvloeden.

Met het oog op de toekomst is het juist van belang dat we vol vertrouwen verder kunnen discussiëren en zo open mogelijk luisteren naar wat de Heer vandaag tegen ons zegt.

We vragen u dan ook om nog tijdens deze synode uit te spreken dat we op dit moment inzake ‘Man en vrouw in de kerk’ er samen niet uitkomen en dat we verwachten dat we, als we blijven luisteren naar en argumenteren vanuit de Schrift, deze verlegenheid zullen overwinnen.

Uiteraard zijn we bereid dit appel toe te lichten.

We zien uw reactie graag tegemoet.

In Christus verbonden,

Matthijs Haak, Ernst Leeftink, Simon van der Lugt, Robert Roth

EN OOK ROND PINKSTEREN BEDERFT HOOGLITURGISCH DENKEN MIJN VREUGDE

Meer dan 750 personen bekeken de afgelopen 48 uur mijn blog over het schrappen van ‘Ere zij God’ en ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’. Ik heb ze op het verkeerde been gezet door te suggereren dat ‘Samen in de naam van Jezus’ wel in de nieuwe editie van het Gereformeerde Kerkboek blijft staan. Helaas, niets is minder waar. Zunder woord, zunder wies is dit lied ook door de synode geschrapt op voorstel van de Deputaten Liturgie en Kerkmuziek. Het kan dus nog erger!

Ik kreeg de vraag gesteld: ‘Waarom maak jij je hier zo druk over? We zingen toch al alles wat we zingen willen, of het nu wel of niet in het Kerkboek staat. Dus het wordt er echt niet minder om gezongen.’ Maar daar gaat het mij niet om. Het gaat mij erom, dat een flink aantal geliefde liederen, die veel en graag gezongen worden door christenen binnen en buiten onze kerken, vanuit een hoogliturgisch gedachtengoed in de ban gedaan worden. We mógen ze nog wel zingen in de kerkdienst, maar ze zijn zo onder niveau qua melodie of taalgebruik, dat ze niet meer de moeite waard zijn om in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek opgenomen te worden. Door ze doelbewust te skippen, geven deputaten en synode daarmee een signaal af. Namelijk: als jullie, gemeenteleden, het ‘Ere zij God’ en ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en ‘Samen in de naam van Jezus’ blijven zingen, zing je eigenlijk abracadabra qua tekst en een soort hoempapa qua muziek.

In de bijbel lees ik: Laat de Geest u vullen en zing met elkaar psalmen, lofzangen en geestelijke liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer.

Ik wil de drie liederen eens vanuit deze woorden van Paulus bekijken. Ere zij God: het is een lofzang, het heeft een geestelijke inhoud (Kerst – de geboorte van Christus onze Heer) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Daar juicht een toon, daar klinkt een stem: het is een lofzang, het heeft een geestelijk inhoud (Pasen – de opstanding van Christus onze Heer) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Samen in de naam van Jezus: het is een lofzang, het heeft een geestelijke inhoud (Pinksteren – de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Muzikaal rammelt het ‘Ere zij God’ volgens hoog-liturgisch-geschoolde kerkleden onder ons. Met de tekst is verder weinig mis, we zingen nog veel meer andere psalmen en gezangen met woorden uit de bijbelvertaling van 1951. Met het Paaslied ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ is noch muzikaal noch qua tekst veel mis, lijkt me. En de tekst van ‘Samen in de Naam van Jezus’ kan op geen enkele manier ouderwets genoemd worden, dus blijkbaar vonden deputaten de muziekstijl hoempapa. Nu vind ik zelf het ‘Ere zij God’ ook niet het summum van muzikaliteit. En toen ‘Samen in de naam van Jezus’ in 2002 vrijgegeven werd, werd het zo vaak gezongen, dat ik er bij tijden helemaal zat van was. Gelukkig is dat nu weer redelijk in evenwicht.

Wat ik belangrijk vind is, dat we bij het zingen tot Gods eer vooral moeten kijken naar het hart. Zeker als smaken erg verschillen. Daar gaat het Paulus namelijk om: Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer. Dan is het, zoals iemand op FB schreef, echt onbegrijpelijk !!!!! dat een synode een in heel veel kerken gedeelde traditie wegneemt. Dat gaat dan over het ‘Ere zij God’. Zelf vind ik het even ongelooflijk, dat de twee andere liederen door deputaten zelf in 2002 uitvoerig gemotiveerd zijn ingediend en aangenomen, maar nu met hetzelfde gemak doodleuk en zonder duidelijk motivatie weer verwijderd worden. Daar is maar één woord voor: jojo-beleid. En de synode laat dat allemaal maar passeren omdat er nu eenmaal is afgesproken dat minstens 75% het met deputaten oneens moet zijn voordat het anders kan. In het bedrijfsleven zou men zeggen: de managers regeren de zaak en de raad van bestuur knikt ja en amen. Ondertussen hebben beide lagen van bestuur en management het kontakt met de werkvloer verloren. Zo verliest ook de synode haar moreel gezag door deze onbegrijpelijke besluiten (en het nieuwe gereformeerde kerkboek op voorhand haar aantrekkelijkheid, verwacht ik).

Meer dan 750 ‘hits’ binnen twee dagen vind ik zo opmerkelijk veel, dat het iedereen tot nadenken zou moeten stemmen. Ook op de synode. Gelukkig is er nog hoop. Ordevoorstellen kunnen ten allen tijde door synodeleden ingediend worden. Dus via zo’n ordevoorstel kan uitgesproken worden dat het een vergissing was om een drempel van 75% op te leggen voor het behoud van geliefde kerkliederen die deputaten willen schrappen, en dat dus, net als bij elk voorstel van elk deputaatschap, 50% genoeg is om iets aan te nemen of af te wijzen. Nadat dit ordevoorstel is aangenomen, worden ‘Ere zij God’, ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en ‘Samen in de naam van Jezus’ gewoon door de reeds aanwezige meerderheid van 50% behouden voor het kerkboek. En is het gewoon je goed recht om het als gemeente te zingen in plaats van: ach … we tolereMozes vissenren het maar, maar het hoort in een gereformeerde liturgie eigenlijk niet meer thuis. Zo’n gang van zaken … het zou nog kunnen gebeuren! ‘Nooit kan ’t geloof teveel verwachten’ – om het met nog zo’n geliefd afgeschreven lied te zeggen.

Tot zover. Ik ga niets meer schrijven over dit onderwerp. Anders begint het op bijgaande cartoon te lijken, die ik een keer met de volgende Groningse tekst tegen kwam: Nou most toch ophollen, Mozes!

Wijsheid ipv ongeduld bij vrouw in ambt

In het Nederlands Dagblad van 11 juni staat een ingezonden van mij n.a.v. de reakties op het synodebesluit over de vrouw in het ambt. Dat is de enigszins ingekorte versie van wat ik had ingestuurd, en dat is natuurlijk het goed recht van de redaktie. Hieronder volgt de komplete tekst van wat ik ingezonden heb.

Wijsheid ipv ongeduld bij vrouw in ambt

Het is Pinksteren geweest. De Geest van Christus is royaal uitgestort. Hij is de Geest van wijsheid. Die wint het van het ongeduld. Daarom zou ik het spijtig vinden, wanneer kerkleden van de GKV vertrekken, omdat de landelijke synode nog geen uitspraak gedaan heeft over de vrouw in het ambt. Ik snap de teleurstelling. Ik zet ook zo mijn vraagtekens bij de fundering van het besluit. Ik vraag me vooral af of we ons niet gaan vertillen aan een bezinning op de ambten. Maar vergeet dan niet, dat het onderwerp ‘vrouw en ambt’ voor de eerste keer in alle openlijkheid besproken is. Moet er dan meteen een besluit vallen dat overeenkomt met hoe ik de Bijbel lees, namelijk dat vrouwen in onze cultuur evengoed het Woord van onze God kunnen brengen? En als ik niet meteen gelijk krijg, moet ik dan de synode voor gek verklaren en openlijk roepen dat vast en zeker vele GKV-leden de kerk verlaten hebben voordat er over drie jaar op de volgende synode over dit onderwerp verder gesproken wordt?

Ik ben blij dat de synode vooral besloten heeft, dat het gesprek voortgezet wordt. En dat er geen harde blokkade ligt op de mening dat alle ambten ook voor vrouwen opengesteld kunnen worden. Teleurstelling is begrijpelijk. Stemming maken dat de GKV hiermee heeft afgedaan niet.  Wie gelooft, kan wachten. Abraham moest 25 jaar wachten, Mozes 40 jaar, Daniël 70 jaar. En wat is het alternatief?  Wie om de vrouw in het ambt naar de PKN overstapt, komt in een hotelkerk terecht waar bijbelgetrouwe predikantes dezelfde rechten hebben als vrijzinnige predikanten. Is dat een geloofwaardig alternatief tegenover gereformeerde kerken waar nog steeds elke zondag vanaf elke kansel gebeden wordt of Geest van Pinksteren de predikanten voluit Gods Woord wil laten brengen en of Hij de harten van de luisteraars daarvoor wil openen? Dus waarom zouden de voorstanders van de vrouw in het ambt uit ongeduld en teleurstelling of  persoonlijke ambitie weggaan? Daarmee verheffen ze hun standpunt als het enige bijbelse en vinden ze, net als de tegenstanders van de vrouw in het ambt, de vraag WIE het Woord van God mag bedienen blijkbaar belangrijker dan het feit DAT het Woord van God over heel de linie trouw verkondigd wordt. Ik ben zelf zo’n voorstander. Weggaan is geen optie. Geduldig wachten wel. Ook als ik niet meteen gelijk krijg. Want ik weet: alleen de Geest leidt in Gods waarheid. Alleen de Geest wijst op grond van Gods Woord Gods wegen aan in deze tijd. En alleen de Geest geeft wijsheid om vanuit Gods Woord te wegen wat de Heer daarmee vandaag tegen de gemeenten zeggen wil.

Ernst Leeftink is predikant van de GKV van Assen-Peelo

HOOGLITURGISCH DENKEN BEDERFT MIJN VREUGDE MET KERST EN PASEN

Met Kerst hoeven we binnenkort geen ‘Ere zij God’ meer te zingen en juicht er met Pasen ook geen toon en klinkt er geen stem meer als het aan het Gereformeerde Kerkboek ligt. Want die staan er niet meer in, in de nieuwe editie waartoe de Generale Synode van 2014 besloten heeft. Ze worden weinig meer gezongen of er was sprake van een verouderd taalkleed volgens Deputaten Liturgie en Kerkmuziek. Ze passen qua melodie en toonzetting minder bij de 21e eeuw, aldus de voorzitter van de synode.

Ongelooflijk, kortzichtig en elitair

Dat was  mijn eerste reactie. En dat vind ik er nog steeds van. In hun eerste rapport gaven de deputaten nog aan, dat het uitgangspunt zou zijn, dat alle gezangen uit het oude kerkboek een plaats zouden krijgen in het nieuwe kerkboek, tenzij ze in het Liedboek 2013 zijn opgenomen, eventueel in een andere berijming of vertaling. In hun aanvullende rapport geven deputaten aan, dat ze ruim 80 van de 180 gezangen uit het oude kerkboek willen opnemen in het nieuwe kerkboek. Er vallen 100 gezangen af. Een aantal staat nu in het nieuwe Liedboek 2013. En voor de rest hebben de deputaten “er vooral op gelet of ze uit de gereformeerd traditie stammen” en “zijn enkele oude gereformeerde gezangen weggelaten omdat ze weinig meer gezongen worden. Soms was ook het verouderde taalkleed een reden ze niet meer voor te stellen.”  Dit is dus de argumentatie waarom het Kerstlied Ere zij God en het Paaslied Daar juicht een toon, daar klinkt een stem niet meer in het nieuwe Gereformeerd Kerkboek zijn opgenomen! En vervolgens stellen deputaten doodleuk voor om een paar nieuwe gezangen op te nemen in het Gereformeerd Kerkboek die “ondanks hun herkomst goed aansluiten bij de gereformeerde spiritualiteit en daardoor geliefd geworden zijn.” Hier breekt me de klomp! Het Ere zij God is bij uitstek een lied uit de gereformeerde traditie en het valt niet te ontkennen dat het bij een groot deel van de kerkgangers uitermate geliefd is. En sinds jaar en dag zingen jong en oud in gereformeerde kringen meerstemmig ‘het mooiste Paaslied’, zoals mijn oud-leraar Latijn Ph. Roorda Bzn 35 jaar gelden ‘Daar juicht een toon’ noemde. Geen wonder dat het Ere zij God sinds we gezangen zingen in de kerkdiensten in alle bundels opgenomen is. En dat in 2002 op unaniem voorstel van Deputaten Kerkmuziek (!) door de Synode van Zuidhorn met slechts 3 (!) stemmen tegen Daar juicht een toon, daar klinkt een stem is opgenomen in het nieuwe kerkboek.

Nu zijn ze allebei geskipt uit het nieuwe Gereformeerde Kerkboek. En waarom? Omdat deze synode blijkbaar op een ondoordacht moment besloten heeft, dat bij het schrappen van liederen uit het bestaande Gereformeerde Kerkboek dezelfde criteria gelden als in het verleden voor het toevoegen van liederen. Namelijk: als 25% het niet eens is met het voorstel van deputaten, komt een gezang niet in de bundel. En dus was, volgens het Nederlands Dagblad, voor bijna elk van de nu geschrapte gezangen wel een meerderheid, maar vond meer dan 25% het terecht om deze liederen te skippen. En dat, terwijl in de beide deputatenrapporten die op internet te vinden zijn, met geen enkel argument aangegeven is, waarom deze twee liederen  niet meer acceptabel zijn om opgenomen te worden in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek.

(Net als ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God’, ‘Jezus, leven van mijn leven’, ‘Halleluja, eeuwig dank en ere’ en ‘Nooit kan ’t geloof teveel verwachten’;  waarbij het dan weer opmerkelijk is dat ‘Samen in de naam van Jezus’ het blijkbaar wel gehaald heeft op de synode, want die wilden de deputaten in hun rapport ook laten vallen)

Ik vind dit dus ongelooflijk, kortzichtig en elitair.

Ongelooflijk: hoe haal je het in je hoofd om “een heel rijtje vrijgemaakte klassiekers”, zoals het ND het verwoordde, zonder inhoudelijke argumentatie via de achterdeur af te voeren uit het Gereformeerd Kerkboek. Vooral, omdat vorige synodes nadrukkelijk hebben uitgesproken, dat bij het nieuwe Gereformeerde Kerkboek de 41 gezangen uit het Kerkboek van 1984 zouden worden overgenomen.

Kortzichtig: er wordt al te pas en te onpas buiten de vrijgegeven liederen om gezongen, tot ergernis van het meer verontruste deel van ons kerkvolk. En dan gaan we als kerken nu ook nog eens een aantal zeer geliefde gezangen wegparkeren! Het effekt daarvan is, dat nu ook onze rechterflank buiten het kerkboek om gaat zingen. En, belangrijker nog, we krijgen een kerkboek waar straks geen enkele belangstelling meer voor is. Geliefde gezangen eruit, een nieuwe kerkorde erin, nieuwe liturgische formulieren die we al zes jaar hebben en door veel plaatselijke kerken al in een eigen brochure zijn afgedrukt – welke uitgever zal, in de wetenschap dat er in de GKV tegenwoordig uit allerlei bundels gezongen wordt en dat 75% van de kerken daarbij de beamer gebruikt, nog het risiko willen lopen om een 3e, geheel herziene editie van het Gereformeerd Kerkboek uit te  geven?

Elitair: een handvol deputaten en 10 synodeleden die meer de stijl van de hoogkerkelijke liturgie aanhangen besluit dat het eigenlijk niet kan om met Kerst Ere zij God en met Pasen Daar juicht een toon, daar klinkt een stem te zingen in een officiële eredienst. Het mág nog wel, volgens het verslag van het Nederlands Dagblad, maar qua melodie, toonzetting en taalkleed is het te erbarmelijk om nog in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek te worden opgenomen. Dat vind ik elitair denken. En het getuigt van weinig inlevingsvermogen. Het bederft mijn Kerst- en Paasstemming. De hoge heren beslissen over de hoofden van het gereformeerde kerkvolk heen wat ze mogen zingen. Ik denk dat een besluit als dit nog meer het gezag van een synode ondermijnt als bv. de besluitvorming over de vrouw in het ambt. Terugdraaien dus door middel van een ordevoorstel, zou ik zeggen tegen de voorstanders van deze twee zo niet prachtige, dan toch zeer geliefde kerkliederen. Want voor een ordevoorstel is een eenvoudige meerderheid van 50% genoeg J!

DE PRUISISCHE MARS

Ik kreeg van een college de volgende reaktie. Daar wil ik mee afsluiten.

De ‘Pruisische mars’ (zoals het ‘Ere zij God’ neerbuigend is genoemd) is zolang als ik mij kan herinneren al mikpunt van kritiek geweest. Maar het lied zit nog altijd in de ziel van het kerkvolk. Waarom zouden we het daaruit willen slopen? Uit een bundel schrappen is zó makkelijk. En of het het gewenste effect zal hebben?! Natuurlijk niet. Pas wanneer nieuwe Kerstliederen zich in de ziel van het kerkvolk (en daartoe reken ik mijzelf!) nestelen, zal het een keer een stille dood sterven. Maar wat zich nestelt in de ziel van het kerkvolk, dat laat zich niet eenvoudig sturen. De tijd zal het leren!

En dan nog twee toegiften:
A/ Beluister het ‘Ere zij God’ in een bijzondere uitvoering! https://t.co/n89qqoOMRJ
B/ Een synodelid vertelde mij dat Gezang 95 geskipt is omdat de inhoud niet klopt met de paasochtend en vanwege oud taalgebruik. Dat eerste is geen argument, want al afgewezen  in 2002 toen een tegenstemmend synodelid aanvoerde dat het juist stil was in Jeruzalem op die eerste paasochtend. En het tweede – dan ken ik er nog wel een paar. En wat te denken van het alternatief in het nieuwe Liedboek 2013? Lied 637 is een moderne bewerking van ‘Daar juicht een toon daar klinkt een stem’. Taalkundig elitair en inhoudelijk toch echt niet acceptabel als vervanging van Gezang 95 uit het huidige Gereformeerde Kerkboek:
1) O vlam van Pasen, steek ons aan, de Heer is waarlijk opgestaan! De Zoon, voor wie het duister zwicht, de Zoon is als de zon, zo licht!
2) De Vader laat niet in het graf zijn kind dat zoveel vreugde gaf, Hij tilt het uit de kille grond – het loopt als vuur de wereld rond.
3) De oude nacht voorgoed gedood, de toekomst kleurt de morgen rood; ziehier hoe God vergevend is en hoe zijn liefde levend is.
4) Ziehier het licht van lange duur, ziehier de Zoon, de zon, het vuur; o vlam van Pasen, steek ons aan – de Heer is waarlijk opgestaan!
Gelukkig hebben we ook nog een Groningse versie – in 2014 op Tweede Paasdag voor het eerst gezongen in een Grunneger Dainst die belegd werd door de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Uithuizen.
1/ Doar klinkt een toon joechaait een stem, dij gaalmt deur hail Jeruzalem. Doar gloort het nije mörgenrood.  De Zeun van God ston op oet dood!
2/ Gain graf huil Doavids Zeun omkneld, Hai overwon dei staarke held. Hai steeg oet ‘t graf deur aigen kracht, joa Hai is God, omkled mit macht!
3/ De angel is tou dood oethoald, want alles is veur ons betoald. Wèl in geleuf mit Jezus gaait, dij vreest veur dood en duvel nait.
4/ Want nou Heer Jezus opstoan is, begunt ons nije leven wis; een leven deur zien dood beraaid, een leven in zien heerlekhaid!

Geestelijke wijsheid i.p.v. ongeduld of afstel bij vrouw in ambt

De synode heeft een uitspraak gedaan in de M/V-discussie. Dat gebeurde nadat alle 36 synodeleden eerst zelf hun mening gegeven hebben over de vraag of ook in onze tijd ook vrouwen in het ambt mogen dienen. Ik vind van wel,  heb ik in  mijn vorige blog over dit onderwerp aangegeven (Welke G/geest is er uit de fles?). Als ik het goed gelezen heb, heeft de synode nu met 21 stemmen voor en 15 stemmen tegen uitgesproken, dat er een nieuw deputaatschap komt die in kaart gaat brengen “hoe de ambten van predikant, ouderling en diaken op een Schriftuurlijk verantwoorde wijze zo kunnen worden ingevuld dat vrouwen zich daarbinnen kunnen inzetten voor Gods koninkrijk” . Als argument bij dit besluit heeft de synode uitgesproken: ‘Het doorlopend spreken van de Schrift laat twee lijnen zien. De ene lijn is die van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw – de andere die van het verschil in verantwoordelijkheid die God aan man en vrouw heeft gegeven; deze beide lijnen moeten verdisconteerd worden.’ Met deze uitspraak neemt de synode dus niet de konklusie van deputaten M/V in de kerk over om uit te spreken dat ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen. Om te voorkomen dat men zou kunnen denken dat deze visie vanaf nu binnen de GKV onbijbels is, sprak de synode ook uit dat deze visie “vrij bespreekbaar moet zijn zolang er vanuit de Schrift geargumenteerd wordt.”

DANK DE GEEST VAN HET PINKSTERFEEST!

Op de vrijdag voor Pinksteren nam de synode dit besluit. En dus vroeg de synode na afloop, of er in de kerken voor dit besluit, dat gezamenlijk en in vrede genomen is, gedankt kon worden en Gods zegen erover te vragen. Dat zal ik komende zondag inderdaad graag doen, zoals Fokke Pathuis afgelopen zondag heeft gedaan (te vinden op zijn weblog http://bit.ly/1mvMz33). Want ik zie dit synodebesluit als een teken dat de Geest van Pinksteren ons tijd geeft om hier verder over na te denken. De Geest geeft wijsheid tegenover ongeduld en besluiteloosheid. Want wie vol van de Geest is, kan wel een paar jaar wachten als je ziet dat de eensgezindheid in Christus’ kerk  ver te zoeken is. En wie vol van de Geest is, zal niet eindeloos deze diskussie willen rekken met telkens weer een periode van drie jaar bezinning totdat deze schriftkritische ‘hype’ overgewaaid is. En toch … ik ben er naar beide kanten niet gerust op. Er is wél ongeduld, merk ik. En er is wél een neiging om wie voor vrouwen in de ambten is, weg te zetten als niet-bijbelgetrouw. Ik wil dat ook concreet aanwijzen.

WAT IS HET BEZWAAR VAN DE 15?

Het was geen unaniem besluit. Vijftien synodeleden konden er niet mee instemmen. De meesten nog wel met het besluit op zichzelf, maar niet met het onderliggende argument. Ze vonden dat het gesprek over de plaats van vrouwen in de kerk teveel wordt dichtgetimmerd als je uitspreekt dat er twee bijbelse lijnen zijn in de verhouding tussen man en vrouw, namelijk gelijkwaardigheid en verschil in verantwoordelijkheid. De 15 vinden namelijk niet, dat de Bijbel twee duidelijke lijnen leert. Dat is slechts één van de meningen binnen onze kerken, dus dat moet je als synode niet uitspreken.

Ik snap deze redenering wel. Voor je het weet heeft een synode weer iets geroepen waar anderen mee aan de haal gaan als een soort Vierde Formulier van Eenheid. Maar ik begrijp eigenlijk niet waarom dit nu zo’n pijnpunt is, dat je na de besluitvorming grote woorden gebruikt in de trant van dat deze synode hiermee ‘het laatste restje geestelijk gezag verloren heeft’ en dat met dit ‘laf en dwingend besluit’, dat een ‘raar gedrocht is’, nu ‘een groot deel van de kerken geschoffeerd en losgelaten’ is. Zulke woorden snap ik dus niet, tenzij het je eerste emotionele reaktie is (die zet ik per ongeluk ook wel eens op FB zonder tot 10 te tellen, en daarna haal ik ‘m er maar weer af).

AFSTEL = DE ANDER AFSCHRIJVEN

Maar misschien zit er nog iets anders achter deze duidelijke blijken van teleurstelling. En dat is dit: met deze besluitvorming lijkt het alsof de synode in de toekomst ruimte geeft aan twee benaderingen wat betreft ‘vrouw en ambt’. Maar je proeft toch tussen de regels door (ik wel tenminste), dat wie vooral insteekt op de lijn van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, ook als het gaat om de ambten, minder ruimte krijgt dan degenen die nadrukkelijk kiezen voor het verschil in verantwoordelijkheid, en dus mag de vrouw per definitie geen predikant of ouderling worden. Zeker als dan ook nog gezegd wordt, dat de eerste visie ‘vrij bespreekbaar’ is als je dat vanuit de Bijbel doet, terwijl dat niet gezegd wordt bij de tweede visie, want die kan ook op puur conservatisme of ordinaire vrouwonvriendelijkheid gestoeld zijn. Of, zoals ik ook tegenkom, doordat wie zich vóór de vrouw in het ambt uitspreekt, zoals de deputaten, het verwijt krijgen: ‘Jullie zeggen recht te willen doen aan wat de Schrift zegt als context aanreikt. Maar in feite is de context voor jullie een zelfstandig gegeven, tegenóver de Schrift.’ En als dan ook nog als waarschuwend voorbeeld de scheepswrakken van de synodale Gereformeerde Kerken in de jaren ’70 en de Christian Reformed Churches in de jaren ’90 wordt aangehaald, alsof daar de schriftkritiek ook begon met het toelaten van de vrouw in het ambt – nou, dan heb ik niet de indruk dat ik als voorstander van lijn A als een gelijkwaardige gesprekpartner beschouwd wordt door mijn broeder of zuster die op lijn B zit.

Ik geloof wél dat wie voor de vrouw in het ambt is, recht wil doen aan wat onze goede God in de Bijbel zegt over dit onderwerp. En ik geloof er niets van, dat de vrouw in ambt de oorzaak is van de toenemende vrijzinnigheid in Nederland. Dat kwam veel meer omdat in de hervormde kerk in de jaren ’60 een hoogleraar zijn portie al aan Fikkie gaf als het om het verzoenend lijden en sterven van Christus ging, en omdat in de jaren ’70 in de synodale kerken Kuitert en Wiersinga hetzelfde beweerden: God is niet Iemand die bloed wil zien en Jezus is niet voor onze zonden gestorven. Dat waren toevallig allemaal mannen die dat beweerden. En de landelijke synodes van beide kerken, ook nog voor het merendeel bestaand uit mannen toendertijd, lieten het gewoon toe dat deze schriftkritische hoogleraren met deze humanistische standpunten hun studenten beïnvloedden.

ONGEDULD MOET  NIET LEIDEN TOT VERTREK

Ik merk dat de teleurstelling bij veel kerkleden groot is. En ik hoor dat sommige synodeleden op het punt stonden ermee te kappen. Dat zou ik heel erg jammer vinden. Dat lijkt me nu typisch een staaltje vrijgemaakt ongeduld. Als wij ergens van overtuigd zijn, moet het ook meteen gebeuren. En nu het onderwerp ‘vrouw en ambt’ eindelijk boven tafel ligt en voor het eerst in alle openlijkheid besproken wordt, moet er meteen een besluit vallen dat overeenkomt met hoe ik de Bijbel lees, namelijk dat vrouwen in onze cultuur evengoed het Woord van onze God kunnen brengen. En als dat niet in de GKV mag? Fijn dat de PKN dan een uitwijkplaats biedt. Maar dan laat je volgens mij persoonlijke overtuiging en idealen prevaleren boven een hotelkerk waarvan ik nog steeds niet snap hoe je het als bijbelgetrouw dominee of domina voor jezelf rond krijgt dat een Klaas Hendrikse daar vrijuit alles mag ontkennen waar jij in gelooft, en waarin collega die zelf zeer bijbelgetrouw is, vrijmoedig alle huwelijken, tweede huwelijken, homohuwelijken en interreligieuze huwelijken inzegent van iedereen die trouw, af en toe of anders nooit in de kerk komt. Dan kun je, zoals ik in mijn vorige blog (http://t.co/YIRdnk1yfo) al schreef, beter een Truus op de kansel hebben die Gods Woord verkondigt dan een Joop op de kansel die Gods Woord om zeep helpt. Maar uiteindelijk lost het niets op. In mijn geboortedorp is de synodale kerk die in de jaren ’80 liever een vrouw uit Apeldoorn dan een man uit Amsterdam als predikant had, 25 jaar later wel gefuseerd met de volstrekt vrijzinnige hervormde kerk. En wie daarin niet mee kon gaan, werd CGK of GKV of baptist.

Wat ik er maar mee zeggen wil: in onze vrijgemaakte kerken wordt nog steeds elke zondag vanaf elke kansel gebeden om de Heilige Geest, of Hij de predikanten voluit Gods Woord wil laten brengen en de harten van de luisteraars daarvoor wil openen. Dus waarom zouden de voorstanders van de vrouw in het ambt uit ongeduld en teleurstelling of  persoonlijke ambitie weggaan?  Daarmee verheffen ze hun standpunt als het enige bijbelse en vinden ze, net als de tegenstanders van de vrouw in het ambt, de vraag WIE het Woord van God mag bedienen blijkbaar belangrijker dan het feit DAT het Woord van God over heel de linie trouw verkondigd wordt. Iemand zei 10 jaar geleden eens tegen mij, toen de discussie over de zondagsrust op z’n hoogtepunt was: ‘Niemand ging in de tijd van de Reformatie voor de visie op de zondag de brandstapel op. Want het raakt niet de kern van het geloof.’ Ik hoop dat voor- en tegenstanders van de vrouw in het ambt tot diezelfde conclusie komen, door niet uit ongeduld de kerk te verlaten of ermee te dreigen wanneer de dag komt dat ook vrouw het Woord van God mag verkondigen. Want, las ik in een FB-berichtje van een collega: “We hebben elkaar nodig en moeten nog meer door de Heilige Geest leren in de ander niet een vermeende progressieve schriftcriticus of vermeende conservatieve angsthaas te zien.”

EN NU GAAT HET DUS OVER DE VISIE OP HET AMBT

We wilden een uitspraak over de vrouw in het ambt. We krijgen een studiedeputaatschap over de ambten. Daarin staat, zo schreef de synode, de vraag centraal: ‘Kunnen de ambten zo gestructureerd worden dat ook vrouwen zich daarin kunnen inzetten in Gods koninkrijk?’ En meteen ging het over de vraag, of we  dan een kleine oudstenraad van mannen krijgen, waaronder het hele brede scala van prediking, catechese, pastoraat en diakonaat kan vallen en waarin op alle onderdelen ook door de Geest begaafde vrouwen ingezet kunnen worden. Ik vind het nog steeds een noodkonstruktie. Het doet mij denken aan een ‘raad van commissarissen’  – formeel eindverantwoordelijk, maar als het erop aan komt, niets in te brengen, omdat de manager van elke hoofdafdeling veel beter weet waar het om gaat dan de hoge heren. En ik weet haast wel zeker dat het niet toepasbaar in kleine en middelgrote gemeentes onder de, pak ‘m beet, 500 leden.

Tegelijk werkt het op sommige  plekken wel, zoals in de zeer bijbelgetrouwe Redeemer Presbyterian Church van Tim Keller in New York. Daar worden capabele broeders en zusters vrouwen op alle onderdelen van het kerkelijk leven op grond van hun gaven en niet op grond van hun man- of vrouw-zijn ingezet. Behalve in de oudstenraad, waarin ook alle predikanten zitten. Geen vrouwen als eindverantwoordelijke op de kansel dus, daar in New York. Daarin kan Kathy Keller, eveneens afgestuurd theoloog, zich volledig vinden, vertelt ze in hoofdstuk 6 van Het huwelijk, het boek dat Tim & Kathy Keller samen geschreven hebben. Ze laat zich heel sterk inspireren door de manier waarop Christus zowel de rol van dienend hoofd als van dienende helper op zich genomen heeft (Fil. 2:5-11). Die beide rollen deelt Christus vervolgens in het huwelijk toe aan de man en aan de vrouw met een verwijzing naar Christus en de kerk (Ef. 5:22-33). Zelf denk ik, dat het alleen maar kan funktioneren als er aan twee voorwaarden voldaan wordt: volledige gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen op alle nivo’s in de gemeente van Christus en de bereidheid van vrouwen en mannen om niet in alles dezelfde rechten op te eisen ten koste van de eenheid van de gemeente.

Maar de vraag blijft bij mij hangen, zoals Gerard ter Horst ook al in het ND van 7 juni opmerkte: “waarom zouden vrouwen eigenlijk geen oudsten mogen zijn?” Was het antwoord op die vraag maar net zo makkelijk als de vraag: “waarom zouden mannen eigenlijke geen kinderen mogen krijgen?” Scheppingsgegeven!

DOOP en BELIJDENIS in één KERKDIENST + een mooie OPZET

Op Pinksterzondag geven in Assen-Peelo zeven jongeren hun JA-woord aan God en Jezus. De Heilige Geest is ook in hun hart uitgestort. Eén van hen zal ook gedoopt worden. God gaat altijd voorop, in ieders leven. Van zulke magnifieke momenten word ik erg blij van binnen. Want belijdenis doen van je geloof = JA-zeggen tegen de God van je leven. Daar zijn wij bij de schepping al voor bestemd. Daar worden wij door het offer van Jezus voor geschikt gemaakt. Daar laat de Heilige Geest ons van zingen. Ja, I was born, I was born to sing for You, I didn’t have a choice but to lift You up and sing whatever song you wanted me to. I give you back my voice. From the womb my first cry, it was a joyfull noise … Only love can leave such a mark, only love can heal such a scar. Justified till we die, you and I will magnify The Magnificent, zingt U2 vol overgave. En op de dag van Pinksteren prijst een volle kerk vol overgave het werk van Gods Geest in deze zeven jongeren.

Belijdenisgroep 2014 collage

Foto: Philip Roorda

Maar hoe geef je zo’n dienst nu vorm? Dopen en belijdenis in één dienst vraagt wel wat creativiteit van de voorganger. In het boek ‘De werkers van het laatste uur” van Stefan Paas kwam ik een aantal jaar geleden een mooi voorbeeld tegen hoe je aan dit fantastische gebeuren vorm kunt geven. In kombinatie met de bestaande formulieren die we in de GKV gebruiken voor volwassendoop en geloofsbelijdenis heb ik er een mix van gemaakt die misschien ook door anderen gebruikt kan worden. Dus zet ik ‘m hier maar neer voor vrij gebruik.

Formulier voor volwassendoop en geloofsbelijdenis    

Vandaag doen in deze kerkdienst een aantal jongeren belijdenis van hun geloof. Daarbij zal één van hen ook gedoopt worden. Allebei –belijdenis doen en je laten dopen, komt ook in de Bijbel voor.  De opdracht om te dopen is afkomstig van niemand minder dan de Here Jezus Zelf. Kort voordat Hij naar de hemel ging gaf hij zijn leerlingen dit bevel: “Trek erop uit en maak alle volken tot mijn leerlingen en doop ze  in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” Aan die opdracht geven we gehoor als er gedoopt wordt

Als er in de kerk van Jezus Christus iemand gedoopt wordt, moet je drie dingen goed beseffen.

1/ Dopen is schoongewassen worden van je zonden door de Here Jezus

De doop laat je inzien dat dat echt nodig is. Als mens maak je fouten en schiet je telkens tekort. Dat doe je al tegenover elkaar en dat doen je helemaal tegenover God. Die zonde zit er al in vanaf het eerste begin van je leven en leidt uiteindelijk tot je ondergang.  De doop zet je daarbij stil en leert je daarover na te denken, zodat je een afkeer krijgt van de zonden die je doet en op zoek gaat naar een manier om daarvan gereinigd en gered te worden. Jezus onze Heer zei hierover eens: “Je moet opnieuw geboren worden om Gods rijk binnen te gaan.” Dat is het eerste dat de doop uitbeeldt: ieder mens heeft vergeving nodig om weer bij God te kunnen horen. Dat kan alleen God Zelf je geven.

Dat is het tweede, en tegelijk ook de kern, van wat de doop je laat zien.

2/ Je wórdt ook echt schoongewassen van je zonden door Jezus Christus onze Heer, want Hij is onze reiniging en ons behoud.

In de christelijke kerk wordt altijd gedoopt  in de  naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Bij je doop kom je op naam van God te staan. De Vader belooft je, dat je zijn kind bent. Hij sluit met jou een verbond dat voor altijd blijft gelden. Hij zorgt voor jou met goede dingen. En als kwaad je treft, mag je zeker weten dat God  alle dingen doet bijdragen ten goede voor wie God liefhebben. De Zoon, onze Here Jezus, belooft je dat Hij jouw zonden afwast. Daarvoor is hij gestorven en ook weer uit de dood opgestaan. Dat werkt krachtig door in jouw leven: je mag een nieuw mens zijn. God rekent jouw je zonden niet meer toe. Je staat vrij voor God. De Heilige Geest belooft je, dat Hij in je wil wonen en je tot een bewust, aktief gelovige wil maken. Hij legt steeds weer de band tussen jou en Christus en zorgt er zo voor dat de vergeving en de vernieuwing telkens weer je leven binnenkomen. Hij gaat daar mee door tot jij op de nieuwe aarde volmaakt bent, samen met de mensen die God daarvoor heeft uitgekozen.

Het derde dat je over de doop mag leren is dit:

3/ Je wilt ook echt als gelovige leven zoals God dat graag ziet, doordat de Geest van Jezus Christus onze Heer je leven positief vernieuwt.

Omdat de doop iets van Gods kant is kan het niet zonder gevolgen blijven in jouw leven van alledag. God wil dat je Hem liefhebt en vertrouwt met alles wat er in je is. God vraagt dat je naar Hem luistert en Hem volgt, ook als dat soms tegen je gevoel in gaat. Dat kan soms diep insnijden in je leven. Als je dat hoort en je kijkt naar je leven, denk je misschien: ‘Dat red ik nooit! Ik blijf steeds weer zondigen!’  Maar vertrouw juist dan op God: Hij wil vergeving en vernieuwing geven, telkens weer. Sta daarom ook telkens weer op in het nieuwe leven dat God geeft en vraag steeds om de kracht van zijn Heilige Geest.

Wanneer je als volwassene openlijk wilt bekennen dat je bij God wilt horen, zoals XX vandaag, word je gedoopt als je eerst je geloof hebt beleden. Eerst geloven en dan gedoopt worden, zo is het voor volwassen mensen. Die volgorde hoor je in de doopopdracht die Jezus onze Heer aan de leerlingen meegaf: “Trek erop uit en maak alle volken tot mijn leerlingen en doop ze in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” En Jezus zei toen ook (hoor die geweldig belofte!):  “Wie gelooft en zich laat dopen zal gered worden.” Die volgorde hielden de leerlingen dan ook aan als zij mensen doopten. Zoals eens Gods dienaar Filippus zei tegen een man uit Ethiopië die gedoopt wilde worden: “Als je geloof met heel je hart, mag je gedoopt worden.” De man zei toen: “Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is”, waarna Filippus hem doopte. Diezelfde volgorde houden wij in de kerk ook aan als het gaat om volwassen mensen gaat: eerst geloven in de rijke inhoud van Gods goede nieuws en voor dat geloof uitkomen door je persoonlijke belijdenis, en dan gedoopt worden. Anderen zijn als kind van gelovige ouders gedoopt. Want in zijn goedheid en genade is de HERE heel royaal.  Hij gaat altijd voorop met zijn beloften. Zo heeft Hij ook aan jullie, XX laten weten, dat Hij de God van jullie leven is. Als antwoord op je doop ziet de HERE graag dat je van het geloof dat Hij Zelf aan jou gegeven heeft, een krachtig getuigenis geeft in aanwezigheid van velen, net als lang geleden Timoteüs deed, die oprecht gelovig is opgevoed door zijn grootmoeder Loïs en zijn moeder Eunike.

Zingen: Opwekking 461 – ‘Mijn Jezus, mijn Redder’

Ik wil jullie allemaal vragen om te gaan staan en om tegenover God en zijn gemeente een eerlijk antwoord te geven op de volgende vragen:

* Geloof je in God de Vader, de Almachtige, die de hemel en de  aarde, de mensen en ook jou geschapen heeft? Erken je dat je als zondaar in de schuld staat bij God, omdat je uit jezelf niet in staat bent te doen wat goed is in Gods ogen? Beken je dat je met gedachten, woorden en daden de geboden van de Heer vaak hebt overtreden? En heb je berouw over deze zonden?

* Geloof je in Jezus Christus, Gods Zoon, die ook voor jou als Verlosser gekomen is om door zijn kruisdood jou te bevrijden van je zondeschuld? En geloof je dat Jezus Christus je roept om zijn naam te belijden als de enige op aarde die mensen redding biedt?

* Geloof je in de Heilige Geest, die ook God is en in mensen het geloof tot stand brengt en daarin laat groeien? Verlang je naar het nieuwe leven, dat Jezus Christus je geven en leren wil door zijn Heilige Geest? Is het je hartelijke wens om je je hele leven te laten vormen door Gods Woord en het Avondmaal trouw te gebruiken? En beloof je je leven in dienst te stellen van God en dienstbaar te zijn aan de opbouw van Christus’ gemeente, nu je daarvan door de kracht van de Heilige Geest een levend lid bent?

* Belijd je dat inhoud van het Oude en Nieuwe Testament, zoals die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en in deze gemeente verkondigd wordt, Gods plan over onze verlossing volledig bevat? Zul je, zo lang je leeft, aan deze belijdenis vasthouden en alles verwerpen wat tegen Gods Woord ingaat? En ben je bereid om gewillig te luisteren naar alle christelijke aansporingen en vermaningen wanneer dat nodig mocht zijn?

Wat is daarop jouw antwoord: JA + volgt doop door besprenkeling of onderdompeling / zegen op knielbank met handoplegging.

Zingen: Liedboek 341 : 2

Ik wil ook nog graag wat zeggen tegen iedereen die hier aanwezig is. Eerst tegen alle gemeenteleden van onze eigen gemeente. Willen jullie daarvoor gaan staan.

Aanspraak gemeente

Geliefde broeders en zusters, met elkaar zijn we heel erg blij dat we Gods grote daden in het leven van deze jonge christenen zien. Ze zijn nu allemaal belijdend lid van onze gemeente. God geeft hen aan ons en ons aan hen. Daarom wil ik ook jullie drie vragen stellen met het verzoek om die daarna met ‘JA’ te beantwoorden.

1/ Zijn jullie bereid om deze jongeren met liefde in onze gemeente te ontvangen?

2/ Willen jullie een voorbeeld zijn voor deze jongeren met woord en daad, in gebed en goede werken?

3/ En nemen jullie je oprecht voor om, waar nodig en mogelijk, deze jongeren te helpen en te ondersteunen in de verdere groei van hun geloof?

Wat is daarop jullie antwoord?      JA

Aanspraak gasten

En jullie, beste gasten, jullie zijn met zoveel personen in deze dienst, denk ik, dat je ook best mag gaan staan (maar als je wilt, mag je ook rustig blijven zitten). Ik ben blij dat jullie allemaal hier bij deze feestelijke doop- en belijdenisdienst aanwezig zijn. Ik hoop dat velen van jullie Jezus Christus al kennen en in Hem geloven als Heer en Verlosser. En als  dat nog niet zo is, is het mijn wens dat je Hem beter of weer opnieuw mag leren kennen in de weg van geloof en vernieuwing. Want wie gelooft, geniet dubbel. Van het leven nu en van het leven tot in eeuwigheid.

Zingen: Liedboek 341 : 2

Gebed

Vader in de hemel, we danken U voor uw zorg en liefde in het leven van deze jongeren. Geloof en vernieuwing ontvangen wij uit uw hand en dat maakt ons verwonderd en blij. Dank U, dat wij opmerken hoeveel U al gedaan hebt en hoe U bij ieder op uw eigen manier bezig was om hen voor te bereiden op deze dag – de dag van hun belijdenis en van de doop van XX.

Wij bidden U om uw goedheid en kracht, zodat deze jongeren hun ja-woord kunnen vasthouden en nakomen. Zegen hen met uw bescherming, zodat de zonde, de duivel en heel zijn rijk geen vat op hen krijgen.  Help hen door de moeiten heen een leer hen het lijden te dragen als dat nodig is. Laat geen twijfel toe in hun hart over uw goede bedoelingen en uw leiding in hun leven.

Wij bidden of U ons allemaal wilt blijven zegenen met uw Geest. Hij kwam met kracht op het Pinksterfeest. Geef dat Hij ook met kracht blijft werken in ieder van ons en in iedere gemeente van Christus, ook in onze gemeente. Dan zullen liefde, gebed en onderlinge zorg opbloeien en krijgt de duivel geen kans om het persoonlijke geloof en de onderlinge band in de gemeente af te breken.

Wij bidden ook voor de gasten in ons midden. Dank U voor iedereen die hier is. Hun aanwezigheid vergroot onze vreugde. Voor ieder die U niet kent zoals U echt bent, bidden wij of U zich aan hem of haar wilt openbaren. Laat geen middel ongebruikt en breek de belemmeringen af  die in het verleden zo vaak door onze eigen schuld ontstaan zijn. Dat vragen we van U in de naam van Jezus, onze Heer, die ons het Onze Vader heeft leren bidden. Volgt Onze Vader, gezongen of gebeden, al dan niet gezamenlijk of hardop