Abortus – NIPT-test – Downsyndroom

Embryo gezichtOp zondag 28 juni 2015 preekte ik over het Zesde Gebod. Daar zegt God: “Pleeg geen moord.” De Heidelbergse Catechismus legt dat onder andere zo uit: “De overheid draagt dan ook het zwaard om de doodslag te weren.” Maar vandaag de dag hebben we in Nederland een probleem. Juist als het om het meest kwetsbaarste leven gaat, geeft de overheid alle ruimte om dat leven vroegtijdig te beëindigen. Dat ligt niet aan de overheid trouwens – in een democratie is de overheid de afspiegeling van wat de burgers vinden. En wat vindt Nederland in grote meerderheid tegenwoordig? Het ongeboren leven heeft nog geen naam en het versleten leven mag geen naam meer hebben. En daarom laten mensen hun te verwachten kindje weghalen als het een afwijking heeft en vragen ze om een spuitje voor hun demente ouders als ze de aftakeling niet meer kunnen aanzien.

De NIPT-test om te checken op het synodroom van Down

In de laatste maanden is er nogal wat ophef geweest over de NIPT-test. ‘De Niet-Invasieve Prenatale Test (NIPT) kan zwangere vrouwen uitsluitsel geven over of het kindje lijdt aan het Down Syndroom’ aldus de omschrijvingen op internet. Tot voor kort had je de combinatietest om te onderzoeken of je zwanger was van een kindje met Down-syndroom. Die werd niet aan iedereen aangeboden, alleen aan moeders met een verhoogd risico. Als daaruit bleek dat je een kans van meer dan 1 op de 200 had op een Down-kindje, kreeg je een vervolgtest, de NIPT-test. Die is nu zover doorontwikkeld, dat minister Schipper de NIPT-test standaard aan wil bieden als zwangerschapstest aan elke vrouw. Net zoals de 20-weken-echo. Allebei met het oog op mogelijke afwijkingen van het nog ongeboren kind in de moederschoot. De 20-weken-echo wordt nog wel eens als een ‘pret-echo’ gezien. Dan weet je wat het wordt en kun je de babykamer alvast blauw of roze inrichten. Maar officieel zegt de overheid nadrukkelijk, dat de 20-weken-echo geen ‘pret-echo’ is. Het gaat om een medisch onderzoek naar de mogelijkheid van afwijkingen. En bij de NIPT-test is dat al helemaal zo, maar dan speciaal om te kijken of er sprake is van het Down-syndroom. En wat is daar de bedoeling van? Op haar website kopt de artsenfederatie KNMG met grote letters:

Goede informatie en keuzevrijheid vrouw essentieel bij NIPT

DownsyndroomToen dacht ik: kijk, hier komt de aap uit de mouw. Je moet wel weten, vindt minister Schippers, of je een kindje met Downsyndroom krijgt. Ook al is die kans maar 1 op de 700 bij vrouwen onder de dertig. En als je dan te horen krijgt, dat je een zoon of dochter met Down krijgt, moet je wel heel erg sterk in je schoenen staan om het te houden, want op dit moment laat 75% van de moeders die de diagnose ‘Down-syndroom’ te horen krijgt, het ongeboren leven wegaborteren. En je mag er niets van zeggen, want volgens de artsenfederatie KNMG is ‘expliciete ruimte en respect voor de keuze na de test essentieel’. Maar dat is wel de keuzevrijheid van de aanstaande moeder. Die gaat boven alles. Ook boven het ongeboren leven. Met als vervelend risico dat de 25% die wel besluit om hun kindje te houden later geconfronteerd wordt met opmerkingen als: ‘Een mongooltje? Die had je toch kunnen laten weghalen?’ Terecht is dan ook volgens mij veel protest geweest tegen de algemene invoering van de NIPT-test.

Eerbied voor het leven begint vroeg

Vraag jezelf eens af of je als christen wel mee zou willen doen aan de NIPT-test. En bereid je er maar op voor, als je wél meedoet en de test wijst uit dat de kans op Down heel erg groot is, dat veel verloskundigen, artsen en gynaecologen als eerste zullen zeggen: ‘We begrijpen het heel goed al je het niet wilt houden.’ Gelukkig, denk ik, is de acceptatie binnen christelijke kringen nog heel erg hoog. Maar wat zeg je als je niet-christelijke collega op het werk zegt: ‘Ik heb de NIPT-test gedaan en het is waarschijnlijk een Downie’. Of je sportmaatje op de sportschool die niets met het christelijk geloof heeft zegt: ‘Mijn vriendin is zwanger en nu blijkt het een kindje met Down te zijn.’ Meer dan 75% kans dat ze erover beginnen dat ze het weg willen laten halen voor de 24e week. Wat voor advies zou jij dan geven?

Moederschoot JeremiaEerbied voor het leven begint vroeg. Het vraagt ook om vertrouwen. Vertrouwen op God. Hij is de Vader van al het leven. Ook het ongeboren leven. Zelfs vóórdat ik verwekt werd, kende Hij mijn naam al en stonden al mijn jaren tot op de dag nauwkeurig in zijn boek opgeschreven, zingt David in Psalm 139. God zegt het Zelf in Jeremia 1. Durf je op die God te vertrouwen? Als het om je eigen leven gaat en om het ongeboren leven? We kunnen wel denken dat we alles zelf in de hand hebben. Maar dat is niet zo. Juist toen ik over het Zesde Gebod nadacht, besefte ik weer, dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat kinderen gezond geboren worden. Soms kunnen er geen kinderen komen. Soms komt de kleine veel te vroeg en mag het na een paar uur alweer terug naar God. Soms is de hele periode van de zwangerschap negen maanden lang afzien. Soms krijg je een kind met een zware handicap. Soms blijkt pas later dat je zoon of dochter een diagnose met bijbehorend rugzakje heeft. En om alle risico’s dan maar zoveel mogelijk uit te sluiten  neemt onze samenleving het recht op leven van ongeboren kinderen in eigen hand. Officieel beslist de moeder. Maar hoe vaak is het ook de druk van de omgeving?

Moord met voorbedachte rade?

Abortus ja of neeAbortus is een grondrecht geworden. Geen eerbied voor het leven, maar meestal moord met voorbedachten rade. In Nederland staat er geen straf op. Maar hoe zouden God de Vader en Jezus onze Heer er over oordelen? God, die een God van liefde en genade is? Jezus bij wie alle kinderen en hun moeders welkom zijn? Veel vrouwen die een abortus ondergaan hebben, kampen later met verlies- en schuldgevoelens. Heel vaak hebben ze hun kindje in gedachten een naam gegeven. Bij God is er vergeving voor elke zonde. En Jezus zei eens tegen een vrouw die zich heel erg schuldig voelde: “Ik veroordeel je niet.” Hij zei er ook nog wat bij: “Ga heen en zondig  vanaf nu niet meer.”

 

Vraag aan iemand die vóór abortus is:

Bent u ook een tiener geweest?                         JA
Bent u ook een kind geweest?                            JA
Bent u ook een baby geweest?                           JA
Bent u ook een foetus geweest?                         JA
Bent u ook een embryo geweest?                      JA
Bent u ook een zaadcel geweest?                      Eh … nee

Dus uw leven begon ook bij de bevruchting …

Eens zien we elkaar weer – de dood is het einde niet

NIKS NA DE DOOD is wat veel mensen geloven. Jongeren noemen het tegenwoordig YOLO. In mijn jaren als jongere (de jaren ’80) zong Toontje Lager een goddeloos nummer met de titel “Niks na de dood” en troostte Klein Orkest iedereen  met de gedachte “Over 100 jaar zijn jullie allemaal dood – en wij ook”.

Die gedachte, dat het met de dood afgelopen is, zal iedereen wel eens bekruipen. Ook als christen. Je kunt er op zondag nog zo mooi samen van zingen, maar is het ook echt zo, dat het geloof in God als je Vader en in Jezus als je Verlosser je echt troost wanneer iemand uit je meest nabije omgeving plotseling of na een lang ziekbed komt te overlijden?

UITRUSTEN

In de Bijbel wil onze Heer Jezus ons die troost wel geven. In Openbaring 14 vers 13 horen we Hem zeggen: ‘Gelukkig zijn zij die in verbondenheid met de Heer sterven. Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’ Het sterven van de gelovigen die ons zijn voorgegaan wordt hier dus uitgelegd als ‘uitrusten van hun inspanningen’. Dat vind ik zelf een mooie omschrijving. Als iemand in Jezus geloofde als zijn of haar Heer, mag je ervan overtuigd zijn, dat hij of zij het nu beter heeft. Want na je sterven ben je bij Hem, Jezus, je Heer! En dus is het een waar woord wat Paulus schrijft in 1 Tessalonicenzen 4 vers 13, dat je als christen niet op dezelfde manier ‘bedroefd bent, zoals de andere mensen, die geen hoop hebben.’ In de oude bijbelvertaling kon je lezen, dat Paulus het 2x heeft over ‘hen, die ontslapen zijn’ (in vers 13 en in vers 14).  Daarmee bedoelt hij de gelovigen ‘die in Christus gestorven zijn’ (vers 16).  

ONTSLAPEN

In de bijbelvertaling die we in onze kerk gebruiken,  de NBV van 2004, is dat woord ‘ontslapen’ vervangen met het veel algemenere woord ‘de doden’. Dat vind ik jammer. Want het gaat om de vraag die de christenen toen in Tessalonika heel erg bezig hield: zal mijn gestorven man en zullen onze twee gestorven kindertjes er wel bij zullen zijn als Jezus terugkomt? Dan gebruikt Paulus volgens mij expres het woord ‘ontslapen’ om aan te geven, dat het sterven van een christen geen straf op de zonde meer is, maar een wachttijd tot het moment dat Jezus terugkomt. Na slapen word je eens weer wakker, en daarom kon Jezus van het dochtertje van Jairus en van Lazarus ook zeggen, dat ze sliepen.

Ik heb dit een tijd terug aan het Nederlands Bijbelgenootschap geschreven, maar zij gaven als antwoord, dat het woord ‘ontslapen’ (dat twaalf keer voorkomt in het N.T.)  een synoniem is voor ‘sterven’. ‘Ontslapen’ klinkt daarbij als een eufemisme en verzacht het hardere ‘sterven’ of ‘dood gaan’ iets. Maar dat laatste was voor de vertalers in 2004 geen doorslaggevend argument om het woord ‘ontslapen’  te handhaven. Zij vonden vooral,  dat ‘ontslapen’ een te ouderwets woord geworden was.

Ik denk daar toch anders over. Paulus maakt juist bewust van deze fijne nuancering gebruik, omdat er verschil zit in het sterven van Jezus en het sterven van wie in Hem geloven. Hij heeft het immers in vers 16 over ‘zij die in Christus sterven’ (NV’51) / ‘de doden die Christus toebehoren’. Als je dat gelooft, is ‘ontslapen’ een fijngevoelige omschrijving die aangeeft, dat de dood niet meer het laatste woord.

Wat dat betreft vind ik het jammer, dat deze nuance is verdwenen uit de NBV.

DE DOOD PROEVEN

Dat geldt ook van de uitdrukking ‘de dood proeven / smaken’. Die wordt in het N.T. 5x gebruikt. Drie keer in hetzelfde verband door de Here Jezus (Mat. 16:28 = Mark. 9:1 = Luk. 9:27) en verder nog een keer door de Here Jezus in Joh. 8:52 en tenslotte in Hebr. 2:9. In de NBV staat nu alleen nog in Joh. 8:52, dat Jezus zegt: ‘Wie mijn woord bewaart zal de dood nooit proeven.’ Op de andere vier plaatsen staat nu ‘sterven’ of ‘de dood’. Ook dat vind ik erg jammer. Want volgens mij gebruiken de Here Jezus en de schrijver van Hebreeën die uitdrukking om aan te geven, dat de dood een bittere vijand is. Maar wie gelooft, hoeft die bitterheid niet meer persoonlijk te proeven, ook al moet je nog sterven. Want Jezus heeft door de genade van God  voor allen de dood als vijand echt gesmaakt en geproefd, zegt Hebreeën 2:9. En dus hoeven de mensen die in Hem geloven, de dood niet meer op die manier te ondergaan, zegt Jezus in de andere vier Bijbelgedeeltes. Ik denk dus, dat de bijbelschrijvers deze uitdrukking niet voor niets als synoniem voor ‘sterven’ gebruikt hebben.

Ook dit heb ik een tijd terug aan het Nederlands Bijbelgenootschap voorgelegd. De reaktie was toen, dat het werkwoord voor ‘proeven’ ook vertaald kan worden als ‘(de dood) ervaren’ of ‘(de dood) meemaken’. In het Nederlands zeg je in dat geval gewoon ‘sterven’. Alleen in Joh. 8:52 staat nu nog ‘de dood proeven’, omdat het in vers 51 over ‘de dood zien’ gaat. In die passage gaat het dus om twee beeldende omschrijvingen van het sterven. Ook zei men dat het verschil tussen ‘sterven’ en ‘de dood in zijn bitterheid proeven’  theologische van aard is, want in het Grieks staat het woord ‘bitterheid’ er niet bij. Maar men was wel gevoelig voor het argument dat als er vijf keer een synoniem voor ‘sterven’ gebruikt wordt, je die uitdrukking ook best in het Nederlands vijf keer kunt gebruiken. Dat wil niet zeggen, dat ze het bij de herziening van de NBV in 2016 ook zullen overnemen, want het hangt mede van het tekstverband af.

Ik hoop, dat de uitdrukking ‘de dood proeven’ weer alle vijf de keren in onze vertaling wordt opgenomen. Zo blijf je dicht bij de grondtekst en kun je als bijbeluitlegger aangeven, dat de Here Jezus echt de dood in z’n volle omvang als straf van God ondergaan heeft (Hebr. 2:9), terwijl wie in Hem gelooft, daar niet meer op die manier bang voor hoeft te zijn. Want, zegt Paulus in 1 Kor. 15: ‘Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ De angel is eruit, want Jezus Christus onze Heer heeft de dood overwonnen. En dus zullen ook onze geliefden, die in Christus gestorven zijn, eens weer opstaan. Zelfs nu al mag je zeggen: ze zijn wél gestorven, maar ze zijn níet dood. Ze zijn bij Jezus hun Redder en Heer.

HOOP

Dat is een kwestie van geloof. Je ziet bij een begrafenis of een crematie iets anders. Je voelt tot in lengte van jaren het gemis. En toch … toch zien we elkaar eens weer bij de Here Jezus. Eerst in de hemel. Straks op de nieuwe aarde. Dat geeft echt hoop in al het verdriet. Dat wil Paulus ons juist graag meegeven: Troost elkaar met deze woorden.

Voor de liefhebber: alle info over de NBV, de keuzes bij het vertalen en de herziening die er in 2016 aankomt is te vinden op www.nbv.nl, een aparte website van het Nederlands Bijbelgenootschap.
Zie ook vorige blogs zoals
In de hemel is de Heer en Colton heeft Jezus daar gezien –  12 juni 2013
Vol verlangen zingen op weg naar die grote dag – 24 mei 2014
Heaven is for real – een oppervlakkige film en een aardig dagboek over Colton Burpos bezoek aan de hemel – 11 januari 2015
Herkenning in de hemel – maar hoe? – 20 maart 2015

De geest van Charlie – flauw kinderspel of puur occultisme?

Nederlands Dagblad Charlie Charlie potlodenJe neemt een vel papier en twee potloden, je tekent een grote plus, zet linksboven + rechtsonder ‘NEE’ en rechtsboven + linksonder ‘JA’ en legt dan de beide potloden kruiselings over elkaar heen precies op de lijnen van de grote plus. Daarna zeg je “Charlie, Charlie, are you here?” en je wacht tot het bovenste potlood gaat bewegen. Zo krijg je antwoord op je eerste vraag. En daarna kun je verder. Flauw kinderspel of puur occultisme?

Volgens sommige christenen is het puur occultisme. Dus moeten alle christelijke scholen het verbieden (ND Charlie op scholen) en moet er op de EO-jongerendag heel duidelijk tegen gewaarschuwd worden  (ND Charlie op EO-jongerendag)  Anderen zien het gevaar niet zo en Nederlands Dagblad Charlie Charlie bakstenenvinden juist dat dit flauwe kinderspel veel te veel nadruk krijgt door het meteen als een groot occult gebeuren te bestempelen. Wees eerst eens nuchter en kijk of er ook andere verklaringen zijn voor bewegende potloden. Pas als twee bakstenen uit zichzelf zouden gaan bewegen, zou er echt sprake van occulte machten zijn, zoals CGK-dominee Wim de Bruin uit Purmerend schrijft in ND Charlie baksteen en iets uitvoeriger op zijn blog Niets engs aan Charlie.

Clown fear horrorWie heeft er gelijk? Zelf ben ik behoorlijk kritisch op medechristenen die achter elk onverklaarbaar verschijnsel een boze geest zien en die via de volgende bedenkelijke redenering menen dat we als christenen zomaar een occulte beïnvloeding te pakken hebben:  A) Je hebt bepaalde tradities en gewoonten; –> B) Uit die tradities en gewoonten spreekt een bepaalde geest; –> C) Die geest wordt een echte persoon en dus is er sprake van demonen; –> D) Deze demonen verbinden zich aan alles wat jij óf je voorouders in huis hebben gehaald; –> E) Al die occulte invloeden moet je traceren en in de naam van Jezus verwijderen.

Halloween pompoenEen typisch voorbeeld van zulke moderne bangmakerij is het boekje ‘Occulte machten en bevrijding’ van dr. M.J. Paul uit 2005. Het is onvoorstelbaar hoe deze bijbelgetrouwe gereformeerde theoloog alles op één grote hoop gooit. Zijn evangelische collega Richard Mayhue laat gelukkig een heel ander, bijbelser geluid horen (klik hier voor een dubbele boekbespreking). Ik ben dus tegen moderne bangmakerij en misplaatste konkreetheid, zoals ik met Halloween ook al blogde (Alleen een oen loopt met een pompoen).

Maar hier is er toch wel wat anders aan de hand, vind ik. In de Bijbel lees ik overduidelijk dat onze goede God het ten strengste verbiedt om boze geesten aan te roepen. En hoe je het ook wendt of keert, dat doe je wel als je voor de lol boven een groot JA/NEE-papier met twee potloden “Charlie, Charlie, ben je hier?” gaat roepen. Dan ga je volgens mij een grens over. Dus moet je hier gewoon niet aan beginnen. Wat dat betreft snap ik de christelijke scholen. En verder moet je het ook niet groter maken dan het is. Dus moet je er op de EO-jongerendag verder geen aandacht aan besteden. Tot slot: wie over het onderwerp ‘occultisme’ nog eens een preek over lezen wil of er eentje wil houden als preeklezer – er staat er eentje op deze weblog onder Preken OT n.a.v. Deut 18 vs 13-15: U moet volledig op de HERE, uw God, gericht zijn. Ook al luisteren de volken in het land dat u in bezit zult nemen wel naar wolkenschouwers en waarzeggers, ú heeft de HERE, uw God, dat verboden. Hij zal in uw midden profeten laten opstaan. Naar hen moet u luisteren.

Bidden voor je kinderen – elke dag (ook als ze groot zijn en eigen wegen gaan)

Bidden 4In Assen-Peelo staan regelmatig jonge ouders aan de doopvont. Elke keer weer zijn dat prachtig diensten. In het Gereformeerd Kerkboek staan drie doopformulieren. In nummer 2 krijgen gelovige ouders de opdracht mee dat zij ‘dagelijks voor hun kinderen behoren te bidden.’ 

Dat geldt niet alleen voor als de kinderen jong zijn en nog thuis. Het geldt ook als de kinderen groot zijn en zelfstandig door het leven gaan. Een voorbeeld daarvan is Job. In de Bijbel kun je lezen, dat Job voor al zijn kinderen blijft bidden, juist ook als ze volwassen geworden zijn. Want voor volwassenen kinderen zijn de risico’s om God kwijt te raken in het leven net zo groot als voor kinderen en jongeren. En als de kinderen de deur uit zijn beseffen de ouders des te meer dat ze zelf geen invloed meer uit kunnen oefenen op de geloofskeuzes van hun kinderen.

Jongeren hoofdenWat dan overblijft is de opdracht die je bij de doop van je kinderen al van de HERE krijgt: blijf dagelijks voor ze bidden! We zeggen wel eens: dat is het enige wat je voor ze kunt doen – bidden. Maar vergeet niet: dat is ook het belangrijkste wat je voor ze kunt doen! Of je kinderen nu meelevend gelovig of juist niet meer gelovig zijn. Job bad voor zijn gelovige kinderen, omdat hij zichzelf kende en wist hoe gemakkelijk je in je hart God vaarwel kan zeggen. Een andere redelijk bekende gelovige, Monica, bad elke dag voor haar zoon Augustinus die echt met God gebroken had. Haar gebed werd tijdens haar leven al verhoord. Dat gebeurt niet altijd. Maar het mag je, als ouders, wel bemoedigen om ermee door te gaan – met het bidden voor je kinderen. Want de vraag is niet of God wel luistert naar wat wij van Hem vragen. De vraag is eerder of jij en ik het wel volhouden om de namen van onze kinderen telkens weer in Gods handen te leggen.

 

 

Afgedwaald

Ook hij is een verbondskind, en hij heeft

daarnaast meer dan hij nodig had gekregen:

verstand, gezondheid, dagelijks zon en regen,

en ouders die hem hebben voorgeleefd

 

hoe zinvol alles wordt als God ons geeft

Zijn liefdevolle zorg op onze wegen,

hoe goed het leven is onder Zijn zegen,

wanneer je dankbaar naar Zijn wetten leeft.

 

En toch is hij de herder kwijtgeraakt.

Hij voelt zich thuis op nieuwgekozen paden

en maakt zelf uit waardoor hij zich laat binden.

 

Wij blijven achter: door God klein gemaakt,

maar blijven voor hem bidden, vastberaden.

Laat hij zich ooit weer door de Herder vinden?

 

 

Harm Sijnstra – Zuidlaren