HART van HOMO’s spant zich in voor een veilige plek voor homo’s

In 2016 werd Hart van Homo’s opgericht. Ze kwamen meteen in het nieuws, omdat ze als christelijke organisatie zich richten op christelijke jongeren die tot de ontdekking komen dat ze homo zijn.  Die groeien vaak op in een omgeving die vanuit de Bijbel geen ruimte ziet Hart van Homo 1voor een homoseksuele relatie en veel van deze jongeren willen daar ook zelf voor kiezen of overwegen serieus om op deze manier in het leven te staan. Hart van Homo’s wil deze jongeren helpen om te groeien in geloof, om zichzelf te leren accepteren zoals ze zijn, om in hun omgeving ruimte en begrip te ervaren voor wie ze zijn, om beter te leren omgaan met hun homo-zijn en om eigen keuzes te maken vanuit hun relatie met God. Maar omdat Hart van Homo’s zelf als standpunt heeft, dat het aangaan van een homo-relatie vanuit Gods bedoeling met de mens niet de eerste optie is die Hij in de Bijbel zijn kinderen voorhoudt, sprong de hele seculiere politiek boven op minister Jet Bussemaker, omdat zij een subsidie had verstrekt aan Hart van Homo’s juist om het thema ‘homoseksualiteit’ in orthodox-christelijke kring bespreekbaar te maken. Dus ging de subsidie niet door, omdat er volgens seculier Nederland maar “één canoniek goedgekeurde visie” op homoseksualiteit bestaat (aldus Ruard Ganzevoort).

Hart van Homo’s vroeg of ik een aanbeveling wilde schrijven op hun website. Daar was ik meteen toe bereid. Sinds vorige week staat ‘ie erop. Dus plaats ik ‘m ook op m’n weblog. Hier komt ‘ie!

Hart van Homo 2In elke kerkelijke gemeente zitten homo’s. Maar biedt elke kerkelijke gemeente ook een veilige plek aan homo’s? Dat heeft veel te maken met de houding van de individuele leden van de gemeente. Te vaak hebben zij wel een standpunt over homoseksualiteit, maar kennen ze geen medechristenen die homo zijn. Datzelfde geldt voor de kerkelijke gemeente als geheel. Te vaak wordt er op grond van de Bijbel een algemeen oordeel uitgesproken zonder dat het echt tot een pastoraal gesprek gekomen is met broeders en zusters die homo zijn.

Als predikant van GKV ‘Het Noorderlicht’ in Assen-Peelo maakte ik de afgelopen jaren deel uit van een kerkenraad die zich intensief beziggehouden heeft met de vragen die er zijn rondom homoseksualiteit. Belangrijk uitgangspunt daarbij was dat we in liefde met elkaar zouden spreken en met respect naar elkaar zouden luisteren, ook wanneer we het niet op voorhand in alles met elkaar eens zouden zijn. Alleen zo ontstaat er ruimte om samen de wijsheid en leiding van God te zoeken.

Recht doen aan de Schrift
Bewust hebben we als kerkenraad niet voor de gemakkelijkste weg gekozen. ‘Gemakkelijk’ was het geweest als wij homoseksualiteit als een gelijkwaardige en legitieme variant in Gods schepping zouden beschouwen. Daarmee zouden we echter geen recht doen aan het gegeven dat homoseksualiteit in de Bijbel nergens in positieve zin ter sprake komt en dat homoseksuele relaties in de Bijbel nergens worden gelegitimeerd. God zelf heeft bepaald dat seksuele gemeenschap voorbehouden is aan de huwelijksrelatie tussen één man en één vrouw (Gen. 2:24).

We hadden ook kunnen zeggen dat er op bijbelse gronden voor samenwonende homoseksuele christenen geen enkele plaats is binnen onze gemeente. Maar ook daarmee zouden we geen recht doen aan wat de Schrift ons voorhoudt. In geen geval, zo is onze overtuiging, mogen broers en zussen met een homoseksuele geaardheid zich in de kou voelen staan binnen de gemeente van Christus. Opname en acceptatie binnen de geloofsgemeenschap kan helpen voorkomen dat zij door eenzaamheid en isolement tot wanhoop gedreven worden en/of van de gemeenschap met Christus worden afgedreven.

Verlegenheid en spanning
Door te luisteren naar elkaar en naar wat (ervarings-)deskundigen hebben ingebracht, maar vooral ook door te luisteren naar de Bijbel als het gezaghebbende Woord van God, hebben we elkaar kunnen vinden in een beleid waarbij we zowel aan Gods heiligheid als aan Gods barmhartigheid recht proberen te doen. Daarbij erkennen we dat er in onze benadering een zekere verlegenheid en spanning blijft zitten. Juist hier beseffen we dat ons kennen tekort schiet en ons inzicht beperkt is (1 Kor. 13:9).

De manier waarop we de hele thematiek van homoseksualiteit benaderd hebben, sluit aan bij de grondhouding van Hart van Homo’s. Anderen zullen die mogelijk op een andere manier uitwerken dan wij gedaan hebben. Waar het om gaat, is dat we recht doen aan Gods Woord én aan de homoseksuele broeder of zuster. Hart van Homo’s wil dat, vandaar mijn hartelijke aanbeveling!

 

GEEN VRIJBLIJVENDHEID BIJ KEUS VOOR OF TEGEN ORGAANDONATIE

“Wie zelf niet de moeite neemt om te laten weten of ‘ie wel of geen donor wil zijn, moet onderaan de wachtlijst voor orgaandonatie komen te staan.” Dat was de mening van de meeste jongeren van 17/18 jaar vorige week op catechisatie toen we het over orgaandonatie hadden.

Orgaandonatie hartjeAan het eind van die week stond in het Nederlands Dagblad een artikel van twee christenen, de theoloog Gijsbert van den Brink en IC-arts Ben de Jong. Zij vinden dat het huidige registratiesysteem vanwege te grote vrijblijvendheid niet effectief. Het leidt niet tot meer donoren en kost jaarlijks onnodig mensenlevens. “Een wetswijziging naar een actief donorregistratiesysteem is dan ook wat ons rest.” Die wet komt er, als het aan de Tweede Kamer ligt, want daar is een nieuw ‘actief donorregistratiesysteem (ARD) dat in  met een krappe meerderheid  aangenomen. De drie christelijke partijen stemden tegen deze wet op de orgaandonatie. Ze hebben daar, net als andere tegenstanders, vier belangrijke argumenten voor, nl.: 1) De nieuwe wet leidt tot keuzedwang. 2) De nieuwe wet is een inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht. 3) De nieuwe wet levert niet meer donoren op. 4) Binnen het huidige systeem valt nog veel winst te behalen om mensen te motiveren orgaandonor te worden. Die bezwaren worden kort maar krachtig als mythe ontzenuwd (klik hier).

“Ik was hartpatiënt en jullie hebben Mij bewust op een lange wachtlijst laten staan.”

Een paar dagen later reageerde de directeur van de Nederlandse Patïenten-Vereniging, Esmé Wiegman met een artikel in het Nederlands Dagblad. Zij blijft “stevige kanttekeningen plaatsen bij de verandering van het donorregistratiesysteem.” Vervolgens gaat ze de vier punten van Van den Brink en de Jong bij langs (klik hier).

NPV logo nieuwDe vier tegenargumenten van de directeur van Nederlandse Patiëntenverening vind ik ronduit zwak (hieronder voor de liefhebber een overzicht). Maar dat vind ik niet het ergste. Het valt me vooral zwaar tegen dat de NPV publiek stelling neemt tegen dit nieuwe donorregistratiesysteem. In haar logo staat dat de NPV gericht is op ‘zorg voor het leven’. Op de website wordt als eerste vermeld: “Het leven is een gave van de Schepper zelf. Dat leven is kostbaar en verdient bescherming; van het allerprilste begin tot aan het einde. De NPV komt op voor het mensenleven. Voor leven dat kwetsbaar is en broos, voor ieder mens, in welke levensfase dan ook.”

Als het om orgaandonatie aankomt, neemt de NPV het niet voor de volle 100% op voor het leven van kwetsbare en broze patiënten waarvan jaarlijks 10% overlijdt terwijl ze op een wachtlijst staan. Ze neemt, net als de christelijke partijen in de Tweede Kamer, genoegen met een vrijblijvende oproep tot naastenliefde. Wat het effect van die vrijblijvendheid is, weten we al jaren: slechts 40% van de bevolking laat zich registreren, terwijl 90% van de bevolking graag een orgaan zou ontvangen. Het is een zwaktebod dat een christelijke organisaties als de NPV en politieke partijen als het CDA, de ChristenUnie en de SGP zich achter termen als ‘inbreuk op de integriteit’ en ‘naastenliefde mag je niet afdwingen’ blijven verschuilen. Daarmee houden ze bewust laksheid en ongeïnteresseerdheid in stand.

Orgaandonatie ja of neeDe jongeren van 17/18 jaar hadden dit haarscherp in de gaten. Zij en hun ouders waren bijna allemaal vóór orgaandonatie. Maar lang niet iedereen had zich laten registeren. De enkeling die geen donor wou zijn vond het prima zo: als je niks liet weten, zou er ook niks met je organen gebeuren na je dood. Ondertussen vonden de jongeren het wel wat hypocriet om een orgaan te ontvangen als je zelf nooit de moeite had genomen om aan te geven of je donor zou willen zijn. Vandaar dus dat de meesten vonden dat wie zich niet geregistreerd had, onder aan de wachtlijst moest komen te staan. Ik hou van de radicaliteit van jongeren!

Naastenliefde voor mensen in grote nood is namelijk niet vrijblijvend. Als we dat wel in stand houden, zou het wel eens kunnen zijn dat Jezus bij zijn terugkomst aan ons vraagt: ‘Ik was hartpatiënt en jullie hebben Mij bewust op een lange wachtlijst gezet.’ Dus denk ik dat de overheid, nu het toestemmingssysteem na 40 jaren nog steeds faalt, alle burgers mag vragen om zonder enige dwang of inbreuk (JA of NEE is allebei geoorloofd) aan te geven wat men wil: wel of geen donor zijn. Wie de moeite niet neemt om dit kenbaar te maken, heeft blijkbaar geen overtuigende bezwaren. Wie blijft zwijgen, stemt toe. Hopelijk laten de christelijke partijen in de Eerste Kamer zich niet leiden door het moderne zelfbeschikkingsrecht, maar door levensreddende naastenliefde.

Eerder schreef ik over orgaandonatie de volgende blogs: Orgaandonatie: wie niet reageert wordt donor (7 juni 2016); Orgaandonatie: zet de politiek na 20 jaar eindelijk een stap voorwaarts? (6 september 2016); Registratie orgaandonatie in de lift (8 oktober 2016)

 

In haar reaktie op de vier punten van Van den Brink / De Jong noemt de directeur van de NPV drie keer dat de overheid geen morele keuzes aan mensen moet opdringen. Daarbij gaat ze er aan voorbij dat die keuze ook nu al gevraagd wordt aan de nabestaanden als een overleden persoon zich niet geregistreerd heeft (punt 1 en 2). Er is dus geen sprake van ‘dwang’ of ‘inbreuk op lichamelijke integriteit’. Het argument dat als er vóór iemands overlijden “meer in familieverband over gesproken wordt” en dat je ná iemands overlijden moet werken aan een “context van rust en ruimte om in de geest van de overledene te kunnen nadenken, zonder druk van buitenaf” laten precies zien waarom dit veel te vrijblijvend is. Het eerste gebeurt namelijk onvoldoende (zeiden ook mijn catechisanten) en het laatste komt soms voor, maar veel vaker niet (“Als iemand plotseling overlijdt, heb je wel wat anders aan je hoofd als familie,” zeiden mijn catechisanten. Als iemand zelf tijdens zijn leven zijn keus gemaakt heeft, is het toch veel duidelijker? En als iemand weet dat wie zich bewust niet registreert geen principiële bezwaren heeft tegen het doneren van zijn of haar organen heeft, voorkomt dat toch juist onnodige, vaak emotionele discussies bij nabestaanden? Het argument dat een donatie altijd een vrijwillige gift moet zijn (punt 4) is ook uiterst zwak. In alle vrijheid mag elke Nederlander bepalen of hij of zij orgaandonor wil worden. Het enige wat de overheid zegt is: de nood is hoog, met meer donoren kunnen we levens redden, dus maak een keus! Dat gaat niet tegen Gods geboden in (integendeel denk ik persoonlijk), dus waarom zou je laskheid en vrijblijvendheid bewust in stand houden? Tenslotte de aantallen: Esmé Wiegman zegt dat er door de nieuwe wet juist meer mensen zich niet laten registreren. In de donorweek van oktober 2016 lieten bijna 5.500 nieuwe mensen een ‘ja’ noteren en bijna 26.500 nieuwe mensen een ‘nee’ en dus was de conclusie van de directeur van NPV eentje van: ‘Zie je wel? Verplichte registratie pakt negatief uit!’ Dat is een dubbel non-argument. Punt 1: registreren is niet verplicht. Punt 2: het gaat er om dat iedereen ‘JA’ moet invullen. Het gaat erom dat iedereen bewust een keus maakt.  Op 31 augustus 2016 hadden 5,9 miljoen Nederlanders dat gedaan op http://www.donorregister.nl. Op 30 april waren dat er 6,1 miljoen. Dat is een toename van 200.000. Het aantal mensen dat ‘ja’ heeft ingevuld, is met zo’n 50.000 gestegen naar 3,66 miljoen. Het aantal mensen dat een ‘nee’ liet registreren, steeg met zo’n 190.000 naar 1,72 miljoen. Alleen al het idee dat er straks een actief donorregistratiesysteem komt, zorgt dus al voor een flinke stijging van het aantal Nederlands dat zich laat registreren. Dat is volgens mij precies de bedoeling. Beter eerlijk ‘NEE’ dan de zaak op z’n beloop laten.

Vandaag even langs het stadhuis, maar de echte trouwdag komt later

Het burgerlijk huwelijk is failliet. Ook onder christenen. Niet alleen omdat veel meer christenen (jong én oud) gaan samenwonen. Maar ook omdat christenen die bewust níet willen samenwonen, totaal geen waarde meer hechten aan het moment dat ze het trouwboekje op het stadhuis ontvangen. Steeds vaker komt het voor dat er op maandag of dinsdag voor de wet getrouwd wordt. Even langs het stadhuis, dan zijn we officieel getrouwd. Maar de echte trouwdag komt pas op vrijdag, of soms zelf een aantal weken of maanden later. Dan wordt het bruiloftsfeest gevierd en in de kerk om een zegen gevraagd over het pas gesloten huwelijk.

trouwringenWant wat stelt het burgerlijk huwelijk nu voor? “Het hoort zo,” zei een stel tegen mij, “anders zijn we officieel niet getrouwd. Dus doen we het ook netjes. Maar we zien die dag niet als onze trouwdag. Het echte begin van ons huwelijk vieren  we drie dagen later met familie en vrienden. Die dag, de dag van onze bruiloft, is de dag die er werkelijk toe doet. Dan willen we ook graag Gods zegen over ons huwelijk ontvangen.  En als trouwdatum staat ook  vrijdag de 13e in onze trouwringen; niet dinsdag de 10e, toen we ’s morgens om half tien in een genabuurde gemeente waar het gratis was, even een kwartiertje met de wederzijdse ouders (meer mensen mochten er niet bij zijn) een krabbeltje zetten bij een ambtenaar van de burgerlijke stand. Het enige leuke van die dinsdag was, dat we daarna gezellig geluncht hebben met onze wederzijdse ouders.”

Dit is echt dé huwelijkstrend onder jonge christenen in 2016. Je kunt  het er over hebben waarom zo’n trend ontstaat. Oppervlakkig gezien is de reden: het scheelt tijd op de trouwdag en het scheelt weer een paar honderd Euro. Maar wat is er eigenlijk aan de hand? Daarover heeft de hoogleraar ethiek van de Theologische Universiteit in Kampen, Ad de Bruijne, de afgelopen jaren veel nagedacht. Hij schreef in het Nederlands Dagblad van 13 augustus 2016 een column met de titel ‘Niet elke bruiloft is een huwelijk’.  Hij is er steeds meer van overtuigd dat het burgerlijk huwelijk in de afgelopen jaren zo sterk veranderd is, dat het beter zou zijn als christenen hun huwelijk weer in de kerk zouden sluiten. Maar ja, omdat dat in Nederland nou eenmaal niet kan, zitten we voorlopig aan dat burgerlijk huwelijk vast. Ook al is dat niet meer automatisch de meeste geschikte vorm van het huwelijk zoals God dat instelde bij de schepping.

de-bruijne-fotoNu zag je al dat de trouwdag voor veel mensen niet meer het officiële feestelijk begin van hun relatie is. Het wordt steeds meer een willekeurig gekozen moment van twee mensen die al lang een relatie hebben waarin ze met elkaar samenwoonden. Om het even in de woorden van Ad de Bruijne te zeggen:  Het burgerlijk huwelijk markeert niet meer het begin van je verbondenheid voor het leven, maar vormt een vooral rituele romantische vervolggebeurtenis, die de zelfexpressie en beleving van een liefdespaar dient. En wat voor vervolggebeurtenis! De manier waarop de man zijn vrouw  ten huwelijk vraagt en de vrijgezellenfeesten die daarop volgen vragen al de nodige tijd, geld en aandacht. En de dag van de bruiloft zelf moet toch wel zo uniek zijn, dat je die nooit van je leven meer vergeet. Wie om die redenen gaat trouwen na al een flink aantal jaren te hebben samengewoond,  sluit geen huwelijk meer, maar geeft een feestje. Waarom? Omdat iedereen die een relatie heeft, ergens de behoefte heeft om samen een keer helemaal in het middelpunt van de belangstelling te staan.

Datzelfde verlangen hebben ook christenen die niet willen samenwonen, maar openlijk tegenover elkaar, tegenover familie, vrienden en collega’s en tegenover God willen laten weten dat ze de rest van hun leven met elkaar willen delen. Maar de overheid speelt daarin geen rol meer. Dus halen jonge stellen ‘even’ een boterbriefje op het gemeentehuis en volgt in hun beleving de echte trouwdag pas een halve week of een half jaar later. Ad de liefde-is-trouwdagBruijne noemt dat de “verschoven gevoelswaarde van het burgerlijk huwelijk”.

Je kunt je afvragen hoe erg dat is. Eigenlijk vind ik het wel een mooie ontwikkeling. Het laat zien waar jonge christenen die niet willen samenwonen het meeste waarde aan hechten. Aan een openlijk begin van hun relatie met iedereen die ze daar graag bij willen hebben. Inclusief hun hemelse Vader en Jezus die bruiloften en huwelijken draagt en redt. Maar het burgerlijk huwelijk is failliet.  Door de overheid zelf volledig uitgehold. Dus dat moment hoeft er op de trouwdag zelf echt niet bij.

De nieuwe tensdens van ‘even langs het gemeentehuis’ en een tijdje later voor het gevoel echt trouwen biedt ook nieuwe kansen voor hoe je als christelijke gemeente omgaat met stellen die samenwonen. Als deze trend normaal begint te worden, kun je binnen de gemeente van Jezus Christus elkaar er makkelijker op aanspreken om óók je vrijblijvende samenwoonrelatie te wettigen. Zo van: als je echt blijvend voor elkaar kiest, is het prima om zelf te bepalen wanneer je je bruiloftsfeest geeft. Maar maak wel een officieel begin met elkaar, zodat iedereen weet dat je echt een relatie bent aangegaan zoals God die bij de schepping bedoelde.

Ik zie maar één probleem. Als de trouwdag niet meer samenvalt met de huwelijkssluiting, moet je je afvragen of op elke trouwdag nog wel een kerkdienst belegd kan worden waarin om Gods zegen over het huwelijk gevraagd wordt, met trouwbeloften en al. Daar heb ik geen moeite mee bij de trendsetters van 2016. Zij koppelen wel het burgerlijk huwelijk los van hun trouwdag, maar zien beiden als de start van een relatie zoals God die bedoeld heeft. Maar hoe geloofwaardig is een kerkdienst als een christelijk stel eerst een aantal 2009-03-badeendjesjaren heeft samengewoond zonder daar officieel God en zijn gemeente bij te betrekken? Wanneer men dan later op een zelfgekozen moment een feest organiseert met de aankondiging ‘Wij gaan trouwen!’ – moet de dominee dan automatisch op komen draven omdat men pas dan wél Gods zegen wil ontvangen over hun relatie? Wat mij betreft is de kerkelijke bevestiging van een vervolggebeurtenis nog wel een dingetje. Misschien dat Ad de Bruijne ook daar zijn licht nog eens over kan laten schijnen :-).

Wat doet Trump met Obamacare? – een ethisch dilemma voor Amerikaanse christenen

Donald Trump wordt de 45e president van Amerika. Bijna heel Nederland is verbijsterd. Hoe kun je op zo’n man stemmen? En hoe kan het dat juist christelijk Amerika voor het overgrote deel op Trump gestemd heeft? Ik heb daar zo mijn gedachten over. Volgens mij stemt christelijk Amerika vanuit een mix van conservatieve en ethische overwegingen in meerderheid op de Republikeinen. Conservatief: men is erg gehecht aan individuele vrijheden en verworvenheden en heeft daarom een gloeiende hekel aan teveel invloed van de overheid op allerlei persoonlijke keuzes. En vanuit ethisch oogpunt: de Democraten staan bekend als super-liberaal wanneer het gaat om abortus, want ze staan het toe tot in de negende maand van de zwangerschap.

amerika-vlag-vrijheidsbeeldIk begrijp dus de orthodoxe christenen in Amerika wel. Ze stemmen zelfs nog Republikeins als ze grote twijfels hebben over de presidentskandidaat. Want achter de ongeschikte Donald Trump staat een grote partij die hem wel onder controle heeft, denkt men. Zeker met Mike Pence naast hem, iemand die door-en-door betrouwbaar overkomt en van zichzelf gezegd heeft: “Ik ben christen, conservatief, Republikein. In die volgorde.” Dat is voor veel christenen in Amerika nog altijd een beter alternatief dan Hillary Clinton en haar Democraten met hun ethisch liberalisme en hun verregaande overheidsbemoeienis.

Ik begrijp het. En tegelijk snap ik het vanaf de andere kant van de grote oceaan ook niet helemaal. Het gaat mij een beetje te makkelijk. En dat voel ik vooral als ik kijk naar de Republikeinse reakties op Obamacare. Onder die naam is op 1 oktober 2013 een nieuwe zorgwet ingevoerd in heel Amerika, waardoor alle Amerikanen zich verplicht moeten verzekeren en waarin zorgverzekeraars niemand meer mogen weigeren. Tot die tijd liepen er maar liefst 40.000.000 Amerikanen onverzekerd rond. De Republikeinen zijn fel tegen deze wet. Ze beschouwen het als het kwalijkste voorbeeld van ongewenste overheidsbemoeienis van de regering van Barack Obama. Nu Donald Trump president wordt, zullen ze proberen de wet alsnog helemaal terug te draaien. Of dat lukt is nog maar de vraag, want wetten die al zijn aangenomen kunnen alleen maar met een meerderheid van 60% worden teruggedraaid, en die meerderheid hebben de Republikeinen niet.

Het verbaast mij dat de meeste christenen in Amerika bijna net zo fel tegen Obamacare zijn als tegen abortus. In mijn optiek is het Obamacare-standpunt van de Republikeinen net zo onchristelijk als het abortus-standpunt van de Democraten. De Democraten zeggen: een vrouw is baas in eigen buik, ook al kost dat duizenden ongeboren kinderen het leven. De Republikeinen zeggen: iedereen moet zichzelf maar redden, ook al kost dat duizenden zieken het leven.

Het is makkelijk om als christen pro life te zijn. Het gaat altijd om een weeerloos kind dat in de moederschoot gedood wordt. Het is veel moeilijker om als christen pro Obamacare te zijn. Want je ziet niet zo snel het leed dat al die mensen die zich niet kunnen verzekeren kunnen, treft.

Bijbels gezien is het een taak van de overheid om te zorgen voor weduwen, wezen, armen en vreemdelingen. God noemt Zich Zelf ‘vader van wezen, beschermer van weduwen’ (Psalm 68:6). Het is geen kwestie van barmhartigheid om deze zwakkeren in de samenleving te helpen. Zij hebben recht op hulp van de overheid en van hun medemensen. In zijn boek ‘Ruim baan voor gerechtigheid’ gaat de New Yorkse predikant Tim Keller hier uitvoerig op in. Het is, denk ik, voor Amerikaanse christenen een bijzonder confronterend boek. Want in Amerika doet het welgestelde deel van de natie, en zeker de christenen onder hen, heel veel goeds als het om liefdadigheid gaat. Maar het is allemaal ‘barmhartigheid’. O wee als iemand zegt, dat het ondersteunen van de armen een kwestie van ‘gerechtigheid’ is, waar de zwakkeren in de samenleving recht op hebben.

Tim Keller heeft in dit briljante boek niet over Obamacare. Hij gaat niet verder dan het geven van een niet te missen voorzet die iedereen zo in het doel kan koppen: het is bijbels gezien zeer terecht dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt door een basiszorgverzekering in te voeren. In Nederland is dat al jaren geleden ingevoerd dankzij een meerderheid van de christelijke en de socialistische partijen. Beiden vinden, in tegenstelling tot het liberale gedachtengoed, dat een samenleving uit meer dan alleen maar losse individuen bestaat.

Het blijft verbazingwekkend hoe groot de blinde vlek van heel veel christenen in Amerika op dit punt is. Daarom ben ik na de verkiezing van Donald Trump als de 45e president van Amerika vooral benieuwd hoe het nu met Obamacare afloopt. Als het alsnog wordt teruggedraaid en afgeschaft, is Amerika een flink stuk onchristelijker geworden. Dat is het ethisch dilemma tussen een sociaal Amerika met bv. vrije abortus of een individualistisch Amerika met een paar extra christelijke accenten. In beide gevallen denk ik niet: ‘God zegene Amerika’, maar ‘God beware Amerika’.

 

Registratie Orgaandonatie in de lift

orgaandonatie-teletekstOp 13 september nam de Tweede Kamer een nieuwe orgaandonatiewet aan. Wie de moeite niet wil nemen om zich te laten registreren, wordt onder deze nieuwe wet genoteerd als iemand die ´geen bezwaar´ heeft tegen het doneren van zijn of haar organen na overlijden. Vandaag meldden het dagblad Trouw  en het NOS-journaal dat in de drie-en-halve week na dit besluit al zo’n 100.000 Nederlanders zich hebben laten registreren in donorregister.
De meesten hebben ‘nee’ laten noteren, ruim 90.000. En iets minder dan 10.000 mensen hebben ‘ja’ ingevuld. Daarnaast zijn waren er in de eerste dagen na het besluit bijna 4.500 Nederlanders die zich hebben laten uitschrijven, maar waren er ook zo’n 2.650 personen die van ‘nee’ naar ‘ja’ zijn geswitcht. Volgens dagblad Trouw en het NOS-journaal zijn er inmiddels 22.000 Nederlanders die zich hebben laten uitschrijven.

Hoe je het ook wendt of keert, alleen al het feit dat het voorstel om tot een Aktief Donor-Registratie Systeem over te gaan, het met 75-74 gehaald heeft in de Tweede Kamer, heeft tot beduidend  meer registraties geleid.En dat alleen al vind ik winst.

Even voor de duidelijkheid wat cijfertjes.

Orgaandonatie PasIn januari 2014 waren zo’n 5,7 miljoen Nederlanders geregistreerd als donor. Daarvan zeiden bijna 3,5 miljoen ‘ja’ met of zonder beperkingen, zeiden zo’n 1,6 miljoen ‘nee’ en lieten 0,6 miljoen de keus aan de familie. In december 2015 waren ruim 5,8 miljoen Nederlanders geregistreerd als donor. Het ‘ja’-aantal steeg licht (+ 53.000), het ‘nee’-aantal daalde licht (- 8.000) en het aantal dat de familie liet beslissen steeg het hardst (+ 92.000).

En nu naar 2016. Volgens http://www.donorregister.nl stonden op 31 augustus 2016 precies 5.910.425 Nederlanders geregistreerd, waarvan bijna 3,65 miljoen ‘ja’ hadden ingevuld, ruim 1,55 miljoen ‘nee’ en de overige 0,7 miljoen liet het aan de familie over. Wat is er na 13 september veranderd? Nou, er hebben zich bijna 73.000 Nederlanders meer laten registreren. Wel daalde het ‘ja’-aantal’ naar 3,64 miljoen en steeg het ‘nee’-aantal naar 1,64. Het aantal dat voor ‘de familie beslist’ koos, bleef nagenoeg gelijk met iets meer dan 0,7 miljoen.

Orgaandonatie ja of neeZonder de 22.000 Nederlanders die in mijn optiek allemaal Dik heten en samen de familie Ego vormen, en die als Dikke Ego’s allemaal hun eigen autonome keus belangrijker vinden dan de lange wachtlijsten die er nog steeds zijn, zou het aantal registraties net boven de 6 miljoen zijn uitgekomen.

Ik ben blij met deze cijfers. Het gaat er mij namelijk niet om of mensen voor of tegen orgaandonatie zijn. Ook al vind ik het voor mijzelf een christenplicht om na mijn leven mijn naaste te mogen dienen met mijn organen als dat kan. Maar de afweging van iemand anders dat het lichaam door God aan iemand persoonlijk gegeven is en dat je daar na je dood niet in wilt laten snijden vind ik ook een begrijpelijk standpunt. Het is echt geen gebrek aan naastenliefde als iemand ‘nee’ zegt. Maar geef het in elk geval aan. Of laat weten dat je die keus t.z.t. aan je familie over laat. Met dit nieuwe registratiesysteem word je door de overheid nergens toe verplicht. Behalve dat de overheid wil dat je aangeeft wat je zelf wil. Niet willen kiezen is namelijk een vorm van egoïsme of laksheid. Dat stoort mij vooral omdat 90% van de Nederlanders wél graag een orgaan ontvangen wil als de nood aan de man/vrouw komt. Terwijl het aantal Nederlanders dat nu vrijwillig zijn keus kenbaar maakt, al jaren op 40% zit. Dus van elke 100 Nederlanders vertikken 60 personen het om zich te laten registeren, maar van die 60 willen er 50 wel graag een orgaan ontvangen als de nood aan de man of vrouw komt. Dat vind ik, even scherp gezegd, Orgaandonatie Hartjehypokriet. Dus ben ik blij met dit besluit van de Tweede Kamer. Wie niks laat weten, geeft aan ‘geen bezwaar’ te hebben. Dat is wat anders dan ‘ja’, maar het is voor de nabestaanden een teken dat iemand tijdens zijn leven geen grote moeite met orgaandonatie had, anders had hij/zij wel ‘nee’ laten registreren. Dat hebben binnen een maand na 13 september al bijna 100.000 Nederlanders gedaan. Dat vind ik dus een goede zaak. Beter eerlijk ‘NEE’ dan de zaak op z’n beloop laten.

En nu maar hopen dat de ChristenUnie in de Eerste Kamer niet gaat zeggen: zie je wel, het aantal registraties neemt de laatste maanden heel erg toe. Het is al erg genoeg dat christenen de naam hebben in ethische zaken overal tegen te zijn. Terwijl het stimuleren van orgaandonatie toch echt heel iets anders is dan het legaliseren van abortus of euthanasie.

ORGAANDONATIE – zet de politiek na 20 jaar eindelijk een stap voorwaarts?  

Komt er een nieuw donorregistratiesysteem? Het zal erom spannen deze week in de Den Haag. Vóór de zomervakantie diende D66 een voorstel in een ‘actief donorregistratiesysteem’ in te voeren. Dat betekent in de praktijk, dat iedereen vanaf 18 jaar nadrukkelijk gevraagd wordt om een keus te maken: ‘Ik wil wel of geen donor worden.’ Wie ondanks herhaalde oproepen geen keus wil maken, wordt automatisch geregistreerd als donor. In juni 2016 lieten o.a. CDA en ChristenUnie en VVD weten dit voorstel niet te zullen steunen. Volgens mij ten onrechte, zoals ik in mijn blog van 7 juni 2016 onderbouwde (klik hier), want al meer dan 20 jaar geeft maar 40% van de Nederlanders, alle overheidscampagnes ten spijt laat, aan of men wel of geen donor wil zijn. Tegelijk wil 90% van de Nederlanders wel graag een orgaan te willen ontvangen als de nood aan de man (of de vrouw) komt. Er moet dus echt wat veranderen. Vandaar het voorstel van D66. Begin deze maand liet D66 weten, het voorstel nog verder te hebben aangepast om aan de bezwaren van o.a. de christelijke partijen tegemoet te komen. Of het helpt, valt nog te bezien. Maar het zou mij zwaar tegenvallen van het CDA en van de ChristenUnie als ze op 8 september nog steeds blijven vasthouden aan een vrijblijvend systeem waardoor 60% van de Nederlanders gewoon z’n verantwoordelijkheid niet neemt.

 Wat zijn de aanpassingen?

In Nederland geldt nu een toestemmingssysteem. De overheid roept alle burgers nadrukkelijk op om zich te laten registeren en te kiezen uit de volgende opties: 1 = JA / 2 = NEE / 3 = ik laat mijn nabestaanden of één specifieke persoon beslissen. D66 stelde in juni 2016 voor om alle Nederlanders vanaf hun 18e actief te benaderen met deze vraag én er heel erg duidelijk bij te zeggen: als je na herhaalde herinneringen niet reageert, word je automatisch geregistreerd als donor.

Toch bleven er een aantal bezwaren bestaan. Vooral over het feit dat wie zich bewust als donor laat registreren en wie de moeite niet neemt om te reageren, allebei als ‘JA – ik ben donor’ worden geregistreerd. Verder was er kritiek op het feit dat mensen vanaf hun 18e een aantal keren opgeroepen worden om een keus te maken, maar daar dan voor de rest van hun leven aan vast zitten. En de vraag kwam naar voren hoe het zit met laaggeletterden en wilsonbekwamen: worden die zonder het te weten opeens tot donor verklaard? Op de site van de Nierpatiënten Vereniging Nederland wordt duidelijk vermeld hoe D66 aan deze bewaren is tegemoetgekomen.

Allereerst is ervoor gekozen om duidelijk onderscheid te maken tussen wie zich wel heeft laten registeren als donor en wie domweg niet gereageerd heeft. Voor deze tweede groep (de lakse Nederlanders) worden niet meer geregistreerd onder de categorie ‘JA’, maar onder een nieuwe categorie ‘GEEN BEZWAAR’.

Ook wordt nu zwart op wit vastgelegd dat alle Nederlanders vanaf hun 18e elke 10 jaar opnieuw een persoonlijke herinnering krijgen m.b.t. hun registratie. Men kan die dan ook wijzigen. Zo is de actuele wens van iedere Nederlander  bekend.

Verder zijn er extra waarborgen opgenomen voor ‘wilsonbekwamen’. In elke acute situatie moet een arts zich ervan vergewissen dat de persoon in kwestie wilsbekwaam was toen hij toestemming verleende voor orgaandonatie. Als blijkt dat een persoon wilsonbekwaam was, kan alleen met instemming van de wettelijk vertegenwoordiger of van de nabestaanden besloten worden tot orgaandonatie. Kunnen zij niet op tijd bereikt worden, dan is zo’n wilsonbekwaam géén donor.

Tenslotte wordt de nieuwe manier van registreren pas ingevoerd nadat er eerst een periode van goede voorlichting is gegeven aan alle Nederlanders, zodat iedereen er van op de hoogte is dat als je je keus niet wilt laten vastleggen, de overheid er van uit gaat dat je geen bezwaar hebt tegen orgaandonatie.

Durven CDA en ChristenUnie nu wel een stap te zetten?

Wat het CDA betreft ben ik bang dat men ondanks deze aanpassingen vast blijft houden aan de bezwaren tegen een actieve donorregistratie. Want er is nog één onderliggend argument waarom het CDA (en de VVD) niet verder willen gaan dan een vrijblijvende registratie op www.donorregister.nl. Dat standpunt werd op zaterdag 5 september op Radio 1 verwoord door de voorzitter van het CDJA, Julius Terpstra. Hij is tegen het voorstel van D66 omdat het een aantasting is van de integriteit van iemands lichaam. Dus heeft een overheid geen recht op de organen van wie dan ook als iemand zich daar niet zelf over uitgesproken heeft. Het voorstel van D66 zou zelfs tegen de grondwet ingaan volgens het CDJA. Ik vind de argumentatie uitermate zwak. En dat het tegen de grondwet ingaat, is echt onzin. Want er is een groot verschil tussen ‘je niet kunnen uitspreken’ en ‘je niet willen uitspreken’. Wie zich niet kan uitspreken, wordt geen donor. Wie gewoon geen zin heeft om zich te laten registreren, heeft er ook geen principiële bezwaren tegen om donor te zijn. Dus tast de overheid niemands integriteit aan, maar respecteert juist volledig ieders keus en beschermt de wilsonbekwame burgers tegen de aantasting van hun lichaam.

Wat betreft de ChristenUnie heb ik meer hoop dat deze aanpassingen wel voldoende zijn om de fractie over de streep te trekken. In 2005 wilde de ChristenUnie namelijk graag als extra optie bij donorregistratie opnemen: “Ik maak nog geen keuze, stel mij de vraag later opnieuw”.  Dat is nu expliciet in dit voorstel opgenomen, want elke Nederlander krijgt elke 10 jaar een herinnering en kan dan opnieuw de afweging maken om wel of geen donor te willen blijven of alsnog te worden. En in juni 2016 liet Carola Schouten nog weten tegen de vermenging van een ‘aktief JA’ en een ‘passief JA’ te zijn. Ook dat bezwaar geldt nu niet meer. Maar of de ChristenUnie echt een stap voorwaarts durft te zetten? Tijdens de eerste bespreking van dit wetsvoorstel op 27 maart 2014 vond de ChristenUnie nog, dat de keus om wel of geen donor te willen zijn, “een zaak is van mensen zelf. Mensen zijn geen eigendom van de staat.” Daarom was het voor de fractie “de vraag of een dwingende keuze, opgelegd van overheidswege, wel wenselijk is.” Ik hoop dat bij de ChristenUnie er inmiddels van overtuigd is, dat de overheid in het aangepaste voorstel van D66 niets dwingend oplegt, maar alle burgers indringend op ieders verantwoordelijkheid wijst en daarbij duidelijk aangeeft welke conclusies we als samenleving trekken als iemand laksheid en ongeïnteresseerdheid niet wil reageren, namelijk:

‘Wie bewust blijft zwijgen, stemt toe.’ 

ORGAANDONATIE – wie niet reageert wordt donor

Je bent ernstig nierpatiënt. Je staat al een tijdlang op de wachtlijst voor een nieuwe nier. Maar er zijn  te weinig mensen die zich als orgaandonor hebben geregistreerd. Ondanks alle campagnes in de afgelopen jaren. De hoogste tijd om het ‘toestemmingssysteem’ te vervangen door een ‘geen-bezwaar-systeem’.  Tenminste, dat vindt bijna de helft van de Tweede Kamer. Deze week stemt Den Haag over een voorstel van D66 om een ‘actief donorregistratiesysteem’ in te voeren. Het is 50/50. De fractie van het CDA gaat de doorslag geven.

Orgaandonatie ja of neeIk hoop van harte dat het voorstel van D66 het haalt. Het haalt de vrijblijvendheid eruit om je wel of niet te laten registreren als orgaandonor. Dat is het grote bezwaar tegen het huidige systeem namelijk. Nu roepen overheid en organisaties zoals de artsenvereniging KNMG alle Nederlanders op zich te registreren als donor. Maar in de praktijk heeft maar iets meer dan 40% dat tot nu toe gedaan. Dat percentage stijgt de laatste jaren wel iets, maar, schrijft de KNMG in maart 2016, “toch blijft het tekort aan donororganen groot en overlijden jaarlijks mensen terwijl zij wachten op een orgaan. Een van de problemen die artsen zien, is dat nabestaanden van een overledene die niet weten wat de overledene wilde, twijfelen en er dan vaak voor kiezen om donatie af te wijzen, terwijl de overledene mogelijk wel zijn organen had willen afstaan.” (lees hier meer)

Vrijwillige registratie te vrijblijvend

Als je je nu laat registreren als donor, kun je kiezen uit vier opties. 1 = JA / 2 = NEE / 3 = mijn nabestaanden beslissen / 4 = een specifieke persoon beslist. Als je voor ‘JA’ kiest, kun je ook nog aangeven welke organen je wel of niet beschikbaar stelt voor transplantatie. D66 stelt nu voor over te gaan tot een systeem van actieve donorregistratie. Dat houdt in dat alle Nederlanders vanaf hun 18e actief benaderd worden met de vraag of ze donor willen worden. Ze krijgen precies dezelfde vier vragen gesteld als bij de vrijwillige donorregistratie. Maar in de brief wordt er ook bij gezegd: als je na herhaalde herinneringen niet reageert, word je automatisch geregistreerd als donor.

Actieve registratie : niet automatisch donor

Orgaandonatie PasDit voorstel is een gulden middenweg tussen ons huidige, vrijblijvende systeem en het ‘geen-bezwaar-systeem’ zoals dat in bv. België en Spanje geldt. Daar ben je automatisch donor, tenzij je een ‘ik-wil-geen-donor-zijn-verklaring’ invult. Volgens mij moeten we in Nederland echt een stap vooruit zetten. We zijn er, ondanks  alle promotie in de afgelopen 30 (!) jaren, niet in geslaagd om voldoende orgaandonoren te krijgen. Dus sterven er jaarlijks tientallen tot honderden mensen terwijl ze op de wachtlijst staan, omdat 60% van de Nederlandse bevolking niet de moeite wil nemen om z’n mening kenbaar te maken over orgaandonatie. Die laksheid vind ik onchristelijk. Want uit onderzoeken blijkt dat bijna 100% van de Nederlanders wel zelf graag een nier of long of hart wil ontvangen als dat akuut nodig blijkt te zijn. Dus waarom zou je dan niet zelf na je leven iemand anders daarmee willen helpen? Volgens mij moeten christenen in deze diskussie de woorden van Jezus onze Heer uit Matteüs 7:12 en Lukas 6:31 zwaar laten wegen: Behandel anderen steeds zoals je wilt dat ze jullie behandelen (NBV) / Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo (NV’51).

Orgaandonatie HartjeChristenUnie tegen actieve registratie

Helaas wil de ChristenUnie het systeem niet veranderen. In 2008 (klik hier) schreef de ChristenUnie in een notitie, dat orgaandonatie een zaak is en moet blijven van burgers onderling. De overheid mag die keus niet dwingend opleggen. Wel moet er meer aan voorlichting gedaan worden om burgers te doordringen van het belang van orgaandonatie. Oftewel: “Orgaandonatie, een zaak van mensen onderling. Geen keuzedwang, wel keuzedrang.” En zelfs als iemand zich wel heeft laten registreren als orgaandonor, is het volgens de ChristenUnie ondenkbaar om de mening van de nabestaanden te negeren. Als zij alsnog geen toestemming willen geven, gaat de orgaandonatie niet door. Er is nog een belangrijke reden waarom de ChristenUnie tegen het systeem van actieve donorregistratie is. Het sluit de mogelijkheid niet uit, dat iemand tegen zijn wil in als Orgaandonatie Wachtlijstdonor behandeld zou worden. Daarom diende de ChristenUnie in 2005 samen met o.a. de SP een motie in om alle Nederlanders vanaf hun 18e actief te registreren met dezelfde vier vragen als hierboven en met een vijfde keuzemogelijkheid. 5 = ik maak nog geen keuze, stel mij de vraag later opnieuw. Wie deze vijfde mogelijkheid invulde, zou later, bij een nieuw paspoort bv., opnieuw de vraag voorgelegd krijgen of hij/zij wel of niet donor zou willen worden. Die motie haalde het niet en dus stemde een krappe meerderheid van de Tweede Kamer in 2005 tegen het actieve donorregistratie-systeem en bleef het ‘toestemmingssysteem’ van kracht. Met de unanieme wens van heel de Tweede Kamer aan de regering om alle Nederlanders te stimuleren zich te laten registreren in het donorregister. Dat laatste heeft de overheid ter harte genomen. Op www.donorregister.nl kan iedereen invullen of men wel of geen orgaandonor wil zijn. Maar het heeft onvoldoende geholpen. Na tien jaar neemt bijna 60% van de Nederlanders nog steeds niet z’n verantwoordelijkheid. Dus komt D66 nu opnieuw met een voorstel om over te gaan tot actieve registratie van alle Nederlanders boven de 18 jaar. En wie dan na herhaaldelijke herinneringen niet reageert, wordt automatisch donor. Dat laatste is winst en wordt zelfs door ChristenUnie genoemd tijdens de allereerste bespreking van dit voorstel in 2014 (lees hier meer).

Durf een stap te zetten!

Orgaandonatie LoesjeDus waarom blijft de ChristenUnie dan vasthouden aan haar oude standpunt? Daarmee stimuleert ze laksheid en ongeïnteresseerdheid. En bevordert ze gebrek aan naastenliefde. Volgens mij is er geen sprake van keuzedwang als iemand een aantal keren nadrukkelijk gevraagd wordt om duidelijk aan te geven of men wel of geen donor wil worden. Want in die keus is iedereen volkomen vrij. Maar als iemand gewoon de moeite niet neemt om na herhaalde oproepen het donorregistratieformulier in te vullen, is het een hele logische stap om te zeggen: ‘Wie zwijgt, stemt toe’.