Avondmaal aan huis – de lijn van Calvijn

Waar vier je het Avondmaal? In de kerk of bij mensen thuis? Als gemeente of ook op conferenties en congressen? In Nederland is men binnen de protestants-gereformeerde kerken vanaf het allereerste begin (1570) erg terughoudend geweest met het vieren van het Avondmaal buiten de kerkdiensten om. Dat is voor een deel terecht, denk ik. Het Avondmaal is geen maaltijd van christenen, maar een maaltijd van de christelijke gemeente. Samen als gemeente vieren we dat Jezus onze Heer er zijn leven voor over had om ons weer met God te verzoenen. En dat Hij zijn Heilige Geest gegeven heeft om ons te motiveren tot een nieuw, christelijk leven. Het past dan niet zo goed om ‘kerkje te spelen’ op allerlei plekken waar christenen bij elkaar komen, vind ik. Maar hoe zit het met gemeenteleden die niet meer in de kerk kunnen komen? Kunnen zij het Avondmaal aan huis ontvangen?

avondmaal-brood-en-wijnIn onze gemeente is het al zo’n 15 jaar mogelijk dat gemeenteleden die ernstig ziek zijn of langdurig aan huis gebonden zijn het Avondmaal thuis vieren als zij dat willen. Dat was, zo rond 2000, een nieuwe ontwikkeling. Ruim 400 jaar golden de volgende argumenten om het ‘Avondmaal aan huis’ niet te stimuleren: a) de viering van het Avond­maal moet in de gemeente plaats vinden; b) het ontvangen van het Avond­maal is niet noodzakelijk om behouden te worden; c) de werking van het Avond­maal komt, dankzij de Heilige Geest, ook ten goede aan gemeenteleden die het Avond­maal niet kunnen meevieren.

Maar vanaf het allereerste begin van de Reformatie klinkt er al een tegengeluid. En het is niet de eerste de beste die zich nadrukkelijk vóór de bediening van het Avondmaal bij ernstige zieken thuis uitspreekt. Johannes Calvijn was één van de overtuigde voorstanders van de mogelijkheid om zieken thuis het Avond­maal te laten meevieren. Volgens hem hebben langdurig of ernstig zieke gemeenteleden het recht om het Avond­maal te ontvangen en heeft de kerk de plicht om daaraan te voldoen.

In 1543 waren er een aantal predikanten die Calvijn hierover om advies vroegen. Calvijn geeft dan als antwoord, dat men de gewoonte van de ‘ziekencommu­nie’ (zo werd het Avondmaal aan huis vaak genoemd) mag toelaten waar het nodig en passend is. De enige voorwaarde die Calvijn eraan verbindt is “dat het werkelijk een communio is, dat wil zeggen, dat het brood in de gemeen­schap van gelovigen gebroken wordt.”

calvijn-portret-nlPrecies twintig jaar later, in 1563, schrijft Calvijn nog een keer uitvoerig over de bediening van het Avondmaal bij ernstig zieken thuis. Hij doet dat in een brief aan Caspar Olevianus, één van de opstellers van de Heidelberg­se Cate­chismus. Wanneer je naar het doel van het Avond­maal kijkt, schrijft Calvijn, “meen ik te mogen opmaken, dat zij die of aan een langdurige ziekte lijden of in levensgevaar zijn, niet van een zo groot goed beroofd mogen worden.” Het Avond­maal dient tot versterking van het geloof en is een wapen dat Chris­tus ons aanreikt in de geestelijke strijd die we te voeren hebben. Juist in tijden van een ernstige ziekte en een naderend sterven wordt een gelovige door veel verzoekingen overval­len en beang­stigd. “Mogen wij nu dit bijzonder hulpmiddel van hem wegnemen, waardoor zijn vertrouwen zo versterkt wordt, dat hij zich met vreugde in de strijd begeeft en de overwinning behaalt?” Daarom mag men de zieken volgens Calvijn niet van het Avond­maal weren. “Juist het Avond­maal is symbool van de heilige eenheid van Gods kinderen.” Calvijn bestrijdt, dat het Avond­maal zo een privézaak wordt. “In werkelijkheid is het Avondmaal aan huis een onderdeel van de openlijke viering.” Tenslotte is hij van mening, dat voorkomen moet worden, dat zieken uit bijgeloof, eerzucht of nieuwsgierigheid het Avond­maal willen ontvangen. Daarom wil Calvijn slechts in uitzonder­lijke situaties en wanneer de kerkeraad goed op de hoogte is van de werkelijke toestand van de zieke broeder of zuster, de Avond­maalsviering bij hem of haar thuis toe­staan. Bovendien moet de viering helemaal overeenkomen met de instelling van Chris­tus. Daarom acht Calvijn het wenselijk, dat het Avond­maal “slechts in de kring van de gelovigen en niet zonder onderwijs en liturgie, evenals bij de openlijke viering, gehouden wordt.”

In zijn eigen kerk in Genève gaf de kerkenraad geen gelegenheid voor de ziekencommunie. Het Avond­maal mocht alleen in de zondagse kerkdiensten gevierd worden. Calvijn heeft zich hierbij neergelegd, maar bleef het ermee oneens. Hij zelf zou het brood en de wijn graag aan ernstig of langdurig zieken uitreiken. Juist in hun situatie mag de troost die Christus hen door het Avondmaal geven wil, hen niet onthouden worden, vond hij. Daarom schrijft Calvijn ook in 1558 aan een kerke­raadslid uit Heidelberg: “Dat het Avond­maal bij ons aan de zieken niet bediend wordt, mis­haagt ook mij. En het ligt werkelijk niet aan mij, dat zij die gaan sterven deze troost niet genieten. Zoveel wilde ik wel, dat bij het nage­slacht duidelijk bekend blijft, wat ik gewenst heb.”

In onze vrijgemaakte kerken is ds. E.A. de Boer (nu hoogleraar in Kampen) een van de eersten geweest die weer een pleidooi voerde voor het vieren van het Avondmaal aan huis. In het weekblad ‘De Reformatie’ schreef hij hier in 1988 vier artikelen over. Zijn conclusie was duidelijk: “Ik meen dat kerkeraden, aan wie de herderlijke zorg en de bediening van de sacramenten is toever­trouwd, gezien hun taak en recht en in het licht van het verleden, de ruimte hebben om aan de ernstig en langdurig zieken thuis het Heilig Avond­maal te bedienen. De criteria, waaraan de ziekencommunie moet voldoen, zijn we al tegengekomen. Het Avond­maal moet naar Chris­tus’ instelling gegeven, door een dienaar van het Woord bediend en door een kring van gelovi­gen meege­vierd worden. Het mooiste is, wanneer deze viering plaats­vindt op de Avond­maalszondag.”

kruis-hart.jpgZo doen we het in 2016 in onze gemeente ook. In een huiskamer komen  de predikant, de kringouderling, de kringdiaken en een paar gemeenteleden bij elkaar. De bediening van het Avondmaal vindt plaats in een korte samenkomst waarin we ook samen bidden, uit de bijbel lezen en zingen. Daarmee volgen we helemaal de lijn van Calvijn. Hij vond het o zo belangrijk dat gelovige kinderen van God juist als ze het heel erg moeilijk hebben, het Avondmaal als geloofsmedicijn ontvangen. Om in alle angsten en benauwenissen het oog op de Heer gericht te houden en op Hem te blijven hopen (Psalm 25:15-22). Juist dan wil Jezus onze Heer met het Avondmaal ons geloof versterken en ons ‘bemoedigen met kracht in onze ziel’ (om het met Ps. 138:3b uit de NV’51 te zeggen).

Memento Mori – gelovig gedenken als gemeente van Christus

‘Eeuwigheidszondag’. In veel protestantse kerken worden op deze zondag de gemeenteleden die in het afgelopen jaar gestorven zijn herdacht. Op de (één-na-)laatste zondag van november. Laatst werd aan mij daarom de vraag gesteld: ‘Waarom gedenken wij in onze kerk de overledenen op 31 december en niet op de (één-na) laatste zondag van november?’ Mijn antwoord was: ‘Omdat we als gelovigen niet leven bij het kerkelijk jaar, maar bij de christelijke jaartelling.

Oudjaarsavond of ‘Eeuwigheidszondag’?

Kaars brandendIn de gereformeerde kerken bestaat al meer dan 150 jaar de gewoonte om op Oudjaarsavond een kerkdienst te beleggen. Daarin blikken we als gelovigen terug op wat het afgelopen jaar ons gebracht heeft. Alle ingrijpende momenten uit het leven krijgen daarin een plaats. En dus gedenken we in die kerkdienst ook de gemeenteleden en de geliefden van gemeenteleden die het afgelopen jaar zijn overleden. Persoonlijk vind ik zo’n kerkdienst op 31 december een heel natuurlijk moment. Alle belangrijke gebeurtenissen gebeuren op een bepaalde datum en die datum zoveel jaar ‘na de geboorte van Christus’. Maar er is ook een andere ontwikkeling in onze kerken. Namelijk: als je het liturgisch helemaal goed wilt doen, zou je de overledenen moeten gedenken op de laatste zondag van het kerkelijke jaar. Dat is eind november, een week voordat de vier zondagen van advent beginnen. Ik schreef daar een paar jaar geleden al eens een blog over met als titel Oudejaarsdienst 31 december – gelovig terugkijken, gelovig gedenken. In dat artikel haalde ik een collega aan die in de Gereformeerde Kerkbode van het Noorden in dec. 2013 een pleidooi voerde voor de invoering van ‘Eeuwigheidszondag’. Hij vroeg zich af: moeten we als kerk de overledenen herdenken in de deining van het wereldlijke jaar of in het ritme van de kerk en in de cadans van de heilsfeiten? Hij koos voor het laatste. In tegenstelling tot mij. Ik zal uitleggen waarom.

Als gelovige leef ik bij de christelijk jaartelling

Ik leef, als ik voor mezelf spreek, als gelovige veel meer bij de christelijke jaartelling dan bij het kerkelijk jaar. Iedereen van ons is in dit leven geboren op die ene, door God bepaalde datum in het jaar 1900- of 2000-zoveel. En de dag waarop de HERE het leven terugneemt koppelen we ook die ene datum uit de christelijke kalender. Dus komt een zondag in november op mij over als een onnatuurlijk, geforceerd en kunstmatig moment. Voor mijn gevoel gedenk ik dan de gemeenteleden en geliefden die overleden zijn wél in geloof, maar níet in het ritme van het gewone, dagelijkse leven. Een kerkdienst op Oudjaarsdag vind ik juist een heel natuurlijk, zinvol en kostbaar moment. In mijn beleving laten we aan het eind van het jaar als gelovigen samen Gods licht schijnen over alles wat er in het afgelopen jaar gebeurd is. Op de dag (tegenwoordig zelfs alle vijf dagen na Kerst) dat heel de wereld uitgebreid stilstaat bij weer een jaar voorbij, geven wij als christelijke gemeente daar de meest optimale invulling aan, namelijk met de Bijbel open en de blik vol emotie achterwaarts, vol vertroosting omhoog en vol verwachting vooruit gericht. Geef mij daarom dus maar een kerkdienst op Oudjaarsdag. Echt, 31 december is dé meest geschikte avond om onze geliefden in geloof te gedenken.

Deining en willekeur

Toen ik dit aan mijn collega liet weten reageerde hij begin januari 2014 als volgt.

Ik vind je argumentatie voor de Oudejaarsavond als gedenkmoment nogal zwak. Je schrijft : ‘Het ritme van de jaartelling is een scheppingsgegeven’. Ja dat lijkt me nogal logisch. Maar waar begint dat jaar? Dat is arbitrair. Als de kerk daarin wil kiezen voor een eigen cadans naast of misschien zelfs gegenüber de rest van de wereld lijkt me dat zo slecht nog niet. En dan kun je het reguliere jaarwisselingsgebeuren nog steeds kerkelijk zeer goed invullen in een terugkijken met de kalendermatige jaaroverzichten. Maar dan kies je wel stelling op het punt van: de kerk denkt in de deining van wat Christus hier op aarde heeft gedaan. En dan is Advent Nieuwjaar. Ik hoop dat je deze overpeinzing enige kans en stilte wilt geven en ben benieuwd naar je reactie.

We leven nu alweer bijna in 2017. Ik heb er niet permanent over nagedacht, maar toch wel regelmatig. En ik ben nog steeds niet van mening veranderd. Integendeel. Als 1 januari een willekeurig moment is, is de kalender van het kerkelijk jaar dat al helemaal. Die is namelijk gebaseerd op de geboorte van onze Heer. Volgens mij is overtuigend aangetoond dat dat niet op 25 december in de winter plaatsgevonden heeft.  Bovendien, waarom zouden we als kerk een alternatieve jaarcyclus invoeren en ons daarmee naast of zelfs tegenover de wereld gaan opstellen? Ik denk dat het veel beter is om een christelijke invulling te geven aan wat we in de samenleving belangrijke momenten vinden. Je moet als kerk daar zijn, waar de mensen zijn. Dus houden we op 24 december een Kerstnachtdienst en blikken we op 31 december gelovig terug op het afgelopen jaar, met speciale aandacht voor wie in dit jaar des HEREN door Hem uit dit leven zijn weggenomen. Dat is voor mij geen willekeurig moment, maar daarmee deinen we als kerk van Christus mee op het ritme van de wereld die Hij in zijn hand houdt.

Voor wie nog wat meer wil lezen: Eind december 2013 schreef ik dus de blog Oudejaarsdienst: gelovig terugkijken en gelovig gedenken. Eind december 2014 schreef ik nog twee stukjes. De eerste ging over waarom wij in de Oudjaarsdienst kaarsen aansteken: Kaarsen met oudejaarsavond. In het tweede stuk stond de tekst van de gedichten die bij het ontsteken van de vier kaarsen zijn voorgelezen: Als het leven soms pijn doet op Oudejaarsavond.

Bidden voor je kinderen – elke dag (ook als ze groot zijn en eigen wegen gaan)

Bidden 4In Assen-Peelo staan regelmatig jonge ouders aan de doopvont. Elke keer weer zijn dat prachtig diensten. In het Gereformeerd Kerkboek staan drie doopformulieren. In nummer 2 krijgen gelovige ouders de opdracht mee dat zij ‘dagelijks voor hun kinderen behoren te bidden.’ 

Dat geldt niet alleen voor als de kinderen jong zijn en nog thuis. Het geldt ook als de kinderen groot zijn en zelfstandig door het leven gaan. Een voorbeeld daarvan is Job. In de Bijbel kun je lezen, dat Job voor al zijn kinderen blijft bidden, juist ook als ze volwassen geworden zijn. Want voor volwassenen kinderen zijn de risico’s om God kwijt te raken in het leven net zo groot als voor kinderen en jongeren. En als de kinderen de deur uit zijn beseffen de ouders des te meer dat ze zelf geen invloed meer uit kunnen oefenen op de geloofskeuzes van hun kinderen.

Jongeren hoofdenWat dan overblijft is de opdracht die je bij de doop van je kinderen al van de HERE krijgt: blijf dagelijks voor ze bidden! We zeggen wel eens: dat is het enige wat je voor ze kunt doen – bidden. Maar vergeet niet: dat is ook het belangrijkste wat je voor ze kunt doen! Of je kinderen nu meelevend gelovig of juist niet meer gelovig zijn. Job bad voor zijn gelovige kinderen, omdat hij zichzelf kende en wist hoe gemakkelijk je in je hart God vaarwel kan zeggen. Een andere redelijk bekende gelovige, Monica, bad elke dag voor haar zoon Augustinus die echt met God gebroken had. Haar gebed werd tijdens haar leven al verhoord. Dat gebeurt niet altijd. Maar het mag je, als ouders, wel bemoedigen om ermee door te gaan – met het bidden voor je kinderen. Want de vraag is niet of God wel luistert naar wat wij van Hem vragen. De vraag is eerder of jij en ik het wel volhouden om de namen van onze kinderen telkens weer in Gods handen te leggen.

 

 

Afgedwaald

Ook hij is een verbondskind, en hij heeft

daarnaast meer dan hij nodig had gekregen:

verstand, gezondheid, dagelijks zon en regen,

en ouders die hem hebben voorgeleefd

 

hoe zinvol alles wordt als God ons geeft

Zijn liefdevolle zorg op onze wegen,

hoe goed het leven is onder Zijn zegen,

wanneer je dankbaar naar Zijn wetten leeft.

 

En toch is hij de herder kwijtgeraakt.

Hij voelt zich thuis op nieuwgekozen paden

en maakt zelf uit waardoor hij zich laat binden.

 

Wij blijven achter: door God klein gemaakt,

maar blijven voor hem bidden, vastberaden.

Laat hij zich ooit weer door de Herder vinden?

 

 

Harm Sijnstra – Zuidlaren

 

 

Als het leven soms pijn doet – gelovig gedenken op Oudejaarsavond

In de Oudejaarsdienst op 31 december 2014 van de GKV Assen-Peelo hebben we gelezen uit 2 Petrus 3:1-9, nagedacht over het thema De tijd is gevuld met Gods geduld en vervolgens het volgende moment van gedachtenis gehouden.

Moment van gedachtenis

In deze laatste uren van 2014 beseffen we dat er weer een jaar voorbij is. En we beseffen ook, dat onze tijden in Gods hand zijn. Dat is een rustgevende gedachte bij alle drukte en hektiek. Het is vooral een troostvolle gedachte wanneer we denken aan ouders, broers en zussen en kinderen die de HERE God eerder dan ons uit dit leven weggenomen heeft. Daarom zingen we nu eerst een gedenklied. Daarna ontsteken we de gedenkkaarsen.

Gedenklied: Liedboek 103 : 1, 2, 3 (De heiligen, ons voorgegaan)

 

1e kaars: we gedenken de kinderen die al in de moederschoot, kort na de geboorte of in de kinderjaren door de HERE uit dit leven werden weggenomen.babyvoetjes

U was het die mijn nieren vormde,

die mij weefde in de buik van mijn moeder.

Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan.

Psalm 139 vers 13-14

 

2e kaars: we gedenken alle ouders die ons het leven hebben gegeven en hebben voorgeleefd en nu, vaak op hoge leeftijd, ons zijn voorgegaan.

Het is een troost te weten dat hierna nog iets komt

en dat de stem van de ander niet voor altijd verstomt.

We zien ze niet meer lopen of samen met ons gaan

en toch zegt iets van binnen dat zij dicht naast ons staan.

 

We zien de lege plaats wel, die stoel blijft pijnlijk leeg.Kaars brandend

Er blijft een stilte achter bij wat vaak aandacht kreeg.

Maar toch zegt iets van binnen dat zij er zeker zijn.

Die troost trekt met ons verder en draagt ons door de pijn.

 

Ons wacht een blijde toekomst, waar wij weer hand in hand

gaan langs de gouden stranden van het beloofde land.

Het heimwee ligt dan achter, de zorgen zijn niet meer.

Voor eeuwig zijn we samen in het land van onze Heer!

 

3e kaars: we gedenken alle andere geliefden van wie we in 2014 afscheid moesten nemen en die we zo missen omdat ze ons heel erg dierbaar waren.

God wat een dag,

wanneer de graven opengaan

en al uw kinderen,

reeds jarenlang tot stof vergaan,Voor altijd in mijn hart - Jezus

daar zomaar zullen staan,

stralend en fris

in het schitterend licht

van uw gezicht,

het witte feestkleed aan.

Coosje van Campen

 

4e kaars: we gedenken alle slachtoffers van de vele rampen, oorlogen en ziektes waardoor over heel de wereld en ook in ons land zoveel mensen getroffen zijn.

Als het leven soms pijn doet,

en de storm gaat te keer

in een tijd van moeite en verdriet.

Alsof de zon niet meer opkomt

en het altijd donker blijft

en de ochtend het daglicht nooit meer ziet.
 

Juist op die momenten als het echt niet meer gaat,

laat me merken laat me voelen dat U werkelijk bestaat,

dat uw armen om mij heen zijn en uw liefde mij omgeeft,

dat ik zal zien als ik terugkijk, dat U mij gedragen heeft.

 

Als ik kom met al mijn vragen, roos huwelijk

met mijn twijfels en mijn pijn,

met mijn angst en onveiligheid,

lijkt de hemel soms van koper,

geen gebed komt er doorheen

en ik verstik in onzekerheid.

 

Heer wilt U mij helpen als ik moe ben of verward,

dat het geloof in mijn verstand ook zal leven in mijn hart!

En dat uw armen om mij heen zijn en uw liefde mij omgeeft,

dat ik zal zien als ik terugkijk, dat U mij gedragen heeft.

 

Reni & Elisa Krijgsman – https://www.youtube.com/watch?v=BZMNxvcfNos

 

Kaarsen met Oudejaarsavond 31/12 in de kerkdienst

Gelovig terugkijken en gelovig gedenken –  veel christenen doen dat op 31 december in een oudejaarsdienst. Samen kijken we terug. Het bijna afgelopen jaar 2014 was een veelbewogen jaar. En samen gedenken we. Want op oudejaarsdag dringt het besef van de geliefden die we missen extra tot ons door.  De HERE nam ze uit dit leven weg en haalde ze, als ze in Hem geloofden, thuis. Zo kijken we gelovig achterom. We laten het Woord van de HERE schijnen en alles wat we in 2014 hebben meegemaakt, brengen we in gebed bij God.

Sommige kerken doen dat aan het eind van november, op de laatste zondag voordat Advent begint. Als gereformeerde kerken kennen we de traditie om dat op de laatste dag van het oude jaar te doen. Wat mij betreft blijft de traditie van een oudejaarsdienst nog heel lang bestaan. Zo verbinden we op een mooie manier het gewone leven met het geloof. Ook 2014 was een ‘jaar van onze Heer’. We tellen onze jaren vanaf de geboorte van Hem, Jezus Christus. Vorig jaar schreef ik over die tendens om het gelovig gedenken van 31 december te verplaatsen naar een zondag in november het blog Oudejaarsdienst 31 december – gelovig terugkijken, gelovig gedenken. Wie nog wat, in mijn ogen, goede argumenten voor het handhaven van 31 december als meest geschikt gedenkmoment wil lezen, moet hier even klikken (of op http://wp.me/p3wcfn-8p).

Hoe kijk je nu op een goede manier terug en gedenk je de geliefden die in het jaar van onze Heer 2014 gestorven zijn? In onze gemeente van Assen-Peelo doen we dat sinds een aantal jaren door de namen van te noemen van degenen uit onze gemeente die afgelopen jaar zijn overleden én door kaarsen te ontsteken. Het aantal van vier is nogal praktisch: we gebruiken de kaarsen van Advent. En we nodigen gemeenteleden uit om één van de vier kaarsen aan te steken. Als men wil, mag men daarbij ook een bijbeltekst, een gedicht of een korte toelichting geven. Omdat we een heel jonge gemeente zijn met meestal minder dan vier overlijdens per jaar, kunnen we ook een kaars wijden aan ouders en andere direkte familieleden die gestorven zijn. En dit jaar, op verzoek van een gemeentelid, ook een kaars voor alle mensen die omgekomen zijn bij rampen als vlucht MH17, het oorlogsgeweld in Syrië & Irak, de Ebola-crisis enzovoorts. Dit moment wordt omgeven door bijbellezing, liederen en gebed. Zo geven we extra ruimte aan het gedenken van degenen die ons zijn voorgegaan en, als ze in hun Heer Jezus Christus geloofden, nu bij en met Hem verder mogen leven. Daarmee sluiten we op een passende manier het jaar 2014 af. En richten we ons op wat 2015 ons gaat brengen – misschien wel de terugkomst van onze Heer op de wolken. Hoe heerlijk zal dat zijn! (Opwekking 407)

Met Kerst komt alles dichterbij dan ooit

Vandaag is jullie Redder geboren: Christus, de Heer. Hij is geboren in Betlehem, de stad van David.

Kerstoverdenking Kerstnachtdienst Sporthal Peelo 2014 (voor een indruk van  de sfeer zie hier – opname Henk Bosscher)

Met Kerst komt alles ‘dichterbij dan ooit’. Vooral de wens naar ‘vrede op aarde’. Zowel de wereldvrede als de vrede in je eigen leven.

De wereldvrede. Precies 100 jaar geleden lagen de Duitsers en de Engelsen in Frankrijk en België pal tegenover elkaar. De Eerste Wereldoorlog was net begonnen. Ze waren nog niet echt in een uitzichtloze loopgravenoorlog verzand en stonden fanatiek tegenover elkaar. Vlak onder Ieper, precies tussen Mesen en Ploegsteert, lag de frontlinie. En toen gebeurde het. Op de Kerstavond zongen de Duitse soldaten kerstliederen. Aan de overkant konden de Engelsen het gezang horen. En terwijl op andere plekken de gevechten doorgingen, zwaaiden de Duitsers bij Mesen met een witte vlag. Ja, ze kwamen zelfs de loopgraven uit en liepen, al zingend, in de richting van de Engelsen. Die wilden eerst gaan schieten, maar toen ze zagen dat de Duitsers ongewapend waren, kwamen ze ook zelf naar voren. Midden op de akker, ten noorden van het bos van Ploegsteert, wisselden ze eten en drinken uit, vierden Kerstfeest en sloten af met een potje voetbal.

Op dat moment hadden de beide partijen elkaar ‘dichterbij dan ooit’ genaderd. Je moet maar durven! Midden in de fanatieke eerste maanden van de oorlog als eerste de loopgraaf uitstappen! Kerst verbroedert. In die wrede oorlog was het even vrede op aarde.

Vandaag leven we in een andere tijd. Hoewel, zou dat echt zo zijn? Ook nu is er oorlog. Is er angst. Is er lijden. Wat voor jaar hebben we achter de rug! Met het neerhalen van vlucht MH17 werden bijna 300 onschuldige burgers uit de lucht geschoten door pro-Russische rebellen. In Syrië en Irak joeg ISIS honderdduizenden moslims, christenen, jezidi’s uit hun dorpen en steden en duizenden van hen werden óf vermoord óf als seksslavin verkocht. En in Nigeria doet Boko Haram hetzelfde. Ondertussen jaagt het Ebola-virus heel veel mensen schrik aan: wordt het een wereldepidemie? De ellende kwam dit jaar dichterbij dan ooit. Hoezo vrede op aarde?

Misschien is het ook in jouw persoonlijke leven helemaal geen vrede.

In november was ‘Een vlucht regenwulpen’ van Maarten ’t Hart het campagneboek voor ‘Nederland Leest’. In dat boek uit 1978 krijgt de moeder van Maarten keelkanker en overlijdt. Daardoor neemt Maarten afscheid van het geloof in God. Het zou autobiografisch zijn. En het glazen huis van Serious Request zamelt, na goede doelen als drinkwater, vluchtelingen en kindersterfte door diarree, dit jaar geld in voor meisjes en vrouwen die het slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld.

Kanker en seksueel misbruik. Dat is persoonlijk leed. Omdat het persoonlijk is, hakt dat er minstens net zo diep in als het wereldleed. Als dat allemaal ‘dichterbij dan ooit’ komt, kun je daar erg mee zitten. Ja, zelfs heel erg boos om worden. Ook en juist op God.

Ergens kwam ik het volgende verhaal tegen.

Op een vlakte staat een grote massa mensen. In groepjes staan ze druk te diskussiëren. Het gaat er heftig toe. Al deze mensen houden zich bezig met de vraag: “Waar haalt God het recht vandaan om over de mens te oordelen?”

Een meisje met zwart haar trekt haar mouw omhoog en laat een getatoeëerd nummer van een nazi-concentratiekamp zien. “Wij hebben verschrikkelijke dingen doorgemaakt: we zijn verraden, gemarteld, vergast! Wat weet God nou van ons lijden af?”

In een andere groep trekt een negerjongen zijn kraag naar beneden. “En dit dan?” vraagt hij, terwijl hij de lelijke afdruk van een touw in zijn hals laat zien. “Ze hebben me gelyncht … alleen maar omdat ik zwart was!”

Even verder staan mensen om een zwanger tienermeisje heen. Met boze ogen roept ze: “Waarom moesten ze mij hebben? Eerst de drugs, toen de loverboy, toen een kind? Ik was nog maar 12 toen het begon!”

Overal op die vlakte stonden honderden van zulke groepen. Ze beklaagden zich allemaal over God – waarom laat Hij al dat kwaad en lijden in de wereld toe? En dat terwijl Hij Zelf lekker in de hemel woont, waar alles perfekt is, waar geen tranen zijn, geen angst heerst, geen honger of haat. Wat weet zo’n God nou van alles wat de mensen in deze wereld moesten meemaken? Hij zou ook maar eens …!!

Iedere groep koos daarom iemand uit die het meest geleden had. Een Jood, een neger, iemand uit Hiroshima, een aidsslachtoffer uit Congo, iemand die door reuma helemaal krom gegroeid was, iemand die door een automobilist met drank op voor de rest van het leven in een rolstoel terecht gekomen was. Midden op de grote vlakte kwamen ze bij elkaar om met elkaar te overleggen. Ten slotte waren ze klaar om hun zaak aan God voor te leggen.

Voordat God in aanmerking kon komen om hen te oordelen, moest Hij eerst meemaken wat zij meegemaakt hadden. Ze besloten dat God tot een leven op aarde veroordeeld zou worden – Hij zou mens moeten worden!

‘Laat Hem in een kansloos, armoedig gezin geboren worden. Zonder dat zijn vader bekend is. Laat Hij opgroeien in een vijandige omgeving. Dat iedereen Hem met de nek aankijkt. Dat zelfs zijn eigen familie Hem niet meer hoeft. Laat Hij door zijn beste vrienden in de steek gelaten worden. En dat Hij door corrupte ambtenaren wordt aangeklaagd. Door een laffe rechter ten onrechte veroordeeld wordt. Laat Hem ook eens voelen hoe het is om gemarteld te worden. Om er helemaal alleen voor te staan. Geen mens meer die om Hem geeft. Ja, laat God dat ook maar eens allemaal meemaken. Laat Hem in volstrekte eenzaamheid een gruwelijke dood sterven. Misschien dat Hij dan weet wat wij hier op aarde allemaal moeten meemaken aan zorgen en ellende.

Zo maakten de woordvoerders van elke groep samen hun vonnis bekend. En toen werd het stil. Want plotseling stond er Iemand op. Met gaten in zijn handen. Met ogen vol ontferming. En iedereen besefte: wat wij zonet bedachten hebben om God mee te straffen, heeft die Man al ondergaan.

Met Kerst vieren we, dat God in het Kind Jezus dichterbij dan ooit gekomen is. In het Kind Jezus is God Zelf al mens geworden. De engel zegt het zelf: ‘In de stal van Bethlehem ligt de Zoon van God, jullie Redder en Heer. Ga maar kijken!’ De herders geloofden die engel op zijn woord. Ze gingen meteen op kraambezoek.

Wat de herders geloofden, geloof ik ook. In de persoon van Jezus is God naar deze aarde gekomen. Hij heeft alles meegemaakt, wat wij ook meemaken. Hij kent het leed door en door. De pijn en de eenzaamheid. De teleurstelling en de frustratie. De moeite en het verdriet. De uitsluiting en de minachting. Afschreven door mensen en ingeruild voor een ander. Jezus heeft het allemaal meegemaakt. Hij heeft het allemaal gevoeld. Hij leek er volledig aan onderdoor te gaan. En toch heeft Hij het gered. Heeft Hij jou en mij gered.

Met Kerst komt alles dichterbij dan ooit. De zorgen en de ellende – zeker in 2014. Je kunt het God verwijten. Je kunt ook komen kijken naar Gods oplossing – in het Kind van Kerst komt Hij elk jaar dichterbij dan ooit. Dat Kerstkind brengt vrede op aarde, vrede in je hart en vrede met God. God blijven verwijten of naar het Kerstkind dat God geeft komen kijken. Waar kies je voor? Ik nodig ieder van jullie uit voor dat laatste.

Sluit je aan in de lange stoet van mensen die het Kerstkind komen begroeten!

Kerst – Jozef gepasseerd én ingeschakeld bij geboorte Jezus

De geboorte van Jezus is het grootste kado dat mensen van God krijgen. Maar zelfs voor mij als christen blijft het onbegrijpelijk. Ik snap best wel dat Jezus geboren. Maar hoe Hij geboren is, namelijk uit de maagd Maria, dat kan voor mijn gevoel helemaal niet. Toch is de Bijbel er heel duidelijk over. Twee bijbelschrijvers laten het onafhankelijk van elkaar weten. “Maria bleek zwanger te zijn door de Heilige Geest” vertelt Matteüs  (Mat. 1:18). “De Heilige Geest zal over je komen”, zegt de engel Gabriël tegen Maria, als die vraag hoe zij zwanger kan worden omdat ze nog nooit gemeenschap met een man gehad heeft, vertelt Lukas (Luk . 1:35).

Jozef Maria JezusMARIA EN JOZEF KUNNEN ER NIET BIJ

Dat is zo onvoorstelbaar – Maria kan er zelf amper bij. Daarom zwijgt ze erover tegen Jozef. Hij zal haar toch niet kunnen geloven. Waar God nu mee bezig is, dat gaat alle mensen boven het verstand. Zoals Maria moeder wordt, zo is nog nooit een vrouw moeder geworden. Dat kan alleen God zelf aan Jozef duide­lijk maken. En inderdaad: Jozef kan er niet bij. Langzaam en mar­­telend dringt na een paar maanden de verschrik­kelijke werke­lijkheid tot hem door: zijn Maria is in verwachting en krijgt een kind waarvan hij de vader niet is. En Maria is zo zwijgzaam, het geheim blijft voor Jozef onop­losbaar. Dat maakt de situatie voor hem zo moeilijk. Omdat Jozef een gelovige jongen is, wil hij zijn stil­le Maria niet in opspraak brengen. Hij kan of wil nu niet meer met Maria trouwen, maar wil haar ook niet in opspraak brengen. Daarom denkt hij er serieus over na om de verloving in het geheim te verbreken.

Maria kan er amper bij. Jozef kan er helemaal niet bij. En als God zelf niet aan Jozef de waarheid bekend gemaakt had, waren twee gelovige kinderen van God die voor elkaar bestemd waren, zelfs definitief uit elkaar te gaan. Alleen God kan duidelijk maken dat Hij verlossing, redding en uitkomst komt brengen op een manier zoals niemand het had kunnen bedenken.

VEEL MENSEN WILLEN ER NIET AAN

Vandaag geloven nog steeds heel veel mensen niet dat Jezus de Zoon van God is, geboren uit de maagd Maria. Dat het Kerstkind een bijzonder kind is, wil er bij veel mensen nog wel in. Maar dat Jezus Gods kind is? Nee, daarmee wordt Jezus door zijn fanclub toch net even te hoog ingeschaald. En dan krijg je van die sagen en legenden als de maagdelijke geboorte. Wat dat betreft zit er tussen toen en nu niet zoveel verschil. Toen zal iedereen gedacht hebben: daar heb je weer een stel dat moet trouwen. Tegen de stroom in werd van Jozef en Maria, eerst van ieder afzonderlijk en daarna van hun samen, veel geloof gevraagd. Durven ze echt God op zijn woord te geloven, dat hun zoon Jezus de beloofde Immanuel is die de mensen zal bevrijden van hun zonden?

IK BEN NET ZO

Voor mij als gelovige op de grens van 2014/2015 geldt eigenlijk precies hetzelfde. Ook ik kan God alleen maar op zijn woord geloven, als Hij vandaag nog precies hetzelfde zegt: ‘In Betlehem is jullie redder geboren. Het is Christus, de Heer. Hij zal de mensen bevrijden van hun zonden.’ Die aktie komt helemaal van Gods kant. Dat begint al bij de geboorte. Daar kwam geen man aan te pas. Jezus kwam ter wereld, zoals het ook met het geloof zelf gaat: het is een geschenk van God. Dat zegt een derde bijbelschrijver, Johannes, in zijn Evangelie: “Wie in zijn naam geloven, zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.” (Joh. 1:12)

Daar kan ik niet bij. En, laat ik eerlijk zijn, ik wil er vaak ook niet aan. Want dan moet ik toegeven, dat ik het zelf niet kan. Dan moet ik erkennen, dat alleen God Zelf ook vandaag nog de oplossing kan brengen: een nieuw begin in mijn leven en een ultiem vredesplan voor heel de wereld. Maar ook al kan ik er niet bij en wil ik er vaak niet aan, toch geloof ik in Jezus als het Kind van Kerst. Hij is “het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam.” (Joh. 1:9) En ik ben blij dat we dat elk jaar weer samen vieren. Zo houden we het geloof levend in Jezus Christus als de enige Zoon van de Vader, die Zelf God is en mens werd zoals wij. Door Hem kunnen we er weer bij – bij God als onze hemelse Vader.

WAAROM WILDE JOZEF ER IN HET GEHEIM VANDOOR?

Niet iedereen denkt dat Jozef Maria wilde verlaten omdat Maria hem verteld had wat haar overkomen was. Iemand als prof. Jakob van Brug­gen heeft een andere opvatting. Hij is van mening (je kunt dat nalezen in zijn commentaar op Mat­teüs) dat de verschijning van Gabriël en de lofzangen van Elisa­bet, Maria en Zacharias binnen de familie bekend geworden zijn en ook gelovig geaccepteerd. Ook Jozef zou Maria op haar woord geloofd hebben dat ze door toedoen van de Heilige Geest een kind verwacht die de lang beloofde Messias zal zijn. Alleen vroeg hij zich wel af, wat dit betekende voor zijn aanstaande huwelijk met Maria. Dus overweegt hij, dat God Maria blijkbaar voor een unieke taak geroepen heeft. Daarin ziet Jozef geen plaats voor zichzelf. Dus wil hij in het geheim de verloving verbreken. Prof. van Bruggen beroept zich voor deze uitleg vooral op Mat. 1:18. Daar wordt van Maria gezegd: “ze bleek zwanger te zijn door de hei­li­ge Geest.” Dat zou je dan zo moeten uitleggen, dat de gelovige familieleden niet alleen gecon­stateerd hebben dat Maria in verwach­ting was, maar ook, dat dat ‘door de heilige Geest’ gebeurd is.

Toch volgen veel andere bijbeluitleggers deze verklaring niet. De meesten denken, dat Matteüs aan de lezers laat weten, dat het geen gewone zwangerschap was, maar dat die tot stand gekomen is door tussenkomst van de heilige Geest. De re­ak­tie van Jozef pleit er meer voor om aan te nemen, dat Jozef vol vragen zit over hoe het nu kan dat Maria zwanger is. Als hij voor zichzelf geen plaats ziet in Gods verlossingsplan zou hij dat met Maria hebben kunnen overleg­gen. Maar volgens Matteüs zit Jozef te dubben en te aarzelen wat hij zal doen. En als hij dan eindelijk de knoop wil doorhakken, verschijnt op dat moment een engel van de Heer aan hem. Het lijkt er op, dat Maria niet zelf gepro­beerd heeft Jozef van de goddelijke oorsprong van haar kind te overtui­gen, maar dat God dat zelf op het meest kritieke moment doet.

JOZEF 100% AKTIEF INGEZET

Overigens vraagt prof. van Bruggen er wel terecht de aandacht voor, dat het de en­gel er niet alleen om te doen is, het wantrouwen van Jozef weg te nemen, maar dat Jozef zelf ook aktief een plaats krijgt aangewezen bij de geboorte van de Verlos­ser. God scha­kelt Jozef in als de vader op aarde voor de Chris­tus. Hij krijgt bijvoorbeeld (net als Maria in Lukas) de opdracht het kind de naam Jezus te geven. En na de geboorte is het Jozef die een droom krijgt om met Maria en Jezus naar Egypte te vluchten vanwege de dreiging van Herodes. Wat dat betreft lijken alle gelovigen op Jozef. Het geloof zelf is 100% Gods werk in jou en mij. Maar daarna schakelt de HERE ieder van ons wel voor de volle 100% in om het geloof ook uit te dragen en voor te leven.