MET TONGENTAAL KOM JE HEEL WERELD OVER

Fish Internal Exile‘Speaking in tongues’ is de titel van een onverstaanbaar, maar toch bijzonder mooi nummer van Fish (voorheen de leadzanger van ‘Marillion’). En als ik in mijn enthousiasme luid en duidelijk Hasjie-barrie-kieba!’ roep, kan niemand mij uitleggen wat dat betekent. Spreek ik dan in tongen? Eén van de drie wondertekenen van het Pinksterfeest is het spreken in ‘vreemde talen’. In het Grieks wordt daarvoor het woord ‘gloossai’ gebruikt. Datzelfde woord wordt ook door Paulus gebruikt in zijn brief aan de christelijke gemeente in Korinte. Daar kwam het spreken in onverstaanbare klanken ook vaak voor. Volgens veel gelovigen is er hier niet sprake van vreemde talen, maar van tongentaal. Want het griekse woord ‘gloossai’ kan zowel ‘talen’ als ‘tongen’ betekenen.

HANDELINGEN

In het boek Handelingen is er drie keer sprake van het spreken in ‘vreemde klanken’. Met Pinksteren (Hand. 2:4+11), in het huis van Cornelius (Hand. 10:46) en bij de leerlingen van Johannes de Doper in Efeze (Hand. 19:6). In al deze drie gevallen gaat het om het spreken in vreemde talen (ook al vertaalt de NBV in Hand. 2 ‘gloossai’ met ‘talen’ en in Hand. 10 en 19 met ‘klanktaal’). Petrus zegt in Hand. 10 maar liefst twee keer, dat de gelovigen in het huis van Cornelius op dezelfde wijze de Heilige Geest hebben ontvangen zoals wij destijds (Hand. 10:47 en 11:15). Het is “hetzelfde geschenk” (“op volkomen gelijke wijze” zegt de bijbelvertaling van 1951) als met Pinksteren. Oftewel: ook Cornelius en de zijnen spraken buitenlandse talen. En als in Efeze de Heilige Geest opnieuw wordt uitgestort, mag je er vanuit gaan, dat ook die leerlingen van Johannes de Doper in andere talen gingen spreken (volgens het principe dat je Schrift met Schrift vergelijkt).

1 KORINTIËRS

Maar hoe zit dat met het woordgebruik van Paulus in de brief aan de Korintiërs? Spraken de gelovigen in Korinte af en toe in vreemde talen? Of raakten ze zo vol van de Heilige Geest dat ze in onverstaanbare, hemelse klanken Gods grote daden bezongen? Een belangrijk uitgangspunt is 1 Kor. 14:21. Daar haalt Paulus de woorden van de HERE God aan uit Jesaja 28:11-12. Daarin wordt geprofeteerd, dat er een tijd zal komen, dat de HERE “tot dit volk zal spreken door mensen die vreemde talen spreken, door de mond van vreemdelingen”, maar het resultaat zal negatief zijn, want “zelfs dan zullen ze niet naar Mij luisteren – zegt de Heer.” (1 Kor. 14:21 = Jes. 28:11+12b). Daarom zegt Paulus er meteen bij, in vers 22: ”Klanktaal (de ‘gloossai’) is dus een teken dat niet bestemd is voor de gelovigen maar voor de ongelovigen.”

IN EEN BUITENLANDSE TAAL

Op grond van het boek Handelingen, waar het altijd over vreemde talen gaat als het woord ‘gloossai’ genoemd wordt én op grond van de verwijzing naar Jesaja én omdat Korinte een internationale havenstad was, waar veel buitenlanders en vijandige joden waren, mag je de konklusie trekken, dat ‘tongentaal’ in heel het N.T. hetzelfde is als het spreken in andere talen. Het is een teken voor de ongelovige joden en heidenen, waardoor de Heilige Geest ze ervan wil overtuigen dat het heil van God in Christus gekomen is voor héél de wereld.

VROEGE KERKGESCHIEDENIS

In de vroege christelijke kerk spreken verschillende kerkvaders over het ‘spreken in tongen’

  • Irenaeus (180 na Christus) schrijft, dat men tot in zijn tijd nog steeds, net als in 1 Kor. 14, “vele broeders in de kerk horen die profetische gaven hebben, door de Geest in allerlei talen spreken, de verborgen dingen van de mensen tot het heil aan het licht brengen en de geheimenissen van God vertellen.” In de bewaard gebleven latijnse vertaling staat ‘per Spiritum universis linguis’. Dat geeft aan dat men bij het griekse woord ‘gloossai’ in die tijd dacht aan buitenlandse talen.
  • Tertullianus (200 na Christus) was een kerkvader die op latere leeftijd zich aangesloten heeft bij de Montanisten, een charismatische sekte in die tijd. Hij schrijft over de geestelijke gaven, dat in Jes. 28:11-12 al voorzegt wordt dat God later “in andere talen en met andere tongen” zal spreken. Hij heeft het ook over de gave van extase en geestvervoering en het uitleggen van talen. Het lijkt erop, dat Tertullianus beide vormen (vreemde taal en tongentaal) uit ervaring kende.
  • Chrysostomos (375 na Christus) vraagt zich af, waarom er in zijn tijd niet meer in vreemde talen of tongen wordt gesproken. Want op de eerste Pinksterdag “uitte de een zich direkt in de taal van de Perzen, de ander in die van de Romeinen, een ander in die van de Indiërs, weer een ander in een andere taal, en dit maakte aan de omstanders duidelijk dat het de Geest is die in elk zich uitte.” Vervolgens zegt Chrysostomos, dat niet alleen de apostelen, maar ook de gelovigen deze gave van de talen ontvangen hebben, want “als iemand gedoopt werd, sprak hij direkt in talen, en niet alleen in talen, maar velen profeteerden ook, en sommigen vertoonden ook vele krachten.” Daarbij verwijst hij naar 1 Kor. 12 en 14. Volgens Chrystostomos gaat het zowel in Handelingen als in 1 Korintiërs over het spreken in bekende, buitenlandse talen.
  • Tenslotte heeft ook Augustinus (425 na Christus) het consequent over ‘de talen van de volken’ als het om deze gave gaat. Hij zegt, dat het spreken in vreemde talen een teken van de Heilige Geest is uit de tijd van Pinksteren. Want toen bestond de kerk nog uit één volk, nl. Israel. Maar met Pinksteren liet de Heilige Geest de gelovigen al in alle talen van de volken spreken om aan te geven, dat de kerk “door te groeien onder de volken, zij in de talen van alle volken spreken zou.” Omdat de kerk in zijn tijd inmiddels het Evangelie van Jezus Christus in alle talen van de volken verkondigt, hoeft dit teken nu niet meer gegeven te worden, aldus Augustinus.

Zowel Chrysostomos als Augustinus reppen met geen enkel woord over het spreken in tongen als extatisch taal. De gave van het spreken in vreemde klanken is in hun tijd al verdwenen en zij vatten die op als het spreken in onbekende, buitenlandse talen.

TONGENTAAL VANDAAG

De ervaring van veel christenen om in tongen te spreken keur ik niet af. Zeker niet als het in het persoonlijke leven gebeurt en niet demonstratief in de samenkomsten vertoond wordt, vaak zonder uitleg erbij. Maar zeg er dan wel eerlijk bij: het hedendaagse ‘spreken in tongen’ is niet hetzelfde als het bijbelse ‘spreken in andere talen’.

Hoe kun je het spreken in tongen dan wel positief benoemen? Collega-predikant dr. E.A. de Boer (aan wie ik ook de verwijzingen naar de oude kerkvaders te danken heb) heeft het mij eens zo duidelijk gemaakt: in het persoonlijk gebed en in de lofprijzing kan soms de ‘emotionaliteit’ de overhand krijgen boven de ‘verbaliteit’. Dan gaat het gecontroleerde bidden met het verstand over in het uiten van onverstaanbare en onvertaalbare klanken. Het is dan niet vreemd dat dit als een gave van de Geest ervaren wordt, omdat het hart van de gelovige ook in zulke situaties openstaat voor God en zich in een vorm van lofprijzing tot de Heer richt.

In die richting kun je ook de gave van het spreken in ‘gloossai’ door Paulus in 1 Korintiërs 14 uitleggen (hoewel ik persoonlijk denk, dat het eerder om spreken in andere, bestaande talen gaat). Hij schrijft namelijk: Wie vreemde klanken uit, richt zich niet tot mensen, maar tot God. Niemand verstaat hem, want door de Geest gedreven spreekt hij onbegrijpelijke taal. (vers 2) En: Wie spreekt in klanken, put er alleen zelf kracht uit. (vers 4) Over dat laatste is Paulus niet negatief. Hij is zelfs blij met die gave. Maar hij gebruikt deze gave liever niet in de samenkomsten van de gemeente. Dan is het belangrijker om kennis door te geven of iets te profeteren of u te onderwijzen (vers 6). Vandaar dat Paulus ook zegt: Ik zou willen dat u allen in klanktaal kon spreken, maar ik wil nog liever dat u profeteert. Iemand die profeteert is nuttiger dan iemand die in klanktaal spreekt, tenzij hij uitlegt wat hij zegt, zodat de gemeente er baat bij heeft. (vers 5) En: Daarom moet iemand die in klanktaal spreekt bidden om de gave die te kunnen uitleggen. (vers 13) Dus trekt Paulus de konklusie: Ik heb, God zij gedankt, meer dan u allemaal de gave om in klanken te spreken. Maar tijdens een bijeenkomst wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand, om anderen iets te leren, dan duizend woorden in extatische klanken. (vers 18+19)

Als je in je eigen geloofsleven momenten kent, dat je in je dank aan God uitstijgt boven de gewone taal, is dat een waardevolle ervaring. Koester die en wees er blij mee. Het is een geschenk van God aan jou persoonlijk. Eén van de gaven die de Geest uitdeelt. Om het persoonlijk geloof te laten groeien. Terwijl andere gaven meer tot opbouw van de gemeente zijn. Die twee gaan altijd samen: de gemeente is er om het persoonlijk geloof te laten groeien. En als het persoonlijk geloof groeit, wil je je ook des te meer inzetten voor de opbouw van de gemeente.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s