Wederzijds respect bij het al dan niet invoeren van de vrouw in het ambt

De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Nederland hebben op 15 en 16 juni 2017 de ambten van diaken, ouderling en predikant opengesteld voor vrouwen. Daar is, zoals te verwachten was, zeer verschillend op gereageerd. Bij sommigen ging de vlag met wimpel en al enthousiast uit, bij anderen hing de vlag demonstratief halfstok. In de meeste gevallen reageerden zowel blije voorstanders als bezorgde tegenstanders ingetogen. Want ook al werden deze besluiten op de synode breed gedragen (diaken: 30-2, ouderling: 23-9, preekbevoegdheid: 27-3, predikant: 21-10), het zal de komende tijd voor veel spanning in de kerken zorgen. Dat geldt niet alleen voor de inhoudelijke discussie. Het geldt misschien nog wel meer als het gaat om de uitvoering van de besluiten. Hoe zal dat gaan verlopen in onze kerken? Op die vraag nam de synode ook een duidelijke beslissing (met 23-7): er komt geen gefaseerde invoering, maar de plaatselijke kerken krijgen de ruimte “om zelf te bepalen of en op welke wijze en wanneer ze aan deze besluiten uitvoering willen geven.”

Plaatselijke vrijheid

Ik vind dat een wijs besluit. Daarmee geven we elkaar de vrijheid binnen ons kerkverband om hierover verschillend te mogen denken.

De Generale Synode van Ede 2014 sprak al uit dat er vanuit de Bijbel twee lijnen te zien zijn als het om de verhouding tussen mannen en vrouwen gaat, en dat de visie dat ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen vrij bespreekbaar is.

De Generale Synode van Meppel 2017 heeft uitgesproken dat er bijbelse gronden zijn om naast mannen ook vrouwen te roepen tot de dienst van barmhartigheid, opzicht, pastoraat, onderwijs en verkondiging. De zogenaamde zwijgteksten vormen in zichzelf geen onbetwistbare grond om in onze situatie vrouwen categorisch uit te sluiten van het leer- en regeerambt, aldus de synode.

Dat betekent dat we als kerken hebben uitgesproken dat er in de Bijbel twee lijnen zijn aan te wijzen, waardoor we niet tot een helder pro-standpunt of tot een helder contra-standpunt kunnen komen.

Als dat zo is, moeten we elkaar als kerken de ruimte geven om plaatselijk naar eer en geweten te besluiten wat goed is voor de gemeente en wat tot eer van God strekt. En dat vanuit een houding van liefde tot Christus en liefde tot elkaar, ook als de pijn wederzijds voelbaar blijft. Als we ons werkelijk vasthouden aan Christus en zijn Woord, moeten we ook elkaar vast willen houden.

Ruimte voor elkaar

Wat betekent dat in de praktijk? Volgens mij dit: we geven elkaar optimaal de ruimte om een plaatselijk een keus te maken op grond van de beide bijbelse lijnen die er zijn. We hebben als GKV namelijk niet uitgesproken dat vrouwen in alle gemeentes diaken, ouderling of predikant moeten kunnen worden, maar dat we die mogelijkheid op grond van de Bijbel niet langer uitsluiten.

Dus zou het heel erg vreemd zijn dat er nu in (sorry voor de tweedeling en de terminologie) in behoudende gemeentes door progressieve leden actie gevoerd wordt om de vrouw ook daar in het ambt te krijgen, terwijl in vooruitstrevende gemeentes een conservatieve minderheid dit probeert tegen te houden.

Ben ik hier bang voor? Ja, wel een beetje. Drie jaar geleden proefde ik al een verharding in de standpunten.

Voorstanders van de vrouw in het ambt gaven blijk van ongeduld en onbegrip dat niet meteen tot openstelling werd overgegaan. Sommigen verlieten zelfs de GKV om lid te worden van een PKN of evangelische gemeente waar vrouwen wel mochten preken. In de afgelopen decennia zijn een aantal vrouwelijk theologen uit de GKV en de CGK alvast predikant geworden in de PKN. Als ik daar dan een wat kritische kanttekeningen bij maak, krijg ik vaak een reactie terug in de trant van: ‘Maar je begrijpt toch wel dat bevlogen christenen deze stap zetten?’ Ja, ik snap het wel. Maar ik vind het wel jammer. En ook minder juist. Want mensen gingen weg terwijl we samen in een proces zaten. Dus zou ik het heel spijtig vinden als er straks nog meer mensen weglopen omdat een plaatselijke kerk besluit om op grond van de Bijbel de ambten níet open te stellen voor vrouwen. Dat wekt bij mij de indruk dat men het eigen gelijk belangrijker vindt dan de geloofseenheid met je eigen broeders en zusters in de plaatselijke gemeente.

Omgekeerd gebeurde precies hetzelfde. Kerkleden en buitenlandse zusterkerken gaven de GKV nog drie jaar de tijd om van gedachten te veranderen en als dat niet zou gebeuren, moest men breken met de GKV omdat die door dit besluit een valse kerk zou worden. Nu de kogel door de kerk is zijn sommige kerkleden al actief op zoek naar een andere kerk. Dat gaat nog niet meevallen trouwens, want de hele Gereformeerde Bond valt af omdat die ook de vrouw in het ambt tolereren in hun eigen PKN-kerkverband. Ook de CGK zal, denk ik, in de komende tien jaar hetzelfde traject aflopen als wij nu gedaan hebben, maar dan in een veel trager tempo. En de meeste evangelische gemeentes waar vrouwen niet toegelaten worden als voorgangers hebben een nog zwaarwegender breekpunt: ze eisen dat je je laat overdopen. De keus is dus beperkt tot nieuw-vrijgemaakt (DGK / GKN) of bevindelijk-gereformeerd (HHK / div. soorten GerGem). Wie nu al dit soort keuzes maakt, is blijkbaar niet bereid om in de eigen gemeente het gesprek aan te gaan over de vraag of er binnenkort vrouwen in het ambt zullen worden toegelaten. Integendeel, men voelt zich zó verantwoordelijkheid voor wat de synode besluit en voor wat andere gemeentes beslissen, dat men plaatselijk een breuk forceert terwijl nog niet eens zeker is dat de eigen gemeente de vrouw in het ambt zal invoeren.

In beide gevallen zie ik een negatieve trekje naar boven komen waar gereformeerden wel vaker last van hebben: de eigen mening staat gelijk aan Gods Woord en daar moet iedereen in het kerkverband voor buigen. Oftewel: men wil heersen over de mening van anderen: mede-christenen, andere GKV-gemeentes, het hele kerkverband.

Elkaar aanvaarden

Het kan ook anders. Als we beginnen met de erkenning dat we samen willen luisteren naar Gods Woord en onze redding bij Jezus Christus zoeken, moeten we elkaar ook kunnen vasthouden als we erg van mening verschillen over de vrouw in het ambt.

Echt vasthouden betekent dat we vooral plaatselijk met elkaar in gesprek gaan. En dat op grond daarvan elke gemeente zelf een besluit neemt. Een besluit dat gerespecteerd wordt binnen de gemeente en door de andere GKV-kerken. Een besluit waarvan, als het aan mij ligt, ook niet elk jaar opnieuw getornd wordt, maar dat voor de komende vijf jaar vast staat. Want als we echt vinden dat je vanuit de Bijbel twee lijnen kan aanwijzen, moet je elkaar ook de ruimte gunnen om een keus te maken die de rust in de gemeente ten goede komt. En moet je jezelf de gelegenheid geven om na een aantal jaren er nog eens goed over na te denken.

Ongeveer 15 jaar geleden zei een collega-predikant tegen mij toen het om de zondagsdiscussie in onze kerken ging (is de zondag als rustdag nu wel of niet gegrond op een goddelijk gebod?): ‘Dat is geen kwestie waarvoor christenen in de tijd van de Reformatie de brandstapel opgingen.’ Ik denk dat dat ook geldt voor de vraag of vrouwen wel of niet als diaken / ouderling mogen dienen of als predikant mogen voorgaan. Ik vind zelf van wel (hier vind je mijn argumentatie) en steun daarom de synodebesluiten. Maar ik heb er geen enkele moeite mee om te preken of te werken in een gemeente die niet of voorlopig niet overgaat tot de openstelling van de ambten.

Laten we ook bij dit verschil van mening elkaar blijven aanvaarden zoals Christus ons aanvaard heeft (Romeinen 14).

 

Advertenties

8 thoughts on “Wederzijds respect bij het al dan niet invoeren van de vrouw in het ambt

  1. Ik heb twee vragen.
    1) “We hebben als GKV namelijk niet uitgesproken dat vrouwen in alle gemeentes diaken, ouderling of predikant moeten kunnen worden, maar dat we die mogelijkheid op grond van de Bijbel niet langer uitsluiten.” Maar als er volgens de GS geen Schriftuurlijke gronden zijn om vrouwen van de ambten uit te sluiten, dan hebben kerkenraden toch geen vrijheid meer dat wel te doen op principiële gronden? Ze kunnen hooguit besluiten dat voor een bepaalde tijd vrouwen niet in het ambt bevestigd worden, bijvoorbeeld omdat de gemeente er niet aan toe is. Dat is dus een praktische reden, geen principiële. Bovendien blijven dan de problemen bestaan ten aanzien van de uitnodiging van predikanten en ruilbeurten. Wanneer in een classis een vrouwelijke predikant is, kunnen één of meer kansels in de classis dan voor haar gesloten blijven? Is dat een situatie die we als kerk moeten willen of op z’n minst moeten accepteren?
    2) “Als we beginnen met de erkenning dat we samen willen luisteren naar Gods Woord en onze redding bij Jezus Christus zoeken, moeten we elkaar ook kunnen vasthouden als we erg van mening verschillen over de vrouw in het ambt.” Maar waar ligt de grens? Op welk moment zijn de meningsverschillen zo groot dat uit elkaar gaan de enige optie is? Tegenstanders zien de verschillen in opvatting tussen voor- en tegenstanders als verschillen in de leer. Wanneer dat zo is, waarin verschilt de GKV dan nog van de PKN? Zijn er principiële verschillen of alleen graduele? En wie bepaalt dan wat principiële en wat graduele verschillen zijn, als we het al niet eens kunnen worden over de vraag of het in het geval van man/vrouw en ambt over principiële verschillen gaat of niet?

  2. Wat een tijd is men kwijt aan dit soort eindeloze discussies. Hoe leg ik dit uit aan een niet gelovige collega waar ik serieuze gesprekken mee heb. Ik schaam me om hem eens uit te nodigen in de kerk. Kunnen we onze tijd niet beter besteden aan wat Jezus ons alsmaar leert: Naar je naasten om kijken. Wat waren de verpleegtehuizen, voedselbanken, e.d. blij geweest met bezoek van dominees en ouderlingen die anders zitten te vergaderen.
    Daarnaast was de keuze allang gemaakt. Onderwijzen onderwijzeressen niet allang onze kinderen op onze vrijgemaakte scholen? Zullen predikanten, ouderlingen, diakenen nooit eens hun hart luchten bij de vrouw aan het eind van een moeilijk bezoek. En zal die dan nooit eens een (goed) advies geven? En wat zijn we door de tijd niet misgelopen aan talent, wijsheid, ambitie omdat de vrouw niet mag spreken? Kijk hoe de (vrouwelijke) ambtsdragers in de PKN vaak gedreven zijn en met veel passie aan het werk zijn in de gemeente.
    Waar gaat het om? “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.”

  3. Toch mis ik ook hier harde bijbelse bewijstekten die het vrouwelijke ambt goedkeuren.
    M.I. wordt er om de hete brij heen geredeneerd. in de vorm van: “op bijbelse gronden” en meer van dit soort uitspraken. Wat zijn die bijbelse gronden dan? volgens mij zijn die er niet, maar is de beslidding genomen op grond van griekse denken, en niet van hebreeuwse denken. Dan had ik liever dat er een rationeel besluit hierover was genomen met een referendum bij het kerkvolk zelf.

  4. Uiteindelijk gaat het om hoe je de Schrift mag uitleggen. Als je vind dat je op beide manieren de Schrift kunt verklaren, zeg maar de lezing vanuit de huidige culturele context en op die manier tot aanvullende inzichten komt en de lezing dat Schrift is geschreven en dat er geen aanvullende opbaring komt dan die er is, dan is het logisch dat wederzijds respect kan leiden tot het naast elkaar accepteren van beider verklaringen. En dan toch samen verder.

    Als je echter er van overtuigd bent dat de eerste lezing mbt de huidige context, onjuist is maar ook leid tot verder afval van de juiste wijze om de Schrift te lezen en dus te uit te leggen. Dan betekent wederzijds respect dat je goed naar elkaar luistert en je zelf niet beter acht dan de ander, maar dat je uiteindelijk wel stelt waar het op staat. Nl gehoorzaamheid aan de Schrift ook als dat pijn doet, tegen je gevoel in gaat. De intentie van iemand kan goed zijn maar bij het kiezen van de verkeerde weg is het een weg van God af en daar moet je van omkeren.
    Dat is ook zoals ik er in sta. Ik hoop en bid dat mijn broeders en zusters zich zullen afkeren van de ingeslagen weg. En allereerst weer de Schrift echt centraal zetten zoals wij toch belijden in art 7 van de NGB? Dan gebruiken we niet alleen vaak dezelfde woorden maar ook de zelfde taal.
    De HERE erbarme zich over ons.

  5. 27 jaar geleden ben ik vertrokken uit de gkv toen zag ik al de voorboden dat het mis zou gaan als je over dit bijbels gegeven zo overeen stapt ons Grote voorbeeld koos zelf 12 mannen uit voor het ambt later viel judas af maar werd er weer een man gekozen .
    Het is zo duidelijk maar men wil zijn eigen gelijk boven de Schrift zetten dit kan alleen maar fout gaan.

  6. Ik vind het jammer dat we ons hebben laten verleiden om “culturele context” zo’n grote rol te geven, maar ook dat velen denken dat “de Schrift centraal zetten” tot een eeuwig en eenduidig standpunt leidt.
    Om een actueel voorbeeld te geven:
    Duidelijk is dat Paulus in zijn eerste brief aan de Corinthiërs een vragenlijst behandelt. Maar is “Zoals in alle gemeenten der heiligen moeten de vrouwen in de gemeenten zwijgen, want het is haar niet vergund te spreken, maar zij moeten ondergeschikt blijven, zoals ook de wet zegt. (..)” een punt op de vragenlijst van de Corinthiërs of een antwoord van Paulus? Afhankelijk van welke vertaling je leest zou je voor het één of het ander kiezen, met een heel verschillende uitkomst. Als het een vraag van de Corinthiërs is snap je Paulus’ reactie beter in 14:36; en het is ook meer in lijn met Paulus’ voorschrift dat vrouwen met bedekt hoofd mogen profeteren. En wat als een vrouw geen man heeft die haar vragen goed kan beantwoorden?
    Als het een stelling van Paulus is zou dat in lijn met 1 Tim 2:12 zijn.

    Laten we ons niet te snel laten verleiden om één bepaalde uitleg als enige mogelijkheid vast te leggen, en net te doen of medebroeders/ zusters die op serieuze wijze dezelfde tekst lezen en tot een andere uitleg komen daarmee hun gelijk boven de Schrift stellen. (Ik denk hier aan serieus omgaan met de Schrift, niet aan te pas en vooral te onpas losse flodders tekst laten waaien)

    Jammer vind ik ook dat echt serieuze aandacht voor de rol en positie van vrouwen in de Joods/ Griekse/ Romeinse wereld zo weinig naar voren komt in de discussie. En het ging in eerste instantie om de dames van toen. Hierdoor gaat er m.i. toch inleving in Paulus’ werelden verloren bij het begrijpen van een tekst. Uiteraard besef ik dat we het begrip kunnen benaderen maar het nooit volledig kunnen bereiken.
    Naast geslacht waren ook familie(banden) en materieel bezit een argument om iemand een leidinggevende rol te geven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s