Vrouwen in de kerk

Dit jaar zal de Generale Synode van de GKV een belangrijke beslissing nemen over de vraag of vrouwen mogen dienen in de ambten van predikant, ouderling en diaken. Daarom organiseert GKV “Het Noorderlicht” op dinsdag 24 en dinsdag 31 januari in Assen-Peelo twee thema-avonden voor belangstellenden uit heel Noord-Nederland (en daarbuiten) over het onderwerp M/V in de Bijbel en M/V in de kerk. Door op de link te klikken vindt u meer informatie en kunt u tot maandagavond 30/01 zich nog opgeven voor de tweede avond.

maarten-verkerk-um-2015-no-1Op dinsdag 31 januari spreekt prof. dr. M.J. Verkerk over ‘M/V in de kerk’. De titel van zijn lezing is Rechtdoen aan vrouwen. Kerk, tijdgeest en exegese”. Maarten is bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de Technische Universiteit Eindhoven en aan de Universiteit Maastricht. Hij houdt zich al meer dan 20 jaar bezig met vragen rond ‘vrouw en ambt’. Als voorstudie beveelt hij o.a. onderstaand artikel aan. Samen met prof. dr. Gerrit Glas publiceerde hij het op 5 december 2016  in het Nederlands Dagblad. Dit artikel over ‘Vrouwen in de kerk’ is de derde in deze reeks na Vrouwen in het Nieuwe Testament en Vrouwen in het Oude Testament.

Anders bijbellezen

Hoe komt het dat het vrijgemaakte denken over vrouwen in het ambt snel omslaat? Is er sprake van een knieval voor de cultuur? In onze visie is dat niet het geval. Er is er eerder sprake van een kritische ontmaskering van de tijdgeest, een tijdgeest die tot op zekere hoogte ook vat heeft gekregen op de vrijgemaakte kerken. Daarnaast is er ook sprake van een herwaardering van de cultuur.

Ruim twee maanden gelden kwam er een kloek boekwerk uit onder de titel Zonen & dochters profeteren waarin een bijbelse onderbouwing wordt gegeven voor de vrouw in het ambt. Dit boek werd geschreven door een groep van vijfentwintig auteurs, de meeste van vrijgemaakte huize. Ruim een maand later verscheen van de deputaten ‘M/V en ambt’ een unaniem rapport waarin, op basis van een brede bijbelse onderbouwing, de toegang van vrouwen in alle ambten wordt bepleit. Hoe komt het dat vrijgemaakten in pakweg tien jaar van mening zijn veranderd? Welke rol speelt de Bijbel? In deze discussie wordt vaak gewezen op de invloed van de cultuur. We zijn bang om ‘offers aan de tijdgeest’ te brengen. We gaan ervan uit dat de tijdgeest een eenduidig fenomeen is waarvan de invloed alleen maar negatief beoordeeld kan worden. Maar niets is minder waar. Wij betogen dat de recente ommezwaai positief geduid moet worden en een eigen dynamiek heeft, die zowel op een andere omgang met de Bijbel wijst als op een andere waardering van de cultuur. Deze dynamiek is gelaagd en elke laag moet op haar eigen merites beoordeeld worden.

De eerste laag is die van het kwaad tegen vrouwen. De eerste auteur van dit artikel heeft in zijn boek Sekse als antwoord op basis van historisch onderzoek laten zien dat de onderdrukking van de vrouw iets van alle tijden en culturen is. Het gaat hier om een kwaad dat zich in het denken van mensen en in structuren in de samenleving nestelt. Het komt voor in alle sectoren van de samenleving, ook in kerk en theologie. Dit kwaad is vele jaren door de kerk ontkend. Sterker nog, het gezag van ‘de’ man over ‘de’ vrouw werd als een bijbels gebod gezien. Op dit punt zien we een kentering in het denken. De onderdrukking van de vrouw wordt (eindelijk) erkend. En schoorvoetend wordt een relatie gelegd met de invloed van de zondeval op het kerkzijn. Het ‘Hij zal over u heersen’ wordt steeds vaker gezien als een vloek die ook de gelovige treft.

De tweede laag is die van de beheersing. Onder invloed van de Verlichting is de westerse mens in de greep gekomen van het geloof dat de mens – beter: de man – de werkelijkheid kan beheersen en naar zijn hand kan zetten. Op een bepaalde manier heeft dit denken ook vat gekregen op de GKv. Eén van de leidende gedachten was dat het ambt alleen door mannen vervuld mocht worden; een gedachte die gebaseerd was op eenzijdige exegeses van een beperkt repertoire van Bijbelteksten. Visies die daarvan afweken kregen het stempel van vallen voor de tijdgeest of ten prooi vallen aan Schriftkritiek. Pleidooien voor de openstelling van het kerkelijk ambt werden dan ook genegeerd en waar mogelijk met kerkelijke middelen bestreden (tucht). Niet zelden werden voorstanders van de vrouw in het ambt uitgesloten van kerkelijke bezinning over m/v. In de laatste tien jaar is er veel kritiek op deze beheersende cultuur gekomen. Eenzijdige exegeses en selectief Schriftgebruik werden aan de kaak gesteld. ‘Oude’ argumenten tegen de vrouw in het ambt bleken de toets van de kritiek niet meer te kunnen doorstaan. We kregen oog voor ‘nieuwe’ exegeses en ‘andere’ argumenten.

De derde laag is de aandacht voor diversiteit. Onze (postmoderne) cultuur wordt gekenmerkt door oog voor diversiteit: mannelijk en vrouwelijk, heteroseksueel en homoseksueel, met en zonder beperkingen. We hebben nu meer aandacht voor de manier waarom Jezus met vrouwen omging. Ook hebben we meer oog gekregen voor de vele taken van vrouwen in de nieuwtestamentische gemeenten. Eerst nu is er aandacht voor het revolutionaire karakter van het spreken van Paulus met het oog op vrouwen.

Lezen we de Bijbel anders? Het antwoord is: ja! We hebben oog gekregen voor de betekenis van de zondeval. We zijn ons bewust geworden van de verstikkende cultuur in onze kerken die zowel de selectie van relevante bijbelteksten als hun interpretatie bepaalden. We zijn gaan beseffen hoezeer wijzelf deel uitmaken van een cultuur die uit is op beheersing, ordening en ratio. Ten slotte kwam er ruimte voor de plaats van vrouwen in de bijbel en voor het perspectief van vrouwen zelf. Het ‘anders’ lezen van de Bijbel maakte dat tegenargumenten hun kracht verloren. Niet als offer aan de tijdgeest, maar als ontmaskering van een dieperliggende tijdgeest van overheersing van de vrouw en beheersing van de kerk; een ontmaskering die bevrijdend blijkt te werken in de exegese en onze kijk op hoe we inclusief kerk kunnen zijn in déze wereld.

 

 

Advertenties

One thought on “Vrouwen in de kerk

  1. (Geen onderwerp)
    PW

    P. Wubs
    do 20-4-2017 07:09
    Postvak IN
    Aan:
    P. Wubs (peter.wubs@hotmail.com);
    Evernote
    2017-04-08-pkOPI1-Vrouwambt-5-FC_web
    Een beroep op de vele gaven van vrouwen en hun inzet voor het Evangelie mag niet gebruikt worden als een breekijzer om het regeerambt voor vrouwen te openen, stelt Dick Slump. Gaven worden ingezet vanuit de roeping, niet andersom.
    Verkerk en Glas stellen dat tegenstanders van de vrouw in het ambt een onbevangen exegetische discussie verhinderen. Ze weten ook hoe dat komt: enerzijds zitten de tegenstanders gevangen in de oude tijdgeest, gekenmerkt door onderdrukking en achterstelling van vrouwen. En het is, aldus Verkerk en Glas, juist deze tijdgeest die grote invloed heeft gehad op de exegese. Anderzijds zijn de tegenstanders beducht voor de postmoderne tijdgeest van ”ik bepaal zelf wel wat goed is”.

    Ik heb grote moeite met deze benadering en herken mij daarin niet. Als ik gevangen zou zitten in een dergelijke ”oude tijdgeest”, zou ik ook met aanzienlijk minder genoegen samenwerken met veel vrouwelijke collega’s die hetzelfde werk doen als ik.

    Inderdaad voeg ik mij nog steeds in de overtuiging van het overgrote deel van de christelijke kerk in heden en verleden dat het regeerambt van predikant en ouderling alleen openstaat voor mannen. Ik ga niet mee met de voorgestelde koerswijziging, omdat ik er niet van overtuigd ben dat die zich verdraagt met de Schrift.

    Ook het rapport ”Samen dienen” en het boek ”Zonen & dochters profeteren” hebben mij niet tot die overtuiging gebracht. Het verbaast me dat Verkerk en Glas schrijven dat er geen gedegen studies zijn verschenen die de conclusies ervan weerleggen. Ik denk alleen al aan de bijdragen in het blad Nader Bekeken en de kritische vragen en opmerkingen in de blogs van Matthijs Haak, Dolf te Velde en Wolter Rose. Het kan zijn dat die bijdragen niet gedegen genoeg zijn bevonden, maar het is duidelijk dat nieuwe exegetische inzichten deze schrijvers niet hebben overtuigd.

    Bijbels onderwijs
    Ik lees in het Nieuwe Testament, en in het bijzonder in het onderwijs van de apostel Paulus, over man en vrouw in de kerk drie dingen die actuele en blijvende betekenis hebben.

    1. In een wereld vol onderdrukking en achterstelling van vrouwen is er eerherstel voor de vrouw. Onbekommerd schrijft Paulus aan de gemeenten in Galatië: „Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus (…) Daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw, want allen bent u één in Christus Jezus” (Gal. 3:26-28, HSV). Dit lijkt me in lijn met de profetie van Joël, die door de apostel Petrus in zijn pinksterpreek wordt aangehaald, dat zonen én dochters zullen profeteren. Daarvan lezen we ook in de brieven van Paulus.

    2. In een wereld vol misplaatst en onderdrukkend gedrag van mannen moeten mannen leren hoe zij met (hun) vrouwen moeten omgaan. Ik heb als deputaat voor ”m/v in de kerk” in mijn verantwoording aan de generale synode Ede (2014) uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor deze cultuurkritiek van Paulus. De vloek die God na de zondeval uitsprak (Gen. 3:16: „…en hij zal over u heersen”) kan voor mannen geen legitimatie of alibi zijn om vrouwen te onderdrukken of te gebruiken voor hun eigen belangen. Integendeel, Paulus spiegelt de man-vrouwverhouding aan de verhouding van Christus en Zijn gemeente en geeft de mannen onderwijs in de Geest van Christus: Wie leidinggeeft moet worden als iemand die dient, zoals Hij (zie Luk. 22:26, 27). Leidinggeven heeft niets te maken met onder de duim houden of andere vormen van onderdrukking. Gezaghebbend spreken is niet gelijk aan brute machtsuitoefening. Beide staan in het teken van dienen.

    3. In de gemeente van Christus delen allen in de genade, en toch wordt er ook onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Dat is kennelijk niet met elkaar in tegenspraak. In navolging van Christus bij de keuze van Zijn discipelen worden er in Zijn gemeenten geen vrouwen aangesteld als oudsten. Nergens lezen we dat vrouwen dat niet zouden kunnen vanwege hun vrouwelijke eigenschappen of vanwege een gebrek aan kennis van de Schriften. Wel ontdekken we, als we Paulus’ onderwijs op dit punt overzien, dat hij aansluit bij het begin van de geschiedenis. Heel duidelijk is dat in 1 Tim. 2:13, 14, waar hij uitdrukkelijk argumenteert met een beroep op de verhouding tussen Adam en Eva bij schepping en zondeval. Op dit Schriftgedeelte volgt onmiddellijk 1 Tim. 3, waar eisen worden gesteld aan opzieners in de gemeente, waaronder dat zij man moeten zijn. Als Paulus, aangesteld als apostel van Jezus Christus, zo argumenteert, kunnen wij deze boodschap niet terzijde schuiven als achterhaald of cultuurgebonden, of als geïsoleerde zwijgteksten. Dat kan evenmin met Paulus’ typering van de man als hoofd van de vrouw, naar het voorbeeld van Christus als hoofd van Zijn gemeente.

    De kern van de hele discussie over M/V en ambt is de vraag waarom dit onderwijs niet meer beslissend zou zijn voor de christelijke kerk anno nu. Verkerk en Glas stellen dat de exegetische discussie de pas wordt afgesneden met een (vermeend) hermeneutisch argument. Dat zou dan haaks staan op de vrijheid van de exegese waaraan de GKV hun bestaan zouden hebben te danken. Ik heb wel even met mijn ogen geknipperd toen ik dit las. Drie jaar geleden waren deputaten ”m/v in de kerk” het met elkaar eens dat over de exegese van bepalende Bijbelgedeelten geen wezenlijk verschil van mening bestond. Paulus heeft geschreven wat hij heeft geschreven. De wegen gingen uiteen bij de betekenis en toepassing daarvan in onze tijd en cultuur.

    Oudsten
    In het rapport ”Samen dienen” is, meer dan in het deputatenrapport van drie jaar geleden, aandacht gegeven aan de rol die verschillende vrouwen in de Bijbel hebben gespeeld. Maar daarin komt het verschil tussen een regeerambt en allerlei andere diensten in de kerk te weinig uit de verf. De oudste in het NT is niet alleen een ‘koploper’, iemand die voorop gaat in dienstbetoon, maar ook iemand die met volmacht van Christus geroepen is toezicht te houden op de kudde (Hand. 20:28). Met die volmacht kunnen oudsten ook tegenover de gemeente komen te staan. Zij zijn geroepen om het Woord van God te verkondigen, toezicht te houden op de kudde, en verantwoording af te leggen aan hun Heer over de zielen van de gemeenteleden (Hebr. 13:17). Het ambt van oudste toont veel gelijkenis met dat van ouderling, inclusief de predikant in de gereformeerde kerken. Het moet onderscheiden worden van allerlei gaven die de Heilige Geest in de gemeente geeft.

    Het feit dat vrouwen niet tot dit ambt worden geroepen is allerminst een rem op de inbreng van vrouwen in de gemeente, zoals in het rapport ”Samen dienen” soms lijkt te worden gesuggereerd. Gelovige mannen en vrouwen in de gemeente ontvangen allen gaven van de Heilige Geest tot opbouw van de gemeente, maar zij krijgen niet allen dezelfde roeping. Een beroep op de vele gaven van vrouwen en hun inzet voor het evangelie mag niet gebruikt worden als een breekijzer om het regeerambt voor hen te openen. Gaven worden ingezet vanuit de roeping, niet andersom.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s