Jezus deed echte DROOM-wonderen

De wonderen die Jezus deed zijn voor veel westerse niet-christenen vaak een obstakel om te geloven. “Je kunt niet van me verwachten dat ik in wonderen geloof.” Vaak is het argument: wonderen zijn historisch en wetenschappelijk niet te kontroleren. Er is geen bewijs voor. Dus zijn het ‘dikke-duim- verhalen’.

wonderToch is dat niet waar. Integendeel, ik wil je zelfs vijf redenen geven, waarom je niet hoeft te twijfelen aan de echtheid van Jezus’ wonderen. Dat kun je het beste onthouden aan één woord: DROOM. Jezus deed echte DROOM-wonderen. Zoals je aan het begin van je carrière een droomstart kunt hebben en sommige voetballers een droom van een goal maken. Je kunt het haast niet geloven, maar het is toch echt waar. Zo deed Jezus echte DROOM-wonderen.

Duidelijk

De wonderen van Jezus waren duidelijk voor iedereen. Als ik zeg: afgelopen jaar op vakantie in Zweden stond ik oog in oog met een wolf die mij aan wilde vallen, maar die heb ik verslagen door heel hard terug te grommen – dan denkt iedereen: ja ja! En in de Koran zegt Mohammed dat hij een beter boek van God gekregen heeft dan de Bijbel, omdat de engel Gabriël het hem heeft gedicteerd. Maar niemand is er bij geweest.

Nee, dan Jezus! Hij doet al zijn wonderen in openbaar, met veel mensen erbij. Vaak worden de namen van de personen erbij genoemd: Jaïrus, nota bene een leider van de synagoge. En Hij gaf 5000 mensen te eten! Oftwel: check het als je het niet gelooft! Met Pinksteren zegt Petrus niet voor niets: Jezus uit Nazaret is door God tot jullie gezonden, wat wel gebleken is uit de grote daden en wonderen en tekenen die God, zoals jullie bekend is, door zijn toedoen onder jullie verricht heeft. (Handelingen 2 vers 22)

Reaktie

De wonderen van Jezus zijn altijd een reaktie. Hij haalt geen magische trucs uit, die Hij van te voren instudeert, zoals Hans Klok. Hij seint niet mensen van te voren in, zo van: doe net of je al jaren blind bent. En bij zijn eigen dood heeft Hij ook niet alle faktoren in de hand, zo van: als je die spijkers nou precies op die plek door mijn handen en voeten slaat, kan ik straks onverwacht weer uit de dood herrijzen. Nee, Jezus reageert op wat zich aandient. Dus zijn zijn wonderen niet ingestudeerd.

Onomstreden

Niemand in de tijd dat Jezus op aarde leefde, ontkende dat Hij wonderen kon doen. Zelfs zijn tegenstanders niet. Ergens staat het verhaal dat Jezus op sabbat in de synagoge iemand met een verschrompelde hand beter maakte. Wat zeggen dan zijn tegenstanders, de schriftgeleerden en farizeeërs? Precies: ‘Waarom doet U dit op de sabbat?’ Ze klagen Hem niet aan om het feit van het wonder, maar vanwege het moment van het wonder.

Opzienbarend

De wonderen van Jezus zijn ook in zijn eigen tijd verbazingwekkend. De mensen reageren niet met applaus zoals bij een show. Nee, ze vinden het ongelooflijk. Ze denken er over na en worden er bang van. ‘Zoiets hebben we nog nooit eerder gezien!’ roepen ze uit. Want ook zij hadden nog nooit iemand over water zien lopen tijdens een zeiltochtje op het meer van Galilea, laat staan dat iemand na drie dagen alsof er niets gebeurd is zijn graf weer uitwandelt.

Middel

Dat is misschien wel het belangrijkste. De wonderen van Jezus zijn nooit een doel op zichzelf. Hij smijt niet met wonderen om mensen te imponeren, zo van: kijk eens wat Ik allemaal kan. Dat was vaak wel de reden dat mensen op Jezus af kwamen. Het ging ze niet om Hem, maar om het wonder. Het was allemaal, zoals de engelsen heel mooi zeggen, miracle-chasing – hup, achter de man aan die wonderen kan doen! Daarom zegt Jezus verschillende keren, bv. in Johannes 4 vers 48: “Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!” Oftewel: de mensen toen gingen vooral voor het wonder. Het wonder was een doel op zichzelf geworden. Aan dat spelletje om het leven aangenamer te maken door wonderen of gebedsverhoring doet Jezus niet mee. Want zijn wonderen zijn geen doel op zichzelf, maar wijzen naar iets anders. Naar een leven met God tot in eeuwigheid. Een leven met God dat dankzij Hem weer mogelijk is. Dankzij zijn dood aan het kruis en dankzij zijn opstanding uit het graf.

Wonderen zijn extraatjes. Ze voegen extra geloofwaardigheid toe aan wat Jezus zegt en leert. Zo zegt Johannes het ook aan het eind van zijn levensbeschrijving van Jezus. Thomas kan niet geloven in een wonder als de opstanding van Jezus. Jezus Zelf moet Hem over de streep trekken. Maar let dan op wat Johannes meteen daarna als algemene konklusie zegt (Johannes 20 vers 30 en 31):

“Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u die dit leest gelooft, dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.” 

Snap je het? Wonderen zijn mooi en fijn, maar iets anders is veel belangrijker: eeuwig leven heb je door de naam van Jezus. Daar hebben we nu geen wonderen meer voor nodig. Jezus Heer heeft Zich immers al bewezen als de Zoon van God en als jouw en mijn Heer? Je hoeft niet richting het wonder te gaan. Kijk verder en vraag liever om geloof en om kracht en om de Heilige Geest, zodat je dicht bij God blijft leven en Jezus blijft waarderen om waar Hij echt voor kwam: het wonder van vergeving en verzoening en vernieuwing en eeuwig leven.

Ga niet voor het wonder, maar leeft uit verwondering!

Advertenties

Advent: met Zacharias jubelen over het Kind van Kerst

‘Op jullie oude dag zullen Elisabet en jij nog een zoon krijgen, en je moet hem Johannes noemen.’ Dat kreeg de priester Zacharias van de engel Gabriël te horen toen hij dienst had in de tempel. Meer dan negen maanden was Zacharias er sprakeloos van. Maar toen Johannes geboren was en na een week zijn naam ontvangen moest, jubelde vader Zacharias het uit: ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israel!’ Zacharias dankt in zijn Zacharias lofzanglofzang (Lukas 1:68-79) God niet alleen voor hun persoonlijk geluk. Hij plaatst, geïnspireerd door de Heilige Geest, de geboorte van Johannes in het kader van Gods verlossingsplan. En dus zingt hij over Johannes die als profeet van de Allerhoogste voor de Heer zal uitgaan om de weg voor Hem gereed te maken. Maar meer nog zingt Zacharias over Gods goedheid en betrouwbaarheid: God doet wat Hij beloofd heeft op grond van zijn heilig verbond. En de reddende kracht die Hij geven zal is Jezus Christus. Die is ‘het stralende licht uit de hemel’ dat naar ons zal omzien zoals God Zelf naar ons heeft omgezien (de NV51 vertaalt in vs. 68b en in vs. 78b twee keer hetzelfde Griekse woord met ‘omzien‘).

Zacharias typeert Jezus Christus met een bekende uitdrukking uit het Oude Testament. Hij is nl ‘het stralende licht uit de hemel’. Dat is niet de letterlijke weergave van het Grieks. Een aantal andere vertalingen (SV, NV51, HSV) zeggen allemaal dat de Christus ‘de Opgang uit de hoogte’ is. In het Grieks staat hier het woord ‘anatolè’. Wie een beetje aardrijkskunde kent, weet, dat één van de provincies in Turkije ‘Anatolië’ genoemd wordt. Dat is vanuit het Grieks de naam voor het land dat ze aan de ander kant van de Egeïsche Zee lagen liggen in het oosten: het land van de opkomende zon. Zo betekent het woord ‘anatolè’ in het Grieks zowel ‘opkomst’ als ‘zonsopgang’ en werd het uiteindelijk ook het gewone woord voor ‘het oosten’.

Gelovige Joden die goed thuis waren in de Griekse vertaling van het Oude Testament hoorden in deze jubelende woorden van Zacharias een verwijzing naar maar liefst drie profeten.

Zacharias lofzang 2De bekendste is Maleachi 4:2. Daar wordt aangekondigd hoe mooi de komst van de Messias voor de gelovigen zal zijn: ‘Maar voor jullie, die ontzag hebben voor mijn naam, zal de zon stralend opgaan, de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt.’ In het Grieks staat hier het werkwoord ‘anatolein’. Dit slaat op de Persoon van Jezus Chris­tus, zingt Zacharias, die mensen zal beschijnen / op mensen zal schijnen (NV51, BGT – een iets beter vertaling dan ‘verschijnen’ in de SV, NBV, HSV), zodat ze hun voeten weer kunnen zetten op de weg van de vrede met God.

Maar er zijn nog twee profetische teksten uit het Oude Testament waar in de griekse vertaling het woord ‘anatolè’ voorkomt. Namelijk in Jeremia 23:5 en in Zacharia 6:12. In die twee passages wordt de beloofde Messias die eens zal komen aangeduid met ‘de rechtvaardige Spruit / Telg (Anatolè) die uit de bodem /zal uitspruiten / opschieten (anatolein) en als rechtvaardig koning en priester op zijn troon zal zitten.

Met dat ene woord ‘anatolè’ ‘verwijst Zacharias dus naar twéé verschillen­de Messiaanse profetieën. De komende Messias is de beloofde Telg van David en is de opkomende Zon der gerechtigheid. Zo gebruikt Zacharias a.h.w. een dubbel adventsbeeld.

Alle vertalingen waarin Zacharias Christus bezingt als ‘de Opgang uit de hoogte’ gebruiken bij ‘Opgang’ een hoofdletter. Dat doen ze waarschijnlijk, omdat bij Jeremia en Zacharia het woord ‘Anatolè’ als titel voor de Messias gebruikt wordt, terwijl bij Maleachi alleen het werkwoord ‘anatolein’ staat en de komende Messias aangeduid wordt als ‘de Zon die gerechtigheid en genezing brengt’. Zo zie je ook in de vertaling (die terecht voor ‘Opgang’ kiest en niet voor ‘Spruit/Telg’) toch nog iets van die titel doorklinken.

Tegelijk zegt Zacharias er nog iets opmerkelijks bij. Christus komt als ‘de Opgang uit de hoogte’. Dat is een aparte manier van zeggen. De zon komt altijd op vanaf de horizon en gewassen komen op vanuit de grond. Maar hier zegt Zacharias: ‘De Opgang komt uit de hoogte’. Oftewel: onze redding komt van bovenaf God begint. Híj neemt het initiatief. Van de goede bedoelingen van mensen hoef en mag je het niet verwachten.

In de tijd van Zachari­as keken veel mensen alleen maar om zich heen. Zo zijn er nog steeds veel mensen die blijven staan bij wat ze hier beneden zien. Maar dan krijg je nooit goed zicht op Jezus. Dan is Hij alleen maar vertederend omdat Hij met Kerst het Kindje in de kribbe is.

Als je omhoog kijkt, dan zie je meer in Hem. Dan zie je waar Hij vandaan gekomen is om ons te redden. Dan zie je, waar Hij nu is, dicht bij God om het voor ons op te nemen en alvast een plekje voor ons te reserveren in de hemel. onze plaatsen. Dan geloof je, dat Hij straks definitief terugkomt als het stralende licht uit de hemel. Dat geeft tegelijk moed en uitzicht voor wie nu een donkere periode in het leven doormaakt of zelfs de schaduw van de dood op zich voelt afkomen. Kijk dan omhoog en richt je op Jezus. In Hem zie je Gods liefdevolle barmhartig­heid. Alleen Hij brengt vrede, is onze Vrede en zet je voeten weer op het pad van de vrede.

Niedrig und bescheiden – net als Jezus Zelf

– op bezoek bij de Evangelisch Reformierte Kirche in Neuhofen a/d Krems –

know-jesus-t-shirt-c28-1.pngOok in Oostenrijk en Zwitserland bestaan een aantal kleine gereformeerde kerken. Afgelopen maand, op zondag 19 november, bezocht ik in mijn vrije weekend de Evangelisch-Reformierte Kirche in Neuhofen. ‘s Morgens mocht ik er preken en ‘s avonds was ik aanwezig in de avonddienst waar verder over de preek doorgesproken werd. De preek ging over Micha 5:1-5 met als thema in het Engels: (K)NO(W) JESUS, (K)NO(W) PEACE. In het Duits kwamen zeven punten aan de orde, nl. Jezus onze Heer a) is nederig en bescheiden; b) regeert; c) is een Redder die bevrijdt; d) is eeuwig; e) vervult al Gods beloften; f) is een Herder; g) IS onze vrede.

De preek werd erg goed ontvangen. Dat kwam, merkte ik, omdat onze Geschwister in Neuhofen veel meer dan hier in Nederland ervan doordrongen zijn dat we pas echt Neuhofen - kerkgebouw deurvrede met God kunnen hebben dankzij Jezus Christus. Bij hen leeft echt het diepe besef van ‘Ohne Jesus kein Friede – Kenne Jesus, dann kennst du Frieden’. Eén van de gemeenteleden vertelde dat in haar nabije omgeving veel geliefden een algemeen geloof in God hebben, maar niet die persoonlijke band met Christus kennen. Daarom geloven ze oppervlakkig of zijn ze diep van binnen onzeker. In beide gevallen vermijden ze vaak elk inhoudelijk gesprek over het geloof.

’s Avonds bespraken we de preek in de Abendgottesdienst. Eén van de gemeenteleden zei: “Als je naar het bestaan van onze gemeente kijkt zijn wij net als onze Heiland: niedrig und bescheiden.” Dat kenmerkt de Evangelisch-Reformierte Kirche in Neuhofen. We bespraken ook een paar andere vragen, o.a. of ziekte uit Gods hand komt of niet. Die vraag houdt de gemeente bezig nu een broeder opnieuw vier chemokuren moet ondergaan incl. een beenmerg- / stamceltransplantatie.

Neuhofen 2017-11Op de foto na afloop van de morgendienst staan drie nieuwe gezichten. Joseph, een goede bekende van één van de gemeenteleden, kwam voor de eerste keer in de kerkdienst. Adam & Laura komen uit Hongarije en bezoeken sinds hun trouwen bijna elke zondagmorgen de kerkdienst. Ze zijn door hun plaatselijke Hongaarse predikant naar de ERKWB verwezen. Verder bezoekt Karl, een man van rond de 50, sinds een aantal maanden ’s avonds de kerkdienst. Dat zijn dus vier nieuwe gezichten! Op zo’n kleine gemeente van nog geen 25 leden (waaronder één familie met 8 kinderen die op 150 km. afstand woont en dus niet zo vaak de kerkdiensten kan bezoeken) is dat een groot getal. Dat heeft mij echt bemoedigd – God is goed!

Mijn wens is, dat we vanuit Nederland onze medegelovigen in Oostenrijk en Zwitserland niet vergeten, maar hen blijven bezoeken, voor ze blijven bidden en hen blijven ondersteunen. Waarom? Omdat we samen de vrede kennen waar de engelen op de geboortedag van Jezus van zongen: de vrede van God en de vrede met God dankzij Christus die Zelf onze vrede is.

 

ssro-logoDe SSRO (Stichting Steun Reformatie Oostenrijk) ondersteunt een aantal kleine gereformeerde kerken in Oostenrijk en Zwitserland. In Neuhofen a/d Krems, Rankweil, Wenen, Basel en Winterthur organiseren broeders en zusters activiteiten zoals bijbelcursussen, internetuitzendingen, vrouwenkringen, kinderclubs en kerstmarktstands. Zo brengt men het evangelie verder in een sterk geseculariseerde omgeving. In de afgelopen jaren mochten de meeste gemeenten nieuwe leden verwelkomen. Het bestuur van de SSRO is afkomstig uit de CGK, de GKV en de PKN (Geref. Bond). Kijk voor meer informatie op: http://www.ssro.nl of www.reformiert.at. Volg de SSRO op Facebook (SSRO.NL) of op Twitter (SSROnl). Giften zijn erg welkom op NL27 INGB 0000 0656 88 t.n.v. SSRO – Hasselt. Wilt u er deze keer bijzetten: ‘Kerstgift 2017’?

 

Mijn God geneest – ook door middel van ‘betekenisvol oplappen’

Meer dan 100 belangstellenden kwamen op 10 november 2017 naar Amsterdam voor een studiedag met als titel “Mijn God geneest”. Ik ben blij dat ik er bij was. De sprekers (Miranda Klaver, Gerrit Vreugdenhil, Hans Burger, Stefan Paas, Margriet van der Kooi en Cees van der Kooi) benaderden het thema ‘gebedsgenezing’ allemaal vanuit hun eigen invalshoek. Toch leverde dat niet veel verschil van mening op. In de beide doorpraatrondes (2x twee groepen van 50) kwam het tot wat meer diskussie.

Waar kwam die grote mate van eenheid vandaan? Ik denk door een gezonde kijk op de Bijbel. Namelijk: er is géén streeptheologie, maar er is al helemaal geen belofte dat Jezus Christus net als gisteren ook vandaag dezelfde is in de manier waarop Hij nog steeds mensen lichamelijk bij bosjes geneest – via speciale bedieningen en zalvingen en genezingsdiensten of via het gebedspastoraat in de plaatselijke gemeente.

Mooi vond ik ook, dat bijna algemeen werd erkend, dat de traditionele kerken de kracht van het gebed, de persoonlijke voorbede en de ziekenzalving teveel hebben laten liggen, zodat allerhande vrije groeperingen, vooral afkomstig uit Amerika, met veel bombarie in de naam van Jezus genezing komen brengen. Osborne, Zijlstra, Wimber, Clarcke – ze claimen vaak doorslaande successen, maar echt bewijs wordt zelden geleverd. Alleen het woord d’oorslaand’ is terecht, vaak als onbetaalde rekening van de traditionele kerken dus. Gelukkig lijkt het erop dat binnen de protestantse en gereformeerde kerken op dit punt de balans weer wat gevonden wordt – al is er binnen onze eigen GKV volgens mij nog steeds wel een inhaalslag te maken. Niet qua openheid, maar wel het om de plek van persoonlijke voorbede in de plaatselijke gemeente gaat.

Wat is mij opgevallen in de lezingen van deze studiedag? Afgezien van de plaats (te krappe zaal, teveel verplaatsingen, haperende catering – qua logistiek waren de beide studiedagen over ‘Schepping of Evolutie’ in Nijkerk en Kampen echt beter voor elkaar) vier dingen.

1/ Ongezond gefocust op gezondheid

De aandacht voor lichamelijke genezing is goed te verklaren vanuit de huidige Westerse tijdgeest. Daarin staat gezondheid bovenaan en kan men niet meer omgaan met persoonlijk lijden. Dus wordt alles op alles gezet om ziekte en handicap uit te bannen. Ook veel christenen krijgen hier een tik van mee. En als de reguliere medische wetenschap niets meer voor je kan doen, zoek je het als christen, net als veel andere mensen, in het alternatieve circuit. Alleen dan niet bij Jomanda en andere kwakzalvers, maar je wend je rechtstreeks tot God. Als zijn middelen niet werken, kan Hij het immers ook via een wonderbaarlijke genezing (‘on-middellijk’) doen?

Ik ben blij met deze insteek. Het geeft mij antwoord op een vraag die ik al langere tijd had. Namelijk: waarom is er juist in onze tijd zoveel belangstelling voor gebedsgenezing? Ik vond dat altijd een beetje raar. Want tot pakweg 1900 stierven de mensen bij bosjes aan allerlei onnozele ziektes en aan zo ongeveer alle vormen van kanker. Maar nooit lees je over massale gebedsgenezingsdiensten. Men kon dus blijkbaar beter omgaan met ziekte, handicap en dood. Sinds een jaar of 100 geneest en bewaart God de mensen juist bij bosjes van en voor allerlei ziekten. Maar we kunnen ook totaal niet meer met ziekte, handicap en dood omgaan.

2/ Genezingswonderen zijn missionair bedoeld

Zowel in het Nieuwe Testament als in de verhalen uit de kerkgeschiedenis krijg je sterk de indruk, dat genezingswonderen vooral bedoeld zijn om de waarheidsclaim van het Evangelie te onderstrepen: Jezus is echt de Zoon van God en de beloofde Messias die komen zou. Oftewel: wonderen hebben een missionair karakter. Je ziet het vandaag bij bv. moslims, maar ook in animistisch Afrika en in hindoeïstisch India. Op de studiedag werd het voorbeeld genoemd van iemand (moslim, hindoe of animist, het doet er niet toe) die blind door een ongeluk blind geworden was en die ergens vaag van Jezus gehoord had. Hij bad tot Jezus om genezing, kreeg op dat moment het licht in zijn ogen weer terug, kwam tot geloof, ging daarna op zoek naar andere christenen en is nu aangesloten bij een christelijke gemeente.

Voor mij was dit weer een eye-opener J. Wat betekent dit punt voor al die aandacht voor gebedsgenezing onder volwassen christenen in de westerse samenleving? Daar kun je twee kanten mee op: óf onze samenleving is weer zendingsgebied geworden; óf veel christenen zijn nog kinderen in het geloof. Hoewel ik het eerste onderschrijf, denk ik bij dat bij dit onderwerp het laatste het geval is. Want als die nieuwe gelovige die eerst blind was en nu weer kan zien, opnieuw een ernstig ongeval zou krijgen waardoor hij plotseling 100% doof zou worden, zou hij niet als eerste aan God vragen of hij zijn gehoor weer terug zou krijgen, vermoed ik. Want een volwassen christen weet, dat de belangrijkste vraag in dit leven niet is: ‘Hoe word ik beter?’, maar: ‘Hoe krijg en hou ik een gezonde relatie met God?’ Een mooi voorbeeld daarvan las ik in het volgende waar gebeurde verhaal van de mijnwerker met een dwarslaesie.

3/ Te veel aandacht voor het bovennatuurlijke

Wanneer groepen christenen veel nadruk leggen op het feit dat God en Jezus ook nu nog wonderbaarlijk kunnen en willen genezen, trekken ze het bovennatuurlijke leven en het alledaagse bestaan uit elkaar. Dat is een hele riskante operatie. Want daardoor wek je bij mensen de indruk, dat God en Jezus Zich in het gewone leven niet duidelijk laten zien, maar slechts op speciale momenten en door speciale emoties te ervaren zijn. Het gevolg is dat onder christenen de secularisatie en godsvervreemding toeneemt. Want als gesuggereerd wordt dat het dagelijkse leven minder met God en Jezus te maken hebben dan het bijzondere, is het risiko op teleurstellingen levensgroot, wanneer het niet lukt om God in het bovennatuurlijke te ervaren. Gevolg: je staat twee keer met lege handen. Zie dan nog maar eens je geloof te behouden!

Ook dit vond ik een verhelderend inzicht. In de Bijbel Jezus ons dat we ook in de gewone dagelijkse dingen Gods aanwezigheid mogen zien. Eén van de sprekers vertelde dat ‘ie zeer ongelukkig van de trap af gestuiterd was en dus een aantal maanden niets kon en mocht doen – behalve revalideren. Als je dan meteen het advies krijgt om naar een genezingsdienst hollen (wat natuurlijk niet gaat), mis je de liefde en de aandacht van de Heer die Hij je rechtstreeks geeft (berusting + besef van wie/wat echt belangrijk is), maar ook via andere mensen (aandacht, hulp, gebed). Als je het alleen maar van Gods bijzondere manier van spreken d.m.v. wonderen en speciale ervaringen verwacht, mis je een boel van zijn aanwezigheid in het alledaagse leven. Zoals een al weer wat gedateerd opwekkingslied (te vinden in de E&R-bundel, lied 123) het zegt:

Dit, dit is de wereld, de wereld waar ik in woon. Hier zijn de treden de zien van Gods troon. Wie hier omhoog klimt vanuit het gedruis, ontwaart de contouren van ’t vaderlijk huis.

En wat zijn die contouren dan volgens dit lied?

De daken met hun wirwar van antennes, het ronken van een vliegtuig in de nacht. ’t Reklamewoord dat telkens aan en uit flitst; ’t verkeerslicht waar ik dagelijks voor wacht. Het flatgebouw met helverlichte vensters, dat schittert als een lichtzuil in de nacht. En daaromheen, veel hoger dan de huizen, oneindigheid en verre sterrenpracht.

Ook daarin vind je, als je goed kijkt, God:

De hele wereld houdt Hij in zijn handen; Hij spreekt in stilte en in stadsgerucht van liefde en genade en erbarmen voor ieder, die in wanhoop tot Hem vlucht. 

4/ We zijn er bijna, maar nog niet helemaal

De massale gebedsgenezingen die je in het Nieuwe Testament tegenkomt staan ook in het kader van het hemelse Koninkrijk van God. Jezus laat op heel veel manieren zien hoe het eens weer worden zal. En dat laat Hij nog steeds op heel veel manieren zien. Daarom zien we in de wereld al veel sporen van dat hemelse Koninkrijk. Maar tegelijk zeggen Jezus en de apostelen dat de volle heerlijkheid nog moet aanbreken. Pas als Jezus terugkomt is alle pijn, verdriet en rouw voorbij en zullen er alleen nog maar vreugdetranen zijn. Dat moment kun je niet naar voren halen door te zeggen, dat God nu al belooft dat alle zieken in Jezus’ naam genezen zullen worden als ze maar geloven. Je kunt geen genezingen claimen. Het is, denk ik, zelfs de vraag of je ze mag verwachten. Maar als het gebeurt, mag je het wel dankbaar erkennen als een voorproefje van wat ons nog te wachten staat. Hans Burger zei het als volgt in zijn verhaal als volgt: “Daarom kun je genezingen mijns inziens typeren als ´betekenisvol oplappen´ en dat bedoel ik beslist niet denigrerend. Genezingen zijn betekenisvol. Als tekenen van de komende eeuw zijn ze een belangrijke verwijzing naar wat komt. Daarom zijn ze heel waardevol. Ze geven en versterken hoop op de genezing van heel de schepping en van heel ons lichamelijke bestaan.” (Lees hier zijn hele verhaal).

Ook dit vind ik een waardevolle benadering. Het leert mij om vandaag de dag te kunnen leven met het onvolkomene. Ook als het mijzelf of de mensen dicht om me heen overkomt. Maar dan hoef ik niet alles passief over mij heen te laten komen. Ik mag vol verwachting uitzien naar wat nog komen gaat. Dat ligt achter de horizon van dit leven. Maar ik mag God wel danken wanneer Hij mij al iets daarvan laat zien en ervaren.

Het isolement en de eigen kracht

Geloven in een geïndividualiseerde samenleving – als christen en als kerk.

In Assen bestaat het zogenaamde ‘Pastoresconvent’. Daarin komen zo’n 4 à 5 keer per jaar alle voorgangers en geestelijk verzorgers van de zeer diverse christelijke geloofsgemeenschappen bij elkaar. Ik vind die ontmoetingen altijd erg waardevol. Tegelijk stelt het mij voor de vraag: wat verbindt ons aan elkaar als voorgangers? Is dat alleen ons werkterrein – dus de imam en de rabbi en de humanistische raadsheer/vrouw zijn ook welkom? Of hebben we meer gemeenschappelijk? Het geloof in de God van de Bijbel of in Jezus als Heer of de christelijke traditie? En hoe sterk benadruk je dat dan? Ja, mag dat überhaupt wel? Of ben je dan op voorhand al te exclusief bezig? Ik vind dit een spannend onderwerp. Voor alle christenen en kerken in onze samenleving. Hoe stel je je als persoon en als gemeenschap tegenover de maatschappij en de mensen om je heen? Daarin zie je heel verschillende strategieën.

Exclusief kerk-zijn

Als Gereformeerde Kerken met de zelfgekozen bijnaam ‘vrijgemaakt’ (vandaar de afkorting GKV) en de spotnaam ‘artikeltjes’ hebben we in de eerste pak ‘m beet 50 jaar van ons bestaan (1944 – half jaren ’90) gekozen voor de exclusiviteit. Heel lang hanteerden we een bekende uitspraak van Groen van Prinsterer als een soort geuzen-slogan: In het isolement ligt onze kracht. Inmiddels zijn we er als vrijgemaakte isolement groengereformeerden toch wel achter gekomen dat er een behoorlijk groot verschil is tussen een zelfgekozen isolement of een isolement waarin je door de buitenwacht gedrongen wordt. En we zijn er ook stukje bij beetje achter gekomen dat je je kracht niet moet zoeken in het je afzetten tegen de grote boze wereld (vooral in de andere kerken waar alles zo slecht en verderfelijk en zorgelijk is), maar dat je je kracht moet zoeken in je eigen overtuiging. Oftewel: niet het negatieve bij de ander bindt een kerkelijke gemeenschap samen, maar je kunt pas iets uitstralen als je de positieve verbindende elementen bij jezelf weet te benoemen.

Dat laatste heeft iets heel postmoderns: ga uit van je eigen kracht. Maar tegelijk is het ook iets heel bijbels-christelijk: ga uit van de eigen kracht van het Evangelie van Jezus Christus. Zonder te veroordelen. Maar wel door duidelijk te zijn over je missie en je kernwaarden. En dus ook over de grenzen van je identiteit.

Spannend

Op dit punt ervaar ik een spanningsveld, zowel in mijn christen-zijn als in hoe we samen kerk willen zijn. Hoe handhaaf je als persoon je christelijke principes en hoe behoud je als kerkelijke gemeente je bijbelgetrouwe identiteit in een geïndividualiseerde samenleving? Iedereen mag immers autonoom zelf de belangrijkste keuzes van het leven maken. Of het echt autonoom is, kun je je afvragen, maar de tendens is toch nog steeds: ‘Elke keus is goed als je die maar bewust maakt.’ En meteen daar achteraan zit de tendens: ‘Dus waag het niet om een ander om zijn of haar keus te veroordelen’. Zelfs als je als christen je eigen standpunt in het publieke domein van media of politiek neerzet, word je al van onverdraagzaamheid beschuldigd door met name de wat hoger geschoolde elite. Een aantal jaren noemde Kluun dat in zijn boekje God is gek “de dictatuur van het atheïsme”. Hij vond dat de zendingsdrang van het atheïsme in de media te vergelijken met een intellectuele kruistocht tegen christenen.

Wat zet je daar tegenover als christen en als kerk? Hoe baken je je positie af? Dat vind ik niet gemakkelijk in deze tijd. Maar ik wil wel een poging doen om dat duidelijk te maken. Daar gebruik ik twee voorbeeld voor.

Het glas en de wijn

wijn rood glasEerst het beeld van een goed glas wijn. Wat moet er goed zijn? Het glas of de wijn? De wijn natuurlijk. Daar gaat het om. Maar zonder een goed glas kun je de wijn niet drinken. Vorm en inhoud hebben dus alles met elkaar te maken, als je denkt vanuit het voorbeeld van een goed glas wijn.

Dat geldt ook als je nadenkt over het christelijk geloof en de betekenis ervan voor de samenleving van vandaag. Volgens mij moet je steeds jezelf als voorganger en ook jezelf als geloofsgemeenschap bevragen op de vorm én de inhoud van je christelijke overtuiging. Sterker nog: zonder vaste vormen vervaagt de inhoud, is mijn overtuiging.

Tegelijk zie ik heel goed het gevaar van formalisme: de vaste vorm wordt belangrijker dan de inhoud. Dat gevaar zag Jezus in zijn tijd op aarde heel scherp bij die stroming in het jodendom die zich het meest serieus met het geloof bezig hield: de farizeeën. Op gezag van mijn leermeester Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen, prof. Jakob van Bruggen, neem ik maar even aan dat deze groepering in hoog aanzien stond bij de meeste mensen, omdat ze zo consequent vanuit het geloof in de God van Abraham, Izaäk en Jakob leefden. Naar God toe en naar hun naaste toe. Consequent en ook radikaal door de zonde te benoemen en af te wijzen. Maar Jezus laat volgens mij zien dat heel die farizeese geloofsbeleving gebaseerd is op vorm en veel minder op inhoud. Want Hijzelf is de inhoud – en juist de farizeeën wijzen Hem af als de Zoon van God en het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt.

Voor mij als gereformeerd predikant is de spannende vraag in deze tijd: hoe bewaak ik de inhoud van het christelijk geloof zonder dat ik een formalist wordt? Zowel als het om de leer gaat: hoe spreken we in de kerk over God en over Jezus, over wie Ze zijn en wat Ze doen? Als om het leven: wanneer mag je zeggen dat iemand qua levensstijl echt niet meer het voorbeeld van Jezus (Johannes 13:15) en God (Efeziërs 5:1)volgt? Want je kunt de spelregels van het christelijk geloof best aanpassen aan de behoeften van de tijd. Zo PVT 2015 - Nijmegen 2gebeurt dat ook in sommige sporten. Maar je kunt onmogelijk volhouden dat als we afspreken om van het net een doel te maken en om de bal niet meer met de handen, maar alleen nog met de voeten aan te raken, dat we dan nog steeds met dezelfde sport te maken hebben.

Waar ligt, als het om geloven binnen de christelijke traditie gaat, dan de grens tussen vorm en inhoud? Voor mij ligt die, als predikant binnen de gereformeerde traditie, in de belijdenis van de Twaalf Artikelen van het onbetwijfeld christelijk geloof. Want daarin staat wat – of liever nog: Wie mij bezielt en inspireert. Als ik daar niet meer mee uit de voeten zou kunnen, zou ik m’n ambt als predikant neerleggen en iets gaan doen met ‘mens en religie’ of zo. Ik besef dat als je in onze tijd zegt dat de Twaalf Artikelen het uitgangspunt zijn voor het echte christen-zijn en kerk-zijn, dat zo’n overtuiging heel exclusief overkomt. Terwijl ik tegelijk juist vanuit de christelijke traditie ook hart heb voor de stad waarin wij wonen en vooral voor alle mensen die hier leven.

Concentratie – Integratie 

Daarom wil in een tweede beeld naar voren halen. Dat beeld ontleen ik aan mijn zeer gewaarde overbuurman uit Nijmegen, waar ik van 1999 tot 2005 predikant was. Mijn overbuurman was betrokken katholiek en directeur van een mega-basisscholen-conglomeraat waarin al het katholieke, protestantse en algemeen-bijzonder onderwijs in samengevoegd was. We hebben bijzonder goede gesprekken gevoerd over de plaats die je als maatschappij-betrokken christen in de samenleving moest innemen. Hij zei tegen mij: Ernst, weet je, bij jullie vrijgemaakt-gereformeerde scholen zie ik een sterke focus op de handhaving van je identiteit. Bij onze algemeen-christelijke scholen-organisatie daarentegen zie ik een sterke focus op de plek die iedereen moet innemen in de samenleving. Jullie sterke punt is concentratie en ons sterke punt is integratie.

concentratie integratie hondIk vond dat een prachtige vondst, die twee typeringen, omdat ze zo waardenvrij zijn. Er zit geen veroordeling in. Want welk bedrijf wil zich nu niet concentreren op z’n core-business? En welke organisatie wil nu niet een respectabele, zinvolle plek midden in de samenleving innemen? Maar ik voel meteen weer de spanning. Het blijft voor alles wat zich christelijk noemt blijkbaar heel lastig om de concentratie op de bijbelse uitgangspunten en de integratie en acceptatie in de samenleving te combineren. Als je openlijk uitkomt voor je uitgangspunt dat Jezus de Zoon van God is die als Lam van de God de zonde van wereld wegneemt, en vanuit zijn liefde als inspiratiebron maatschappelijke hulp wilt verlenen aan vrouwen die vast zitten in de prostitutie (Het Scharlaken Koord) of in probleemwijken met jongeren aan de slag wilt (Youth for Christ) of op maatschappelijk vlak vraag en aanbod bij elkaar wilt brengen (Stichting Present), kun je nog zo hard roepen dat je aan integratie wilt werken, maar je concentratie op Jezus Christus roept bij de seculiere atheïsten, of ze nu links of rechts zijn, een boel weerstand op. Volgens hen is er maar één manier waarop christenen hun plek in het maatschappelijke veld mogen innemen: op persoonlijke titel in niet-religieus-gebonden organisaties.

De balans

Het gaat dus om de vraag: hoe bewaak je je christelijke identiteit (concentratie) terwijl je toch zoveel mogelijk je plaats in de samenleving (integratie) wilt innemen? En hoe vind je daarin de balans? Als GKV zitten we nog steeds vooral op de lijn van de concentratie, denk ik. Dat vind ik terecht, ook al loop je het risiko dat het lijntje naar boven belangrijker wordt dan het lijntje naar elkaar. Terwijl Jezus heel de wet samenvatte in het dubbel-gebod van de liefde: God boven alles en je naaste als jezelf. Omgekeerd dreigt een nog groter risiko namelijk: als je alleen maar vanuit de naastenliefde denkt en handelt, raak je uiteindelijk je inspiratiebron kwijt. Want die moet ik, als ik de Bijbel serieus neem, toch echt van buiten onszelf in onszelf komen. Het is God die van alle mensen houdt en voor heel zijn schepping zorgt. En Jezus maakt Zichzelf bekend als de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt bij die God van liefde en zorg uit dan via Hem. Maar hoe geef je daar vorm aan zonder exclusief en veroordelend te zijn? Als christen? En als kerkgemeenschap? Dat is voor mij een open vraag. En tegelijk mag ik daar keuzes in maken. Als christen. Als kerkgemeenschap. Niet uit eigen kracht. Ook niet om het isolement te zoeken. Maar “in het vertrouwen dat God het ons toestaat deze keuzes te maken” (Hebreeën 6:3).

Ben jij ook zo bang – als christen in Nederland?

Vroeger op de basisschool hoorde ik niet bij de branieschoppers van de klas. Eerder omgekeerd. Dus werd ik regelmatig uitgescholden voor ‘bangeschieterd’. Tot ik op een keer dacht: ik ga níet meer aan de kant bij een fietscrossrace door de straten van ons dorp. Mijn klasgenoot had dat uiteraard niet verwacht en dus eindigde onze ontmoeting in een frontale botsing. Twee fietsen kapot, allebei flink wat schrammen en bulten, maar ik werd nooit meer uitgescholden voor ‘bangeschieterd’.

“Ben jij ook zo bang?” zong Toontje Lager in de jaren ’80 van de vorige eeuw al. Vandaag lijken veel mensen nog steeds bang te zijn. Ook onder christenen. Op zich verbaast mij dat niet. De wereld verandert in een rap tempo. In alle opzichten, of je nu kijkt naar het klimaat, naar de vluchtelingencrisis of naar de wereldvrede. Bovendien wordt Nederland steeds onchristelijker. Dat blijkt alleen al uit de cijfers. Eind december 2016 kwam het CBS met cijfers waaruit blijkt dat voor het eerst minder dan de helft van de Nederlanders aangesloten bij een kerk / synagoge / moskee / stoepa. Ook al hanteert het CBS een wat rare methodiek (23,8% katholiek, 6,5% hervormd, 5,7% protestants, 3,3% gereformeerd, 4,9% moslim, 5,7% overig, nl. evangelisch, boeddhist, joods) – het laat zien dat nog maar 49,9% van de burgers in ons land zich religieus noemt, waarvan ongeveer 40% christelijk. En terwijl Urk in maar liefst 97,8% van de bevolking christelijk is (0,0% moslims, 2,2% niet-kerkelijk), zitten wij in Assen onder het landelijk gemiddelde qua religiositeit (60,5% niet-gelovig, 39,5% wel gelovig), maar kunnen we aan de andere kant nog wel lekker opgaan in onze gereformeerde bubbel, want die bedraagt in Assen precies 10,0% – tegenover ongeveer 1,6% moslim).

Daarnaast krijgen we het in Nederland in de komende jaren ook moeilijker als het gaat om publiek uit te komen voor onze eigen, op de Bijbel gefundeerde normen en waarden. Van buitenaf worden die door de overheid en de samenleving steeds minder geaccepteerd en getolereerd. En binnen eigen kring worden christenen soms ook meewarig aangekeken als ze in alles de goede regels van God en de levensstijl van Christus proberen na te volgen.

Maar hoe erg is dat?

Paulus bemoedigt (!) de christenen in Filippi met deze woorden: Aan u is de genade geschonken niet alleen in Christus te geloven, maar ook omwille van Hem te lijden. (Fil. 1:29). Dat moet je niet verbazen, zegt Paulus erbij, want ik spreek uit ervaring. En ook al hoef je het lijden niet op te zoeken, als het je overkomt is lijden vanwege je geloof in Jezus Christus positief signaal. Daarom kan Paulus ook zeggen: Laat u op geen enkele manier door de tegenstanders angst aanjagen, want dat is een teken van God: voor hen dat ze ten onder gaan, voor u dat u wordt gered. (Fil. 1:28).

Gumbel Een leven dat zin heeftIk vind het erg herkenbaar wat Paulus schrijft over angst. Ik denk dat er in Nederland veel bange christenen zijn. Vooral bang om zelf te moeten afzien vanwege het geloof in Christus. Nicky Gumbel, de man van de Alphacursus, bespreek in zijn boekje Een leven dat zin de hele Filippenzenbrief. Hij schrijft bij dit vers: ‘Hoewel wij, westerlingen, het minst te vrezen hebben, zijn we het bangst. Onze angsten houden verband met impopulariteit of sociaal isolement. Maar anderen moeten martelingen, gevangenschap en de dood onder ogen zien. Voor de westerse kerk is nú de tijd aangebroken om het optimale rendement te halen uit onze vrijheid, en voortgang te maken met de verbreiding van het evangelie. Waar we ook zijn, de mogelijkheden om het goede nieuws door te geven zijn onbeperkt.’

Op beide punten heeft hij, denk ik, gelijk. We hebben in West-Europa nog nooit zolang zoveel godsdienstvrijheid gehad als in de laatste honderd jaar. Maar tegelijk zijn we als christenen bang geworden om in alle omstandigheden voor Jezus Christus uit te komen. In Paulus’ tijd was dat niet anders. Ook toen leefden christenen als een minderheid te midden van een verdorven en ontaarde generatie. Ze kregen van Paulus de opdracht mee om in zo’n samenleving van egoïsten en populisten te schitteren als sterren aan de hemel. Dat lukt alleen maar door vast te houden aan het woord dat leven brengt (Fil. 2:15-16). Vandaar ook dat Paulus de christenen van Filippi oproept: Blijf standvastig in de Heer!’ Oftewel, zoals  de Bijbel in Gewone Taal kernachtig zegt: Hou vast aan jullie geloof in de Heer! (Fil. 4:1)

Wie dat doet, hoeft nergens bang voor te zijn.

 

Leesrooster voor bange en niet-bange christenen

‘Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’ (Psalm 119:105). Nu heb je verschillende soorten lampen. Het lezen van een bijbelgedeelte is als een bureaulamp: je gaat er even voor zitten. De dagteksten zijn bedoeld als zaklampjes: af en toe even aanknippen en je afvragen: ‘Wat wil de Heilige Geest met deze tekst vandaag tegen mij zeggen?’ Als gebedspunt zou je elke dag voor één of meer vervolgde christenen kunnen bidden.

Dag 1: Matteüs 10:16-33            Dagtekst: Matteüs 10:34

Denk niet dat Ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

Dag 2: Handelingen 5:12-25       Dagtekst: Psalm 90:11

Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat.

Dag 3: Handelingen 5:26-42       Dagtekst: Handelingen 5:41

De apostelen waren verheugd dat ze waardig bevonden waren deze verne­dering te ondergaan omwille van de naam van Jezus.

Dag 4: Handelingen 16:1-15       Dagtekst: Kolossenzen 4:3

En bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent om het mysterie van Christus te verkondigen, waarvoor ik gevangen zit. 

Dag 5: Handelingen 16:16-25     Dagtekst: 1 Petrus 2:20b-21

Het is een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. Dat is uw roeping: ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven.

Dag 6: Handelingen 16:26-40              Dagtekst: Filippenzen 1:19

Ik weet, dat dit alles door uw gebed en de hulp van de Geest van Jezus Christus tot mijn redding leidt.

 

 

Christendom + macht = misbruik?

amerika-vlag-vrijheidsbeeldIn Amerika is een flinke maatschappelijke diskussie aan de gang over de vraag of de standbeelden van de generaals van de zuidelijke staten uit de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861-1865 moeten worden verwijderd. Want die zuidelijke staten wilden de slavenij handhaven. Zulke ‘foute’ leiders verdienen geen standbeeld. Op die mening valt wel het nodige af te dingen (klik hier om een artikel uit het Reformatorisch Dagblad van 23-08 2017 te lezen over generaal Robert E. Lee). Naar aanleiding van dit nieuws plaatste iemand op Facebook de opmerking, dat we dan ook maar alle beelden van Jezus moesten opruimen, omdat er  heden ten dage nog miljoenen mensen zijn die door Hem op het verkeerde pad gebracht zijn, zodat ze nog steeds in zijn waanideeën geloven alsof Hij kon lopen over water en dat Hij de Zoon van God zou zijn. En in de reakties op dat FB-bericht gaat het dan meteen ook over het christelijk geloof dat door de geschiedenis heen tot zoveel oorlogen en andere vormen van misbruik heeft geleid.

geloof en machtKlopt dat? Is het waar wat wel eens als wiskundige stelling gezegd wordt : christendom + macht = misbruik? Ik kan me er wel iets bij voorstellen. In de naam van God heeft de kerk veel leed veroorzaakt. Denk alleen maar aan de schandalen rond seksueel misbruik door priesters in de RK-kerk, maar ook in andere kerken. En zo gauw de kerk een politieke factor werd,  ging het ook mis. Denk aan de kruistochten. Met de leus “God wil het!” werden joden en moslims en ook de christenen in het Midden-Oosten die allemaal ketters waren, een kopje kleiner gemaakt. En later, in de Gouden Eeuw en daarna tot aan Kruistochtende Tweede Wereldoorlog, zie je dat grote delen van Afrika, Amerika, Australië  en Azië gekoloniseerd zijn door Europeanen. Maar altijd namen die ook het christendom mee. Christendom en kolonialisme gingen hand in hand. Ja, zeiden onze voorvaders: God staat aan onze kant, dus het christelijk geloof is het geheim van ons succes, en dat christelijk geloof brengen we nu ook aan de blinde heidenen. Maar ondertussen maakten we ons schuldig aan uitbuiting  en slavernij – dingen die we nu afkeuren. En zowel in de Eerste als in de Tweede Wereldoorlog werden de legers van beide kanten ingezegend door priesters en predikanten. Ja, in W.O. II droegen de Duitse soldaten op het slot van hun koppelriem het Nazi-symbool én de tekst ‘God met ons’.  Da’s andere koek dan op de rand van onze 2-koppelriem-gott-mit-uns.jpgEuro-munt! Geen wonder dat sommige mensen zeggen: christendom + macht staat gelijk aan misbruik. Of, nog sterker: religie vergiftigt alles. En ik ga het ook niet goedpraten. Ik maak ook geen lijst van alle goede dingen die het christendom gebracht heeft. Dan ga je dingen tegen elkaar wegstrepen. En dus jezelf rechtvaardigen.

Maar weet je wat het is? Het is te simpel om te zeggen dat het aan het christendom ligt. Je moet verder kijken. Wie veroorzaken al die ellende in de wereld? Zijn dat alleen christenen? Zijn dat alleen religieuze mensen? Als je eerlijk bent, moet je zeggen: nee, er zijn ook veel niet-christenen die met de macht die ze hadden veel leed veroorzaken. Denk maar aan Hitler in Duitsland. Denk maar aan Stalin in Rusland. Denk maar aan Mao Zedong in China. Denk maar aan Pol Pot in Cambodja. En dan heb je nog een stel minder bekende figuren.  Je moet dus dieper boren en jezelf de vraag stellen: waarom maken vóór 1900 veel religieuze mensen misbruik van hun macht? En waarom maken in de 20-ste eeuw veel niet-religieuze mensen hun macht om miljoenen slachtoffers te maken? Dat heeft simpelweg te maken met feit dat vóór 1900 de meeste mensen religieus waren en in 20-ste eeuw voor eerste keer sinds eeuwen de dictatoriale machthebbers niet-religieus waren. En nu, in de 21-ste eeuw, zijn het weer de religieuse groeperingen die hun macht misbruiken – en dit keer vaker moslims dan christenen.

Oftewel: de stelling christendom + macht = misbruik klopt niet. Je  moet zeggen: iedereen + macht = misbruik. Over heel de breedte maken mensen misbruik van hun macht en invloed als ze de kans krijgen en in die positie komen. Als het gelovige mensen zijn die misbruik maken van hun positie, is de Bijbel daar heel scherp in. God houdt religieuze mensen niet de hand boven het hoofd. Integendeel, Jezus hekelt de hypokriete geestelijke leiders en vergelijkt ze met grafmonumenten: van buiten prachtig, van binnen  verrot. Maar in de Bijbel zegt God er nog iets bij: dat geldt voor alle mensen. Wij Kruis Jezus misdadigers in loodzijn allemaal rot van binnen. En dat is moeilijk te accepteren.  Er zijn maar weinig mensen die zoveel zelfinzicht hebben én dat royaal durven te erkennen als die ene misdadiger die naast Jezus aan het kruis hing. Want die zei tegen zijn maat in het kwaad: ‘Ben jij zelf nu nog niet bang voor God? Want wij hangen hier terecht! En straks moeten wij voor onze Maker verschijnen.’ Dat hoor je bijna niemand in de gevangenis of in de rechtszaal zeggen: ‘Ik zit terecht gevangen, ik ben zo schuldig als het maar kan, ik verdien terecht de zwaarste gevangenisstraf.’ Er zijn maar weinig mensen zoals die tweede misdadiger.  Wie ziet nou voluit het kwaad in zijn eigen leven en erkent volledig zijn eigen schuld?

Inderdaad, ook christendom + macht = misbruik. Omdat christenen ook mensen zijn. En alle mensen misbruiken hun macht ten koste van anderen. Ik ken maar één uitzondering: Jezus. Uit alle vier biografieën over zijn leven die in de Bijbel staan komt hetzelfde beeld naar voren: Jezus + macht = liefde & zelfopoffering. Dat zie je het beste kruisiging moordenaar 2aan het kruis. Maar liefst drie keer staat er, dat mensen tegen Hem roepen: ‘Red je zelf als je kunt!’ Maar Jezus deed het niet. Hij wendde zijn macht niet aan om zelf de Man te zijn en als de grote Leider vereerd te worden.  Nee, Hij bracht zijn eigen levenslessen in praktijk en keerde zijn vijanden de andere wang toe. Hij bad zelfs voor ze toen de spijkers door z’n handen en voeten geslagen werden: ‘Vader, vergeef het hun.’ Hij kwam niet van het kruis af, maar bleef hangen, want Hij wilde anderen redden van de eeuwige ondergang.  

Dus als iemand beweert dat het christendom alleen maar ellende veroorzaakt, en dat Jezus met zijn rare ideeën daar de oorzaak van is, dan klopt dat niet. Je moet de inhoud van het christendom beoordelen op grond van de Persoon om wie het gaat: Jezus Christus. Niet op grond van zijn volgelingen, de christenen. Want daar zijn stapels mensen onder die hypokriet zijn of hun macht misbruiken voor het eigenbelang. Ja, als je eerlijk bent, weet je diep in je hart dat je daar zelf ook vatbaar voor bent. Wees daar niet verbaasd daarover, dat was Jezus ook niet. Het is pas fataal voor het christendom , als je ook Jezus kunt betrappen op zulk misbruik. Maar dat zal je niet lukken, als je tenminste de verhalen over Jezus eerlijk en onbevooroordeeld durft te lezen.

Deze blog heb ik verder uitgewerkt in een preek over Lukas 23:32-43 die met liturgie, PPP en kindmoment te vinden is onder ‘Preken’ –> ‘Preken NT’.