Al drie jaar rustig en ongestoord onder Koning Willem-Alexander

Op 30 april 2013 droeg koningin Beatrix de troon over aan haar zoon Willem-Alexander. Na bijna 125 jaar geregeerd te zijn door vier vorstinnen hebben we nu alweer drie jaar een koning (en kregen we Máximá als koningin erbij).

Willem Alexander Maxima StaatsieportretHeel Nederland, op een kleine republikeinse minderheid na, houdt van de Oranjes. Je kunt er over denken wat je wilt, maar Nederland en het Huis Oranje-Nassau vormen al zo’n 450 jaar een nauwe band. Soms werd met een beroep op het drievoudig snoer uit Prediker 4:12 zelf gesproken van het verbond tussen God, Nederland en Oranje. Dat laatste vinden veel christenen vandaag toch wel een beetje erg overdreven, maar zo’n verwijzing naar de bijbel geeft wel aan, dat we als christenen in Nederland altijd erg dankbaar geweest zijn voor de (geloofs-)vrijheid die de eerste stadhouders van Oranje, de prinsen Willem (de Zwijger), Maurits en Frederik Hendrik in de tijd van de Tachtigjarige Oorlog voor Nederland bevochten hebben. Daarin mag je nog steeds Gods voorzienende hand zien. Vandaar de verbondenheid die veel Nederlanders nog steeds met het Huis van Oranje ervaren.

Die verbondenheid hing 150 jaar geleden trouwens aan een zijden draadje. Koning Willem III (1817-1890) overleefde zijn drie zonen Willem (1840-1879), Maurits (1843-1850) en Alexander (1851-1884). Pas door een heel laat  tweede huwelijk met prinses Emma (1858-1934) werd in 1880 Koningin Wilhelmina (1880-1962) geboren. Ook zij kreeg maar één dochter, Koningin Juliana (1909-2004). Pas nadat in het huwelijk van Koningin Juliana met prins Bernhard vier dochters geboren werden, zit de koninklijke familie wat ruimer in het jasje wat de troonsopvolging betreft.

Ook al verspreken veel mensen zich nog regelmatig, op 27 april is het voor iedereen Koningsdag. ‘Als koning vier ik mijn verjaardag met de Nederlandse bevolking het liefst op de dag zelf’,  zei kroonprins Willem-Alexander vlak voordat hij koning werd. Een andere datum dus, ook al scheelt het maar drie dagen. Terecht, want hij is ook een ander type vorst dan z’n moeder. Gelukkig is hij geen ‘Willem-Alles-Anders’ geworden, want al snel is gebleken dat  onze koning samen met koningin Máximá net zo’n sterk en onomstreden koppel vormt als koningin Beatrix en prins Claus. Dat komt ons land alleen maar ten goede.

Wilhelmus VolksliedIn de kerk zingen we rond de verjaardag van de Koning(in) en rond 30 april altijd twee verzen van het enige officiële koningslied, het Wilhelmus. Dat is een goede gewoonte. Want of je nu een hartelijk voorstander van de monarchie bent of diep in je hart liever een republiek hebt – uiteindelijk is iedere staatsvorm door mensen bedacht. Wat dat betreft hou ik het persoonlijk liever bij onze mengvorm van monarchie en democratie. Onze staatsvorm kennen we al eeuwenlang en heeft z’n waarde bewezen. Daardoor heerst  er in ons land een verbondenheid die je in republieken als Frankrijk en Italië niet ziet. En in ons land heb je geen macho-mannetjes als  als Putin en Erdogan die als premier en president zichzelf koning wanen, waardoor ze de tegenstellingen in het land alleen maar vergroten.

Hoe mensen de inrichting van hun staat ook vorm geven, uiteindelijk is de overheid als instantie door God gegeven. Zo staat het bv. in 1 Petrus 2 vers 13-14: Erken omwille van de Heer het gezag van de bestuurders die door de mensen zijn aangesteld: van de keizer, de hoogste autoriteit, en van de gouverneurs, die hij heeft afgevaardigd om misdadigers te straffen en om te belonen wie het goede doen. En dan zegt Petrus erbij, in vers 16: Leef als vrije mensen, en verschuil u niet achter uw vrijheid om u te misdragen, maar handel als dienaren van God. Dat vind ik een mooie opdracht voor ons als christenen in Nederland. We zijn vrij, in Christus én we leven in een vrij land, onder een democratisch gekozen regering en onder een goed functionerend koningshuis. Die dubbele vrijheid  geeft verplichtingen naar alle kanten toe, laat Petrus weten in vers 17: Houd iedereen in ere, heb uw broeders en zusters lief, heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer.

Laten we blijven bidden of God ook aan koning Willem-Alexander de kracht en de wijsheid wil geven om voor heel ons koninkrijk een goede vorst te zijn. Dan zal de HERE ons een rustig en ongestoord leven geven in alle vroomheid en waardigheid, zoals Hij ons beloofd heeft. Niet als doel op zich – als wij het maar goed hebben in Nederland. Maar met het oog op zijn verlangen – dat alle mensen, ook in Nederland, gered worden en de waarheid leren kennen door het goede nieuws van Jezus Christus .

GAAF om met je GAVEN Gods gemeente nog GAVER te maken

In onze kerkelijke gemeente (GKV “Het Noorderlicht” in Assen-Peelo) draaien we twee weken lang het projekt GAAV! Voor een christen is het vooral GAAF om bij God te mogen horen. Paulus heeft dat ontdekt in Romeinen 12. God is zo goed en zo barmhartig voor ons is. En dus zegt hij:  Denk niet van jezelf dat je geweldig bent. Nee, wees verstandig en bedenk dat er voor God maar één ding belangrijk is: dat je gelooft in Jezus Christus. (Rom. 12:3 – Bijbel in Gewone Taal). Het gaat dus allereerst om je houding en je motivatie. Wat voor christen wil jij zijn? Eentje die zichzelf geweldig vindt? Of eentje die heel erg blij is met God als Vader en Jezus als Redder en Vriend?Gewoon Doen 01

Vervolgens mag je dat ook laten zien. Hoe kun je dat? Nou, zegt Paulus: gewoon doen! In beide opzichten. Doe maar gewóón! En dóe maar gewoon!  Gewoon doen waar je goed in bent vanuit je geloof Jezus Christus. Zonder hoge pretenties de gaven die je van God gekregen hebt inzetten. Zo ontdek je vanzelf je plekje in de kerk, in het lichaam van Christus. Want iedereen kan en mag meedoen. Met hoofd en hart en handen.

Mensen die met hun handen werken hebben die gave van God gekregen. Neem Besaleël, een goudsmit, en Oholiab, een tapijtenwever. Dat waren in de tijd van Mozes twee vaklieden die alle voorwerpen in de tabernakel, de tentkleden, de priesterkleding en alle versieringen mochten ontwerpen en uitvoeren. Want God had hun uitzonderlijke talenten op dit vakgebied geschonken, zodat ze al die technieken beheersten. Naast deze twee begaafde personen waren er nog meer vakmensen aan wie de HERE de wijsheid en het inzicht gegeven heeft die hiervoor nodig zijn. Ook die waren graag bereid om mee te bouwen aan een huis voor God. Heel het volk werd er enthousiast van, ze brachten zoveel geschenken en materiaal voor de bouw van het heiligdom, dat ze binnen de kortste keren genoeg hadden. (Lees het na in Exodus 35:30 – 36:7). Merk je hoe waardevol jij bent als je goed met je handen kunt werken? Laat maar gewoon je handen wapperen in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.

Ook mensen met een goed verstand hebben die gave van God gekregen. Neem koning Salomo. Hij mocht vragen wat hij maar wilde toen hij vrij jong al zijn vader David moest opvolgen. En wat koos hij? Geen roem, geen rijkdom, geen lang leven. Hij ging voor wijsheid. Wijsheid om Gods volk zo goed mogelijk te kunnen besturen. En God gaf hem dat ook. Zelfs de moeilijkste kwesties, zoals met die twee vrouwen – wie van hen was de echte moeder van het  nog levende kind? (Lees het na in 2 Koningen 3:1-28). Zie je dat jouw gave om goed leiding te kunnen geven net zo waardevol is in de ogen van God? Gebruik maar gewoon je hoofd in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.

En dan heb je ook nog mensen die vooral hun hart volgen. Ook dat is een grote gave van God. Neem de arme weduwe die in de tempel kwam. Jezus zag wat ze deed: ze gooide een  paar muntjes  in de offerkist. Twee keer 20 eurocent zeg maar. Het stelde niet zoveel voor in vergelijking met de briefjes van 20 en 50 die veel andere tempelgangers er in stopten. Maar in de ogen van Jezus was deze gift het meest waardevol. Want ze gaf blijmoedig van haar armoede alles wat ze had. Zoveel hield ze van God en van zijn huis, de tempel. (Lees het na in Markus 12:41-44). Voel je hoe blij Jezus is als jij vandaag vanuit je hart je inzet voor God en mensen? Laat maar gewoon je hart spreken in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.Gewoon Doen 02

‘Maar waar moet ik beginnen?’ Nou, zou ik zeggen: begin maar gewoon, gewoon doen, elke dag een stukje beter. Ieder op z’n eigen plek. Ieder in z’n eigen functie. Maar allemaal met dezelfde motivatie: dat je gelooft in Jezus Christus. Dan is het GAAF om je GAVEN in te zetten om Gods gemeente nog GAVER te maken.

Erdogan, een enge man – die je dus straffeloos beledigen kan?

Mag je akelige mensen en enge mannetjes tot op het bot beledigen? De Turkse president Recep Tayyip Erdogan is zo’n akelige, enge en zelfs gevaarlijke man. Tenminste, dat vind ik. Maar kun je hem dan maar voor alles uitmaken wat in je opkomt?

Als je mensen vraagt wat ze van Erdogan vinden, hoor je vaak, dat hij een ego heeft van hier tot Tokio. Hij zoekt binnen Turkije en daarbuiten met iedereen ruzie. Hij manipuleert verkiezingen. Hij draait de vrijheid van meningsuiting de nek om: alle kritische media binnen Turkije worden uitgeschakeld en alle kritische journalisten van buiten Turkije worden het land uitgezet.

Na 100 jaar wil Erdogan ook de geschiedenis nog eens dunnetjes overdoen. Honderd jaar geleden vond namelijk de Armeense genocide plaats. Bijna 1,5 miljoen Armeniërs en 250.000 Assyriërs werden doelbewust vermoord en gedeporteerd in de periode tussen 1915 en 1918. Tegelijkertijd werden zo’n 1,5 miljoen Grieken aan de kusten van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee verdreven. Een etnische zuivering van jewelste waardoor alle christelijke bevolkingsgroepen uit Turkije verdwenen. In 1914 was nog ruim 19% van de bevolking christelijk en na 1920 nog maar ruim 2%. In een Turkse studie van 2008 werd dat subtiel ‘emigration of non-Muslims from Turkey’ genoemd. Precies een eeuw later probeert Erdogan nu de Turkije Koerden-vrij te maken door een echte burgeroorlog te beginnen in de oostelijke, overwegend Koerdische provincies. Dat wordt nog een hele klus, want 15% van de bijna 80 miljoen inwoners van Turkije is Koerd.

Erdowie Erdowo ErdowanGeen wonder dat Erdogan iedereen tegen zich in het harnas jaagt. En dat hij hier in Europa dus behoorlijk op de korrel genomen wordt in de media. Inhoudelijk, maar ook door middel van satire. Zelf vond ik het geweldig hoe de Duitse TV-omroep NDR de Turkse president op de korrel nam met een persiflage op een popsong van Nena. Het spotlied ‘Erdowie, Erdowo, Erdowan’ heeft al meer dan 7.750.000 hits op YouTube. Luister en geniet (als je goed Duits kunt verstaan).

Doordat Erdogan dit soort humor niet kon waarderen, riep hij meteen de Duitse ambassadeur op het matje. En daarmee opende hij zelf de doos van Pandoera, want vorige week ging de komiek Jan Böhmermann op de Duitse TV-zender ZDF helemaal los met een aantal beledigingen tegen Erdogan waar de honden geen brood van lusten. Het was een bewust provocatie waarvan Böhmermann wist dat die tot strafvervolging kon leiden. En inderdaad kon meneer Erdogan deze grap niet waarderen. Hij diende maar liefst drie aanklachten tegen Jan Böhmermann in. De belangrijkste was ‘belediging van een Erdogan Böhmermannbuitenlands staatshoofd’. Om die aanklacht bij de Duitse rechter in te kunnen dienen, moet de Duitse regering toestemming geven. Dat heeft Bundeskanzlerin Angela Merkel na een lange week van nadenken uiteindelijk ook gedaan. Maar ze wil geen inhoudelijk kommentaar leveren op de manier waarop Böhmermann Erdogan voor rotte vis heeft uitgemaakt. En ook wil ze het wetsartikel waarin het beledigen van buitenlandse staatshoofden verboden wordt schrappen. Het stamt uit eind 1800 en is niet meer van deze tijd.

In Duitsland is heel verschillend gereageerd op deze stap van de Duitse regering. Natuurlijk roepen heel veel mensen dat hier de vrijheid van meningsuiting in het geding is. En dat terwijl Erdogan in Turkije de vrije pers om zeep helpt. Dat klopt allemaal. Toch vind ik het een goede zaak dat de komiek Jan Böhmermann zich voor de rechter moet verantwoorden. Want ook al heb je nog zo’n pokke-hekel aan enge mannetjes als Erdogan, je kunt niet straffeloos alles tegen iemand zeggen onder de dekmantel van satire. Böhmermann gaf zelf aan dat hij deze provocatie bewust heeft uitgelokt. De teksten zijn erg kwetsend. Net zoals de cartoons van Charlie Hebdoo, de schunnige uitspraken over Allah van cabaretier Hans Teeuwen en de opruiende uitspraken van Geert Wilders over Marokkanen. Als iemand zich daar diep door beledigd voelt, als persoon of als gelovige, heeft hij het recht om een aanklacht in te dienen. Zelfs iemand als Recep Tayyip Erdogan. Of dat verstandig is, kun je je afvragen. Satire is vaak heel erg raak. Maar als het zo kwetsend is dat elke reaktie het alleen maar erger maakt, kun je er ook voor kiezen zulke laag-bij-de-grondse blaadjes of goedkoop-scorende cabaretiers gewoon te negeren en links te laten liggen. Wat ze schrijven of zingen zegt meer over henzelf dan over de persoon, de bevolkingsgroep, het geloof of de God /god die ze belachelijk maken. Erop ingaan is parels voor de zwijnen werpen. Maar iedereen heeft ook het recht om zich zo diep beledigd te voelen, dat hij daarover een rechtszaak wil beginnen vanwege smaad. Dat is beter dan het recht in eigen hand te nemen. Dat is ook beter dan dat het je helemaal niet meer raakt als iemand jouw geloof of God grof onderuit haalt.

 

En dat was gelijk ook het laatste raadgevend referendum

We hebben het weer gehad, het hele circus rond het Oekraïne-referendum. Ruim 12% JA-stemmers zorgde er met ruim 19% NEE-stemmers voor dat de drempel van 30% gehaald werd. Dus heeft één op de vijf Nederlanders veel plezier aan deze uit de hand gelopen één-april-grap beleefd. Wat dat betreft is dit referendum geslaagd. En moet de politiek hier dus wel wat mee doen. Maar als het aan mij ligt, is het eens maar nooit weer.

ONZIN

Een dag voordat de stembussen open gingen, schreef Elbert Dijkgraaf, Tweede Kamerlid voor de SGP, in het Nederlands Dagblad van 5 april 2016, dat hij indertijd tegen de Referendumwet gestemd heeft, en dat de hele gang van zaken in de afgelopen tijd bewezen heeft, dat dat niet voor niets was. Letterlijk zegt hij: “Referenda zijn  ondingen. Ze stichten meer verwarring dan dat ze duidelijkheid geven.” Ik ben het voor het grootste gedeelte met hem eens. Een raadgevend referendum is inderdaad een onding. Zeker als het vrij gemakkelijk en onder valse voorwendselen kan worden aangevraagd door groeperingen met een dubbele of een verborgen agenda. Ik vind een raadgevend Elbert Dijkgraaf met Jan Roosreferendum trouwens überhaupt drie keer niks. We hebben een parlement dat we één keer in de vier jaar (als het kabinet de rit tenminste uitzit) met z’n allen kiezen. Dat is, zou je kunnen zeggen, een bindend referendum over alle zaken die de regering besloten heeft en waar de oppositie vaak totaal andere gedachten over heeft. En met die uitslag moeten we het met z’n allen weer maximaal vier jaar doen. Dus waarom zou je dan voor elk apart onderwerp nog eens de mening van de hele bevolking moeten vragen? Bovendien vraagt de regering bij een raadgevend referendum de bevolking niet om met een bepaald besluit in te stemmen  of het af te stemmen. Nee, de regering vraagt de bevolking slechts om raad. Het is maar een advies. De regering mag het overnemen, maar het hoeft niet. Omdat ik vind dat in Den Haag de mensen zitten die we samen in onze (on)wijsheid gekozen hebben om ons land in alle (on)wijsheid te besturen, heb ik geen behoefte om bij zaken die ik te onbelangrijk of te ingewikkeld vind, de regering van advies te dienen. Voor dit Oekraïne-referendum gold wat mij betreft beide.

THUIS BLIJVEN IS OOK EEN RECHT

Ik vind het vreemd dat een aantal mensen de afgelopen week tegen mij zei: ‘Je hoort van je demokratisch recht gebruik te maken om te stemmen.’ Ik vind dat dat geldt voor verkiezingen waar echt wat te kiezen valt, zoals de mensen die mijn gedachtengoed vertegenwoordigen in de gemeenteraad, in mijn provincie, in de Tweede Kamer en zelfs in het Europees Parlement. En ik vind dat dat geldt voor elke zaak waarin de overheid de bevolking oproept om een bepaald regeringsbesluit te bekrachtigen of af te wijzen. Wat dat betreft ben ik iets genuanceerder dan Elbert Dijkgraaf, want ik ben niet per Referendum Oekraine Cartoondefinitie tegen een correctief referendum. Maar waarom zou ik moreel verplicht moeten zijn om aan de regering mijn advies te geven over een onderwerp dat in mijn ogen volstrekt willekeurig en totaal onbelangrijk is? Alleen omdat een paar organisaties toevallig genoeg handtekeningen bij elkaar gekregen hebben om zo’n raadgevend referendum mogelijk te maken? Dan is er volgens mij niets mis met het standpunt: ‘Ik NEE-geer het referendum en blijf lekker thuis’. Waren er op 6 april maar meer JA-stemmers bij moeder thuis gebleven, denk ik dan. Want de negatieve gevoelens over de Oekraïne en de hele Europese Unie leven onder nog geen 20% van de bevolking. Dat aantal stemde namelijk NEE. En laten de SP en de PVV samen nu ook ongeveer 20% van de zetels in de Tweede Kamer hebben. Maar door die ruim 12% JA-stemmers is de uitslag van dit referendum wel rechtsgeldig. Net als 10 jaar geleden bij het referendum over de Europese grondwet. Toen stemde ook ruim 60% tegen. Maar toen ging het om een referendum dat door de overheid zelf was uitgeschreven. Toen kwamen er ook bijna 2x zoveel kiezers (zo’n 63%) naar de stembus. Dat was tenminste een duidelijk referendum: iedereen wist waar het echt om ging,  dus was de opkomst hoog en gaf de Nederlandse bevolking een helder signaal af richting regering en Europa. 

GEEN LEF

Wat mij in dit hele referendum het meest bevreemd heeft is de houding van de politieke partijen die indertijd tegen de Referendumwet waren en gisteren opriepen om JA te gaan stemmen. Zowel de VVD als het CDA als de ChristenUnie en zelfs de SGP durfden het niet aan om te adviseren: blijf toch lekker thuis, want dit is precies waar we bang voor waren toen de Referendumwet is ingevoerd. De enige die nog de indruk wekte dat je beter niet kon gaan stemmen als je voor het handelsverdrag met de Oekraïne bent, was Elbert Dijkgraaf. Hij vond een lage opkomst wel prima. Maar wie wilde stemmen, moest dat maar doen, liefst voor. Zelf wekte hij de indruk dat hij thuis zou blijven, want “ik heb al gestemd. De keus is aan u.” Hij had al tegen de wet om een raadplegend referendum in te voeren gestemd. Dus ik denk dat hij van zijn recht gebruik gemaakt heeft om deze hele poppenkast aan zich voorbij te laten gaan. Maar geen politicus die dit hardop durfde te zeggen. Dat viel me op en viel me tegen.

NOOIT WEER

Voor de toekomst heb ik mijn les wel getrokken uit dit eerste raadgevende referendum. Ik doe er in het vervolg helemaal niet meer aan mee als het door hoeveel burgers dan ook wordt aangevraagd. We hebben een parlement. We hebben een regering. En die wordt om de vier jaar demokratisch herkozen. Als het parlement of de regering binnen die periode zelf de bevolking om advies vraagt zal ik daar gehoor aan geven. Zoals indertijd bij het referendum over de Europese grondwet (toen was de opkomst . Maar voor de rest blijf ik in ’t vervolg thuis. Want wat Jan Roos en de zijnen belangrijk vinden, kan mij niet boeien. En omgekeerd kan het D66 al sinds 1995 niet boeien dat een grote groep burgers de zondagsrust zo belangrijk vindt dat ze op die dag de winkels graag gesloten willen houden. Ook aan zo’n referendum zal ik niet meedoen als CDA, ChristenUnie en SP die ooit nog in mijn stad voor elkaar zouden krijgen. Ik mag namelijk gewoon weer stemmen bij de eerstvolgende verkiezingen en zie wel, welke partijen er in mijn stad en in mijn land door de meerderheid van de burgers in hun (on)wijsheid in het zadel geholpen worden.

Wie nog eens alle argumenten om het Oekraïne-Referendum te negeren na wil lezen: http://wp.me/p3wcfn-Bj De cartoon stond op 3 april 2016 op de FB-pagina ‘Van 9 tot 5’