Een geloofwaardige versie 2.0 van het scheppingsverhaal?

Van eeuwigheid tot eeuwigheid bestaat de ene God. Hij is de bron en het doel van alle dingen. Hij is in Zichzelf een God vol van allesomvattende liefde, blijdschap, vrede en creativeit. Aan ons mensen heeft Hij Zichzelf bekend gemaakt als God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Deze drie-enige, ware God is geen onderdeel van onze tijd en ruimte, maar is er de Schepper van. Voor Hem is er geen verschil tussen wat voor ons één nanoseconde is of één miljard jaar.

Zo begint de Amerikaanse gereformeerde theoloog Leonard J. Vander Zee zijn hervertelling van het scheppingsverhaal in From Stardust to the New Jerusalem op een congres over schepping en evolutie begin juli 2015. En zo gaat hij verder:

Oerknal LJvdZEens, once upon a time, bracht deze overweldigende, kostelijke, overvloeiende liefde van de drie-enige goddelijke gemeenschap vanuit het niets een speldeknopje voort, kleiner dan een eiwit. God had daar het hele universum in gelegd: alle materie, alle energie, al het leven, alle natuurwetten, ja, alles was in potentie aanwezig. Het speldeknopje explodeerde – alleen God weet hoe – en het universum ontstond. In het begin leek alles zichzelf door explosies te vernietigen, maar dat gebeurde niet. Door een piepkleine asymmetrie tussen deeltjes en antideeljes liet God materie ontstaan. En God was enorm blij dat het allemaal volgens zijn plan ging. Daarna ontstonden de sterrenstelsel en in die miljarden jaren gooiden supernova’s enorme hoeveelheden energie in het universum. En de lach van de Drie-Enige schalde door de kosmos. Alles was klaar voor de volgende stap: het ontstaan van leven. God focuste Zich op een kleine ster in de uithoek van het heelal – onze zon. Hij zorgde ervoor dat één planeet, Oerknal ontstaan leven op aarde LJvdZde aarde die wij nu bewonen, op precies de juiste afstand stond zodat het leven zich daar begon te ontwikkelen. En in de hemel dansten alle engelen vol bewondering en blijdschap. Miljoenen jaren lang ontwikkelde het leven op aarde zich verder. De ene na de andere soort ontstond, ieder een wonder op zich. En God verheugde zich enorm in de overweldigende variëteit van schepselen die Hij gemaakt had. Maar van eeuwigheid af was het Gods plan geweest om een schepsel te maken dat het vermogen had hun Schepper te kennen en lief te hebben, om zich te verwonderen en God te prijzen. Alleen, zulke schepselen waren er nog niet. Dus kneedde God het DNA zo, dat er nieuwe Oerknal eerste mens LJvdZschepselen ontstonden die rechtop gingen lopen en van wie de herseninhoud groeide, totdat er een schepsel verscheen die iets totaal nieuws had: menselijk bewustzijn. God blies zijn adem in deze schepselen, zodat ze God kenden als de Schepper van het heelal. Ze stonden vol verrukking en verwondering voor hun Schepper. Ze gaven namen aan de sterren en de dieren en brachten de wereld in cultuur. Toen zei God: ‘Dit is eindelijk het schepsel dat naar ons beeld geschapen is om over de aarde te heersen en erover te waken. Dit zijn onze priesters die Ons namens heel de schepping zullen vereren. Zij zullen Ons kennen en ze zullen op aarde onze vreugde over de goede schepping weerspiegelen.’ En de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zeiden tegen elkaar: ‘Ooh, wat is dit allemaal geweldig mooi en goed!’

Op deze manier verwerkt Vander Zee de moderne wetenschap in het scheppingsverhaal. In zijn ogen is het een wonder van goddelijke liefde en creativiteit, dat na een proces van miljarden jaren het speldeknopje vol mogelijkheden waarmee God begonnen is, eindigt in het bestaan van mensen die naar Gods beeld geschapen zijn en God kennen en erkennen: ‘HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.’ (Psalm 8). Maar, vertelt Vander Zee verder, het verhaal is nog niet afgelopen:

Als de geschiedenis verder gaat, spreiden de donkere schaduwen van de zonde zich uit over de levens van deze prachtige vrije schepselen. Ze komen in opstand. Ze willen meer. Ze worden jaloers en wantrouwen zelfs de God die hen zo liefdevol gemaakt heeft. Het gif van de zonde verspreidt zich over heel de schepping en leidt tot vervreemding en vernietiging. Maar de Schepper laat het er niet bij zitten.
Uiteindelijk vindt het grootste kosmische moment van heel de geschiedenis van het universum plaats: Oerknal New Jerusalem LJvdZGod de Zoon, door Wie en voor Wie alles geschapen is, komt onze wereld van ruimte en tijd binnen en wordt een mens als wij, ons vlees en bloed en DNA. Jezus Christus is de nieuwe mens, het ware beeld van God. Hij maakt weer echte mensen van ons. Nu al herstelt Hij door de Heilige Geest onze nieuwe identiteit als beelddragers van God en worden wij door zijn Geest meer en meer veranderd naar de luister van zijn beeld. En eens zullen wij, in zonde gevallen mensen, delen in de eeuwige dans van Gods liefde en vreugde, wanneer God de schepping in volle luister herstelt en alle dingen nieuw maakt.

Dit is, zegt Vander Zee, het grote verhaal van de geschiedenis van de hele wereld, van Sterrenstof tot Nieuw Jeruzalem. Dit verhaal maakt het leven zinvol, want het is werkelijk goed nieuws dat redding en hoop geeft aan iedereen die in dit licht wandelt.

STUURT GOD HET EVOLUTIEPROCES BIJ?

In deze, door mij samengevatte hervertelling, vallen mij twee dingen op. In de eerste plaats proef je bij Vander Zee voortdurend een diep respekt voor de drie-enige God als de Schepper, Verlosser en Voltooier van deze wereld. Tegelijk wil hij volledig recht doen aan de ontdekkingen en resultaten van de wetenschap als het over het ontstaan van het hele universum en van onze plek als mensheid op aarde gaat. In de tweede plaats merk ik dat Van der Zee in zijn vertelling op minstens twee momenten kiest voor een soort goddelijke bijsturing van het evolutieproces, namelijk *1* door ervoor te zorgen dat op een gegeven moment een nieuw soort schepsel ontstaan, de mensaapachtigen en *2* door op een gegeven moment, als zich in deze nieuwe levenssoort een soort bewustzijn ontwikkelt, er zijn goddelijke adem in te blazen, zodat deze groep mensen God als hun Schepper leert kennen en vereren.

Deze twee momenten van ‘goddelijke bijsturing’ kunnen mij niet overtuigen. Ik snap niet zo goed wat deze hypothese geloofwaardiger maakt dan een ‘goddelijk schepping’ zoals dat in Genesis 1-3 beschreven is. Want als je alleen maar kunt geloven in een God die gebonden is aan hoe de wetenschap het ontstaan van het universum verklaart – wat geloof je dan eigenlijk van God? Volgens mij verval je dan tot een vorm van deïsme – de theologische stroming die van mening is dat God alleen aan het begin van de schepping de boel in gang gezet heeft en vervolgens zijn schepping als een wekker laat aflopen zonder er verder betrokken bij te zijn. Of, nog erger, je houdt geen geloof meer over, omdat de wetenschap, als het erop aankomt, in alles het laatste woord heeft.

TERUG NAAR DE VERWONDERING

Dr. Henk Geertsema voert in zijn artikel ‘Probeer eens opnieuw naïef de Bijbel te lezen’ in het CW van 15 juli 2015 (Christelijk Weekblad – nieuws- en opinieblad voor gelovig Nederland) een pleidooi om als christenen weer meer open te staan voor de verwondering. Daardoor kunnen we de analytische, wetenschappelijke reductie van ons bestaan tot wetmatigheden en verklaringen overstijgen. Het getuigt volgens hem juist van een wetenschappelijk instelling om open te staan voor de mogelijkheid dat de aarde in zes dagen is geschapen. Want wij hoeven God en zijn woorden niet uit te leggen als mythe, projectie of metafoor. Als je je laat leiden door de verwondering, kunnen we weer de openbaring van God aanvaarden als betrouwbare woorden. De filosoof Paul Ricoeur (1913-2005) noemt dit een “tweede naïviteit”. Leonard J. Vander Zee wees er al op dat wetenschap en theologie elk hun eigen beperkingen zouden moeten  erkennen om zo juist volop op hun eigen terrein de geheimen van de schepping (vooral de natuurwetenschap) en de verlossing (vooral de theologie) te doorgronden. Daar hoort dan de erkenning bij, dat niet alleen onze kennis beperkt is, maar ook dat God ons niet alles verteld heeft over het begin van de geschiedenis, net zoals Hij in het boek Openbaring zaken voor ons verborgen houdt over de periode tussen Pinksteren en Wederkomst. Wat Hij ons in de Bijbel laat weten, doet Hij “namelijk voor zover dat voor ons in dit leven nodig is tot zijn eer en tot behoud van de zijnen.” (Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 2)

Ik voel wel wat voor deze benadering als het om de vragen rond schepping en zondeval gaat. Wetenschappelijk kun je prima met grote delen van de evolutietheorie uit de voeten. Het is, wetenschappelijk gezien, een zeer aannemelijke hypothese. Als je, puur wetenschappelijk, de aardlagen en de zonnestelsel bestudeert, kom je uit op miljoenen en miljarden jaren. Daar is niets mis mee. Maar als de natuurwetenschap claimt te kunnen verklaren, waarom de aarde ontstaan is (in plaats van hoe het volgens de huidige wetenschappelijke modellen gegaan kan zijn) en daarbij soms ook nog beweert dat God slechts een bijproduct van onze hersenschors is, gaat ze haar boekje ver te buiten.

Als christen geloof ik in een God die deze wereld geschapen heeft en nog steeds in stand houdt en regeert en eens tot zijn doel zal brengen. Als Hij mij vertelt dat Hij alles in het begin perfekt heeft neergezet, geloof ik dat. Als Hij mij vertelt, dat Hij één echtpaar als mens naar zijn beeld geschapen heeft, geloof ik dat ook. Hoe Hij dat allemaal precies gedaan heeft, daar was en kan ik niet bij. Maar Hij heeft wel meer dingen gedaan waar ik niet was en bij kan, en waar toch meer dan 500 mensen getuige van geweest zijn. Dus geloof ik Hem op zijn woord. Persoonlijk vind ik een ‘ingeschapen ouderdom’ en een levenscyclus waarin planten en dieren op elkaar afgestemd zijn niet zo problematisch, terwijl volgens mij de geleidelijke ontwikkeling van de mens uit een mensaapachtige niet goed met het historische verhaal van Genesis 1-3 te combineren is. Als het om de schepping zelf gaat, heb ik er geen behoefte aan om nadrukkelijk uit te spreken, dat de zes scheppingsdagen elk precies 24 uur geduurd hebben. Maar ik zie het nut er ook niet van in om de zes scheppingsdagen op te rekken tot exact de periode die de huidige stand van de wetenschap berekend heeft. Als ik dan toch een keuze maken moet, vind ik het verhaal van Genesis 1-3 het meest geloofwaardig.

Eens, once upon a time, maakte God in korte tijd kant en klaar heelal en schiep Hij één mensenpaar als zijn evenbeeld. En met het intellect dat God Zelf in onze hersenen gelegd heeft, kunnen we het allemaal narekenen: als God het niet in een krappe week geschapen heeft, zou het ongeveer 13,7 miljard jaar oud zijn. Zo’n machtig God is Hij!

Dit is deel drie van een drieluik over dit onderwerp:
21/09/2015  God maakte een stofje en zag het met plezier miljarden jaren groeien
26/09/2015  Een goed christelijk gesprek over schepping en evolutie – kan dat?
30/09/2015  Een geloofwaardige versie 2.0 van het scheppingsverhaal? 
Verder schreef ik op 01/12/2015  En zo werd de mensaap beeld van God?
Advertenties

Een goed christelijk gesprek over schepping en evolutie – kan dat?

In mijn vorige blog God maakte een stofje ging ik in op de vraag of je als christen zonder probleem kunt geloven, dat God 15 miljard jaar geleden uit het niets één piepkleine cel geschapen heeft waar Hij de ontwikkeling van het hele heelal in gestopt heeft, inclusief het ontstaan van de aarde en van de mens als beeld van God. Een bewuste schepping dus, maar dan wel beschreven vanuit het perspectief van de wetenschap. Is zo’n visie overtuigend? Of juist in strijd met de Bijbel?

Leonard J Vander ZeeHet is de Amerikaanse gereformeerde theoloog Leonard J. Vander Zee die deze gedachte afgelopen zomer in zijn lezing From Stardust to the New Jerusalem  heeft uitgedragen. Hij sloot zijn lezing af met een indrukwekkende hervertelling van het scheppingsverhaal. Maar voordat hij dat deed, droeg hij eerst een aantal punten aan voor een goed gesprek tussen christenen die verschillend denken over de mogelijkheid om het scheppingsverhaal uit Genesis te combineren met het wetenschappelijke verhaal van de evolutie.

1/ Gereformeerde christenen geloven dat we God op twee manieren kunnen kennen. Ten eerste door middel van zijn schepping. Daarin zie je zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Ten tweede door zijn Woord, de Bijbel. Daarin maakt God Zichzelf nog duidelijker bekend. Zo staat het in artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.  Dus kunnen wetenschap en geloof niet tegenover elkaar staan als christenen het ontstaan van de schepping  onderzoeken, aldus Vander Zee. Toch gebeurt dat wel vaak. Dat heeft twee redenen: a) de wetenschap denkt soms dat ze uitspraken kan doen over het al of niet bestaan van God. Dan gaat de wetenschap haar boekje te buiten, want wetenschap bestudeert alleen de waarneembare werkelijkheid d.m.v. empirisch onderzoek. En b) de theologie denkt soms dat ze helemaal geen rekening hoeft te houden met de resultaten van de wetenschap.  In dat geval wordt het scheppingsverhaal een sprookje in plaats van een gelovige beschrijving van de werkelijkheid en wordt het christelijk geloof hopeloos irrelevant.

2/ Wanneer je als christen nadenkt over schepping en evolutie, moet je een veilige sfeer creëren om de vele vragen die er vandaag zijn, samen te doordenken. Dat betekent volgens Vander Zee, dat je als christen altijd duidelijk moet zijn over je uitgangspunt: de Bijbel is het gezaghebbende en geïnspireerde Woord van God waar de verlossing door Jezus Christus centraal staat. Verder moet je de ander erkennen als medechristen en zijn mening respekteren én mag je omgekeerd verwachten dat de ander jouw mening met hetzelfde respect behandelt.

3/ Volgens Vander Zee is het ook nodig dat christenen meer dan tot nu toe beseffen, dat het in het christelijk geloof om de redding van de hele wereld gaat. Vaak legt men óf teveel nadruk op normen en waarden (moralistische en therapeutische prediking) óf op de persoonlijke redding door geloof in Jezus Christus (individualistische prediking). Als je Romeinen 8:19-21 en Kolossenzen 1:15-20 leest, besef je dat Jezus Heer is van heel de schepping en gekomen is om heel de schepping weer met God te verzoenen. Als we elkaar dit onderliggende verhaal niet blijven vertellen, wordt de Bijbel niet meer dan een zelfhulpboek en kun je niet gelovig over de uitdagingen van geloof en wetenschap nadenken.

Leonard J Vander Zee - biologis4/ Sinds eeuwen is de Bijbel het boek van Gods grote verhaal over de geschiedenis van de hele wereld en de hele mensheid met de komst van Jezus Christus in het centrum. Dit ‘meta-verhaal’ geeft tegelijk heel erg praktisch zin en richting aan het leven van gelovigen door alle tijden en culturen heen.  Als christen moet je er altijd aan blijven vasthouden, dat de Bijbel het verhaal is van God over hoe Hij handelt in de geschiedenis. De Bijbel is van A tot Z een historisch boek. Dus ook Genesis 1-3 gaan over de werkelijkheid dat God hemel en aarde geschapen heeft.  Tegelijk is de Bijbel geen geschiedenisboek in de moderne zin van het woord. Want de Bijbel concentreert zich niet op historische feiten op zich, maar is altijd gefocust op wat God in de geschiedenis gedaan heeft, doet en zal doen vanuit zijn liefde voor de schepping en voor de mensen.

5/ Als het gaat over het begin van onze geschiedenis is het van belang om te beseffen wat volgens de Bijbel Gods manier van werken is, aldus Vander Zee. Daarom moet je Gods verlossingswerk en Gods scheppingswerk met elkaar vergelijken. Als je naar Gods verlossingswerk kijkt, zie je dat God met ongelooflijk veel geduld en via mensen in een proces van eeuwen aan de redding van de wereld werkt. Daarin is God zo onnavolgbaar, dat je Hem vaak niet eens bezig ziet. Heel soms grijpt Hij rechtstreeks in, zoals bij de maagdelijke geboorte van Jezus Christus en bij de opstanding van Jezus Christus. Maar zowel in het O.T. als in het N.T. tot op de dag van vandaag werkt Hij vooral via mensen.  Omdat God geen willekeurige God is, is dit volgens Vander Zee ook Gods  manier van werken in de schepping. Hij schept het materiaal voor heel het universum, Hij bouwt allerlei natuurwetten in en brengt dat allemaal tot ontwikkeling. Zo creëert God letterlijk en figuurlijk tijd en ruimte om zijn schepping tot volle bloei en tot zijn goddelijke eindbestemming te brengen. Wetenschappers noemen dit ‘evolutie’. Maar dat is wat anders dan een willekeurig proces. Het heelal is niet ontstaan door tijd en toeval, maar door een scheppende daad van God.  Zowel de schepping als de verlossing lijkt een ‘rommelig’ proces te zijn. Maar het is de manier waarop God zijn plannen uitvoert. Niet door telkens in te grijpen, maar door er langzaam verder mee te komen. God brengt beiden via ‘evolutie’ tot het einddoel, namelijk dat eens alles weer verenigd wordt in en onder zijn Zoon Jezus Christus.

6/ Als je het grote verhaal van de schepping vandaag wilt vertellen,  moet je goed beseffen dat het verhaal van Genesis 1-3 géén exacte beschrijving van de geschiedenis is, maar een duidelijk tegengeluid laat horen tegenover alle andere meta-verhalen uit de oude Midden-Oosten over hoe de wereld ontstaan is. Vandaag geeft Genesis 1-3 een duidelijk tegengeluid tegenover de algemene gedachte dat er wel een goddelijke macht, maar geen liefdevolle persoonlijke God bestaat. Maar vooral biedt Genesis 1-3 vandaag een duidelijk tegengeluid tegenover het meta-verhaal van de naturalistische wetenschap die op geen enkele manier rekening wil houden met God en die maar één moraal kent: het leven op aarde is toevallig ontstaan en heeft geen diepere betekenis. Christenen geloven iets heel anders. Zij geloven in een scheppende en verlossende God. Dat geloof moet je volgens Vander Zee niet gebruiken om God wetenschappelijk proberen te verklaren (de theorie van het ‘Intelligent Design’) en je moet het ook niet gebruiken om de kritische momenten en zelfs gaten binnen de evolutietheorie mee te vullen. Maar het geloof in God opent de weg om de hand van de Schepper te zien in hoe Hij heel het bestaan van ons universum en uiteindelijk het bestaan van de mensen als kroon op zijn schepping in gang gezet en begeleid heeft.

7/ Dit verhaal over het ontstaan van de schepping wordt in de Bijbel verteld in Genesis 1, Job 38, Psalm 104 en Spreuken 8. Vandaag moet je het als christen vertellen met verwerking van de ontdekkingen van de moderne wetenschap.  Alleen zo kan het christelijk geloof met een geloofwaardig verhaal komen over de God die met vreugde de wereld geschapen heeft en nog steeds onderhoudt en regeert, op weg naar het Nieuwe Jeruzalem.

Tot zover de door mijn in zeven punten samengevatte gedachten van de gereformeerde theoloog Leonard J. Vander Zee. Hij doet er in zijn lezing 32 minuten over om zijn visie uiteen te zetten. Daarna geeft hij op indrukwekkende wijze in 11 minuten een moderne hervertelling van het scheppingsverhaal. Die zou iedereen die goed Engels kan verstaan, zelf moeten afluisteren. Dus daarom nog een keer de link: From Stardust to the New Jerusalem 

In een volgend blog geef ik een samenvatting en leg ik ook mijn eigen gedachten er tegen aan.

Dit is deel twee van een drieluik over dit onderwerp:
21/09/2015  God maakte een stofje en zag het met plezier miljarden jaren groeien
26/09/2015  Een goed christelijk gesprek over schepping en evolutie – kan dat?
30/09/2015  Een geloofwaardige versie 2.0 van het scheppingsverhaal? 
Verder schreef ik op 01/12/2015  En zo werd de mensaap beeld van God?

God maakte een stofje en zag het met plezier miljarden jaren groeien

Waarschijnlijk ben ik een simpele gelovige. Of hebben we jarenlang onze kinderen opgevoed met een volstrekt verkeerd beeld van hoe God de wereld gemaakt heeft? Want waarom moet nu in een spannend jeugdboek uitgelegd worden dat de evolutietheorie gewoon klopt en dat je daar als christen helemaal geen problemen mee hoeft te hebben?

Evolutie aap naar mensCorien Oranje, de bekende kinderboekenschrijfster, en Cees Dekker, de christenwetenschapper die in Nederland de gedachte van het heelal als een ‘Intelligent Ontwerp’ heeft geïntroduceerd, hebben de handen ineengeslagen. Samen hebben ze een kinderboek geschreven waarin ze duidelijk maken, dat de aarde 4,54 miljard jaar oud is, dat alle leven zich vanaf zo’n 3 miljard geleidelijk uit één cel ontwikkeld heeft, en dat je tegelijk in een persoonlijke God kunt geloven. In het ND van vrijdag 18 september 2015 (klik hier) geven de schrijvers aan, hoe ze dit precies bedoelen. Volgens Cees Dekker is het verschil tussen mensen en dieren het punt van religie. Alleen wij zijn door God geroepen om een liefdesrelatie met Hem aan te gaan. Volgens Corien Oranje moet je God zien als de Maker van een stofje waar het hele universum al in zat. Daarna zag Hij met plezier hoe zo’n 4,5 miljard jaar geleden de aarde zich ontwikkelde en kon Hij 4 miljard jaar later eindelijk een relatie aangaan met de mensen die toen ontstonden. Ongelooflijk, dat Hij dat zo bedacht, gemaakt en geleid heeft. Beluister hoe de Amerikaanse CRC-predikant Leonard J. Vander Zee dit beargumenteert in zijn lezing op de “Evolution & Christian Faith Conference” die de BioLogos Foundation van 30 juni t/m 2 juli 2015 in Grand Rapids organiseerde. Vanaf ongeveer minuut 32.00 vertelt hij het scheppingsverhaal opnieuw, maar nu in rapport met onze tijd.

Ik ben waarschijnlijk een simpele gelovige. Bovendien ben ik geen evolutiebioloog. Maar zou deze redenering wetenschappelijk gezien nu echt het meest geloofwaardig overkomen? Ik heb het boek van Corien en Cees nog niet gelezen, dus ik weet niet met welke verklaring zij komen over het moment waarop God in de mens de kennis van geloven, liefde, kunst en moreel besef gelegd heeft (om me even te beperken tot deze vier punten die volgens mijn mensen van dieren onderscheiden). Ik weet wel dat G. van den Brink en C. van der Kooi in hun Christelijke Dogmatiek (op blz. 278) het aannemelijk vinden, dat toen de eerste 5.000 à  10.000 mensen op aarde ontstaan waren, zij als mensheid een primitief moreel besef gehad moeten hebben, waarbij ze zich (hoe vaag ook) bewust waren van goed en kwaad in het licht van Gods gebod, maar dat ze er desondanks voor kozen om zich te laten leiden door dierlijke driften in plaats van Gods bedoeling en roeping met hen.

Evolutie LoesjeZet nu deze twee theorieën eens tegenover de bijbelse theorie over het ontstaan van de wereld en het ontstaan van de mensheid. En vraag dan een geleerde die niet gelovig is, welke theorie hij op wetenschappelijke gronden de minst grote onzin vindt. Zou hij dan zeggen:  een God die een stofje maakt en dat in 4,5 miljard jaar laat doorgroeien tot een oneindig heelal en een planeet met levende wezens erop? Ik denk eerder dat hij zou zeggen: er bestaat helemaal geen God, maar als er een God is, zou die in één keer kunnen doen waar volgens de wetenschap 4,5 miljard jaar voor nodig is. En als het om het ontstaan van de mensheid gaat, zou zo’n ongelovige geleerde de gedachte aan een aparte schepping van de mens, biologisch gezien aansluitend op de principes van zoogdieren, maar met een morele gerichtheid op God en het kunnen genieten van zijn schepping volgens mij aannemelijker achten dan dat die God, als Hij zou bestaan, ergens halverwege het ontwikkelingsproces van de mensaapachtigen in een select groepje van zo’n 10.000 personen het moreel besef van goed en kwaad heeft gelegd.

Ik ben waarschijnlijk een simpele gelovige. Als God in de Bijbel wonderen doet die wetenschappelijk absoluut niet te verklaren zijn (en dat doet Hij!), zou Hij dat dan aan het begin van schepping niet hebben kunnen doen? Wat ik bedoel is dit. In de wetenschap worden deeltjesversnellers gebruikt. Daarmee worden processen versneld. Wat is er nou zo raar aan de gedachte dat God bij het begin van de schepping in sneltreinvaart al die processen er door gejaagd heeft, waarvan wij op grond van onze wetenschappelijke verklaringen achteraf zeggen, dat het 4,5 miljard jaar geduurd heeft? En waar menselijke processen om deeltjes versneld bij elkaar te brengen vaak tot desastreuze gevolgen als atoombommen en radioaktieve straling leidt, leidt heel dat versnellingsproces van God in zes dagen tot het predikaat ‘zeer goed’. Of het precies zes dagen van 24 uur geweest zijn, dat is voor mij bijzaak. EO-voorman Henk Binnendijk zei jaren geleden al eens, dat zes dagen aan de lange kant is voor een machtige God die maar hoeft te spreken en het is er.

Evolutie VisjeIk ben waarschijnlijk een simpele gelovige. Dus ik heb ook niets tegen de evolutietheorie als wetenschappelijke werkhypothese. Het zal vast wel kloppen dat de aarde wetenschappelijk gezien bijna 4,5 miljard jaar oud is. Toen God Adam uit stof vormde en hem levensadem in de neus blies, zag Adam prachtige bomen, hoge bergen en allemaal volwassen dieren. Schrander als hij was (en anders had hij zo’n 900 jaar om erover na te denken) besefte hij dat die 250 cirkeltjes van een omgehakte boom jaarringen waren, dat die beesten die hij op zijn eerste levensdag zag, een aantal jaren oud waren en dat die rotsblokken en het ijzer, het koper en het goud die hij er later in ontdekte miljoenen jaren nodig hadden gehad om zich te ontwikkelen tot rots, ijzer, koper en goud. En toen hij aan het eind van zijn eerste levensdag in een diepe slaap viel en daarna naast Eva wakker werd, wist hij meteen: dit is mijn vrouw op haar mooist, ook qua ideale leeftijd. Net geschapen, één dag uit, maar beslist geen baby.

Het probleem bij veel wetenschappers en mensen die graag op de wetenschap afgaan om God buiten de deur te houden is niet de vraag, wanneer God ingrijpt in het scheppingsproces. Men ontkent gewoon ronduit dat God bestaat en kan ingrijpen. Als je dan een ander ‘ingrijp-moment’ neemt dan het Genesis-verhaal, moet je wel met een geloofwaardig alternatief komen. ‘God schiep een stofje en keek er miljarden jaren met plezier naar hoe het zich allemaal ontwikkelde’ is voor mij geen geloofwaardig alternatief. ‘God legde een vorm van moreel besef in een groep mensaapachtigen die vervolgens toch hun eigen gang  gingen’ is voor mij ook geen geloofwaardig alternatief. Voor wetenschappers niet en voor christenen niet. Dus ik snap niet waarom het nu opeens hoognodig tijd is dat er een kinderboek komt om uit te leggen dat de wetenschappelijk menselijke hypothese over hoe de wereld ontstaan is, opeens ook voor God moet gelden. Maar dat komt omdat ik waarschijnlijk een simpele gelovige ben.

Dit is deel één van een drieluik over dit onderwerp:
21/09/2015  God maakte een stofje en zag het met plezier miljarden jaren groeien
26/09/2015  Een goed christelijk gesprek over schepping en evolutie – kan dat?
30/09/2015  Een geloofwaardige versie 2.0 van het scheppingsverhaal? 
Verder schreef ik op 01/12/2015  En zo werd de mensaap beeld van God?

Het ‘wij-gevoel’ bij de opening van “Het Noorderlicht” in Assen-Peelo

Openingsceremonie Het Noorderlicht-002Assen-Peelo is een kerkgebouw rijker. Of, beter gezegd: eindelijk heeft ook Assen-Peelo een kerkgebouw in de wijk. Tot voor kort had iedereen het over “de oude bieb”. Nu staat in Assen-Peelo “Het Noorderlicht”.  Officieel geopend op vrijdag 4 september 2015, open huis op zaterdag 5 september 2015 en de eerste diensten op zondag 6 september 2015. In één van de preken heb ik gezegd, dat je de gedaantewisseling van de oude bibliotheek in Peelo naar het nieuwe kerkgebouw Het Noorderlicht met recht “een ware metamorfose” kunt noemen. 

Die metamorfose van bieb tot kerk is een mooi beeld van hoe het met mensen gaat die God en Jezus hebben leren kennen. Die maken ook een ware gedaantewisseling door. Maar dan meer van binnen. Want als je God echt hebt leren kennen als je hemelse Vader, dankzij alles wat Jezus voor jou gedaan heeft, dan is geloven geen theorie of een zondags kunstje. Dan word je een ander mens. Dan voel je je herboren. En hoe dichter je je met God en Jezus verbonden voelt, hoe duidelijker die metamorfose wordt. In de Bijbel kom je minstens twee keer tegen, hoe zo’n verandering ook echt zichtbaar wordt. In het Oude Testament lees je in over Mozes die in de Sinaï-woestijn op de berg Horeb van God de Tien Geboden ontvangt en ook de komplete instruktie over de bouw van de tabernakel en de hele offerdienst. Elke keer als hij Glow in the dark gezichtterugkomt, heeft zijn gezicht zo’n stralende glans, dat hij een doek voor zijn gezicht moet doen omdat de Israelieten er niet tegen kunnen. Het verhaal is te lezen in Exodus 34:29-35. In het Nieuwe Testament lees je over Jezus die op weg is naar Jeruzalem. Als enige weet Hij wat Hem daar wacht. Hij zal er sterven aan het kruis om zo de straf voor de zonden van alle mensen op zich te nemen. Geen makkelijke weg dus, integendeel. Daarom krijgt Hij op een hele bijzondere manier een geweldige bemoediging. Hij ontmoet op een berg Mozes en Elia. Daarbij ondergaat Jezus een ware metamorfose. Zijn gezicht verandert en zijn kleren worden zo wit als het helderste licht. Het verhaal is te lezen in Markus 9:2-8. Het Grieks gebruikt voor deze gedaanteverwisseling van Jezus het woord ‘metamorfose’ . Verder komt het woord ‘metamorfose’ nog twee keer voor in het Nieuwe Testament. In Romeinen 12:2 en in 2 Korintiërs 3:18. In die tweede brief van Paulus aan de christelijke gemeenschap in Korinte verwijst hij  naar de hemelse glans op het gezicht van Mozes. Die verdween op een gegeven moment weer, zegt Paulus. En de hemelse lichtshow met Jezus, Mozes en Elia op de berg was, nadat God gesproken had, ook zomaar weer verdwenen. Die buitenkant, zegt Paulus, daar gaat het niet om. Maar als je tot geloof komt, ja, telkens als iemand gaat geloven in Jezus Christus de Heer, dan komt er een hemelse glans in je leven. En die glans, die met Christus gekomen is, zit van binnen. Dat is het werk van Gods Heilige Geest. Dan voel je je vrij. Niet meer onzeker – zou God wel bestaan? Niet meer angstig – heb ik wel goed genoeg geleefd? Nee, dan voel je je vrij! Omdat je weet: ik mag bij God horen! Jezus Christus heeft mij gered en mij in de vrijheid gezet! Ik geloof! Als Paulus dat aan de christenen in Korinte verteld heeft, zegt hij:

Wij christenen zijn dus vrij. Wij hebben geen doek voor ons gezicht. Onze gezichten laten iets zien van de hemelse glans van de Heer. Want wij veranderen in nieuwe mensen, wij gaan steeds meer lijken op onze hemelse Heer. Daar zorgt de Heilige Geest voor.

Paulus zegt hier, dat christenen mensen zijn die iets hebben wat andere mensen missen. Maar niet omdat ze uit zichzelf zulke geweldige mensen zijn. Integendeel. Christenen kun je vergelijken met een reflector. Die geven uit zichzelf helemaal geen licht. Ze geven alleen maar de glans van ander licht door. En zo mag iedere christen iets laten van de hemelse glans van de Heer Jezus Christus. Je mag de glorie van Christus reflecteren. Want als je in Jezus gelooft, dan zie je iets in Hem. Hij is de Zoon van God. Hij is het! Mensen komen onder de indruk van Hem. Ik wel tenminste. Hij heeft mij te pakken met zijn liefde. Daarmee neemt Hij mijn angst en schuld en schaamte weg. Hij pakt mij ook in met zijn waarheid. Tegenover Hem hoef ik mij niet langer beter voor te doen dan ik ben en mijn Locatie het noorderlicht-002maskers op te houden. En Hij pakt mij vast met kracht. Want door Hem krijgt mijn leven weer zin en openen zich geweldige perspektieven. Liefde – waarheid – kracht. Dat mogen christenen samen reflecteren. Waarom? Nou, zodat andere mensen het merken, dat een leven met God en Jezus zin heeft. God Zelf kunnen we niet zien. En Jezus is teruggekeerd naar de hemel. Maar op aarde lopen wel volgelingen van Christus rond. Ook hier in Peelo heb je honderden christenen. De vraag is: wat zien andere mensen daar van? Wat zien ze aan mij? Zien ze iets van de glans van God? Merken ze iets van die metamorfose, waar Jezus zorgt? Komen ze erachter, dat die mensen van de kerk iets hebben wat toch wel heel bijzonder is?

Die metamorfose, zegt Paulus, is een proces. Christenen zijn nog steeds geen volmaakte mensen. En de hemel op aarde … dat zal pas gebeuren als Jezus terugkomt op de wolken.  En die metamorfose is niet een prestatie die je als christen uit jezelf haalt. Iemand anders, Jezus Zelf, is onze motivatie. Met en door zijn Geest wil Hij ons telkens weer inspireren. Daarvoor komen christenen ook bij elkaar. Paulus zegt niet: ‘ik weerspiegel de glorie van de Heer.’ Hij heeft het over: ‘wij christenen’. Mensen moeten het kunnen zien dat christenen op een fijne manier met elkaar omgaan. Juist in onze tijd, waarin er zoveel Dikke-Ikke’s  zijn, hebben we dat wij-gevoel zo nodig. Daar hunkeren mensen naar: een gemeenschap van mensen die omzien naar elkaar en openstaan voor iedereen. Als dat lukt, zegt Paulus in een andere brief, aan de christenen van Filippi, hoofdstuk 2:15

Dan vallen jullie op tussen alle slechte en oneerlijke mensen als sterren die schitteren in de nacht.

Dat is een mooie en tegelijk ook pittige opdracht. Een christelijke gemeenschap die in een ‘Dikke-Ikke-tijd’ gaat voor het ‘wij-gevoel’ door steeds meer te gaan lijken op Jezus, onze Heer in de hemel. Bij de opening van ons nieuwe kerkgebouw “Het Noorderlicht” en in de bijna twee jaar ervoor heb ik dat geestelijke ‘wij-gevoel’ duidelijk ervaren. Glow in the darkEn ik niet alleen. Heel de wijk Peelo heeft het opgemerkt. De kunst is nu, om dat gevoel vast te houden. Om ook met een eigen kerkgebouw iets te laten van de hemelse glans van onze Heer. Als kinderen van één Vader. Met hoofd en hart en handen. Door te blijven vragen of de Heilige Geest op ons wil blijven inwerken.

 

De collagefoto’s ‘Opening Noorderlicht’ en ‘van bieb tot kerk’ zijn van de hand van Philip Roorda