Cadeau van de Heilige Geest – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 23)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 23

Cadeau van de Heilige Geest

Ik geloof in de Heilige Geest (3) – Jantine kan heel goed leren. Arianne juist niet, maar die kan wel weer goed met kinderen omgaan. En Frank? Als mensen iets moois bij Frank moeten noemen, zeggen ze: ‘Frank staat altijd voor iedereen klaar.’

Mooi is dat. Paulus zou zeggen: Jantine, Arianne en Frank hebben ieder een eigen cadeau van de Heilige Geest gekregen. Een cadeau ja, want dat Jantine goed kan le­ren, daar heeft ze echt niet zelf voor gezorgd. Het is een cadeau van de Heilige Geest. Een ‘gave’ noemt de Bijbel dat.

Als de Bijbel het over een gave heeft, bedoelt hij niet iets wat je voor jezelf mag houden. Het gaat erom dat je die gave (dat waar je goed in bent) gebruikt om anderen en God ermee te dienen. Wist je trouwens dat ieder­een in de gemeente zo’n gave krijgt? De Heili­ge Geest slaat niemand over!

Als iedereen nu zijn eigen cadeau goed gebruikt, is het niet erg dat mensen in de kerk zo verschillend zijn. Dat is juist mooi. Paulus schrijft: dan zijn we als een lichaam. Een lichaam bestaat uit verschillende lichaamsdelen met verschillen­de functies, en toch is het één! Zo zou het in de kerk óók moeten zijn…

Lezen: Romeinen 12:4-8

Welke gave zou jij kunnen inzetten in de gemeente? Bedenk een manier om vandaag iets van die gave te laten zien!

Advertenties

De Geest in ‘huis’ – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 22)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 22

De Geest in ‘huis’

Ik geloof in de Heilige Geest (2) – Het zal je maar gebeuren dat de koningin of prinses Máximá een weekje bij je komt loge­ren. Dat zou natuurlijk uniek zijn. Dan zorg je er wel voor dat alles in huis piekfijn in orde is. Of niet soms? Het is toch ondenkbaar dat je ze een klein zol­derkamertje geeft, zonder verder nog naar haar om te kijken?

Ondenkbaar ja, en toch doen wij zoiets vaak met een nog veel hogere ‘gast’: de Heilige Geest. Paulus zegt dat ons lichaam een tempel van de Heilige Geest is. Hij logeert dus maar niet in ons, Hij wóónt zelfs in ons lichaam. En toch is ons ‘huis’ vaak helemaal niet op orde. We doen gewoon alsof Hij er niet is en gaan onze eigen gang.

Paulus noemt het voorbeeld van hoererij of ontucht, dus dat we op een verkeerde manier met seks omgaan. Als we ons li­chaam zó gebruiken, hoe kan de Heilige Geest er dan in wonen? Maar je kunt ook denken aan je muziek, je internetgebruik, de manier waarop je met je broers en zussen omgaat, enz. In elke ‘kamer’ van je levenshuis wil de Heilige Geest wonen. Met alleen een zolderkamer neemt Hij echt geen genoegen!

Lezen: 1 Korintiërs 6:17-20

Als je over dit bijbelgedeelte met God in gesprek kon gaan, wat zou je Hem dan vertellen of vragen? Leg het Hem in je gebed voor.

Je zult het ‘zien’ – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 21)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 21

Je zult het ‘zien’

Ik geloof in de Heilige Geest (1) – Stel nu dat jij na de voorgaande twintig stukjes zegt: ‘Het zal allemaal wel waar zijn, maar eigenlijk zie ik nog steeds niet wat je er nu echt aan hebt om dit te geloven.’ Dat zou natuurlijk heel jammer zijn, want dan mis je een hele­boel.

Maar… gelukkig zijn we nog niet klaar met de Apostolische Geloofsbelijdenis. Want vandaag beginnen we met het derde deel. Eerst ging het over God de Vader, toen over God de Zoon, en nu gaat het over God de Heilige Geest. Het ontzettend mooie daarvan is dat de Heili­ge Geest alles te maken heeft met het probleem waar we het net over hadden.

Want zijn werk is juist dat je het wél gaat zien en begrijpen. Daar zorgt Hij voor. Meestal niet in één keer, maar heel geleidelijk. Hoe? Bijvoorbeeld door de preken in de kerk, of door dit ­boekje. Maar ook door je in te fluisteren: ‘Vergeet niet in je bijbel te lezen!’ Denk niet dat dit zómaar een gedachte is, dat is de stem van de Heilige Geest! Luister daar­naar.

Je mag erom bidden dat de Heilige Geest ook in jou werkt. God heeft het zelf beloofd: door mijn Geest zullen ook tieners het geloof gaan ‘zien’ en gered worden.

Lezen: Joël 3:1-5

Heb je wel eens gemerkt dat de Heilige Geest je iets duidelijk maakte? Dank God daarvoor! En bid dat je inderdaad (meer) visioenen zult gaan zien.

Het maakt wél uit! – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 09)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 09

Het maakt wél uit!

En in Jezus Christus – Vandaag beginnen we met het tweede deel van de Apostolische Geloofsbelijdenis: over de Here Jezus. Het eerste deel ging over God de Va­der. En verderop komen we toe aan het derde deel, over de Heilige Geest. Het deel over de Here Jezus is het grootst. Daaruit blijkt wel hoe belang­rijk dat is. Als je érgens kunt zien dat het héél veel uit­maakt wat je gelooft, dan is het hier. Let daar bij de volgende stukjes maar op.

Hopelijk zul je dan ook begrijpen waarom Jezus al voor miljoenen mensen echt álles is geweest en nog is. Hij is er nota bene speciaal voor hen: voor mensen die aan  alles gebrek hebben, en nergens meer bijhoren; voor jon­geren die kapot gaan van verdriet. Maar ook voor tieners die gevangen zitten in hun gokverslaving; voor gehandicapten, en iedereen die vastgelopen is. Lees het straks maar na in Lukas 4.

Jezus zei dat God Hem hiervoor speciaal had gezalfd. Dat betekent dat Hij de Christus, de Messias, was naar wie de mensen in Nazaret al zo lang hadden uitgekeken. Maar moet je zien wat deze mensen uiteindelijk deden: ze gooiden Jezus de stad uit (vers 29)! Kun je nagaan hoe belangrijk het is dat je ogen voor Hem geopend worden. Bid daarom! 

Lezen: Lukas 4:16-22

Zie je jezelf al zitten in de synagoge? Hoe reageer jij op Jezus? En op de andere mensen in de synagoge?

Psalm 87 gaat over Pinksteren (niet over Jeruzalem of Israël)

Ieder in z’n eigen taal – dat is Pinksteren. Want de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt. Ieder hoort in z’n eigen taal over Gods grote daden – dat is Pinksteren. Ja, de Geest van Christus gaat wereldwijd.

In Psalm 87 wordt dat al aangekondigd. Er komt een tijd, dat uit alle volken de mensen graag bij de God van Israel willen horen. En dat ze graag deel willen uitmaken van dat volk van God. Ja, dat ze er trots op zijn, dat ze in de stad van God, in Sion, hun plek gevonden hebben.

Van de Korachieten, een psalm, een lied.

Boven alle steden van Jakob heeft de HEER de poorten van Sion lief, zijn vesting op de heilige bergen. Van u wordt met lof gesproken, stad van God. ‘Ik noem Rahab en Babel mijn getrouwen. Filistea, Tyrus en Nubië zijn alle hier geboren.’ Met recht kan men van Sion zeggen: ‘Welk volk ook, het is hier geboren, de Allerhoogste houdt Sion in stand.’ Bij de namen van de volken schrijft de HEER: ‘Dit volk is hier geboren.’ En dansend zingen zij: ‘Mijn bronnen zijn alleen in u.’

Psalm 87 gaat over Jeruzalem, zeggen veel mensen. Maar je kunt beter zeggen: Psalm 87 gaat over Pinksteren. Pinksteren verbroedert mensen uit allerlei volken en culturen. Zoals we zingen in Psalm 122 en in Psalm 133 en in een lied als ‘U maakt ons een, U brengt ons tezamen, wij loven en aanbidden U.’

Pinksteren verbroedert. Dat is heel bijzonder. De Heilige Geest maakt mensen één: samen in de naam van Jezus. Hoe bijzonder dat is, laat Psalm 87 al horen: want op Nubië na zijn de andere vier volken niet bepaald de beste vriendjes geweest van Israel. Tyrus, om het rijtje verder van achteren naar voren af te werken, was in de tijd van David en Salomo een bondgenoot, maar wordt in de profetieën van Jesaja en Jeremia nadrukkelijk als vijand genoemd. Neem verder de Filistijnen, wat hebben die het de Israelieten jarenlang lastig gemaakt na de intocht tot ver in de tijd van David en Salomo. Denk ook eens aan Babel – was het niet Nebukadnessar die de tempel verwoestte en heel de bevolking naar Babel deporteerde? Vergeet tenslotte Egypte niet, hier met Rahab aangeduid. Nou, daar hebben de Israelieten in de vier eeuwen tussen Jozef en Mozes in geen prettige tijd gehad! Als zelfs je aartsvijanden zich thuis gaan voelen in jouw stad en bij jouw volk, wat is er dan aan de hand? Dan is er dit aan de hand: ze zijn zich thuis gaan voelen bij jouw God!

Dát gebeurt vanaf Pinksteren. Uit allerlei volken en talen voelen mensen zich thuis bij de God van Jakob. Bij de Allerhoogste. Ja, de HERE schrijft alle volken persoonlijk in als bewoners van zijn stad, van Sion. Psalm 87 brengt in poëzie dezelfde boodschap als Jesaja in zijn profetie (Jes. 19:23-25). Ook daar zie je hetzelfde: er komt een tijd, dat God Zelf mensen bij elkaar brengt, die normaal tegenover elkaar staan:

Op die dag zal er een weg lopen van Egypte naar Assyrië. Dan zullen de Assyriërs naar Egypte komen en de Egyptenaren naar Assyrië, en samen zullen zij de HERE dienen. Op die dag zal Israel zich als derde bij Egypte en Assyrië voegen, tot zegen voor de hele wereld. Want de HEER van de hemelse machten zal hen zegenen met de woorden: ‘Gezegend is Egypte, mijn volk, en Assyrië, werk van mijn handen, en Israel, mijn bezit.’

Wij zeggen wel eens: sport verbroedert – en dat zal bij de Olympische Spelen ook best wel zo zijn. Maar je kunt beter zeggen: de Heilige Geest verbroedert. Hij maakt mensen één met Jezus en zo één met elkaar. Dan herken je elkaar als medechristen. Of je nu blank bent of bruin. Waar je ook vandaan komt. Dat wil Psalm 87 zeggen. Jeruzalem wordt Sion genoemd. Het gaat niet langer om die stad en dat lapje grond aan de Middellandse Zee op zich. Het gaat om de plaats waar God woont.

Vanaf Pinksteren woont God overal waar twee of drie mensen in de naam van Jezus samenkomen. Daar komt dan Gods volk bij elkaar. Daar wordt Gods lof bezongen. Daar wordt erkend dat God de Allerhoogste is, die aan de wereld zijn Zoon Jezus Christus gegeven heeft als diepste bron van blijdschap. Van Hem gaat het hart zingen en gaan de voeten dansen. En iedereen die in Hem gelooft, hoort bij die mensen uit ‘welk volk ook’, zoals Psalm 87 zegt, die ‘hier geboren’ zijn. Waar is ‘hier’? ‘Hier’ is overal waar Jezus Christus zijn gemeente bouwt, het nieuwe Jeruzalem. ‘Hier’ is overal waar de Heilige Geest aan mensen in hun eigen taal vertelt, wie God is en wie Jezus Christus is en hoe die Twee hebben laten zien, hoe lief ze de hele wereld hebben.

Dat mooie bericht gaat vanaf Pinksteren wereldwijd. Vóór die tijd, ook in Psalm 87, dacht iedereen nog: als die tijd komt, zullen uit heel de wereld de gelovigen zich in Jeruzalem verzamelen. Allemaal naar één plek toe dus. De pijlen naar binnen gericht. Zelfs de apostelen dachten dat nog, vlak voor de Hemelvaart: Heer, gaat U binnenkort het koningschap over Israel herstellen? Maar Jezus zei toen al: Nee, maar wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van Mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ Voel je, wat hier gebeurt? Met Pinksteren wordt de richting omgekeerd! De apostelen mogen niet meer denken: bij het nationale volk Israel moet iedereen zijn, want híer bij ons woont God. Nee, zegt Jezus, het is juist omgekeerd: jullie moeten erop uit, want overal waar mensen tot geloof komen, dáár woont God. De pijlen naar buiten gericht dus. Zo leert Jezus de apostelen ‘om te denken’ om het eens modern te zeggen. Er is niet meer één volk en er is niet meer één land, maar dankzij Jezus Christus hebben wij door de Geest toegang tot de Vader en zijn we allemaal burgers en huisgenoten van God (Ef. 2:18+19). Vanaf Pinksteren is de belofte: ‘Dan wordt u gezegend met een lang leven in het land dat de HERE, uw God, u geven zal’ (Ex. 20:12b) uitgebreid tot ‘Dan zul het u goed gaan en zult u lang leven op aarde’ (Ef. 6:2).

Met Pinksteren gaan de deuren open. De tijd van afzondering is voorbij. Gods Geest gaat wereldwijd. Gods Woord gaat internationaal. De eerste echte buitenlander die Jezus in geloof als Redder en Heer aanneemt … komt uit Nubië! De kamerling uit Morenland. En daarna volgen er nog velen, want tot aan de uiteinden van de aarde moet iedereen in zijn eigen taal het goede nieuwe over Jezus Christus horen. Zijn Geest maakt onze tongen los: “Prijs de Heer, de weg ligt open tot de Vader, tot elkaar!”

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de valkuilen

Hoofd hart handen ingelijstDank, dank nu allen God, met hoofd en harten en handen. Met een variatie op een bekend gezang zou je kunnen zeggen dat dit de drie basic-manieren waarmee je als christen uiting geeft aan je geloof. Dat geloof is en geschenk van de Heilige Geest. Als Hij mij niet voortdurend motiveert en in vlam zet om als christen voor God, mijn hemelse Vader, en voor Jezus, mijn Redder en Heer te leven, wordt het bij mij al heel snel een vorm- en regeltjesgeloof, omdat het van God of de omgeving moet. Maar helaas … veel christenen (ikzelf niet uitgezonderd) zien dat altijd veel scherper bij een ander dan bij zichzelf. Daarom wil ik hier de valkuilen benoemen van alle drie de geloofstypes. Want overal waar het zaad van het Evangelie gezaaid wordt, vertelt onze Heer in een gelijkenis, is de duivel er als de kippen bij om het opkomende geloof de nek om te draaien. Dat geldt ook voor de tritst Hoofd – Hart – Handen. Welk type je ook bent, in alle drie de gevallen probeert de duivel het geloof weg en eruit te drukken. Daarvoor heeft hij drie verschillende taktieken, denk ik wel eens.

Hoofd hart handen 2Valkuil 1: veel weten = eigenwijs

Voor ‘HOOFD-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Je kennis maakt je eigenwijs. Je ziet neer op andere christenen, die niet zo serieus de Bijbel bestuderen. Die zijn dan al snel in jouw ogen ‘minder principieel’. Als gereformeerde kerken zijn we lange tijd heel sterk geweest in bijbelkennis en het doordenken van wat de HERE God op grond van zijn Woord vandaag van ons vraagt. Maar daardoor hebben we ook de naam gekregen, het allemaal wel heel erg goed te weten. Op christenen uit andere kerken keken we neer – die zaten in de foute kerk, dus mochten ze niet deelnemen aan, lid worden van of werken bij het gereformeerd onderwijs, de gereformeerde politiek en allerlei andere organisaties. Als GKV-kerken hebben we daarmee een slechte naam opgebouwd. Gelukkig ligt die tijd nu wel echt achter ons. Maar die betweterige houding kom ik nog steeds wel tegen: kerkleden die heel goed weten wat er in de Bijbel staat en hoe het hoort en daar anderen mee om de oren slaan. Dat is niet goed.

Aan de andere kant: wanneer je door de Heilige Geest gezegend bent met een goed inzicht in de Bijbel en een goed kunnen doordenken wat dat betekent voor vandaag, ben je niet een ‘mindere’ christen dan een Hart- of Hand-type. Integendeel: je moet wel weten wat je gelooft en waarom je gelooft. Zonder kennis over Mij gaat het volk te gronde, zegt God in Hosea 4. En om Mij echt te kennen, moet je de Bijbel bestuderen, zegt de Here Jezus in Johannes 5.

Hoofd hart handenValkuil 2: heel enthousiast = zelfingenomen

Voor ‘HART-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Met ‘zelfingenomen’ bedoel ik dan, dat jouw invulling van het geloof de maat wordt waarmee je de ander meet. Je hart staat in vuur en vlam voor Christus en dat blijkt uit de manier waarop je zingt, leest, bidt en heel je leven op zondag en van maandag tot zaterdag invult en vorm geeft. Maar voor je het weet, veroordeel je je broer of zus in het geloof, die niet op dezelfde manier zijn of haar geloof beleeft of in praktijk brengt. Je vergeet dan, dat de Heilige Geest niet van iedere gelovige een ‘HART-christen’ gemaakt heeft. En je vergeet ook heel gemakkelijk, dat God niet kijkt naar de mate waarin mensen zich voor Hem inzetten, maar naar het hart: hoe zit het met jouw liefde voor Hem en voor je naaste? Laatst zat ik met wat mensen hierover door te praten. Iemand vond dat er in onze gemeente enthousiaster gezongen zou moeten worden met de handen omhoog en dat er ook veel meer leden aktief mee zouden kunnen in gebedskringen.  Iemand anders zei toen: ik vind het persoonlijke gebed voor mijzelf heel belangrijk en haal vaak heel veel troost en bemoediging uit een bekende psalm of een mooi gezang bij het orgel. Een derde vond het mooi dat het in onze kerkelijke gemeente allemaal mogelijk is. Dat vind ik ook, en ik gebruik deze reaktie hier om te onderstrepen, dat we op die manier ook aan elkaar gegeven zijn in de gemeente: niet om mijn manier van geloofsbeleving boven die van de ander te stellen, maar om elkaar aan te vullen en aan te vuren.

Aan de andere kant: het hart is wel dé plek bij uitstek waar de Heilige Geest ons wil raken. In de psalmen wordt (ik heb het niet precies geteld) wel 100x opgeroepen om de HERE te loven met heel ons hart. En ook Petrus schrijft: “Erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart.” En waar het hart vol van is, loopt de mond van over, zeggen we allemaal. Dus als er weinig enthousiasme voor de Heer zichtbaar is in een gemeente, is dat een slecht teken. Dan moeten we juist meer ruimte voor beleving toelaten, in de kerkdiensten én als opdracht voor onszelf.

Hoofd hart handen engelsValkuil 3: lekker praktisch = laat maar zitten

Voor ‘HANDEN-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Bij een bekende voetbalclub zingt men ‘geen woorden maar daden’. En natuurlijk is het waar, dat geloof zonder daden een dood geloof is, zoals Jakobus schrijft. Levend geloof = de handen uit de mouwen voor je naaste en een bemoedigend woord voor iedereen. Maar juist als de meeste gemeenteleden in een gemeente meer praktisch ingesteld zijn, loop je het risiko om alles wat met ‘Hoofd’ en ‘Hart’ te maken heeft, maar aan anderen over te laten. Dus schiet bijbelstudie er gemakkelijk in. Als de bijbel open moet bij bijzondere gebeurtenissen of bij moeilijke vragen, daar heb je de dominee en de ouderling voor. En samen zingen, samen bidden of samen evangeliseren, dat laat je maar liever aan die enthousiaste of zweverige types over. Zelf hou je je maar liever wat op de achtergrond.

Op die manier maken vele handen geen licht werk, maar komt 3/4 van het werk op de schouders van een paar mensen neer. En dat is nog niet het ergste. Als bijna niemand meer zegt waarom we de handen uit de mouwen steken voor elkaar en voor anderen, wordt de naam van onze Heer Jezus Christus niet meer genoemd. Dan wordt geloven een vorm en snappen je kinderen niet meer, om Wie het echt gaat. Of de kerk wordt een gezellige club mensen. Met dat laatste is niets mis, want waar liefde woont, gebiedt de HEER zijn zegen. Maar besef, dat we wel wat meer zijn: de plek waar God mensen bij elkaar brengt die uit de duisternis gered zijn en nu in het licht van zijn liefde mogen leven, op weg naar een schitterende toekomst! Als je daar echt van overtuigd bent geraakt, dan mag je dat, vanuit een dankbaar hart, met woorden én daden laten zien. En je hoeft niet eens bang te zijn dat je het niet zo goed kunt verwoorden, want de Heilige Geest zal, als het zo eens ter sprake komt, je de woorden wel in de mond leggen, heeft Jezus al zijn volgelingen beloofd.

Aan de andere kant: één gebaar zegt meer dan 100 woorden. Dus als ‘omzien naar elkaar’ de sterke kant is van jouw gemeente, moet je daar niet negatief over doen, maar juist enorm blij mee zijn. In de kleine en gewone dingen trouw zijn, zonder meteen af te haken bij tegenslag – dat is een mooie eigenschap van een christen. En ook van een echte ‘HAND-gemeente’. Maar laat het geen excuus zijn om voor de rest zelf maar wat achterover te hangen. De meeste leerlingen van Jezus waren ook niet van die praters. Toch wisten ze in woord én daad het Evangelie heel goed over te brengen.

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de praktijk

Hoofd hart handen engelsDe trits HOOFD – HART – HANDEN kun je goed gebruiken om te ontdekken wat voor type christen je bent. Dus kun je het ook als thermometer gebruiken om het functioneren van de plaatselijke kerk gaat. In een fijne gemeente bestaat er een goede wisselwerking tussen deze drie onderdelen.  In mijn vorige blog verwees ik naar de eerste christengemeente in Jeruzalem. Die bloeide en groeide volgens de beschrijving in Handelingen 2:41-47 . De bloei was te danken aan de manier waarop ze samen gemeente waren, nl. met hoofd (vers 42a, 43) en hart (vers 42d, 47a) en handen (vers 42b, 44, 45, 46). De groei gaf Christus Zelf (vers 47).

Hoe vul je dat praktisch in?

Als het erom gaat dat je gemeente en christen bent met je HOOFD is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe kun je elkaar stimuleren om meer werk te maken van het leren kennen van God als je hemelse Vader en Jezus Christus als je Redder en Heer, en hoe je Hen dient en volgt in je dagelijks leven? Want geloven met je HOOFD betekent, dat je steeds meer wilt weten wie God is, wat Hij gedaan heeft. Geloven kan niet zonder de kennis van je hoofd.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HART is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe word je persoonlijk en samen steeds weer geraakt door het evangelie van Gods liefde die Hij via onze Heer Jezus Christus en via de Heilige Geest naar ieder van ons laat toekomen? Geloven met je HART is namelijk, dat je steeds meer God gaat liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Dat kan niet zonder beleving en ervaring.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HANDEN is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe verbind je het ‘doen’ met je geloof? Geloven met je HANDEN betekent dat je ook praktisch naar elkaar omkijkt, zowel binnen de gemeente als daarbuiten.  Dit onderdeel van het geloof krijgt in Handelingen 2:41-47 de meeste aandacht, maar staat wel in goed verband met de andere twee aspekten.

Een goede mix

Een goede mix tussen alle drie de aspekten is niet vanzelfsprekend. Voor je het weet zoeken gelijkgezinde christenen elkaar op. En dus krijg je ook bepaalde types kerkgemeenschappen. Gereformeerden worden vaak getypeerd als hoofd-christenen. Evangelischen lijken vooral hart-christenen te zijn. Bij het Leger des Heils kom je vooral christenen met de handen tegen. Ook legt elke tijdsperiode z’n eigen accenten. Als ik het zo inschat, vonden we in de GKV-kerken de bijbelse leer lange tijd erg belangrijk (hoofd), stond in de afgelopen twintig jaar het gevoel en de beleving behoorlijk centraal (hart) en verschuift de aandacht nu meer naar het praktisch christen zijn (handen).

Hoofd hart handenHou krijg en behoud je een goede balans binnen de gemeente? Misschien helpt het om bewust werk van de trits ‘Hoofd-Hart-Handen’ te maken op de volgende drie gebieden:

*A*  Op zondag. In de kerkdienst krijgen zowel bijbellezing en bijbeluitleg als zingen en bidden evenveel aandacht, terwijl rondom de kerkdienst de onderlinge ontmoeting  er ook echt bij hoort

*B*  De taak van ambtsdragers. Zij krijgen van Jezus Christus de opdracht om ervoor te zorgen dat zijn gemeente ook echt als een geestelijk lichaam functioneert (Ef. 4:11-16). Hoe geef je als kerkenraad en diakonie aandacht aan en stimuleer je bijbelstudie (hoofd)  en gebed (hart) en het omzien naar elkaar (handen)?

*C* Als gemeente / wijk / kring. Welke activiteiten organiseer je als gemeente en onderneem je als wijk of kring? Zit er voldoende evenwicht in?

Heel praktisch is dit tweede deel niet geworden. Dat kan ook niet echt, denk ik, want elke gelovige heeft zijn of haar eigen gaven van de Heer gekregen en iedere gemeente van Christus is uniek qua samenstelling. Ik hoop wel dat alles wat hierboven staat kan helpen om het christen-zijn met Hoofd & Hart & Handen vorm te geven, persoonlijk en als kerkgemeenschap.