Gebedsver(w)achting – over bidden met en voor zieken

“In Amerika wonen veel gelovigen en daarom worden daar veel meer mensen beter dan bij ons,” zei een christen uit China eens, “en dat komt omdat God Amerika gezegend heeft met hele goede medische zorg.” Hoe kan het dan dat veel christenen in het Westen juist het tegenovergesteld beeld hebben: in China wordt veel meer geloof gevonden dan bij ons en daarom komen daar zoveel genezingen op het gebed voor.

“God heeft ons rijk gezegend met medische inzichten en nieuwe geneesmiddelen, zodat er in onze tijd veel meer zieken genezen als in de eeuwen ervoor. We kunnen Hem er niet genoeg voor danken,” zei Abraham Kuyper rond het jaar 1900. Hoe kan het dan dat veel christenen in het Westen hogere verwachtingen hebben van gebedsgenezers dan van de medische zorg als ze te maken krijgen  met lichamelijke en psychische ziektes?

Onze moderne tijd

Ik denk dat deze ontwikkeling als volgt te verklaren is. Namelijk: we hebben in Europa in de afgelopen eeuwen ‘wetenschap’ en ‘geloof’ uit elkaar getrokken. Die kloof is begonnen in de Renaissance (1400/1500), ging daarna verder in de tijd van de Verlichting (1600/1700) en die kloof is in de laatste driehonderd jaar alleen groter geworden door alle technische ontwikkelingen en de groeiende welvaart die daarmee gepaard ging. Daardoor zijn ‘wetenschap’ en ‘geloof’ elkaars konkurrenten geworden in plaats van elkaar aan te vullen als middelen waardoor wij God kennen (art. 2 NGB). Veel mensen zijn daardoor hun geloof in God zijn kwijt geraakt en stellen hun vertrouwen volledig op de wetenschap.

Vergeten te bidden

Die manier van denken zit al heel erg lang in onze hele maatschappij. Dat heeft volgens mij ook de christenen die nog steeds in God en Jezus geloven, beïnvloed. Vaak sluipenderwijs. Abraham Kuyper wist geloof en wetenschap nog wel te combineren. Hij dankte God voor de medische ontwikkelingen, omdat hij besefte, dat God het zelf allemaal in de schepping gelegd heeft en dat Hij aan mensen het verstand en het inzicht geeft om het te ontdekken en te gebruiken.

Als je er zo tegen aan kijkt, staan geloof en wetenschap niet tegenover elkaar en ook niet naast elkaar, maar zijn het twee kanten van dezelfde medaille. Die je wel voortdurend allebei moet blijven bekijken om niet in eenzijdigheden te vervallen. En dat is wel gebeurd. Ook door veel christenen. Sluipenderwijs en niet eens met opzet. Maar hoe dan ook: ook veel christenen vertrouwen vandaag vooral op de medische wetenschap. Dus bij ziekte ga je naar de dokter, krijg je medicijnen, volg je een kuur, ga je voor onderzoek naar het ziekenhuis en onderga je een operatie – allemaal om beter te worden. Pas als het echt ernstig is, wordt de ouderling of dominee erbij gehaald en moet er op zondag in de kerkdienst tot God gebeden worden of Hij genezing geven wil.

Oftewel: in de praktijk hebben veel christenen medische zorg en therapeutische behandeling volledig losgekoppeld hebben van het geloof en het gebed en de zielzorg.

Alles op de kaart van het gebed

genezing-natuurplaatjeAls er door christenen in situaties van ziekte te weinig gebeden wordt, kun je er van op aan dat er een tegenreaktie komt. De reden daarvan is vaak terecht. De analyse en de oplossing meestal niet (net als op andere gebieden, zie mijn blog ‘Pastorale problemen en een schuivende geloofsleer’)  Ik zie dat heel duidelijk terug bij gebedsgenezing en bevrijdingspastoraat. Voor mij is het zonneklaar dat God en Jezus in de Bijbel aan gelovigen laten weten, dat ze moeten bidden en werken. Ora et Labora, om het zo eens te zeggen. En het is voor mij ook duidelijk, dat God de mensheid de laatste eeuwen heel veel wetenschappelijke inzichten gegeven heeft, ook op medisch terrein als het gaat om de behandeling  en de bestrijding van lichamelijke ziektes en psychische aandoeningen. Maar wat is er gebeurd? We hollen allemaal naar de huisarts, de chirurg, de psycholoog, de psychiater en de therapeut en zijn het belangrijkste vergeten: om heel het proces van ziekte en genezing in gebed bij God te brengen.

Geen wonder dat er een tegenreaktie ontstaat die weer heel veel aandacht voor de kracht en de waarde van het gebed vraagt. En terecht! Maar het jammere is, dat deze tegenbeweging meteen precies op de tegenovergestelde manier met net zo’n vaart de bocht uitvliegt. Namelijk door te stellen, dat we ons vertrouwen niet in de eerste plaats op de (medische) wetenschap moeten stellen, maar terug moeten naar de praktijk van de Bijbel. Daarin zien we dat Jezus op gebed lichamelijke ziekten en psychische kwalen geneest. Dat wil Hij in 2016 nog steeds doen, dus moeten we vaker en met meer verwachting bidden om wonderen van genezing en bevrijding van psychische moeiten. In het gunstigste geval worden de dokter, de therapeut en de pillen daarbij nog geduld. In het ongunstige geval moet je je afspraken met de dokter en de therapeut afzeggen en je pillen in de kliko gooien, want op het gelovige gebed zal de zieke zeker genezen, zo waar als Elia bad om droogte en het regende 3½ jaar niet en hij bad opnieuw en er volgde een mega-plensbui.

Scheefgroei

Zien veel christenen die alle kaarten op het gebed zetten dan niet, wat hier mis gaat? Hier schuiven hulpverlening en gebed in elkaar. Erger nog: hier gaat het gebed de rol overnemen van de middelen die God ons zelf gegeven heeft! Die middelen worden hooguit nog getolereerd. Maar het is toch echt van de zotte dat iemand die jaren lang een opleiding heeft gevolgd en daardoor een goede medische diagnose kan stellen of een therapeutische behandeling kan voorschrijven, van een gebedsgenezer te horen krijgt dat er in Jezus Naam voor elke ziekte herstel mogelijk is, en van een bevrijdingspastor te horen krijgt dat er maar zeven stappen nodig zijn om van je demonische belasting af te komen! Wie dat beweert schuift meer dan 200 jaar voortschrijdend inzicht in ziektebeelden en de bestrijding ervan aan de kant.

Zoek de combinatie

Ik denk dat de overdreven aandacht voor gebedsgenezing en bevrijdingspastoraat de onbetaalde rekeningen zijn van wat we als christenen in Nederland te lang hebben laten liggen, namelijk de kracht van het gebed.

De oplossing ligt ‘m alleen niet in het geestelijk onderwaarderen van medische diagnoses, behandelingen en resultaten van lichamelijke en psychische ziekten. Dan zet je een flinke stap terug in de ontwikkelingsgeschiedenis van Gods schepping en ben je niet dankbaar voor wat God ons daarin gegeven heeft.

Een betere oplossing is volgens mij: ga meer bidden bij lichamelijke ziekten en psychische moeiten. Daarmee ondersteun je de professionele behandeling van artsen en therapeuten. Ik zou graag zien dat er in elke christelijke gemeente personen aangesteld worden om individueel of in een team met en voor mensen te bidden in tijden van ziekte of andere strukturele moeiten. Zonder dat die voorbidders zich met de medische of therapeutische kant van de zaak bemoeien. Onder het motto: ieder z’n van God gekregen vak en gave.

Omgeef arts en therapeut met gebed

In zijn eigen tijd liet Jezus al weten dat Hij geen enkel bezwaar had tegen dokters en artsen. In onze tijd zou Hij, denk ik, zeker gebruik gemaakt hebben van de professionele hulpverlening. Maar zou Hij ons er nadrukkelijk op gewezen hebben dat het echt noodzakelijk is om bij alles voortdurend de koppeling te leggen met het gelovige gebed.

In onze tijd is niet de gebedsgenezer de 21-eeuwse volgeling van Christus die gehoor geeft aan de opdracht van Jezus: Genees de zieken! Die taak vervullen (gelovige) artsen en chirurgen samen met de biddende gemeente.

In onze tijd is niet de bevrijdingspastor de 21-eeuwse volgeling van Christus die gehoor geeft aan de opdracht van Jezus: Drijf de demonen uit! Die taak vervullen (gelovige) psychiaters en therapeuten samen met de biddende gemeente.

Een gemeente vol bidders

Als er in de gemeente van Christus meer verwachtingsvol met en voor elkaar gebeden wordt, neemt de aandacht voor gebedsgenezingsdiensten en bevrijdingspastoraat vanzelf af en wordt het werk van artsen en therapeuten pas echt op de goede manier gewaardeerd, nl. als middelen in Gods hand. Die mag je gelovig gebruiken, daar mag je Gods zegen over vragen en daar mag je Hem voor bedanken als het tot genezing of een leefbaar leven leidt.

Wonderen van genezing zijn zeldzaam

Bijna had ik een blog klaar waarin ik mijn eigen houding en positie wilde duidelijk maken als het om wonderen van gebedsgenezing gaat. Maar in het Nederlands Dagblad van 17 september 2016 stond een zeldzaam goed artikel van Kim ten Berghe, een missiologe die werkzaam is in Oost-Azië. Kern van haar betoog is: “Wonderbaarlijke genezingen op bijeenkomsten met gebedsgenezers zijn zeldzaam. Dat baseer ik niet alleen op mijn ervaring, maar ook op gezonde logica.” En vervolgens rolt er een artikel uit haar pen … zo to the point verwoord, dat ik het maar in z’n geheel weergeef.

In de afgelopen weken is de discussie over gebedsgenezing en de bijzondere geestesgaven weer opgelaaid. Dit naar aanleiding van een conferentie die is georganiseerd door het Evangelisch Werkverband in de Protestantse Kerk en die is bezocht door vele predikanten. De spreker was een nogal controversiële Amerikaan die een internationale bediening voor genezing claimt, Randy Clark. Zijn werk leidde tot, afhankelijk van met wie je spreekt, een geweldige opwekking, vernieuwing en herstel of een hoop teleurstelling, geloofscrisis en scheuringen.

Zo’n kleine twintig jaar ben ik nu betrokken bij evangelisatie en zendingswerk. In verschillende landen, met allerlei kerken, organisaties en stromingen, waaronder een heel aantal uit de charismatische hoek. Ik heb lang niet alles gezien, maar toch wel genoeg om de volgende, wellicht wat ongenuanceerde uitspraken over dit onderwerp te durven doen.

vals getuigenis

Aandacht voor de gaven en met name genezing wordt vaak gebracht als een aanvulling op hiaten in de kerkelijke theologie. Maar in hun enthousiasme en naïviteit gaan veel nieuwe rekruten van ‘charismaland’ eraan voorbij dat die scene ook zijn theologische hiaten kent.

Zo lijkt het gebod ‘Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste’ wat op de achtergrond geraakt. De claim is meestal dat God iedereen wil genezen, maar dat dat helaas ‘niet altijd’ gebeurt om onbekende redenen. De waarheid is echter dat ook bij de allerberoemdste genezers er maar (zeer) zelden iemand volledig en permanent genezen wordt zonder dat daarvoor een medische verklaring te geven is, en waarbij zowel de ziekte als de plotselinge genezing zichtbaar dan wel onafhankelijk vastgesteld zijn.

Ik ben persoonlijk nooit iemand tegengekomen die bij zo’n campagne is genezen en ik heb zelf ook geen overtuigende genezingen gezien tijdens de bijeenkomsten die ik heb meegemaakt. Natuurlijk heb ik genoeg verhalen in de (christelijke) media gehoord. Maar vaak zijn daar wel aantekeningen bij te maken. Achteraf blijkt bijvoorbeeld nogal eens dat de ziekte weer terugkomt. Of de genezing was gedeeltelijk – de klachten zijn bijvoorbeeld verminderd. Verder waren de klachten nogal eens niet medisch aantoonbaar, zoals een stijve nek of vermoeidheid. Vaak waren mensen onder behandeling van artsen, en kan de genezing ook daaraan worden toegeschreven. Soms is zelfs het hele verhaal van de ziekte en/of de genezing verzonnen om aandacht te krijgen, want die mensen heb je ook.

wereldberoemd

Mijn bewering dat wonderbaarlijke genezingen op bijeenkomsten met gebedsgenezers zeldzaam zijn, baseer ik niet alleen op mijn ervaring, maar ook op gezonde logica. Al zou maar een kwart of een tiende van de zieken die naar zo’n bijeenkomst kwam onomstotelijk wonderbaarlijk genezen worden, dan zouden deze genezers niet alleen worden gevolgd door hordes goedgelovige christenen en wanhopige zieken, maar dan zouden ze in een klap wereldberoemd zijn en uitnodigingen krijgen van bijvoorbeeld ziekenhuizen om daar ook mensen te genezen. Want heel veel mensen zijn überhaupt te ziek om naar zo’n genezingsdienst te komen. Dit gebeurt echter niet.

zendingsveld

Het theologische probleem dat je krijgt als je claimt dat God wonderen wil doen, maar dat blijkbaar maar zelden doet, wordt vaak ‘opgelost’ door te claimen dat wonderen vooral op het zendingsveld gebeuren. Ver weg, bij arme mensen die niet kritisch zijn, maar gewoon geloven. Als we de nieuwsberichten van allerlei charismatische bedieningen moeten geloven, dan stromen in dergelijke oorden de podia vol met genezen blinden en lammen. Maar als zo’n claim dan wordt nagetrokken (zoals Karel Smouter deed met de claim van Willem Ouweneel over genezen blinde jongetjes in Myanmar) dan blijkt het wensdenken dan wel fantasie/leugens/bedrog; u mag kiezen. Ik ben ervan overtuigd dat elders de zaken niet anders liggen dan bij ons.

geen oplichterij

Met dit alles wil ik niet beweren dat genezing per definitie oplichterij is, dat God niet bij machte is om mensen op medisch onverklaarbare wijze te genezen of dat hij dat nooit zou doen. Jezus heeft aangetoond dat hij alle macht heeft, ook over ziekte en de dood. En God doet wat hij wil. In theorie kan hij zelfs een totaal narcistische op geldbeluste genezingsoplichter gebruiken om een van zijn lijdende kinderen wonderbaarlijk te genezen. Maar wonderen gebeuren niet altijd overal en ook niet om de haverklap. En wij kunnen zeker geen golven van genezing ontketenen door bepaalde mensen uit te nodigen en conferenties te organiseren waar we hen op een podium zetten. Gods Geest is niet te organiseren.

werk van duivel

Toch denk ik dat bidden voor zieken heel belangrijk is. Voor de christelijke kerk is het zowel een opdracht als een voorrecht. Maar bidden voor genezing en troost is iets anders dan genezing claimen. In ons eigen gezin hebben we een aantal keren met ernstige ziekte te maken gehad. God heeft ons voor elkaar bewaard, en genezing gegeven na een periode van oprechte gebeden van velen en intensieve medische zorg. Of het een zonder het ander had gekund zullen we nooit weten, maar we zijn dankbaar voor beide.

Ziekte wordt binnen de charismatische genezingsbeweging vaak gezien als het werk van de duivel dat we in gebed moeten bestrijden. Dit beperkte beeld van de werkelijkheid is een ander theologisch hiaat. Ziekte is onderdeel van onze gebroken wereld. Maar ziekte is ook een kanaal waardoor de Heilige Geest krachtig in iemands leven kan werken. Ik herinner me die tijden van ernstige ziekte in ons gezin als tijden waarin Gods Geest vaak voelbaar aanwezig was. In de liefde waarmee we omringd werden. In de vrede om de toekomst tegemoet te zien, wat die ook zou brengen. In kracht om het lijden te dragen. In de genade die genoeg was.

Ik denk dat de Geest nog steeds bovennatuurlijke werkt in de kerk en in deze wereld. Op onverwachte tijden en manieren kunnen er dingen gebeuren die we niet voor mogelijk hadden gehouden. Maar meestal leven we als christenen niet op een dieet van superfoods, maar op de krachtige en eenvoudige voeding van Gods genade, de gemeenschap van heiligen en Zijn Woord. Soms wat eentonig, zoals het manna in de woestijn. Maar genoeg om van te leven, te groeien en ons werk te doen.

Het hele artikel van Kim ten Berghe is, met een viertal foto’s en verwijzigingen naar andere artikelen, ook op de site van het Nederlands Dagblad te vinden onder de nog wat scherpere titel “Wonderbaarlijke genezingen op conferenties zijn heel zeldzaam”. Als zij gelijk heeft met haar bewering is het erg opmerkelijk dat van de ruim 600 personen die de driedaagse conferentie van het Evangelisch Werkverband bezocht hebben alleen al op de vrijdagavond ‘meer dan 60 mensen aantoonbaar genezen [zijn] van ziekten en kwalen’ aldus Jan Lok op zijn weblog https://waargemaakt.wordpress.com/2016/09/11/there-was-is-and-will-be-more/. Raar is dan wel, vind ik, dat velen van hen aangaven’dat minstens 80% van hun kwaal tijdens conferentie genezen was’. Huh? Zulke parttimegenezingen ben ik nog nooit in de Bijbel tegengekomen (nee, ook niet bij die blinde die mensen als bomen zag rondlopen – zie mijn blog over dove kwartels en blinde vinken.

Gebedsgenezers – 10 redenen waarom ik ervan genezen ben

In mijn blog ‘Ziekte en handikap – hoe ga je er als christen mee om’ schreef ik aan het eind, dat er soms wel wonderen van lichamelijke genezing plaatsvinden op het gelovige gebed, maar meestal niet. Ik ben niet de eerste die dat zegt. Joni Eareckson-Tada, die door in ondiep water te duiken volledig verlamd raakte en nooit meer uit haar rolstoel gekomen is, zegt in een interview: “We kunnen overduidelijk zien, alleen al door een terloopse observatie, dat het niejoni-tada-earicksont de wil van God is dat iedereen wordt genezen, omdat niet iedereen is genezen. De mens kan de wil van God niet weerstaan en als het de bedoeling van en de opzet van God was dat alle mensen gezonden zouden zijn, zou niets dat kunnen tegenhouden. We zouden bewijzen ervan zien in de wereld om ons heen, maar we zien dat niet. Dus is het duidelijk niet de wil van God dat iedereen genezen zal worden.” (Het interview is te vinden in Richard Mayhue, De belofte van genezing, pag. 228-241)

Gebedsgenezers beweren bijna altijd het tegenovergestelde. En ze pretenderen vaak dat ze van God de gave van genezing ontvangen hebben. Mij overtuigt het hoe langer hoe minder. Ik wil in 10 punten uitleggen waarom.

  1. Lichamelijke of psychische genezing wordt als tweede werk van onze Heer Jezus Christus aan de vergeving van onze zonden gekoppeld. Christus heeft echter geen twee pijlen op zijn Evangelie-boog die even belangrijk zijn. Als je de Bijbel goed leest, ontdek je dat genezingswonderen het gezag van Jezus om zonden te mogen en kunnen vergeven, onderstrepen. Dat laatste – ‘God heeft mijn zonden vergeven!’ – is voor mij de belangrijkste reden voor een blij en dankbaar christelijk leven.
  2. Dat onze grote God in zijn soevereiniteit ook de gevolgen van de zonde kan gebruiken om zijn Naam in en door de gelovigen groot te maken, wordt door veel gebedsgenezers niet erkend.
  3. Met de woorden die onze Heer Jezus bidt, nl. ´Laat niet wat Ik wil, maar wat U wilt gebeuren’ wordt totaal geen rekening gehouden, sterker nog: die woorden worden weggeredeneerd.
  4. Wanneer er geen genezing plaatsvindt of een ziekte of kwaal keert terug, ligt dat in de meeste gevallen aan bestaande of teruggekeerde hindernissen. Zo worden mensen die het toch al moeilijk hebben, teruggeworpen op zichzelf en hun mate van geloof.
  5. Veel gebedsgenezers zeggen wel, dat ze niet tegen dokters zijn, maar vinden tegelijk, dat je die hele medische gang niet had hoeven maken als je meteen in geloof tot God was gaan bidden. Ook christenen die aan bevrijdingspastoraat doen vinden vaak dat psychische kwalen eerder met demonische belasting te maken hebben dan dat het een ziektebeeld is, en dat gebed en uitdrijving dus belangrijker zijn dan medicijnen en therapieën.
  6. Wanneer iemand niet geneest tijdens een samenkomst, weten gebedsgenezers vaak niet meer te zeggen, dan dat wanneer iemand écht gelooft, ze er niet verbaasd van zullen staan te kijken als diegene op een dag opbelt met de mededeling: ´De Heer heeft mij toch genezen!´
  7. Gebedsgenezers laten alle mensen tot zich komen, zoals ook Jezus en de apostelen dat deden. Maar Jezus genas ook werkelijk allen, evenals de apostelen die onder speciale leiding van de Heilige Geest stonden. Doordat gebedsgenezers iedereen op dezelfde manier toespreken (meer bevelend dan biddend trouwens) wekken ze de suggestie, dat ook iedereen genezen wordt. Dat gebeurt nooit. Dus zelfs al zouden alle gebedsgenezers de gave van genezing hebben, dan is het nog steeds onjuist om daar een bediening van genezing van te maken. Want de vrijmacht van de Heer om door iemands hand sommigen te genezen mag je niet zomaar tot een volmacht maken om álle mensen te kunnen genezen. Daarmee plaatsen gebedsgenezers zich als instrument van God op een te hoge plaats. Zozeer zelfs, dat sommigen (Jan Zijlstra bv.) met een beroep op Petrus en Paulus zweetdoekjes opsturen naar zieken die niet bij hem kunnen komen.
  8. Ik hoor gebedsgenezers bijna nooit uitleggen waarom in het Nieuwe Testament veel christenen wél ziek blijven of níet genezen worden. Paulus heeft een doorn in het vlees en had met ziekte te kampen toen hij bij de Galaten kwam. Trofimus bleef tijdens een zendingsreis ziek in Milete achter. Epafras was zo ziek dat men voor zijn leven vreesde. Timoteüs krijgt het advies om regelmatig wat wijn te drinken voor z´n maag- en darmklachten.
  9. Het valt mij op, dat ook uit evangelische hoek veel mensen het podium opkomen tijdens massale gebedsgenezingsdiensten. Dat verbaast mij, want in die kringen heeft gebedsgenezing een prominente plaats in het gemeenteleven. Dus waarom moet je het dan nog hogerop zoeken als het gebed en de zalving door de oudsten van de gemeente niet geholpen heeft? Waar is de gelovige aanvaarding als duidelijk wordt dat de Heer een andere weg met zijn kinderen voor heeft? Omgekeerd wordt er volgens mij in onze eigen-gereformeerde kring veel te weinig gebeden met zieken om genezing, kracht en vertrouwen. Dan komt de medische of therapeutische behandeling los te staan van het geloof dat de Heer in alle omstandigheden nabij en erbij is. Die eenzijdigheid is er naar mijn mening een belangrijke oorzaak van, dat veel gelovigen hun heil net zo eenzijdig bij gebedsgenezers zoeken, waarbij de medische en psychologische behandelaars hooguit als aanvullend worden beschouwd – wat volgens mij de wereld op z’n kop is
  10. Ik ontken niet dat er ook nu nog genezingen in Jezus´ Naam plaatsvinden. Ik ben er zelf getuige van geweest. Dank de Heer daarvoor! Maar ik mis bij veel gebedsgenezers de gelovige erkenning dat Gods wegen vaak anders gaan dan onze wensen. Blijkbaar geldt dat bij hen voor lichamelijke ziekten niet: die wil de HERE op het geloof allemaal genezen. Daarmee worden mensen teruggeworpen op de mate van hun geloof in plaats van Gods trouw en liefde. Dat lijkt me nogal riskant, want geloven gaat altijd met vallen en opstaan. Ik geloof niet dat God zo werkt. Zijn mate van genade is niet afhankelijk van onze mate van geloof. Dus moet je mensen ook niet in de waan brengen, dat ze, als ze alle hindernissen opruimen, van God lichamelijke genezing zullen ontvangen. Joni Eareckson-Tada verloor bijna haar geloof door de voortdurende druk op haar om te geloven dat God haar echt wilde genezen.

Op grond van deze tien punten geloof ik niet dat Jezus Christus van mij vraagt om in geval van ziekte mijn genezing bij iemand te zoeken die in Nederland of waar ook ter wereld (sommige christen reizen er echt voor naar Afrika, Amerika of Azië – hoe triest!) massale genezingsdiensten belegt.

Als je christen bent, geeft Jezus je daarvoor de plaatselijke gemeente. Daar is Hij met zijn Woord en Geest aanwezig. Daar geeft Hij je oudsten die met je kunnen bidden. Daar krijg je van Hem de kring van broeders en zuster om je heen om je bij te staan. En als genezing dan uitblijft, lijkt het mij niet de juiste weg om vervolgens naar elke persoon toe te gaan die zegt: ‘Ik heb van de Heer de gave van de genezing gekregen, dus kom bij mij in Jezus naam.’ Een goede kennis van mij vond dat net iets te veel lijken op de waarschuwing van Jezus dat er een tijd zal komen, dat je regelmatig zult horen : “Zie, hier is de Christus. Zie, Hij is daar.” Ze vond dat met al die aandacht voor wonderen en tekenen Gods kinderen juist wel eens misleid en verleid zouden kunnen worden. Ze kon wel eens gelijk hebben. Blijkbaar kunnen ook christenen in deze eeuw van welvaart, waarin de medische zorg nog nooit zo hoog en goed geweest is, maar slecht omgaan met chronische ziekte en blijvende handicap. Blijkbaar zijn ook wij als christenen nogal beïnvloed door de leus ‘I want it here, I want ik now’.

Voor wie via YouTube nog wat informatie over de bekende Nederlandse gebedsgenezer Jan Zijlstra wil zien:
http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1129041 (EO/NCRV Netwerk over Jan Zijlstra)
http://www.youtube.com/watch?v=B3jIYzdusW8 (Volkskrant over Jan Zijlstra)
http://www.youtube.com/watch?v=rLAInidPjXU (Genezingsdienst Jan Zijlstra in Zwolle)

 

ZIEKTE en HANDIKAP – hoe ga je er als christen mee om?  

 

Hoe ga je om met ziekte en handikap? Regelmatig hoor ik mensen zeggen dat het Gods wil is dat mensen met lichamelijke of psychische kwalen genezen worden. Want met Jezus is Gods Koninkrijk gekomen en dat ging in de het Nieuwe Testament gepaard met talloze genezingen. Niet alleen door Jezus Zelf, maar ook in het boek Handelingen. Dus mogen, ja moeten wij ook vol geloof en in de kracht van de Heilige Geest in onze tijd hetzelfde durven verwachten door in de Naam van Jezus mensen te genezen van ziektes, handicaps en andere lichamelijke of psychische kwalen.

Ik geloof daar niet in. Wat ik heel opvallend vind is, dat christenen die erg benadrukken dat God ook vandaag nog iedereen genezen wil, vanuit de Bijbel heel veel voorbeelden aanhalen, maar twee van de belangrijkste teksten bijna altijd links laten liggen of geforceerd weg-verklaren.

Job 2 vers 10

Job is de persoon in de Bijbel die alle ellende die een mens mee kan maken in zijn leven in één keer (nou ja … in twee etappes dan) over zich uitgestort krijgt. Eerst raakt hij al zijn bezittingen kwijt en, wat nog veel erger is, komen al zijn kinderen om. En daarna wordt hij ook nog getroffen door een besmettelijke, bijna dodelijke ziekte. Voor Jobs vrouw wordt het allemaal teveel. Ze kan niet meer geloven dat er een God bestaat die dit allemaal toelaat. De reaktie van Job is dan: ‘Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet van Hem aanvaarden?’ (Job 2:10a) Die woorden sprak Job niet nadat hij al zijn kinderen en bezit­tingen verloren had, maar nadat hij plotseling doodziek geworden was. Meteen na deze opmerking van Job typeert de verteller zijn woorden als volgt: ‘Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord.’ (Job 2:10b) Als je gelooft dat de Bijbel door de Heilige Geest geïnspireerd is, dan betekent deze uitspraak over Job dus, dat voor een christen ook een ernstige ziekte of een handicap onder het kwaad kan vallen dat God in zijn wijsheid gebruikt om ons als zijn kinderen dicht bij Hem te houden.

Romeinen 8 vers 28

In Romeinen 8:28 staat dat ook heel duidelijk. ‘Wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.’ Deze woorden spreekt Paulus uit in het bredere verband van Romeinen 8:18-39. Daarin gaat het over lijden en vervolging, over ellende en tegenspoed, over zinloosheid en sterfelijkheid. Ik las ergens bij een enthousiaste aanhanger van gebedsgenezing, dat ‘ziekte’ iets heel anders is dan ‘lijden’, want lijden overkomt je omwille van je geloof en ziekte is een gevolg van de zondeval. Dus doet God alle lijden dat zijn kinderen ondervinden vanwege hun geloof in Jezus meewerken ten goede. Maar voor ziekte geldt: dat is een gevolg van de zonde (bij veel gebedsgenezers meestal: van jouw zonden of die van jouw voorgeslacht). Daar mag je nooit in berusten, dus als je met ziekte te maken krijgt, moet je je verootmoedigen, schuld belijden en vol vertrouwen bidden om herstel en genezing. Ik verbaas mij altijd weer over deze versimpeling van wat er in de Bijbel staat. In Romeinen 8:18-39 gaat het namelijk niet alleen over lijden vanwege je geloof’ maar ook over het lijden van de schepping als gevolg van de zonde. En het gaat niet alleen over vervolging en het zwaard (waarbij het nog maar de vraag is of dat altijd geloofsvervolging is of dat je als christen helaas net in de hoek zit waar de klappen vallen), maar ook over tegenspoed, ellende, honger, armoede en gevaar. Dat lijken mij algemene dingen die je als christen kan overkomen. En die je de ene keer te lijf gaat en waar je de andere keer in berust. En al die dingen die je als christen kan overkomen, inclusief ziekte en handicap, vallen bij Job en Paulus onder ‘het kwaad’. Dat mag je allemaal in gebed bij God brengen, in het vaste vertrouwen dat God dankzij Jezus je hemelse Vader is, en dus twijfel ik er niet aan ’of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede.’  Want Hij is zo machtig, ‘dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij toeval, maar uit zijn vaderhand ons ten deel vallen.’

Rustgevend Evangelie

Deze laatste twee citaten komen uit de Heidelbergse Catechismus (Zondag 9:26 en Zondag 10:27). Heerlijk evenwichtig vind ik dit. Ik hoef niet alles te kunnen begrijpen wat mij in dit leven overkomt. Ik hoef ook niet alles te kunnen verklaren wat er in mijn leven gebeurt. Ik hoef me ook niet op voorhand moedeloos en apathisch neer te leggen bij elk kwaad wat mij  treft. Ik mag alles aan Hem vertellen, ik mag alles aan Hem vragen, en nadat ik alles in zijn hand gelegd heb, mag ik het loslaten in het vaste vertrouwen, dat God niet moet doen wat ik wil, maar dat gebeurt wat Hij goed vindt voor mij.

Dat is wat anders dan dat ik geloof dat God elke ziekte wil genezen. Natuurlijk kan Hij dat. En Hij zal er voor zorgen ook. Op de dag dat Jezus terugkomt. Dan zullen er alleen nog maar tranen van blijdschap vloeien, want dan zal er geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, pijn, geen ziekte, geen handikap ziekte, geen hongersnood, geen oorlog, geen natuurrampen en wat dan ook.

Maar vandaag is dat alles er nog wel. En volgens mij vraagt God niet van ons, dat we het nu al allemaal proberen weg te bidden. Als het om ziekte en handikaps gaat, is volgens mij onze eerste opdracht niet: “GENEES de ZIEKEN!”, maar roept Jezus ons op: “BEZOEK de ZIEKEN!” en “BID voor de ZIEKEN!” En trap bij dat laatste niet in de valkuil dat er volgens de Bijbel maar één uitkomst mogelijk is op het gelovig gebed, nl. lichamelijke genezing. Dat gebeurt ook, maar meestal niet. Dat gebeurt ook, maar het is nooit het belangrijkste. Het belangrijkste wat God op het gelovige gebed geeft is zijn Heilige Geest, zodat we er opnieuw van overtuigd raken dat niets van wat er in het leven met ons gebeurt, ‘ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.’  (Rom. 8:39). Dat vind ik rustgevend Evangelie, ook als ik geconfronteerd wordt met ziekte en handikap.

 

Over de vraag of we vandaag dezelfde genezingswonderen mogen verwachten als in de tijd van Jezus schreef ik blog DOVE KWARTELS en BLINDE VINKEN – gebeuren er vandaag nog wonderen van genezing?
Over de m.i. te hoge pretenties van gebedsgenezers schreef ik blog Verwacht een wonder – creëer je eigen teleurstelling
Over omgaan met een ongeneeslijke ziekte  schreef ik zeven blogs over het boekje van Mark Ashton, Op weg naar de hemel – met Christus de dood onder ogen zien
Een preek over ‘Ga niet voor het wonder, maar leef uit de verwondering’ n.a.v. Johannes 4 : 43 – 54 

 

Verwacht een wonder – creëer je eigen teleurstelling

Het is weer raak in christelijk Nederland. Voor- en tegenstanders van gebedsgenezing gaan met elkaar de discussie aan. En op straat wordt met mensen gebeden en gebeuren dezelfde wonderen van genezing als in de tijd van Handelingen. In het Nederlands Dagblad van 4 augustus voerde Hans Maat, de direkteur van het Evangelisch Werkverband binnen de PKN, een pleidooi voor meer geloof in gebedsgenezing, want “Geloof in wonderen is het werk van de heilige Geest” (klik hier). Volgens mij slaat hij, hoe vriendelijk en voorzichtig hij het ook zegt, de plank flink  mis. Wie wonderen verwacht, creëert keer op keer zijn eigen teleurstellingen. 

Asterix 00011Hans Maat reageert op twee eerdere artikelen in het ND, namelijk een kritische bijdrage over de foute trucs van gebedsgenezing van Wouter van der Toorn (ND 12 juli) en de persoonlijke bijdrage van Annemieke Bosman over het leven met ziekte en pijn (ND 15 juli). Die twee artikelen (evenals een derde, die van Marijke Volgers over Gods waanzinnige reddingsmethoden – ND 18 juli) schuift Hans Maat subtiel  aan de kant, want het zijn “minder goede ervaringen” die “de ruimte voor wonderwerken en tekenen niet [mogen] inperken.” Hier komt de aap al uit de mouw. Ook al gaat er veel mis, toch kiest Hans Maat de kant van christenen die valse verwachtingen wekken als het om wonderen gaat. Dat blijkt uit minstens drie passages uit zijn artikel.

Zo geeft hij als praktisch voorbeeld aan, dat  hij heeft meegemaakt dat “door eenvoudige handoplegging en gebed … je rug geneest, je been wordt verlengd of de kanker verdwijnt.” Ik vind het niet alleen erg ongenuanceerd om deze drie kwalen zomaar op één lijn te plaatsen. Ik vind het ook getuigen van hoogmoed om te verwachten dat God vooral op gebed mensen van kanker  geneest. Volgens mij heeft onze Heer ons in deze eeuw gezegend met voortreffelijke medische  voorzieningen. Daar stellen we misschien wel teveel ons vertrouwen op. Maar het is toch werkelijk God verzoeken als we van Hem iets rechtstreeks willen verwachten, terwijl Hij ons Zelf  de middelen geeft waarlangs Hij genezing wil bewerken.

Asterix 10011

Erger nog vind ik de opmerking, dat het “ervaring en openbaring vereist om te zien wat de redenen zijn waarom iemand niet geneest.” Genezing op gebed zou dus de normale gang van zaken zijn in de tijd tussen Pinksteren en de terugkomst van Jezus. En als het niet gebeurt? Dan moet je maar accepteren dat God soeverein is en als er geen genezing volgt gewoon zeggen, “Ik weet het niet.” Volgens Hans Maat is dat antwoord genoeg. Verbijsterend vind ik dat. Hiermee kweek je valse verwachtingen en creëer je je eigen teleurstellingen. In het Nieuwe Testament zie ik vaker dat gewone gelovigen zieken bezoeken en voor ze bidden, dan dat gewone gelovigen zieken genezen. Ik zie dat in de Bijbel wonderen van genezing de uitzondering zijn op de regel dat God alle dingen doet meewerken ten goed. Ik ben er met Paulus van overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat de heerlijkheid die in de toekomst voor ons is weggelegd. En héél soms ontvangen mensen nu al die heerlijkheid in plaats van het lijden. Dat noemen we dan een wonder. Dank de Heer daar voor, zou ik zeggen. Maar verwacht niet zulke wonderen. Groei liever in de genade en de kennis van onze Heer en Redder Jezus Christus, zeg ik Petrus met zijn laatste woorden na (2 Petrus 3:18).

Asterix 20011

Volgens mij claimen veel mensen die in gebedsgenezing geloven ten onrechte het gezag van Jezus Zelf en de apostelen. Dat gebeurt mede omdat mensen als Hans Maat schrijven: “Als je in geloof bidt, dan gebeuren de dingen die je vraagt, dat is althans de kracht van het geloof. Ik ga daarvan uit en heb een diep vertrouwen: wanneer God spreekt, dan is het er; als God gebiedt, dan staat het er.” Maar sinds wanneer spreekt God  als ik iets van Hem vraag? En sinds wanneer heb ik het recht om ziektes te gebieden iemand te verlaten? En waar in de Bijbel vertelt Jezus mij, dat lichamelijke genezing de regel is bij het ‘Bidt en u zal gegeven worden’ (Mat. 7:7 / Luk. 11:9). Hij belooft Zelf iets anders: ‘Hoeveel te meer zal uw Vader in de hemel het goede / de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden.’ (Mat. 7:11b / Luk. 11:13b). Laten we de invulling daarvan alsjeblieft aan God Zelf overlaten. En ons wat meer concentreren op de kracht van het geloof als het grootste geschenk van de Heilige Geest in alle omstandigheden dan op wonderen van lichamelijke genezing.

Asterix 30011

Geloof ik dan niet in wonderen van lichamelijke genezing? Jawel. Ik heb er heel af en toe uit betrouwbare bron van gehoord en ik heb ze heel af en toe zelf ook meegemaakt. Maar ik verwacht geen wonderen. Dan zou ik het namelijk normaal gaan vinden dat God mensen van ziektes geneest. En tegelijk zou ik, denk ik, ook heel snel mijn geloof verliezen, omdat de ziekenhuizen nog steeds vol met mensen die niet genezen, terwijl er wel voor hen gebeden wordt (maar meestal niet met hen door die zgn. gebedsgenezers, want die doen dat alleen maar op straat of in hun eigen ‘hall of fame’). Gelukkig heeft God ons iets anders beloofd, denk ik dan maar. Namelijk dat Hij er altijd bij is, hoe de levensweg ook gaat.

Tenslotte: er zijn ook evangelische christenen die erg kritisch tegenover de bewering dat wij vandaag op dezelfde manier de zieken kunnen en mogen genezen als onze Heer Jezus Christus en zijn apostelen toen. Dat kun je nalezen in mijn blog over ‘Dove kwartels en blinde vinken’.

KOM ERBIJ, JE BENT WELKOM! – nog een keer over gemengde verkering

prikkeldraad‘Gemengde verkering’ schuurt als prikkeldraad was de titel van mijn vorige blog. Het artikel zelf zorgde ook wel voor wat jeuk bij sommige lezers (zie de reaktie van een gewaardeerde Asser PKN-collega). Vooral, omdat ik na het citeren van een aantal bijbelteksten met een tamelijk korte konklusie eindig over hoe je vandaag de dag met “hij gelooft, zij niet” moet omgaan. Namelijk: zij komt tot geloof of hij verbreekt de relatie. Is zo’n advies in onze cultuur van vandaag de dag nog wel realistisch? Moet je niet eerder pastoraal met ‘gemengde relaties’ omgaan dan er met Bijbelteksten bovenop te zitten?

In deze vervolgblog wil ik wat meer de pastorale insteek kiezen. Maar dan wel met twee opmerkingen vooraf.

Eerlijk bijbellezen

Allereerst hangt het er maar vanaf op welke manier je bijbelteksten citeert. Ik dacht dat ik een vrij compleet totaalbeeld gegeven heb van hoe gelovigen in het jaar 2000 voor Christus (Abraham en Isaak), 1500 jaar voor Christus (Mozes en Jozua), 1000 jaar voor Christus (Salomo), 500 jaar voor Christus (Ezra en Nehemia) en 50 na Christus (Paulus) gehandeld en gesproken hebben over ‘gemengde relaties’. Volgens mij kun je geen andere conclusie trekken, dan dat men door de eeuwen heen in totaal verschillende culturele omstandigheden altijd van mening was, dat iemand die echt in God en Jezus (de komende en gekomen Messias), geen relatie aan mag gaan met iemand die dat niet gelooft. Zou onze westerse samenleving dan opeens op geen enkele manier te vergelijken zijn met al die verschillende culturele situaties in de Bijbel, zodat we geen duidelijke conclusies voor vandaag meer kunnen trekken als het om dit onderwerp gaat? Dat geloof ik niet.

Elkaar respectvol behandelen

In de tweede plaats is het een gave om iemand de indruk te geven dat je hem of haar als persoon volledig accepteert, terwijl je het met zijn of haar standpunten volstrekt oneens bent. Veel vaker leidt een verschil van mening ook tot een breuk in de vriendschap. Iemand die ergens fundamenteel anders over denkt dan ik, deugt ook als persoon al snel niet in mijn ogen. Iemand die altijd de persoon bleef accepteren, ook al was Hij het helemaal niet eens met iemands keuzes of levensstijl was Jezus. Het is echt onvoorstelbaar hoe bijna iedereen zich bij Hem zich als persoon gewaardeerd voelde. En dat, terwijl Jezus nergens om heen draaide.

Wij zijn Jezus niet

Als het om ‘gemengde verkering’ gaat, vind ik dit vaak een pittig pastoraal probleem. Want als je met de Bijbel open hierover iemand een advies geeft, maak je met je ene hand een stopteken: NIET AAN BEGINNEN. Dat is de inhoudelijke kant van het onderwerp: je bent niet blij met het feit dat iemand niet gelooft. Maar met je andere hand wenk je iemand om dichterbij te komen: JE BENT WELKOM. Dat is de persoonlijke benadering: je wil iemand graag vertellen waarom het geloof in God zo waardevol is en waarom je het hem of haar ook gunt. Dat komt nogal tegenstrijdig over. Bij de gelovige die een niet-christelijke vriend(in) krijgt:

Iedereen is blij met ons, alleen mijn ouders en de kerkenraad doen moeilijk.

En bij de niet-gelovige die tegenstrijdige signalen opvangt:

Ze zeggen wel dat ze niets tegen mij persoonlijk hebben, maar waarom reageren ze dan zo kritisch op onze relatie?

En steeds maar weer blijkt, dat wij nog lang niet zover als Jezus zijn.

Een pastorale benadering

Gemengde verkeringen komen steeds opnieuw voor. Hoe ga je daar in de praktijk mee om? Hoe kun je liefdevol reageren en toch Gods duidelijke adviezen serieus nemen? Ik denk dat je toch moet beginnen met het eerlijk op tafel leggen van je bezorgdheid. Wie een gemengde relatie aangaat, verkeert geestelijk in een crisis-situatie. Dat is echt zo, ook al besef en ervaar je dat zelf misschien helemaal niet. Want wat is er nou mooier? Toch is het echt waar: de duivel trekt heel hard aan iemand om het geloof in de Here Jezus maar op te geven of vrijblijvender op te vatten. En dat is een ongelijke strijd die de duivel gemakkelijk wint. Want niemand van ons is uit zichzelf gelovig aangelegd. Dus het geloof verwatert heel gemakkelijk, zowel bij de gelovige partner als bij de kinderen – als Gods Geest niet heel hard aan het werk gaat.

Aan de andere kant biedt een gemengde relatie ook grote kansen om iemand bekend te maken met het reddende Evangelie van Jezus Christus. Als er sprake is van oprechte liefde en wederzijds respekt heeft een positief-gelovig christen als het goed is ook een groot verlangen om de niet-gelovige vriend(in) te interesseren en te informeren over de boodschap van de Bijbel. De Bijbel kent ook voorbeelden van mensen die tot geloof komen door middel van een gemengd huwelijk. Denk aan Ruth die door haar huwelijk de God van Israel leerde kennen. Denk aan Timoteüs die ondanks zijn waarschijnlijk afwerende Griekse vader toch van jongs af aan door zijn oma en moeder gelovig is opgevoed.

Er zijn veel manieren om iemand te helpen God te leren kennen. Een hartelijke ontvangst in de familie en een hartelijk welkom in de kerkelijke gemeente en zeker binnen de jongerengroep doet altijd goed.  “Laat iedereen merken dat jullie vriendelijk zijn” schrijft Paulus aan de christenen in Filippi. Ook zijn er veel mogelijkheden om iemand meer te laten weten over het christelijk geloof.  Dat begint bij jezelf uiteraard: praat vrijmoedig over je geloof met je vriend of vriendin, zonder te preken. En pak bijvoorbeeld de Bijbel in Gewone Taal als je iets uit wilt leggen of, als ouders, wanneer je aan tafel uit de Bijbel leest. Of vraag aan je ouders of de dominee, of die de grote lijnen van Gods verhaal eens op papier willen zetten. En schakel ook anderen in. Volg samen een Alphacursus of Christianity Explored. Vraag iemand die je één op één kan begeleiden als je rustig in je eigen tempo over de Bijbel en het geloof wilt doorpraten. Draai samen mee met een kring of een gesprekskring in de gemeente. Bezoek aansprekende kerkdiensten. Enzovoort. Er is zoveel mogelijk. Als de gelovige helft zelf maar echt gemotiveerd is. En vergeet het belangrijkste niet: het gebed. Bid veel voor iedereen die nog niet gelooft. Doe het als partner, als echtgenoot, maar ook als ouders en als vrienden en als gemeente. Bid of de Heilige Geest ervoor wil zorgen dat iemand persoonlijk God als Vader en Jezus als Verlosser leert kennen. Om het met een variatie op een bekende uitdrukking te zeggen:

Praat veel met je ongelovige vriend(in) / partner God, maar praat nog meer met God over je ongelovige vriend(in) / partner

Tegen de stroom in samen God zoeken 

In onze maatschappij zegt iedereen: “Geloof is een privézaak, daar moet je elkaar vrij in laten.” En wat doen wij in de kerk? We leggen, zo lijkt het wel, elkaar op het punt van relatievorming het vuur na aan de schenen. Wat een beGods grootste wens - roodmoeizucht, hoor je sommige mensen wel eens zeggen. Maar zo is het, als het goed is, niet bedoeld. Het is vooral een kwestie van oprechte belangstelling en welgemeende aandacht. Want waar gaat het uiteindelijk om? Om het Gods verlangen is dat mensen hun hart aan Hem geven en in hun relatie ervaren hoe goed en fijn het is om samen de HERE te dienen, in Jezus te geloven en voor Hem te leven.

Bidden voor je kinderen – elke dag (ook als ze groot zijn en eigen wegen gaan)

Bidden 4In Assen-Peelo staan regelmatig jonge ouders aan de doopvont. Elke keer weer zijn dat prachtig diensten. In het Gereformeerd Kerkboek staan drie doopformulieren. In nummer 2 krijgen gelovige ouders de opdracht mee dat zij ‘dagelijks voor hun kinderen behoren te bidden.’ 

Dat geldt niet alleen voor als de kinderen jong zijn en nog thuis. Het geldt ook als de kinderen groot zijn en zelfstandig door het leven gaan. Een voorbeeld daarvan is Job. In de Bijbel kun je lezen, dat Job voor al zijn kinderen blijft bidden, juist ook als ze volwassen geworden zijn. Want voor volwassenen kinderen zijn de risico’s om God kwijt te raken in het leven net zo groot als voor kinderen en jongeren. En als de kinderen de deur uit zijn beseffen de ouders des te meer dat ze zelf geen invloed meer uit kunnen oefenen op de geloofskeuzes van hun kinderen.

Jongeren hoofdenWat dan overblijft is de opdracht die je bij de doop van je kinderen al van de HERE krijgt: blijf dagelijks voor ze bidden! We zeggen wel eens: dat is het enige wat je voor ze kunt doen – bidden. Maar vergeet niet: dat is ook het belangrijkste wat je voor ze kunt doen! Of je kinderen nu meelevend gelovig of juist niet meer gelovig zijn. Job bad voor zijn gelovige kinderen, omdat hij zichzelf kende en wist hoe gemakkelijk je in je hart God vaarwel kan zeggen. Een andere redelijk bekende gelovige, Monica, bad elke dag voor haar zoon Augustinus die echt met God gebroken had. Haar gebed werd tijdens haar leven al verhoord. Dat gebeurt niet altijd. Maar het mag je, als ouders, wel bemoedigen om ermee door te gaan – met het bidden voor je kinderen. Want de vraag is niet of God wel luistert naar wat wij van Hem vragen. De vraag is eerder of jij en ik het wel volhouden om de namen van onze kinderen telkens weer in Gods handen te leggen.

 

 

Afgedwaald

Ook hij is een verbondskind, en hij heeft

daarnaast meer dan hij nodig had gekregen:

verstand, gezondheid, dagelijks zon en regen,

en ouders die hem hebben voorgeleefd

 

hoe zinvol alles wordt als God ons geeft

Zijn liefdevolle zorg op onze wegen,

hoe goed het leven is onder Zijn zegen,

wanneer je dankbaar naar Zijn wetten leeft.

 

En toch is hij de herder kwijtgeraakt.

Hij voelt zich thuis op nieuwgekozen paden

en maakt zelf uit waardoor hij zich laat binden.

 

Wij blijven achter: door God klein gemaakt,

maar blijven voor hem bidden, vastberaden.

Laat hij zich ooit weer door de Herder vinden?

 

 

Harm Sijnstra – Zuidlaren