ORGAANDONATIE – zet de politiek na 20 jaar eindelijk een stap voorwaarts?  

Komt er een nieuw donorregistratiesysteem? Het zal erom spannen deze week in de Den Haag. Vóór de zomervakantie diende D66 een voorstel in een ‘actief donorregistratiesysteem’ in te voeren. Dat betekent in de praktijk, dat iedereen vanaf 18 jaar nadrukkelijk gevraagd wordt om een keus te maken: ‘Ik wil wel of geen donor worden.’ Wie ondanks herhaalde oproepen geen keus wil maken, wordt automatisch geregistreerd als donor. In juni 2016 lieten o.a. CDA en ChristenUnie en VVD weten dit voorstel niet te zullen steunen. Volgens mij ten onrechte, zoals ik in mijn blog van 7 juni 2016 onderbouwde (klik hier), want al meer dan 20 jaar geeft maar 40% van de Nederlanders, alle overheidscampagnes ten spijt laat, aan of men wel of geen donor wil zijn. Tegelijk wil 90% van de Nederlanders wel graag een orgaan te willen ontvangen als de nood aan de man (of de vrouw) komt. Er moet dus echt wat veranderen. Vandaar het voorstel van D66. Begin deze maand liet D66 weten, het voorstel nog verder te hebben aangepast om aan de bezwaren van o.a. de christelijke partijen tegemoet te komen. Of het helpt, valt nog te bezien. Maar het zou mij zwaar tegenvallen van het CDA en van de ChristenUnie als ze op 8 september nog steeds blijven vasthouden aan een vrijblijvend systeem waardoor 60% van de Nederlanders gewoon z’n verantwoordelijkheid niet neemt.

 Wat zijn de aanpassingen?

In Nederland geldt nu een toestemmingssysteem. De overheid roept alle burgers nadrukkelijk op om zich te laten registeren en te kiezen uit de volgende opties: 1 = JA / 2 = NEE / 3 = ik laat mijn nabestaanden of één specifieke persoon beslissen. D66 stelde in juni 2016 voor om alle Nederlanders vanaf hun 18e actief te benaderen met deze vraag én er heel erg duidelijk bij te zeggen: als je na herhaalde herinneringen niet reageert, word je automatisch geregistreerd als donor.

Toch bleven er een aantal bezwaren bestaan. Vooral over het feit dat wie zich bewust als donor laat registreren en wie de moeite niet neemt om te reageren, allebei als ‘JA – ik ben donor’ worden geregistreerd. Verder was er kritiek op het feit dat mensen vanaf hun 18e een aantal keren opgeroepen worden om een keus te maken, maar daar dan voor de rest van hun leven aan vast zitten. En de vraag kwam naar voren hoe het zit met laaggeletterden en wilsonbekwamen: worden die zonder het te weten opeens tot donor verklaard? Op de site van de Nierpatiënten Vereniging Nederland wordt duidelijk vermeld hoe D66 aan deze bewaren is tegemoetgekomen.

Allereerst is ervoor gekozen om duidelijk onderscheid te maken tussen wie zich wel heeft laten registeren als donor en wie domweg niet gereageerd heeft. Voor deze tweede groep (de lakse Nederlanders) worden niet meer geregistreerd onder de categorie ‘JA’, maar onder een nieuwe categorie ‘GEEN BEZWAAR’.

Ook wordt nu zwart op wit vastgelegd dat alle Nederlanders vanaf hun 18e elke 10 jaar opnieuw een persoonlijke herinnering krijgen m.b.t. hun registratie. Men kan die dan ook wijzigen. Zo is de actuele wens van iedere Nederlander  bekend.

Verder zijn er extra waarborgen opgenomen voor ‘wilsonbekwamen’. In elke acute situatie moet een arts zich ervan vergewissen dat de persoon in kwestie wilsbekwaam was toen hij toestemming verleende voor orgaandonatie. Als blijkt dat een persoon wilsonbekwaam was, kan alleen met instemming van de wettelijk vertegenwoordiger of van de nabestaanden besloten worden tot orgaandonatie. Kunnen zij niet op tijd bereikt worden, dan is zo’n wilsonbekwaam géén donor.

Tenslotte wordt de nieuwe manier van registreren pas ingevoerd nadat er eerst een periode van goede voorlichting is gegeven aan alle Nederlanders, zodat iedereen er van op de hoogte is dat als je je keus niet wilt laten vastleggen, de overheid er van uit gaat dat je geen bezwaar hebt tegen orgaandonatie.

Durven CDA en ChristenUnie nu wel een stap te zetten?

Wat het CDA betreft ben ik bang dat men ondanks deze aanpassingen vast blijft houden aan de bezwaren tegen een actieve donorregistratie. Want er is nog één onderliggend argument waarom het CDA (en de VVD) niet verder willen gaan dan een vrijblijvende registratie op www.donorregister.nl. Dat standpunt werd op zaterdag 5 september op Radio 1 verwoord door de voorzitter van het CDJA, Julius Terpstra. Hij is tegen het voorstel van D66 omdat het een aantasting is van de integriteit van iemands lichaam. Dus heeft een overheid geen recht op de organen van wie dan ook als iemand zich daar niet zelf over uitgesproken heeft. Het voorstel van D66 zou zelfs tegen de grondwet ingaan volgens het CDJA. Ik vind de argumentatie uitermate zwak. En dat het tegen de grondwet ingaat, is echt onzin. Want er is een groot verschil tussen ‘je niet kunnen uitspreken’ en ‘je niet willen uitspreken’. Wie zich niet kan uitspreken, wordt geen donor. Wie gewoon geen zin heeft om zich te laten registreren, heeft er ook geen principiële bezwaren tegen om donor te zijn. Dus tast de overheid niemands integriteit aan, maar respecteert juist volledig ieders keus en beschermt de wilsonbekwame burgers tegen de aantasting van hun lichaam.

Wat betreft de ChristenUnie heb ik meer hoop dat deze aanpassingen wel voldoende zijn om de fractie over de streep te trekken. In 2005 wilde de ChristenUnie namelijk graag als extra optie bij donorregistratie opnemen: “Ik maak nog geen keuze, stel mij de vraag later opnieuw”.  Dat is nu expliciet in dit voorstel opgenomen, want elke Nederlander krijgt elke 10 jaar een herinnering en kan dan opnieuw de afweging maken om wel of geen donor te willen blijven of alsnog te worden. En in juni 2016 liet Carola Schouten nog weten tegen de vermenging van een ‘aktief JA’ en een ‘passief JA’ te zijn. Ook dat bezwaar geldt nu niet meer. Maar of de ChristenUnie echt een stap voorwaarts durft te zetten? Tijdens de eerste bespreking van dit wetsvoorstel op 27 maart 2014 vond de ChristenUnie nog, dat de keus om wel of geen donor te willen zijn, “een zaak is van mensen zelf. Mensen zijn geen eigendom van de staat.” Daarom was het voor de fractie “de vraag of een dwingende keuze, opgelegd van overheidswege, wel wenselijk is.” Ik hoop dat bij de ChristenUnie er inmiddels van overtuigd is, dat de overheid in het aangepaste voorstel van D66 niets dwingend oplegt, maar alle burgers indringend op ieders verantwoordelijkheid wijst en daarbij duidelijk aangeeft welke conclusies we als samenleving trekken als iemand laksheid en ongeïnteresseerdheid niet wil reageren, namelijk:

‘Wie bewust blijft zwijgen, stemt toe.’ 

Advertenties

One thought on “ORGAANDONATIE – zet de politiek na 20 jaar eindelijk een stap voorwaarts?  

  1. OPINIE De beslissing over orgaandonatie hoort alleen te liggen bij de donor zelf, stelt Ger Lodewick. En de donor moet weten dat zijn lichaam nog leeft als de organen er uit worden gehaald.

    Als je een werkelijk stoffelijk overschot uit het mortuarium haalt en je gaat het beademen, gebeurt er niets en gaat het hart echt niet meer kloppen
    Govert den Hartogh kopieert in een opiniestuk in Trouw van 28 november zonder enige reflectie de misleidende term ‘stoffelijk overschot’ uit de wet op de orgaandonatie. ‘Na je dood heb je niets meer aan je organen’, meent Den Hartogh. Als het zo simpel ligt, waarom halen we dan niet veel meer organen uit stoffelijke overschotten? Om de simpele reden dat een orgaandonor geen stoffelijk overschot is.

    Den Hartogh zwijgt wijselijk over de grondslag van postmortale orgaandonatie: de hersendood. Iemands hersenen zijn zwaar beschadigd, terwijl zijn lichaam nog uitstekend functioneert. Dit kan maanden worden volgehouden.

    Hoge koorts
    Een hersendode leeft en in mijn boek ‘Wat je over orgaandonatie zou moeten weten’ beschrijf ik twintig tekenen van leven die laten zien dat er geen sprake is van een stoffelijk overschot. Ik noem hier de meest in het oog springende: de lichaamstemperatuur is normaal; het hart klopt en stuwt het bloed door het lichaam; de patiënt wordt gevoed; hij kan hoge koorts ontwikkelen; hij krijgt medicijnen toegediend; wonden genezen; hersendode zwangere vrouwen brengen zelfs na drie maanden nog een levend kind ter wereld; wanneer de uitname-operatie begint, stijgen hartslag en bloeddruk significant.

    Als je een werkelijk stoffelijk overschot uit het mortuarium haalt en je gaat het beademen, gebeurt er niets en gaat het hart echt niet meer kloppen.

    Verschillende specialisten beamen dit en wijzen de hersendood af. De Duitse transplantatiechirurg Rudolf Pichlmayer schreef aan een oudervereniging van donorkinderen: ‘Als we de samenleving werkelijk volledig zouden voorlichten over orgaantransplantatie, krijgen we geen organen meer.’ De term stoffelijk overschot is misleidend. Het is prima om orgaandonatie wettelijk mogelijk te maken, maar geef dan de volledige informatie die nodig is om een afgewogen keuze te maken. De voorgestelde wet van D66 is in strijd hiermee. Zelfs de huidige wet geeft die informatie niet.

    Een wet op orgaandonatie is slechts te verantwoorden als deze volledige informatie garandeert
    Compassie
    Het is niet te verdedigen dat een stervende mens wordt gedegradeerd tot een stoffelijk overschot en dat hierop de kreet ‘Wie zwijgt stemt toe’ wordt losgelaten, zoals Den Hartogh, D66 en anderen doen. Niet geïnformeerde mensen weten niet waarvoor ze kiezen, evenmin als hun familie die met de donatievraag wordt geconfronteerd. Compassie met een mens die aan orgaanfalen lijdt, is begrijpelijk. Maar het ontbreken van compassie met een mens die aan het sterven is en die vroegtijdig dood wordt verklaard om zijn organen te kunnen gebruiken, is onethisch en immoreel.

    Een wet op orgaandonatie is slechts te verantwoorden als deze volledige informatie garandeert, zodat iedereen kan weten dat je organen worden weggenomen terwijl je nog leeft. In zo’n nieuwe wet dient de beslissing over orgaandonatie alleen te liggen bij het individu zelf. Enkel het individu heeft het onvervreemdbare recht te beslissen.

    Het registratiesysteem kan dan flink vereenvoudigd worden: alleen diegenen die persoonlijk toestemming hebben gegeven, worden erin opgenomen. We hoeven immers niet te weten wie niet wil. We hoeven dan ook de familie niet meer lastig te vallen met de vraag of iemand die niet geregistreerd staat donor mag zijn. Dit recht heeft de familie niet en de overheid evenmin. Er is geen morele plicht om hardhandig in je eigen stervensproces in te laten grijpen en dit ondergeschikt te maken aan dat van iemand anders.

    Ger Lodewick: auteur van ‘Wat je over orgaandonatie zou moeten weten’, ambassadeur orgaandonatie, Stichting De Vrije Mare

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s