Niedrig und bescheiden – net als Jezus Zelf

– op bezoek bij de Evangelisch Reformierte Kirche in Neuhofen a/d Krems –

know-jesus-t-shirt-c28-1.pngOok in Oostenrijk en Zwitserland bestaan een aantal kleine gereformeerde kerken. Afgelopen maand, op zondag 19 november, bezocht ik in mijn vrije weekend de Evangelisch-Reformierte Kirche in Neuhofen. ‘s Morgens mocht ik er preken en ‘s avonds was ik aanwezig in de avonddienst waar verder over de preek doorgesproken werd. De preek ging over Micha 5:1-5 met als thema in het Engels: (K)NO(W) JESUS, (K)NO(W) PEACE. In het Duits kwamen zeven punten aan de orde, nl. Jezus onze Heer a) is nederig en bescheiden; b) regeert; c) is een Redder die bevrijdt; d) is eeuwig; e) vervult al Gods beloften; f) is een Herder; g) IS onze vrede.

De preek werd erg goed ontvangen. Dat kwam, merkte ik, omdat onze Geschwister in Neuhofen veel meer dan hier in Nederland ervan doordrongen zijn dat we pas echt Neuhofen - kerkgebouw deurvrede met God kunnen hebben dankzij Jezus Christus. Bij hen leeft echt het diepe besef van ‘Ohne Jesus kein Friede – Kenne Jesus, dann kennst du Frieden’. Eén van de gemeenteleden vertelde dat in haar nabije omgeving veel geliefden een algemeen geloof in God hebben, maar niet die persoonlijke band met Christus kennen. Daarom geloven ze oppervlakkig of zijn ze diep van binnen onzeker. In beide gevallen vermijden ze vaak elk inhoudelijk gesprek over het geloof.

’s Avonds bespraken we de preek in de Abendgottesdienst. Eén van de gemeenteleden zei: “Als je naar het bestaan van onze gemeente kijkt zijn wij net als onze Heiland: niedrig und bescheiden.” Dat kenmerkt de Evangelisch-Reformierte Kirche in Neuhofen. We bespraken ook een paar andere vragen, o.a. of ziekte uit Gods hand komt of niet. Die vraag houdt de gemeente bezig nu een broeder opnieuw vier chemokuren moet ondergaan incl. een beenmerg- / stamceltransplantatie.

Neuhofen 2017-11Op de foto na afloop van de morgendienst staan drie nieuwe gezichten. Joseph, een goede bekende van één van de gemeenteleden, kwam voor de eerste keer in de kerkdienst. Adam & Laura komen uit Hongarije en bezoeken sinds hun trouwen bijna elke zondagmorgen de kerkdienst. Ze zijn door hun plaatselijke Hongaarse predikant naar de ERKWB verwezen. Verder bezoekt Karl, een man van rond de 50, sinds een aantal maanden ’s avonds de kerkdienst. Dat zijn dus vier nieuwe gezichten! Op zo’n kleine gemeente van nog geen 25 leden (waaronder één familie met 8 kinderen die op 150 km. afstand woont en dus niet zo vaak de kerkdiensten kan bezoeken) is dat een groot getal. Dat heeft mij echt bemoedigd – God is goed!

Mijn wens is, dat we vanuit Nederland onze medegelovigen in Oostenrijk en Zwitserland niet vergeten, maar hen blijven bezoeken, voor ze blijven bidden en hen blijven ondersteunen. Waarom? Omdat we samen de vrede kennen waar de engelen op de geboortedag van Jezus van zongen: de vrede van God en de vrede met God dankzij Christus die Zelf onze vrede is.

 

ssro-logoDe SSRO (Stichting Steun Reformatie Oostenrijk) ondersteunt een aantal kleine gereformeerde kerken in Oostenrijk en Zwitserland. In Neuhofen a/d Krems, Rankweil, Wenen, Basel en Winterthur organiseren broeders en zusters activiteiten zoals bijbelcursussen, internetuitzendingen, vrouwenkringen, kinderclubs en kerstmarktstands. Zo brengt men het evangelie verder in een sterk geseculariseerde omgeving. In de afgelopen jaren mochten de meeste gemeenten nieuwe leden verwelkomen. Het bestuur van de SSRO is afkomstig uit de CGK, de GKV en de PKN (Geref. Bond). Kijk voor meer informatie op: http://www.ssro.nl of www.reformiert.at. Volg de SSRO op Facebook (SSRO.NL) of op Twitter (SSROnl). Giften zijn erg welkom op NL27 INGB 0000 0656 88 t.n.v. SSRO – Hasselt. Wilt u er deze keer bijzetten: ‘Kerstgift 2017’?

 

Advertenties

Met elkaar in gesprek over de vrouw in het ambt binnen de GKV

In juni 2017 namen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) het besluit om alle ambten open te stellen voor vrouwen. De plaatselijke kerken mogen zelf beslissen of ze dit wel of niet willen doen. Er is ook een deputaatschap Man/Vrouw in de kerk enoemd om de kerken te begeleiden in dit proces. Deze deputaten hebben een algemene handreiking opgesteld voor kerkenraden. Helaas is er verder nog weinig materiaal beschikbaar voor een goede bespreking op de kerkenraad en in de gemeente. Daarom wil ik hier graag het materiaal beschikbaar stellen dat we in GKV ‘Het Noorderlicht’ hebben opgesteld.

Wat hebben we gedaan? Eerst hebben we een gezamenlijke avond belegd voor alle ambtdagers. Daarin hebben we met elkaar gedeeld hoe iedereen persoonlijk over de synodebesluiten denkt. Daarna hebben we op ongeveer dezelfde manier aan alle gemeenteleden gevraagd hoe iedereen over vrouwen in de ambten denkt. Bij ons deden we dat vanwege de grootte van de gemeente in de kringen. Als voorstudie hebben alle ambtsdragers en alle gemeenteleden de synodebesluiten en twee artikelen ( voor en tegen) ontvangen. Ook hebben op twee achtereenvolgende zondagen twee verschillende gastpredikanten over het thema Man/Vrouw en Ambt gepreekt. We sluiten binnenkort af met een gemeente-avond en daarna zal de kerkenraad met de diakenen besluiten of en zo ja hoe we overgaan tot het openstellen van één of meer ambten voor vrouwen die belijdend lid van onze gemeente zijn.

Hieronder volgt een werkvorm voor het onderling gesprek. Het is geen handleiding voor de manier waarop de kerkenraad, al dan niet met de diaken, en al dan niet na de gemeente gehoord te hebben of zelfs mee heeft laten stemmen.

Opzet voor een KRINGAVOND over ‘VROUWEN in de AMBTEN’

Op deze manier hebben we in onze gemeente de kringavonden ingevuld. Ook de avond met de ambtsdragers zag er ongeveer zo uit. Iedere kring heeft het op z’n eigen manier ingevuld. Eén kring heeft bv. via YouTube de informatieve documentaire man vrouw in de kerk (met veel verschillende bekende en minder bekende GKV-ers, onder wie één zuster uit Assen-Peelo) bekeken.

Opening

Lees een passend bijbelgedeelte, bv. 1 Tessalonicenzen 5:12-28. Bid om de wijsheid van de Heilige Geest voor een goede avond. Zing eventueel een passend lied.

Ronde 1:   Hoe denk jij zelf over vrouwelijke ambtsdragers?

Ga in tweetallen met elkaar in gesprek. De één geeft haar/zijn mening. De ander luistert en stelt evt. vragen. Na drie minuten maak  je andere tweetallen. Nu geeft degene die in de vorige ronde geluisterd heeft, haar/zijn mening. Herhaal dit een aantal keren.

Ronde 2:   de Bijbel open

Op het A4-papier waarvan er meerdere uitgedeeld worden, staan een aantal uitgeschreven Bijbelteksten. Bespreek met de hele groep (of in twee kleinere groepen) waarom sommige bijbelteksten veel meer aandacht gekregen hebben dan andere. Hoe denk je dat dit zo gekomen is?

Ronde 3:   Elf vragen en twee dobbelstenen

Op het A4-papier staan elf stellingen. Gooi met twee dobbelstenen, tel de cijfers bij elkaar op en lees hardop de vraag voor die bij dat nummer hoort. Is het een even vraag, dan mag je ‘m zelf beantwoorden. Is het een oneven vraag, dan mag je iemand anders aanwijzen om de vraag te beantwoorden. Als een bepaald cijfer vaker gegooid wordt, kun je ook een andere vraag nemen die nog niet aan bod geweest is (even blijf even, oneven blijft oneven). Zorg ook dat iedereen een keer aan de beurt komt.

Ronde 4:   Naar de kern van de zaak

Zet op een flip-over of op een groot vel papier een kruis in het midden met daar een aantal cirkels omheen. Het kruis staat voor onze Heer Jezus Christus. Hij vormt de kern van ons geloof. Al het andere vloeit daaruit voort en hangt daarmee samen. Geef aan elke aanwezige vijf verschillende gekleurde of genummerde post-its. Elke kleur / elk nummer staan voor een onderwerp. Hoe belangrijk vind jij die? Plak ze in de cirkels. Hoe dichter bij het kruis, hoe belangrijker dit onderwerp voor jou is. Ga daarna met elkaar in gesprek over de keuzes die iedereen gemaakt heeft.

Kleur/nummer A:                Avondmaal vieren na belijdenis

Kleur/nummer B:                Doop als eenmalig teken van Gods verbond

Kleur/nummer C:                Psalmen of Opwekkingsliederen in de kerkdienst

Kleur/nummer D:                Twee kerkdiensten op zondag

Kleur/nummer E:                Vrouwen in het ambt

 

Ronde 5:   Turven

Elke gemeente moet een keus maken. Wat vind iedereen? Per onderdeel geeft iedereen haar/zijn mening (WEL / NIET). Eventueel kan de uitkomst genoteerd worden als dat voor het vervolg belangrijk is.

1/    Ik vind dat in onze gemeente vrouwen WEL / NIET diaken kunnen zijn.

2/    Ik vind dat in onze gemeente vrouwen WEL / NIET ouderling kunnen zijn.

3/    Ik vind dat in onze gemeente vrouwelijke dominees WEL / NIET mogen preken.

4/    Als meer 25% van onze gemeente moeite heeft met vrouwelijke ambtsdragers, moeten we het WEL / NIET invoeren.

5/ Andere kerken en bezwaarde broeders en zusters in het land roepen alle kerken op om pas in 2020 een besluit te nemen, nadat de volgende synode alle bezwaren behandeld heeft. Ik vind dit WEL / NIET een verstandig idee

6/    Welk besluit de kerkenraad met de diakenen uiteindelijk ook neemt, ik kan er WEL / NIET mee leven.

Misschien is het verstandig deze vraag uit te splitsen om duidelijk te krijgen met welk besluit men niet kan leven. Nu kunnen zowel leden die echt TEGEN de vrouw in het ambt zijn als leden die echt VOOR de vrouw in het ambt zijn deze vraag met NIET beantwoorden. Ook zou nog een tweede, verdiepende vraag gesteld kunnen worden, nl.: welke consequenties denken degenen die NIET met een bepaald kerkenraadsbesluit kunnen leven, te gaan trekken?
Sluiting

Hou een korte rondvraag, zing evt. nog een passend lied en sluit af met gebed.

Als je deze werkvormen gebruiken wil: ga je gang! Voel je vrij om ze aan te passen of te veranderen. Belangrijk is, dat het gesprek in iedere gemeente op een positieve, fijngevoelige manier gevoerd wordt.

Mijn God geneest – ook door middel van ‘betekenisvol oplappen’

Meer dan 100 belangstellenden kwamen op 10 november 2017 naar Amsterdam voor een studiedag met als titel “Mijn God geneest”. Ik ben blij dat ik er bij was. De sprekers (Miranda Klaver, Gerrit Vreugdenhil, Hans Burger, Stefan Paas, Margriet van der Kooi en Cees van der Kooi) benaderden het thema ‘gebedsgenezing’ allemaal vanuit hun eigen invalshoek. Toch leverde dat niet veel verschil van mening op. In de beide doorpraatrondes (2x twee groepen van 50) kwam het tot wat meer diskussie.

Waar kwam die grote mate van eenheid vandaan? Ik denk door een gezonde kijk op de Bijbel. Namelijk: er is géén streeptheologie, maar er is al helemaal geen belofte dat Jezus Christus net als gisteren ook vandaag dezelfde is in de manier waarop Hij nog steeds mensen lichamelijk bij bosjes geneest – via speciale bedieningen en zalvingen en genezingsdiensten of via het gebedspastoraat in de plaatselijke gemeente.

Mooi vond ik ook, dat bijna algemeen werd erkend, dat de traditionele kerken de kracht van het gebed, de persoonlijke voorbede en de ziekenzalving teveel hebben laten liggen, zodat allerhande vrije groeperingen, vooral afkomstig uit Amerika, met veel bombarie in de naam van Jezus genezing komen brengen. Osborne, Zijlstra, Wimber, Clarcke – ze claimen vaak doorslaande successen, maar echt bewijs wordt zelden geleverd. Alleen het woord d’oorslaand’ is terecht, vaak als onbetaalde rekening van de traditionele kerken dus. Gelukkig lijkt het erop dat binnen de protestantse en gereformeerde kerken op dit punt de balans weer wat gevonden wordt – al is er binnen onze eigen GKV volgens mij nog steeds wel een inhaalslag te maken. Niet qua openheid, maar wel het om de plek van persoonlijke voorbede in de plaatselijke gemeente gaat.

Wat is mij opgevallen in de lezingen van deze studiedag? Afgezien van de plaats (te krappe zaal, teveel verplaatsingen, haperende catering – qua logistiek waren de beide studiedagen over ‘Schepping of Evolutie’ in Nijkerk en Kampen echt beter voor elkaar) vier dingen.

1/ Ongezond gefocust op gezondheid

De aandacht voor lichamelijke genezing is goed te verklaren vanuit de huidige Westerse tijdgeest. Daarin staat gezondheid bovenaan en kan men niet meer omgaan met persoonlijk lijden. Dus wordt alles op alles gezet om ziekte en handicap uit te bannen. Ook veel christenen krijgen hier een tik van mee. En als de reguliere medische wetenschap niets meer voor je kan doen, zoek je het als christen, net als veel andere mensen, in het alternatieve circuit. Alleen dan niet bij Jomanda en andere kwakzalvers, maar je wend je rechtstreeks tot God. Als zijn middelen niet werken, kan Hij het immers ook via een wonderbaarlijke genezing (‘on-middellijk’) doen?

Ik ben blij met deze insteek. Het geeft mij antwoord op een vraag die ik al langere tijd had. Namelijk: waarom is er juist in onze tijd zoveel belangstelling voor gebedsgenezing? Ik vond dat altijd een beetje raar. Want tot pakweg 1900 stierven de mensen bij bosjes aan allerlei onnozele ziektes en aan zo ongeveer alle vormen van kanker. Maar nooit lees je over massale gebedsgenezingsdiensten. Men kon dus blijkbaar beter omgaan met ziekte, handicap en dood. Sinds een jaar of 100 geneest en bewaart God de mensen juist bij bosjes van en voor allerlei ziekten. Maar we kunnen ook totaal niet meer met ziekte, handicap en dood omgaan.

2/ Genezingswonderen zijn missionair bedoeld

Zowel in het Nieuwe Testament als in de verhalen uit de kerkgeschiedenis krijg je sterk de indruk, dat genezingswonderen vooral bedoeld zijn om de waarheidsclaim van het Evangelie te onderstrepen: Jezus is echt de Zoon van God en de beloofde Messias die komen zou. Oftewel: wonderen hebben een missionair karakter. Je ziet het vandaag bij bv. moslims, maar ook in animistisch Afrika en in hindoeïstisch India. Op de studiedag werd het voorbeeld genoemd van iemand (moslim, hindoe of animist, het doet er niet toe) die blind door een ongeluk blind geworden was en die ergens vaag van Jezus gehoord had. Hij bad tot Jezus om genezing, kreeg op dat moment het licht in zijn ogen weer terug, kwam tot geloof, ging daarna op zoek naar andere christenen en is nu aangesloten bij een christelijke gemeente.

Voor mij was dit weer een eye-opener J. Wat betekent dit punt voor al die aandacht voor gebedsgenezing onder volwassen christenen in de westerse samenleving? Daar kun je twee kanten mee op: óf onze samenleving is weer zendingsgebied geworden; óf veel christenen zijn nog kinderen in het geloof. Hoewel ik het eerste onderschrijf, denk ik bij dat bij dit onderwerp het laatste het geval is. Want als die nieuwe gelovige die eerst blind was en nu weer kan zien, opnieuw een ernstig ongeval zou krijgen waardoor hij plotseling 100% doof zou worden, zou hij niet als eerste aan God vragen of hij zijn gehoor weer terug zou krijgen, vermoed ik. Want een volwassen christen weet, dat de belangrijkste vraag in dit leven niet is: ‘Hoe word ik beter?’, maar: ‘Hoe krijg en hou ik een gezonde relatie met God?’ Een mooi voorbeeld daarvan las ik in het volgende waar gebeurde verhaal van de mijnwerker met een dwarslaesie.

3/ Te veel aandacht voor het bovennatuurlijke

Wanneer groepen christenen veel nadruk leggen op het feit dat God en Jezus ook nu nog wonderbaarlijk kunnen en willen genezen, trekken ze het bovennatuurlijke leven en het alledaagse bestaan uit elkaar. Dat is een hele riskante operatie. Want daardoor wek je bij mensen de indruk, dat God en Jezus Zich in het gewone leven niet duidelijk laten zien, maar slechts op speciale momenten en door speciale emoties te ervaren zijn. Het gevolg is dat onder christenen de secularisatie en godsvervreemding toeneemt. Want als gesuggereerd wordt dat het dagelijkse leven minder met God en Jezus te maken hebben dan het bijzondere, is het risiko op teleurstellingen levensgroot, wanneer het niet lukt om God in het bovennatuurlijke te ervaren. Gevolg: je staat twee keer met lege handen. Zie dan nog maar eens je geloof te behouden!

Ook dit vond ik een verhelderend inzicht. In de Bijbel Jezus ons dat we ook in de gewone dagelijkse dingen Gods aanwezigheid mogen zien. Eén van de sprekers vertelde dat ‘ie zeer ongelukkig van de trap af gestuiterd was en dus een aantal maanden niets kon en mocht doen – behalve revalideren. Als je dan meteen het advies krijgt om naar een genezingsdienst hollen (wat natuurlijk niet gaat), mis je de liefde en de aandacht van de Heer die Hij je rechtstreeks geeft (berusting + besef van wie/wat echt belangrijk is), maar ook via andere mensen (aandacht, hulp, gebed). Als je het alleen maar van Gods bijzondere manier van spreken d.m.v. wonderen en speciale ervaringen verwacht, mis je een boel van zijn aanwezigheid in het alledaagse leven. Zoals een al weer wat gedateerd opwekkingslied (te vinden in de E&R-bundel, lied 123) het zegt:

Dit, dit is de wereld, de wereld waar ik in woon. Hier zijn de treden de zien van Gods troon. Wie hier omhoog klimt vanuit het gedruis, ontwaart de contouren van ’t vaderlijk huis.

En wat zijn die contouren dan volgens dit lied?

De daken met hun wirwar van antennes, het ronken van een vliegtuig in de nacht. ’t Reklamewoord dat telkens aan en uit flitst; ’t verkeerslicht waar ik dagelijks voor wacht. Het flatgebouw met helverlichte vensters, dat schittert als een lichtzuil in de nacht. En daaromheen, veel hoger dan de huizen, oneindigheid en verre sterrenpracht.

Ook daarin vind je, als je goed kijkt, God:

De hele wereld houdt Hij in zijn handen; Hij spreekt in stilte en in stadsgerucht van liefde en genade en erbarmen voor ieder, die in wanhoop tot Hem vlucht. 

4/ We zijn er bijna, maar nog niet helemaal

De massale gebedsgenezingen die je in het Nieuwe Testament tegenkomt staan ook in het kader van het hemelse Koninkrijk van God. Jezus laat op heel veel manieren zien hoe het eens weer worden zal. En dat laat Hij nog steeds op heel veel manieren zien. Daarom zien we in de wereld al veel sporen van dat hemelse Koninkrijk. Maar tegelijk zeggen Jezus en de apostelen dat de volle heerlijkheid nog moet aanbreken. Pas als Jezus terugkomt is alle pijn, verdriet en rouw voorbij en zullen er alleen nog maar vreugdetranen zijn. Dat moment kun je niet naar voren halen door te zeggen, dat God nu al belooft dat alle zieken in Jezus’ naam genezen zullen worden als ze maar geloven. Je kunt geen genezingen claimen. Het is, denk ik, zelfs de vraag of je ze mag verwachten. Maar als het gebeurt, mag je het wel dankbaar erkennen als een voorproefje van wat ons nog te wachten staat. Hans Burger zei het als volgt in zijn verhaal als volgt: “Daarom kun je genezingen mijns inziens typeren als ´betekenisvol oplappen´ en dat bedoel ik beslist niet denigrerend. Genezingen zijn betekenisvol. Als tekenen van de komende eeuw zijn ze een belangrijke verwijzing naar wat komt. Daarom zijn ze heel waardevol. Ze geven en versterken hoop op de genezing van heel de schepping en van heel ons lichamelijke bestaan.” (Lees hier zijn hele verhaal).

Ook dit vind ik een waardevolle benadering. Het leert mij om vandaag de dag te kunnen leven met het onvolkomene. Ook als het mijzelf of de mensen dicht om me heen overkomt. Maar dan hoef ik niet alles passief over mij heen te laten komen. Ik mag vol verwachting uitzien naar wat nog komen gaat. Dat ligt achter de horizon van dit leven. Maar ik mag God wel danken wanneer Hij mij al iets daarvan laat zien en ervaren.

11 november is de dag – Sint Maarten in Groningen

MARTIN, LIEBER HERRE!

Gerrit Jan Leeftink

 Gerrit Jan Leeftink                       * 30-04-1937  te Zwolle         # 28-04-1994 te Oldehove

Op 11 november wordt in Groningen, Drente, West-Friesland, Noord-Brabant, Limburg en Belgisch-Vlaanderen het feest van Sint Maarten gevierd. Duizenden kinderen zien daar lange tijd reikhalzend naar uit. Het is, met Sinterklaas, hun mooiste feest. In optochten of alleen trekken ze er tegen het donker worden op uit, de huizen en boerderijen langs, voorzien van een lampion, een blikken bus met gaatjes, of (en dat is het oudst en het mooist) een bewerkte voederbiet, die is uitgehold en waarvan de dunne wand is bewerkt met uitsnijdingen. Binnen in brandt een kaart kaars en het effekt is prachtig. Een tweede, doch zeer belangrijk attribuut is een zakje, dat men om de hals draagt, en naarmate de toch langer duurt, wordt die zak steeds zwaarder door de milde gaven, die bij elke duur worden verstrekt: centen, stuivers, appels, peren, enz. Edoch: niets voor niets, er moet eerst worden gezongen. En dat doen ze dan, uit volle borst, zonder stemvork of blokfluit, maar met overgave:Sint Maarten - Elf november

San-Martino Liberale da Verona

De heilige Martinus.
Miniatuur van Liberale da Verona in een missaal (1420) van de Libreria Piccolo-mini te Siena.

Zo gaat dat al honderden jaren, want St. Maarten heeft het eeuwig leven. Dat geldt niet voor de inhoud van de zak, die ’s avonds laat wordt leeggestort en waarvan de inhoud correct wordt gedetermineerd.
En dat alles ter ere van St. Maarten. Wie was toch deze persoon? Eigenlijk heette hij Martinus van Tours. In 316 geboren als zoon van een Romeins magistraat, nam hij als 15-jarige knaap dienst in de Romeinse legers. Kort daarop moet het gebeurd zijn bij de poorten van Amiens, dat hij de helft van zijn lange mantel afsneed en aan een bedelaar gaf. De volgende nacht kwam Jezus hem persoonlijk daarvoor prijzen. Nadat hij gedoopt was bracht hij het na veel omzwervingen tot Bisschop van Tours (371). Hij was in de Middeleeuwen zeer populair en werd het symbool van vrijgevig-heid. In ons land is hij de patroon van de steden Groningen en Utrecht. Wie durft er nog te reppen over zuinige Groningers? 

Sint Maarten 1455 Utrecht.jpg

Sint Maarten. Gepychromeerd kalkstenen beeld van een onbekende Utrechtse beeldhouwer (ca. 1455). Centraal museum Utrecht.

Hij wordt vaak afgebeeld als militair, zittend te paard, terwijl hij zijn mantel doorsnijdt en de ene helft aan een bedelaar geeft. Ook zien we hem als bisschop met een gans en een bedelaar aan zijn voeten. Zijn feestdag (11 november) viel in de tijd dat de wilde ganzen trekken. Vroeger werden op 11 november de St. Maartensganzen in de pot gestopt. Een oude Duitse canon (14e eeuw, Klooster Lambach) herinnert ons daaraan op fijnzinnige wijze en geeft ons ook een indruk van de soberheid in het Lambachs klooster:Sint Maarten - Martin LieberDe enige verwantschap met het lied-arsenaal van de tegenwoordige St. Maarten-klantjes lijkt me, dat de zak de plaats van de mond heeft ingenomen. De gans is namelijk vandaag verdwenen. Of herinnerd het volgende lied er nog aan?Sint Maarten - Kip Kap KogelDe hoge bisschopshoed en de lange slipjas zijn behouden gebleven, getuige het volgende lied:Sint Maarten - St Martinus bisschopVan de kledingstukken is het slechts een kleine stap naar de volgende: Sint Maarten - St Maarten de koeien.jpegHet feit dat St. Maarten in zijn leven veel weggaf, wordt in deze liederen op listige wijze uitgebuit: geef maar flink wat, dan kom ik ’t hele jaar niet weer: Sint Maarten - St Martinus roem van alle landenNogmaals: wie was St. Maarten? Juist, u vat het al: hij was een brave man. Hoor maar: Sint Maarten - St Maarten was een brave manNatuurlijk houdt iedereen daarvan, dus: open die zak! Het is beter te geven dan te ontvangen, zei St. Maarten, en dat had hij niet van zichzelf. Toch zijn er lieden, die zelfs op zijn verjaardag de deur stijf dichthouden. Dat gaat niet aan, als je eerst welgemeend zingt: Sint Maarten - St Maarten is jarig vandaagWanneer je dan geen respons krijgt, probeer je het nog eens, nu in ’t Gronings: Sint Maarten - Mien lutje lanteernNog niks te zien of te horen? Eén keer nog, een nieuw liedje: Sint Maarten - LampionnetjeHelaas geen geluk, geen gaven, geen zak open. Omdat drie keer scheepsrecht is, is nu bewezen dat de bewoners van dit huis geen oog en oor hebben voor het lijden der jeugdige mensheid. Voor zoiets is maar één lied, overigens niet geheel naar de geest van de goedheiligman, maar je moet ook maar zoiets meemaken: Sint Maarten - St Martinus bokkepootO zo!
Dat St. Maarten bij zulke slechte lieden in zijn opwinding wel eens letterlijk en figuurlijk zijn hoofd stoot blijkt uit het vervolg van dit lied, dat op dezelfde melodie deze ondeugende tekst krijgt:
‘Sint Martinus bokkeram, vloog op kop tegen ’t schiethuus an.
Au, au, au wat dee dat zeer, St. Martinus komt niet weer.’
Doch dit zijn uitzonderingen, vrijwel iedereen geeft. Waar je wat extra krijgt, kun je vertrouwelijk worden:Sint Maarten - St Martinus tuutjeAl deze liederen leven gelukkig echt. Ik heb ze op onze stoep meermalen horen zingen. Ook in de school kom je ze tegen. Er zal wel van streek tot streek verschil zijn, maar dit onderwerp biedt ook in de klas grote mogelijkheden op 11 november. Of je wilt of niet, op de middag van die dag kun je in de klas ook slecht iets anders doen dan bieten snijden en zingen: St. Maarten was een brave man!

Gerrit Leeftink
Oldehove (Gr.), aug. ‘76

 

Verschenen in ‘De Pyramide’- Tijdschrift voor muzikale opvoeding / Orgaam van de Gehrelsvereniging, Dertigste jaargang nummer 6, oktober 1976

 

Wat een geluk dat ik in Nederland woon! – Dankdag 2017

Het gaat goed met Nederland! De mannen zijn jong en vol kracht, de vrouwen zijn mooi en sterkt. Alle voorraadkasten en bankrekeningen zijn goed gevuld, vol met voedsel, meer dan genoeg saldo. In de weilanden lopen koeien, schapen en geiten, het zijn er ontelbaar veel. Ze produceren een overvloed van melk, vlees en wol. In Nederland wordt niemand aangevallen en niemand hoeft te vluchten. Niemand huilt, niemand heeft verdriet. Gelukkig zijn mensen die een goed leven hebben. Ja, de mensen in Nederland zijn meer dan gelukkig! (vrij naar Psalm 144:12-15 BGT)

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar de jeugd nog steeds een toekomst heeft

Gelukkige NederlanderOp de eerste woensdag van november vieren veel christenen dankdag voor gewas en arbeid. Maar als David na een moeilijke periode God gaat danken voor alle zegeningen, begint hij op een bijzondere manier. Onze meest kostbare gewassen en bouwwerken, dat onze kinderen, onze zonen en dochters. Hen zet David voorop. Want jongeren zijn de toe­komst van de kerk en de toekomst van het land. Daarom vraagt David: laat onze zonen gezond en sterk opgroeien. Lichamelijk én in het geloof. Allebei. Het gaat bij jongens niet alleen om uitgaan en veel verdienen. God vindt het veel belangrijker wáár je opgroeit. Dicht bij water. In de Bijbel is water bijna altijd het beeld van God en Jezus. Zij zijn de bronnen van levend water. En let dan op wat er bij staat: in hun jeugd met ​liefde​ verzorgd. Hoe bijzonder is dat! Dat je als ouders en als volwassenen zo met je jongeren omgaat, dat geen sprake is van scheefgroei, maar van geestelijke groei, qua karakter en qua geloof. Dat maakt van onze jongens krachti­ge, jonge bomen, jong en vol kracht, van wie je later veel vruchten kunt verwachten. Hoe mooi is dat! Hetzelfde geldt voor onze dochters, zegt David. Hij vraagt God, of ze sierlijk mogen zijn. Lichamelijk én in het geloof. Allebei. Het gaat bij meiden niet alleen om het uiterlijk en om versierd te worden. God vindt het veel belangrijker dat je je als persoon goed ontwikkelt. Als een hoekzuil van een paleis. In de Bijbel is dat vaak het beeld van Gods huis, zijn tempel, de kerk. Dáár wil God jou als meisje, als jonge vrouw, een speciale plek geven. En let dan op wat er bij staat: zo sierlijk gesneden. Hoe bijzonder is dat! Dat je als ouders en als volwassenen zo met je jongeren omgaat, dat ze innerlijk gevormd worden met een eerlijk, gelovig karakter. Dat maakt van onze meiden een lust voor het oog, ook in het oog van God! Dan word je iemand op wie anderen kunnen bouwen. Hoe mooi is dat!

Als de HERE zulke jongeren geeft, is dat iets om voor te danken. Van alle welvaart is dit toch wel het belangrijkste: dat onze kinderen goed terecht komen, op hun eigen plek en werk, met vrienden en misschien man of vrouw, én in het geloof, dat ook zíj God als hun Vader zien en in de voetsporen van Jezus willen gaan. Dat is ook een zegen op onze arbeid. Daarvoor mag je op dankdag de HERE hartelijk dook danken

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar de welvaart nog steeds op peil is

Geluk 2Toch blijft David daar niet bij stil staan. Hij zoekt het goede voor zijn volk, en daarom durft hij God ook om een bloeiende handel en een krachtige eko­nomie te vragen. Niemand in het land mag honger leiden of onder de armoedegrens raken. Vandaar de vraag om goed gevulde schuren en een uitgebreide veestapel. Schapen en geiten waren er vooral voor het vlees en de wol en het leer. Ook de runderen worden genoemd. Er staat ‘onze kudden doorvoed’, maar alle andere vertalingen hebben het over ‘runderen’. Je kunt het ook vertalen met: ‘dat onze runderen zwaarbeladen zijn’, zoals de HSV het doet. Daarmee komt ook de transportsector in beeld, in die tijd het vervoer van allerlei produkten naar de markt of naar de molens of naar de leerlooiers of naar de slachterijen. Die leveren weer aan de bakkers, de schoenmakers en de slagers. Zo komt de hele bevolking aan eten en kleding. Met elkaar leveren we met ons werk en met onze inzet een bijdrage aan de welvaart van het land. Ieder op zijn of haar door God gegeven plek. Soms was het elke dag hetzelfde, soms was het heel afwisselend. Het zijn allemaal kleine beekjes, die sámen één grote bron van welvaart vormen. Maar zie je ook die ene andere bron, waar al die beekjes vandaan komen? Zie je die zegen ook? Dat is Gods goedheid, die zich over het hele land verspreidt.

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar we nog steeds in veiligheid leven

Er is nog iets waar David God hartelijk voor bedankt. Er is vrede in heel het land! Je hoeft niet bang te zijn voor een vijandelijke inval. Je hoeft je niet bang te zijn dat je morgen moet vluchten. Hoe anders is dat in andere landen. Daar is het oorlog. Daar vinden aanslagen plaats. Daar gebeuren natuurrampen. En hier in Nederland? Geen enkele reden om te klagen, want iedereen mag hier in alle vrijheid leven en z’n mening geven. En iedereen gaat er de komende jaar weer op vooruit. Kijk es om je heen in de wereld hoe gezegend we daarmee zijn! Geen enkele reden voor een weeklacht op de pleinen, zoals David het zegt.  

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar we nog steeds in God mogen geloven

geluk zegenOndertussen wordt er wat afgemopperd in Nederland. Hoe zou dat nu zo komen? Nou, als David zegt: ‘Gelukkig het volk dat zo mag leven’ – met gezonde kinderen, met een hoog welvaartsnivo en in een vrij en veilig land, dat wil iedereen wel! Maar als David daar dan aan toevoegt: ‘Gelukkig het volk dat de HERE als God heeft’ – die afsluiter is voor veel mensen eerder een afknapper. Nee, laat dat maar zitten. Een fijn en gezond gezin, een mooi huis, zonder zorgen kunnen genieten – dat maakt veel mensen gelukkig. Maar het geloof in God? Geloven is achterhaald. Geloven is regeltjes. Geloven legt alleen maar beperkingen op. En zelfs als er al een God zou zijn, dan bemoeit Hij Zich niet met die tijdelijke dingen. ‘Daar had Jezus geen verstand van’, zei eens een liberale boer, toen iemand tegen hem zei: ‘Zie je de zegen van God ook?’ Ik denk dat die boer niet de enige is. Sterker nog … als christen denk je dat ook wel eens, toch? Zo door de week kost het ons wel eens moeite dat verband te blijven zien tussen Gods zegen en ons werk. Maar als je erover nadenkt, dan zie je toch wel dat iedereen wel iets om te danken heeft? Als kind mooi speelgoed en vrienden op school, als jongere een opleiding en je hobby’s, als volwassene je werk en je gezin, als oudere je verzorging in het rusthuis. Psalm 144 gaat in vervulling: wat welvaart betreft komen we niets veel tekort. Die gewone dingen hebben ook met het geloof te maken. Ons eten en ons drinken. Een dak boven ons hoofd en partner voor het leven of vrienden om van te houden. Want God acht het niet beneden zijn waarde om voor al die kleine behoeften van het volk te zorgen. Hij regelt
de vrucht­baarheid van koeien, schapen en de velden. Hij geeft paarden hun kracht. Hij vergeet zelfs de mussen op het dak niet. Het is goed, om de HERE voor al die gewone Geluk delenzaken te danken. Want, zegt de katechismus in Zondag 10: alle goede dingen zijn allemaal van Gód afkom­stig, en onze inspan­ning en ons werk en alles wat God ons geeft, zijn op zichzelf zinloos, omdat we er zonder Gods zegen niets aan hebben.

Veel Nederlanders willen vooral geluk. God wil jou en mij zijn zegen geven.Ook in de gewone dingen. Als je in voorspoed leeft, word je pas gelukkig als je God de eer daarvoor geeft. Want niet wie heeft, maar wie geeft, díe is pas rijk.

 

Psalm 144 : 12 – 15 (NBV)
12 Onze zonen zijn als jonge planten, in hun jeugd met ​liefde​ verzorgd,
   onze dochters als de hoekzuilen van een paleis, zo sierlijk gesneden,
13 onze schuren gevuld, van voorraad en voedsel voorzien,
   onze schapen en ​geiten, met duizenden, met tienduizenden op onze velden,
14 onze kudden doorvoed, geen inval, geen uittocht, geen weeklacht op onze pleinen.
15 Gelukkig het volk dat zo mag leven, gelukkig het volk dat de HEER als God heeft.