Het ‘Onze Vader’ als voorbeeldgebed voor je eigen gebed

“Heer, leer ons bidden,” vroeg één van de leerlingen eens aan Jezus. Als antwoord gaf Jezus ons één van de twee versies van het ‘Onze Vader’. Hij gaf het ons niet om als formuliergebed uit het hoofd te leren. Nee, het ‘Onze Vader’ staat twee keer in verschillende situaties en in verschillende bewoordingen in de Bijbel. Het is dus een voorbeeldgebed. We mogen het letterlijk bidden – niets op tegen. Maar mooier nog is om het in eigen bewoordingen te bidden. In de catechisatiemethode ‘Ik geloof’ werd in het deeltje over het gebed ook het ‘Onze Vader’ behandeld. Aan het eind van elk hoofdstuk stond een overzicht van wat je allemaal tegen God zegt en aan Hem vraag als je het ‘Onze Vader’ bidt. Volgens mij is het een mooi voorbeeld om je eigen gebed vorm te geven. Daarom plaats ik ‘m graag hier op mijn weblog. Doe er je winst mee in je persoonlijke contact met je hemelse Vader en met Jezus je Redder en Heer.

Bidden gevouwen handen 6x

ALS JE BIDT …

Onze Vader, die in de hemelen zijt

– bid je tot je Vader in de hemel, die tegelijk de almachtige God is

– weet je dat God door Jezus Christus je Vader is geworden

– laat je zien dat je ontzag hebt voor je hemelse Vader

– weet je dat je heel vertrouwelijk met God om mag gaan

– weet je dat God je als zijn kind zal behandelen en voor je zorgt

– weet je dat God elke vergelijking met je aardse vader te boven gaat

 

Uw naam worde geheiligd

– ken je je hemelse Vader als Schepper en Verlosser

– vraag je om Hem nog beter te leren kennen

– weet je dat je, als kind van je Vader, Hem heiligen moet

– wil je dat zelf heel graag, maar weet je ook dat dit je uit jezelf nooit lukt

– bid je daarom of God zelf wil zorgen dat het wél gebeurt

 

Uw koninkrijk kome

– ken je je hemelse Vader als almachtige Koning van hemel en aarde

– vraag je om Gods nieuwe wereld waar alle mensen Hem zullen dienen

– weet je dat je nu al onderdaan van dat koninkrijk mag zijn

– vraag je om kracht om ook nu al naar al Gods goede geboden te leven

– bid je dit gebed in de kerk samen met de andere burgers van Gods rijk

– bid je of God nu al werk van de satan, zijn grote vijand, wil verhinderen

– weet je zeker dat dit koninkrijk eens in volmaaktheid zal komen

 

Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op de aarde

– weet je wat God van je vraagt in zijn Woord

– probeer je Gods wil steeds beter te leren kennen

– vraag je of je mag leren je eigen wil ondergeschikt te maken aan Gods wil

– weet je dat het uit jezelf nooit lukt om Gods wil te doen

– vraag je daarom of God zelf ervoor wil zorgen, dat je ook in alle dagelijkse

zaken zijn wil gaat gehoorzamen

– vraag je of je dat net zo gewillig en van harte mag doen als de engelen

in de hemel

– vraag je dit niet alleen voor jezelf, maar voor alle mensen

 

Geef ons heden ons dagelijks brood

– vraag je om alles wat je voor je lichaam nodig hebt om als christen te leven

– erken je dat al het goede van God komt

– dank je God voor het vele dat Hij jou gegeven heeft

– geloof je dat alles wat je krijgt en wat je doet van Gods zegen afhangt

– weet je dat je niet op iets of iemand anders mag vertrouwen

– weet je dat je een taak hebt ten opzichte van de armen in de wereld

 

En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren

– vraag je vergeving voor:

* je zonden   * je zondige aard   * je tekort aan liefde

– doe je een beroep op het offer van Christus

– wil je ook je naaste van harte vergeven

– belijd je dat God zelf die vergevingsgezindheid in je werkt

 

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze

– weet je dat je een geestelijke strijd te voeren hebt

– en dat dit een strijd van leven op dood is

– weet je dat je aangevallen wordt door drie doodsvijanden:

* de duivel   * de wereld   * je eigen zondige ik

– besef je dat je uit jezelf deze strijd nooit zult winnen

– bid je om kracht van de heilige Geest; alleen Hij kan je overeind houden

– weet je dat je uitzicht hebt op de eindoverwinning in deze geestelijke strijd

 

Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid  tot in eeuwigheid

– toon je daarmee je toewijding aan God

– spreek je daarin je vertrouwen in de Here uit

– belijd je dat God alle middelen heeft om ervoor te zorgen, dat

alles gebeurt, wat je van Hem in het Onze Vader vraagt

 

Amen

– weet je dat God altijd naar je luistert: Hij heeft altijd het beste met je voort

– vertrouw je op de verhoring van je gebed

– erken je dat God je gebed verhoort op een manier die Hij goed voor je vindt

– vraag je of God je ook wil geven, dat je die weg als een goede weg ervaart

Advertenties

Het gebeds-ABCD – first things first

‘Heer, leer ons bidden,’ vroeg een leerling van Jezus eens aan Hem. Als antwoord leert Jezus zijn volgelingen het Onze Vader. Daarmee bedoelt Hij niet dat we elke dag het Onze Vader uit ons hoofd moeten bidden, hoewel dat op zichzelf natuurlijk niet verkeerd is. In de Bijbel kun je namelijk twee keer lezen dat onze Heer aan zijn leerlingen het Onze Vader leert. De eerste keer aan het begin van zijn optreden aan duizenden mensen tegelijk tijdens de Bergrede (Matteüs 6:9-13). De tweede keer toen Hij op weg ging naar Jeruzalem om daar voor onze zonden te sterven (Lukas 11:2-4). Maar Jezus gebruikt beide keren niet exact dezelfde woorden.

Het Onze Vader geeft aan wat het basispatroon is van een goed gebed. Het is vooral bedoeld als voorbeeld voor je persoonlijk gebed en voor het publieke gebed in kringen, vergaderingen en kerkdiensten. De woorden mogen heel anders zijn, als ze maar in dezelfde Geest uitgesproken worden, zei Calvijn al. En Luther gaf het advies om het Onze Vader twee keer per dag te bidden, waarvan minstens één keer door het in eigen woorden te doen en persoonlijk te maken.

Wat is dan het basispatroon van een goed gebed waar God graag naar luistert? Nou, je zou het zo kunnen zeggen: “Bidden is een evenwichtig samenspel tussen aanbidding, schuldbelijdenis, dankzegging en voorbede” (zoals Tim Keller het in zijn boek ‘Bidden’ op blz. 136 samenvat). Dat zijn de vier basiselementen die cruciaal zijn voor het gebed. In het Onze Vader komen ze allemaal voor.

Om dat gemakkelijk te kunnen onthouden zijn er verschillende ezelsbruggetjes bedacht. De Youth-Alpha cursus heeft het over “SODA” –  SOrry / Dankuwel / Alstublieft. Jos Douma (meen ik) noemt ergens de afkorting LoBeDaVra Loven, Belijden, Danken, Vragen.

Zelf kwam ik een mooi voorbeeld tegen bij Nicky Gumbel bij de inleiding van zijn boekje ‘30 dagen – een praktische inleiding tot het lezen in de Bijbel‘. Een goede manier om te beginnen met in de Bijbel te lezen is, net als Samuel in het Oude Testament deed, eerst kort te bidden: ‘Heer, ik luister’. Daarna lees je een gedeelte uit de Bijbel en denkt er over na, eventueel met een boekje of overdenking erbij. Voor de afsluiting van je dagelijkse moment met God geeft Nicky Gumbel het volgende advies: “Spreek, nadat God door zijn Woord tot jou gesproken heeft, tot Hem in gebed.”

Maar hoe deel je dat persoonlijke gebed nu in? Een handige volgorde die gemakkelijk te onthouden is in het Engels is die van ACTS. Dat is de Engelse aanduiding van het boek Handelingen. Elke letter staat voor één van de vier basiselementen waaruit het gebed van een christen bestaat.

De A van Adoration. In het Nederlands is dat de A van Aanbidding. Prijs God om wie Hij is en wat Hij gedaan heeft en nog steeds doet en naar toe werkt.

De C is van Confession. In het Nederlands is dat de B van Belijden. Vraag God vergeving voor alles wat je verkeerd gedaan hebt en waarin je tekort geschoten bent.

Dit zijn de eerste twee, want hierin staat God centraal. Zoals in het ‘Onze Vader’ ook 3x God centraal staat. Daarna komen er nog twee letters. Die gaan over ‘ons’. Net als in het ‘Onze Vader’ ook 3x aandacht is voor wat wij nodig hebben.

De T is van Thanksgiving. In het Nederlands is dat de D van Danken. Dat kan voor alles zijn: gezondheid, familie, vrienden, werk, vrijheid, geloof niet te vergeten, enzovoort.

De S is van Supplication. In het Nederlands is dat de C van Concrete voorbede. Je mag bidden voor de mensen om je heen, dichtbij en ver weg, en voor jezelf. Niet in z’n algemeenheid, maar heel konkreet.

bidden kindHet woord ACTS is in het Engels dus de naam van het boek Handelingen. In dat bijbelboek valt het op hoe groot de plaats van het gebed is, niet alleen in het leven van de gelovige, maar ook in het leven van de gemeente.

  1. Uit heel Handelingen blijkt, dat het gebed kenmerkend is voor de gelovigen. Zonder gebed geen geloof! Overal waar mensen tot geloof in Jezus Christus komen, is er ook meteen sprake van, dat ze regelmatig met alle zaken die hen bezig houden, in gebed tot God gaan.
  2. Uit Handelingen blijkt ook, dat naast het persoonlijk gebed ook het gemeenschappelijke gebed van de grootste betekenis is voor de gemeente. Die gezamenlijke gebeden bleven echt niet beperkt tot de zondagse samenkomsten! In Hand. 2:42 lezen we, dat de gemeente in Jeruzalem ook bleef volharden in de gebeden. En dat onder alle omstandigheden! Denk maar aan het moment dat Petrus gevangen genomen werd. Dan staat er in Hand. 12: door de gemeente werd voortdurend tot God voor hem gebeden (vers 5). dat gebeurde in gebedsgroepen; immers als Petrus door een engel bevrijd wordt, gaat hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, waar velen vergaderd waren in gebed (vers 12).
  3. Uit Handelingen blijkt verder, dat geen enkele belangrijke beslissing genomen wordt zonder dat men vooraf gebeden had. Dat geldt voor de verkiezing van een 12e apostel, voor de verkiezing van de zeven diakenen in Hand. 6, voor de uitzending van Paulus en Silas in Hand. 13 en voor de aanstelling van oudsten in de nieuwe zendingsgemeenten. En als Paulus op reis naar Jeruzalem zeven dagen bij de gemeente in Tyrus is geweest, zwaait de hele gemeente, met vrouwen en kinderen, Paulus uit, en op het strand knielden wij neer, baden en namen afscheid van elkaar (21:5).
  4. Tenslotte blijkt uit Handelingen ook, dat het gebed een wezenlijk onderdeel is van de taak van de ambtsdragers in de oudste gemeente. Als de twaalf apostelen in Hand. 6 bepaalde taken afstoten, is dat omdat zij zich dan beter kunnen concentreren op hun kerntaken. Want, staat er: wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het woord (vers 4). Bij alle belangrijke gebeurtenissen gaan de apostelen eerst in gebed. In hun ambtelijk werk wisten ze zich afhankelijk van de Here. Daarom konden ze het gebed niet missen.

Ook in de rest van het Nieuwe Testament valt het op dat de eerste christenen heel konkreet waren in hun gebeden. Tegelijk staat ook altijd Gods eer voorop. First things first, of, om het op z’n Nederlands te zeggen: wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen. Daar volgt dan ook meteen weer uit, dat je ook alles wat je bezighoudt, aan God mag vertellen.

“Als we gaan begrijpen hoe geweldig groot God is, leidt dat ertoe dat we onze eigen zondigheid opnieuw leren inzien. Dan komt uit een dieper inzicht en een bekering van onze zonden dankbare verwondering over Gods genade voort.” (Tim Keller, Bidden, blz. 136/137). Oftewel: A (Aanbidding) leidt tot B (Belijdenis) en D (Dankbaarheid).

“Hoe meer we Gods macht gaan zien, hoe meer we voor onze levensbehoeften van Hem afhankelijk willen worden.” (Tim Keller, Bidden, blz. 137). Oftewel: A (Aanbidding) leidt ook tot C (Concrete voorbede).

Bidden gaat niet vanzelf. Het is geen ABCD-tje in de zin van een makkie of een uit het hoofd geleerd lesje. Daarom geeft onze Heer ons gebedsles en leert Hij ons het Onze Vader. Een mooi gebed om regelmatig voor jezelf of aan tafel te bidden. Maar ook een gebed als voorbeeld om zelf te leren bidden. Bijvoorbeeld door je te houden aan:

Het gebeds-ABCD

A = Aanbidding

B = Belijden

C = Concrete voorbede

D = Danken

 

Week van Gebed: ‘Zegen de HEER, u allen’

Van 21 – 28 januari 2018 doen veel christenen en kerken mee aan de Week van Gebed. In Assen hielden vijf kerken in kerkgebouw ‘Het Noorderlicht’ op de startzondag een gezamenlijke kerkdienst. Daarin stond het samen bidden centraal. In drie rondes van elk zo’n 12 minuten hebben we in groepen van ongeveer 10 personen gebeden voor Het gezin en jezelf; Je gemeente en je omgeving; De wijde horizon. Voordat we dat deden, hebben we eerst uit de Bijbel gelezen en geluisterd naar een korte preek. Die mocht ik verzorgen. De tekst volgt hieronder.

Psalm 134

Aan het begin van deze gebedsdienst lezen we een korte psalm: Psalm 134. Dat is de laatste van de 15 pelgrimsliederen, waarvan Psalm 121 misschien wel de bekendste is. Psalm 134 is een oproep om zelf tot een zegen te zijn en een vraag tot de HEER of Hij ons wil zegenen. Luister maar.

  1. Een pelgrimslied. Zegen de HEER, u allen die de dienst van de HEER verricht en in het huis van de HEER staat, nacht aan nacht.
  2. Hef uw handen op naar het heiligdom en zegen de HEER.
  3. Moge uit Sion de HEER u zegenen, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Zegen de Heer, staat er. Het Hebreeuwse werkwoord ‘barach’ betekent letter: iemand iets goed toewensen. Dat kunnen mensen richting God doen en dat wil God richting ons doen. In het Nederlands noemen wij dat laatste ‘zegenen’. En als wij God het goede toespreken, noemen we dat lof, aanbidding en dank.

dia1.jpgJa, roep het uit met blijdschap: “God, U bent zo goed!”

  • omdat U mijn hemelse Vader bent – dankzij Jezus Christus.
  • omdat U dagelijks voor mij zorgt – als machtige Schepper.
  • omdat U mij gebruikt in uw dienst – door de motivatie van de Heilige Geest.

En niet alleen mij, maar al uw kinderen. In het huis van de HEER, in de gemeente van Christus, heeft iedereen een plekje en een eigen taak: ‘u allen’ staat er. Iedereen mag meedoen! Psalm 134 zegt ook iets over onze gebedshouding: God zegenen, Hem danken, moet je doen met geheven handen. Ddat is een teken van afhankelijkheid én aanhankelijkheid. Hoe belangrijk en noodzakelijk is dat!

Gods belofte als je bidt

Ja, het gebed is het voornaamste onderdeel in de dankbaar­heid die God van ons eist. Zo belooft Hij het in een andere psalm: Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft. Roep Mij te hulp in tijden van nood, Ik zal je redden, en je zult Mij eren. (Ps. 50:14-15)

Bovendien heeft God nog iets beloofd! Hij kan zijn genade en zijn Heilige Geest alleen aan jou kwijt als je Hem daar ook van harte en aanhoudend om bidt en dankt! Daar nodigt Jezus, onze Heer, ons toe uit:. Ik zeg jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. (Luk. 11:9-10) En Paulus zegt precies hetzelfde: Bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat Hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt. (1 Tess. 5:17-18)

Gods verlangen als je bidt

Dia1.jpgEn wat hoort er dan bij een gebed waar God graag naar luistert? Drie dingen!

  1. In de eerste plaats is het superbelangrijk dat je weet tot wie je bidt, want er is maar één God de ware, en dat is de God van de Bijbel. Want, zei Jezus, ‘wie de Vader echt aanbidt, aanbidt Hem in geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in geest en in waarheid.’ (Joh. 4:23-24)
  2. Het tweede is dit: je moet weten wie je bent klein en zondig tegenover onze machtige en heilge God. Daarom moet je je nederig en bescheiden opstellen, zoals bv. koning Josafat. Als hij ziet hoe groot het leger van de Moabieten en de Ammonieten is, roept hij niet als eerste zijn generaals bij elkaar, maar bidt Hij tot God: ‘Heer, wij zijn niet opgewassen tegen de grote legermacht die ons nu aanvalt. Wij weten niet wat we moeten doen, op U zijn onze ogen gevestigd, God.’ (2 Kron. 20:12) Dat geldt nog veel meer voor de vijand binnen in ons – de macht van de zonde, en voor alle pijlen van verleiding die de duivel van buitenaf op ons afschiet. Waar schuil je dan? Waar vind je vaste grond onder je geloofsvoeten?Dat is het derde: onze vaste grond is Jezus Christus. Want dankzij Hem wil God onze gebeden zeker verhoren. Dat heeft Hij in de Bijbel beloofd. Daarom kon Josafat na zijn gebed tot God ook tegen heel het volk zeggen: ‘Juda en Jeruzalem, luister! Vertrouw op de HEER, uw God, en u zult standhouden, vertrouw op zijn profeten en uw welslagen is verzekerd.’ (2 Kron. 20:20) Vergeet daarbij niet wat de apostel Johannes in zijn eerste brief schrijft: Wij, die geloven in de naam van de Zoon van God, kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat Hij naar ons luistert als we Hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat Hij naar ons luistert, wat we Hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we Hem gevraagd hebben. (1 Joh. 5:14-15).
De plaats waar God te vinden is als je bidt

Daarmee is de cirkel van Psalm 134 weer rond. Wij zegenen God door Hem te danken Hem voor het goede en Hem te vragen om het goede. En Hij zegent ons, want Hij laat geen bidder staan die Hem oprecht zoekt. Alleen – je moet die zegen van God wel komen halen op de juiste plek. Hij zegent ons namelijk uit Sion – dat is de plek waar christenen samenkomen in de naam van Jezus. Dáár hoor je wie God voor je is: de machtige Schepper die in Christus onze genadige Vader is. Als dat geen vertrouwen geeft! Dan durf je God alles te vragen wat wij voor ons gewone leven en ons geloofsleven nodig hebben. Dat willen we straks ook samen doen in de gebedsgroepen.

Gebedsver(w)achting – over bidden met en voor zieken

“In Amerika wonen veel gelovigen en daarom worden daar veel meer mensen beter dan bij ons,” zei een christen uit China eens, “en dat komt omdat God Amerika gezegend heeft met hele goede medische zorg.” Hoe kan het dan dat veel christenen in het Westen juist het tegenovergesteld beeld hebben: in China wordt veel meer geloof gevonden dan bij ons en daarom komen daar zoveel genezingen op het gebed voor.

“God heeft ons rijk gezegend met medische inzichten en nieuwe geneesmiddelen, zodat er in onze tijd veel meer zieken genezen als in de eeuwen ervoor. We kunnen Hem er niet genoeg voor danken,” zei Abraham Kuyper rond het jaar 1900. Hoe kan het dan dat veel christenen in het Westen hogere verwachtingen hebben van gebedsgenezers dan van de medische zorg als ze te maken krijgen  met lichamelijke en psychische ziektes?

Onze moderne tijd

Ik denk dat deze ontwikkeling als volgt te verklaren is. Namelijk: we hebben in Europa in de afgelopen eeuwen ‘wetenschap’ en ‘geloof’ uit elkaar getrokken. Die kloof is begonnen in de Renaissance (1400/1500), ging daarna verder in de tijd van de Verlichting (1600/1700) en die kloof is in de laatste driehonderd jaar alleen groter geworden door alle technische ontwikkelingen en de groeiende welvaart die daarmee gepaard ging. Daardoor zijn ‘wetenschap’ en ‘geloof’ elkaars konkurrenten geworden in plaats van elkaar aan te vullen als middelen waardoor wij God kennen (art. 2 NGB). Veel mensen zijn daardoor hun geloof in God zijn kwijt geraakt en stellen hun vertrouwen volledig op de wetenschap.

Vergeten te bidden

Die manier van denken zit al heel erg lang in onze hele maatschappij. Dat heeft volgens mij ook de christenen die nog steeds in God en Jezus geloven, beïnvloed. Vaak sluipenderwijs. Abraham Kuyper wist geloof en wetenschap nog wel te combineren. Hij dankte God voor de medische ontwikkelingen, omdat hij besefte, dat God het zelf allemaal in de schepping gelegd heeft en dat Hij aan mensen het verstand en het inzicht geeft om het te ontdekken en te gebruiken.

Als je er zo tegen aan kijkt, staan geloof en wetenschap niet tegenover elkaar en ook niet naast elkaar, maar zijn het twee kanten van dezelfde medaille. Die je wel voortdurend allebei moet blijven bekijken om niet in eenzijdigheden te vervallen. En dat is wel gebeurd. Ook door veel christenen. Sluipenderwijs en niet eens met opzet. Maar hoe dan ook: ook veel christenen vertrouwen vandaag vooral op de medische wetenschap. Dus bij ziekte ga je naar de dokter, krijg je medicijnen, volg je een kuur, ga je voor onderzoek naar het ziekenhuis en onderga je een operatie – allemaal om beter te worden. Pas als het echt ernstig is, wordt de ouderling of dominee erbij gehaald en moet er op zondag in de kerkdienst tot God gebeden worden of Hij genezing geven wil.

Oftewel: in de praktijk hebben veel christenen medische zorg en therapeutische behandeling volledig losgekoppeld hebben van het geloof en het gebed en de zielzorg.

Alles op de kaart van het gebed

genezing-natuurplaatjeAls er door christenen in situaties van ziekte te weinig gebeden wordt, kun je er van op aan dat er een tegenreaktie komt. De reden daarvan is vaak terecht. De analyse en de oplossing meestal niet (net als op andere gebieden, zie mijn blog ‘Pastorale problemen en een schuivende geloofsleer’)  Ik zie dat heel duidelijk terug bij gebedsgenezing en bevrijdingspastoraat. Voor mij is het zonneklaar dat God en Jezus in de Bijbel aan gelovigen laten weten, dat ze moeten bidden en werken. Ora et Labora, om het zo eens te zeggen. En het is voor mij ook duidelijk, dat God de mensheid de laatste eeuwen heel veel wetenschappelijke inzichten gegeven heeft, ook op medisch terrein als het gaat om de behandeling  en de bestrijding van lichamelijke ziektes en psychische aandoeningen. Maar wat is er gebeurd? We hollen allemaal naar de huisarts, de chirurg, de psycholoog, de psychiater en de therapeut en zijn het belangrijkste vergeten: om heel het proces van ziekte en genezing in gebed bij God te brengen.

Geen wonder dat er een tegenreaktie ontstaat die weer heel veel aandacht voor de kracht en de waarde van het gebed vraagt. En terecht! Maar het jammere is, dat deze tegenbeweging meteen precies op de tegenovergestelde manier met net zo’n vaart de bocht uitvliegt. Namelijk door te stellen, dat we ons vertrouwen niet in de eerste plaats op de (medische) wetenschap moeten stellen, maar terug moeten naar de praktijk van de Bijbel. Daarin zien we dat Jezus op gebed lichamelijke ziekten en psychische kwalen geneest. Dat wil Hij in 2016 nog steeds doen, dus moeten we vaker en met meer verwachting bidden om wonderen van genezing en bevrijding van psychische moeiten. In het gunstigste geval worden de dokter, de therapeut en de pillen daarbij nog geduld. In het ongunstige geval moet je je afspraken met de dokter en de therapeut afzeggen en je pillen in de kliko gooien, want op het gelovige gebed zal de zieke zeker genezen, zo waar als Elia bad om droogte en het regende 3½ jaar niet en hij bad opnieuw en er volgde een mega-plensbui.

Scheefgroei

Zien veel christenen die alle kaarten op het gebed zetten dan niet, wat hier mis gaat? Hier schuiven hulpverlening en gebed in elkaar. Erger nog: hier gaat het gebed de rol overnemen van de middelen die God ons zelf gegeven heeft! Die middelen worden hooguit nog getolereerd. Maar het is toch echt van de zotte dat iemand die jaren lang een opleiding heeft gevolgd en daardoor een goede medische diagnose kan stellen of een therapeutische behandeling kan voorschrijven, van een gebedsgenezer te horen krijgt dat er in Jezus Naam voor elke ziekte herstel mogelijk is, en van een bevrijdingspastor te horen krijgt dat er maar zeven stappen nodig zijn om van je demonische belasting af te komen! Wie dat beweert schuift meer dan 200 jaar voortschrijdend inzicht in ziektebeelden en de bestrijding ervan aan de kant.

Zoek de combinatie

Ik denk dat de overdreven aandacht voor gebedsgenezing en bevrijdingspastoraat de onbetaalde rekeningen zijn van wat we als christenen in Nederland te lang hebben laten liggen, namelijk de kracht van het gebed.

De oplossing ligt ‘m alleen niet in het geestelijk onderwaarderen van medische diagnoses, behandelingen en resultaten van lichamelijke en psychische ziekten. Dan zet je een flinke stap terug in de ontwikkelingsgeschiedenis van Gods schepping en ben je niet dankbaar voor wat God ons daarin gegeven heeft.

Een betere oplossing is volgens mij: ga meer bidden bij lichamelijke ziekten en psychische moeiten. Daarmee ondersteun je de professionele behandeling van artsen en therapeuten. Ik zou graag zien dat er in elke christelijke gemeente personen aangesteld worden om individueel of in een team met en voor mensen te bidden in tijden van ziekte of andere strukturele moeiten. Zonder dat die voorbidders zich met de medische of therapeutische kant van de zaak bemoeien. Onder het motto: ieder z’n van God gekregen vak en gave.

Omgeef arts en therapeut met gebed

In zijn eigen tijd liet Jezus al weten dat Hij geen enkel bezwaar had tegen dokters en artsen. In onze tijd zou Hij, denk ik, zeker gebruik gemaakt hebben van de professionele hulpverlening. Maar zou Hij ons er nadrukkelijk op gewezen hebben dat het echt noodzakelijk is om bij alles voortdurend de koppeling te leggen met het gelovige gebed.

In onze tijd is niet de gebedsgenezer de 21-eeuwse volgeling van Christus die gehoor geeft aan de opdracht van Jezus: Genees de zieken! Die taak vervullen (gelovige) artsen en chirurgen samen met de biddende gemeente.

In onze tijd is niet de bevrijdingspastor de 21-eeuwse volgeling van Christus die gehoor geeft aan de opdracht van Jezus: Drijf de demonen uit! Die taak vervullen (gelovige) psychiaters en therapeuten samen met de biddende gemeente.

Een gemeente vol bidders

Als er in de gemeente van Christus meer verwachtingsvol met en voor elkaar gebeden wordt, neemt de aandacht voor gebedsgenezingsdiensten en bevrijdingspastoraat vanzelf af en wordt het werk van artsen en therapeuten pas echt op de goede manier gewaardeerd, nl. als middelen in Gods hand. Die mag je gelovig gebruiken, daar mag je Gods zegen over vragen en daar mag je Hem voor bedanken als het tot genezing of een leefbaar leven leidt.

Wonderen van genezing zijn zeldzaam

Bijna had ik een blog klaar waarin ik mijn eigen houding en positie wilde duidelijk maken als het om wonderen van gebedsgenezing gaat. Maar in het Nederlands Dagblad van 17 september 2016 stond een zeldzaam goed artikel van Kim ten Berghe, een missiologe die werkzaam is in Oost-Azië. Kern van haar betoog is: “Wonderbaarlijke genezingen op bijeenkomsten met gebedsgenezers zijn zeldzaam. Dat baseer ik niet alleen op mijn ervaring, maar ook op gezonde logica.” En vervolgens rolt er een artikel uit haar pen … zo to the point verwoord, dat ik het maar in z’n geheel weergeef.

In de afgelopen weken is de discussie over gebedsgenezing en de bijzondere geestesgaven weer opgelaaid. Dit naar aanleiding van een conferentie die is georganiseerd door het Evangelisch Werkverband in de Protestantse Kerk en die is bezocht door vele predikanten. De spreker was een nogal controversiële Amerikaan die een internationale bediening voor genezing claimt, Randy Clark. Zijn werk leidde tot, afhankelijk van met wie je spreekt, een geweldige opwekking, vernieuwing en herstel of een hoop teleurstelling, geloofscrisis en scheuringen.

Zo’n kleine twintig jaar ben ik nu betrokken bij evangelisatie en zendingswerk. In verschillende landen, met allerlei kerken, organisaties en stromingen, waaronder een heel aantal uit de charismatische hoek. Ik heb lang niet alles gezien, maar toch wel genoeg om de volgende, wellicht wat ongenuanceerde uitspraken over dit onderwerp te durven doen.

vals getuigenis

Aandacht voor de gaven en met name genezing wordt vaak gebracht als een aanvulling op hiaten in de kerkelijke theologie. Maar in hun enthousiasme en naïviteit gaan veel nieuwe rekruten van ‘charismaland’ eraan voorbij dat die scene ook zijn theologische hiaten kent.

Zo lijkt het gebod ‘Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste’ wat op de achtergrond geraakt. De claim is meestal dat God iedereen wil genezen, maar dat dat helaas ‘niet altijd’ gebeurt om onbekende redenen. De waarheid is echter dat ook bij de allerberoemdste genezers er maar (zeer) zelden iemand volledig en permanent genezen wordt zonder dat daarvoor een medische verklaring te geven is, en waarbij zowel de ziekte als de plotselinge genezing zichtbaar dan wel onafhankelijk vastgesteld zijn.

Ik ben persoonlijk nooit iemand tegengekomen die bij zo’n campagne is genezen en ik heb zelf ook geen overtuigende genezingen gezien tijdens de bijeenkomsten die ik heb meegemaakt. Natuurlijk heb ik genoeg verhalen in de (christelijke) media gehoord. Maar vaak zijn daar wel aantekeningen bij te maken. Achteraf blijkt bijvoorbeeld nogal eens dat de ziekte weer terugkomt. Of de genezing was gedeeltelijk – de klachten zijn bijvoorbeeld verminderd. Verder waren de klachten nogal eens niet medisch aantoonbaar, zoals een stijve nek of vermoeidheid. Vaak waren mensen onder behandeling van artsen, en kan de genezing ook daaraan worden toegeschreven. Soms is zelfs het hele verhaal van de ziekte en/of de genezing verzonnen om aandacht te krijgen, want die mensen heb je ook.

wereldberoemd

Mijn bewering dat wonderbaarlijke genezingen op bijeenkomsten met gebedsgenezers zeldzaam zijn, baseer ik niet alleen op mijn ervaring, maar ook op gezonde logica. Al zou maar een kwart of een tiende van de zieken die naar zo’n bijeenkomst kwam onomstotelijk wonderbaarlijk genezen worden, dan zouden deze genezers niet alleen worden gevolgd door hordes goedgelovige christenen en wanhopige zieken, maar dan zouden ze in een klap wereldberoemd zijn en uitnodigingen krijgen van bijvoorbeeld ziekenhuizen om daar ook mensen te genezen. Want heel veel mensen zijn überhaupt te ziek om naar zo’n genezingsdienst te komen. Dit gebeurt echter niet.

zendingsveld

Het theologische probleem dat je krijgt als je claimt dat God wonderen wil doen, maar dat blijkbaar maar zelden doet, wordt vaak ‘opgelost’ door te claimen dat wonderen vooral op het zendingsveld gebeuren. Ver weg, bij arme mensen die niet kritisch zijn, maar gewoon geloven. Als we de nieuwsberichten van allerlei charismatische bedieningen moeten geloven, dan stromen in dergelijke oorden de podia vol met genezen blinden en lammen. Maar als zo’n claim dan wordt nagetrokken (zoals Karel Smouter deed met de claim van Willem Ouweneel over genezen blinde jongetjes in Myanmar) dan blijkt het wensdenken dan wel fantasie/leugens/bedrog; u mag kiezen. Ik ben ervan overtuigd dat elders de zaken niet anders liggen dan bij ons.

geen oplichterij

Met dit alles wil ik niet beweren dat genezing per definitie oplichterij is, dat God niet bij machte is om mensen op medisch onverklaarbare wijze te genezen of dat hij dat nooit zou doen. Jezus heeft aangetoond dat hij alle macht heeft, ook over ziekte en de dood. En God doet wat hij wil. In theorie kan hij zelfs een totaal narcistische op geldbeluste genezingsoplichter gebruiken om een van zijn lijdende kinderen wonderbaarlijk te genezen. Maar wonderen gebeuren niet altijd overal en ook niet om de haverklap. En wij kunnen zeker geen golven van genezing ontketenen door bepaalde mensen uit te nodigen en conferenties te organiseren waar we hen op een podium zetten. Gods Geest is niet te organiseren.

werk van duivel

Toch denk ik dat bidden voor zieken heel belangrijk is. Voor de christelijke kerk is het zowel een opdracht als een voorrecht. Maar bidden voor genezing en troost is iets anders dan genezing claimen. In ons eigen gezin hebben we een aantal keren met ernstige ziekte te maken gehad. God heeft ons voor elkaar bewaard, en genezing gegeven na een periode van oprechte gebeden van velen en intensieve medische zorg. Of het een zonder het ander had gekund zullen we nooit weten, maar we zijn dankbaar voor beide.

Ziekte wordt binnen de charismatische genezingsbeweging vaak gezien als het werk van de duivel dat we in gebed moeten bestrijden. Dit beperkte beeld van de werkelijkheid is een ander theologisch hiaat. Ziekte is onderdeel van onze gebroken wereld. Maar ziekte is ook een kanaal waardoor de Heilige Geest krachtig in iemands leven kan werken. Ik herinner me die tijden van ernstige ziekte in ons gezin als tijden waarin Gods Geest vaak voelbaar aanwezig was. In de liefde waarmee we omringd werden. In de vrede om de toekomst tegemoet te zien, wat die ook zou brengen. In kracht om het lijden te dragen. In de genade die genoeg was.

Ik denk dat de Geest nog steeds bovennatuurlijke werkt in de kerk en in deze wereld. Op onverwachte tijden en manieren kunnen er dingen gebeuren die we niet voor mogelijk hadden gehouden. Maar meestal leven we als christenen niet op een dieet van superfoods, maar op de krachtige en eenvoudige voeding van Gods genade, de gemeenschap van heiligen en Zijn Woord. Soms wat eentonig, zoals het manna in de woestijn. Maar genoeg om van te leven, te groeien en ons werk te doen.

Het hele artikel van Kim ten Berghe is, met een viertal foto’s en verwijzigingen naar andere artikelen, ook op de site van het Nederlands Dagblad te vinden onder de nog wat scherpere titel “Wonderbaarlijke genezingen op conferenties zijn heel zeldzaam”. Als zij gelijk heeft met haar bewering is het erg opmerkelijk dat van de ruim 600 personen die de driedaagse conferentie van het Evangelisch Werkverband bezocht hebben alleen al op de vrijdagavond ‘meer dan 60 mensen aantoonbaar genezen [zijn] van ziekten en kwalen’ aldus Jan Lok op zijn weblog https://waargemaakt.wordpress.com/2016/09/11/there-was-is-and-will-be-more/. Raar is dan wel, vind ik, dat velen van hen aangaven’dat minstens 80% van hun kwaal tijdens conferentie genezen was’. Huh? Zulke parttimegenezingen ben ik nog nooit in de Bijbel tegengekomen (nee, ook niet bij die blinde die mensen als bomen zag rondlopen – zie mijn blog over dove kwartels en blinde vinken.

Gebedsgenezers – 10 redenen waarom ik ervan genezen ben

In mijn blog ‘Ziekte en handikap – hoe ga je er als christen mee om’ schreef ik aan het eind, dat er soms wel wonderen van lichamelijke genezing plaatsvinden op het gelovige gebed, maar meestal niet. Ik ben niet de eerste die dat zegt. Joni Eareckson-Tada, die door in ondiep water te duiken volledig verlamd raakte en nooit meer uit haar rolstoel gekomen is, zegt in een interview: “We kunnen overduidelijk zien, alleen al door een terloopse observatie, dat het niejoni-tada-earicksont de wil van God is dat iedereen wordt genezen, omdat niet iedereen is genezen. De mens kan de wil van God niet weerstaan en als het de bedoeling van en de opzet van God was dat alle mensen gezonden zouden zijn, zou niets dat kunnen tegenhouden. We zouden bewijzen ervan zien in de wereld om ons heen, maar we zien dat niet. Dus is het duidelijk niet de wil van God dat iedereen genezen zal worden.” (Het interview is te vinden in Richard Mayhue, De belofte van genezing, pag. 228-241)

Gebedsgenezers beweren bijna altijd het tegenovergestelde. En ze pretenderen vaak dat ze van God de gave van genezing ontvangen hebben. Mij overtuigt het hoe langer hoe minder. Ik wil in 10 punten uitleggen waarom.

  1. Lichamelijke of psychische genezing wordt als tweede werk van onze Heer Jezus Christus aan de vergeving van onze zonden gekoppeld. Christus heeft echter geen twee pijlen op zijn Evangelie-boog die even belangrijk zijn. Als je de Bijbel goed leest, ontdek je dat genezingswonderen het gezag van Jezus om zonden te mogen en kunnen vergeven, onderstrepen. Dat laatste – ‘God heeft mijn zonden vergeven!’ – is voor mij de belangrijkste reden voor een blij en dankbaar christelijk leven.
  2. Dat onze grote God in zijn soevereiniteit ook de gevolgen van de zonde kan gebruiken om zijn Naam in en door de gelovigen groot te maken, wordt door veel gebedsgenezers niet erkend.
  3. Met de woorden die onze Heer Jezus bidt, nl. ´Laat niet wat Ik wil, maar wat U wilt gebeuren’ wordt totaal geen rekening gehouden, sterker nog: die woorden worden weggeredeneerd.
  4. Wanneer er geen genezing plaatsvindt of een ziekte of kwaal keert terug, ligt dat in de meeste gevallen aan bestaande of teruggekeerde hindernissen. Zo worden mensen die het toch al moeilijk hebben, teruggeworpen op zichzelf en hun mate van geloof.
  5. Veel gebedsgenezers zeggen wel, dat ze niet tegen dokters zijn, maar vinden tegelijk, dat je die hele medische gang niet had hoeven maken als je meteen in geloof tot God was gaan bidden. Ook christenen die aan bevrijdingspastoraat doen vinden vaak dat psychische kwalen eerder met demonische belasting te maken hebben dan dat het een ziektebeeld is, en dat gebed en uitdrijving dus belangrijker zijn dan medicijnen en therapieën.
  6. Wanneer iemand niet geneest tijdens een samenkomst, weten gebedsgenezers vaak niet meer te zeggen, dan dat wanneer iemand écht gelooft, ze er niet verbaasd van zullen staan te kijken als diegene op een dag opbelt met de mededeling: ´De Heer heeft mij toch genezen!´
  7. Gebedsgenezers laten alle mensen tot zich komen, zoals ook Jezus en de apostelen dat deden. Maar Jezus genas ook werkelijk allen, evenals de apostelen die onder speciale leiding van de Heilige Geest stonden. Doordat gebedsgenezers iedereen op dezelfde manier toespreken (meer bevelend dan biddend trouwens) wekken ze de suggestie, dat ook iedereen genezen wordt. Dat gebeurt nooit. Dus zelfs al zouden alle gebedsgenezers de gave van genezing hebben, dan is het nog steeds onjuist om daar een bediening van genezing van te maken. Want de vrijmacht van de Heer om door iemands hand sommigen te genezen mag je niet zomaar tot een volmacht maken om álle mensen te kunnen genezen. Daarmee plaatsen gebedsgenezers zich als instrument van God op een te hoge plaats. Zozeer zelfs, dat sommigen (Jan Zijlstra bv.) met een beroep op Petrus en Paulus zweetdoekjes opsturen naar zieken die niet bij hem kunnen komen.
  8. Ik hoor gebedsgenezers bijna nooit uitleggen waarom in het Nieuwe Testament veel christenen wél ziek blijven of níet genezen worden. Paulus heeft een doorn in het vlees en had met ziekte te kampen toen hij bij de Galaten kwam. Trofimus bleef tijdens een zendingsreis ziek in Milete achter. Epafras was zo ziek dat men voor zijn leven vreesde. Timoteüs krijgt het advies om regelmatig wat wijn te drinken voor z´n maag- en darmklachten.
  9. Het valt mij op, dat ook uit evangelische hoek veel mensen het podium opkomen tijdens massale gebedsgenezingsdiensten. Dat verbaast mij, want in die kringen heeft gebedsgenezing een prominente plaats in het gemeenteleven. Dus waarom moet je het dan nog hogerop zoeken als het gebed en de zalving door de oudsten van de gemeente niet geholpen heeft? Waar is de gelovige aanvaarding als duidelijk wordt dat de Heer een andere weg met zijn kinderen voor heeft? Omgekeerd wordt er volgens mij in onze eigen-gereformeerde kring veel te weinig gebeden met zieken om genezing, kracht en vertrouwen. Dan komt de medische of therapeutische behandeling los te staan van het geloof dat de Heer in alle omstandigheden nabij en erbij is. Die eenzijdigheid is er naar mijn mening een belangrijke oorzaak van, dat veel gelovigen hun heil net zo eenzijdig bij gebedsgenezers zoeken, waarbij de medische en psychologische behandelaars hooguit als aanvullend worden beschouwd – wat volgens mij de wereld op z’n kop is
  10. Ik ontken niet dat er ook nu nog genezingen in Jezus´ Naam plaatsvinden. Ik ben er zelf getuige van geweest. Dank de Heer daarvoor! Maar ik mis bij veel gebedsgenezers de gelovige erkenning dat Gods wegen vaak anders gaan dan onze wensen. Blijkbaar geldt dat bij hen voor lichamelijke ziekten niet: die wil de HERE op het geloof allemaal genezen. Daarmee worden mensen teruggeworpen op de mate van hun geloof in plaats van Gods trouw en liefde. Dat lijkt me nogal riskant, want geloven gaat altijd met vallen en opstaan. Ik geloof niet dat God zo werkt. Zijn mate van genade is niet afhankelijk van onze mate van geloof. Dus moet je mensen ook niet in de waan brengen, dat ze, als ze alle hindernissen opruimen, van God lichamelijke genezing zullen ontvangen. Joni Eareckson-Tada verloor bijna haar geloof door de voortdurende druk op haar om te geloven dat God haar echt wilde genezen.

Op grond van deze tien punten geloof ik niet dat Jezus Christus van mij vraagt om in geval van ziekte mijn genezing bij iemand te zoeken die in Nederland of waar ook ter wereld (sommige christen reizen er echt voor naar Afrika, Amerika of Azië – hoe triest!) massale genezingsdiensten belegt.

Als je christen bent, geeft Jezus je daarvoor de plaatselijke gemeente. Daar is Hij met zijn Woord en Geest aanwezig. Daar geeft Hij je oudsten die met je kunnen bidden. Daar krijg je van Hem de kring van broeders en zuster om je heen om je bij te staan. En als genezing dan uitblijft, lijkt het mij niet de juiste weg om vervolgens naar elke persoon toe te gaan die zegt: ‘Ik heb van de Heer de gave van de genezing gekregen, dus kom bij mij in Jezus naam.’ Een goede kennis van mij vond dat net iets te veel lijken op de waarschuwing van Jezus dat er een tijd zal komen, dat je regelmatig zult horen : “Zie, hier is de Christus. Zie, Hij is daar.” Ze vond dat met al die aandacht voor wonderen en tekenen Gods kinderen juist wel eens misleid en verleid zouden kunnen worden. Ze kon wel eens gelijk hebben. Blijkbaar kunnen ook christenen in deze eeuw van welvaart, waarin de medische zorg nog nooit zo hoog en goed geweest is, maar slecht omgaan met chronische ziekte en blijvende handicap. Blijkbaar zijn ook wij als christenen nogal beïnvloed door de leus ‘I want it here, I want ik now’.

Voor wie via YouTube nog wat informatie over de bekende Nederlandse gebedsgenezer Jan Zijlstra wil zien:
http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1129041 (EO/NCRV Netwerk over Jan Zijlstra)
http://www.youtube.com/watch?v=B3jIYzdusW8 (Volkskrant over Jan Zijlstra)
http://www.youtube.com/watch?v=rLAInidPjXU (Genezingsdienst Jan Zijlstra in Zwolle)

 

ZIEKTE en HANDIKAP – hoe ga je er als christen mee om?  

Hoe ga je om met ziekte en handikap? Regelmatig hoor ik mensen zeggen dat het Gods wil is dat mensen met lichamelijke of psychische kwalen genezen worden. Want met Jezus is Gods Koninkrijk gekomen en dat ging in de het Nieuwe Testament gepaard met talloze genezingen. Niet alleen door Jezus Zelf, maar ook in het boek Handelingen. Dus mogen, ja moeten wij ook vol geloof en in de kracht van de Heilige Geest in onze tijd hetzelfde durven verwachten door in de Naam van Jezus mensen te genezen van ziektes, handicaps en andere lichamelijke of psychische kwalen.

Ik geloof daar niet in. Wat ik heel opvallend vind is, dat christenen die erg benadrukken dat God ook vandaag nog iedereen genezen wil, vanuit de Bijbel heel veel voorbeelden aanhalen, maar twee van de belangrijkste teksten bijna altijd links laten liggen of geforceerd weg-verklaren.

Job 2 vers 10

Job is de persoon in de Bijbel die alle ellende die een mens mee kan maken in zijn leven in één keer (nou ja … in twee etappes dan) over zich uitgestort krijgt. Eerst raakt hij al zijn bezittingen kwijt en, wat nog veel erger is, komen al zijn kinderen om. En daarna wordt hij ook nog getroffen door een besmettelijke, bijna dodelijke ziekte. Voor Jobs vrouw wordt het allemaal teveel. Ze kan niet meer geloven dat er een God bestaat die dit allemaal toelaat. De reaktie van Job is dan: ‘Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet van Hem aanvaarden?’ (Job 2:10a) Die woorden sprak Job niet nadat hij al zijn kinderen en bezit­tingen verloren had, maar nadat hij plotseling doodziek geworden was. Meteen na deze opmerking van Job typeert de verteller zijn woorden als volgt: ‘Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord.’ (Job 2:10b) Als je gelooft dat de Bijbel door de Heilige Geest geïnspireerd is, dan betekent deze uitspraak over Job dus, dat voor een christen ook een ernstige ziekte of een handicap onder het kwaad kan vallen dat God in zijn wijsheid gebruikt om ons als zijn kinderen dicht bij Hem te houden.

Romeinen 8 vers 28

In Romeinen 8:28 staat dat ook heel duidelijk. ‘Wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.’ Deze woorden spreekt Paulus uit in het bredere verband van Romeinen 8:18-39. Daarin gaat het over lijden en vervolging, over ellende en tegenspoed, over zinloosheid en sterfelijkheid. Ik las ergens bij een enthousiaste aanhanger van gebedsgenezing, dat ‘ziekte’ iets heel anders is dan ‘lijden’, want lijden overkomt je omwille van je geloof en ziekte is een gevolg van de zondeval. Dus doet God alle lijden dat zijn kinderen ondervinden vanwege hun geloof in Jezus meewerken ten goede. Maar voor ziekte geldt: dat is een gevolg van de zonde (bij veel gebedsgenezers meestal: van jouw zonden of die van jouw voorgeslacht). Daar mag je nooit in berusten, dus als je met ziekte te maken krijgt, moet je je verootmoedigen, schuld belijden en vol vertrouwen bidden om herstel en genezing. Ik verbaas mij altijd weer over deze versimpeling van wat er in de Bijbel staat. In Romeinen 8:18-39 gaat het namelijk niet alleen over lijden vanwege je geloof’ maar ook over het lijden van de schepping als gevolg van de zonde. En het gaat niet alleen over vervolging en het zwaard (waarbij het nog maar de vraag is of dat altijd geloofsvervolging is of dat je als christen helaas net in de hoek zit waar de klappen vallen), maar ook over tegenspoed, ellende, honger, armoede en gevaar. Dat lijken mij algemene dingen die je als christen kan overkomen. En die je de ene keer te lijf gaat en waar je de andere keer in berust. En al die dingen die je als christen kan overkomen, inclusief ziekte en handicap, vallen bij Job en Paulus onder ‘het kwaad’. Dat mag je allemaal in gebed bij God brengen, in het vaste vertrouwen dat God dankzij Jezus je hemelse Vader is, en dus twijfel ik er niet aan ’of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede.’  Want Hij is zo machtig, ‘dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij toeval, maar uit zijn vaderhand ons ten deel vallen.’

Rustgevend Evangelie

Deze laatste twee citaten komen uit de Heidelbergse Catechismus (Zondag 9:26 en Zondag 10:27). Heerlijk evenwichtig vind ik dit. Ik hoef niet alles te kunnen begrijpen wat mij in dit leven overkomt. Ik hoef ook niet alles te kunnen verklaren wat er in mijn leven gebeurt. Ik hoef me ook niet op voorhand moedeloos en apathisch neer te leggen bij elk kwaad wat mij  treft. Ik mag alles aan Hem vertellen, ik mag alles aan Hem vragen, en nadat ik alles in zijn hand gelegd heb, mag ik het loslaten in het vaste vertrouwen, dat God niet moet doen wat ik wil, maar dat gebeurt wat Hij goed vindt voor mij.

Dat is wat anders dan dat ik geloof dat God elke ziekte wil genezen. Natuurlijk kan Hij dat. En Hij zal er voor zorgen ook. Op de dag dat Jezus terugkomt. Dan zullen er alleen nog maar tranen van blijdschap vloeien, want dan zal er geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, pijn, geen ziekte, geen handikap ziekte, geen hongersnood, geen oorlog, geen natuurrampen en wat dan ook.

Maar vandaag is dat alles er nog wel. En volgens mij vraagt God niet van ons, dat we het nu al allemaal proberen weg te bidden. Als het om ziekte en handikaps gaat, is volgens mij onze eerste opdracht niet: “GENEES de ZIEKEN!”, maar roept Jezus ons op: “BEZOEK de ZIEKEN!” en “BID voor de ZIEKEN!” En trap bij dat laatste niet in de valkuil dat er volgens de Bijbel maar één uitkomst mogelijk is op het gelovig gebed, nl. lichamelijke genezing. Dat gebeurt ook, maar meestal niet. Dat gebeurt ook, maar het is nooit het belangrijkste. Het belangrijkste wat God op het gelovige gebed geeft is zijn Heilige Geest, zodat we er opnieuw van overtuigd raken dat niets van wat er in het leven met ons gebeurt, ‘ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.’  (Rom. 8:39). Dat vind ik rustgevend Evangelie, ook als ik geconfronteerd wordt met ziekte en handikap.

Over de vraag of we vandaag dezelfde genezingswonderen mogen verwachten als in de tijd van Jezus schreef ik blog DOVE KWARTELS en BLINDE VINKEN – gebeuren er vandaag nog wonderen van genezing?
Over de m.i. te hoge pretenties van gebedsgenezers schreef ik blog Verwacht een wonder – creëer je eigen teleurstelling
Al eerder gaf ik 10 redenen waarom ik genezen ben van gebedsgenezers
Over de vraag of je met zieken altijd moet bidden om genezing schreef ik de blog Gebedsver(w)achting – over bidden met en voor zieken
In het Nederlands Dagblad van 17-09-2016 schreef Kim ten Berghe Kim ten Berghe een artikel met de titel “Wonderbaarlijke genezingen op conferenties zijn heel zeldzaam”
Over de vraag of Jezus vandaag de dag nog mensen geneest die als gevolg van een dwarslaesie in een rolstoel zitten, liet ik in drie blogs Joni Eareckson Tada aan het woord
Over omgaan met een ongeneeslijke ziekte  schreef ik zeven blogs over het boekje van Mark Ashton, Op weg naar de hemel – met Christus de dood onder ogen zien
Een preek over ‘Ga niet voor het wonder, maar leef uit de verwondering’ n.a.v. Johannes 4 : 43 – 54