ALLEEN EEN OEN LOOPT MET EEN POMPOEN – over Halloween en Sint Maarten

Halloween rukt op. Op TV zag ik op 30 oktober een reportage waarin kinderen zich als skelet verkleedden of zich met bebloede mond en rooddoorlopen ogen lieten schminken. En ook sommige volwassenen gaan helemaal op in dit nieuwe fenomeen. Sommige kapsalons varen er wel bij. Het was  een reportage vol lugubere beelden, zodat ik al snel tot de konklusie kwam: Halloween is drie keer niks. Ook vraag ik me in alle ernst af wat voor toegevoegde waarde al die doodsmaskers enz. hebben voor de kinderen die op dit feest met een uitgesneden verlichte pompoen langs de deuren gaan om daarmee wat snoep op te halen.

Nu zijn er christenen, die Halloween heel erg occult en satanisch vinden. De vereniging Bijbel & Onderwijs heeft bijvoorbeeld een brochure uitgegeven met als titel ‘Halloween, mij niet gezien’. Die brochure is digitaal te lezen zien op http://bijbelenonderwijs.nl/occult-en-licht/3979/. Daarin staat, dat de pompoen van Halloween vroeger bij de Kelten symbool stond voor de dolende ziel en gebruikt werd door mensen die sympathieën hadden voor satanisten. Halloween is een poging om de Keltische goden te doen herleven en wie met Halloween snoepjes uitdeelt aan kinderen die verkleed met een pompoen aan de deur staan, brengt in feite een offer aan de afgoden en komt in kontakt te staan met boze geesten. Dan ga je in tegen wat Paulus tegen de christenen in Korinte zegt: “Heidenen offeren aan demonen en niet aan God, en ik wil niet dat u één wordt met demonen.” (1 Kor. 10:20).Halloween pompoen

Dit vind ik moderne bangmakerij. Zo schrijft de Bijbel toch niet over de invloed van de duivel. Mozes waarschuwt de Israelieten in Deuteronomium 18:9-15 er nadrukkelijk voor, om geen kontakten te leggen met geesten om signalen te ontvangen over hoe jouw toekomst eruit zal zien of om te horen hoe het met je overleden moeder is. Dan stel je namelijk je vertrouwen op iemand anders dan op God Zelf, die mij heeft laten weten, dat Hij via Jezus en in de Bijbel tot mij spreekt. Als ik dan toch te rade ga bij vage raadplegers en wazige adviseurs, maak ik mij schuldig aan occulte vormen van afgoderij, waarvan Mozes in Deut. 18:14 nadrukkelijk zegt: ‘U moet volledig op de HERE, uw God, gericht zijn. Ook al luisteren de volken in het land dat u in bezit zult nemen wel naar wolkenschouwers en waarzeggers,  ú heeft de HEER, uw God, dat verboden.’

Maar occultisme is niet, dat je overal achterdochtig de afkomst van moet uitpluizen of het misschien in een ver verleden oorspronkelijk gebruikt werd om boze geesten op een afstand te houden (voor meer voorbeelden: zie mijn preek over Deut 18:13-15 onder ‘Preken – OT’  of klik hier). En dus laat je je vandaag de dag nog steeds in met boze geesten, als je meedoet met Halloween. Onzin, denk ik dan. Want wat kan een pompoen mij doen? Het ergste van Halloween is niet, dat het occult zou zijn, maar dat het als amerikanisme in de plaats van ons eigen Sint Maarten komt, net zoals die die geëmigreerde bolle-buik-Sinterklaas die tegenwoordig 20 dagen te laat met het verkeerde vervoermiddel de echt Sint concurrentie aandoet.

In het Nederlands Dagblad van 31 oktober ging Janneke Burger-Niemeijer in op de vraag hoe je als christelijke ouders met Halloween om moet gaan. Ze erkent de heidense oorsprong van het feest, ze vraagt zich af wat het met kinderen doet als ze op deze manier kennismaken met de wereld van geesten, bloed en dood, ze geeft aan dat ze zelf hun kinderen er niet aan mee laat doen, dat je ook niets moet uitdelen aan andere kinderen als je er zelf veel moeite mee hebt, maar dat je ook lolly’s met een kaartje ‘Jezus is het licht van de wereld’ of ‘Jezus is sterker dan de dood’ kunt uitdelen.

Dat laatste is leuk en aardig bedacht en zeker beter dan het advies van Bijbel & Onderwijs om kinderen met Halloween hun waarschuwende folder mee te geven. Maar voor mij persoonlijk is de lol van dit overgewaaide cultuurfeest er wel af nu het zulke lugubere trekken gekregen heeft zoals ik op TV zag. Ik heb een beter idee. Laat de rest van Nederland ook Sint Maarten gaan lampionnenoptochtvieren! Immers: ‘Elf november is de dag dat ik mijn lichtje, elf november is de dag, dat ik mijn lichtje dragen mag.’ En in die delen van het land (zoals Groningen, Drenthe, West-Friesland, Noord-Brabant, Limburg en Belgisch Vlaanderen) waar de kinderen met Sint Martinus altijd al langs de deuren gaan met hun lampion of uitgeholde voederbiet is het helemaal makkelijk. Hang met Halloween een kaartje op de deur waarop staat: Kom op 11 november met Sint Maarten maar weer terug met een lampion en een liedje, dan krijg je dan wat lekkers. Want alleen een oen loopt in die gebieden met een pompoen.

Hoewel: sinds wij weer in Assen wonen, krijg ik echt de kriebels van het meest afgrijselijkste Sint-Maartenlied dat ik ooit gehoord heb, namelijk: Mickey Mouse ging met z’n lichtje lopen, alle deuren vlogen open, Mickey Mouse zei ‘dank u wel’ en ging snel naar de volgende bel.’ Aarrgghh … zelfs Sint Martinus is door Walt Disney verpest! Doe mij maar een echt Sint Maarten liedje. Zoals deze, uut Grunnen:

Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern.

Doe daanst deur de stroaten, doe kist ’t ja nait loaten.

Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern.

 

Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern.

Vandoag gai ik lopen, mien laidje verkopen.

Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern.

Advertenties

Tot 10 tellen in geloof – over discipelschap en leerling van Jezus zijn

Het motto van een echte christen zou je als volgt onder woorden kunnen brengen:

GOD HEB IK LIEF!

Daarom wil ik als kind van God

1.  gehoorzaam zijn aan al zijn geboden,

2. in alle omstandigheden op Hem vertrouwen en

3. in alle situaties Jezus volgen.

Maar hoe doe je dat? Op mijn weblog heb  ik de pagina ‘Tot 10 tellen in geloof’ toegevoegd. Dat is de titel van een projekt met als ondertitel: samen oefenen om leerling van Jezus te zijn. Onder dit thema ben ik in de zomer van 2014 begonnen aan een langere serie preken over het volgen van Jezus aan de hand van de Tien Geboden. Veel christenen vinden het volgens mij namelijk best moeilijk om in de praktijk vorm te geven aan hun geloof. Je bent lid van de kerk en voor de rest hang je maar wat achterover. Dat is niet wat Jezus van je wil! Daarom wil ik samen met mijn gemeenteleden in Assen-Peelo tot 10 tellen in geloof. Zo willen we samen oefenen om op tien hele konkrete manieren leerling van Jezus te zijn in het leven van elke dag. Want Jezus roept in de Bijbel niemand op om een goede kerkganger te zijn. Hij roept de mensen die in Hem geloven op om een leerling van Hem te worden en Hem te volgen. Hij is Zelf het voorbeeld en zegt tegen ons: ‘Leer het van Mij en leer het aan elkaar.’ Dat kan heel mooi aan de hand van de Tien Geboden.

Ik kom er eerlijk voor uit, dat ik mij voor dit projekt heb laten inspireren door Sake Stoppels en Jos Douma. Zij schreven allebei een artikel over discipelschap en leerlingen van Jezus zijn in het blad ‘Dienst’ van ‘lente 2014’ (Stoppels) en ‘zomer 2014’ (Douma). Van Sake Stoppels komt de opmerking “Jezus roept leerlingen, geen kerkmensen.” En Jos Douma doet de suggestie om aandacht voor discipelschap te koppelen aan Gods Tien Woorden. Hij bracht mij op het idee om dit projekt ‘Tot 10 tellen in geloof’ te noemen.  Zelf is Jos Douma in Zwolle ook begonnen dit uit te werken. Hij heeft er zelfs een speciale blog-site voor opgestart onder de naam http://ikteltottien.wordpress.com/. En bijgaand plaatje dat ik regelmatig gebruik is de omslag van een boekje van A.F. Troost over ‘de Tien Geboden toen en nu’ met deze titel.

Tot 10 tellen - plaatjeVoor het overige heb ik helemaal mijn eigen spoor getrokken in het opzetten van dit projekt. Op de projektpagina staan thema-preken, kindmomenten, leesroosters, gespreksvragen en ander materiaal. Laat iedereen zich vrij voelen om er naar believen gebruik van te maken. Reakties en aanvullingen zijn uiteraard zeer welkom, evenals een gezonde diskussie voor wie de insteek minder geslaagd vindt.

Op de site van Jos Douma vind je ook een definitie van discipelschap. Volgens hem is het kenmerk van een leerling van Jezus kort gezegd:  Jezus vertrouwen en volgen. Hij werkt dat uit in een hele lange en een minder lange definitie van discipelschap. Ik heb die definitie nog wat verder ingekort. En ik heb er ook een kernachtige motivatie boven gezet, ontleend aan Psalm 116. Die ‘definitie van een christen’ heb ik de afgelopen maanden steeds in de preken gebruikt. Maar ik stap nu van het woord ‘definitie’ af. Het is me te kil en teveel vanaf de buitenkant geredeneerd. Als je echt leerling en volgeling van Jezus Christus wilt zijn, zul je deze ‘definitie’ eerder als statement en slogan gebruiken. Daarmee breng je je verlangen onder woorden. Het is dus geen definitie van een echte christen, maar eerder het motto waarmee je in het leven staat:

GOD HEB IK LIEF!

Daarom wil ik als kind van God

1.  gehoorzaam zijn aan al zijn geboden,

2. in alle omstandigheden op Hem vertrouwen en

3. in alle situaties Jezus volgen.

VERLAAT DE GEVANGENIS ZONDER BETALEN – over de uitwerking van de doop

Ik moet iets opbiechten. Ik schaam me er wel een beetje voor, want het is eigenlijk niet zo mooi. ‘t Is alweer zo’n 30 jaar geleden. Toen eh … toen ik 18 jaar was. Ja, toen heb ik een tijdje gezeten. Echt waar. In de gevangenis. Ik weet nog heel goed, dat m’n broer en zus allebei tegen me zeiden: ‘Het is je eigen schuld, Ernst, dat je in de gevangenis zit. Wij gaan je niet helpen. Je moet zelf maar weer zien, hoe je eruit komt.’ 

Daar zat ik dan. In de gevangenis. Weet je hoe ik daar terecht gekomen was? Nou, ik was in Groningen, want daar ben ik geboren. In de stad. Op de Grote Markt. En toen kwam ik die politie politie-agent tegen. Die stuurde me direkt naar de gevangenis. Ja, ik moest er meteen naar toe. Want ik had 7 gegooid. Met Monopoly. Vanaf de Grote Markt kom je dan  meteen op ‘Ga direkt naar de gevangenis’. Toen moest ik betalen – 5000 gulden. Anders mocht ik er Monopoly ga direktniet uit. M’n broer en zus Monopoly slechts op bezoekde wilden niet voor me betalen. En ik had geen geld meer. Maar gelukkig had ik nog wel die kaart, je weet wel: ‘Verlaat de gevangenis zonder te betalen.’ Die heb ik meteen ingeleverd. Dus mocht ik de volgende beurt gewoon weer meedoen.

In zijn eerste brief vertelt Petrus iets over de doop. Hij zegt in hoofdstuk 3 vers 21:

Door het water van de doop word je nu gered, want  de doop is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kun je vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus.

Doop Inée Oosterhof

Petrus vergelijkt hier de doop met het Monoplykaartje ‘Verlaat de gevangenis zonder te betalen.’  Want elke keer als ik zonde doe, ben ik in overtreding. Dan ga ik in tegen de regels van God. Dan stapel ik schuld op bij God. Dan heb ik Hem verdriet gedaan. En daar is de HERE boos over, over al die fouten die ik en iedereen maakt. Over al die zonde. Dus verdient iedereen straf. Straf van God. En die straf, dat is uiteindelijk dat ik dood ga. En naar de hel ga. Dat is, zegt Petrus, de gevangenis waar je terecht komt doordat je aldoor zoveel zonde doet.

Doop Mats de Jong

Als ik daar  goed over nadenk, kan ik daar bang van worden. Want eh … als God echt zo’n strenge straf geeft aan mensen die zondigen, dan zou ik ook wel eens in die gevangenis kunnen komen. Inderdaad. Maar denk dan eens aan het Monopoykaartje ‘Verlaat de gevangenis zonder te betalen’. Zo’n kaartje is er ook bij de HERE God! Jazeker, echt waar! Dat kaartje is mijn doop! Toen ik door mijn gelovige ouders gedoopt werd, zei God tegen mij: ‘Klein kind van mij, Ik haal jou uit de gevangenis van de zonde. Je hoort vanaf nu bij Mij. En je mag voor Mij gaan leven.’ Dat heeft de HERE God bij de doop tegen mij gezegd. En die doop blijf mijn leven lang geldig. Bij Monopoly moet je die Kans- of Algemeen Fonds-kaart weer onderaan de stapel leggen. Maar bij de doop is dat niet zo. Nee, ik mag je doop elke keer weer gebruiken. Elke keer weer, als ik zonde gedaan hebt. Als ik besef: ‘Nu zal God wel boos op me zijn. Nu kom ik vast niet in de hemel, maar als ik zo doorga, kom ik in de hel’ – dan denk ik aan mijn doop. Want toen heeft Jezus, mijn Heer, mij al toegezegd: ‘Ik was al jouw zonden weg. Je bent weer schoon voor God. Ik zorg in eigen Persoon voor, dat God in de hemel al jouw zonden vergeeft. Hier heb je het bewijs: je doop.’

Ja, bij mijn doop heeft Jezus dat echt tegen míj gezegd. En elke keer als ik gelovig denkt aan mijn doop, vergeeft God mijn zonden weer en mag ik bij Hem opnieuw beginnen. Elke keer weer mag ik mijn Vader in de hemel het kaartje van mijn doop laten zien. Dan mag ik de gevangenis meteen weer verlaten, zonder te betalen. Want Jezus mijn Heer heeft al voor mij betaald. Dat is de betekenis van de doop, zegt Petrus. Een gekregen, levenslang geldig. Ik mag altijd een beroep doen op Gods genade. Dankzij Jezus Christus, die voor mij stierf en in mij is opgestaan.

Verlaat de gevangenis - voorkantVerlaat de gevangenis - jpeg achterkant

 

 

 

 

 

Dit verhaal heb ik als kindmoment gehouden bij een preek over 1 Petrus 3:21. Deze preek verschijnt binnenkort op de pagina ‘Preken’ onder ‘NT’.

 

 

 

Bijbel in Gewone Taal uniek door zijn ongekende direktheid

De Bijbel staat weer eens op nummer 1 in de Top 10 van best verkochte boeken. En dat komt door de uitgave van de Bijbel in Gewone Taal. Die werd op 1 oktober gepresenteerd. Onze koning, Willem-Alexander, nam het eerste exemplaar in ontvangst.

Masterclass ‘Bijbel in Gewone Taal’

NBG BGT Willem Alexander 2Speciaal voor predikanten en voorgangers houdt het Nederlands Bijbelgenootschap de komende maanden door heel het land zes thematische lezingen over De kracht van gewone taal . Ze noemen het een “masterclass”, waarin Matthijs de Jong (bijbelwetenschapper en vertaler in dienst van het NBG) uitlegt welke keuzes er allemaal gemaakt zijn om de Bijbel in Gewone Taal te vertalen. De eerste van deze zes “masterclass”-sessies vond afgelopen maandag, 20 oktober, in Groningen plaats. Ik heb die informatiedag  (van 10:30 – 15:00) als heel erg stimulerend gevonden. De bedoeling van de Bijbel in Gewone Taal (BGT) is heel goed uitgelegd en er was veel ruimte voor vragen over het gebruik van de BGT.

De drie B’s  van …

Wat is nu het geheim van de BGT? Dit: de vertalers hebben geprobeerd om zo goed mogelijk drie uitgangspunten optimaal te gebruiken. Dat zijn de drie B’s van Begrijpelijkheid, Betrouwbaarheid en Beleving.

Begrijpelijkheid

De BGT heeft als kenmerk, dat het bekende woorden gebruikt en korte zinnen. Bovendien zet de BGT die in een logische volgorde voor de lezer. En de BGT heeft in elk bijbelboek tussenkopjes geplaatst die aangeven waar het over gaat (zoals in de oude vertaling ook veel gebeurde, terwijl de nieuwe vertaling juist weinig tussenkopjes heeft). Ook heeft de BGT ervoor gekozen om voor massieve begrippen als ‘verbond’ of ‘gerechtigheid’ of ‘koninkrijk der hemelen’ andere, meer gewone woorden te NBG Bijbel in Gewone Taalgebruiken.  Zo wordt ingewikkeld jargon vermeden. Vergelijk maar eens de volgende twee passages met elkaar!

Eerst een vers uit Matteüs 14. Het gaat over de storm op het meer. In de NBV staat dit vers onder het kopje Overvloed aan brood, gebrek aan geloof (Mat. 14:13-36). In de BGT staat dit vers onder het kopje Jezus loopt over het water (Mat. 14:22-33).

24 De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. NBV 2004

24 De leerlingen waren al een heel stuk het meer op gevaren. Ze hadden tegenwind. De golven sloegen hard tegen de boot. BGT 2014

Het tweede voorbeeld komt uit 2 Korintiërs 8. Daarin gaat het over de christenen in Macedonië, die het financieel niet breed hebben. Hen haalt Paulus als voorbeeld aan voor de rijke gemeente in Korinte als het gaat om hun royale bijdrage aan de kollekte voor de arme, vervolgde christelijke gemeente in Jeruzalem.

3 Ik verzeker u dat ze naar vermogen hebben gegeven, ja, zelfs boven hun vermogen. 4 Uit eigen beweging hebben ze ons dringend verzocht mee te mogen doen aan de collecte, waarmee de heiligen in Jeruzalem zullen worden ondersteund. NBV 2004

3-4 Ze vroegen aan mij: ‘Mogen wij meedoen met de actie om de christenen in Jeruzalem te helpen?’ Dat wilden ze heel graag. Ze gaven alles wat ze konden missen. Ik kan wel zeggen: meer dan ze konden missen! En dat deden ze uit zichzelf. BGT 2014

Betrouwbaarheid

Tegelijk is de BGT echt vanuit de grondtekst vertaald. Er is dus goed gekeken naar wat er in het Hebreeuws (OT) en Grieks (NT) staat. Maar men heeft ervoor gekozen om sommige dingen uitvoeriger weer  te geven en om bijbelse beelden weer te geven op een manier die vandaag goed begrepen wordt. Dan klinkt het soms iets anders, maar de inhoud is bewaard gebleven.

Een mooi voorbeeld is te vinden in het verhaal van Naäman. Waarom nam Naäman twee zakken grond uit Israel mee terug naar Syrië, zoals in 2 Koningen 5 staat. Dat wordt in de BGT iets meer uitgelegd. In de NBV staat dit vers onder het kopje De genezing van Naäman (2 Kon. 5:1-27). In de BGT staat het onder het kopje Naäman wil voortaan de Heer dienen (2 Kon. 5:17-20).

17 Toen zei Naäman: ‘Als u werkelijk niets van uw dienaar wilt aannemen, wees dan zo goed mij twee muildierlasten aarde mee te geven. Ik verzeker u dat ik nooit meer offers zal brengen aan andere goden dan de HEER. NBV 2004

17 Toen zei Naäman: ‘Ik zie dat u echt niets wilt hebben. Maar als u het goedvindt, wil ik graag wat aarde meenemen uit dit land, zo veel als twee ezels kunnen dragen. Op die aarde wil ik een altaar bouwen om offers te brengen aan de Heer. Ik zal nooit meer offeren aan andere goden. BGT 2014

En als het om bijbelse beeldspraak gaat, die net iets anders wordt weergeven, is Psalm 36 een goed voorbeeld.

2 De zonde spreekt tot de goddeloze, diep in zijn hart  – angst voor God kent hij niet. 10 Want bij u is de bron van het leven, door úw licht zien wij licht. NBV 2004

2 Slechte mensen horen de stem van het kwaad diep in hun hart. Ze hebben geen angst voor God. 10 Van u komt het leven, van u komt het licht. BGT 2014

Beleving

Wat de BGT ook uniek maakt is, dat hij “een  ongekende direktheid” heeft. Daar is het vertaalteam misschien nog wel het meest trots op, als ik Matthijs de Jong mag geloven. En dat terwijl het wel een hele bijbelgetrouwe vertaling is. Een knap voorbeeld staat in Job 6:8-13. Vergelijk de beide vertalingen maar eens met elkaar!

8 Laat toch gebeuren waar ik om vraag, laat God mijn hoop verwerkelijken. 9 Wilde hij mij maar verpletteren, zijn hand terugtrekken, mijn levensdraad afsnijden. 10 Dat zou een troost voor mij zijn, ik zou opspringen, ondanks de pijn die hij mij niet bespaart, ik heb de woorden van de Heilige nooit verloochend. 11 Ik heb geen kracht meer om te wachten. Met welk doel zou ik alles verdragen? 12 Is mijn kracht de kracht van stenen? Is mijn lichaam hard als brons? 13 Vind ik nog ergens hulp? Zal ik ooit weer aanzien krijgen? NBV 2004

8 Laat toch gebeuren wat ik vraag, laat God toch doen wat ik wil! 9 Laat hij me vernietigen, laat hij een eind aan mijn leven maken! 10 Dat zou me troosten. Dan zou ik blij zijn, ondanks alle pijn. Ik ben hem toch altijd trouw geweest? Ik heb toch steeds gedaan wat hij van me vroeg? 11 Ik kan niet langer wachten op de dood, ik heb geen geduld meer. 12 Ik voel me zwak en moe. 13 Niets kan me nog helpen, het komt nooit meer goed met mij.  BGT 2014

Wat kunnen we met de BGT in de kerk?

Tijdens de masterclass zei Matthijs de Jong ook, dat de BGT een ander doel heeft dan de NBV die in 2004 is verschenen. De NBV is echt bedoeld voor gebruik in de kerkdiensten. Het heeft een toegankelijk karakter, maar je moet er wel moeite voor doen. Vergelijk het met een autoblad of een computerblad die niet voor de professionals, maar voor de geïnteresseerde lezer is bestemd. Daarin staat alles over auto’s of computers eenvoudig uitgelegd. Maar er blijven toch veel vaktermen in staan. Zo is dat ook met de NBV van 2004. Die is echt, vind ikzelf, stukken makkelijker te lezen dan de oude vertaling van 1951. Maar als je nu de NBV 2004 met de BGT 2014 vergelijkt, dan zie je dat het allemaal nog korter, krachtiger en direkter kan. En dat is voor sommige (ja,  misschien wel voor heel veel) mensen winst. Ook in de kerk. Eén vrijgemaakte collega zei, dat hij de BGT meteen ging gebruiken in dovendiensten. Een ander gebruikt de BGT al op catechisatie. En zelf denk ik, dat de BGT ook heel geschikt is voor aangepaste diensten voor verstandelijk gehandicapten, voor jeugddiensten en voor gewone kerkdiensten waar veel gasten aanwezig zijn die weinig kennis van het christelijk geloof hebben – bv. sommige doopdiensten, trouwdiensten of Jongeren hoofdenbegrafenisdiensten. En ik denk zeker dat in het jeugdwerk de BGT hele goede diensten kan bewijzen! Wat dat betreft zou ik het Nederlands Bijbelgenootschap adviseren, zo snel mogelijk een jongereneditie uit te brengen. En ook een dundruk-editie, want nu zijn er alleen nog maar twee vuistdikke edities verschenen, voor privégebruik en als huisbijbel.

Kijk ook eens op de site van de BGT

Tenslotte: het NBG heeft een prachtige site gelanceerd met heel veel informatie over de BGT. Daar moet je beslist eens gaan kijken! Surf dus snel naar www.debijbelingewonetaal.nl.

Ernst Leeftink

BGT: Bijbel in Gewone Taal (vanaf 1 oktober) & Bijbel Gewoon Toegankelijk (maar niet meer vanaf 15 oktober)

Het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) kwam deze maand twee keer in het nieuws. Allereerst heel positief: op 1 oktober werd de Bijbel in Gewone Taal (BGT) officieel gepresenteerd. Aanstaande maandag, 20 oktober, ga ik in Groningen naar een zogenaamde Masterclass van het NBG over ‘de kracht van gewone taal ‘. Maar meteen daarna kwam het NBG negatief in het nieuws. Het NBG heeft vandaag namelijk de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 (de NBV) van de populaire, gratis te downloaden Bijbel App gehaald. Een onbegrijpelijke aktie, vind ik, die me nogal strijdig lijkt met het streven van het NBG om de Bijbel Gewoon Toegankelijk (BGT) te houden voor de mensen.

NBG Bijbel in Gewone Taal scheurkalenderIk schrijf deze blog hierover, omdat ik de volgend mail kreeg van een goede kennis. “Hallo Ernst, wist jij dat de Nieuwe Bijbelvertaling niet meer vrijgegeven is door het bijbelgenootschap om op de Bijbel app te mogen worden gebruikt! Om in te loggen bij het Nederlands Bijbel genootschap moet je lid worden à € 25 per jaar. Bij het vrije gebruik van de Bijbel app lag de drempel om de bijbel te lezen heel erg laag. Nu er voor betaald moet worden zullen velen dat niet meer doen. Het lezen van een bijbel word dus commercieel. Naast het lezen van een gewone bijbel maakte ik ook veel gebruik van de bijbel app. Ik vind dit zelf erg vervelend, dus wat moet de impact voor een niet-gelovige dan wel zijn die nieuws gierig is naar wat de bijbel leert.“

Ik heb het even nagekeken op de site van het NBG – www.bijbelgenootschap.nl. Daar is gisteren het artikel “Interactieve bijbelsite debijbel.nl gaat online” op geplaatst (klik hier). Daarin wordt uitgelegd dat  www.biblijanet.nl vervangen wordt door een nieuwe site met heel veel mogelijkheden. Die nieuwe site www.debijbel.nl is in z’n geheel beschikbaar voor donateurs van het NBG. Wie geen lid is, kan straks alleen de Statenvertaling, de NBG-vertaling van 1951 (binnen de GKV de ‘oude’ vertaling) en de NBV van 2004 bekijken. Omdat de NBV nu via de eigen website gratis ter beschikking komt, haalt het NBG deze vertaling nu van de gratis te downloaden Bijbel App af. Maar de motivatie is een hele vreemde! Allereerst wordt in het NBG-artiel omfloerst gezegd: “YouVersion heeft bekend gemaakt dat de Nieuwe Bijbelvertaling niet langer onderdeel is van de YouVersion app.” Kom op, denk ik dan, wees een kerel en zeg ronduit: “Wij hebben als Nederlands Bijbelgenootschap besloten om niet langer toe te staan datBijbel App de NBV gratis via de Bijbel App te lezen is.” Terwijl YouVersion het nieuws dus bekend gemaakt heeft, zegt het NBG, dat men zelf NBV van de Bijbel App verwijderd heeft, omdat “op de lange termijn een gratis app geen zekerheid biedt voor de ontwikkeling van nieuwe betrouwbare en betaalbare vertalingen.” Maar nog geen twee zinnen verder zegt het NBG:  “Twee jaar geleden was het voor ons een logische stap om de NBV beschikbaar te stellen via YouVersion.” En meteen daarna komt de aap uit de mouw: “Nu hebben we met debijbel.nl zelf de mogelijkheid om de NBV online beschikbaar te maken en bijbellezers te betrekken bij het werk van het Nederlands Bijbelgenootschap. Het maken van een betrouwbare vertaling vraagt tijd, deskundigheid en dus geld.” Hier komt de aap uit de mouw: het NBG wil meer donateurs. Daarom blijft de nieuwe website www.debijbel.nl niet gratis, zoals haar voorgangster www.biblijanet.nl. Dat kan ik begrijpen. Maar om deze reden wordt ook een logische stap die het NBG zelf twee jaar geleden bewust gezet heeft om de Bijbel Gewoon Toegankelijk te maken voor iedereen, zomaar ongedaan gemaakt. Dat vind ik echt een slecht beleid. De argumentatie dat de NBV voor iedereen beschikbaar blijft op de nieuwe website is een drogreden. Want een website gebruik je voor andere doeleinden dan een app op je mobiel, en bovendien is er niets veranderd: op de oude site was de NBV ook al gratis te raadplegen.

Erger nog vind ik, dat dit besluit  volgens mij op gespannen voet met één van de vier kerndoelen van het NBG (klik hier), namelijk nr. 2: De Bijbel beschikbaar stellen. En dit besluit werkt ook niet echt mee aan het bevorderen van kerndoelen 3 en 4: Begrip van de Bijbel bevorderen en De relevantie van de Bijbel laten ervaren. Als je bedenkt dat kerndoel 1 is: De Bijbel vertalen, heeft het NBG zichzelf op een 1 – 3 achterstand gezet. De Bijbel in Gewone Taal zette de score op 1 – 0. Maar door haar andere aktie is de Bijbel niet meer Gewoon Toegankelijk via een zeer relevante app (ook in de ogen van het NBG zelf). Dat levert drie dikke minpunten op, 1 – 3 dus. NBV 200 jaarHopelijk komt het jarige NBG terug snel op zijn besluit. En voor de rest laat ik de commentaren hierop, zoals de blog “De Bijbel achter een betaalmuur” van Wouter van der Toorn op www.creatov.nl en de reactie “Ook het evangelie kan niet altijd gratis zijn” van Marco van de Wetering in het Nederlands Dagblad van 15 oktober, voor wat ze zijn. Die zijn allebei wat kort door de bocht. Ik vind het vooral commercieel jojo-beleid van het NBG om zonder dat er iets wezenlijk veranderd is, de NBV van de veel gebruikte Bijbel App af te halen.

Waarom extra aandacht voor het Joodse volk? – n.a.v. de Israëlzondag en het appèl van Yachad

Yachad oudste broer‘Appèl op GKV – Joodse volk nu niet vergeten’ stond er op 2 oktober 2014 op de website www.gkv.nl. De kerkenraad van de GKV van Ommen-West en het bestuur Yachad, de organisatie ter bevordering van de evangelieverkondiging onder het Joodse volk die de GKV van Ommen-West in het leven heeft geroepen (www.yachad.nl),  vinden dat er binnen de vrijgemaakte kerken te vaak sprake is “van lauwheid in de houding tegenover het Joodse volk” en van “een gebrek aan bewustzijn van de diepe verbondenheid tussen kerk en Israël, zoals de Bijbel daarover spreekt.” Ook roept Yachad op om op de Israel-zondag (5 oktober a.s.) in de kerkdienst aandacht te besteden aan het joodse volk, onze oudste broer. Want hij is gevonden. Dus “… zullen we voor hem bidden?” – vraagt Yachad. Want “Evangelieverkondiging aan het Joodse Volk is immers een OPDRACHT  voor héél de kerk!  (Romeinen 11 : 28 – 32)– roept de website in vet, cursief en met hoofdletters uit. Ik voel me er wat ongemakkelijk onder. Niet alleen omdat ik gevraagd ben om elders aandacht aan de Israel-zondag te besteden en ik geen aparte preek hierover heb liggen. Nee, ik heb gewoon so-wie-so niet zoveel met het huidige Joodse volk, geloofsmatig gezien dan. Ik zal proberen uit te leggen waarom.

  1. In Psalm 87 is er sprake van, dat alle volken zich thuis gaan voelen in Sion. Niet Jeruzalem als hoofdstad van het Joodse volk. Maar in Sion, de plaats waar de tempel staat. Sinds Pinksteren wordt duidelijk, dat de tempel van God daar is, waar mensen in de naam van Jezus bij elkaar komen en God aanbidden in Geest en in waarheid. Dat is de grote ommekeer in de heilsgeschiedenis, waar Petrus en alle apostelen enorm aan moesten wennen.
  2. Ik lees in Romeinen, dat je jezelf alleen een kind van onze vader Abraham mag noemen, wanneer je hem volgt in zijn geloof, ongeacht je afkomst. Sinds Pinksteren komen uit alle volken mensen tot geloof in Jezus Christus, de door God beloofde Messias naar wie Abraham uitkeek, en zo is Abraham ‘de vader van ons allen’, zegt Paulus.
  3. Gods volk wordt in Romeinen 11 vergeleken met een edele olijfboom die aan God gewijd is. Die olijfboom is het oude volk Israel. Maar die olijfboom wordt, net als de wijnstok, door God Zelf bijgehouden en gesnoeid. Vanaf Pinksteren worden er talloze takken van wilde olijfbomen op de stam geënt en worden er talloze natuurlijke takken van de olijfboom afgebroken. De reden is duidelijk: de edele olijfboom is, net als de wijnstok, geworteld in Christus. Wie in Hem gelooft, maakt deel uit van de edele olijfboom. Daarbij is er geen onderscheid tussen Joden en andere volken, zegt Paulus, want ze hebben allen dezelfde Heer. Als je niet geloven wilt in die Heer, terwijl je oorspronkelijk bij Gods volk hoorde, word je als tak afgebroken. En als je niet geloven wilt in die Heer word je, als je nog niet tot Gods volk behoorde, zeker niet op de stam geënt.
  4. Er zijn, zegt Paulus in Romeinen 9-11, enorm veel Israelieten die Jezus niet aanvaarden als Messias en Heer. Daarom zijn ze allemaal door God afgebroken en afgekapt van de edele olijfboom. Pas als ze weer tot geloof komen, worden ze opnieuw op de edele olijfboom geënt – Deo Volente.
  5. En in de rest van het Nieuwe Testament lees ik, dat er geen onderscheid is. Geen onderscheid binnen de ene gemeente die nu Gods volk op aarde is. En geen onderscheid in de opdracht van apostelen en christenen om het goede nieuws van Jezus Christus overal te brengen, te beginnen in Jeruzalem en dan verder tot aan de uiteinden van de aarde.
  6. Tenslotte zie ik dat God in zijn ondoorgrondelijke wijsheid al die afgekapte nog steeds bij elkaar gehouden heeft. Want het Joodse volk bestaat nog steeds. Na de opstanden tegen de Romeinen rond de eerste eeuwwisseling in diaspora en sinds 1948 in Israel als zelfstandige natie. Maar de staat Israel en het jodendom erkennen nog steeds Jezus Christus niet als Verlosser en Heer.

Dus voel ik me wat ongemakkelijk onder de oproep om vooral toch niet het volk Israel te vergeten, omdat “Israel ons in het Koninkrijk van God is voorgegaan” (citaat uit het Appèl)  en in het Nieuwe Testament nog “een heilshistorische voorrangspositie” heeft, zodat tot op de dag van vandaag “het Joodse volk heilshistorisch gezien prioriteit heeft onder de volken.” (beide keren een citaat van de Yachad-site).menorah Volgens mij ligt het net ietsje anders. Ook dat zal ik proberen uit te leggen.

  1. Israel was tot Pinksteren als natie Gods volk, maar sinds Pinksteren is de christelijke gemeente, bestaande uit Joden en heidenen samen, Gods volk.
  2. Alleen het Israel tot Pinksteren is ons voorgegaan en had een voorrangspositie. Niet het Joodse volk van vandaag. Als het al onze oudste broer is, spreek dan ook met de gelijkenis van Jezus uit, dat die oudste broer in overgrote meerderheid nog steeds buiten staat, en dus nog niet gevonden is, zoals het plaatje op de Yachad-site ten onrechte suggereert. Hetzelfde geldt voor onze neven en nichten van de Islam. Die staan misschien wel dichter bij ons dan de meeste Joden, omdat zij als moslim Jezus niet volledig afwijzen, maar eren als één van de profeten. Maar zolang beiden Jezus niet als Verlosser en Heer erkennen, staan Jood en moslim nog steeds buiten en maken geen deel (meer) uit van Gods volk op aarde.
  3. En of er dan in de toekomst veel Joden alsnog tot geloof in Jezus Messias zullen komen? God weet het! Vandaag zien we dat vooral veel zonen en dochters van Ismael Jezus leren kennen zoals Hij werkelijk is. En wereldwijd zien we, dat God in een wereld die Hem eens massaal ongehoorzaam was, overal mensen tot geloof in Jezus Christus brengt. Daarin is Gods rijkdom, wijsheid en kennis onuitputtelijk. En zijn zijn oordelen en wegen even ondoorgrondelijk en onbegrijpelijk.

 Zo denk ik erover. Ik heb niet zoveel met de gedachte, dat we als gelovige persoonlijk en als vrijgemaakte kerken samen ons vooral moeten richten op het Joodse volk. Ik richt me liever op de mensen in Nederland die God zijn kwijtgeraakt en Jezus niet meer kennen. En ik voel met vooral verbonden  met mijn medebroeders en –zusters in Duitsland en Oostenrijk (zie mijn weblogartikel ‘Ook in Oostenrijk klinkt het Evangelie!’  klik hier). Anderen hebben de christenen in China of India of Papoea of waar dan ook in hun hart gesloten. Of willen niets anders dan aan gevangenen of prostituees of welke doelgroep dan ook het goede nieuws van Jezus brengen. En  gelukkig voelen weer anderen  in onze kerken een diepe verbondenheid met het Joodse volk en bidden ze hartstochtelijk tot God of Hij zoveel mogelijk afhouwen takken wil terugzetten op de edele olijfboom. Maar er zijn ook mede-christenen die zich bekommeren om de christenen in het Midden-Oosten. Ze zitten aan alle kanten klem. In Israel en de Palestijnse gebieden zijn zij vaak de oorspronkelijke bewoners, van wie de (toen Joodse of Samaritaanse) generatie na Pinksteren Jezus als Heer aanvaardde. Met al die verlangens is niets mis. Zo vullen we elkaar aan. Dat is ook Gods bedoeling, denk ik. Als je maar hart voor mensen hebt. Want het gaat God ook om mensen.  Zonder onderscheid. Dus ga ik op de Israel-zondag preken over Psalm 87. En zal ik zeggen, dat het daar niet om Jeruzalem en Israel als zodanig gaat. En al helemaal niet om het Joodse volk vandaag. Maar dat het in Psalm 87 om een profetie gaat. Er komt een tijd, dat Gods volk multi-cultureel zal worden. Omdat de HERE Zelf uit alle volken er mensen bij haalt. Dat gebeurt met Pinksteren. Dan gaan de deuren open. Dan wordt de blikrichting omgekeerd. Dan gaat Jezus met zijn Geest wereldwijd. Vanaf dan is christelijke gemeente Gods volk. Daar kan en mag iedereen zich thuis voelen, omdat God en Jezus daar wonen. Ik zal bidden of God wil bewerken dat nog veel mensen die nu zonder Hem leven, door zijn Geest zullen worden aangeraakt en zich zullen laten vinden. Joodse mensen – die dan heilshistorisch weer thuis bij hun God komen. En kerkverlaters – die dan verbondsmatig weer thuis bij hun God komen. En echte heidenen – die voor het eerst een thuis bij hun God vinden.