Wat wil God in mijn leven? Hoe ontdek ik zijn plan met mij?

Ik denk dat elke christen zich deze vraag wel eens stelt. Dan gaat het over Gods leiding in mijn leven. Kan ik die ontdekken? Hoe weet ik zeker, dat het Gods wil is dat ik een bepaald richting zal inslaan of een bepaalde keuze zal maken?

pijl-rechtsIn het boek De christen als tijdgenoot van John Stott kwam ik een heel goed advies tegen. Hij zegt daar: “In het algemeen gesteld, is het terecht als we zeggen dat Gods wil voor zijn volk te vinden is in het Woord van God.” En even later: “De bijzondere wil van God is echter niet in de Schrift te vinden. De bijbel bevat echter wel uitgangspunten die relevant zijn voor bijzondere vragen. “ (allebei op blz. 126). Vervolgens noemt hij er vijf. Daar heb ik zelf veel aan gehad en dus geef ik ze graag door. Inclusief de bijbeltekst die John Stott aan elke tip verbindt.

Tip 1: Verleen altijd voorrang aan Gods bekende wil

Je eigen wil is vaak het grootste struikelblok voor de ontdekking van Gods wil. Iedereen kent wel het verkeersbord dat aangeeft dat je andere voertuigen voorrang moeten verlenen. Zo moet je ook voorrang verlenen en toegeven aan Gods bedoeling. In de Bijbel kom je veel dingen tegen die de HERE gebiedt of verbiedt. Zo maakt Hij zijn wil bekend aan wie bereid zijn die te volgen. Denk aan Psalm 25 vers 9: Wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor, Hij leert hun zijn paden te gaan.


Tip 2
: Bid tot God als je vragen hebt

God maakt zijn wil alleen maar aan jou bekend als je die werkelijk wilt kennen. Een vage overgave is niet voldoende. Je moet er aanhoudend en vol verwachting om vragen. Want God is je hemelse Vader. Hij verwent zijn kinderen niet, maar wil dat je je wensen in gebed aan Hem kenbaar maakt. Jezus moedigt je in Matteüs 7 vers 7 aan: Vraag en er zal je gegeven worden. Kinderen die niet vragen, worden volgens Jakobus overgeslagen: U krijgt niets, omdat u niet bidt. (hoofdstuk 4 vers 2).

Tip 3: Praat veel met anderen

In het protestantse christendom is ‘het recht op eigen oordeel’ een van haar sterkste punten. Toch moet je je niet inbeelden dat dit betekent dat je al je beslissingen alleen moet nemen. Integendeel, God geeft je familie en vrienden en een christelijke gemeente. Voel je niet te goed om met anderen te praten en hen om advies te vragen.  In Spreuken 13 vers10 staat: Wie goede raad ter harte neemt, is wijs. Dus maak van je beslissingen groepsbeslissingen, die door kring van mensen waarin God je geplaatst heeft, gedragen worden.

Wegwijzer AssenTip 4: Gebruik je verstand

Ook al moet je je overgeven aan wat de Bijbel zegt, God bidden om raad en anderen om advies vragen, uiteindelijk moet je zelf de beslissing nemen. Gods wil niet dat je bent zoals paarden en ezels die geen verstand hebben, maar met bit en toom bedwongen worden (Psalm 32 vers 8+9). Hij wil je niet door dwang of door irrationele voorgevoelens een bepaalde richting in laten slaan, maar heeft je daarvoor vooral het verstand gegeven, waardoor je persoonlijk bij het maken van keuzes de voor- en nadelen kunt afwegen.

 Tip 5: Neem de tijd en wacht rustig af

Mensen maken meer fouten door overhaast een besluit te nemen dan door een beslissing uit te stellen. Neem er de tijd voor om te ontdekken wat Gods plan met jouw leven is, want als je haast hebt of ongeduldig wordt, ben je verkeerd bezig. Het duurde ongeveer tweeduizend jaar voor God zijn belofte aan Abraham, dat Jezus Christus geboren zou worden, vervulde. Het duurde tachtig jaar om Mozes voor te bereiden op zijn levenswerk. Het volwassen worden van de mens duurt ongeveer vijfentwintig jaar. Als je een beslissing moeten nemen binnen een bepaalde tijdsperiode moeten we dat natuurlijk doen. Maar als je niet aan een bepaalde tijd gebonden bent nog steeds geen zekerheid hebt, is het verstandiger om te wachten. Bedenk dan, dat God tegen jou hetzelfde zegt als tegen Jozef en Maria, toen Hij hen met het kind Jezus naar Egypte zond: ‘Blijf daar tot Ik je weer roep.’ (Matteüs 2 vers 13).

Gods wil is zo klaar als een klontje … achteraf bekeken

Ik kwam bij John Stott z’n adviezen terecht bij het maken van een preek over Handelingen 16 – het moment van de oversteek van het Evangelie van Azië naar Europa.

‘Kom over en help ons!’ – deze oproep wordt in christelijke kringen regelmatig gebruikt als er dringend mensen nodig zijn voor de het kerkelijk werk, de evangelisatie, de zending of het christelijk barmhartigheidswerk.

Asia NT‘Kom over en help ons!’ – bij Paulus zijn het geen mensen die een beroep op hem doen, maar is het God Zelf die via een visioen Paulus Europa instuurt. Dat staat in Handelingen 16 vers 9+10. Maar als je de drie verzen ervoor leest, valt het op, dat de Heilige Geest Paulus eerst een aantal keren tegen houdt om een andere weg in te slaan. Eerst verhindert de Geest Paulus om Gods Woord in Asia te verkondigen. Hij mag dus niet linksaf slaan om richting Efeze te gaan. Daarna staat de Geest het hem niet toe om rechtsaf te slaan, richting Bitynië aan de Zwarte Zee. Er staat niet bij, dat Paulus rechtstreekse ingevingen van de Heilige Geest kreeg. Misschien was de weg naar Efeze te onveilig of kreeg Paulus net op het moment dat de karavaan naar Bitynië zou vertrekken buikgriep. Hoe dan ook, Paulus zal een paar keer gedacht hebben: ‘Wat is Gods plan met onze zendingsreis?’ Pas achteraf werd het hem duidelijk.

Soms moet ik van te voren wat meer vertrouwen hebben in de God die mijn leven leidt. Achteraf zie ik vaak beter waar alles toe dient en leidt.

Pinksteren: hoe benader je belangstellende niet-christenen?

Handelingen is het boek van de Heilige Geest. De apostelen trekken de wereld in om in alle steden en dorpen eerst de Joden en dan de Grieken het goede nieuws over Jezus Christus te vertellen. Door de Heilige Geest komen duizenden tot geloof.

Niet-Joodse ‘vereerders van God’Heilige Geest duif

Wat mij opvalt is, dat ze vaak met meest positief ontvangen worden door mensen die regelmatig de joodse synagoge bezoeken, maar zich nog niet tot het jodendom bekeerd hebben. In het boek Handelingen worden ze een paar keer ‘proselieten’ genoemd (Hand. 2:11, 6:5, 13:43 –  in de oude vertalingen stond ‘Jodengenoten’). Letter betekent dat: ‘erbij gekomen zijn’.  Het zijn mensen die op zoek waren naar  de zin van het leven en daarbij het antwoord op hun levensvragen bij het joodse geloof gevonden hebben. Als heidenen hebben ze de God van Abraham, Isaak en Jakob leren kennen. Maar omdat ze geen geboren Joden waren, konden ze alleen maar toetreden tot het Jodendom als ze zich aan heel de Joodse wet en alle voorschriften van de Joodse traditie gingen houden. Daarom bleven de meesten van hen toch maar liever als vaste gast de synagoge bezoeken. Behalve de drie keren dat ze ‘proselieten’ genoemd worden, staat in Handelingen nog vaker dat ze ‘vereerders van God’ zijn (Hand. 10:2+22+35, Hand. 13:16+26+43+50, Hand. 16:14, Hand. 17:4+17, Hand. 18:7). Soms staat er uitdrukkelijk bij, dat het om Griekse mensen gaat. Veel van deze ‘vereerders van God’ kwamen door de evangelieverkondiging van Paulus en de andere apostelen tot geloof in Jezus Christus. Ze werden vaak de meest aktieve leden van de nieuwe christelijke gemeentes, omdat Christus ook voor hen heel de wet vervuld had en omdat Hij in zijn gemeente geen onderscheid tussen Jood en heiden maakt.

Niet-christelijke ‘Godzoekers’

Vandaag beleven wij steeds vaker iets soortgelijks.  Mensen met weinig of geen kerkelijke achtergrond komen met ons in kontakt. Soms als levenspartner van een gemeentelid, soms meegenomen door vrienden, soms omdat ze zelf op zoek zijn gegaan bijvoorbeeld via internet. Ze kennen de negatieve verhalen over de kerk die steeds weer in de media opduiken. Verhalen van vroeger (de kruistochten, die strakke gereformeerden) en verhalen van nu (seksueel misbruik door priesters en voorgangers, homo’s die niet welkom zijn in de kerk). Toch zijn ze in hun zoektocht naar de zin van het leven geïnteresseerd geraakt in het christendom. Meestal doordat ze persoonlijk iemand leerden kennen, die ze als oprecht en belangstellend christen hebben leren kennen. Dat wekte hun interesse.

Toch is er een belangrijk verschil met de vroeg-christelijke kerk. Wie zich in de Grieks-Romeinse tijd tot de God van de Joden bekeerde en zich na Pinksteren bij de christelijke gemeente aansloot, geloofde daarvoor in allerlei andere goden. Vandaag komen mensen vaak tot geloof vanuit een achtergrond waarin geloof en de vraag naar God amper nog een rol speelt. Kort geleden stond in het ND (15 mei) en in het DvhN (18 mei) dat in 2014 nog maar net 50% van de Nederlanders bij een ‘godsdienstige groepering’ hoort. Eind jaren ’90 was dat nog 60%, in 2010 niet meer dan 55% en nu dus nog maar de helft van Nederland. De andere helft is niet-religieus. Bij ons in het Noorden spant Groningen de kroon (34%) en zijn Drenthe en Friesland met 40% en 43% de nummers drie en vier wat betreft minst kerkelijke provincies. En ook al noemt de 50% van de bevolking zichzelf religieus of gelovig noemt,  van alle Nederlanders bezoekt maar iets meer dan 10%  wekelijks de kerk (of de moskee). Gereformeerde christenen die trouw naar de kerk gaan op zondag zijn dus echt een minderheid in Nederland! Meer dan de helft van Nederland is tegenwoordig niet gedoopt en krijgt van huis uit niets meer mee over God, Jezus en de Bijbel.

Zoekers positief benoemen

Nu las ik laatst een interessante vraag: hoe praten wij als kerk en als christenen over mensen die niet gelovig en vaak ook niet gedoopt zijn? Hoe wij over hen spreken verraadt namelijk hoe wij over hen denken. Een niet-christen noemen wij vaak een ongelovig, niet-kerkelijk, ongedoopt of religie-loos. We beschrijven daarmee een gemis. We benadrukken daarmee vooral wat mensen niet zijn. Ze zijn géén christen. Dat is een negatieve kwalificatie.

Waarom zou je het niet omdraaien? Waarom zou je niet het positieve beschrijven bij veel mensen die niet christelijk zijn opgevoed, maar wel op zoek zijn naar een positieve invulling van hun leven? Termen als zoeker of sympathisant of belangstellende of gastvriend klinken veel positiever. Misschien is het een idee om niet-leden die regelmatig in onze kerken komen, zelf te vragen hoe ze hun positie zouden willen noemen. Want de redenen waarom hun wegen zich met die van ons kruisen, zijn zo verschillend!

Dat het aantal niet-christelijke Nederlanders per jaar met bijna 1% toeneemt, is duidelijk. Maar er zijn geen cijfers over het aantal Nederlanders die, zelf niet gelovig opgevoed, op zoek zijn naar de zin van het leven en naar een God die zoveel van mensen houdt dat Hij zijn eigen Zoon naar deze wereld gestuurd heeft.

Hoe benaderen wij  zulke, soms bewuste, vaak onbewuste Godzoekers? Een houding van openheid en een sfeer van vriendelijkheid laat anderen zien: ‘Jij bent welkom bij ons, we zien in jou een geschenk van God, we hebben elkaar veel te bieden.’ Is dat de manier waarop wij andersdenkenden aanspreken? En willen wij ook van hen leren wat hen beweegt in hun zoektocht naar God?

De Heilige Geest zorgt voor een open houding

Toen onze Heer Jezus Christus terug naar de hemel ging, heeft Hij ons als christenen beloofd dat we niet alleen zouden achterblijven. De Heilige Geest zou komen om ons bij te staan. Niet voor niets wordt in de dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren in veel kerken gebeden om de komst van de Heilige Geest. Die kan en wil ons als kerkgemeenschap en ook persoonlijk de kracht geven om in deze tijd van afnemende gelovigheid open te staan en goed te reageren op mensen die zoeken naar de zin van hun leven en die, vaak via wonderlijke wegen, door Jezus onze Heer Zelf op hun zoektocht christenen tegenkomen. Christenen zoals jij en ik.

Zij die het geloof aanvaard hadden, stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden. (Handelingen 2 vers 47)