Paulus – de man die in de hemel was (over BDE – Bijna-Dood-Ervaring)

Tegenwoordig hoor je veel verhalen van mensen die zeggen dat ze in de hemel zijn geweest. Vaak gebeurt dat toen ze onder narcose of in coma waren of tijdens een hartstilstand. Het worden ‘Bijna-Dood-Ervaringen’ (BDE) genoemd. In 2011 verscheen het boek ‘De jongen die in de hemel was’. Het is in 2014 verfilmd onder de titel ‘Heaven is for real’. Het gaat over een jongetje van bijna vier, Colton Burpo, die tijdens een zware operatie op het randje van de dood zweefde. Toen hij bijkwam uit de narcose, vertelde hij later stukje bij beetje dat hij in de hemel was geweest en daar Jezus had gezien, maar ook zijn grootvader en zijn zusje die hij allebei nooit gekend had. Een echte BDE dus.

In 2014 verscheen er een ander boek over een BDE met als titel ‘Na dit leven’ van de neurochirurg Eben Alexander. Hij kreeg een zeldzame vorm van hersenvliesontsteking en raakte daardoor zeven dagen in coma. Toen hij, tegen alle verwachtingen in (de artsen schatten de kans in op minder dan 2%) weer bijkwam, vertelde hij wat hij allemaal had meegemaakt toen zijn bewustzijn door het universum reisde. In dat universum is God alomtegenwoordig en is elk deeltje van Hem doortrokken. De goedheid en de liefde zijn het hart en de ziel van het ware universum en het kwaad is niet in staat dat aan te tasten. De kern van zijn BDE herhaalt hij verschillende malen: ‘Er wordt van je gehouden, je hoeft niet bang te zijn en je kunt niets fout doen.’

Dat gevoel van een overweldigende liefde en de volkomen acceptie in de bovennatuurlijke werkelijkheid kom je bij bijna alle BDE’s tegen. Daarover heeft in Nederland de hartchirurg Pim van Lommel in 2007 een boek geschreven met als titel ‘Eindeloos bewustzijn’. Hij heeft heel veel BDE’s verzameld en geanalyseerd en komt tot de conclusie dat ons bewustzijn niet door onze hersenen geproduceerd wordt, zoals de meeste wetenschappers zeggen, maar dat onze hersenen het kanaal zijn voor ons bewustzijn. Dat bewustzijn is onderdeel van een veel grotere, alomvattende geestelijke werkelijkheid. Die wordt soms ervaren als alle andere aardse dingen wegvallen. En waar de mensen die daarna toch weer terugkomen in dit leven het meest van onder de indruk zijn, is dat gevoel van overweldigende liefde en volkomen acceptatie die ze zo intens beleefd hebben dat ze er amper over kunnen vertellen, maar waardoor ze meestal wel volledig anders in het leven komen te staan: veel positiever, minder angstig, met meer rust en vredelievender.

‘Zicht op de hemel’ – zo zou je, als je de mensen die het hebben meegemaakt, een BDE kunnen noemen. Maar wat kun je daar nou mee? De één bekijkt het puur wetenschappelijk (Pim van Lommel). De ander zegt dat het kwaad alleen maar op dit kleine stukje van het grote universum aanwezig is en dat goddelijke liefde in de rest van het universum zo overweldigend is, dat de kracht daarvan nu al sterker is dan elke verschrikkelijke ziekte of elk wreed kwaad (Eben Alexander). En Colton Burpo zegt dat in de hemel de Heer Jezus centraal staat en dat daar alleen maar mensen toegelaten wordt die op aarde ook echt van Hem gehouden hebben.

Paulus beschrijft zijn Bijna-Dood-Ervaring

Dus wat moet je met zulke verhalen, uit boeken, van mensen dichtbij, of als je zelf zo’n bijzondere BDE hebt gehad? Hoeveel geloof moet je aan hechten? Ik werd, toen ik hier over nadacht, getroffen door wat Paulus in 2 Korintiërs 12:1-10  schrijft. Daar heeft Paulus het over een moment uit zijn leven dat hem altijd is bijgebleven. Hij herinnert het zich nog als de dag van gisteren, ook al was het 14 jaar geleden. Wat hem toen overkomen is – hij kan het nog steeds niet goed onder woorden brengen. Hij moet het twee keer vertellen. En hij beschrijft die ervaring van zichzelf in de derde persoon.     

2 Korintiërs 12:1-10

Ik word er wel toe gedwongen hoog van mezelf op te geven. Daarom zal ik, hoewel het geen enkel doel dient, het hebben over visioenen en openbaringen die de Heer ons schenkt. Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken. Van zo iemand wil ik hoog opgeven. Wat mijzelf betreft zal ik me slechts op mijn zwakheid laten voorstaan. En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet, niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt. Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.

Paulus heeft het dus over een man die een volgeling van Christus is. Die is in de derde hemel, in het hemels paradijs geweest. Daarheen werd hij weggevoerd. Opgetrokken, kun je ook vertalen. Het ging heel abrupt, zo plotseling en onverwacht, dat hij niet meer weet of het in het lichaam was of dat het een uittreding van zijn bewustzijn was. Maar de ervaring die hij had was, dat hij werkelijk in de hemel is geweest. En hoe het daar is? Ik zou het graag willen weten. En Paulus is er even geweest. Maar zijn ervaring was zo uniek geweest, zo vanuit de andere wereld, dat hij daar alleen maar over kan en wil spreken in de derde persoon. Want wat hij daar gehoord heeft … het is echt onuitsprekelijk. Je kunt het niet onder woorden brengen. Net zoals je leest in alle boeken over BDE’s. De kleine Colton Burpo. De neurochirurg Eben Alexander. Er zijn geen woorden voor om die overweldigende ervaring uit te drukken. Maar Paulus wíl ook niet uitgebreid vertellen over zijn BDE. Want hij wil zichzelf met zijn bijzondere ervaringen niet op een hoger voetstuk plaatsen dan anderen. Want hoe uitzonderlijk de openbaringen die hij gekregen heeft ook zijn, ze zijn voor mensen niet te controleren. Dus heeft Paulus veel liever dat mensen hem beoordelen op wat ze van hem zien en horen. Dat ze kijken naar zijn levensstijl en reageren op de inhoud van zijn prediking. Dáárdoor wordt de kracht van Christus zichtbaar. Dáárdoor zien andere mensen dat het echt waar is: ‘De genade van Jezus Christus is genoeg voor jou en mij.’ En mocht Paulus al in de verleiding komen om zichzelf toch heel bijzonder te vinden – ‘Ik kan jullie vertellen hoe het in de hemel is, ik ben er 14 jaar geleden tijdens een bijzondere ervaring zelf geweest!’ – juist daarom heeft hij van God een doorn in het vlees gekregen.  Wat het ook mag zijn, maar de bedoeling werd hem door God na veel gebeden definitief duidelijk gemaakt: ‘Genoeg is voor jou mijn genade’.

Paulus kreeg zicht op de hemel. Het was een geweldige ervaring voor hem. Geen wonder dat hij even eerder al tegen de Korintiërs al zei: “We weten dat we na ons sterven van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensen gemaakte woning in de hemelen.” En hij zegt er meteen bij: “We weten dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen.” En vindt u het na zo’n BDE ook niet meer dan logisch, dat hij erbij schrijft: “we zouden ons lichaam liever meteen verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen”? (2 Kor. 5:1-10). Dan snap je ook waarom Paulus aan de christenen in Filippi schrijft: “Ik verlang ernaar te sterven en bij Christus te zijn, want dat is het allerbeste.” (Fil. 1:23). Dat gevoel van heimwee en verlangen hoor je heel vaak terug bij iedereen die een BDE gehad heeft. Maar ze moesten terug. En ze beseffen meestal heel sterk, dat ze op aarde nog een taak hebben. Net als Paulus dat voelde. Ik moest terug. Voor jullie. Om te vertellen, wie daar in de hemel regeert: Jezus Christus, die door God gegeven is als zoenmiddel voor de zonden van de hele wereld; Jezus Christus, die voor alle mensen is gestorven en is opgewekt; Jezus Christus die de weg naar het hemels paradijs weer geopend heeft. Het is Jezus Christus onze Heer die mensen het juiste zicht op de hemel geeft. Dus denk ik, dat je vooral moet kijken naar wat er in de Bijbel staat. Dan wordt er niet veel gezegd over hoe het in de hemel is. Maar wel over hoe mensen in hun geloof staan. In hun zwakheid zijn ze sterk. Omdat ze weten: in de hemel is de Heer. Denk aan wat Stefanus uitriep vlak voordat hij gestenigd werd: ‘Ik zie de hemel geopend en de luister van God en Jezus de Mensenzoon die aan de rechterhand van God staat.’ (Hd. 7:57). Aan Hem vertrouwt Stefanus zijn geest toe als hij op aarde zijn laatste adem uitblaast.

Een BDE – wel waardevol, niet bepalend

En als iemand dan vertelt dat ‘ie een BDE heeft gehad?  Ik denk dat zo’n ervaring heel waardevol is. Vooral voor iemand zelf. En ook voor z’n omgeving. Tegelijk hangt mijn geloof niet van zo’n ervaring af. Sterker nog, Paulus is er juist heel terughoudend in om met zulke verhalen het Evangelie van Jezus Christus kracht bij te zetten. Dat zou toch de omgekeerde wereld zijn – wat in de Bijbel staat is waar omdat Colton als vierjarig jongetje in de hemel is geweest en daar Jezus Christus heeft gezien. Want ook Eben Alexander heeft de hemel gezien, maar hij zegt dat alles en iedereen daar zal ervaren hoe overweldigend de liefde van het goddelijke Al is, dat het kwaad niet gestraft hoeft te worden omdat het toch al niets voorstelt binnen het hele universum. En volgens Pim van Lommel leidt een BDE er vooral toe dat mensen in dit leven nog meer benadrukken hoe belangrijk onvoorwaardelijke liefde en acceptatie zijn. Bij deze twee benaderingen is er dus geen sprake van dat mensen vergeving, verzoening en genade nodig hebben. Wat mij bij Paulus opvalt is dat hij juist niet de liefde, maar de genade benadrukt nadat hij heel voorzichtig over zijn hemelse ervaring gesproken heeft. Die ervaring is overweldigend. Dus kun je zomaar denken: alles is liefde. Maar in de hemel is alles alleen maar liefde, omdat God de Vader en Jezus Christus daar centraal staan. En het is hun genade dat Zij ons in hun liefde willen laten delen. Wil je ‘zicht op de hemel’? Geloof dan in Jezus Christus. Hij zegt tegen mensen die in Hem geloven en moeten sterven: “Ik verzeker je: nog vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn” (Lukas 23 vers 43). En: “Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft” (Johannes 11 vers 25). Hij roept iedereen op om na te denken over zijn pretenties: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij.” (Johannes 14 vers 6). Een BDE verandert daar niets aan. Maar het kan je geloof wel enorm bevestigen. Daar mag je God dankbaar voor zijn.

Wat doet Trump met Obamacare? – een ethisch dilemma voor Amerikaanse christenen

Donald Trump wordt de 45e president van Amerika. Bijna heel Nederland is verbijsterd. Hoe kun je op zo’n man stemmen? En hoe kan het dat juist christelijk Amerika voor het overgrote deel op Trump gestemd heeft? Ik heb daar zo mijn gedachten over. Volgens mij stemt christelijk Amerika vanuit een mix van conservatieve en ethische overwegingen in meerderheid op de Republikeinen. Conservatief: men is erg gehecht aan individuele vrijheden en verworvenheden en heeft daarom een gloeiende hekel aan teveel invloed van de overheid op allerlei persoonlijke keuzes. En vanuit ethisch oogpunt: de Democraten staan bekend als super-liberaal wanneer het gaat om abortus, want ze staan het toe tot in de negende maand van de zwangerschap.

amerika-vlag-vrijheidsbeeldIk begrijp dus de orthodoxe christenen in Amerika wel. Ze stemmen zelfs nog Republikeins als ze grote twijfels hebben over de presidentskandidaat. Want achter de ongeschikte Donald Trump staat een grote partij die hem wel onder controle heeft, denkt men. Zeker met Mike Pence naast hem, iemand die door-en-door betrouwbaar overkomt en van zichzelf gezegd heeft: “Ik ben christen, conservatief, Republikein. In die volgorde.” Dat is voor veel christenen in Amerika nog altijd een beter alternatief dan Hillary Clinton en haar Democraten met hun ethisch liberalisme en hun verregaande overheidsbemoeienis.

Ik begrijp het. En tegelijk snap ik het vanaf de andere kant van de grote oceaan ook niet helemaal. Het gaat mij een beetje te makkelijk. En dat voel ik vooral als ik kijk naar de Republikeinse reakties op Obamacare. Onder die naam is op 1 oktober 2013 een nieuwe zorgwet ingevoerd in heel Amerika, waardoor alle Amerikanen zich verplicht moeten verzekeren en waarin zorgverzekeraars niemand meer mogen weigeren. Tot die tijd liepen er maar liefst 40.000.000 Amerikanen onverzekerd rond. De Republikeinen zijn fel tegen deze wet. Ze beschouwen het als het kwalijkste voorbeeld van ongewenste overheidsbemoeienis van de regering van Barack Obama. Nu Donald Trump president wordt, zullen ze proberen de wet alsnog helemaal terug te draaien. Of dat lukt is nog maar de vraag, want wetten die al zijn aangenomen kunnen alleen maar met een meerderheid van 60% worden teruggedraaid, en die meerderheid hebben de Republikeinen niet.

Het verbaast mij dat de meeste christenen in Amerika bijna net zo fel tegen Obamacare zijn als tegen abortus. In mijn optiek is het Obamacare-standpunt van de Republikeinen net zo onchristelijk als het abortus-standpunt van de Democraten. De Democraten zeggen: een vrouw is baas in eigen buik, ook al kost dat duizenden ongeboren kinderen het leven. De Republikeinen zeggen: iedereen moet zichzelf maar redden, ook al kost dat duizenden zieken het leven.

Het is makkelijk om als christen pro life te zijn. Het gaat altijd om een weeerloos kind dat in de moederschoot gedood wordt. Het is veel moeilijker om als christen pro Obamacare te zijn. Want je ziet niet zo snel het leed dat al die mensen die zich niet kunnen verzekeren kunnen, treft.

Bijbels gezien is het een taak van de overheid om te zorgen voor weduwen, wezen, armen en vreemdelingen. God noemt Zich Zelf ‘vader van wezen, beschermer van weduwen’ (Psalm 68:6). Het is geen kwestie van barmhartigheid om deze zwakkeren in de samenleving te helpen. Zij hebben recht op hulp van de overheid en van hun medemensen. In zijn boek ‘Ruim baan voor gerechtigheid’ gaat de New Yorkse predikant Tim Keller hier uitvoerig op in. Het is, denk ik, voor Amerikaanse christenen een bijzonder confronterend boek. Want in Amerika doet het welgestelde deel van de natie, en zeker de christenen onder hen, heel veel goeds als het om liefdadigheid gaat. Maar het is allemaal ‘barmhartigheid’. O wee als iemand zegt, dat het ondersteunen van de armen een kwestie van ‘gerechtigheid’ is, waar de zwakkeren in de samenleving recht op hebben.

Tim Keller heeft in dit briljante boek niet over Obamacare. Hij gaat niet verder dan het geven van een niet te missen voorzet die iedereen zo in het doel kan koppen: het is bijbels gezien zeer terecht dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt door een basiszorgverzekering in te voeren. In Nederland is dat al jaren geleden ingevoerd dankzij een meerderheid van de christelijke en de socialistische partijen. Beiden vinden, in tegenstelling tot het liberale gedachtengoed, dat een samenleving uit meer dan alleen maar losse individuen bestaat.

Het blijft verbazingwekkend hoe groot de blinde vlek van heel veel christenen in Amerika op dit punt is. Daarom ben ik na de verkiezing van Donald Trump als de 45e president van Amerika vooral benieuwd hoe het nu met Obamacare afloopt. Als het alsnog wordt teruggedraaid en afgeschaft, is Amerika een flink stuk onchristelijker geworden. Dat is het ethisch dilemma tussen een sociaal Amerika met bv. vrije abortus of een individualistisch Amerika met een paar extra christelijke accenten. In beide gevallen denk ik niet: ‘God zegene Amerika’, maar ‘God beware Amerika’.

 

Zwarte Piet, juf Hetty en de kruistochten

‘Dom en dwaas’, dat vond ik op Twitter van het besluit van 19 geref. basisscholen om te stoppen met Zwarte Piet, zoals dat in het Nederlands Dagblad van 5 nov. 2016 (klik hier) vermeld werd. Achteraf bekeken is het ook ‘dom en dwaas’ van mij geweest om zo primair en kort door de bocht in 140 tekens via de sociale media te reageren. Daarom heb ik de opmerking op Twitter en op Facebook verwijderd.

De Kinderombudsman over Zwarte Piet

Inmiddels heb ik het document van de gereformeerde scholenorganisatie Noorderbasis ontvangen en kunnen lezen. Daarin staat dat de Kinderombudsman op 30 september 2016 geadviseerd heeft “om Zwarte Piet te ontdoen van discriminerende en stereotyperende kenmerken”, want “het is een feit dat de figuur van Zwarte Piet op sommige scholen heeft bijgedragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie.” Dat is, aldus de Kinderombudsman, in strijd met de Kinderrechtenverdrag. En ook al is Sinterklaas inclusief Zwarte Piet op de gereformeerde basisscholen van Noorderbasis altijd een mooi feest geweest en waren er maar af en toe op enkele scholen kleine incidenten die neigden naar een vorm van discriminatie, toch wil Noorderbasis het advies van de Kinderombudsman serieus nemen en op grond van de christelijke uitgangspunten de kinderen respectvol opvoeden en onderwijzen. Dus zullen er geen Zwarte Pieten meer zijn “om de ongewenste bijverschijnselen van een mooi feest te voorkomen.” De helpers van Sinterklaas zullen vanaf 2016 de vorm aan nemen van “regenboogpieten, roetveeg- of schoorsteenpieten, stroopwafelpieten, witte pieten, … Dit zal per school verschillend zijn.” Zo’n weloverwogen besluit had ik niet ‘dom en dwaas’ mogen noemen.

Helemaal geen Zwarte Pieten meer?

Ik noemde het ook ‘van bovenaf opgelegd’. Dat vind ik nog steeds. Als de scholen van Noorderbasis, net als binnen andere koepels, elke plaatselijke school een eigen afweging had laten maken, was er veel minder reuring over geweest. In Assen neemt Sinterklaas bij de plaatselijke intocht op 12 november gewoon Zwarte Pieten mee, net als in bijna plaatsen in Groningen en Drenthe, aldus het Dagblad van het Noorden van 8 nov. 2016. Waarom moet je dan elkaar regionaal opleggen, dat op elke plaatselijke basisschool alle soorten en kleuren pieten welkom zijn, behalve de zwarte? Dat gaat wel een stapje verder dan ‘Zwarte Piet ontdoen van discriminerende en stereotyperende kenmerken’. Ik kan me beter vinden in het standpunt van de organisatie van de Sinterklaasintocht in Groningen: “Piet is bij ons intens zwart, zo zwart komt het in de natuur niet voor. We hebben hem ontdaan van alle onderdrukkingsverschijnselen als gouden oorringen, overdadig geschminkte rode lippen en domme praat.” (Citaat uit de Volkskrant van 5 nov. 2016, ook aangehaald in het Dagblad van het Noorden van 8 nov. 2016)

Een Randstad-probleem

Verder had ik het over een Randstad-diskussie. Het hele probleem dat de knecht van Sinterklaas zwart als roet is omdat ‘ie door de schoorsteen naar beneden komt om kadootjes in de schoen te stoppen, speelt nagenoeg niet in de rest van het land (en ook niet in België, op de Nederlandse Antillen en in Suriname). Dat standpunt huldigen de meeste organisatoren van de Sinterklaasintochten in Groningen en Drenthe volgens het Daglad van het Noorden. Ik deel daarom niet de afweging van Noorderbasis dat je als gereformeerde scholenkoepel de Kinderombudsman wel moet volgen omdat je daarmee recht zou doen aan de christelijke uitgangspunten van het gereformeerd onderwijs. Dat vind ik veel te grote woorden. Daarmee geef je toe aan een klein groepje mensen uit de Randstad dat heel hard roept dat het in stand houden van Zwarte Piet in 2016 alles te maken heeft met hoe we in Nederland omgegaan zijn met de slavernij in de jaren tussen ongeveer 1650 en 1850. En dan vallen er grote woorden. Als dan ook de politiek zich er nog mee gaat bemoeien, gaat het van kwaad tot erger. Voor je het weet word je beschuldigd van het goedpraten van ons slavernijverleden.

Christenpolitici moeten kleur bekennen?

Zo vindt Wouter Beekers, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie in het Nederlands Dagblad van 29 okt. 2016 (klik hier) het beschamend dat christenpolitici niet stelliger tegen Zwarte Piet ageren, omdat het alles te maken heeft met de “inktzwarte bladzijde uit ons verleden” van de slavernij waaraan wij Nederlanders ons schuldig gemaakt hebben. Dus moet de christelijke politiek eindelijk eens het debat aangaan en Zwarte Piet durven aanpassen “in dit debat over een donker hoofdstuk uit onze eigen geschiedenis van omgaan met de menselijke waardigheid.” Ik vind dit een absurd politiek-correcte manier van omgaan met wat voor een paar jaar nog gewoon een leuk kinderfeest was. Het valt me zwaar tegen dat zelfs iemand van de ChristenUnie zich zo laat meeslepen op de golven van dat kleine groepje misschien wel terecht gefrustreerde en gekwetste mensen uit de Randstad. Maar in plaats van de echte oorzaken van elke vorm van discriminatie aan te kaarten, voeren ze sinds een paar jaar een ware kruistocht tegen Zwarte Piet.

De kruistochten

Zo’n 900 jaar geleden had je de kruistochten. Dat was een zwarte bladzijde in de geschiedenis van christelijk Europa. Of er toen veel christenen waren die zich hardop hebben afgevraagd of de leus ‘God wil het’ wel terecht was, weet ik niet. Ik weet wel, dat iedereen in Europa, de christenen voorop, afstand genomen heeft van de moordpartijen van de kruisvaarders, die in Gods Naam joden, moslims en oosterse christenen hebben omgebracht. Toch blijven fanatieke moslims voortdurend roepen, dat alle christenen vanwege de kruistochten 1000 jaar geleden vijanden van de islam zijn. Wie dat heel hard roept, wordt door niemand serieus genomen, ook al is er veel wantrouwen en diskriminatie tegen moslims in de samenleving.

De slavernij

Zo’n 300 jaar geleden was christelijk Europa de grote slavenexporteur ter wereld. Vanuit Afrika werden op mensonterende wijze anders-gekleurde mensen als vee behandeld en naar Amerika gebracht. Want het waren toch maar nakomelingen van Cham, de jongste zoon van Noach die zijn oude vader belachelijk maakte, en van wie de nakomelingen door God vervloekt werden, zodat ze de minste van alle knechten zouden zijn. Onder andere onder invloed van christenen als ex-slavenhandelaar John Newton (1725-1807) en William Wilberforce (1759-1833) besloot het parlement van Engeland op 26 maart 1806 tot afschaffing van de slavernij. Vandaag is er niemand meer, zeker niet onder christenen, die ook nog maar één goed woord over heeft voor het leed dat aan vooral Afrikaanse medemensen is aangedaan door de slavenhandel. Toch blijven fanatieke tegenstanders van Zwarte Piet voortdurend roepen, dat wie vóór Zwarte Piet is, nog steeds niet echt afstand genomen heeft van het koloniale slavernijverleden. Wie dat heel hard roept, roept over zichzelf én over anderen de gevoelens van discriminatie af die met Zwarte Piet nooit bedoeld zijn. Het is net zoiets als tien keer tegen een heel geduldig iemand zeggen: ‘Wat ben jij toch altijd snel boos!’ En als die persoon dan na tien keer uitvalt en zegt: ‘Nu moet je daarover ophouden!’ tegen hem zeggen: ‘Zie je wel dat je snel boos wordt!’

De magie van Zwarte Piet

Volgens mij is er iets anders aan de hand. Dat wordt uitstekend verwoord door Robbert Willemsen, de redacteur van de Asser Courant. Hij schreef op donderdag 27 okt. 2016 (klik hier) in zijn wekelijkse column over De magie van Zwarte Piet. Met zijn toestemming neem ik het hier helemaal over:

RTL brengt dit jaar de roetveeg-Piet. Een paar strepen op zijn gezicht en dat is het. Een blanke man of vrouw met enkele vegen. Die is dus maar door een of twee schoorstenen gegaan. Luie Piet.

In gedachten ben ik afgelopen dagen eens teruggegaan naar mijn kindertijd. Toen 5 december nog iets magisch had. Niet alleen vanwege de cadeaus die Sinterklaas had meegenomen uit Spanje, maar vooral door Zwarte Piet.

Want Zwarte Piet, die door roet geblakerde man – hoewel je je in die tijd als kind niet eens afvroeg hoe hij aan de zwarte kop kwam – was spannend. Je was een beetje bang voor hem, maar je wist ook dat je snoep van ‘m kreeg. Dus schuifelde je toch naar Piet toe.

En ja, hij was de knecht van Sinterklaas. Logisch, Sint is een stokoude man, die laat je niet alleen over de daken rijden. Ze helpen Sinterklaas. Het woord slaaf kwam in mijn kindertijd niet eens in me op.

Zucht. Wat ben ik blij dat ik twee al wat oudere zoons heb. Tegenwoordig lopen ouders met jonge kinderen op eieren als het over Zwarte Piet gaat. Zelf hebben zij onbezorgd Sinterklaas mogen vieren, nu moeten ze de handen voor oren en ogen van hun kroost houden als het heikele onderwerp weer eens breed wordt uitgemeten op televisie.

En na jaren van discussie wordt het dus de roetveeg-Piet. Want nu RTL overstag is, gaat ook de NPO. Wat de commerciële zender betreft: ik hoorde deze week van de ‘20-80 procent-regel’. Als bedrijven zien, dat 20 procent van de bevolking ergens fel tegen is, wordt die minderheid tegemoet gekomen. Omdat een groot deel van die overige 80 procent op een gegeven moment toch wel volgt.

Dat percentage is nu van toepassing op de Pietdiscussie, zo hebben de bedrijven berekend. Dus wordt Zwarte Piet verbannen. En omdat RTL het moet hebben van die bedrijven, laat de commerciële zender het oor hangen naar haar adverteerders.

De Stichting Sinterklaasintocht Assen houdt voorlopig vast aan de traditionele Piet: egaal-donkerbruin. Maar als die ‘variant’ straks niet meer verschijnt op televisie, zal ook Assen zich aanpassen. Want, zo redeneert Assen, er moet vooral duidelijkheid zijn voor de kinderen. Dus wordt het de roetveeg-Piet. Als het dit jaar niet is, dan volgend jaar wel.

Daar kleeft overigens nog een dingetje aan. Met een ‘donkerbruine kop’ herkende je zelfs je eigen buurman amper. En wat krijgen we nu? ‘Hé pappa, dat is niet Piet, dat is juf Hetty!’

Weg magie.

Dag Sinterklaasje…

Ik ben bang dat Robbert Willemsen gelijk heeft. We laten ons in Nederland niet aanpraten, dat wij nog verantwoordelijk zijn voor de kruistochten. Maar voor vermeend racisme moet zelfs Zwarte Piet wijken. In Assen en Noord-Nederland wat later dan in de Randstad. Maar ja, in de Randstad heerst de politieke correctheid en de commercie.

piet-mondriaanDus laat, wie dat op prijs stelt, in Assen en elders op 12 november nog lekker genieten van een onbezorgde, ouderwetse Sinterklaasintocht. Volgend jaar kan het zomaar anders zijn. Als ik het alternatief zou mogen uitzoeken: doe mij maar een Piet Mondriaan, zoals ik afgelopen zaterdag in De Volkskrant (5 nov. 2016) zag.