Orgaandonatie: kiest de ChristenUnie nog steeds voor een afschuifsysteem ipv een registratiesysteem?

Orgaandonatie ja of neeOp 30 januari behandelt de Eerste Kamer de nieuwe donorwet. Het wordt net zo spannend als in de Tweede Kamer. Toen stemden de fracties van CDA en ChristenUnie tegen het voorstel om een Actief Donorregistratiesysteem (ADR) op te zetten. Daarbij was er sprake van ‘fractiedwang’, dus héél het CDA en héél de ChristenUnie waren tegen. Toch werd het voorstel met 75-74 aangenomen. Nu moet de Eerste Kamer zich over dit voorstel uitspreken. Tot mijn verbazing en meer nog tot mijn teleurstelling staat er vandaag (maandag 29 januari) een artikel in het Nederlands Dagblad van de fractievoorzitter van de ChristenUnie waarin hij zich tegen verplichte registratie keert. Zijn standpunt is kort en krachtig: “Laat orgaandonatie vrijwillig zijn”. En: “Wie wil doneren moet dat weloverwogen en met een goed geweten doen.” En dus is de fractievoorzitter van de ChristenUnie tegen elke vorm van overheidsbemoeienis als het gaat om het actief registreren van alle burgers gaat, want “dan beschikken anderen over hun organen, nota bene met goedkeuring van de overheid.” Daarna volgen secundaire argumenten als: ‘laaggeletterden worden straks tegen hun wil donor’ en ‘deskundigen zijn het er niet over eens dat actieve registratie meer donoren oplevert’. Als klap op de vuurpijl roept de ChristenUnie-voorman: “Laten we dus alles eraan doen mensen te helpen die een orgaan nodig hebben, maar het is werkelijk het beste als orgaandonatie een gift blijft waar iemand vrijwillig toe besluit.” Dus moet de overheid aandringen op die keus, moeten gezinnen en families er met elkaar over in gesprek en zou het goed zijn als kerken dit onderwerp agenderen.

Dit vind ik een afschuifsysteem dat met drogredenen gemotiveerd wordt. Al jaren blijft het aantal mensen dat zich laat registeren gelijk (rond de 50%). Al jaren wil 90% van de Nederlanders wel graag zelf een donororgaan ontvangen als de nood aan de man of de vrouw komt. Dus wil de Tweede Kamer, net als in een aantal andere Europese landen, het omkeren door een ‘JA-tenzij-systeem’ in te voeren, waarbij iedere Nederlander regelmatig opgeroepen wordt om in alle vrijheid zijn of haar keus te maken of te veranderen. Maar wie uit pure laksigheid het vertikt om de moeite te nemen zich te laten registreren, kan moeilijk een principieel tegenstander van orgaandonatie genoemd worden, lijkt mij. Bovendien, twitterde een kennis van me, “is het helemaal niet erg om een actie te ondernemen als je niet wilt. Je mag best wat over hebben voor je principes.”

De ChristenUnie was in 2005 vóór een actief registratiesysteem. Als maar duidelijk was, dat je altijd van keus kon veranderen. Dat is in deze wet als extraatje opgenomen. Maar nu puntje bij paaltje komt, schrikt ook de fractie van de ChristenUnie in de Eerste Kamer terug voor de consequenties. Dus kiest de fractievoorzitter voor een afschuifsysteem dat al jaren niet werkt: anderen oproepen om in gesprek te gaan, maar zelf als overheid niet je verantwoordelijkheid nemen om mensen echt bewust te laten kiezen of ze wél of géén donor willen zijn.

Ik vind echt niet dat iedereen donor moet zijn. Ik vind wel dat er teveel doden vallen omdat we van de helft van de Nederlanders niet weten of ze orgaandonor hadden willen zijn. Ik vind ook, dat teveel Nederlanders door geen keus te willen maken in feite zeggen: dat er honderden mensen om een orgaan staan te springen zal mij een zorg zijn. Dus mag de overheid van haar burgers vragen om zich uit te spreken. En of je dan ‘JA’ of ‘NEE’ invult is mij echt om het even.

Als de rest van de Eerste Kamer-fractie van de ChristenUnie er net zo over denkt, kiest men opnieuw bewust voor vrijblijvendheid. Dat vind ik vreemd, want de Bijbel spreekt over het geven van je leven voor een ander (zoals in het ND terecht wordt aangehaald). Je zou dus zeggen: wat kan er tegen zijn om na je dood alsnog iets van jezelf voor het leven van een ander te geven?

Zeggen dat je er alles aan wilt doen om mensen te helpen die een orgaan nodig hebben en ze vervolgens in de kou laten staan door de huidige situatie te handhaven – ik krijg er een bittere smaak van in mijn mond, want zo’n uitspraak komt op mij dan wat onwaarachtig over. Iemand vond het net over de rand, maar ik kan mij er nog steeds wel in vinden: “Ik stond op een wachtlijst en jullie hebben alleen maar het gesprek over orgaandonatie willen stimuleren.” 

Bekijk nog eens de volgende webpagina’s van Een Vandaag: Houdt de Eerste Kamer de nieuwe donorwet toch tegen? (17-01) en Hoe werkt het Actieve Donor Registratie Systeem? (29-01).
Eerder schreef ik ook al een aantal blogs over dit onderwerp: Orgaandonatie: wie niet reageert wordt donor (7 juni 2016); Orgaandonatie: zet de politiek na 20 jaar eindelijk een stap voorwaarts? (6 september 2016); Registratie orgaandonatie in de lift (8 oktober 2016); Geen vrijblijvendheid bij keus voor of tegen orgaandonatie (11 mei 2017)
Advertenties

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de valkuilen

Hoofd hart handen ingelijstDank, dank nu allen God, met hoofd en harten en handen. Met een variatie op een bekend gezang zou je kunnen zeggen dat dit de drie basic-manieren waarmee je als christen uiting geeft aan je geloof. Dat geloof is en geschenk van de Heilige Geest. Als Hij mij niet voortdurend motiveert en in vlam zet om als christen voor God, mijn hemelse Vader, en voor Jezus, mijn Redder en Heer te leven, wordt het bij mij al heel snel een vorm- en regeltjesgeloof, omdat het van God of de omgeving moet. Maar helaas … veel christenen (ikzelf niet uitgezonderd) zien dat altijd veel scherper bij een ander dan bij zichzelf. Daarom wil ik hier de valkuilen benoemen van alle drie de geloofstypes. Want overal waar het zaad van het Evangelie gezaaid wordt, vertelt onze Heer in een gelijkenis, is de duivel er als de kippen bij om het opkomende geloof de nek om te draaien. Dat geldt ook voor de tritst Hoofd – Hart – Handen. Welk type je ook bent, in alle drie de gevallen probeert de duivel het geloof weg en eruit te drukken. Daarvoor heeft hij drie verschillende taktieken, denk ik wel eens.

Hoofd hart handen 2Valkuil 1: veel weten = eigenwijs

Voor ‘HOOFD-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Je kennis maakt je eigenwijs. Je ziet neer op andere christenen, die niet zo serieus de Bijbel bestuderen. Die zijn dan al snel in jouw ogen ‘minder principieel’. Als gereformeerde kerken zijn we lange tijd heel sterk geweest in bijbelkennis en het doordenken van wat de HERE God op grond van zijn Woord vandaag van ons vraagt. Maar daardoor hebben we ook de naam gekregen, het allemaal wel heel erg goed te weten. Op christenen uit andere kerken keken we neer – die zaten in de foute kerk, dus mochten ze niet deelnemen aan, lid worden van of werken bij het gereformeerd onderwijs, de gereformeerde politiek en allerlei andere organisaties. Als GKV-kerken hebben we daarmee een slechte naam opgebouwd. Gelukkig ligt die tijd nu wel echt achter ons. Maar die betweterige houding kom ik nog steeds wel tegen: kerkleden die heel goed weten wat er in de Bijbel staat en hoe het hoort en daar anderen mee om de oren slaan. Dat is niet goed.

Aan de andere kant: wanneer je door de Heilige Geest gezegend bent met een goed inzicht in de Bijbel en een goed kunnen doordenken wat dat betekent voor vandaag, ben je niet een ‘mindere’ christen dan een Hart- of Hand-type. Integendeel: je moet wel weten wat je gelooft en waarom je gelooft. Zonder kennis over Mij gaat het volk te gronde, zegt God in Hosea 4. En om Mij echt te kennen, moet je de Bijbel bestuderen, zegt de Here Jezus in Johannes 5.

Hoofd hart handenValkuil 2: heel enthousiast = zelfingenomen

Voor ‘HART-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Met ‘zelfingenomen’ bedoel ik dan, dat jouw invulling van het geloof de maat wordt waarmee je de ander meet. Je hart staat in vuur en vlam voor Christus en dat blijkt uit de manier waarop je zingt, leest, bidt en heel je leven op zondag en van maandag tot zaterdag invult en vorm geeft. Maar voor je het weet, veroordeel je je broer of zus in het geloof, die niet op dezelfde manier zijn of haar geloof beleeft of in praktijk brengt. Je vergeet dan, dat de Heilige Geest niet van iedere gelovige een ‘HART-christen’ gemaakt heeft. En je vergeet ook heel gemakkelijk, dat God niet kijkt naar de mate waarin mensen zich voor Hem inzetten, maar naar het hart: hoe zit het met jouw liefde voor Hem en voor je naaste? Laatst zat ik met wat mensen hierover door te praten. Iemand vond dat er in onze gemeente enthousiaster gezongen zou moeten worden met de handen omhoog en dat er ook veel meer leden aktief mee zouden kunnen in gebedskringen.  Iemand anders zei toen: ik vind het persoonlijke gebed voor mijzelf heel belangrijk en haal vaak heel veel troost en bemoediging uit een bekende psalm of een mooi gezang bij het orgel. Een derde vond het mooi dat het in onze kerkelijke gemeente allemaal mogelijk is. Dat vind ik ook, en ik gebruik deze reaktie hier om te onderstrepen, dat we op die manier ook aan elkaar gegeven zijn in de gemeente: niet om mijn manier van geloofsbeleving boven die van de ander te stellen, maar om elkaar aan te vullen en aan te vuren.

Aan de andere kant: het hart is wel dé plek bij uitstek waar de Heilige Geest ons wil raken. In de psalmen wordt (ik heb het niet precies geteld) wel 100x opgeroepen om de HERE te loven met heel ons hart. En ook Petrus schrijft: “Erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart.” En waar het hart vol van is, loopt de mond van over, zeggen we allemaal. Dus als er weinig enthousiasme voor de Heer zichtbaar is in een gemeente, is dat een slecht teken. Dan moeten we juist meer ruimte voor beleving toelaten, in de kerkdiensten én als opdracht voor onszelf.

Hoofd hart handen engelsValkuil 3: lekker praktisch = laat maar zitten

Voor ‘HANDEN-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Bij een bekende voetbalclub zingt men ‘geen woorden maar daden’. En natuurlijk is het waar, dat geloof zonder daden een dood geloof is, zoals Jakobus schrijft. Levend geloof = de handen uit de mouwen voor je naaste en een bemoedigend woord voor iedereen. Maar juist als de meeste gemeenteleden in een gemeente meer praktisch ingesteld zijn, loop je het risiko om alles wat met ‘Hoofd’ en ‘Hart’ te maken heeft, maar aan anderen over te laten. Dus schiet bijbelstudie er gemakkelijk in. Als de bijbel open moet bij bijzondere gebeurtenissen of bij moeilijke vragen, daar heb je de dominee en de ouderling voor. En samen zingen, samen bidden of samen evangeliseren, dat laat je maar liever aan die enthousiaste of zweverige types over. Zelf hou je je maar liever wat op de achtergrond.

Op die manier maken vele handen geen licht werk, maar komt 3/4 van het werk op de schouders van een paar mensen neer. En dat is nog niet het ergste. Als bijna niemand meer zegt waarom we de handen uit de mouwen steken voor elkaar en voor anderen, wordt de naam van onze Heer Jezus Christus niet meer genoemd. Dan wordt geloven een vorm en snappen je kinderen niet meer, om Wie het echt gaat. Of de kerk wordt een gezellige club mensen. Met dat laatste is niets mis, want waar liefde woont, gebiedt de HEER zijn zegen. Maar besef, dat we wel wat meer zijn: de plek waar God mensen bij elkaar brengt die uit de duisternis gered zijn en nu in het licht van zijn liefde mogen leven, op weg naar een schitterende toekomst! Als je daar echt van overtuigd bent geraakt, dan mag je dat, vanuit een dankbaar hart, met woorden én daden laten zien. En je hoeft niet eens bang te zijn dat je het niet zo goed kunt verwoorden, want de Heilige Geest zal, als het zo eens ter sprake komt, je de woorden wel in de mond leggen, heeft Jezus al zijn volgelingen beloofd.

Aan de andere kant: één gebaar zegt meer dan 100 woorden. Dus als ‘omzien naar elkaar’ de sterke kant is van jouw gemeente, moet je daar niet negatief over doen, maar juist enorm blij mee zijn. In de kleine en gewone dingen trouw zijn, zonder meteen af te haken bij tegenslag – dat is een mooie eigenschap van een christen. En ook van een echte ‘HAND-gemeente’. Maar laat het geen excuus zijn om voor de rest zelf maar wat achterover te hangen. De meeste leerlingen van Jezus waren ook niet van die praters. Toch wisten ze in woord én daad het Evangelie heel goed over te brengen.

Week van Gebed: ‘Zegen de HEER, u allen’

Van 21 – 28 januari 2018 doen veel christenen en kerken mee aan de Week van Gebed. In Assen hielden vijf kerken in kerkgebouw ‘Het Noorderlicht’ op de startzondag een gezamenlijke kerkdienst. Daarin stond het samen bidden centraal. In drie rondes van elk zo’n 12 minuten hebben we in groepen van ongeveer 10 personen gebeden voor Het gezin en jezelf; Je gemeente en je omgeving; De wijde horizon. Voordat we dat deden, hebben we eerst uit de Bijbel gelezen en geluisterd naar een korte preek. Die mocht ik verzorgen. De tekst volgt hieronder.

Psalm 134

Aan het begin van deze gebedsdienst lezen we een korte psalm: Psalm 134. Dat is de laatste van de 15 pelgrimsliederen, waarvan Psalm 121 misschien wel de bekendste is. Psalm 134 is een oproep om zelf tot een zegen te zijn en een vraag tot de HEER of Hij ons wil zegenen. Luister maar.

  1. Een pelgrimslied. Zegen de HEER, u allen die de dienst van de HEER verricht en in het huis van de HEER staat, nacht aan nacht.
  2. Hef uw handen op naar het heiligdom en zegen de HEER.
  3. Moge uit Sion de HEER u zegenen, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Zegen de Heer, staat er. Het Hebreeuwse werkwoord ‘barach’ betekent letter: iemand iets goed toewensen. Dat kunnen mensen richting God doen en dat wil God richting ons doen. In het Nederlands noemen wij dat laatste ‘zegenen’. En als wij God het goede toespreken, noemen we dat lof, aanbidding en dank.

dia1.jpgJa, roep het uit met blijdschap: “God, U bent zo goed!”

  • omdat U mijn hemelse Vader bent – dankzij Jezus Christus.
  • omdat U dagelijks voor mij zorgt – als machtige Schepper.
  • omdat U mij gebruikt in uw dienst – door de motivatie van de Heilige Geest.

En niet alleen mij, maar al uw kinderen. In het huis van de HEER, in de gemeente van Christus, heeft iedereen een plekje en een eigen taak: ‘u allen’ staat er. Iedereen mag meedoen! Psalm 134 zegt ook iets over onze gebedshouding: God zegenen, Hem danken, moet je doen met geheven handen. Ddat is een teken van afhankelijkheid én aanhankelijkheid. Hoe belangrijk en noodzakelijk is dat!

Gods belofte als je bidt

Ja, het gebed is het voornaamste onderdeel in de dankbaar­heid die God van ons eist. Zo belooft Hij het in een andere psalm: Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft. Roep Mij te hulp in tijden van nood, Ik zal je redden, en je zult Mij eren. (Ps. 50:14-15)

Bovendien heeft God nog iets beloofd! Hij kan zijn genade en zijn Heilige Geest alleen aan jou kwijt als je Hem daar ook van harte en aanhoudend om bidt en dankt! Daar nodigt Jezus, onze Heer, ons toe uit:. Ik zeg jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. (Luk. 11:9-10) En Paulus zegt precies hetzelfde: Bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat Hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt. (1 Tess. 5:17-18)

Gods verlangen als je bidt

Dia1.jpgEn wat hoort er dan bij een gebed waar God graag naar luistert? Drie dingen!

  1. In de eerste plaats is het superbelangrijk dat je weet tot wie je bidt, want er is maar één God de ware, en dat is de God van de Bijbel. Want, zei Jezus, ‘wie de Vader echt aanbidt, aanbidt Hem in geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in geest en in waarheid.’ (Joh. 4:23-24)
  2. Het tweede is dit: je moet weten wie je bent klein en zondig tegenover onze machtige en heilge God. Daarom moet je je nederig en bescheiden opstellen, zoals bv. koning Josafat. Als hij ziet hoe groot het leger van de Moabieten en de Ammonieten is, roept hij niet als eerste zijn generaals bij elkaar, maar bidt Hij tot God: ‘Heer, wij zijn niet opgewassen tegen de grote legermacht die ons nu aanvalt. Wij weten niet wat we moeten doen, op U zijn onze ogen gevestigd, God.’ (2 Kron. 20:12) Dat geldt nog veel meer voor de vijand binnen in ons – de macht van de zonde, en voor alle pijlen van verleiding die de duivel van buitenaf op ons afschiet. Waar schuil je dan? Waar vind je vaste grond onder je geloofsvoeten?Dat is het derde: onze vaste grond is Jezus Christus. Want dankzij Hem wil God onze gebeden zeker verhoren. Dat heeft Hij in de Bijbel beloofd. Daarom kon Josafat na zijn gebed tot God ook tegen heel het volk zeggen: ‘Juda en Jeruzalem, luister! Vertrouw op de HEER, uw God, en u zult standhouden, vertrouw op zijn profeten en uw welslagen is verzekerd.’ (2 Kron. 20:20) Vergeet daarbij niet wat de apostel Johannes in zijn eerste brief schrijft: Wij, die geloven in de naam van de Zoon van God, kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat Hij naar ons luistert als we Hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat Hij naar ons luistert, wat we Hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we Hem gevraagd hebben. (1 Joh. 5:14-15).
De plaats waar God te vinden is als je bidt

Daarmee is de cirkel van Psalm 134 weer rond. Wij zegenen God door Hem te danken Hem voor het goede en Hem te vragen om het goede. En Hij zegent ons, want Hij laat geen bidder staan die Hem oprecht zoekt. Alleen – je moet die zegen van God wel komen halen op de juiste plek. Hij zegent ons namelijk uit Sion – dat is de plek waar christenen samenkomen in de naam van Jezus. Dáár hoor je wie God voor je is: de machtige Schepper die in Christus onze genadige Vader is. Als dat geen vertrouwen geeft! Dan durf je God alles te vragen wat wij voor ons gewone leven en ons geloofsleven nodig hebben. Dat willen we straks ook samen doen in de gebedsgroepen.

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de praktijk

Hoofd hart handen engelsDe trits HOOFD – HART – HANDEN kun je goed gebruiken om te ontdekken wat voor type christen je bent. Dus kun je het ook als thermometer gebruiken om het functioneren van de plaatselijke kerk gaat. In een fijne gemeente bestaat er een goede wisselwerking tussen deze drie onderdelen.  In mijn vorige blog verwees ik naar de eerste christengemeente in Jeruzalem. Die bloeide en groeide volgens de beschrijving in Handelingen 2:41-47 . De bloei was te danken aan de manier waarop ze samen gemeente waren, nl. met hoofd (vers 42a, 43) en hart (vers 42d, 47a) en handen (vers 42b, 44, 45, 46). De groei gaf Christus Zelf (vers 47).

Hoe vul je dat praktisch in?

Als het erom gaat dat je gemeente en christen bent met je HOOFD is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe kun je elkaar stimuleren om meer werk te maken van het leren kennen van God als je hemelse Vader en Jezus Christus als je Redder en Heer, en hoe je Hen dient en volgt in je dagelijks leven? Want geloven met je HOOFD betekent, dat je steeds meer wilt weten wie God is, wat Hij gedaan heeft. Geloven kan niet zonder de kennis van je hoofd.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HART is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe word je persoonlijk en samen steeds weer geraakt door het evangelie van Gods liefde die Hij via onze Heer Jezus Christus en via de Heilige Geest naar ieder van ons laat toekomen? Geloven met je HART is namelijk, dat je steeds meer God gaat liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Dat kan niet zonder beleving en ervaring.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HANDEN is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe verbind je het ‘doen’ met je geloof? Geloven met je HANDEN betekent dat je ook praktisch naar elkaar omkijkt, zowel binnen de gemeente als daarbuiten.  Dit onderdeel van het geloof krijgt in Handelingen 2:41-47 de meeste aandacht, maar staat wel in goed verband met de andere twee aspekten.

Een goede mix

Een goede mix tussen alle drie de aspekten is niet vanzelfsprekend. Voor je het weet zoeken gelijkgezinde christenen elkaar op. En dus krijg je ook bepaalde types kerkgemeenschappen. Gereformeerden worden vaak getypeerd als hoofd-christenen. Evangelischen lijken vooral hart-christenen te zijn. Bij het Leger des Heils kom je vooral christenen met de handen tegen. Ook legt elke tijdsperiode z’n eigen accenten. Als ik het zo inschat, vonden we in de GKV-kerken de bijbelse leer lange tijd erg belangrijk (hoofd), stond in de afgelopen twintig jaar het gevoel en de beleving behoorlijk centraal (hart) en verschuift de aandacht nu meer naar het praktisch christen zijn (handen).

Hoofd hart handenHou krijg en behoud je een goede balans binnen de gemeente? Misschien helpt het om bewust werk van de trits ‘Hoofd-Hart-Handen’ te maken op de volgende drie gebieden:

*A*  Op zondag. In de kerkdienst krijgen zowel bijbellezing en bijbeluitleg als zingen en bidden evenveel aandacht, terwijl rondom de kerkdienst de onderlinge ontmoeting  er ook echt bij hoort

*B*  De taak van ambtsdragers. Zij krijgen van Jezus Christus de opdracht om ervoor te zorgen dat zijn gemeente ook echt als een geestelijk lichaam functioneert (Ef. 4:11-16). Hoe geef je als kerkenraad en diakonie aandacht aan en stimuleer je bijbelstudie (hoofd)  en gebed (hart) en het omzien naar elkaar (handen)?

*C* Als gemeente / wijk / kring. Welke activiteiten organiseer je als gemeente en onderneem je als wijk of kring? Zit er voldoende evenwicht in?

Heel praktisch is dit tweede deel niet geworden. Dat kan ook niet echt, denk ik, want elke gelovige heeft zijn of haar eigen gaven van de Heer gekregen en iedere gemeente van Christus is uniek qua samenstelling. Ik hoop wel dat alles wat hierboven staat kan helpen om het christen-zijn met Hoofd & Hart & Handen vorm te geven, persoonlijk en als kerkgemeenschap.

De FAKKELOPTOCHT in GRONINGEN op 25 JANUARI 1982

FakkeltochtGroningen beeft vanwege de aardgaswinning en veel Groningers beven van woede om de afwikkeling van de schade. Daarom wordt er voor de tweede keer een grote fakkeloptocht in de binnenstad van Groningen. Liepen daar op dinsdag 7 februari 2017 ruim 4.000 mensen aan mee, op vrijdag 19 januari 2018 hoopt de organisatie op bijna 10.000 mensen. Beide keren gaat het om gewone burgers die normaal gesproken helemaal niet zo snel de barricades opgaan. Maar hoe er nu met ze gesold wordt vanuit Den Haag en door de NAM, dat maakt ze terecht meer dan boos.

KernwapensDat deed mij denken aan een andere fakkeloptocht, 36 jaar geleden, op 25 januari 1982. Begin jaren ’80 van de vorige eeuw liepen de emoties hoog op vanwege de kernbewapening. Alles wat links was in Nederland (en dat was bijna 50%) liep te hoop tegen de 572 kernkoppen die in Nederland gestationeerd waren. Op 21 november 1981 kreeg het IKV zo’n 400.000 mensen op de been tijdens de grote antikernwapen-demonstratie in Amsterdam. Maar de regering van CDA en VVD (met een krappe meerderheid van 77 zetels) gaf geen krimp.

In die roerige tijd werd bekend dat er vanaf januari 1982 in de Eemshaven Amerikaanse schepen zouden aanmeren met munitie, bestemd voor de Amerikaanse troepen in West-Duitsland, eerst elke week en daarna maandelijks. Vanuit de Eemshaven zouden die per trein via Groningen, Zwolle, Arnhem naar het Roergebied getransporteerd worden.  Dat was natuurlijk koren op de molen van de vredesbeweging, de linkse partijen, de krakersbeweging en allerlei minder frisse anarchistische en pacifistische groeperingen in aktie. Niet alleen tegen het munitietransport, maar ook tegen de chloortreinen die ook vanuit de Eemshaven vertrokken, maar dan richting Rotterdam. Dat liep allemaal danig uit de hand vanwege blokkades op het spoor en bezettingen van diverse gebouwen.

Fakkeloptocht Groningen 1982 A4
Veel mensen waren die linkse akties in die dagen meer dan zat. Zeker in het Noorden en Oosten van het land – en daar kwamen al die beroepsaktivisten uit het Westen nu op af. Daarom deden “een aantal verontruste Groningers, oud-verzetsmensen en anderen” in het Dagblad van het Noorden van 22 januari 1982 een “OPROEP aan de goedwillende burgers, special van Groningen en omstreken” om op maandag 25 januari om zes uur ’s avonds naar het Hoofdstation te komen om mee te lopen in een stille fakkeloptocht te naar de Grote Markt om “door een indrukwekkende aanwezigheid de overheid te tonen, dat we er óók zijn, ja dat we in de meerderheid zijn. Fakkels zijn ter plaatse te koop voor een rijksdaalder.”

Nou, hoe groot die meerderheid was, bleek die maandag wel. Binnen drie dagen (zonder internet) stonden er op 25 januari om zes uur ’s avonds zo’n 5.000 mensen bij het station, waaronder ik zelf (mét fakkel!). Het Dagblad van het Noorden deed de dag erna verslag op de voorpagina (zie foto).

Fakkeloptocht Groningen 1982Op de binnenpagina’s schreven ze er dit over, met veel foto’s:

Fluitconcerten overstemmen Wilhelmus bij tegendemonstratie

‘Laat munitietreinen rijden, de Russen doen het ook’

Aanvankelijk stonden er slechts ongeveer honder mensen bij het Groninger hoofdstation om zes uur gisteravond, toen volgens de advertentie de mensen voor de demonstratie “tegen de geweldplegers en bedreigers van onze democratie en onze rechtsorde” zich moesten verzamelen. Een kwartier later waren echter alle 1200 fakkels uitverkocht en toen de stoet om half zeven vertrok, leek er geen eind aan te komen. Naar schatting 5000 mensen, voornamelijk uit de stad en provincie Groningen en de kop van Drenthe, hadden per trein, bus of eigen vervoer de reis naar Groningen ondernomen om mee te lopen.

Oud en jong, alles liep mee. “Van hele lieve mensen tot typische Oud Strijders Legioen-figuren,” aldus een ervaren antimunitietreindemonstrant. Voor het overgrote deel van de deelnemers was het de eerste keer dat zij in een demontratie meeliepen. Dat constateerden enkele omstanders: “Geen enkele ervaring, dat zie je zo.” Waarop zijn buurman opmerkte: “Gelukkig maar.”

Geknoei met uitwaaiende fakkels en bijna in brand vliegende haren bepaalden het beeld. Van hun kant hadden ook de demonstranten hun conclusies klaar. “’t Benn’n hail gain Grunnegers,” merkte één van hen op, nadat haar enige minder vriendelijke woorden waren toegeroepen.

Rustig trok de lange stoet naar de Grote Markt. Geen zingende en scanderende massa’s. Wel spandoeken met leuzen als “Laat de munitietreinen rijden, de Russen doen het ook” en  “Protesteren oké, terrorisme nee”.  Een enkele toeschouwer volgde de stille stoet.

Grimmig

De aanvankelijk rustige sfeer werd grimmiger na aankomst op de Grote Markt, waar de organisatoren hun petitie voorlazen. Hier hadden zich enkele tientallen jongelui verzameld om lucht te geven aan hun verontwaardiging over deze “rechtse” demonstratie. Het “Geen man, geen vrouw, geen cent voor het leger” overstemde de speech van organisator Cees van Muylwijck. Daarop riepen spreekkoren van beide zijden beurtelings de ME om “weg” dan wel “paraat” te blijven. Vooral jongere demonstranten wilden met de opponenten op de vuist, mede geïrriteerd door het provocerende gedrag van een paar raddraaiers. Oudere demonstranten konden het soms niet laten stiekem hun sympathie met hun jonge medebetogers te betuigen.

Nadat Van Muylwijck de aanwezigen had beloofd: “U zult meer van ons horen” werd besloten met het Wilhelmus. Dat was voornamelijk merkbaar aan een enkele saluerende politieman, Het gezang van de demonstranten werd overstemd door spreekkoren en fluitconcerten van tegenstanders.

Rond half acht – precies volgens het perfect kloppende tijdschema – keerden de meeste demonstranten huiswaarts, verbijsterd én gesterkt door de enorme opkomst.

Inderdaad … het was een heel bijzondere tegendemonstratie van veel mensen die het politieke gedram van allerlei vooral anti-Amerikaanse actiegroepen meer dan zat waren. Mijn herinneringen zijn een drietal: 1) er waren ook tientallen mensen met de trein vanuit alle delen van het land naar Groningen gekomen – ik sprak met een mevrouw uit Utrecht die dit zó geweldig vond, ze wilde ook haar stem laten horen; 2) we liepen via het Emmaplein via de Aa-kerk over de Vismarkt naar de Grote Markt. Aan het eind van de Vismarkt stonden zo’n 100 anarchisten te provoceren met allerlei leuzen, waarop de jongeren die in de fakkeloptocht meeliepen, waaronder ik, terugscandeerden: “Wie demonstreert er in Moskou?” Maar een oudere man zei tegen ons: “Loat je kop nait gek moaken, wie hollen het netjes.” 3) De verslaggever van het DvhN stond te dicht bij die 100 tegenstanders, want het Wilhelmus schalde echt over de Grote Markt en moet tot in Vinkhuizen en Helpman te horen zijn geweest.

Dat was 1982. Zonder sociale media kreeg men binnen drie dagen zo’n 5.000 man op de been. Om de demokratisch verkozen regering een steuntje in de rug te geven. In 2017 en 2018 protesteert Groningen weer. En terecht! Maar nu omdat de overheid zich de afgelopen jaren niet echt om Groningen bekommerde. Het tweede kabinet Rutte zat tot voor kort duidelijk in het verkeerde Kamp. Nogal Wiebes dat de regering in Den Haag nu beter naar de Groningers lijkt te luisteren.

Fakkel Foto RTV-Noord

 

 

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de theorie

Hoofd hart handen ingelijstWat is de ideale kerk? En hoe kunnen wij dat vandaag zijn? Daarvoor moeten we terug naar de Bijbel. Twee omschrijvingen die ikzelf erg waardevol vind, komen van Jezus Zelf. Hij zegt op een gegeven moment tegen zijn twaalf de leerlingen, dat de gelovigen samen een gemeente vormen., want “waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden.” (Matteüs 18 vers 20). Op een heel ander moment zegt Jezus tegen een halve heiden (de Samaritaanse vrouw), dat je sinds zijn komst overal God kunt aanbidden, namelijk wanneer men “de Vader echt aanbidt, in Geest en waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.” (Johannes 4 vers 23 en 24). Een christelijke gemeente is dus een verzameling van gelovigen die in de naam van Jezus en één van Geest samenkomen om God de Vader te aanbidden. Maar dat klinkt nogal theoretisch. Wat gebeurt er allemaal in een gemeente, waar God de Vader, Jezus de Verlosser en de Heilige Geest centraal staan? Dat staat heel mooi beschreven in Handelingen 2:41-47. Meteen na de uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren ontstaat er in Jeruzalem een grote christelijke gemeenschap van meer dan 3.000 leden. Het leven van de eerste gemeente ziet er zo uit:

41 Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. 43 De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

Als je deze omschrijving op je laat inwerken, denk je al gauw: ‘Wow, wat een fijne gemeente!’ Toch schetst Lukas, de schrijver van het bijbelboek Handelingen, niet alleen maar een ideaal. Nee, het was écht zo goed daar, in die begintijd. En zo gaat dat wereldwijd en overal, dat er fijne gemeentes van Jezus Christus zijn, waar je graag bij wilt horen. En waar dan de duivel ook als de kippen bij is om onenigheid te veroorzaken. In beide gevallen, in goede tijden en in slechte tijden, mag je je dan weer spiegelen aan het leven van de eerste gemeente. Met als onderliggende gedachte, dat je pas echt gemeente van Christus bent, als je oprecht samenkomt in zijn Naam, in Geest en waarheid, om God de Vader te ontmoeten.

Boven binnen buitenOp grond van deze bijbelse lijnen is vaak gezegd, dat een ideale gemeente drie speerpunten kent, namelijk de drie B’s van

  • BOVEN
  • BINNEN
  • BUITEN

Voor een bijbelse visie op kerk-zijn is dat een hele goeie drieslag.

Maar als het erom gaat, hoe we samen een aansprekende, attractieve gemeente van Christus willen zijn, vind ik een andere indeling nog aansprekender, nl. die vanHoofd hart handen 2

  • HOOFD
  • HART
  • HANDEN

Hoofd en Hart en Handen: in Handelingen 2:41-47 kom je in de eerste christelijke gemeente van Jeruzalem deze drie aspekten van gemeente-zijn allemaal duidelijk tegen. Check het zelf en je zult zien dat ze alle drie een ruime voldoende scoren. De gevolgen blijven dan ook niet uit: De Heer (Jezus Zelf, door zijn Geest) breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden. Er kwamen dus elke dag (!!) nieuwe mensen tot geloof die lid werden van de gemeente van Jezus Christus in Jeruzalem.

BOVEN – BINNEN – BUITEN gaat meer over de gerichtheid en de struktuur van elke kerk. Binnen die drie deelgebieden kunnen gemeenteleden zich met hun gaven inzetten.

HOOFD – HART – HANDEN gaat meer over manier waarop in elke kerk het geloof in God en Jezus vorm krijgt. Zonder een goede wisselwerking tussen deze drie kun je als mens niet goed funktioneren. Ook in de gemeente van Christus heb je deze drie aspekten nodig om samen een fijne kerk te vormen en zelf in je geloofsleven opgebouwd te worden:

  • HOOFD   Hoe kunnen we elkaar in de gemeente stimuleren om werk te maken van het leren kennen van de HERE en zijn wil voor het dagelijks leven, en hoe hou je het persoonlijke kontakt met God levend? Want geloven met je hoofd betekent, dat je steeds meer wilt weten wie God is, wat Hij gedaan heeft. Geloven kan niet zonder de kennis van je hoofd.
  • HART   Hoe worden we in de gemeente steeds weer geraakt door het evangelie van Gods liefde die Hij via Jezus onze Heer en via de Heilige Geest naar ieder van ons laat toekomen? Geloven met je hart is namelijk, dat je steeds meer God gaat liefhebben boven alles en de naaste als jezelf.
  • HANDEN   Hoe verbinden we als gemeente het ‘doen’ met het geloof? Want het geloof in Christus niet kompleet als het niet doorwerkt in praktisch handelen en in  betrokkenheid op elkaar en op de mensen om ons heen Geloven met je handen betekent dat je als gemeenschap elkaar ontmoet en er voor elkaar bent.

Ik denk dat het voor een plaatselijke kerk belangrijk is, dat deze drie aspekten alle drie een plek krijgen in het gemeenteleven. Zowel op zondag als door-de-week. Vooral, omdat het volgens mij de drie belangrijkste manieren zijn waarop de Heilige Geest het geloof van ieder gemeentelid vormt en voedt. Ga maar bij jezelf na op welke manier het geloof bij jou het beste binnenkomt en wat je in je eigen gemeente het meeste waardeert.

Over de praktische invulling van elk van de drie geloofstypes valt ook nog wel een en ander te zeggen. Evenals over de valkuilen die elke type met zich mee brengt. Daarover gaan de volgende twee blogs.

Eerder schreef ik een korte blog over hoe je met de gaven van ‘Hoofd – Hart – Handen’ kunt meewerken om Gods gave gemeente nog gaver te maken.

 

Jezus deed echte DROOM-wonderen

De wonderen die Jezus deed zijn voor veel westerse niet-christenen vaak een obstakel om te geloven. “Je kunt niet van me verwachten dat ik in wonderen geloof.” Vaak is het argument: wonderen zijn historisch en wetenschappelijk niet te kontroleren. Er is geen bewijs voor. Dus zijn het ‘dikke-duim- verhalen’.

wonderToch is dat niet waar. Integendeel, ik wil je zelfs vijf redenen geven, waarom je niet hoeft te twijfelen aan de echtheid van Jezus’ wonderen. Dat kun je het beste onthouden aan één woord: DROOM. Jezus deed echte DROOM-wonderen. Zoals je aan het begin van je carrière een droomstart kunt hebben en sommige voetballers een droom van een goal maken. Je kunt het haast niet geloven, maar het is toch echt waar. Zo deed Jezus echte DROOM-wonderen.

Duidelijk

De wonderen van Jezus waren duidelijk voor iedereen. Als ik zeg: afgelopen jaar op vakantie in Zweden stond ik oog in oog met een wolf die mij aan wilde vallen, maar die heb ik verslagen door heel hard terug te grommen – dan denkt iedereen: ja ja! En in de Koran zegt Mohammed dat hij een beter boek van God gekregen heeft dan de Bijbel, omdat de engel Gabriël het hem heeft gedicteerd. Maar niemand is er bij geweest.

Nee, dan Jezus! Hij doet al zijn wonderen in openbaar, met veel mensen erbij. Vaak worden de namen van de personen erbij genoemd: Jaïrus, nota bene een leider van de synagoge. En Hij gaf 5000 mensen te eten! Oftwel: check het als je het niet gelooft! Met Pinksteren zegt Petrus niet voor niets: Jezus uit Nazaret is door God tot jullie gezonden, wat wel gebleken is uit de grote daden en wonderen en tekenen die God, zoals jullie bekend is, door zijn toedoen onder jullie verricht heeft. (Handelingen 2 vers 22)

Reaktie

De wonderen van Jezus zijn altijd een reaktie. Hij haalt geen magische trucs uit, die Hij van te voren instudeert, zoals Hans Klok. Hij seint niet mensen van te voren in, zo van: doe net of je al jaren blind bent. En bij zijn eigen dood heeft Hij ook niet alle faktoren in de hand, zo van: als je die spijkers nou precies op die plek door mijn handen en voeten slaat, kan ik straks onverwacht weer uit de dood herrijzen. Nee, Jezus reageert op wat zich aandient. Dus zijn zijn wonderen niet ingestudeerd.

Onomstreden

Niemand in de tijd dat Jezus op aarde leefde, ontkende dat Hij wonderen kon doen. Zelfs zijn tegenstanders niet. Ergens staat het verhaal dat Jezus op sabbat in de synagoge iemand met een verschrompelde hand beter maakte. Wat zeggen dan zijn tegenstanders, de schriftgeleerden en farizeeërs? Precies: ‘Waarom doet U dit op de sabbat?’ Ze klagen Hem niet aan om het feit van het wonder, maar vanwege het moment van het wonder.

Opzienbarend

De wonderen van Jezus zijn ook in zijn eigen tijd verbazingwekkend. De mensen reageren niet met applaus zoals bij een show. Nee, ze vinden het ongelooflijk. Ze denken er over na en worden er bang van. ‘Zoiets hebben we nog nooit eerder gezien!’ roepen ze uit. Want ook zij hadden nog nooit iemand over water zien lopen tijdens een zeiltochtje op het meer van Galilea, laat staan dat iemand na drie dagen alsof er niets gebeurd is zijn graf weer uitwandelt.

Middel

Dat is misschien wel het belangrijkste. De wonderen van Jezus zijn nooit een doel op zichzelf. Hij smijt niet met wonderen om mensen te imponeren, zo van: kijk eens wat Ik allemaal kan. Dat was vaak wel de reden dat mensen op Jezus af kwamen. Het ging ze niet om Hem, maar om het wonder. Het was allemaal, zoals de engelsen heel mooi zeggen, miracle-chasing – hup, achter de man aan die wonderen kan doen! Daarom zegt Jezus verschillende keren, bv. in Johannes 4 vers 48: “Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!” Oftewel: de mensen toen gingen vooral voor het wonder. Het wonder was een doel op zichzelf geworden. Aan dat spelletje om het leven aangenamer te maken door wonderen of gebedsverhoring doet Jezus niet mee. Want zijn wonderen zijn geen doel op zichzelf, maar wijzen naar iets anders. Naar een leven met God tot in eeuwigheid. Een leven met God dat dankzij Hem weer mogelijk is. Dankzij zijn dood aan het kruis en dankzij zijn opstanding uit het graf.

Wonderen zijn extraatjes. Ze voegen extra geloofwaardigheid toe aan wat Jezus zegt en leert. Zo zegt Johannes het ook aan het eind van zijn levensbeschrijving van Jezus. Thomas kan niet geloven in een wonder als de opstanding van Jezus. Jezus Zelf moet Hem over de streep trekken. Maar let dan op wat Johannes meteen daarna als algemene konklusie zegt (Johannes 20 vers 30 en 31):

“Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u die dit leest gelooft, dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.” 

Snap je het? Wonderen zijn mooi en fijn, maar iets anders is veel belangrijker: eeuwig leven heb je door de naam van Jezus. Daar hebben we nu geen wonderen meer voor nodig. Jezus Heer heeft Zich immers al bewezen als de Zoon van God en als jouw en mijn Heer? Je hoeft niet richting het wonder te gaan. Kijk verder en vraag liever om geloof en om kracht en om de Heilige Geest, zodat je dicht bij God blijft leven en Jezus blijft waarderen om waar Hij echt voor kwam: het wonder van vergeving en verzoening en vernieuwing en eeuwig leven.

Ga niet voor het wonder, maar leeft uit verwondering!