Geestelijke wijsheid i.p.v. ongeduld of afstel bij vrouw in ambt

De synode heeft een uitspraak gedaan in de M/V-discussie. Dat gebeurde nadat alle 36 synodeleden eerst zelf hun mening gegeven hebben over de vraag of ook in onze tijd ook vrouwen in het ambt mogen dienen. Ik vind van wel,  heb ik in  mijn vorige blog over dit onderwerp aangegeven (Welke G/geest is er uit de fles?). Als ik het goed gelezen heb, heeft de synode nu met 21 stemmen voor en 15 stemmen tegen uitgesproken, dat er een nieuw deputaatschap komt die in kaart gaat brengen “hoe de ambten van predikant, ouderling en diaken op een Schriftuurlijk verantwoorde wijze zo kunnen worden ingevuld dat vrouwen zich daarbinnen kunnen inzetten voor Gods koninkrijk” . Als argument bij dit besluit heeft de synode uitgesproken: ‘Het doorlopend spreken van de Schrift laat twee lijnen zien. De ene lijn is die van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw – de andere die van het verschil in verantwoordelijkheid die God aan man en vrouw heeft gegeven; deze beide lijnen moeten verdisconteerd worden.’ Met deze uitspraak neemt de synode dus niet de konklusie van deputaten M/V in de kerk over om uit te spreken dat ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen. Om te voorkomen dat men zou kunnen denken dat deze visie vanaf nu binnen de GKV onbijbels is, sprak de synode ook uit dat deze visie “vrij bespreekbaar moet zijn zolang er vanuit de Schrift geargumenteerd wordt.”

DANK DE GEEST VAN HET PINKSTERFEEST!

Op de vrijdag voor Pinksteren nam de synode dit besluit. En dus vroeg de synode na afloop, of er in de kerken voor dit besluit, dat gezamenlijk en in vrede genomen is, gedankt kon worden en Gods zegen erover te vragen. Dat zal ik komende zondag inderdaad graag doen, zoals Fokke Pathuis afgelopen zondag heeft gedaan (te vinden op zijn weblog http://bit.ly/1mvMz33). Want ik zie dit synodebesluit als een teken dat de Geest van Pinksteren ons tijd geeft om hier verder over na te denken. De Geest geeft wijsheid tegenover ongeduld en besluiteloosheid. Want wie vol van de Geest is, kan wel een paar jaar wachten als je ziet dat de eensgezindheid in Christus’ kerk  ver te zoeken is. En wie vol van de Geest is, zal niet eindeloos deze diskussie willen rekken met telkens weer een periode van drie jaar bezinning totdat deze schriftkritische ‘hype’ overgewaaid is. En toch … ik ben er naar beide kanten niet gerust op. Er is wél ongeduld, merk ik. En er is wél een neiging om wie voor vrouwen in de ambten is, weg te zetten als niet-bijbelgetrouw. Ik wil dat ook concreet aanwijzen.

WAT IS HET BEZWAAR VAN DE 15?

Het was geen unaniem besluit. Vijftien synodeleden konden er niet mee instemmen. De meesten nog wel met het besluit op zichzelf, maar niet met het onderliggende argument. Ze vonden dat het gesprek over de plaats van vrouwen in de kerk teveel wordt dichtgetimmerd als je uitspreekt dat er twee bijbelse lijnen zijn in de verhouding tussen man en vrouw, namelijk gelijkwaardigheid en verschil in verantwoordelijkheid. De 15 vinden namelijk niet, dat de Bijbel twee duidelijke lijnen leert. Dat is slechts één van de meningen binnen onze kerken, dus dat moet je als synode niet uitspreken.

Ik snap deze redenering wel. Voor je het weet heeft een synode weer iets geroepen waar anderen mee aan de haal gaan als een soort Vierde Formulier van Eenheid. Maar ik begrijp eigenlijk niet waarom dit nu zo’n pijnpunt is, dat je na de besluitvorming grote woorden gebruikt in de trant van dat deze synode hiermee ‘het laatste restje geestelijk gezag verloren heeft’ en dat met dit ‘laf en dwingend besluit’, dat een ‘raar gedrocht is’, nu ‘een groot deel van de kerken geschoffeerd en losgelaten’ is. Zulke woorden snap ik dus niet, tenzij het je eerste emotionele reaktie is (die zet ik per ongeluk ook wel eens op FB zonder tot 10 te tellen, en daarna haal ik ‘m er maar weer af).

AFSTEL = DE ANDER AFSCHRIJVEN

Maar misschien zit er nog iets anders achter deze duidelijke blijken van teleurstelling. En dat is dit: met deze besluitvorming lijkt het alsof de synode in de toekomst ruimte geeft aan twee benaderingen wat betreft ‘vrouw en ambt’. Maar je proeft toch tussen de regels door (ik wel tenminste), dat wie vooral insteekt op de lijn van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, ook als het gaat om de ambten, minder ruimte krijgt dan degenen die nadrukkelijk kiezen voor het verschil in verantwoordelijkheid, en dus mag de vrouw per definitie geen predikant of ouderling worden. Zeker als dan ook nog gezegd wordt, dat de eerste visie ‘vrij bespreekbaar’ is als je dat vanuit de Bijbel doet, terwijl dat niet gezegd wordt bij de tweede visie, want die kan ook op puur conservatisme of ordinaire vrouwonvriendelijkheid gestoeld zijn. Of, zoals ik ook tegenkom, doordat wie zich vóór de vrouw in het ambt uitspreekt, zoals de deputaten, het verwijt krijgen: ‘Jullie zeggen recht te willen doen aan wat de Schrift zegt als context aanreikt. Maar in feite is de context voor jullie een zelfstandig gegeven, tegenóver de Schrift.’ En als dan ook nog als waarschuwend voorbeeld de scheepswrakken van de synodale Gereformeerde Kerken in de jaren ’70 en de Christian Reformed Churches in de jaren ’90 wordt aangehaald, alsof daar de schriftkritiek ook begon met het toelaten van de vrouw in het ambt – nou, dan heb ik niet de indruk dat ik als voorstander van lijn A als een gelijkwaardige gesprekpartner beschouwd wordt door mijn broeder of zuster die op lijn B zit.

Ik geloof wél dat wie voor de vrouw in het ambt is, recht wil doen aan wat onze goede God in de Bijbel zegt over dit onderwerp. En ik geloof er niets van, dat de vrouw in ambt de oorzaak is van de toenemende vrijzinnigheid in Nederland. Dat kwam veel meer omdat in de hervormde kerk in de jaren ’60 een hoogleraar zijn portie al aan Fikkie gaf als het om het verzoenend lijden en sterven van Christus ging, en omdat in de jaren ’70 in de synodale kerken Kuitert en Wiersinga hetzelfde beweerden: God is niet Iemand die bloed wil zien en Jezus is niet voor onze zonden gestorven. Dat waren toevallig allemaal mannen die dat beweerden. En de landelijke synodes van beide kerken, ook nog voor het merendeel bestaand uit mannen toendertijd, lieten het gewoon toe dat deze schriftkritische hoogleraren met deze humanistische standpunten hun studenten beïnvloedden.

ONGEDULD MOET  NIET LEIDEN TOT VERTREK

Ik merk dat de teleurstelling bij veel kerkleden groot is. En ik hoor dat sommige synodeleden op het punt stonden ermee te kappen. Dat zou ik heel erg jammer vinden. Dat lijkt me nu typisch een staaltje vrijgemaakt ongeduld. Als wij ergens van overtuigd zijn, moet het ook meteen gebeuren. En nu het onderwerp ‘vrouw en ambt’ eindelijk boven tafel ligt en voor het eerst in alle openlijkheid besproken wordt, moet er meteen een besluit vallen dat overeenkomt met hoe ik de Bijbel lees, namelijk dat vrouwen in onze cultuur evengoed het Woord van onze God kunnen brengen. En als dat niet in de GKV mag? Fijn dat de PKN dan een uitwijkplaats biedt. Maar dan laat je volgens mij persoonlijke overtuiging en idealen prevaleren boven een hotelkerk waarvan ik nog steeds niet snap hoe je het als bijbelgetrouw dominee of domina voor jezelf rond krijgt dat een Klaas Hendrikse daar vrijuit alles mag ontkennen waar jij in gelooft, en waarin collega die zelf zeer bijbelgetrouw is, vrijmoedig alle huwelijken, tweede huwelijken, homohuwelijken en interreligieuze huwelijken inzegent van iedereen die trouw, af en toe of anders nooit in de kerk komt. Dan kun je, zoals ik in mijn vorige blog (http://t.co/YIRdnk1yfo) al schreef, beter een Truus op de kansel hebben die Gods Woord verkondigt dan een Joop op de kansel die Gods Woord om zeep helpt. Maar uiteindelijk lost het niets op. In mijn geboortedorp is de synodale kerk die in de jaren ’80 liever een vrouw uit Apeldoorn dan een man uit Amsterdam als predikant had, 25 jaar later wel gefuseerd met de volstrekt vrijzinnige hervormde kerk. En wie daarin niet mee kon gaan, werd CGK of GKV of baptist.

Wat ik er maar mee zeggen wil: in onze vrijgemaakte kerken wordt nog steeds elke zondag vanaf elke kansel gebeden om de Heilige Geest, of Hij de predikanten voluit Gods Woord wil laten brengen en de harten van de luisteraars daarvoor wil openen. Dus waarom zouden de voorstanders van de vrouw in het ambt uit ongeduld en teleurstelling of  persoonlijke ambitie weggaan?  Daarmee verheffen ze hun standpunt als het enige bijbelse en vinden ze, net als de tegenstanders van de vrouw in het ambt, de vraag WIE het Woord van God mag bedienen blijkbaar belangrijker dan het feit DAT het Woord van God over heel de linie trouw verkondigd wordt. Iemand zei 10 jaar geleden eens tegen mij, toen de discussie over de zondagsrust op z’n hoogtepunt was: ‘Niemand ging in de tijd van de Reformatie voor de visie op de zondag de brandstapel op. Want het raakt niet de kern van het geloof.’ Ik hoop dat voor- en tegenstanders van de vrouw in het ambt tot diezelfde conclusie komen, door niet uit ongeduld de kerk te verlaten of ermee te dreigen wanneer de dag komt dat ook vrouw het Woord van God mag verkondigen. Want, las ik in een FB-berichtje van een collega: “We hebben elkaar nodig en moeten nog meer door de Heilige Geest leren in de ander niet een vermeende progressieve schriftcriticus of vermeende conservatieve angsthaas te zien.”

EN NU GAAT HET DUS OVER DE VISIE OP HET AMBT

We wilden een uitspraak over de vrouw in het ambt. We krijgen een studiedeputaatschap over de ambten. Daarin staat, zo schreef de synode, de vraag centraal: ‘Kunnen de ambten zo gestructureerd worden dat ook vrouwen zich daarin kunnen inzetten in Gods koninkrijk?’ En meteen ging het over de vraag, of we  dan een kleine oudstenraad van mannen krijgen, waaronder het hele brede scala van prediking, catechese, pastoraat en diakonaat kan vallen en waarin op alle onderdelen ook door de Geest begaafde vrouwen ingezet kunnen worden. Ik vind het nog steeds een noodkonstruktie. Het doet mij denken aan een ‘raad van commissarissen’  – formeel eindverantwoordelijk, maar als het erop aan komt, niets in te brengen, omdat de manager van elke hoofdafdeling veel beter weet waar het om gaat dan de hoge heren. En ik weet haast wel zeker dat het niet toepasbaar in kleine en middelgrote gemeentes onder de, pak ‘m beet, 500 leden.

Tegelijk werkt het op sommige  plekken wel, zoals in de zeer bijbelgetrouwe Redeemer Presbyterian Church van Tim Keller in New York. Daar worden capabele broeders en zusters vrouwen op alle onderdelen van het kerkelijk leven op grond van hun gaven en niet op grond van hun man- of vrouw-zijn ingezet. Behalve in de oudstenraad, waarin ook alle predikanten zitten. Geen vrouwen als eindverantwoordelijke op de kansel dus, daar in New York. Daarin kan Kathy Keller, eveneens afgestuurd theoloog, zich volledig vinden, vertelt ze in hoofdstuk 6 van Het huwelijk, het boek dat Tim & Kathy Keller samen geschreven hebben. Ze laat zich heel sterk inspireren door de manier waarop Christus zowel de rol van dienend hoofd als van dienende helper op zich genomen heeft (Fil. 2:5-11). Die beide rollen deelt Christus vervolgens in het huwelijk toe aan de man en aan de vrouw met een verwijzing naar Christus en de kerk (Ef. 5:22-33). Zelf denk ik, dat het alleen maar kan funktioneren als er aan twee voorwaarden voldaan wordt: volledige gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen op alle nivo’s in de gemeente van Christus en de bereidheid van vrouwen en mannen om niet in alles dezelfde rechten op te eisen ten koste van de eenheid van de gemeente.

Maar de vraag blijft bij mij hangen, zoals Gerard ter Horst ook al in het ND van 7 juni opmerkte: “waarom zouden vrouwen eigenlijk geen oudsten mogen zijn?” Was het antwoord op die vraag maar net zo makkelijk als de vraag: “waarom zouden mannen eigenlijke geen kinderen mogen krijgen?” Scheppingsgegeven!

Advertenties

One thought on “Geestelijke wijsheid i.p.v. ongeduld of afstel bij vrouw in ambt

  1. Dag Ernst, Als NGK-er onthoud ik mij van commentaar op de synode-uitspraak over de vrouw in het ambt en daarom ook op jouw blog daarover. Maar één punt kan ik niet onweersproken laten: de Christian Reformed Church in Noord-Amerika als voorbeeld van het hellend vlak: wie begint met de vrouw in het ambt komt uit bij de vrijzinnigheid. Dat voorbeeld (in navolging van prof. van Bruggen) klopt niet. In 1983 besloot de CRC-synode tot openstelling van het diakenambt voor vrouwen, in 1990 volgden de ambten van ouderling en predikant. In beide gevallen was de beslissing niet gebaseerd op een of andere nieuwe hermeneutiek, maar op exegetische gronden. In diezelfde periode maakte de CRC de banden met de Gereformeerde Kerken in Nederland steeds losser vanwege de ruimte die daar werd gegeven aan de theologie van Kuitert, Wiersinga etc. In 1985 werd de avondmaalsgemeenschap opgezegd, in 1996 werden alle banden verbroken. Hoezo hellend vlak? In 2002 nam de CRC-synode een rapport aan over homoseksualiteit, waarin homorelaties klip en klaar werden afgewezen. Dat rapport stáát tot vandaag de dag. Hoezo hellend vlak? Dat moest me ter wille van de eer en goede naam van onze Amerikaanse en Canadese zusterkerken toch even van het hart. Zegen op je werk gewenst. In Christus verbonden, Ad de Boer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s