Als het kerkverband knelt – over de crisis in de CGK

De Christelijke Gereformeerde Kerken groeien uit elkaar. Dat blijkt met name uit het feit dat steeds meer plaatselijke kerken het landelijke besluit uit 1998 om geen vrouwen toe te laten in de ambten naast zich neer leggen. Dat roept grote spanningen op. ‘Blijven de Christelijke Gereformeerde Kerken bestaan?’ vroeg het Nederlands Dagblad zich af op 30 maart 2019. Op diezelfde dag sprak prof. dr. Herman Selderhuis op de jaarlijkse CGK-ambtsdragersdag over “de toestand in de CGK”. Volgens hem is het “crisis in de kerk”. Hij slaapt er “slecht van hoe het nu is en waar het naar toe moet.” Zijn referaat is op internet te vinden onder de titel ‘Prof. Selderhuis over CGK-crisis’.

Plaatselijk ongehoorzaam?

CGK logoNiemand zal het oneens zijn met deze constatering. Maar waar ik me wel over verbaas is dat Selderhuis de schuld voor de crisis, als het erop aankomt, bij de plaatselijke gemeentes legt die nu aangeven dat ze over willen gaan tot het aanstellen van vrouwelijke ambtsdragers. Want, schrijft hij, als je ooit vrijwillig toegetreden bent tot een kerkverband, is “het niet maar onfatsoenlijk maar onkerkelijk en naar mijn gedachte zondig als besluiten die we biddend, bij een open Bijbel en na overleg samen genomen hebben, naast je neer te leggen.” Daartegenover zegt Selderhuis ook: “Dit principe betekent naar de andere kant dat het even onkerkelijk en naar mijn gedachte zondig is het kerkverband te gebruiken om een ander mijn wil op te leggen.” Maar even verder trekt hij de conclusie: “Hoe dan ook is het in de huidige situatie zo dat een kerk die zich bewust niet houdt aan afspraken die samen met anderen gemaakt zijn, zich feitelijk buiten het kerkverband plaatst.”

Dit is toch echt te kort door de bocht geformuleerd. Het gereformeerde kerkrecht gaat uit van de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk. Die kerken vormen samen een kerkverband waarin alleen zaken gezamenlijk geregeld worden die op grond van Gods Woord noodzakelijk geacht worden. In al het andere mag de ene kerk niet over de andere heersen, dus ook de meerderheid van de kerken niet over de minderheid. Volgens Selderhuis is dat wel zo, want “aan wat gezamenlijk besloten wordt houdt zich dan ook ieder. Besluiten nemen we op democratische wijze namelijk de meerderheid beslist” en “het is dan ook je plicht je te houden aan elke gezamenlijke afspraak.”

Welke ruimte gun je elkaar?

Maar “dit vrij eenvoudige principe”, zoals Selderhuis het noemt, leidt ertoe dat het kerkverband gaat heersen over de plaatselijke kerken. In het verleden zijn er op synodes con amore besluiten genomen over een aantal onderwerpen waarvan we vonden dat die op basis van de Bijbel en gereformeerde belijdenis voor alle kerken golden. Maar in de loop van de tijd zijn we over zulke afgeleide punten verschillend gaan denken.

De vraag is dan: welke ruimte gun je elkaar? Mag een plaatselijke kerk niet eerder afwijken van een eenmaal genomen synodebesluit totdat het landelijk ingetrokken of vrijgegeven wordt?

Nu ging in het verleden de CGK daar nogal gemoedelijker mee om. Toen in 1973 het Liedboek voor de Kerken uitkwam, sprak de CGK-synode uit dat er niet uit deze bundel gezongen mocht worden. Bij de verschijning van de NBV-bijbelvertaling in 2004 gebeurde precies hetzelfde. De CGK-synode besloot “de kerken met klem te ontraden in de eredienst gebruik te maken van de NBV.” Nog later, in 2016, sprak de CGK-synode uit “het gebruik van dans en drama in de eredienst af te wijzen.” Ondanks deze besluiten bleven of gingen veel plaatselijke kerken toch uit het Liedboek zingen, uit de NBV lezen en in speciale kerkdiensten dans + drama gebruiken. Als het al op de classis ter sprake kwam, werd daar door sommige andere kerken met leedwezen kennis van genomen, maar daar bleef het dan ook bij.

Waarom is er dan nu wel sprake van een echte crisis binnen de CGK? Nou, dat komt omdat er nu net zo verschillend gedachte wordt over zaken die veel meer de kern van het gereformeerd belijden en de christelijke levensstijl raken, namelijk het accepteren van de vrouw in het ambt en van samenwonende homo’s aan het Avondmaal. Dus wordt de vraag spannend: welke ruimte durf je elkaar te geven binnen het kerkverband?

In 1998 sprak de synode van de CGK uit, dat het standpunt om vrouwen niet toe te laten tot de ambten schriftuurlijk verantwoord is. Dat was een veel zachtere uitspraak dan de meerderheid van de deputaten had voorgesteld. Die wilden dat de synode zou uitspreken “dat het binnen het kader van de gereformeerde schriftbeschouwing en ambtsopvatting onmogelijk is om de ambten open te stellen voor zusters der gemeente.” Na 1998 hebben de samenwerkingsgemeentes van CGK+NGK (in Arnhem bv.) zich loyaal gehouden aan de uitspraak van de CGK-synode. Er kwamen nieuwe fusiegemeentes bij (bv. in Nijmegen CGK+GKV en in Deventer CGK/GKV/NGK). Ook daar werden de ambten niet opengesteld voor vrouwen. Nu zijn we 20 jaar verder. De NGK kent al meer dan 15 jaar vrouwelijke ambtsdragers. De GKV sinds 2017. Verschil van mening hierover is geen breekpunt voor kerkelijke eenheid.

Klem gezet

Behalve binnen de rechterflank van de CGK. Daar wordt de zaak op op scherp gesteld. “Vrouwelijke ambtsdragers beschouw ik als zondig. Dit gaat tegen de Schrift in, dat kan ik echt niet verdragen. Wie afwijk van het oude spoor, moet zijn knopen tellen en zich afvragen: wil ik nog wel lid van de CGK zijn? Wat onze kerken bindt, is het gezag van de Bijbel en de daarop gegronde uitspraken van de synode. Als je je daar niet aan wilt houden, moet je daar de consequenties uit trekken.” (een Bewaar-het-Pand-predikant in het ND van 30 maart 2019).

Hiermee worden samenwerkingsgemeenten én plaatselijke CGK-kerken die er anders over denken, klem gezet. Dat verbaast me. Zo heb ik de CGK namelijk niet leren kennen tijdens de samensprekingen in Nijmegen waar ik van 1999 t/m 2005 actief aan deelgenomen heb. We zeiden niet: laten we ons aan de strakste bepaling van één van beide kerken houden. We besloten in Nijmegen juist: we nemen op weg naar kerkelijke eenheid elkaars gewoontes over en vragen aan de beide classes om dat te accepteren. Geen smalspoor waarbij de ene kerk haar wil aan de andere oplegde dus, maar in de breedte samen gereformeerd willen zijn.

Roomse trekjes in het kerkverband

Want uiteindelijk is binnen het gereformeerde (presbyteriaal-synodale) kerkverband de kerkenraad het hoogste orgaan. Het kerkverband is niet bindend, maar verbindend. Het kerkverband legt niets op buiten Gods Woord om, maar faciliteert en adviseert. Dus hoort een kerkverband (ongeacht of het de CGK, de GKV of de NGK) aan een plaatselijke fusiegemeente de ruimte te bieden om in alle opzichten elkaars gewoontes over te nemen. Als die ruimte om er een bredere praktijk op na te houden struktureel niet gegund wordt, krijgt het kerkverband roomse trekjes. Want dan sluipt er hiërarchie in het kerkelijk systeem: de synode regeert. En de traditie krijgt een gelijke plaats naast de Bijbel: wat eenmaal gezamenlijk besloten is kan alleen door een nieuwe synodale uitspraak weer in de vrijheid van de kerken gegeven worden.

Aanvaard elkaar in Christus

Op deze manier help je de christelijke vrijheid om zeep. Iemand die dat 450 jaar geleden al heel scherp zag is Marnix van St. Aldegonde. Ik ben de HERE nog steeds enorm dankbaar dat ik tijdens mijn afstudeerscriptie me mocht verdiepen in de inzichten van Marnix over de aard van christelijke vrijheid binnen de gemeente van Christus. Als kerkelijke regels blijken te knellen, moet kerkenraden en synodes niet op hun strepen staan door met goddelijk gezag gehoorzaamheid te blijven eisen, aldus Marnix, maar zichzelf afvragen of de ruimte die er in Christus is, door kerkelijke besluiten misschien te veel is ingeperkt. Lees hierover het artikel ‘Een hartstochtelijk pleidooi voor christelijke vrijheid’.

Een scheutje meer Marnix

Het is crisis in de CGK. Synodebesluiten knellen. Prof. Herman Selderhuis kiest voor in de lijn ‘afspraak is afspraak’. Daar moeten plaatselijke kerken zich aan houden. Tegelijk moet een synode ervoor waken, plaatselijke kerken haar wil op te leggen. Het is volgens mij de verkeerde volgorde. Het lijkt mij meer in overeenstemming met de Bijbel, dat het kerkverband, zoals Selderhuis ook zelf zegt, een hulpmiddel is ten dienste van de plaatselijke gemeente. Dus moet een synode haar plaats weten. Ze mag alleen maar bindend opleggen wat evident bijbels is. Voor het overige kan ze slechts de plaatselijke kerken adviseren met de wijsheid die ze van de Heer ontvangen heeft. Maar als die adviezen in beton gegoten worden, ontneemt het kerkverband de plaatselijke kerken hun christelijk vrijheid en brengt ze in gewetensnood. Het medicijn hiertegen is een scheutje meer Marnix.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s