Geloofsvoorbeelden die van hun voetstuk vallen

Ik had, toen ik een jaar of 16 was, een hele goede band met de jongerenwerkster in onze kerk, met Astrid. Ze was toen net een jaar of vijf getrouwd met Ronald en ze vroeg mij regelmatig om op Bianca, hun dochtertje van drie, en Romy van bijna één te passen. Astrid heeft mij echt geleerd hoe belangrijk het is om te geloven. Ze liet mij zien hoe fijn het is om een persoonlijke relatie met God als mijn Vader en met Jezus als mijn Redder en Vriend te hebben. Ze heeft vaak met me gebeden en zo heb ik ook zelf geleerd om alles tegen God te durven zeggen. Dankzij haar heb ik op m’n 19e belijdenis gedaan. Zij was echt een geloofsheld voor mij. Een middel van God om mij tot geloof te brengen.

Nu ben ik 27. Ik heb vijf jaar op kamers gewoond en ben vorig jaar op 1 april met Wilmar getrouwd. Samen wonen we nu in een andere plaats. Ik ben erg blij dat hij ook gelooft en we voelen ons al aardig thuis in onze nieuwe gemeente. Maar laatst hoorde ik van m’n ouders, dat Astrid een half jaar geleden van de ene op de andere dag gescheiden is en bij een collega van haar werk is ingetrokken. De scheiding was binnen een paar maand rond. M’n moeder heeft Astrid nog opgezocht, maar ze wil geen enkel contact meer met mensen van de kerk. M’n vader praat af en toe na kerktijd wel eens met Ronald. Die snapt er helemaal niets van dat Astrid zo radicaal haar leven omgegooid heeft. Hij kan echt niet geloven dat het allemaal schijn geweest is, zoals ze zei toen ze die avond in november haar spullen pakte. Dat ze nooit echt van hem gehouden heeft en zich altijd al had afgevraagd of God en Jezus echt bestaan. Bianca en Roma zijn nu 14 en 12. Die beide meiden willen, nu ze zelf mogen kiezen, niet bij hun moeder en haar nieuwe vriend wonen. Alleen Bertram van 7 woont de ene week bij haar en de andere week, samen met zijn beide zussen, bij Ronald.

Toen ik dit hoorde, raakte ik zelf ook een beetje van slag. Hoe kan het, dat de persoon die het meeste voor mij betekend heeft in mijn ontwikkeling als christen, zo plotseling haar geloof kan verliezen? En als het waar is wat ze zegt, dat ze altijd maar gedaan heeft alsof ze echt geloofde in God en Jezus, weet je, soms voelt het voor mij net alsof ik er ingetrapt ben. Is het christelijk geloof dan een verkooptruc? Als je het maar goed weet te brengen, geloven mensen er vanzelf in? En hoe kan God iemand die het zelf niet echt geloofde, als middel gebruiken om van mij een bewuste christen te maken die wel echt blij is met haar geloof? Ik merkte bij mezelf dat niet alleen Astrid van haar voetstuk gevallen was, maar dat ik ook zelf begon te twijfelen aan mijn geloof. Hoe stevig sta ik in mijn schoenen als mijn geloofsvoorbeeld zo plotseling een draai van 180 graden maakt?

Zaaier handvol zaadInmiddels ben ik weer een paar maand verder. Weet je wat ik heel opmerkelijk vond? Dat ik in de afgelopen tijd regelmatig antwoord kreeg op mijn vragen.

Een gastpredikant preekte een keer over kerkverlating. Het ging onder andere over Demas. Die zat samen met Titus, Timoteüs en Lukas in het zendingsteam van Paulus. De gemeente in Kolosse krijgt ook van hem de groeten. Maar even later haakte Demas plotseling af, want “hij heeft deze wereld lief gekregen.” De dominee zei toen, dat dit voor Paulus een bittere pil is geweest. Maar zelf liet Paulus zich er niet door ontmoedigen. Sterker nog, in diezelfde brief geeft hij Timoteüs de opdracht om gewoon de boodschap van Jezus Christus te blijven verkondigen, of de mensen er nu naar willen luisteren of niet. En ook moet Timoteüs niet bang zijn voor het lijden, bijvoorbeeld als mensen weglopen. Integendeel, hij moet gewoon z’n werk als verkondiger van het Evangelie blijven doen.

Ook vandaag komen mensen door teamwerk tot geloof, zei die dominee. Het begint al bij je ouders. En daarna vaak de meesters en de juffen op school. Maar ook al die anderen mensen die actief zijn in de kerk, die je meemaakt op een jeugdkamp of die je toevallig ergens hoort spreken vormen je in je geloof. En vergeet de invloed van christelijke idolen niet – in de muziek en in de sport bijvoorbeeld. De dominee zei er in die preek ook nog bij, dat Paulus goed kon relativeren. Voor Paulus is niet de persoon die over Jezus vertelt het belangrijkste, maar het geloof in Jezus Zelf. Dat schrijft hij in de brief aan de Filippenzen. ‘Er zijn geloven die over Christus vertellen met goede bedoelingen. Zij doen het uit liefde. Maar er zijn ook gelovigen die over Christus vertellen met verkeerde bedoelingen. . Zij denken alleen aan zichzelf, ze zoeken ruzie en zijn jaloers. Maar wat doet het er eigenlijk toe! Wat telt is dat Christus verkondigt wordt. Of het nu uit valse of oprechte motieven gebeurt – dát het gebeurt maakt me blij.’

Zo’n preek hielp me wel. Maar ik bleef het lastig vinden. Astrid is echt een geloofsvoorbeeld voor mij geweest. Hoe vaak heb ik niet aan haar gevraagd: ‘Maar wat vind jij hier nu van? Hoe zou jij dat doen? Loop jij ook tegen dit soort dingen aan?’ Of het nu om uitgaan ging of om waarom er zoveel ellende in de wereld is; of over die leuke jongen van het MBO waar ik toen verliefd op was, maar die geen helemaal geen zin had zich in het geloof te verdiepen; of over de vraag waarom Jezus toen wel veel mensen beter maakte en nu niet – ze begreep me zo goed, ze had zoveel goede adviezen, en als ze het niet wist, zei ze: ‘Je hoeft niet eerst alle antwoorden te hebben om toch van God te houden.’ Vooral dat laatste ben ik nooit vergeten. Geloven gaat niet om bewijs, het gaat niet om regels, het gaat om God en Jezus Zelf. En nu gooit zij dat allemaal overboord en wil er niets meer van weten.

Wat me ook geholpen heeft was een avond met de jeugdleiders en catecheten. Wilmar en ik werden in september namelijk gevraagd om samen aan een groepje jongeren catechisatie te geven. Dat hebben we nu net een seizoen gedaan. Er was iemand uitgenodigd die ergens anders fulltime jongerenwerker was. Hij zei: ‘Weet je wat ik soms heel frustrerend vind? Dat ik in mijn eigen kerk veel met jongeren bezig ben, maar dat, als ze tot geloof komen, het altijd ergens anders door komt. Want die spreker op de EO-jongerendag, of dat tienerweekend van Noorderwind Events met Wytze en Willianne Koop , of dat indrukwekkende getuigenis tijdens dat optreden van die gave christelijke band – dát heeft me geraakt, zeggen veel jongeren, dáárdoor viel bij mij pas echt het kwartje van het geloof en wil ik nu echt bij Jezus horen en voor Hem gaan! Nou, zei die jongerenwerker, dat vind ik dus soms heel frustrerend, voor al die ouders, voor al die mensen in de kerk die kinderclub doen, een vereniging leiden of catechisatie geven. En ook voor mijzelf, want ik steek echt wel meer dan 40 uur per week in mijn baan als jongerenwerker. Wij lopen ons de longen uit het lijf om het geloof over te dragen, en dan komt er op één avond of in één weekend iemand langs, en die mag gelijk cashen! Maar, zei hij er meteen bij: ‘Het heeft ook wel iets moois. Want weet je … iemand kan alleen maar cashen, als er eerst heel veel voorwerk is gedaan. Het is net als met de gelijken is van de zaaier. Er kan pas geoogst worden, als er eerst gezaaid is. En iedereen heeft z’n eigen plek daarin. Het woord van God zaaien is misschien wel minder leuk werk. Want je weet nog niet wat er allemaal aan geloof tevoorschijn komt. Maaien geeft veel meer voldoening, want dan zie jij dat iemand echt tot geloof komt en z’n hart aan Jezus geeft. Maar weet je: de oogst binnenhalen is het resultaat van een hele lange periode. En daarin is iedereen belangrijk.’

Nou, toen ik dat hoorde, bedacht ik me opeens: dat klopt. Astrid was voor mij degene die me definitief over de streep trok. Zij was de maaier. Zij heeft de oogst binnengehaald. En ik heb heel lang gedacht dat vooral zij heel belangrijk geweest is voor mijn geloof. Maar nu kijk ik daar toch wat anders tegenaan. Alles wat mijn ouders me meegegeven hebben is net zo waardevol geweest. En de gereformeerde scholen waar ik op gezeten heb met die paar leraren die ik nog steeds niet vergeten ben. En de dominee van mijn tienerjaren, ook al snapte ik zijn preken lang niet altijd. En zo kan ik nog wel meer mensen noemen. De meesten van hen zijn niet van hun geloof afgevallen. Dus eigenlijk … ik geloof dat ik vooral moet kijken naar de inhoud van het geloof. Ook als mensen mij enorm tegenvallen of als ik ze niet kan volgen in hun keuzes, zoals bij Astrid. Raar eigenlijk, dat ik daar zo mee zat. Want als je mij zou vragen: zou jij hetzelfde willen doen als haar? Dan denk ik: nee, ik zou mijn geloof in God en Jezus niet zomaar kunnen opgeven.

Toen er vanuit de steden mensen naar hem toe gekomen waren en er zich een grote menigte verzameld had, vertelde Jezus deze gelijkenis‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Terwijl hij daarmee bezig was, viel er wat zaadop de weg. Het werd vertrapt en door de vogels opgegeten. Er viel ook wat zaadop rotsachtige bodem, maar toen het opschoot, droogde het uit door gebrek aan water. Ander zaad viel tussen de distels, en toen de distels opschoten verstikten ze het. Maar er viel ook wat zaad in vruchtbare aarde, en dat bracht honderdvoudig vrucht voort toen het was opgeschoten.’ Hij voegde er met luide stem aan toe: ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren.’ Zijn leerlingen vroegen hem wat deze gelijkenis betekende. Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van God kennen, maar de anderen krijgen alles in gelijkenissen te horen, opdat ze zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen. Dit is de betekenis van de gelijkenis: Het zaad is het woord van God. Het zaad op de weg, dat zijn zij die geluisterd hebben, maar daarna komt de duivel en graait het woord weg uit hun hart, om te voorkomen dat ze worden gered door te geloven. Het zaad op de rotsachtige bodem, dat zijn zij die het woord vol vreugde aannemen wanneer ze het horen, maar het schiet geen wortel; ze geloven zolang het hun goed uitkomt, maar als ze op de proef worden gesteld, worden ze afvallig. Het zaaddat tussen de distels valt, dat zijn zij die wel geluisterd hebben, maar door zorgen en rijkdom en de genoegens van het leven worden ze gaandeweg verstikt, zodat ze geen vrucht dragen. Het zaad in de vruchtbare grond, dat zijn zij die met een goed en eerlijk hart naar het woord hebben geluisterd, het koesteren en door standvastigheid vrucht dragen. Lukas 8:4-15 NBV

En weet je … de zondag daarop preekte onze eigen dominee over de gelijkenis van de zaaier. Hij vertelde erbij, dat die gelijkenis drie keer in de Bijbel staat. Het is dus best een belangrijke les van Jezus, anders zou de Heilige Geest het niet zo vaak hebben laten opschrijven. Matteüs begint met: ‘Kijk!’ Goed opletten dus bij dit voorbeeld. En Markus met: ‘Luister!’ Serieus nadenken dus over de betekenis. De dominee vertelde ook, dat juist in Lukas een paar dingen net iets anders staan. In Markus gaat het vooral om God. Hij is de zaaier die het Woord zaait, zegt Jezus daar. Maar in Lukas legt Jezus alle nadruk op wat er met het zaad gebeurt. “Het zaad is het Woord van God,” zegt Hij daar. God zaait zijn Woord overal. Hij wil alle mensen graag bereiken. Hij zaait het goede nieuws in de harten van de mensen, zegt Jezus als Hij deze gelijkenis uitlegt. Maar dan komt ook meteen de duivel erbij. Die is er als de kippen bij om het gestrooide zaad weg te pikken, nog voordat het wortel schieten kan. Alleen in Lukas vertelt de Heer Jezus waarom hij dat zo graag wil. Want God wil graag, dat mensen tot geloof komen. Dat kan alleen als je het goede nieuws over Jezus accepteert. Geloof in Hem en je bent gered. Ja, staat er in Lukas bij: als het geloof echt honderdvoudig vrucht draagt in iemands leven – dat zijn de mensen die met een goed en eerlijk hart naar het woord hebben geluister, het koesteren en leven zoals God het wil, zonder op te geven.

Kijk, en daar snapte ik dus niks van bij Astrid. Ze leek zo overtuigd christen te zijn. En ze heeft mij mijn geloof echt een boost gegeven. Bij haar was het zaad echt in goede grond gevallen. Het leverde veel vrucht op. In elk geval bij mij. En dan geeft ze het toch op!

De dominee zei, dat de duvel er alles aan doet om het zaad zo snel mogelijk weg te pakken. Hij is er inderdaad als de kippen bij. Hij graait en rooft het weg uit hun hart, staat er. Maar in Lukas staat er nog wat bij. Als het zaad op de weg valt, vertrappen mensen het of eten vogels het op. De duivel, Gods grote tegenspeler, doet er dus alles aan om te verhinderen dat mensen gaan nadenken over God en Jezus als ze voor het eerst iets over het christelijk geloof horen. Je familie en je vrienden verklaren je voor gek (mensen lopen en vallen over je heen) en zelf probeert de duivel je gedachten te beïnvloeden (als God bestaat … / … opstaan uit de dood?). Dus blijft het bij een oppervlakkige kennismaking die meteen ook weer voorbij is – het ene oor in, het andere oor uit. Dat kan binnen de kerk net zo goed gebeuren als daarbuiten, zei de dominee in zijn preek. Daarmee slaat de duivel z’n eerste slag. Maar als mensen wél interesse hebben en zich er verder in verdiepen, heeft hij nog twee taktieken.

De eerste is ‘verdrukking en vervolging’, staat er in Matteüs en Markus. Oftewel, zegt Lukas in één woord: ‘beproeving’. Sommige christenen geven het meteen op als ze het moeilijk krijgen. ‘Vanwege het woord’, dus om hun geloof, zeggen Matteüs en Markus erbij. De dominee typeerde hen met ‘mooi-weer-gelovigen’. Ze hebben echt innerlijk het geloof aanvaard, het was echt meer dan een impuls. Ook als het nieuwe er af is, blijven ze geloven. Maar het is alleen maar so far, so good. Misschien is dat het wel geweest bij Astrid. Dat er dingen in haar leven gebeurden, waar ze zich als christen geen raad mee wist. Ga je dan met je problemen naar God toe? Of geef je dan je geloof op, omdat je dan ook van die problemen af denkt te zijn?

Want die derde taktiek van de duivel, dat kan ik me bij haar haast niet voorstellen. Die laat hij los op mensen die uiteindelijk meer voor dit leven gaan. Dat zijn feeling-good-christenen, zei de dominee. Hun geloof maakt hen gelukkig, maar als iets anders hen gelukkiger kan maken, stappen ze langzaamaan over. ‘Gaandeweg worden zij verstikt’ staat er letterlijk. Andere dingen worden steeds belangrijker dan het geloof, zoals rijkdom en een prettig leven, want dan heb je minder zorgen – denk je. Nou, dat kan ik me bij Astrid niet voorstellen, dat het zo gegaan is. Zij en Ronald gaven niks om luxe, hoefden niet een grote auto en naar het buitenland op vakantie.

Toen de dominee het nog een keer op een rijtje zette, wist ik het zeker. Astrid hoort zeker niet bij de oppervlakkige mensen, bij wie het geloof het ene oor in, het andere oor uit ging. Ze hoort denk ik ook niet bij de feeling-good-christenen, die worden ingepakt door de welvaart van deze tijd. Nee, ik ben er vast van overtuigd dat Astrid bij die tweede categorie hoort. Als het gaat stormen in je leven, word je als mooi-weer-gelovige gemakkelijk omvergeblazen. En blijkbaar is de eerste echte geloofscrisis pas rond haar 35e gekomen. Waarom? Ik heb geen flauw idee..

Maar hoe moet ik hier nu mee omgaan? Nou, er is nog een vierde groep mensen die het woord hoort. En daarvan zegt Lukas, hij alleen, dat ze ernaar luisteren en het begrijpen. Ze nemen het gezaaide woord met een oprecht en goed hart aan, ze koesteren het en door niet op te geven, maar vol te houden draagt hun geloof vrucht. Kijk, zei de dominee – je kunt je afvragen waarom veel mensen niet geloven. En erg verdrietig worden en zelfs in verwarring raken als christenen om je heen hun geloof langzaam kwijtraken of er plotseling mee kappen. En hoe dichter dat bij komt, hoe pijnlijker dat is. Maar nog belangrijker is de vraag: hoe is het met je eigen hart? Stel jij je open voor God? Wil jij Jezus niet kwijt, ook als je Hem niet begrijpt? Wil je graag dat je geloof sterker wordt, ook door tegenslagen?

Toen ik dat hoorde, dacht ik: ja, dat wil ik! Ik was zelfs bijna gaan staan om dat te hardop te zeggen die zondag, aan het eind van de preek. Maar ja, dat durfde ik niet zo goed. Dus heb ik het maar opgeschreven. En aan Wilmar laten lezen. Hij was blij met mijn verhaal. Je hart zit niet alleen op de goede plaats, zei hij tegen mij. Je hart richt zich ook op de goede dingen, want jouw geloof hangt niet af van geloofshelden. Je zoekt en vindt je zekerheid bij Jezus. Ik ben blij, lieverd, dat Hij de vaste grond van jouw geloof is.’

Advertenties

Witte Donderdag: Jezus biddend op weg naar het kruis

Hoe ging Jezus, onze Heer, in de laatste 24 uur zijn lijden tegemoet? Lukas laat in zijn evangelie zien, dat Jezus op de avond vóór zijn kruisiging Zelf gebeden heeft én zijn leerlingen opgeroepen heeft om te bidden.

Jezus bidt Zelf voor drie dingen.

Allereerst voor Petrus: ‘Ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken.’ (Lukas 23:32) Dat gebed is hard nodig, want Petrus leed aan een ernstige vorm van zelfoverschatting als het om geloven gaat. Daarin staat hij symbool voor alle christenen. De duivel hoeft maar even te schudden of ons geloof valt om. Maar er is één die ons vasthoudt: Jezus Zelf. Hij bidt nog steeds 24 uur per dag voor al Gods kinderen.

Getsemane Jezus bidt 2Even later bidt Jezus voor Zichzelf: ‘Vader, als U het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat U wilt gebeuren.’ (Lukas 23:42) Hier bidt Jezus om ‘plan B’. Waarom? Omdat Hij geweldig opziet tegen wat binnen 24 uur komen gaat: aan het kruis krijgt Hij de woede van God over de zonde van heel de mensheid over Zich heen. Dat deed Hij niet zomaar eventjes omdat Hij toch de Zoon van God is. Integendeel, hoe dichter het bijkomt, hoe meer de angst Jezus naar de keel grijpt. Toch bidt Hij niet opstandig. Hij eist geen andere oplossing. Hij dwingt en dramt niet bij zijn Vader. Hij vraagt het eerbiedig. Zelfs in het moeilijkste moment van zijn leven, daar in de tuin van Getsémane, is Christus nog op onze redding uit. Maar Hij wankelt en deinst terug. Als het maar even anders zou kunnen, Vader, dan graag!

Uit de hemel verscheen Hem een engel om Hem kracht te geven. (Lukas 23:43) Die engel is het antwoord op de vraag van Jezus aan zijn hemelse Vader. Het antwoord betekent een ‘nee’. Er komt geen ‘plan B’. Het verzoek is afgewezen. God verandert zijn plan niet. “Nee, mijn Zoon, mijn recht tegenover al die zondige mensen kan alleen zijn be­loop krijgen, als Jíj als Middelaar die beker van mijn toorn tot op de bodem leeg­drinkt. Je moet door, mijn Zoon, en daarom ontvang Je kracht van deze engel.”

Daarna bidt Jezus voor de derde keer. Nu pas staat Hij echt doodsangsten uit. Want Hij weet: het verlossingsplan dat Ze met hun Drieën bedacht hebben, gaat door. Maar hoe kan Hij dat dragen? Die eeuwige Godverlatenheid aan het kruis? Dus bidt Jezus vurig en intens tot God. Een innerlijke worsteling die zijn weerga niet kent. Bloed, zweet en tranen. Een gebed om de moed te verzamelen die zelfs Hij, onze Verlosser, als mens niet uit Zichzelf kan halen. Biddend vindt onze Heiland rust en ontvangt Hij kracht. De kracht die de engel beloofd had. Dat is de kracht van de Heilige Geest. Die trekt Jezus over de streep trekt. Na zijn gebed kan Hij rustig opstaan en zijn leerlingen wakker maken. En gaat onze Heiland, zeker van de overwinning, op het einddoel af. Als Petrus met zijn zwaard begint te zwaaien en Mal­chus het oor eraf slaat, verbiedt Jezus hem dat en zegt: ’Zou Ik de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, niet drinken?’ (Johannes 18:11) Jezus Christus heeft zijn taak op zich genomen. Hij gaat vrijwillig de dood tegemoet. Hij laat vrijwillig zijn bloed vloeien. Hij geeft vrijwillig zijn leven. Voor jou. Voor mij. Voor alle mensen.

Tegelijk roept Jezus zijn leerlingen op om ook zelf te bidden: ‘Bid dat jullie niet in beproeving komen.’ (Lukas 23:40+46) Twee keer zegt Hij dat. Vlak vóórdat Hij Zelf zo intens gaat bidden. En meteen daarna, als Hij de leerlingen slapend aantreft. Ze zijn van verdriet in slaap gevallen. Verdriet slaat mensen lam. Zelfs bidden lukt dan niet meer. Wij kunnen, als het er echt op aankomt, God niet vasthouden. Het moet echt van één kant komen: ‘Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.’ (1 Timoteüs 2:15) Hij kwam, Hij leed, Hij overwon.

Elk jaar gedenken en vieren we dat als christenen. Diep verwonderd en enorm dankbaar. Wat is Jezus, onze Heer, ontzettend diep gegaan. Met maar één doel: om ons weer met God te verzoenen.

Avondmaal, Witte Donderdag en de kerkelijke feestdagen

“Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.”

Lukas is de enige evangelist die deze woorden van Jezus onze Heer vermeld, toen Hij voor het eerst het Avondmaal met de apostelen vierde op de avond voor zijn dood. Van hem heeft ook Paulus het gehoord, en dus haalt Paulus deze woorden van de Heer letterlijk aan als hij de christenen in Korinte opdraagt het Avondmaal te vieren: “Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.” (Lukas 22:19b / 1 Korintiërs 11:24b)

Hoe doe je dat, Jezus gedenken als je het Avondmaal viert?

Bedenk als eerste, dat onze Heer tijdens het Joodse Pesach aan zijn volgelingen deze opdracht gegeven heeft. Zo maakt Hij duidelijk: Ík ben het Paaslam dat geslacht is. Pesach is het bevrijdingsfeest uit de slavernij van Egypte. Maar het verwijst naar een andere bevrijding: die uit de macht van de zonde. En zoals de Israelieten zichzelf niet konden bevrijden uit de slavernij van Egypte: God moest dat doen, door het bloed van een lam! – zo kan niemand zichzelf bevrijden uit de macht van de zonde: Jezus moet het doen, door zijn dood aan het kruis!

Al Shabi AvondmaalMaar waar denk je dan precies aan, als je aan het Avondmaal je Heer Jezus gedenkt?

  1. Denk aan het Kerstfeest. Bij het Avondmaal staat de geboorte van Jezus centraal. Dan zie je, hoe veel God van zijn wereld en van jou en mij houdt. Jezus daalde neer van zijn troon om mens te zijn. Om zijn leven met ons te delen. Om ons leven over te doen in volmaakte gehoorzaamheid. Denk daar aan.
  2. Kruis Muur AssenDenk aan Goede Vrijdag. Bij het Avondmaal staat de kruisiging van onze Heer centraal. Logisch, zul je zeggen. Maar bedenk ook telkens weer aan, dat de dood van Gods Zoon laat zien hoe diep de zonde in jou en mij zit. Zo diep als Jezus ging – tot in de dood; zo diep zit de zonde ons in het bloed – het leidt tot de dood, lichamelijk en voor de eeuwigheid. Tenzij je gelooft, dat Jezus dat allemaal van ons overgenomen heeft. Dat kostte Hem zijn leven. Denk daar aan.
  3. Denk aan Pasen. Bij het Avondmaal staat de opstanding van Christus centraal. Daar deed Hij het voor: om ons weer terug bij God te brengen. Daar gaat het Hem om: dat ook wij opgewekt voor God leven. Denk daar aan.
  4. Denk aan Hemelvaart. Bij het Avondmaal staat de hemel open. Want daar is Jezus, mens als wij, aan Gods rechterhand. Ook wij mogen nu met vrijmoedigheid naar Gods troon toegaan. Denk daar aan.
  5. Denk aan Pinksteren. Bij het Avondmaal staat de Geest van Christus centraal. Door aan onze Heer te denken, versterkt Hij Zelf ons geloof. Hij bemoedigt ons met kracht in onze ziel. Denk daar aan.
  6. Denk ook aan zijn terugkomst. Bij het Avondmaal hoort ook het verlangen naar de grote dag. Daarom geeft Jezus, onze Heer, ons ook deze opdracht. Zo houden we de moed erin. Straks wordt het perfect. Dan komt Hij terug op de wolken en zullen wij Hem zien zoals Hij werkelijk is. Dan wordt het leven pas echt een feest. Denk daar aan.

Aan het Avondmaal denken we aan Jezus Christus onze Heer door van het brood te eten en van de wijn te drinken. Wees je ervan bewust waarom je dat doet. Wees blij met Kerst, met Goede Vrijdag, met Pasen, met Hemelvaart en met Pinksteren. Laat het zien en kom er voor uit dat Jezus Christus alles voor je is. En durft vooruit te kijken. Vier het Avondmaal tot zijn gedachtenis en totdat Hij komt!

 

Het ‘Onze Vader’ als voorbeeldgebed voor je eigen gebed

“Heer, leer ons bidden,” vroeg één van de leerlingen eens aan Jezus. Als antwoord gaf Jezus ons één van de twee versies van het ‘Onze Vader’. Hij gaf het ons niet om als formuliergebed uit het hoofd te leren. Nee, het ‘Onze Vader’ staat twee keer in verschillende situaties en in verschillende bewoordingen in de Bijbel. Het is dus een voorbeeldgebed. We mogen het letterlijk bidden – niets op tegen. Maar mooier nog is om het in eigen bewoordingen te bidden. In de catechisatiemethode ‘Ik geloof’ werd in het deeltje over het gebed ook het ‘Onze Vader’ behandeld. Aan het eind van elk hoofdstuk stond een overzicht van wat je allemaal tegen God zegt en aan Hem vraag als je het ‘Onze Vader’ bidt. Volgens mij is het een mooi voorbeeld om je eigen gebed vorm te geven. Daarom plaats ik ‘m graag hier op mijn weblog. Doe er je winst mee in je persoonlijke contact met je hemelse Vader en met Jezus je Redder en Heer.

Bidden gevouwen handen 6x

ALS JE BIDT …

Onze Vader, die in de hemelen zijt

– bid je tot je Vader in de hemel, die tegelijk de almachtige God is

– weet je dat God door Jezus Christus je Vader is geworden

– laat je zien dat je ontzag hebt voor je hemelse Vader

– weet je dat je heel vertrouwelijk met God om mag gaan

– weet je dat God je als zijn kind zal behandelen en voor je zorgt

– weet je dat God elke vergelijking met je aardse vader te boven gaat

 

Uw naam worde geheiligd

– ken je je hemelse Vader als Schepper en Verlosser

– vraag je om Hem nog beter te leren kennen

– weet je dat je, als kind van je Vader, Hem heiligen moet

– wil je dat zelf heel graag, maar weet je ook dat dit je uit jezelf nooit lukt

– bid je daarom of God zelf wil zorgen dat het wél gebeurt

 

Uw koninkrijk kome

– ken je je hemelse Vader als almachtige Koning van hemel en aarde

– vraag je om Gods nieuwe wereld waar alle mensen Hem zullen dienen

– weet je dat je nu al onderdaan van dat koninkrijk mag zijn

– vraag je om kracht om ook nu al naar al Gods goede geboden te leven

– bid je dit gebed in de kerk samen met de andere burgers van Gods rijk

– bid je of God nu al werk van de satan, zijn grote vijand, wil verhinderen

– weet je zeker dat dit koninkrijk eens in volmaaktheid zal komen

 

Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op de aarde

– weet je wat God van je vraagt in zijn Woord

– probeer je Gods wil steeds beter te leren kennen

– vraag je of je mag leren je eigen wil ondergeschikt te maken aan Gods wil

– weet je dat het uit jezelf nooit lukt om Gods wil te doen

– vraag je daarom of God zelf ervoor wil zorgen, dat je ook in alle dagelijkse

zaken zijn wil gaat gehoorzamen

– vraag je of je dat net zo gewillig en van harte mag doen als de engelen

in de hemel

– vraag je dit niet alleen voor jezelf, maar voor alle mensen

 

Geef ons heden ons dagelijks brood

– vraag je om alles wat je voor je lichaam nodig hebt om als christen te leven

– erken je dat al het goede van God komt

– dank je God voor het vele dat Hij jou gegeven heeft

– geloof je dat alles wat je krijgt en wat je doet van Gods zegen afhangt

– weet je dat je niet op iets of iemand anders mag vertrouwen

– weet je dat je een taak hebt ten opzichte van de armen in de wereld

 

En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren

– vraag je vergeving voor:

* je zonden   * je zondige aard   * je tekort aan liefde

– doe je een beroep op het offer van Christus

– wil je ook je naaste van harte vergeven

– belijd je dat God zelf die vergevingsgezindheid in je werkt

 

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze

– weet je dat je een geestelijke strijd te voeren hebt

– en dat dit een strijd van leven op dood is

– weet je dat je aangevallen wordt door drie doodsvijanden:

* de duivel   * de wereld   * je eigen zondige ik

– besef je dat je uit jezelf deze strijd nooit zult winnen

– bid je om kracht van de heilige Geest; alleen Hij kan je overeind houden

– weet je dat je uitzicht hebt op de eindoverwinning in deze geestelijke strijd

 

Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid  tot in eeuwigheid

– toon je daarmee je toewijding aan God

– spreek je daarin je vertrouwen in de Here uit

– belijd je dat God alle middelen heeft om ervoor te zorgen, dat

alles gebeurt, wat je van Hem in het Onze Vader vraagt

 

Amen

– weet je dat God altijd naar je luistert: Hij heeft altijd het beste met je voort

– vertrouw je op de verhoring van je gebed

– erken je dat God je gebed verhoort op een manier die Hij goed voor je vindt

– vraag je of God je ook wil geven, dat je die weg als een goede weg ervaart

Het gebeds-ABCD – first things first

‘Heer, leer ons bidden,’ vroeg een leerling van Jezus eens aan Hem. Als antwoord leert Jezus zijn volgelingen het Onze Vader. Daarmee bedoelt Hij niet dat we elke dag het Onze Vader uit ons hoofd moeten bidden, hoewel dat op zichzelf natuurlijk niet verkeerd is. In de Bijbel kun je namelijk twee keer lezen dat onze Heer aan zijn leerlingen het Onze Vader leert. De eerste keer aan het begin van zijn optreden aan duizenden mensen tegelijk tijdens de Bergrede (Matteüs 6:9-13). De tweede keer toen Hij op weg ging naar Jeruzalem om daar voor onze zonden te sterven (Lukas 11:2-4). Maar Jezus gebruikt beide keren niet exact dezelfde woorden.

Het Onze Vader geeft aan wat het basispatroon is van een goed gebed. Het is vooral bedoeld als voorbeeld voor je persoonlijk gebed en voor het publieke gebed in kringen, vergaderingen en kerkdiensten. De woorden mogen heel anders zijn, als ze maar in dezelfde Geest uitgesproken worden, zei Calvijn al. En Luther gaf het advies om het Onze Vader twee keer per dag te bidden, waarvan minstens één keer door het in eigen woorden te doen en persoonlijk te maken.

Wat is dan het basispatroon van een goed gebed waar God graag naar luistert? Nou, je zou het zo kunnen zeggen: “Bidden is een evenwichtig samenspel tussen aanbidding, schuldbelijdenis, dankzegging en voorbede” (zoals Tim Keller het in zijn boek ‘Bidden’ op blz. 136 samenvat). Dat zijn de vier basiselementen die cruciaal zijn voor het gebed. In het Onze Vader komen ze allemaal voor.

Om dat gemakkelijk te kunnen onthouden zijn er verschillende ezelsbruggetjes bedacht. De Youth-Alpha cursus heeft het over “SODA” –  SOrry / Dankuwel / Alstublieft. Jos Douma (meen ik) noemt ergens de afkorting LoBeDaVra Loven, Belijden, Danken, Vragen.

Zelf kwam ik een mooi voorbeeld tegen bij Nicky Gumbel bij de inleiding van zijn boekje ‘30 dagen – een praktische inleiding tot het lezen in de Bijbel‘. Een goede manier om te beginnen met in de Bijbel te lezen is, net als Samuel in het Oude Testament deed, eerst kort te bidden: ‘Heer, ik luister’. Daarna lees je een gedeelte uit de Bijbel en denkt er over na, eventueel met een boekje of overdenking erbij. Voor de afsluiting van je dagelijkse moment met God geeft Nicky Gumbel het volgende advies: “Spreek, nadat God door zijn Woord tot jou gesproken heeft, tot Hem in gebed.”

Maar hoe deel je dat persoonlijke gebed nu in? Een handige volgorde die gemakkelijk te onthouden is in het Engels is die van ACTS. Dat is de Engelse aanduiding van het boek Handelingen. Elke letter staat voor één van de vier basiselementen waaruit het gebed van een christen bestaat.

De A van Adoration. In het Nederlands is dat de A van Aanbidding. Prijs God om wie Hij is en wat Hij gedaan heeft en nog steeds doet en naar toe werkt.

De C is van Confession. In het Nederlands is dat de B van Belijden. Vraag God vergeving voor alles wat je verkeerd gedaan hebt en waarin je tekort geschoten bent.

Dit zijn de eerste twee, want hierin staat God centraal. Zoals in het ‘Onze Vader’ ook 3x God centraal staat. Daarna komen er nog twee letters. Die gaan over ‘ons’. Net als in het ‘Onze Vader’ ook 3x aandacht is voor wat wij nodig hebben.

De T is van Thanksgiving. In het Nederlands is dat de D van Danken. Dat kan voor alles zijn: gezondheid, familie, vrienden, werk, vrijheid, geloof niet te vergeten, enzovoort.

De S is van Supplication. In het Nederlands is dat de C van Concrete voorbede. Je mag bidden voor de mensen om je heen, dichtbij en ver weg, en voor jezelf. Niet in z’n algemeenheid, maar heel konkreet.

bidden kindHet woord ACTS is in het Engels dus de naam van het boek Handelingen. In dat bijbelboek valt het op hoe groot de plaats van het gebed is, niet alleen in het leven van de gelovige, maar ook in het leven van de gemeente.

  1. Uit heel Handelingen blijkt, dat het gebed kenmerkend is voor de gelovigen. Zonder gebed geen geloof! Overal waar mensen tot geloof in Jezus Christus komen, is er ook meteen sprake van, dat ze regelmatig met alle zaken die hen bezig houden, in gebed tot God gaan.
  2. Uit Handelingen blijkt ook, dat naast het persoonlijk gebed ook het gemeenschappelijke gebed van de grootste betekenis is voor de gemeente. Die gezamenlijke gebeden bleven echt niet beperkt tot de zondagse samenkomsten! In Hand. 2:42 lezen we, dat de gemeente in Jeruzalem ook bleef volharden in de gebeden. En dat onder alle omstandigheden! Denk maar aan het moment dat Petrus gevangen genomen werd. Dan staat er in Hand. 12: door de gemeente werd voortdurend tot God voor hem gebeden (vers 5). dat gebeurde in gebedsgroepen; immers als Petrus door een engel bevrijd wordt, gaat hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, waar velen vergaderd waren in gebed (vers 12).
  3. Uit Handelingen blijkt verder, dat geen enkele belangrijke beslissing genomen wordt zonder dat men vooraf gebeden had. Dat geldt voor de verkiezing van een 12e apostel, voor de verkiezing van de zeven diakenen in Hand. 6, voor de uitzending van Paulus en Silas in Hand. 13 en voor de aanstelling van oudsten in de nieuwe zendingsgemeenten. En als Paulus op reis naar Jeruzalem zeven dagen bij de gemeente in Tyrus is geweest, zwaait de hele gemeente, met vrouwen en kinderen, Paulus uit, en op het strand knielden wij neer, baden en namen afscheid van elkaar (21:5).
  4. Tenslotte blijkt uit Handelingen ook, dat het gebed een wezenlijk onderdeel is van de taak van de ambtsdragers in de oudste gemeente. Als de twaalf apostelen in Hand. 6 bepaalde taken afstoten, is dat omdat zij zich dan beter kunnen concentreren op hun kerntaken. Want, staat er: wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het woord (vers 4). Bij alle belangrijke gebeurtenissen gaan de apostelen eerst in gebed. In hun ambtelijk werk wisten ze zich afhankelijk van de Here. Daarom konden ze het gebed niet missen.

Ook in de rest van het Nieuwe Testament valt het op dat de eerste christenen heel konkreet waren in hun gebeden. Tegelijk staat ook altijd Gods eer voorop. First things first, of, om het op z’n Nederlands te zeggen: wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen. Daar volgt dan ook meteen weer uit, dat je ook alles wat je bezighoudt, aan God mag vertellen.

“Als we gaan begrijpen hoe geweldig groot God is, leidt dat ertoe dat we onze eigen zondigheid opnieuw leren inzien. Dan komt uit een dieper inzicht en een bekering van onze zonden dankbare verwondering over Gods genade voort.” (Tim Keller, Bidden, blz. 136/137). Oftewel: A (Aanbidding) leidt tot B (Belijdenis) en D (Dankbaarheid).

“Hoe meer we Gods macht gaan zien, hoe meer we voor onze levensbehoeften van Hem afhankelijk willen worden.” (Tim Keller, Bidden, blz. 137). Oftewel: A (Aanbidding) leidt ook tot C (Concrete voorbede).

Bidden gaat niet vanzelf. Het is geen ABCD-tje in de zin van een makkie of een uit het hoofd geleerd lesje. Daarom geeft onze Heer ons gebedsles en leert Hij ons het Onze Vader. Een mooi gebed om regelmatig voor jezelf of aan tafel te bidden. Maar ook een gebed als voorbeeld om zelf te leren bidden. Bijvoorbeeld door je te houden aan:

Het gebeds-ABCD

A = Aanbidding

B = Belijden

C = Concrete voorbede

D = Danken

 

Jezus deed echte DROOM-wonderen

De wonderen die Jezus deed zijn voor veel westerse niet-christenen vaak een obstakel om te geloven. “Je kunt niet van me verwachten dat ik in wonderen geloof.” Vaak is het argument: wonderen zijn historisch en wetenschappelijk niet te kontroleren. Er is geen bewijs voor. Dus zijn het ‘dikke-duim- verhalen’.

wonderToch is dat niet waar. Integendeel, ik wil je zelfs vijf redenen geven, waarom je niet hoeft te twijfelen aan de echtheid van Jezus’ wonderen. Dat kun je het beste onthouden aan één woord: DROOM. Jezus deed echte DROOM-wonderen. Zoals je aan het begin van je carrière een droomstart kunt hebben en sommige voetballers een droom van een goal maken. Je kunt het haast niet geloven, maar het is toch echt waar. Zo deed Jezus echte DROOM-wonderen.

Duidelijk

De wonderen van Jezus waren duidelijk voor iedereen. Als ik zeg: afgelopen jaar op vakantie in Zweden stond ik oog in oog met een wolf die mij aan wilde vallen, maar die heb ik verslagen door heel hard terug te grommen – dan denkt iedereen: ja ja! En in de Koran zegt Mohammed dat hij een beter boek van God gekregen heeft dan de Bijbel, omdat de engel Gabriël het hem heeft gedicteerd. Maar niemand is er bij geweest.

Nee, dan Jezus! Hij doet al zijn wonderen in openbaar, met veel mensen erbij. Vaak worden de namen van de personen erbij genoemd: Jaïrus, nota bene een leider van de synagoge. En Hij gaf 5000 mensen te eten! Oftwel: check het als je het niet gelooft! Met Pinksteren zegt Petrus niet voor niets: Jezus uit Nazaret is door God tot jullie gezonden, wat wel gebleken is uit de grote daden en wonderen en tekenen die God, zoals jullie bekend is, door zijn toedoen onder jullie verricht heeft. (Handelingen 2 vers 22)

Reaktie

De wonderen van Jezus zijn altijd een reaktie. Hij haalt geen magische trucs uit, die Hij van te voren instudeert, zoals Hans Klok. Hij seint niet mensen van te voren in, zo van: doe net of je al jaren blind bent. En bij zijn eigen dood heeft Hij ook niet alle faktoren in de hand, zo van: als je die spijkers nou precies op die plek door mijn handen en voeten slaat, kan ik straks onverwacht weer uit de dood herrijzen. Nee, Jezus reageert op wat zich aandient. Dus zijn zijn wonderen niet ingestudeerd.

Onomstreden

Niemand in de tijd dat Jezus op aarde leefde, ontkende dat Hij wonderen kon doen. Zelfs zijn tegenstanders niet. Ergens staat het verhaal dat Jezus op sabbat in de synagoge iemand met een verschrompelde hand beter maakte. Wat zeggen dan zijn tegenstanders, de schriftgeleerden en farizeeërs? Precies: ‘Waarom doet U dit op de sabbat?’ Ze klagen Hem niet aan om het feit van het wonder, maar vanwege het moment van het wonder.

Opzienbarend

De wonderen van Jezus zijn ook in zijn eigen tijd verbazingwekkend. De mensen reageren niet met applaus zoals bij een show. Nee, ze vinden het ongelooflijk. Ze denken er over na en worden er bang van. ‘Zoiets hebben we nog nooit eerder gezien!’ roepen ze uit. Want ook zij hadden nog nooit iemand over water zien lopen tijdens een zeiltochtje op het meer van Galilea, laat staan dat iemand na drie dagen alsof er niets gebeurd is zijn graf weer uitwandelt.

Middel

Dat is misschien wel het belangrijkste. De wonderen van Jezus zijn nooit een doel op zichzelf. Hij smijt niet met wonderen om mensen te imponeren, zo van: kijk eens wat Ik allemaal kan. Dat was vaak wel de reden dat mensen op Jezus af kwamen. Het ging ze niet om Hem, maar om het wonder. Het was allemaal, zoals de engelsen heel mooi zeggen, miracle-chasing – hup, achter de man aan die wonderen kan doen! Daarom zegt Jezus verschillende keren, bv. in Johannes 4 vers 48: “Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!” Oftewel: de mensen toen gingen vooral voor het wonder. Het wonder was een doel op zichzelf geworden. Aan dat spelletje om het leven aangenamer te maken door wonderen of gebedsverhoring doet Jezus niet mee. Want zijn wonderen zijn geen doel op zichzelf, maar wijzen naar iets anders. Naar een leven met God tot in eeuwigheid. Een leven met God dat dankzij Hem weer mogelijk is. Dankzij zijn dood aan het kruis en dankzij zijn opstanding uit het graf.

Wonderen zijn extraatjes. Ze voegen extra geloofwaardigheid toe aan wat Jezus zegt en leert. Zo zegt Johannes het ook aan het eind van zijn levensbeschrijving van Jezus. Thomas kan niet geloven in een wonder als de opstanding van Jezus. Jezus Zelf moet Hem over de streep trekken. Maar let dan op wat Johannes meteen daarna als algemene konklusie zegt (Johannes 20 vers 30 en 31):

“Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u die dit leest gelooft, dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.” 

Snap je het? Wonderen zijn mooi en fijn, maar iets anders is veel belangrijker: eeuwig leven heb je door de naam van Jezus. Daar hebben we nu geen wonderen meer voor nodig. Jezus Heer heeft Zich immers al bewezen als de Zoon van God en als jouw en mijn Heer? Je hoeft niet richting het wonder te gaan. Kijk verder en vraag liever om geloof en om kracht en om de Heilige Geest, zodat je dicht bij God blijft leven en Jezus blijft waarderen om waar Hij echt voor kwam: het wonder van vergeving en verzoening en vernieuwing en eeuwig leven.

Ga niet voor het wonder, maar leeft uit verwondering!

Advent: met Zacharias jubelen over het Kind van Kerst

‘Op jullie oude dag zullen Elisabet en jij nog een zoon krijgen, en je moet hem Johannes noemen.’ Dat kreeg de priester Zacharias van de engel Gabriël te horen toen hij dienst had in de tempel. Meer dan negen maanden was Zacharias er sprakeloos van. Maar toen Johannes geboren was en na een week zijn naam ontvangen moest, jubelde vader Zacharias het uit: ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israel!’ Zacharias dankt in zijn Zacharias lofzanglofzang (Lukas 1:68-79) God niet alleen voor hun persoonlijk geluk. Hij plaatst, geïnspireerd door de Heilige Geest, de geboorte van Johannes in het kader van Gods verlossingsplan. En dus zingt hij over Johannes die als profeet van de Allerhoogste voor de Heer zal uitgaan om de weg voor Hem gereed te maken. Maar meer nog zingt Zacharias over Gods goedheid en betrouwbaarheid: God doet wat Hij beloofd heeft op grond van zijn heilig verbond. En de reddende kracht die Hij geven zal is Jezus Christus. Die is ‘het stralende licht uit de hemel’ dat naar ons zal omzien zoals God Zelf naar ons heeft omgezien (de NV51 vertaalt in vs. 68b en in vs. 78b twee keer hetzelfde Griekse woord met ‘omzien‘).

Zacharias typeert Jezus Christus met een bekende uitdrukking uit het Oude Testament. Hij is nl ‘het stralende licht uit de hemel’. Dat is niet de letterlijke weergave van het Grieks. Een aantal andere vertalingen (SV, NV51, HSV) zeggen allemaal dat de Christus ‘de Opgang uit de hoogte’ is. In het Grieks staat hier het woord ‘anatolè’. Wie een beetje aardrijkskunde kent, weet, dat één van de provincies in Turkije ‘Anatolië’ genoemd wordt. Dat is vanuit het Grieks de naam voor het land dat ze aan de ander kant van de Egeïsche Zee lagen liggen in het oosten: het land van de opkomende zon. Zo betekent het woord ‘anatolè’ in het Grieks zowel ‘opkomst’ als ‘zonsopgang’ en werd het uiteindelijk ook het gewone woord voor ‘het oosten’.

Gelovige Joden die goed thuis waren in de Griekse vertaling van het Oude Testament hoorden in deze jubelende woorden van Zacharias een verwijzing naar maar liefst drie profeten.

Zacharias lofzang 2De bekendste is Maleachi 4:2. Daar wordt aangekondigd hoe mooi de komst van de Messias voor de gelovigen zal zijn: ‘Maar voor jullie, die ontzag hebben voor mijn naam, zal de zon stralend opgaan, de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt.’ In het Grieks staat hier het werkwoord ‘anatolein’. Dit slaat op de Persoon van Jezus Chris­tus, zingt Zacharias, die mensen zal beschijnen / op mensen zal schijnen (NV51, BGT – een iets beter vertaling dan ‘verschijnen’ in de SV, NBV, HSV), zodat ze hun voeten weer kunnen zetten op de weg van de vrede met God.

Maar er zijn nog twee profetische teksten uit het Oude Testament waar in de griekse vertaling het woord ‘anatolè’ voorkomt. Namelijk in Jeremia 23:5 en in Zacharia 6:12. In die twee passages wordt de beloofde Messias die eens zal komen aangeduid met ‘de rechtvaardige Spruit / Telg (Anatolè) die uit de bodem /zal uitspruiten / opschieten (anatolein) en als rechtvaardig koning en priester op zijn troon zal zitten.

Met dat ene woord ‘anatolè’ ‘verwijst Zacharias dus naar twéé verschillen­de Messiaanse profetieën. De komende Messias is de beloofde Telg van David en is de opkomende Zon der gerechtigheid. Zo gebruikt Zacharias a.h.w. een dubbel adventsbeeld.

Alle vertalingen waarin Zacharias Christus bezingt als ‘de Opgang uit de hoogte’ gebruiken bij ‘Opgang’ een hoofdletter. Dat doen ze waarschijnlijk, omdat bij Jeremia en Zacharia het woord ‘Anatolè’ als titel voor de Messias gebruikt wordt, terwijl bij Maleachi alleen het werkwoord ‘anatolein’ staat en de komende Messias aangeduid wordt als ‘de Zon die gerechtigheid en genezing brengt’. Zo zie je ook in de vertaling (die terecht voor ‘Opgang’ kiest en niet voor ‘Spruit/Telg’) toch nog iets van die titel doorklinken.

Tegelijk zegt Zacharias er nog iets opmerkelijks bij. Christus komt als ‘de Opgang uit de hoogte’. Dat is een aparte manier van zeggen. De zon komt altijd op vanaf de horizon en gewassen komen op vanuit de grond. Maar hier zegt Zacharias: ‘De Opgang komt uit de hoogte’. Oftewel: onze redding komt van bovenaf God begint. Híj neemt het initiatief. Van de goede bedoelingen van mensen hoef en mag je het niet verwachten.

In de tijd van Zachari­as keken veel mensen alleen maar om zich heen. Zo zijn er nog steeds veel mensen die blijven staan bij wat ze hier beneden zien. Maar dan krijg je nooit goed zicht op Jezus. Dan is Hij alleen maar vertederend omdat Hij met Kerst het Kindje in de kribbe is.

Als je omhoog kijkt, dan zie je meer in Hem. Dan zie je waar Hij vandaan gekomen is om ons te redden. Dan zie je, waar Hij nu is, dicht bij God om het voor ons op te nemen en alvast een plekje voor ons te reserveren in de hemel. onze plaatsen. Dan geloof je, dat Hij straks definitief terugkomt als het stralende licht uit de hemel. Dat geeft tegelijk moed en uitzicht voor wie nu een donkere periode in het leven doormaakt of zelfs de schaduw van de dood op zich voelt afkomen. Kijk dan omhoog en richt je op Jezus. In Hem zie je Gods liefdevolle barmhartig­heid. Alleen Hij brengt vrede, is onze Vrede en zet je voeten weer op het pad van de vrede.