Wat een geluk dat ik in Nederland woon! – Dankdag 2017

Het gaat goed met Nederland! De mannen zijn jong en vol kracht, de vrouwen zijn mooi en sterkt. Alle voorraadkasten en bankrekeningen zijn goed gevuld, vol met voedsel, meer dan genoeg saldo. In de weilanden lopen koeien, schapen en geiten, het zijn er ontelbaar veel. Ze produceren een overvloed van melk, vlees en wol. In Nederland wordt niemand aangevallen en niemand hoeft te vluchten. Niemand huilt, niemand heeft verdriet. Gelukkig zijn mensen die een goed leven hebben. Ja, de mensen in Nederland zijn meer dan gelukkig! (vrij naar Psalm 144:12-15 BGT)

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar de jeugd nog steeds een toekomst heeft

Gelukkige NederlanderOp de eerste woensdag van november vieren veel christenen dankdag voor gewas en arbeid. Maar als David na een moeilijke periode God gaat danken voor alle zegeningen, begint hij op een bijzondere manier. Onze meest kostbare gewassen en bouwwerken, dat onze kinderen, onze zonen en dochters. Hen zet David voorop. Want jongeren zijn de toe­komst van de kerk en de toekomst van het land. Daarom vraagt David: laat onze zonen gezond en sterk opgroeien. Lichamelijk én in het geloof. Allebei. Het gaat bij jongens niet alleen om uitgaan en veel verdienen. God vindt het veel belangrijker wáár je opgroeit. Dicht bij water. In de Bijbel is water bijna altijd het beeld van God en Jezus. Zij zijn de bronnen van levend water. En let dan op wat er bij staat: in hun jeugd met ​liefde​ verzorgd. Hoe bijzonder is dat! Dat je als ouders en als volwassenen zo met je jongeren omgaat, dat geen sprake is van scheefgroei, maar van geestelijke groei, qua karakter en qua geloof. Dat maakt van onze jongens krachti­ge, jonge bomen, jong en vol kracht, van wie je later veel vruchten kunt verwachten. Hoe mooi is dat! Hetzelfde geldt voor onze dochters, zegt David. Hij vraagt God, of ze sierlijk mogen zijn. Lichamelijk én in het geloof. Allebei. Het gaat bij meiden niet alleen om het uiterlijk en om versierd te worden. God vindt het veel belangrijker dat je je als persoon goed ontwikkelt. Als een hoekzuil van een paleis. In de Bijbel is dat vaak het beeld van Gods huis, zijn tempel, de kerk. Dáár wil God jou als meisje, als jonge vrouw, een speciale plek geven. En let dan op wat er bij staat: zo sierlijk gesneden. Hoe bijzonder is dat! Dat je als ouders en als volwassenen zo met je jongeren omgaat, dat ze innerlijk gevormd worden met een eerlijk, gelovig karakter. Dat maakt van onze meiden een lust voor het oog, ook in het oog van God! Dan word je iemand op wie anderen kunnen bouwen. Hoe mooi is dat!

Als de HERE zulke jongeren geeft, is dat iets om voor te danken. Van alle welvaart is dit toch wel het belangrijkste: dat onze kinderen goed terecht komen, op hun eigen plek en werk, met vrienden en misschien man of vrouw, én in het geloof, dat ook zíj God als hun Vader zien en in de voetsporen van Jezus willen gaan. Dat is ook een zegen op onze arbeid. Daarvoor mag je op dankdag de HERE hartelijk dook danken

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar de welvaart nog steeds op peil is

Geluk 2Toch blijft David daar niet bij stil staan. Hij zoekt het goede voor zijn volk, en daarom durft hij God ook om een bloeiende handel en een krachtige eko­nomie te vragen. Niemand in het land mag honger leiden of onder de armoedegrens raken. Vandaar de vraag om goed gevulde schuren en een uitgebreide veestapel. Schapen en geiten waren er vooral voor het vlees en de wol en het leer. Ook de runderen worden genoemd. Er staat ‘onze kudden doorvoed’, maar alle andere vertalingen hebben het over ‘runderen’. Je kunt het ook vertalen met: ‘dat onze runderen zwaarbeladen zijn’, zoals de HSV het doet. Daarmee komt ook de transportsector in beeld, in die tijd het vervoer van allerlei produkten naar de markt of naar de molens of naar de leerlooiers of naar de slachterijen. Die leveren weer aan de bakkers, de schoenmakers en de slagers. Zo komt de hele bevolking aan eten en kleding. Met elkaar leveren we met ons werk en met onze inzet een bijdrage aan de welvaart van het land. Ieder op zijn of haar door God gegeven plek. Soms was het elke dag hetzelfde, soms was het heel afwisselend. Het zijn allemaal kleine beekjes, die sámen één grote bron van welvaart vormen. Maar zie je ook die ene andere bron, waar al die beekjes vandaan komen? Zie je die zegen ook? Dat is Gods goedheid, die zich over het hele land verspreidt.

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar we nog steeds in veiligheid leven

Er is nog iets waar David God hartelijk voor bedankt. Er is vrede in heel het land! Je hoeft niet bang te zijn voor een vijandelijke inval. Je hoeft je niet bang te zijn dat je morgen moet vluchten. Hoe anders is dat in andere landen. Daar is het oorlog. Daar vinden aanslagen plaats. Daar gebeuren natuurrampen. En hier in Nederland? Geen enkele reden om te klagen, want iedereen mag hier in alle vrijheid leven en z’n mening geven. En iedereen gaat er de komende jaar weer op vooruit. Kijk es om je heen in de wereld hoe gezegend we daarmee zijn! Geen enkele reden voor een weeklacht op de pleinen, zoals David het zegt.  

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar we nog steeds in God mogen geloven

geluk zegenOndertussen wordt er wat afgemopperd in Nederland. Hoe zou dat nu zo komen? Nou, als David zegt: ‘Gelukkig het volk dat zo mag leven’ – met gezonde kinderen, met een hoog welvaartsnivo en in een vrij en veilig land, dat wil iedereen wel! Maar als David daar dan aan toevoegt: ‘Gelukkig het volk dat de HERE als God heeft’ – die afsluiter is voor veel mensen eerder een afknapper. Nee, laat dat maar zitten. Een fijn en gezond gezin, een mooi huis, zonder zorgen kunnen genieten – dat maakt veel mensen gelukkig. Maar het geloof in God? Geloven is achterhaald. Geloven is regeltjes. Geloven legt alleen maar beperkingen op. En zelfs als er al een God zou zijn, dan bemoeit Hij Zich niet met die tijdelijke dingen. ‘Daar had Jezus geen verstand van’, zei eens een liberale boer, toen iemand tegen hem zei: ‘Zie je de zegen van God ook?’ Ik denk dat die boer niet de enige is. Sterker nog … als christen denk je dat ook wel eens, toch? Zo door de week kost het ons wel eens moeite dat verband te blijven zien tussen Gods zegen en ons werk. Maar als je erover nadenkt, dan zie je toch wel dat iedereen wel iets om te danken heeft? Als kind mooi speelgoed en vrienden op school, als jongere een opleiding en je hobby’s, als volwassene je werk en je gezin, als oudere je verzorging in het rusthuis. Psalm 144 gaat in vervulling: wat welvaart betreft komen we niets veel tekort. Die gewone dingen hebben ook met het geloof te maken. Ons eten en ons drinken. Een dak boven ons hoofd en partner voor het leven of vrienden om van te houden. Want God acht het niet beneden zijn waarde om voor al die kleine behoeften van het volk te zorgen. Hij regelt
de vrucht­baarheid van koeien, schapen en de velden. Hij geeft paarden hun kracht. Hij vergeet zelfs de mussen op het dak niet. Het is goed, om de HERE voor al die gewone Geluk delenzaken te danken. Want, zegt de katechismus in Zondag 10: alle goede dingen zijn allemaal van Gód afkom­stig, en onze inspan­ning en ons werk en alles wat God ons geeft, zijn op zichzelf zinloos, omdat we er zonder Gods zegen niets aan hebben.

Veel Nederlanders willen vooral geluk. God wil jou en mij zijn zegen geven.Ook in de gewone dingen. Als je in voorspoed leeft, word je pas gelukkig als je God de eer daarvoor geeft. Want niet wie heeft, maar wie geeft, díe is pas rijk.

 

Psalm 144 : 12 – 15 (NBV)
12 Onze zonen zijn als jonge planten, in hun jeugd met ​liefde​ verzorgd,
   onze dochters als de hoekzuilen van een paleis, zo sierlijk gesneden,
13 onze schuren gevuld, van voorraad en voedsel voorzien,
   onze schapen en ​geiten, met duizenden, met tienduizenden op onze velden,
14 onze kudden doorvoed, geen inval, geen uittocht, geen weeklacht op onze pleinen.
15 Gelukkig het volk dat zo mag leven, gelukkig het volk dat de HEER als God heeft.
Advertenties

Het isolement en de eigen kracht

Geloven in een geïndividualiseerde samenleving – als christen en als kerk.

In Assen bestaat het zogenaamde ‘Pastoresconvent’. Daarin komen zo’n 4 à 5 keer per jaar alle voorgangers en geestelijk verzorgers van de zeer diverse christelijke geloofsgemeenschappen bij elkaar. Ik vind die ontmoetingen altijd erg waardevol. Tegelijk stelt het mij voor de vraag: wat verbindt ons aan elkaar als voorgangers? Is dat alleen ons werkterrein – dus de imam en de rabbi en de humanistische raadsheer/vrouw zijn ook welkom? Of hebben we meer gemeenschappelijk? Het geloof in de God van de Bijbel of in Jezus als Heer of de christelijke traditie? En hoe sterk benadruk je dat dan? Ja, mag dat überhaupt wel? Of ben je dan op voorhand al te exclusief bezig? Ik vind dit een spannend onderwerp. Voor alle christenen en kerken in onze samenleving. Hoe stel je je als persoon en als gemeenschap tegenover de maatschappij en de mensen om je heen? Daarin zie je heel verschillende strategieën.

Exclusief kerk-zijn

Als Gereformeerde Kerken met de zelfgekozen bijnaam ‘vrijgemaakt’ (vandaar de afkorting GKV) en de spotnaam ‘artikeltjes’ hebben we in de eerste pak ‘m beet 50 jaar van ons bestaan (1944 – half jaren ’90) gekozen voor de exclusiviteit. Heel lang hanteerden we een bekende uitspraak van Groen van Prinsterer als een soort geuzen-slogan: In het isolement ligt onze kracht. Inmiddels zijn we er als vrijgemaakte isolement groengereformeerden toch wel achter gekomen dat er een behoorlijk groot verschil is tussen een zelfgekozen isolement of een isolement waarin je door de buitenwacht gedrongen wordt. En we zijn er ook stukje bij beetje achter gekomen dat je je kracht niet moet zoeken in het je afzetten tegen de grote boze wereld (vooral in de andere kerken waar alles zo slecht en verderfelijk en zorgelijk is), maar dat je je kracht moet zoeken in je eigen overtuiging. Oftewel: niet het negatieve bij de ander bindt een kerkelijke gemeenschap samen, maar je kunt pas iets uitstralen als je de positieve verbindende elementen bij jezelf weet te benoemen.

Dat laatste heeft iets heel postmoderns: ga uit van je eigen kracht. Maar tegelijk is het ook iets heel bijbels-christelijk: ga uit van de eigen kracht van het Evangelie van Jezus Christus. Zonder te veroordelen. Maar wel door duidelijk te zijn over je missie en je kernwaarden. En dus ook over de grenzen van je identiteit.

Spannend

Op dit punt ervaar ik een spanningsveld, zowel in mijn christen-zijn als in hoe we samen kerk willen zijn. Hoe handhaaf je als persoon je christelijke principes en hoe behoud je als kerkelijke gemeente je bijbelgetrouwe identiteit in een geïndividualiseerde samenleving? Iedereen mag immers autonoom zelf de belangrijkste keuzes van het leven maken. Of het echt autonoom is, kun je je afvragen, maar de tendens is toch nog steeds: ‘Elke keus is goed als je die maar bewust maakt.’ En meteen daar achteraan zit de tendens: ‘Dus waag het niet om een ander om zijn of haar keus te veroordelen’. Zelfs als je als christen je eigen standpunt in het publieke domein van media of politiek neerzet, word je al van onverdraagzaamheid beschuldigd door met name de wat hoger geschoolde elite. Een aantal jaren noemde Kluun dat in zijn boekje God is gek “de dictatuur van het atheïsme”. Hij vond dat de zendingsdrang van het atheïsme in de media te vergelijken met een intellectuele kruistocht tegen christenen.

Wat zet je daar tegenover als christen en als kerk? Hoe baken je je positie af? Dat vind ik niet gemakkelijk in deze tijd. Maar ik wil wel een poging doen om dat duidelijk te maken. Daar gebruik ik twee voorbeeld voor.

Het glas en de wijn

wijn rood glasEerst het beeld van een goed glas wijn. Wat moet er goed zijn? Het glas of de wijn? De wijn natuurlijk. Daar gaat het om. Maar zonder een goed glas kun je de wijn niet drinken. Vorm en inhoud hebben dus alles met elkaar te maken, als je denkt vanuit het voorbeeld van een goed glas wijn.

Dat geldt ook als je nadenkt over het christelijk geloof en de betekenis ervan voor de samenleving van vandaag. Volgens mij moet je steeds jezelf als voorganger en ook jezelf als geloofsgemeenschap bevragen op de vorm én de inhoud van je christelijke overtuiging. Sterker nog: zonder vaste vormen vervaagt de inhoud, is mijn overtuiging.

Tegelijk zie ik heel goed het gevaar van formalisme: de vaste vorm wordt belangrijker dan de inhoud. Dat gevaar zag Jezus in zijn tijd op aarde heel scherp bij die stroming in het jodendom die zich het meest serieus met het geloof bezig hield: de farizeeën. Op gezag van mijn leermeester Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen, prof. Jakob van Bruggen, neem ik maar even aan dat deze groepering in hoog aanzien stond bij de meeste mensen, omdat ze zo consequent vanuit het geloof in de God van Abraham, Izaäk en Jakob leefden. Naar God toe en naar hun naaste toe. Consequent en ook radikaal door de zonde te benoemen en af te wijzen. Maar Jezus laat volgens mij zien dat heel die farizeese geloofsbeleving gebaseerd is op vorm en veel minder op inhoud. Want Hijzelf is de inhoud – en juist de farizeeën wijzen Hem af als de Zoon van God en het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt.

Voor mij als gereformeerd predikant is de spannende vraag in deze tijd: hoe bewaak ik de inhoud van het christelijk geloof zonder dat ik een formalist wordt? Zowel als het om de leer gaat: hoe spreken we in de kerk over God en over Jezus, over wie Ze zijn en wat Ze doen? Als om het leven: wanneer mag je zeggen dat iemand qua levensstijl echt niet meer het voorbeeld van Jezus (Johannes 13:15) en God (Efeziërs 5:1)volgt? Want je kunt de spelregels van het christelijk geloof best aanpassen aan de behoeften van de tijd. Zo PVT 2015 - Nijmegen 2gebeurt dat ook in sommige sporten. Maar je kunt onmogelijk volhouden dat als we afspreken om van het net een doel te maken en om de bal niet meer met de handen, maar alleen nog met de voeten aan te raken, dat we dan nog steeds met dezelfde sport te maken hebben.

Waar ligt, als het om geloven binnen de christelijke traditie gaat, dan de grens tussen vorm en inhoud? Voor mij ligt die, als predikant binnen de gereformeerde traditie, in de belijdenis van de Twaalf Artikelen van het onbetwijfeld christelijk geloof. Want daarin staat wat – of liever nog: Wie mij bezielt en inspireert. Als ik daar niet meer mee uit de voeten zou kunnen, zou ik m’n ambt als predikant neerleggen en iets gaan doen met ‘mens en religie’ of zo. Ik besef dat als je in onze tijd zegt dat de Twaalf Artikelen het uitgangspunt zijn voor het echte christen-zijn en kerk-zijn, dat zo’n overtuiging heel exclusief overkomt. Terwijl ik tegelijk juist vanuit de christelijke traditie ook hart heb voor de stad waarin wij wonen en vooral voor alle mensen die hier leven.

Concentratie – Integratie 

Daarom wil in een tweede beeld naar voren halen. Dat beeld ontleen ik aan mijn zeer gewaarde overbuurman uit Nijmegen, waar ik van 1999 tot 2005 predikant was. Mijn overbuurman was betrokken katholiek en directeur van een mega-basisscholen-conglomeraat waarin al het katholieke, protestantse en algemeen-bijzonder onderwijs in samengevoegd was. We hebben bijzonder goede gesprekken gevoerd over de plaats die je als maatschappij-betrokken christen in de samenleving moest innemen. Hij zei tegen mij: Ernst, weet je, bij jullie vrijgemaakt-gereformeerde scholen zie ik een sterke focus op de handhaving van je identiteit. Bij onze algemeen-christelijke scholen-organisatie daarentegen zie ik een sterke focus op de plek die iedereen moet innemen in de samenleving. Jullie sterke punt is concentratie en ons sterke punt is integratie.

concentratie integratie hondIk vond dat een prachtige vondst, die twee typeringen, omdat ze zo waardenvrij zijn. Er zit geen veroordeling in. Want welk bedrijf wil zich nu niet concentreren op z’n core-business? En welke organisatie wil nu niet een respectabele, zinvolle plek midden in de samenleving innemen? Maar ik voel meteen weer de spanning. Het blijft voor alles wat zich christelijk noemt blijkbaar heel lastig om de concentratie op de bijbelse uitgangspunten en de integratie en acceptatie in de samenleving te combineren. Als je openlijk uitkomt voor je uitgangspunt dat Jezus de Zoon van God is die als Lam van de God de zonde van wereld wegneemt, en vanuit zijn liefde als inspiratiebron maatschappelijke hulp wilt verlenen aan vrouwen die vast zitten in de prostitutie (Het Scharlaken Koord) of in probleemwijken met jongeren aan de slag wilt (Youth for Christ) of op maatschappelijk vlak vraag en aanbod bij elkaar wilt brengen (Stichting Present), kun je nog zo hard roepen dat je aan integratie wilt werken, maar je concentratie op Jezus Christus roept bij de seculiere atheïsten, of ze nu links of rechts zijn, een boel weerstand op. Volgens hen is er maar één manier waarop christenen hun plek in het maatschappelijke veld mogen innemen: op persoonlijke titel in niet-religieus-gebonden organisaties.

De balans

Het gaat dus om de vraag: hoe bewaak je je christelijke identiteit (concentratie) terwijl je toch zoveel mogelijk je plaats in de samenleving (integratie) wilt innemen? En hoe vind je daarin de balans? Als GKV zitten we nog steeds vooral op de lijn van de concentratie, denk ik. Dat vind ik terecht, ook al loop je het risiko dat het lijntje naar boven belangrijker wordt dan het lijntje naar elkaar. Terwijl Jezus heel de wet samenvatte in het dubbel-gebod van de liefde: God boven alles en je naaste als jezelf. Omgekeerd dreigt een nog groter risiko namelijk: als je alleen maar vanuit de naastenliefde denkt en handelt, raak je uiteindelijk je inspiratiebron kwijt. Want die moet ik, als ik de Bijbel serieus neem, toch echt van buiten onszelf in onszelf komen. Het is God die van alle mensen houdt en voor heel zijn schepping zorgt. En Jezus maakt Zichzelf bekend als de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt bij die God van liefde en zorg uit dan via Hem. Maar hoe geef je daar vorm aan zonder exclusief en veroordelend te zijn? Als christen? En als kerkgemeenschap? Dat is voor mij een open vraag. En tegelijk mag ik daar keuzes in maken. Als christen. Als kerkgemeenschap. Niet uit eigen kracht. Ook niet om het isolement te zoeken. Maar “in het vertrouwen dat God het ons toestaat deze keuzes te maken” (Hebreeën 6:3).

“Onbedoeld zwanger? Vier het leven!”

zwanger“Onbedoeld zwanger? Vier het leven!” Dat was de titel van de kerkdienst van zondagmiddag 1 oktober 2017. Op het eerste gezicht misschien een wat gekke slogan, maar de aanleiding was als volgt. In onze kerk preken we nog steeds met enige regelmaat  uit de Heidelbergse Catechismus. Op dit moment zijn we bezig met de behandeling van de Tien Geboden. Het Zesde  Gebod is. Pleeg geen moord. In Zondag 40 van de catechismus worden daarover drie vragen gesteld.

Vraag 105: Wat eist God in het zesde gebod?

Antwoord: Dat ik mijn naaste niet van zijn eer beroof, niet haat, kwets of dood. Dit mag ik niet doen met gedachten, woorden of gebaren en nog veel minder met de daad, ook niet door middel van anderen, maar ik moet juist alle wraakzucht afleggen. Ook mag ik mijzelf geen letsel toebrengen, evenmin mag ik mijzelf moedwillig in gevaar begeven. De overheid draagt dan ook het zwaard om de doodslag te weren.

Vraag 106: Het gaat dus in dit gebod niet alleen om doodslag?

Antwoord: Nee. Door de doodslag te verbieden leert God ons ook dat Hij afgunst, haat, toorn en wraakzucht als de wortel van deze zonde haat en dat dit alles voor Hem doodslag is.

Vraag 107: Maar is het genoeg dat wij onze naaste, zoals gezegd, niet doden?

Antwoord: Nee, want terwijl God afgunst, haat en toorn verbiedt, gebiedt Hij dat wij onze naaste liefhebben als onszelf, jegens hem geduldig, vredelievend, zachtmoedig, barmhartig en vriendelijk zijn, zijn schade zoveel mogelijk voorkomen en dat wij ook onze vijanden goed doen.

Wat bij mij bleef haken toen ik deze woorden op me liet inwerken waren de zinnetjes: Ik mag mijzelf geen letsel toebrengen en evenmin mag ik mijzelf moedwillig in gevaar begeven. De overheid draagt dan ook het zwaard om de doodslag te weren. Ik dacht: als God het niet goed vindt om jezelf iets aan te doen, dan geldt dat toch zeker voor het ongeboren leven dat een aanstaande moeder met zich meedraagt! En ik dacht daarbij: wat voor overheid hebben we eigenlijk hier in Nederland, die toestaat dat van de 200.000 baby’s die geboren hadden kunnen worden, zo’n 30.000 in de moederschoot worden vermoord. Hoezo ‘doodslag weren’? Het is eerder ‘doodslag stimuleren’! En zo kwam ik uit bij vragen rondom abortus. Dat is al 50 jaar heel normaal in Nederland. En toch went het nooit. Er blijft altijd veel over te doen. Zeker ook de laatste tijd. Maar wat vind ik er eigenlijk zelf van? En wat voor standpunten neem jij in? Dus besloot ik om mij ook maar eens aan een Kahoot-quiz wagen. Met vijf vragen.

Abortus is moordVraag 1 sluit aan op het Zesde Gebod: ‘Pleeg geen moord.’ Nou, schreef een jonge moeder mij een keer, dat geldt zeker voor abortus, want ook al vindt heel Nederland het zo normaal als wat: “Abortus blijft wat mij betreft hoe dan ook moord!!!” (de drie uitroeptekens zijn van haar)

  1. Hier ben ik het helemaal mee eens
  2. Hier kan ik mij totaal niet in vinden
  3. Dat is per situatie verschillend

Toch zijn er veel verschillende situaties waarin er voor een abortus gekozen wordt. Vraag 2 was daarom : wanneer vind jij dat een abortus wél zou mogen?

  1. Als het leven van de moeder serieus gevaar loopt.
  2. Bij antwoord 1) én na een verkrachting
  3. Bij antwoord 1) en 2) én als het kind een zware handicap heeft
  4. Als de moeder goede redenen heeft om geen kind te krijgen

Abortus onbedoeld zwangerVraag 3 ging over tienerzwangerschappen. Ook in Nederland komt dat nog steeds veel voor. Wat moet je dan doen? Neem de volgende situatie: Sandra van 17 wordt onbedoeld zwanger. Ze heeft geen vaste vriend. Ze woont op kamers en is net aan een goede opleiding begonnen. Terug naar huis kan niet, want haar ouders zijn gescheiden. Ze overweegt een abortus en vraagt wat jij zou doen. Wat voor advies geef jij?

  1. “Het is jouw keus. Denk er goed over na.”
  2. “Als je je kindje laat weghalen, zondig je heel erg tegen God.”
  3. “Ik begrijp heel goed dat jij in jouw situatie voor een abortus kiest.”

Een andere reden om voor abortus te kiezen is de kans dat je kind gehandicapt is. Tegenwoordig is er veel te doen rondom de NIP-test. Daarom kan het syndoom van Down vroegtijdig ontdekt worden. Wat doe je dan? Bij vraag 4 keken we eerst naar een interview (minuut 13:05-13:25) met een jonge vrouw die het Down-syndroom heeft. Ze komt uit Denemarken, waar al bijna geen Down-kinderen geboren worden. Aan de hand daarvan kwam Vraag 4: ‘Als ik van te voren zou weten dat ons kind het Down-syndroom heeft …’

  1. Zou ik mijn kind zonder meer houden.
  2. Zou ik het een hele moeilijke keus vinden.
  3. Zou ik waarschijnlijk voor een abortus kiezen.

De laatste vraag ging over David en de relatie die hij met zijn buurvrouw Batseba kreeg. Toen ze onbedoeld zwangerschap werd, deed David er alles aan om het te verdoezelen.. Stel nou eens dat David in onze tijd geleefd had? Wat zou hij dan gedaan hebben? Dat was Vraag 5: Als David in onze tijd geleefd had, had hij bij Batseba vast aangedrongen op een abortus.

  1. Ja, want David wilde kost wat het kost de schijn ophouden.
  2. Nee, want David was ook in zijn zwakheid een gelovige koning.
  3. Geen idee, gelukkig maar dat David niet voor die keus stond

Het verhaal van David en Batseba staat in 2 Samuel 11. En zoals een zwangerschap niet verborgen kan blijven, kwam ook deze enorme misstap van David uiteindelijk toch aan het licht. 2 Samuel 11 eindigt namelijk met de zin: “Naar het oordeel van de HERE was het wel degelijk slecht wat David gedaan had.” Dus komt de profeet Nathan bij David en vertelt hem wat voor grote zonden (moord en doodslag) David begaan heeft. Je kunt het nalezen in 2 Samuel 12:1-25.

Bij de laatste Kahoot-vraag over David ligt het misschien voor de hand om als antwoord te geven: Geen idee of David op een abortus zou hebben aangedrongen als hij in onze tijd geleefd had. Maar ik heb zo’n bang gevoel dat het antwoord Ja, want David wilde kost wat het kost de schijn ophouden wel eens dichter bij de waarheid zou kunnen zitten. Als je ten einde raad bewust je buurman om het leven laat brengen, ben je volgens mij ook bereid om een ongeboren kindje op te offeren voor je goede naam en karrière.

Abortus hopeloosBij dit gedeelte moest ik denken aan het andere zinnetje uit de catechismus: tegenover ‘niet doodslaan’ staat ‘je naaste liefhebben en zijn schade zoveel mogelijk voorkomen. Maar weet je wat het is? Veel mensen willen hun eigen schade of nadeel of ongemak zoveel mogelijk beperken. Dat zag je bij David. Dat zie je vandaag nog steeds. Ten koste van, als het echt niet anders kan, andermans leven. En hoe zwakker en kwetsbaarder dat leven is, hoe gemakkelijker dat gaat. En dan kom je op 30.000 abortussen per jaar in Nederland.

Nu geldt er in Nederland een verplichte bedenktijd van vijf dagen om aan te geven dat abortus een ingrijpende zaak is waar je niet zo maar voor kiest. In België wordt zelfs de term ‘noodsituatie’ gebruikt. Maar uit onderzoek (bron: katholiekforum) blijkt dat die noodsituatie in 95% van de gevallen onder één van de volgende categorieën valt: *momenteel geen kinderwens; * de vrouw voelt zich te jong; * voltooid gezin; * ‘ideaal’ kindertal bereikt. Zijn dat noodsituaties die het ombrengen van jong leven wettigen?

Embryo gezichtIn de Bijbel vertelt God ons, dat het leven al in de moederschoot begint. Daarom staat er in Exodus 21:22 een regel, dat er schadevergoeding moet worden betaald aan een vrouw, als ze door de schuld van iemand anders een miskraam krijgt. En hoe mooi bezingt David in Psalm 139:13-18 dat God het Zelf geweest is, die hem als jongste en 7e zoon van 9 kinderen (hoezo ‘voltooid gezin’) die hem in de buik van zijn moeder weefde – “wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt.” In Jeremia 1:5 kunt je lezen hoe God Jeremia al in de moederschoot voorbestemd had als zijn profeet. In het Nieuwe Testament lees je in Lukas 1:41-45 over de kleine Johannes die in de buik van zijn moeder Elisabeth een vreugdedansje maakt als Maria plotseling op bezoek komt. Ze is nog maar net in verwachting, maar toch noemt Elisabeth haar al ‘de moeder van mijn Heer’. En later, in Markus 10:13-16, neemt Jezus Zelf kleine kinderen als voorbeeld. In de volwassen wereld van toen telden die niet mee. Maar bij God en bij Jezus wel! Juist wat zwak is, is kostbaar in Gods ogen!

Vandaag zijn de ongeboren kinderen de zwaksten in de samenleving. Hun leven mag geen naam hebben. Je laat immers alleen maar ‘iets’ weghalen? En het heeft geen enkele bescherming – het recht van de sterkste zegeviert. En als je denkt: maar elke vrouw mag toch zelf de beslissing nemen om het te houden of niet, zeker na een verkrachting of als je weet dat het kind een ernstige handicap zal krijgen … zelfs dan geef ik iedereen het advies daar nog eens goed over na te denken. Volgens mij zit je heel snel op een glijdende schaal. Als mensen spelen we voor God als wij de kwaliteit en levenskansen bepalen van een baby die met een achterstand geboren wordt. David heeft in een andere psalm, Psalm 31, gezegd: ‘Mijn tijden zijn in Gods hand.’ Als mensen elkaars leven in hun hand gaan nemen, is dat volgens de Bijbel moord. Dat geldt ook voor abortus. Zeker als de voornaamste reden is, dat deze zwangerschap echt niet bedoeld was of gelegenheid komt.

David Batseba ChagallMaar dan moet je er wel iets bij zeggen. Twee dingen eigenlijk. In het verhaal van David is Batseba de grote afwezige, lijkt het wel. OK, ze was er zelf bij toen ze onbedoeld zwanger werd. Maar had ze veel keus? Mannen veroorzaken vaak de ellende, maar daarna zie je ze niet meer. In de tijd van Jezus zie je dat ook. In Johannes 8:1-11 brengen de joodse leiders een vrouw bij Jezus die betrapt is toen ze vreemd ging of in het bordeel lag te rotzooien. Volgens de wet van Mozes moeten er dan twee mensen voor de rechtbank worden aangeklaagd vanwege overspel. Maar men brengt alleen het hoertje bij Jezus. Zo gaat het vaak: de vrouw wordt niet gehoord (zoals bij Batseba) of de vrouw staat er alleen voor (zoals dat hoertje). Vandaag gebeurt nog steeds hetzelfde. En natuurlijk, je bent er altijd zelf bij geweest als je zwanger raakt. Alleen bij verkrachting en bij incest is het echt tegen je eigen wil. Maar als iedereen je laat stikken zodra er zich nieuw leven aandient, vind je het dan gek dat de druk om een abortus te ondergaan zo groot wordt, dat veel vrouwen het ook doen?

Wat is dan een goede, bewogen houding? Nou, dat is het tweede: kijk naar hoe Jezus met die vrouw omgaat. Hij zegt niet tegen haar dat zij zo’n grote zondaar is. Dat zegt Hij juist tegen de mannen om haar heen. Hij zegt wel twee andere dingen tegen haar. Als eerste: ‘Ook Ik veroordeel je niet.’ En als tweede: ‘Ga maar, en zondig vanaf nu niet meer.’ Dat vind ik mooi. Jezus zegt eigenlijk tegen haar: ‘Ondanks wat er gebeurd is, vier het leven!’ Maar, zegt Hij erbij, stapel geen zonde op zonde. Dus als je onbedoeld zwanger bent, of misschien zelfs wel ongewenst … je wilt daarnaast toch ook niet nog de moord van je kindje op je geweten hebben?

Sterker nog … dat willen we toch samen niet? Gelukkig zijn er alternatieven. ChavahBijvoorbeeld het initiatief om tienermoeders die er alleen voor staan, op te vangen. In Groningen kan dat sinds ruim een jaar bij “CHAVAH” – een leef- en leerhuis voor jonge moeders. Op www.chavah.nl vind je meer informatie. In de kerkdienst van 1 oktober gaf Taeke Venema, één van de oprichters van Chavah, een mooie presentatie over hun missie en hun werk. Jonge meiden die onbedoeld zwanger geraakt zijn, komen tot rust en leren het leven –van hunzelf en van hun kleine– weer te  vieren. Bekijk eens de introvideo van Chavah op YouTube (klik hier). Meeleven kan altijd. Meehelpen ook. En bidden natuurlijk. Voor iedereen die onbedoeld zwanger is  En voor al het ongeboren leven.

 

Ben jij ook zo bang – als christen in Nederland?

Vroeger op de basisschool hoorde ik niet bij de branieschoppers van de klas. Eerder omgekeerd. Dus werd ik regelmatig uitgescholden voor ‘bangeschieterd’. Tot ik op een keer dacht: ik ga níet meer aan de kant bij een fietscrossrace door de straten van ons dorp. Mijn klasgenoot had dat uiteraard niet verwacht en dus eindigde onze ontmoeting in een frontale botsing. Twee fietsen kapot, allebei flink wat schrammen en bulten, maar ik werd nooit meer uitgescholden voor ‘bangeschieterd’.

“Ben jij ook zo bang?” zong Toontje Lager in de jaren ’80 van de vorige eeuw al. Vandaag lijken veel mensen nog steeds bang te zijn. Ook onder christenen. Op zich verbaast mij dat niet. De wereld verandert in een rap tempo. In alle opzichten, of je nu kijkt naar het klimaat, naar de vluchtelingencrisis of naar de wereldvrede. Bovendien wordt Nederland steeds onchristelijker. Dat blijkt alleen al uit de cijfers. Eind december 2016 kwam het CBS met cijfers waaruit blijkt dat voor het eerst minder dan de helft van de Nederlanders aangesloten bij een kerk / synagoge / moskee / stoepa. Ook al hanteert het CBS een wat rare methodiek (23,8% katholiek, 6,5% hervormd, 5,7% protestants, 3,3% gereformeerd, 4,9% moslim, 5,7% overig, nl. evangelisch, boeddhist, joods) – het laat zien dat nog maar 49,9% van de burgers in ons land zich religieus noemt, waarvan ongeveer 40% christelijk. En terwijl Urk in maar liefst 97,8% van de bevolking christelijk is (0,0% moslims, 2,2% niet-kerkelijk), zitten wij in Assen onder het landelijk gemiddelde qua religiositeit (60,5% niet-gelovig, 39,5% wel gelovig), maar kunnen we aan de andere kant nog wel lekker opgaan in onze gereformeerde bubbel, want die bedraagt in Assen precies 10,0% – tegenover ongeveer 1,6% moslim).

Daarnaast krijgen we het in Nederland in de komende jaren ook moeilijker als het gaat om publiek uit te komen voor onze eigen, op de Bijbel gefundeerde normen en waarden. Van buitenaf worden die door de overheid en de samenleving steeds minder geaccepteerd en getolereerd. En binnen eigen kring worden christenen soms ook meewarig aangekeken als ze in alles de goede regels van God en de levensstijl van Christus proberen na te volgen.

Maar hoe erg is dat?

Paulus bemoedigt (!) de christenen in Filippi met deze woorden: Aan u is de genade geschonken niet alleen in Christus te geloven, maar ook omwille van Hem te lijden. (Fil. 1:29). Dat moet je niet verbazen, zegt Paulus erbij, want ik spreek uit ervaring. En ook al hoef je het lijden niet op te zoeken, als het je overkomt is lijden vanwege je geloof in Jezus Christus positief signaal. Daarom kan Paulus ook zeggen: Laat u op geen enkele manier door de tegenstanders angst aanjagen, want dat is een teken van God: voor hen dat ze ten onder gaan, voor u dat u wordt gered. (Fil. 1:28).

Gumbel Een leven dat zin heeftIk vind het erg herkenbaar wat Paulus schrijft over angst. Ik denk dat er in Nederland veel bange christenen zijn. Vooral bang om zelf te moeten afzien vanwege het geloof in Christus. Nicky Gumbel, de man van de Alphacursus, bespreek in zijn boekje Een leven dat zin de hele Filippenzenbrief. Hij schrijft bij dit vers: ‘Hoewel wij, westerlingen, het minst te vrezen hebben, zijn we het bangst. Onze angsten houden verband met impopulariteit of sociaal isolement. Maar anderen moeten martelingen, gevangenschap en de dood onder ogen zien. Voor de westerse kerk is nú de tijd aangebroken om het optimale rendement te halen uit onze vrijheid, en voortgang te maken met de verbreiding van het evangelie. Waar we ook zijn, de mogelijkheden om het goede nieuws door te geven zijn onbeperkt.’

Op beide punten heeft hij, denk ik, gelijk. We hebben in West-Europa nog nooit zolang zoveel godsdienstvrijheid gehad als in de laatste honderd jaar. Maar tegelijk zijn we als christenen bang geworden om in alle omstandigheden voor Jezus Christus uit te komen. In Paulus’ tijd was dat niet anders. Ook toen leefden christenen als een minderheid te midden van een verdorven en ontaarde generatie. Ze kregen van Paulus de opdracht mee om in zo’n samenleving van egoïsten en populisten te schitteren als sterren aan de hemel. Dat lukt alleen maar door vast te houden aan het woord dat leven brengt (Fil. 2:15-16). Vandaar ook dat Paulus de christenen van Filippi oproept: Blijf standvastig in de Heer!’ Oftewel, zoals  de Bijbel in Gewone Taal kernachtig zegt: Hou vast aan jullie geloof in de Heer! (Fil. 4:1)

Wie dat doet, hoeft nergens bang voor te zijn.

 

Leesrooster voor bange en niet-bange christenen

‘Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’ (Psalm 119:105). Nu heb je verschillende soorten lampen. Het lezen van een bijbelgedeelte is als een bureaulamp: je gaat er even voor zitten. De dagteksten zijn bedoeld als zaklampjes: af en toe even aanknippen en je afvragen: ‘Wat wil de Heilige Geest met deze tekst vandaag tegen mij zeggen?’ Als gebedspunt zou je elke dag voor één of meer vervolgde christenen kunnen bidden.

Dag 1: Matteüs 10:16-33            Dagtekst: Matteüs 10:34

Denk niet dat Ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

Dag 2: Handelingen 5:12-25       Dagtekst: Psalm 90:11

Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat.

Dag 3: Handelingen 5:26-42       Dagtekst: Handelingen 5:41

De apostelen waren verheugd dat ze waardig bevonden waren deze verne­dering te ondergaan omwille van de naam van Jezus.

Dag 4: Handelingen 16:1-15       Dagtekst: Kolossenzen 4:3

En bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent om het mysterie van Christus te verkondigen, waarvoor ik gevangen zit. 

Dag 5: Handelingen 16:16-25     Dagtekst: 1 Petrus 2:20b-21

Het is een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. Dat is uw roeping: ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven.

Dag 6: Handelingen 16:26-40              Dagtekst: Filippenzen 1:19

Ik weet, dat dit alles door uw gebed en de hulp van de Geest van Jezus Christus tot mijn redding leidt.

 

 

Christendom + macht = misbruik?

amerika-vlag-vrijheidsbeeldIn Amerika is een flinke maatschappelijke diskussie aan de gang over de vraag of de standbeelden van de generaals van de zuidelijke staten uit de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861-1865 moeten worden verwijderd. Want die zuidelijke staten wilden de slavenij handhaven. Zulke ‘foute’ leiders verdienen geen standbeeld. Op die mening valt wel het nodige af te dingen (klik hier om een artikel uit het Reformatorisch Dagblad van 23-08 2017 te lezen over generaal Robert E. Lee). Naar aanleiding van dit nieuws plaatste iemand op Facebook de opmerking, dat we dan ook maar alle beelden van Jezus moesten opruimen, omdat er  heden ten dage nog miljoenen mensen zijn die door Hem op het verkeerde pad gebracht zijn, zodat ze nog steeds in zijn waanideeën geloven alsof Hij kon lopen over water en dat Hij de Zoon van God zou zijn. En in de reakties op dat FB-bericht gaat het dan meteen ook over het christelijk geloof dat door de geschiedenis heen tot zoveel oorlogen en andere vormen van misbruik heeft geleid.

geloof en machtKlopt dat? Is het waar wat wel eens als wiskundige stelling gezegd wordt : christendom + macht = misbruik? Ik kan me er wel iets bij voorstellen. In de naam van God heeft de kerk veel leed veroorzaakt. Denk alleen maar aan de schandalen rond seksueel misbruik door priesters in de RK-kerk, maar ook in andere kerken. En zo gauw de kerk een politieke factor werd,  ging het ook mis. Denk aan de kruistochten. Met de leus “God wil het!” werden joden en moslims en ook de christenen in het Midden-Oosten die allemaal ketters waren, een kopje kleiner gemaakt. En later, in de Gouden Eeuw en daarna tot aan Kruistochtende Tweede Wereldoorlog, zie je dat grote delen van Afrika, Amerika, Australië  en Azië gekoloniseerd zijn door Europeanen. Maar altijd namen die ook het christendom mee. Christendom en kolonialisme gingen hand in hand. Ja, zeiden onze voorvaders: God staat aan onze kant, dus het christelijk geloof is het geheim van ons succes, en dat christelijk geloof brengen we nu ook aan de blinde heidenen. Maar ondertussen maakten we ons schuldig aan uitbuiting  en slavernij – dingen die we nu afkeuren. En zowel in de Eerste als in de Tweede Wereldoorlog werden de legers van beide kanten ingezegend door priesters en predikanten. Ja, in W.O. II droegen de Duitse soldaten op het slot van hun koppelriem het Nazi-symbool én de tekst ‘God met ons’.  Da’s andere koek dan op de rand van onze 2-koppelriem-gott-mit-uns.jpgEuro-munt! Geen wonder dat sommige mensen zeggen: christendom + macht staat gelijk aan misbruik. Of, nog sterker: religie vergiftigt alles. En ik ga het ook niet goedpraten. Ik maak ook geen lijst van alle goede dingen die het christendom gebracht heeft. Dan ga je dingen tegen elkaar wegstrepen. En dus jezelf rechtvaardigen.

Maar weet je wat het is? Het is te simpel om te zeggen dat het aan het christendom ligt. Je moet verder kijken. Wie veroorzaken al die ellende in de wereld? Zijn dat alleen christenen? Zijn dat alleen religieuze mensen? Als je eerlijk bent, moet je zeggen: nee, er zijn ook veel niet-christenen die met de macht die ze hadden veel leed veroorzaken. Denk maar aan Hitler in Duitsland. Denk maar aan Stalin in Rusland. Denk maar aan Mao Zedong in China. Denk maar aan Pol Pot in Cambodja. En dan heb je nog een stel minder bekende figuren.  Je moet dus dieper boren en jezelf de vraag stellen: waarom maken vóór 1900 veel religieuze mensen misbruik van hun macht? En waarom maken in de 20-ste eeuw veel niet-religieuze mensen hun macht om miljoenen slachtoffers te maken? Dat heeft simpelweg te maken met feit dat vóór 1900 de meeste mensen religieus waren en in 20-ste eeuw voor eerste keer sinds eeuwen de dictatoriale machthebbers niet-religieus waren. En nu, in de 21-ste eeuw, zijn het weer de religieuse groeperingen die hun macht misbruiken – en dit keer vaker moslims dan christenen.

Oftewel: de stelling christendom + macht = misbruik klopt niet. Je  moet zeggen: iedereen + macht = misbruik. Over heel de breedte maken mensen misbruik van hun macht en invloed als ze de kans krijgen en in die positie komen. Als het gelovige mensen zijn die misbruik maken van hun positie, is de Bijbel daar heel scherp in. God houdt religieuze mensen niet de hand boven het hoofd. Integendeel, Jezus hekelt de hypokriete geestelijke leiders en vergelijkt ze met grafmonumenten: van buiten prachtig, van binnen  verrot. Maar in de Bijbel zegt God er nog iets bij: dat geldt voor alle mensen. Wij Kruis Jezus misdadigers in loodzijn allemaal rot van binnen. En dat is moeilijk te accepteren.  Er zijn maar weinig mensen die zoveel zelfinzicht hebben én dat royaal durven te erkennen als die ene misdadiger die naast Jezus aan het kruis hing. Want die zei tegen zijn maat in het kwaad: ‘Ben jij zelf nu nog niet bang voor God? Want wij hangen hier terecht! En straks moeten wij voor onze Maker verschijnen.’ Dat hoor je bijna niemand in de gevangenis of in de rechtszaal zeggen: ‘Ik zit terecht gevangen, ik ben zo schuldig als het maar kan, ik verdien terecht de zwaarste gevangenisstraf.’ Er zijn maar weinig mensen zoals die tweede misdadiger.  Wie ziet nou voluit het kwaad in zijn eigen leven en erkent volledig zijn eigen schuld?

Inderdaad, ook christendom + macht = misbruik. Omdat christenen ook mensen zijn. En alle mensen misbruiken hun macht ten koste van anderen. Ik ken maar één uitzondering: Jezus. Uit alle vier biografieën over zijn leven die in de Bijbel staan komt hetzelfde beeld naar voren: Jezus + macht = liefde & zelfopoffering. Dat zie je het beste kruisiging moordenaar 2aan het kruis. Maar liefst drie keer staat er, dat mensen tegen Hem roepen: ‘Red je zelf als je kunt!’ Maar Jezus deed het niet. Hij wendde zijn macht niet aan om zelf de Man te zijn en als de grote Leider vereerd te worden.  Nee, Hij bracht zijn eigen levenslessen in praktijk en keerde zijn vijanden de andere wang toe. Hij bad zelfs voor ze toen de spijkers door z’n handen en voeten geslagen werden: ‘Vader, vergeef het hun.’ Hij kwam niet van het kruis af, maar bleef hangen, want Hij wilde anderen redden van de eeuwige ondergang.  

Dus als iemand beweert dat het christendom alleen maar ellende veroorzaakt, en dat Jezus met zijn rare ideeën daar de oorzaak van is, dan klopt dat niet. Je moet de inhoud van het christendom beoordelen op grond van de Persoon om wie het gaat: Jezus Christus. Niet op grond van zijn volgelingen, de christenen. Want daar zijn stapels mensen onder die hypokriet zijn of hun macht misbruiken voor het eigenbelang. Ja, als je eerlijk bent, weet je diep in je hart dat je daar zelf ook vatbaar voor bent. Wees daar niet verbaasd daarover, dat was Jezus ook niet. Het is pas fataal voor het christendom , als je ook Jezus kunt betrappen op zulk misbruik. Maar dat zal je niet lukken, als je tenminste de verhalen over Jezus eerlijk en onbevooroordeeld durft te lezen.

Deze blog heb ik verder uitgewerkt in een preek over Lukas 23:32-43 die met liturgie, PPP en kindmoment te vinden is onder ‘Preken’ –> ‘Preken NT’.

 

Een hartstochtelijk pleidooi voor christelijke vrijheid

“Paulus gebiedt dat men God zal aanroepen met uitgestrekte handen en een ontbloot hoofd. Maar wanneer ik met aandacht tot God kan bidden met een bedekt hoofd en zonder uitgestrekte handen, en toch de eerbied en de orde in de gemeente niet verstoor, voorwaar, ik ben aan zo’n voorschrift niet verbonden.”

“Voorwaar, het is een voorschrift van Paulus dat vrouwen hun hoofd behoren te bedekken, en toch zou het tegen de christelijke vrijheid ingaan, wanneer men alle volken en iedere christen persoonlijk zó daaraan wil binden als het niet anders geoorloofd is.”

Deze zinnen vloeien in 1568 uit de pen van Marnix van Sint Aldegonde. Waarom? Nou, in de Nederlandse vluchtelingengemeente te Londen was sinds 1564 grote on­enig­­heid ontstaan over het het gebruik van twee getuigen bij de doop. De nieuwe predi­kant, Godfried van Wingen voerde, met instemming van de kerkenraad, in fe­bru­­ari van dat jaar dit als verplichting in. Met nadruk werd gesteld, dat dit gebruik van ouds in de christelijke kerk in gebruik­ was, niet in strijd is met de Schrift en voor het functioneren van de kerk in Loden noodzakelijk was. Enkele diakenen protes­teer­den hiertegen. Maar de kerkenraad hield voet bij stuk. De zaak escaleerde en diverse pogingen om de vrede te herstellen mislukten. De kern van het kon­flikt draai­de om de vraag: bezitten ambtsdragers het gezag en de autori­teit om bindende besluiten te nemen waar alle gemeenteleden zich verplicht aan moeten houden?

Marnix Aldegonde portret 2Om aan de ‘Wingense Twisten’ (zoals het inmiddels heette) een einde te maken, gaf de Londense kerkenraad in maart 1568 een brochure uit met 27 stellingen over de christelijke vrijheid en over het gezag en de bevoegdheid van de kerkenraad om bindende voorschriften op te leggen aan de gemeente. Kort samengevat komt het hier op neer: een kerkenraad in het belang van de gemeente regels en voorschriften op te stellen. Als die niet tegen de Bijbel in gaan, moeten gemeenteleden zich daaraan onderwerpen. Deze taak hebben zij van Christus ontvangen, net zoals de overheid van God de bevoegdheid ontvangen heeft om wetten te maken en te handhaven die goed zijn voor de burgers van het land.

De kerkenraad stuurde deze brochure ter goedkeuring naar verschillende kerken, waaronder Geneve, Heidelberg en Emden. Marnix van St. Aldegonde woonde in die periode vlak bij Emden. Hij heeft in twee uitgebreide brieven gereageerd op de 27 stellingen van de kerkenraad van Londen, waarschijnlijk in opdracht van de kerkeraad van Emden. Het oordeel van Marnix over de 27 stellingen is vernietigend. Maar zeven ervan kunnen de toets van de kritiek doorstaan als je ze naast de Bijbel legt. Dat komt, aldus Marnix, omdat de kerkenraad van Londen op twee punten behoorlijk de mist in gaat.

1/ De taak en de bevoegdheid van ambtsdragers

Marnix is het absoluut niet eens met het standpunt dat een kerkenraad allerlei regels bindend op mag leggen aan de gemeente. De enige taak die ambtsdragers hebben is, ervoor te zorgen dat iedereen in de gemeente zich aan Gods wet houdt. Daarbij moeten ze met wijsheid en onderscheidingsvermo­gen rekening houden met de situatie van het moment. Want het gezag van de kerkenraad is niet hetzelfde als het gezag van de overheid. Dat blijkt wel, zegt Marnix, uit hoe Petrus heel anders over de positie van de oudsten als hoeders van de kerk spreekt (1 Pt. 5:2-3) dan over de positie van de overheid (1 Pt. 2:13-17). De overheid moet je gehoorzamen in alle besluiten die niet tegen Gods Woord ingaan. Een kerkenraad moet je gehoorzamen in alle besluiten die rechtstreeks uit Gods Woord voortvloeien of voor de orde en de rust in de gemeente nodig zijn. Alleen in dat laatste geval is het gezag van de ambtsdragers ge­lijk aan het gezag van Christus. Marnix verwijst daarbij naar de woorden van Paulus: ‘Ik geef u het volgende gebod, nee, niet ik, maar de Heer’ (1 Kor. 7:10). Maar in zaken die de ambtsdragers niet direkt uit hoofde van hun ambt of uit Gods mond aan de gemeente voorhouden, mogen zij wel advies geven, maar niet gebieden. Anders maken ze misbruik van het gezag van Christus. Dat verbiedt Paulus bij eigen menin­gen. Hij maakt duidelijk onderscheid, als hij zegt: ‘Ik heb geen voorschrift van de Heer, maar geef mijn eigen mening, als iemand die ook de Geest van God bezit’ (1 Kor. 7:25+40).

2/ Het karakter van kerkelijke regels

Volgens Marnix mag een kerkenraad nooit bindende voorschriften aan de gemeente opleggen in zaken die niet direkt uit Gods Woord hun ambt voortvloeien, want dan gaat men heersen over de gewetens van de gelovigen. Marnix wijst op de gebruiken van de oude kerk, zoals olie in de doop, water in de avond­­maals­wijn, afbeeldingen van het kruis en feest- en vastendagen. Al die zaken kwamen op uit een te res­pek­teren verlangen naar een goede orde in Gods gemeente en dienden tot opbouw van het geloof. Maar toen het een gebod werd en de kerk gehoorzaamheid eiste, werd het een tirannie over de gewetens.

Hoe moet je dan wel met kerkelijke regels omgaan? Nou, zegt Marnix voortdurend:

Blijf altijd kijken naar het doel van een bepaling. Als je de bedoeling daarvan kunt nakomen zonder je aan de letter daarvan te hoeven houden, mag niemand zo’n regel bindend opleggen. Anders wordt de christelijke vrijheid beperkt door menselijke voorschriften.

Marnix staaft zijn gevoelen over de christelijke vrijheid met de volgende teksten: Hand. 15:10+28, heel Rom. 14, 1 Kor. 7:23, 1 Kor. 8, Gal. 3:25, Gal. 4:9-10 en Kol. 2:15-23.

Hij noemt ook de voorschriften van Paulus dat mannen moeten bidden met opgeheven handen (1 Tim. 2:8) en onbedekt hoofd (1 Kor. 11:4) en dat vrouwen zelfs altijd hun hoofd behoren te bedekken (‘een macht op hun hoofd’ = ‘een decksel het welcke beduydt dat sy onder eens anders macht is’ aldus de Deux-Aes-Bijbel uit 1562 n.a.v. 1 Kor. 11:10). Maar het gaat tegen de christelijke vrijheid in om deze regels bindend voor te schrijven aan alle christenen.

Verder haalt Marnix de uitspraken van het apostelconvent van Jeruzalem uit Handelingen 15 aan. Daar werd besloten dat niet-joodse christenen zich moesten onthouden van het eten van vlees waar het bloed nog in zat en wat aan de afgoden gewijd was. Toch was dat geen bindend voorschrift waar alle christenen zich tot in lengte van jaren aan moesten houden. Het werd slechts voor een bepaalde tijd ingesteld om samen de liefde en de eenheid te onderhouden en om ergernis te voorkomen.

Als het om praktische zaken gaat, geldt hetzelfde. Dan moet je je aan de gezamenlijke afspraken houden. Bijvoorbeeld als het gaat over de manier waarop de sakramenten bediend worden. Als de kerkenraad besluit om het avondmaal aan tafel te vieren, mag ik dat niet ergens in een hoekje van de kerk op eigen gelegenheid doen, zegt Marnix. Maar dat is dan niet omdat dit besluit mijn geweten bindt (“want by God en gheldt niet oft ik stae oft zitte”), maar omdat het doel van deze bepaling duidelijk is, namelijk dat het avondmaal ordelijk en tot Gods eer gevierd wordt.

Ook laat Marnix zien, dat men over die dingen, die naar hun aard noch goed, noch slecht zijn, van mening kan verschillen. Het hangt dan van de omstandigheden af welke beslissing je neem. Paulus was bereid om Timoteüs te besnijden, maar bij Titus wilde hij het beslist niet, omdat het toen als principekwestie aan alle gelovigen werd opgedrongen.

Marnix Aldegonde Repos Ailleurs
Marnix is verder heel scherp in zijn analyse als het gaat om de vraag wie de oorzaak is van de grote onenigheid in de kerkelijke gemeente van Londen. Dat zijn niet de gemeenteleden die protesteren tegen het verplichte gebruik van doopgetuigen. Nee, dat is de kerkenraad zelf! Die kent zichzelf ten onrechte de macht en de bevoegdheid toe om buiten Gods Woord om bindende regels op te leggen aan heel de gemeente. Daarmee zijn ze heersers geworden over Gods kudde in plaats van hoeders die in zachtmoedigheid en nederigheid de schapen weiden. Oftewel: de schuld van de onenigheid ligt bij niet bij die kerkleden die van hun christelijke vrijheid gebruik willen maken, maar bij de ambtsdragers die vanwege hun positie met gezag andere mensen willen binden in vrije zaken.

Het argument dat je als christen rekening moet houden met andermans overtuiging en geen aanstoot of ergernis mag geven, gaat hier niet op. Want, zegt Marnix, ik doe geen beroep op de christelijke vrijheid tegenover zwakke medechristenen, maar tegenover een instantie die heel de gemeente een onschriftuurlijk juk op wil leggen. Omdat zoiets in Gods gemeente niet geoorloofd is, ben ik wel verplicht om daar openlijk tegen te protesteren.

Marnix’ drijfveer: de regel der liefde

Aan het begin van zijn eerste brief geeft Marnix al aan, wat zijn belangrijkste motief is om te reageren op de stellingen van de kerkenraad van Londen. Hij heeft gehoord dat de grote onenigheid die in Londen ontstaan is, veroorzaakt werd door een zeer kleine, lichte en bijna lachwekkende oorzaak. Hij vindt het verschrikkelijk dat christenen Gods heilzame Woord en de waarheid van zijn Zoon Jezus Christus zo schandelijk misbruiken en verdraaien om hun eigen gelijk te halen, elkaar in de haren te vliegen, zonder in christelijke liefde elkaar ook maar enigszins tegemoet te willen komen omdat ze onbuigzaam vasthouden aan wat ze zich als de enige waarheid in het hoofd gehaald hebben. Maar als je je echt wilt laten leiden en sturen door Gods Woord, vraagt Marnix zich af, waarom zie je dan niet, dat daarin de liefde, de eenheid en de vrede het eerste en het laatste is, wat ons door Christus wordt opgelegd? Dat is de manier, waarop we in de gemeente met elkaar om moeten gaan. Dan plaatsen we elkaar niet meteen buiten Christus en zeggen we niet dat iemand van het ware geloof is afgevallen als hij het niet in alles met ons eens is. Als christen mag je blijven staan in de vrijheid die Christus met zijn bloed voor hem of haar verworven heeft.

Christelijke vrijheid vandaag

Uit dit hele verhaal heb ik twee dingen geleerd.

calvijn-portret-nlHet eerste is niet zo belangrijk, maar wel opvallend. Blijkbaar werd er in de tijd van Calvijn al zeer verschillend gedacht werd over de reikwijdte van “de ordeninghe, van Paulo voorgehouden, dat de vrouwen sullen met bedecten hoofde ghaen”, zoals Marnix het uitdrukt, die in bevindelijke kringen samen met Jean Taffin als één van de voorlopers van de Nadere Reformatie wordt gezien. Als iemand als Marnix in 1568 al de conclusie trekt dat het tegen de christelijke vrijheid ingaat om alle volken en iedere gelovige persoonlijk dit bindend op te leggen, zou dat kerkenraden in 2017 erg voorzichtig moeten maken om op grond van één exegese bindend voor te schrijven hoe men in de zondagse eredienst gekleed moet gaan en daar zelfs de sanctie van afhouding van het Heilig Avondmaal aan te verbinden.

Veel belangrijker vind ik een andere les. Die hou ik me, sinds ik op dit onderwerp afstudeerde in 1990/1991, altijd voor ogen. Namelijk: wat is het doel van elke regel of afspraak die je tegenkomt in de Bijbel en in de kerk? Kun je het doel ervan nakomen zonder je aan de letter van dat voorschrift te houden? Dan mogen we elkaar aan zulke uitspraken niet binden, maar moeten we elkaar de ruimte geven om elk op onze eigen manier naar eer en geweten invulling te geven aan het principe dat achter zo’n bijbelse of kerkelijke uitspraak ligt.

Marnix van Sint Aldegonde voerde bijna 450 jaar geleden een hartstochtelijk pleidooi voor de christelijke vrijheid. Vandaag is het nog net zo actueel als toen.

Wie belangstelling heeft in een uitvoerige beschrijving van de adviezen van Marnix van Sint Aldegonde n.a.v. de Wingense Twisten, kan een kopie van dat hoofdstuk uit mijn scriptie aanvragen via ernstleeftink@xs4all.nl

 

Een UITSTAPJE naar de BERGEN

Over christen-zijn en gemeente-zijn in Oostenrijk

Sankt Wolfgang im SalzkammergutAl een aantal jaren organiseert de kleine Evangelisch-Reformierte Kirche van Neuhofen a/d Krems in de maand juni een ‘Gemeindeausflug’ naar de Wolfgangsee, zo’n  100 kilometer verderop. Een heel verschil, want Neuhofen ligt dicht bij de stad Linz in het heuvelachtige deel van Oostenrijk en St. Wolfgang ligt dicht bij Salzburg in de Alpen. Daar genieten de gemeenteleden van het meer, de bergen en, als het mee zit, het goede weer. Op zondag komt men dan samen in de kleine Evangelische Kirche van Sankt Wolfgang. Vaak zijn er ook enkele leden van de plaatselijke kerk aanwezig en meestal ook enig gasten uit Nederland.

Sankt Wolfgang Evangelische PfarrkircheDit jaar vond het gemeente-uitstapje plaatst in het weekend van zondag 10 juni. In de kerkdienst werd een preek van prof. dr. Bernard Kaiser over Romeinen 11:33-36 (link) gehouden: over de diepte van Gods rijkdom, wijsheid en kennis, want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Dat geldt voor God als Schepper. Dat zie je bv. in de schoonheid van de bergen en dalen rondom de Wolfgangsee. Maar ook als je naar de mensen kijkt: wij zijn niet als robot, maar als beeld van God gemaakt. Alle eer gaat ook naar God uit omdat Hij onze Verlosser is. Dat Hij zijn Zoon Jezus Christus als middel tot verzoening is een staaltje van rijkdom en wijsheid waar mensen uit zichzelf niet bij kunnen, zo diep gaat dat. Alleen door het geloof kunnen we zo’n onverwacht geschenk aanvaarden. Dan erkennen we ook dat we als mensen onder God staan en dat Hij geen verantwoording aan ons schuldig is. Luther zei al, dat we God niet in alles hoeven te kennen om ons toch in vertrouwen aan Hem te kunnen overgeven, omdat Hij ons in Christus tegemoet komt als een genadige en vergevende God.

Neuhofen - Gemeindeausflus 2017Na de kerkdienst volgde de gemeentepicknick aan het meer. Met mooie ontmoetingen en fijne gesprekken. Het is altijd goed om elkaar in een andere setting te ontmoeten, samen met de aanwezige gasten. Zeker voor een zo kleine gemeente als die van Neuhofen.

Volgend jaar, zo de HERE wil, reist de gemeente in juni weer af naar St. Wolfgang im Salzkammergut, want goede gewoontes moet je koesteren. De vaste preeklezer in Neuhofen, broeder Alessandro Brunal, had nog wel een wens: “Es wäre schön, wenn nächstes Mal ein Pfarrer aus Holland dabei sein könnte.” Dus wie zich geroepen voelt, mag zich melden!

Niet alleen in Neuhofen, maar in alle vijf de Evangelisch-Reformierte Kirchen stellen de gemeenteleden het erg op prijs wanneer medechristenen uit Nederland tijdens de vakantie de kerkdiensten bezoeken.

De SSRO (Stichting Steun Reformatie Oostenrijk) ondersteunt een aantal kleine gereformeerde kerken in Oostenrijk en Zwitserland – de ERKWB. Door activiteiten zoals bijbelcursussen, internetuitzendingen, vrouwenkringen en kinderclubs brengt men het evangelie verder in een sterk geseculariseerde omgeving. In de afgelopen jaren mochten de meeste gemeenten nieuwe leden verwelkomen. Kijk voor meer informatie op: www.ssro.nl en www.reformiert.at en www.erkwb.ch. Volg de SSRO op Facebook (SSRO.NL) of op Twitter (SSROnl). Giften zijn welkom op NL27 INGB 0000 0656 88 t.n.v. SSRO – Hasselt.