Een trouwdienst is geen bruidsboeket – over de wens om toch ‘in de kerk’ te trouwen

Wanneer mag je ‘in de kerk’ trouwen?  Binnen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt was het antwoord lange tijd heel duidelijk: als bruidegom en bruid allebei (belijdend) lid zijn van de kerk. Maar het komt steeds vaker voor dat een gelovig kerklid gaat trouwen met een vrouw of man die niet gelooft of nog niet gelooft. Toch bestaat bij beiden de wens om de trouwdag ook een christelijke invulling te geven. Steeds vaker vraagt zo’n stel of de kerk op één of andere manier daaraan kan meewerken. Hetzelfde geldt voor gelovige kerkleden die gescheiden zijn en opnieuw gaan trouwen. Hoe ga je als kerk met zulke verzoeken om?

Als kerk aanwezig op de trouwdag

Echtscheiding trouwen in kerkIn nagenoeg alle kerken binnen de GKV wordt een huwelijk van een gemeentelid met een niet-christelijke partner niet kerkelijk bevestigd. Dat gebeurt in principe ook niet bij een tweede huwelijk na echtscheiding (tenzij er sprake was van overspel door de ex-partner).  Toen we hierover met elkaar doorspraken in de smalle ouderlingenraad van Assen-Peelo  kwamen we tot het volgende standpunt:

Ook als een volledige kerkelijke huwelijksbevestiging niet mogelijk is, willen we als kerk wel royaal tegemoet komen aan de oprechte wens van een aanstaand echtpaar om op hun trouwdag Gods Woord te laten horen en in een gebed om zijn zegen over hun huwelijk te vragen.

Mag het toch iets meer zijn?

Waarom kan er geen kerkelijke huwelijksbevestiging plaatsvinden als het om echtparen gaat waarvan de ene partner wel gelooft en de andere (nog) niet?  Is dat niet in strijd met de afspraak die in art. 70 van de oude kerkorde staat: De kerkeraad zal erop toezien dat de huwelijken kerkelijk bevestigd worden, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier dient te worden gebruikt.

Vóór de oorlog werd in de ongedeelde Gereformeerde Kerk op grond van dit artikel bijna elk huwelijk kerkelijk bevestigd. Ook als het om één dooplid met een ongelovige ging. Maar na de Vrijmaking is bijna zonder diskussie gekozen voor een andere lijn: je kunt alleen oprecht je JA-woord in de kerk herhalen en Gods zegen over je huwelijk vragen, als je dat allebei ook echt  gelooft. Meestal (niet altijd) werd daarbij ook de voorwaarde gesteld, dat je allebei belijdenis moest hebben gedaan voor  je in de kerk kon trouwen.

Ik denk dat dit nog steeds een terechte wijziging is geweest. Bij een kerkelijke huwelijksbevestiging is de situatie anders dan bij de doop van een kind van één gelovige en één niet-gelovige ouder. Daar wordt de doop bediend aan het kind en kan de ongelovige ouder aanwezig zijn, het kind bij de doop vasthouden en eventueel een aangepaste doopvraag beantwoorden.

Bij het trouwen gaat het om het bruidspaar zelf. Zij herhalen in de kerk hun beloften die ze op het stadhuis gegeven hebben nogmaals tegenover elkaar voor God en zijn gemeente. En ze ontvangen daarna de zegen van de HERE over hun huwelijk. Hierbij kun je geen onderscheid maken tussen de gelovige man/vrouw en de niet-christelijke wederhelft.

Als er bij één van de huwelijkspartners geen of onvoldoende geloof gevonden wordt, kan er dus geen kerkelijke huwelijksbevestiging plaatsvinden.  Maar betekent dat, dat er dan helemaal niets kan plaatsvinden op de trouwdag zelf? En dat we als kerk hoogstens de zondag erna in de eredienst de HERE om een zegen over dit huwelijk kunnen vragen? Vaak is dat ook nog een zorgelijk zegentje, omdat één van de twee (nog) niet gelooft.

BruidsboeketNaar mijn mening kunnen we hierin veel royaler zijn. Zeker, omdat deze situatie vaker voor gaat komen en er konkreet om gevraagd wordt door gemeenteleden. Het is in eerste instantie bijzonder te waarderen dat die vraag komt! Zeker als duidelijk wordt, dat de wens om een kerkelijke samenkomst wel ietsje dieper gaat dan de wens om samen een prachtig bruidsboeket of een mooie trouwauto uit te zoeken.

Drie ijkpunten

Waaraan kun je als kerkenraad beoordelen of een aanstaand bruidspaar vanuit een oprechte wens en, als het om de gelovige gaat, een gelovig verlangen graag een soort kerkdienst op hun trouwdag wil houden? Als kerkenraad van Assen-Peelo hebben we samen drie konkrete ijkpunten gevonden.

1/ Oprecht geloof  Allereerst moet er bij de kerkelijke helft van het aanstaande bruidspaar een levend geloof gevonden worden, zowel in woorden als in daden. Te denken valt aan kerkgang, aan deelname aan het gemeentelijke leven en aan de indrukken van de ambtsdragers tijdens huisbezoek en andere gesprekken die gevoerd zijn. Ook bij de niet-kerkelijke wederhelft moet een welwillende houding zijn tegenover de gelovige partner en tegenover de kerkelijke gemeenschap, ook al gelooft hij/zij zelf (nog) niet.

2/ Geen ‘trouwdienstje spelen’  Bij een kerkelijke huwelijksbevestiging worden de huwelijksbeloften tegenover God en zijn gemeente herhaald. Wanneer één van de twee geliefden daar niet oprecht antwoord op kan geven, moet ook de schijn vermeden worden. Dat betekent a) dat het huwelijksformulier niet gelezen wordt; b) het ja-woord ook niet op een andere manier tegenoverGod en zijn  gemeente herhaald wordt; c) er niet op de knielbank geknield om een persoonlijke zegen van de HERE te ontvangen; d) er wordt geen officiële trouwdienst belegd wordt, maar een gewone kerkdienst op verzoek van het bruidspaar.

Trouwringen3/ Wel als kerk Gods Woord laten klinken op de trouwdag  Het was altijd al gebruikelijk om ook Gods zegen te vragen over gemengde huwelijken, gedwongen huwelijken, huwelijken na samenwonen of echtscheiding, en in
andere situaties, bijvoorbeeld als iemand om psychische redenen niet voor in de kerk durfde te zitten. Bijna altijd werd dan de zondag erop in de kerkdienst voor het pasgetrouwde echtpaar gebeden. Als dit op de zondag erna kan, is er geen principieel bezwaar om dit ook op de trouwdag zelf te doen. Als kerk wil je graag op de hoogtepunten en dieptepunten van het leven met het Woord van de HERE bij de mensen zijn. Ook als het geen trouwdienst kan zijn, is er nog veel mogelijk. Zo doen we dat in onze kerken ook bij het overlijden van gemeenteleden: dan wordt er geen kerkdienst gehouden. Maar we beleggen wel een samenkomst  waarin een dominee voorgaat. Dat is een samenkomst die de familie belegt, maar die toch ook heel duidelijk vanuit de kerkelijke gemeente gehouden wordt. Vanuit dat oogpunt kan een kerkenraad ook vrijmoedig zijn medewerking verlenen aan een kerkelijke samenkomst op de trouwdag van een huwelijk dat niet kerkelijk bevestigd kan worden. Met de twee voorwaarden die hierboven genoemd zijn er de volgende mogelijkheden:

  1. Een kerkdienst of samenkomst beleggen en die, net als bij een trouwdienst, ook afkondigen.
  2. Een ‘orde van dienst’ volgen met een aantal vaste elementen van een kerkdienst, zoals ook tijdens begrafenissen of doordeweekse diensten zoals biddag, dankdag en oudjaar gebeurt.
  3. De trouwbijbel overhandigen met bijbehorende toespraak.
  4. Dit huwelijk en dit echtpaar in gebed aan de HERE opdragen.

Beloning van verkeerde keuzes?

Je kunt je natuurlijk afvragen, of we als kerk hiermee niet onwenselijke situaties goedkeuren. Wanneer de dominee vanaf de preekstoel vanuit Gods Woord verkondigt, dat de HERE relaties tussen een gelovige en een ongelovige afkeurt en echtscheidingen verafschuwt , haal je de scherpte van die oproep niet onderuit door op gemengde of tweede huwelijken toch een kerkdienst of samenkomst te beleggen?
Het lijkt me belangrijk om dan vooral dit goed voor ogen te houden: als kerk hebben we van de Here Jezus de opdracht om zijn Evangelie te laten klinken. Dat geldt in alle situaties van het leven. Dus mag dat ook tijdens de samenkomst op de trouwdag van een stel dat niet officieel in de kerk kan trouwen.  Als maar duidelijk is, wat de motivatie van het echtpaar is. En als maar wel helder is, hoe de invulling  van de samenkomst er uit ziet. De wezenlijke elementen die bij een kerkelijke huwelijksbevestiging horen, vind je in zo’n dienst van Woord en gebed niet terug. Het wordt dus geen ‘trouwdienst–light’.  Maar we willen wel graag Gods Woord laten horen, juist op zo’n bijzondere dag! Voor de gelovige helft. Voor de (nog) niet gelovige wederhelft. Voor alle familie en vrienden die om het echtpaar heen staan. Zo doen we dat ook op begrafenissen en zelfs op crematies. Ook als de familie dan in meerderheid niet-kerkelijk of niet meer gelovig is, grijpen we toch de kans om te vertellen wie God is en wil zijn met beide handen aan. Bovendien – wat de één een beetje als een beloning van een verkeerde keus ziet, zal een ander misschien ervaren als behoorlijk minimalistisch, omdat er in vergelijking met trouwdiensten in andere kerken meer niet mag dan wel.

Royaal gereformeerd zijn

In onze kerken willen we graag royaal én goed gereformeerd zijn. Dat betekent: geef elkaar de ruimte die de Bijbel ons biedt en handhaaf samen de grenzen de Bijbel ons aangeeft. Wanneer er geloof gevonden wordt, mogen we samen vooruit kijken. Dat  doet Jezus onze Heer ook. Zonder de zonde goed te praten (integendeel!) zegt Hij tegen gelovige mensen: “Ga heen en zondig vanaf nu niet meer.” In zijn voetspoor moet het mogelijk zijn om als plaatselijke kerk bij gemengde huwelijken en bij een tweede huwelijk na echtscheiding het volgende uit te spreken:

Wanneer een kerkelijke huwelijksbevestiging niet mogelijk is, maar er wordt wel oprecht geloof gevonden bij één of beide partners, zal de kerkeraad, als daarom gevraagd wordt, ruimhartig meewerken aan een kerkelijke samenkomst. Tijdens zo’n dienst zullen de onderdelen die duidelijk bij een kerkelijke huwelijksbevestiging horen (formulier, beloften + jawoord, persoonlijke zegen op knielbank) niet voorkomen.

 

 

Advertenties

5 thoughts on “Een trouwdienst is geen bruidsboeket – over de wens om toch ‘in de kerk’ te trouwen

  1. Apart eigenlijk dat overspel een reden is dat de ‘bedrogene’ wel opnieuw in de kerk mag trouwen en de ‘bedrieger’ niet. Want wat was de reden dat de ander overspel pleegde? Weet je dat altijd exact? Vaak heeft de ‘bedrogene’ ook schuld. Ik hoorde onlangs een schrijnend geval. Een vrouw werd stelselmatig door haar man misbruikt; haar man was oversekst. De details zijn werkelijk vreselijk. Ze gingen scheiden en zij kreeg een nieuwe vriend. Hij speelde de ‘bedrogene’. Ze wilde opnieuw trouwen (is inmiddels getrouwd) maar mocht van de krd niet in de kerk trouwen. Ze heeft de raad geen details verteld want ze wilde geroddel voorkomen, laat staan dat haar kinderen dit ooit van hun vader te weten zouden komen. Hij heeft nu ook een nieuwe vriendin, zit nota bene zelf in de kerkenraad en mag wel in de kerk trouwen.

    • Het is klip en klaar dat de bijbel een duidelijk antwoord geeft op de vraag of hertrouwen na echtscheiding mogelijk is. Lukas(16:18) en Markus (10 :11) geven dat antwoord heel duidelijk. Wat minder duidelijk is het in Matheus 5;32 en 19:9 waar op het eerste gezicht een ontsnappings clausule lijkt te zijn ingebouwd. We moeten in rekening brengen dat Matteheus voor de Joden was geschreven. De trouwpraktijk was anders dan die van ons. De ‘” ontsnapppings clausule” verwijst naar een situatie die voor de consumatie van het huwelijk heeft plaatsgevonden zoals met Josef and Maria. Er is geen bijbelse reden om een tweede huwelijk aan te gaan noch voor de shuldige noch voor de onshuldige.

  2. Wanneer je als ( nog ) niet gelovige ook graag wilt trouwen in de kerk mét het formulier en jawoord en dat mag niet.zou ik me goed kunnen voorstellen dat ze zich afgewezen voelen. Gevolg is dat ze zich niet meer willen verdiepen in God omdat God ze toch niet goed genoeg vindt.
    Mijn inziens is dat wanneer je dat wél toestaat dit een uiting is dat God ondanks dat je niet gelooft tóch van je houd.juist de liefde en verwelkomen is wat geloof doet groeien. God houd van alle mensen. Hij heeft alle mensen gemaakt. Het is de mens zelf die hem afwijst. Laat de liefde zien.dat zullen mensen voelen en tot geloof brengen

  3. Hoi Ernst, helemaal eens met de ruimhartige mogelijkheden om Gods woord te laten horen, op zo’n dag. Hier en daar klinken de voorwaarden of beperkingen mij nog wel wat eng in de oren. In de angst om trouwdienstje te spelen moet je ook weer niet te veel weg willen gooien. Ik snap dat de vragen van het formulier (levend) geloof veronderstellen, en dat die daarom zo niet gesteld kunnen worden. Maar knielen en zegening mag ook niet? Lijken me heel basale christelijke gebruiken, die je aan veel meer mensen mee zou willen geven, dan aan een huwelijkspaar. En je kunt wel een preek houden, maar dan weer geen stukken uit het huwelijksformulier, terwijl dat niet meer is dan een gestandaardiseerde preek? Die beperkingen vind ik niet zo heel erg logisch.

  4. Met betrekking tot hertrouwen na echtsheiding loop ik rond met veel vraagtekens. Na emigratie en de daarbij behorende overgang van het vertrouwde Nederlands naar het Engels viel het mij op dat er veel verschillen zijn in vertalingen van de Bijbel. Lang verhaal in het kort ; ik kwam tot de conclusie dat de teksten in Matheus 5 en 19 door mij altijd verkeerd zijn uitgelegd. Mijn uitleg en overigens ook uw uitleg (uw preek over Matheus 19 : 1 tot 12) was dat na overspel hertrouwen van de schuldloze partij mogelijk is. Na de bestudering van de vertalingen blijkt mij duidelijk dat de modernere vertalingen van het oorspronkelijke woord “porneia” in deze teksten meer paraphrases zijn dan vertalingen.
    Kortom: Het onderwijs van onze Heer m.b.t. het huwelijk zou moeten worden opgevat zoals Markus 10 en Lucas 16 wordt aangegeven, Het is duidelijk dat ook Paulus (1 Cor 7 10 11 ) het zo heeft opgevat. Alleen de dood beeindigt de huwelijks band. Ook de vroege kerk verstond dit onderwijs van de Heer als een absoluut verbod van een tweede huwelijk na echtscheiding, ongeacht of er een overspelige partij was.

    De praktijk word dan heel erg lastig. Zoals in het voorbeeld van Janke mag de ogenschijnlijk onschuldige partij weer in de kerk trouwen. De kerkeraad besluit dat het nieuwe huwelijk in overeensteming is met de wil van God. De gemeente wordt opgeroepen tot gebed voor dit nieuwe huwelijk. Ook hier voelen we schurend prikkeldraad. Persoonlijk heb ik meegemaakt dat dergelijke tweede huwelijken ook snel weer uiteenvallen. Wat adviseerd u een gemeentelid die moeite heeft om dit gebed met de gemeente mee te bidden?

    Een colega van u in Australie heeft hier overigens een goed leesbaar boek over geschreven;title For as long as we both shall live—– Arthur Van Delden.

    Ik ben benieuwd naar uw mening.

    Christelijke groet uit Canada

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s