MISPLAATSTE ZUINIGHEID – over het FOC en het parkeerbeleid in Assen

Soms heb ik last van misplaatste zuinigheid. Lang geleden bijvoorbeeld. We waren op vakantie in Hellendoorn en met de oudste twee kinderen (7 en 5 jaar) gingen we voor de tweede keer naar Avonturenpark Hellendoorn. Na afloop van één van de attracties konden we een actie-foto van ons drieën kopen.  Ongeveer zo groot als een half A4-tje, maar van een belabberde kwaliteit. Ik had geen zin om er  € 6,95 aan uit te geven, ook al vonden mijn kinderen ‘m prachtig. Achteraf baalde ik daarvan. Een blijvende herinnering voor de kinderen (zo lang het duurt) is toch meer waard dan zo’n kleine uitgave tijdens je vakantie? Blijkbaar let ik op de onjuiste momenten teveel op de kleintjes. Misplaatse zuinigheid dus.  Terwijl ik verder helemaal geen moeite heb met grote uitgaven zoals het betalen van belastingen, gemeentelijke heffingen en kerkelijke bijdragen. Dat hoort bij mijn plicht als burger en bij mijn plicht als christen. ’t Is wat overdreven om te zeggen dat ik met een blij gevoel mijn machtigingen voor het Rijk en de gemeente Assen invul, maar bij goede doelen lukt dat aardig.

FOCVanmorgen (28 januari 2016) las ik in het Nieuwsblad van het Noorden, dat de gemeenteraad van Assen vanavond een besluit moet nemen over de bouw van een Factory Outlet Centre bij het TT Circuit. En op 1 oktober 2015 deed de wethouder van Assen de harde toezegging dat de evaluatie van ‘het veelbesproken parkeerbeleid’ dat de gemeente per 6 januari 2015 heeft ingevoerd, in januari 2016 klaar zou zijn (aldus RTV Drente). Over beide onderwerpen valt  veel te zeggen.  Maar ik moest opeens denken aan mijn misplaatste zuinigheid.

Voor mij is het FOC een grote zaak. Ik overzie  de consequenties niet zo goed van de keuze die gemaakt gaat worden. Dus of ‘ie er nu wel of niet komt, ik laat het graag aan de wijsheid van de gemeenteraad van Assen over. Daar is meer kennis van zaken dan bij mij als gewone burger. En in de toekomst zullen we wel zien waar het op uit draait.

Het parkeerbeleid daarentegen is een onderwerp waar iedere gewone burger dagelijks mee te maken krijgt. En dan is elke Euro die je elke keer opnieuw in een parkeermeter moet gooien een bron van ergernis.  Zeker als je opeens ook nog aan tijd gebonden bent of meteen maar voor een hele dag moet betalen (€ 6  in de parkeergarage, € 5 op het in 2014 nog gratis Veemarktterrein). Ik begrijp het principe erachter wel: de vervuiler betaalt, dus wie met de auto naar de binnenstad komt moet meer parkeergeld gaan betalen dan voorheen. Parkeerbeleid Assen 2Daardoor kunnen de algemene gemeentelijke heffingen lager blijven. Maar ik ben, denk ik, niet de enige burger die last heeft van misplaatste zuinigheid. Als ik opeens maar beperkt mag parkeren in de binnenstad en tegelijk meer parkeergeld moet gaan betalen net buiten de binnenstad, voel ik mij in portemonnee aangetast. En dat niet één keer, maar elke keer weer als ik met de auto naar de binnenstad ga. Als de gemeente Assen had besloten een aantal Euro’s boven op de gemeentelijke heffingen te gooien, had ik waarschijnlijk ook even gemopperd. Maar dat zou snel overgegaan zijn. Want het gaat om een algemeen bedrag voor het in stand houden van allerlei voorzieningen in mijn stad Assen. Daar heb ik helemaal geen moeite mee, ook niet als het bedrag opeens wat hoger uitvalt. En ach, het wordt toch automatisch afgeschreven van mijn bankrekening.

Parkeerbeleid AssenVolgens mij heeft de gemeenteraad van Assen een behoorlijke inschattingsfout gemaakt met het besluit om per 6 januari 2015 het betaald parkeren in de binnenstad aan banden te leggen en het gratis parkeren op het Veemarktterrein af te schaffen. De raad heeft de misplaatste zuinigheid van de burger onderschat. Hopelijk wordt dat na één jaar snel weer rechtgezet. Dan gaat de gemeentelijke aanslag wel een stukje omhoog, denk ik. Maar ook al kost het je als burger waarschijnlijk meer dan die paar keren dat je met de auto naar de stad gaat, het bespaart je wel die telkens terugkerende parkeer-ergernis. Per saldo is dat volgens mij winst.

De foto’s van het Veemarktterrein zijn echt van vóór en van ná het gemeenteraadsbesluit om daar parkeergeld te gaan heffen.

 

Vergeving – moeilijk, mogelijk, (te) makkelijk

Iemand echt vergeven is moeilijk. Iemand oprecht om vergeving vragen is net zo moeilijk. Soms lukt het wederzijds. Soms komt het van één kant. Soms claimt een dader te makkelijk vergeving. Van alle drie wil ik een voorbeeld geven.

Wederzijdse verzoening

Eén van de meest bekende foto’s uit de Vietnamoorlog is die van het kleine meisje dat huilend en met uitgestrekte armen op de cameraman afloopt tijdens een bombardement van de Amerikanen op haar dorp om daar de terroristen van de Vietcong te verjagen. Door de napalmbommen hadden de kleren van Kim Phuc vlam gevat. Zelf liep ze derdegraads verbrandingen op aan haar rug en armen. In 1992 wist Kim uit communistisch Vietnam naar Canada te vluchten en kreeg daar politiek asiel. Ze woont nu in Toronto. Vietnam Meisje toen en nuZe heeft nog elke dag veel last van haar verwondingen en duidelijk zichtbare littekens. Eén van de officieren die verantwoordelijk was voor het bombardement was helikopterpiloot John Plummer. Hij zag een paar dagen later de foto en heeft de jaren daarna veel last gehad van nachtmerries en depressieve periodes. In 1996 vernam John dat Kim zou spreken op een veteranendag in Washington DC, niet ver van zijn huis. Hij ging er heen en hoorde, hoe Kim tegen de aanwezigen zei: ‘Als ik nog eens face tot face zou kunnen spreken met de piloot die de bommen boven ons dorp afwierp, zou ik hem vertellen dat ik hem wil vergeven.’ John schreef een briefje met daarop ‘Ik was die man’ en drong aan het eind van haar toespraak door de menigte heen en zag kans haar aandacht te trekken. Hij vertelde dat hij de man was die 24 jaar eerder die bommen had laten vallen. En wat deed Kim? Ze zag het verdriet en de pijn in zijn ogen en stak haar armen uit. John omhelsde haar snikkend en kon alleen maar zeggen: ‘I am so sorry. I am just so sorry.’ En tegelijk zij Kim: ‘It is all right. Ik vergeef je. Ik vergeef je.’ Op dat moment duurde het maar twee minuten, maar ze bleven kontakt houden. Vijf maanden later hebben ze elkaar weer ontmoet en hun verhaal in de krant gedaan. Met een foto waarop ze haast onbegrijpelijk innig en vriendschappelijk naast elkaar zitten. Kim vertelde John opnieuw, dat ze hem had vergeven. En dat ze dat kon, vertelde ze, omdat ze in Canada christen geworden was. Vergeving en verzoening, het kan dus!

Bereid om te vergeven

Maar als het van één kant moet komen? Hoe kun je dan vergeven? In de jaren ’80 van de vorige eeuw was er in Amerika een seriemoordenaar aktief. Hij stond bekend als de Green River Killer, omdat de lichamen van een aantal vermoorde vrouwen in de Green River gedumpt waren. Pas in 2001 kreeg de politie door een DNA-match de dader te pakken. Het bleek Gary Ridgway te zijn. Hij bekende maar liefst 48 moorden. In november 2003 werd hij veroordeeld tot 48x levenslange opsluiting in volledige afzondering. Tijdens het proces mochten de nabestaanden van de slachtoffers hun gevoelens uiten. Je kunt je wel voorstellen hoe ze reageerden.

Maar het optreden en de woorden van Robert Rule, de vader van Janie Rule, maakten de meeste indruk. Janie was in 1980 op haar 14e van huis weggelopen en op haar 16e op gruwelijke wijze door Gary Ridgway omgebracht. Wat Robert Rul tegen Gary Ridgway zei was het volgende: “Meneer Ridgway. Ehm … er zijn mensen hier die u haten. Ik ben niet één van hen. U heeft het moeilijk gemaakt om te kunnen voldoen aan wat ik geloof. En dat is wat God zegt om te doen. En dat is om te vergeven. U bent vergeven, meneer.” (klik hier voor het filmfragment met Nederlandse ondertiteling). Robert Rule, de vader van Janie, had de moed en de kracht om de moordenaar van zijn dochter te vergeven. En je merkt aan alles, dat het hem niet gemakkelijk af ging, integendeel. Toch wil hij het en doet hij het ook. Die houding kun je, denk ik, het beste met de Heidelbergse Catechismus omschrijven als ‘een bewijs van uw genade in ons, dat wij het vaste voornemen hebben onze naaste van harte te vergeven’.

‘God heeft mij vergeven, dat geeft innerlijke rust’

In het Nederlands Dagblad van 14 januari 2016 stond het verhaal van een ex-predikant die ruim twee jaar een meisje van rond de 16 misbruikt heeft. Het meisje wilde met haar dominee praten over eerder seksueel misbruik door haar stiefopa. Uit het verslag blijkt, dat de dader een drietal externe redenen noemt als oorzaak, dat heel het gebeuren grote gevolgen heeft gehad voor hem en zijn gezin en dat het slachtoffer hem er met opzet in heeft laten lopen. Verder is te lezen dat de verdachte spijt heeft van zijn daden en alleen zichzelf schuldig acht, en niet zijn slachoffer. Maar in de publieke zitting zei hij ook tegen de rechtbank: “Ik weet dat Jezus Christus voor al mijn zonden geleden heeft. Hoe de uitspraak ook zal zijn, dit geeft innerlijke rust.” Het gevolg was, dat het slachtoffer hevig geëmotioneerd raakte en ‘boos snikkend’ de rechtszaal verliet. Hier zie je een dader die niet in wil zien of niet in kan zien, wat de schade is die hij door zijn misdaden bij anderen heeft aangericht. Als dader voelt hij zich vergeven door God. Maar aan zijn omgeving heeft hij nog steeds geen boodschap. Voor de ‘aanpalende schade’ voelt hij zich niet verantwoordelijk. Volgens mij eigent een dader zich dan te snel Gods vergeving toe. Alsof vertikale vergeving (herstel van de relatie tussen God en een dader) los staat van horizontale vergeving (herstel van de relatie tussen dader en slachtoffers in de breedste zin van het woord).

Drie posities als het om vergeving gaat

In Matteüs 18:22 draagt Jezus ons op een ander tot 70×7 maal te vergeven. En in Lukas 17:4 zegt Hij, dat je bereid moet zijn om iemand 7x per dag te vergeven. Die opdracht om onbeperkt te vergeven lijkt onmogelijk. Dat kan niet uit eigen kracht. Het lukt je alleen maar, als je steeds weer onder de indruk komt van de overvloed van vergeving die God schenkt. En dan nog … hoe kun je de bereidheid en het vaste voornemen om te vergeven opbrengen als je heel diep gekwetst bent en hele pijnlijke ervaringen hebt meegemaakt? Of als een dader te snel vergeving voor zichzelf claimt en geen rekening wil houden met de gevolgen en de gevoelens van zijn misdaad bij de direkte en indirekte slachtoffers? Zelf denk ik, dat echte vergeving van twee kanten moet komen. Niet alleen vertikaal met God, maar ook horizontaal, tussen mensen onderling, zoals bij Kim Phuc en John Plummer. Als dat niet kan, roept Jezus mij op tot vergevingsgezindheid. Stel dat degene die jou iets verschrikkelijks heeft aangedaan pas jaren later mij op de stoep staat en me om vergeving vraagt. Hoe ver ben ik dan in het proces van vergeving? Kan ik mijn dader toespraken zoals Robert Rule Gary Ridgway vergaf? Als mij dat echt niet lukt, wijst Paulus nog een derde weg. Namelijk: koester geen haat en neem geen wraak, maar laat het over aan God. Hij heeft immers gezegd: “Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal het vergelden.” (Romeinen 12:19). Zelfs dat is niet altijd even makkelijk. Want dan duurt het wachten op gerechtigheid voor je gevoel wel heel erg lang.

Iemand vergeven valt niet mee. Zelf vergeving vragen en van vergeving leven is net zo moeilijk. Toen Jezus zijn leerlingen voorhield dat ze onbeperkt moesten vergeven, zeiden de apostelen tegen de Heer: “Geef ons meer geloof!” (Lukas 17:5). Alleen zo is het mogelijk.

 

HAASTIGE SPOED in 2016

Anna en Meinke Weerstand hebben ijzelpret

Anna en Meinke Weerstand hebben ijzelpret

Toelichting: ondanks de ijzel ging de Middagpauzedienst in de Bethelkerk in Assen gewoon door. Tien dappere aanwezigen trotseerden de gladheid. Ongeveer 25 à 30 anderen die normaal ook aanwezig zijn, durfden het blijkbaar niet aan – wat zeer verstandig is. Voor hen en voor wie het verder interessant vindt, volgt hier de tekst van de overdenking van de eerste Middagpauzedienst in 2016.

Openbaring 22 : 7, 12, 20 “Ik kom spoedig!” “En zie, Ik kom spoedig!” “Ja, Ik kom spoedig!”

Geliefde mensen, de kop is eraf. Met veel vuurwerk hebben we het nieuwe jaar ingeluid. En daarna begon het hier in het Noorden eindelijk een beetje winter te worden met al die ijzel. Het is alweer zes dagen 2016.

Wat zal het nieuwe jaar ons brengen? Hoe ziet het er uit? Niemand van ons weet het ware antwoord. We staan nog maar op de drempel van 2016. Eén ding weten we wel zeker: niets kan ons scheiden van Chris­tus. De Here Jezus heeft dat ééns gezegd, vlak voor zijn afscheid: ‘En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ (Matteüs 28:20) Het is goed om dat tot ons te laten doordringen aan het begin van het nieuwe jaar. Wat is uw goede voornemen? Wat zal het nieuwe jaar voor jou brengen? Veel mensen zeggen: afwachten maar. Maar in dit laatste hoofdstuk van de bijbel staat iets heel anders. Daar zegt Jezus maar liefst drie keer: ‘Ik kom spoe­dig!’ Met die belofte wordt iedere keer een stukje van dit hoofdstuk afgesloten. Je kunt je afvragen: waarom herhaalt Jezus deze belofte? Omdat wat drie keer gezegd wordt, vast en zeker is. De herhaling is geen teken van onzekerheid, maar bevestigt en onderstreept juist de zekerheid. Je hebt het toch zeker wel gehoord? ‘Ja, Ik kom spoedig’, dat zegt de Here Jezus!

Vandaag zien we elkaar (ook al is het vanwege de gladte maar met z’n elven) voor het eerst in 2016 weer in de Middagpauzedienst. Een goede gelegenheid om onszelf en elkaar te herinneren aan de belofte van Chris­tus’ terugkomst. Hij zegt het immers Zelf: ‘Zie, Ik kom spoedig!’ Bij elk jaar gebruiken we de uitdrukking –vroeger meer dan tegen­woordig– Anno Domini. Dat betekent: in het jaar van onze Heer. We leven nu Anno Domini 2016 na de geboorte van Christus. Maar je kunt het ook omkeren en zeggen: we leven in het zoveelste jaar vóór de terugkomst van onze Heer. Alleen kunnen we er dan geen jaartal opplakken, omdat we niet precies weten, wannéér Hij terugkomt. Maar zelfs al zou Hij dit jaar nog niet weerkomen, het is wel een jaar van de nadering van zijn komst. Want die dag komt steeds dichter bij. Elly en Rikkert, die zoveel kinderliedjes gemaakt hebben, brengen het zo onder woorden: ‘Elke dag een stapje dichter bij die dag, elke dag een stapje dichterbij. Stapje voor stapje, ’t is niet veel, maar snap je, wij zijn elke keer een stapje dichter bij de Heer.’

Van 2015 naar 2016 betekent: we zijn weer een jaar dichter bij de Heer! Daar kun je op twee manieren mee omgaan. Afwachten of verwachten. Dat eerste, dat is toch niet de goede houding. Afwachten heeft iets pas­siefs. Je ziet wel wat er gebeuren gaat, en laat het allemaal over je heenkomen. Je kunt er verder toch niets aan doen. Maar voor je het weet, interesseert het je ook niet meer zo en hou je je er ook niet meer zo mee bezig. Geloven wordt iets voor straks. Een levensverzekering voor de eeuwigheid. Gaat het vaak niet zo bij u en jou? Dat je wel wéét: de Here Jezus is bij mij en straks komt Hij terug. Maar eigenlijk speelt het niet zo’n grote rol in mijn leven. Of kun je haast niet wachten tot die grote dag aanbreekt? Zie je er naar uit? Als dat zo is, is er geen sprake van ‘afwachten maar’, maar van ‘verwachten’. Dat laatste is veel positiever, daar zit aktieve houding achter. Dan kijk je naar iets uit. Je verlangt er naar, je bent er mee bezig. En je stemt een gedeelte van je plannen of van je karrière er op af. Alleen: dat is best moeilijk. Want we leven in een wereld, die zich steeds meer concentreert op het leven nu. Híer moet je het maken. Je moet nú genieten, voor het te laat is. En zo proberen mensen op deze aarde rijk te worden en gezond te blijven. Alles wat met ziek zijn en sterven te maken heeft, proberen ze zo ver mogelijk voor zich uit te schui­ven. In dat klimaat leven wij ook als gelovigen. Dan lijkt het, alsof je als chris­ten wel in de aanwezigheid en de terugkomst van de Here Jezus ge­looft, maar voor je het zelf in de gaten hebt, funktio­neert het kontakt met de Here Jezus helemaal niet meer inTulpenveld met regenboog je dage­lijks leven. Je hebt het druk, er zijn nog zoveel interessante dingen te doen en te beleven. En ondertussen raak je de verborgen omgang met de Here kwijt en verdwijnt de gedachte aan de terugkomst van je Heiland helemaal uit beeld. Dan lijk je misschien heel erg bij de tijd, maar in de ogen van God ben je in slaap gesukkeld! Je loopt hopeloos achter! Want dan hou je de klok van God niet bij! Dan heb je je eigen toekomst misschien tot in detail gepland, maar ben je niet op Gods toekomst voorbereid. Vanmiddag krijgen wij weer te horen van onze Heer Jezus Zelf te horen: ‘Ja, Ik kom spoedig!’ En wat staat er nog meer? De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Dat is het effekt van de Heilige Geest op Gods kinderen. Hij zorgt ervoor, dat jij en ik het ook in 2016 van Jezus onze Heer verwachten. Híj helpt ons ook het komende jaar door. Wat de toekomst ook brenge moge. Hoewel, ik weet wel, wat de toekomst brengt: Jezus Christus, onze Heer! Dus vraag je aan het begin van 2016 niet alleen af wat de toekomst zal brengen, maar sta in 2016 ook steeds weer bewust stil bij Wie er in de toekomst zal komen!