Vast gegrond op het fundament van 5x Sola!

In de laatste week van april was ik drie dagen in Hamburg. Daar vond van 27-29 april de conferentie 500 Jahre Reformation – Gemeinsam für das Evangelium plaats. De conferentie werd georganiseerd door Evangelium21. Deze organisatie is in Duitsland (en Oostenrijk + Zwitserland) actief en bestaat uit christenen van verschillende kerken die hun geloof vast op Jezus Christus gronden. Dus baseren ze zich op de vijf bijbelse waarheden die in de Reformatie opnieuw ontdekt zijn:

  • De Bijbel alleen (Sola Scriptura)
  • Het geloof alleen (Sola Fide)
  • Christus alleen (Solus Christus)
  • Genade alleen (Sola Gratia)
  • Tot Gods eer alleen (Soli Deo Gloria)

Evangelium21 konferenzDeze vijf kenmerken voor gelovigen en voor kerken zijn in Duitsland erg ondergesneeuwd. De meeste traditionele kerken zijn theologisch erg oppervlakkig en liberaal-humanistisch geworden. De Bijbel is niet meer het Woord van God voor mensen, maar bevat woorden van mensen over God. Daarom zijn er veel vrije kerken ontstaan die wel de Bijbel als Woord van God beschouwen, maar hun geloof vooral op de eigen keus voor Jezus en het eigen gevoel gronden.

Vier sprekers uit Amerika (Mark Dever, Ligon Duncan, Al Mohler en David Platt – alle vier aktief binnen de Amerikaanse organisatie ‘Together for the Gospel’ – T4G) hielden samen zes referaten over de vijf SOLA’s en, als slottoespraak, over het ‘Semper Reformanda’. De vijf SOLA’s zijn uit de tijd van de Reformatie ontstaan. Niet als losse onderdelen van het geloof, maar als fundament voor elke christen en elke kerk.

* De Bijbel alleen (Sola Scriptura) = tegenover de RK-kerk die op z’n minst drie gelijkwaardige bronnen had: Bijbel, Traditie, Paus

* Het geloof alleen (Sola Fide) / Genade alleen (Sola Gratia) = tegenover de RK-kerk die officieel deze leer als ketterij veroordeelde, omdat het zorgeloze mensen kweekt (zie Zondag 24).

* Christus alleen (Solus Christus) = tegenover de RK-kerk die dit met de mond wel beleed, maar daarnaast heiligen, m.n. Maria, op één lijn met Jezus zette en daarnaast goede werken als ‘coöperatie’ van de kant van mensen voorschreef (i.t.t. Sola Fide / Sola Gratia)

*  Tot Gods eer alleen (Soli Deo Gloria) = tegenover de algemene gedachte in die tijd dat God er voor ons moet zijn i.p.v. omgekeerd.

Op het congres werd dit breder getrokken, zowel in de context van 500 jaar geleden als naar vandaag toe. Toen had je ook de doorslaande Reformatie van de Dopersen, die m.n. Sola Scriptura verwierpen en de Heilige Geest als innerlijk licht hoger stelden dan het gezag van de Bijbel, en daarmee in de praktijk het gevoel lieten prevaleren boven het geloof, terwijl de RK-kerk het verstand (gestold in de leerbesluiten en tradities van de kerk) belangrijker vonden dan het geloof.

evangelium21 logoNaar vandaag toe werd vooral op het gevaar van het ‘liberalisme’ gewezen. Dan wordt Christus en zijn verzoenend + vernieuwend werk als fundament van ons geloof ingewisseld voor algemeen religieuze waarheden. Dat zie je in bijna alle gevestigde kerken in Europa en ook in Amerika (Nederland is daarop enigszins een uitzondering met veel historisch gezien ‘oude’ bijbels-gereformeerde kerken). Daarnaast werd ook het risico van het ‘prosperity-gospel’ benadrukt. Dat is, zeker in landen waar geen sterke bijbelgetrouwe traditionele kerken meer zijn, een groot risico voor alle ‘vrije kerken’. Die zijn daar in Duitsland allemaal vatbaar voor, de één latent en de ander openlijk. Eén van de andere oneliners was: “Als je denkt dat het Evangelie van Jezus Christus een hulpmiddel is voor een beter leven hier op aarde, hang je een vorm van hindoeïsme met de Bijbel aan.” Want Christus is niet gekomen om ons een ‘feeling-good-geloof’ te geven.

Tsja … in de vragenronde kwam dus meteen de vraag naar voren: “Wat als je in een theologisch zeer bijbelgetrouwe gemeente zit waar verder alles dichtgetimmerd is en in dezelfde plaats zit een gemeente vol enthousiasme maar met een hele zwakke bijbelse basis?” Antwoord: “Als de basis goed is, kan er wat gaan groeien, want Gods Woord is altijd aktueel, dus zet je in zo’n gemeente daarvoor in. Als de basis niet goed is, zal er geen blijvende vrucht in zo’n gemeente zijn, omdat vroomheid en enthousiasme geen vastigheid bieden, dus laat je daar niet door verblinden, maar maak werk van een stevig fundament.” Toen de persoon vroeg wat je moest doen als je tot geloof kwam, was het antwoord: “Kies voor de eerste gemeente, want je moet je gevoel altijd laten corrigeren door het Woord, omdat Christus altijd eerst vanuit de Bijbel tot jou spreekt en vandaaruit pas via zijn Heilige Geest tot je hart.”

Ik vond het een bemoedigende konferentie, omdat het echt back-to-the-basics was. Erg aansprekend: wie staat er centraal in mijn leven? Is het God die door Christus uit genade Zichzelf met mij verzoent om mijn leven weer tot bloei te brengen zodat Hij alle eer krijgt, ook van mij?

Tegelijk wordt dit verhaal wel een beetje kort door de bocht gebracht, vooral als het om Sola Scriptura gaat: Bijbel toen = Bijbel nu. Dat wij in een heel andere cultuur leven als 2000 jaar geleden, en dat je dus ook steeds moet kijken hoe je concrete christelijke standpunten van toen nop vandaag toepast, onder voortdurend gebed om leiding van de Heilige Geest – in dat proces heeft men niet zoveel vertrouwen (‘hermeneutiek’ is echt een vies woord), want dan gaat alles weer de liberale, vrijzinnige kant op. De andere ‘dief van het Evangelie’, nl. moralisme/farizeïsme werd amper genoemd.

Evangelium21 wil stimuleren dat plaatselijk kerken en oprechte christenen zich opnieuw echt door het Evangelie van Jezus Christus laten inspireren, zodat de kracht van het geloof niet door mensen bewerkt wordt, maar door de prediking van Gods Woord en de overweldigende kracht van de Heilige Geest. Sinds 2011 houden ze elk jaar een landelijke ‘Konferenz’. Net als vorig jaar werd die dit jaar in het grote kerkgebouw (op een industrieterrein) van de Evangelisch-Reformierte Freikirche ‘Die Arche’ in Hamburg. Dit jaar kwamen daar uit heel Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland ongeveer 1.400 deelnemers op af. Inclusief bezoekers uit Polen, Spanje, Nederland en inclusief hele families (er was een apart kinderprogramma). Onder hen o.a. een groep gemeenteleden van de ERKWB Wien en een gezin van de ERKWB Winterthur.

In alle lezingen kwamen de vijf ‘Sola’s’ telkens weer voorbij. Zelf heb ik een aantal kernachtige uitspraken genoteerd. Dus zet ik er hier vijf neer + een zesde uit de slottoespraak over ‘Semper Reformanda’ = blijven gaan in het spoor van de Reformatie.

SOLA SCRIPTURA: “Wie zich op Gods Woord beroept, wordt in onze tijd als een gevaarlijk persoon gezien, want dan kom je aan iemand individuele vrijheid, en dat is in deze tijd afgod nummer 1.” (Al Mohler)

SOLA FIDE: “In alle andere religies proberen mensen zelf de bergtop waar God woont te bereiken. In het christendom daalt God helemaal bergaf om ons op te halen.” (David Platt)

SOLUS CHRISTUS: “Als mensen echt behept zijn met het C-virus, worden ze vervolgd en bespot vanwege hun geloof in Christus alleen.”(Mark Dever)

SOLA GRATIA: “Echte christenen geloven dat ze gered worden door goede werken – namelijk Gods goede werken door Jezus Christus en door de Heilige Geest voor, aan en in ons.” (Ligon Duncan)

SOLI DEO GLORIA: “Alleen bij God is het niet verkeerd om Zelf alle aandacht te willen ontvangen.” (David Platt)

SEMPER REFORMANDA: “Wie vol is van God, luistert graag naar zijn Woord. Wie graag naar christelijke muziek luistert, is vaak ook vol van zichzelf.” (Mark Dever)

 

Advertenties

Een droom over Jezus die onschuldig is

Dromen zijn bedrog. Geldt dat ook voor de droom die de vrouw van Pilatus kreeg? Pilatus is ’s morgens vroeg uit bed getrommeld omdat Jezus is opgepakt. Tijdens het verhoor krijgt hij een bericht van zijn vrouw: ‘Pilatus, wees voorzichtig! Bemoei je niet met die man! Ik heb over hem gedroomd. Hij is onschuldig! Dus trek je handen van Hem af. Ik ben bang voor de gevolgen.’ Claudia Procula 1

Met haar droom heeft de vrouw van Pilatus een plek in de Bijbel gekregen (Mat. 27:19). In de oude christelijke kerk wist men zelfs hoe ze heette: Claudia Procula. En men vertelde er ook bij, dat ze, net als Cornelius uit Handelingen, sympathiek stond tegenover het joodse volk. In het apokriefe ‘Evangelie van Nikodemus’ staat, dat Pilatus een boodschap kreeg van zijn vrouw en dat hij dan alle joden bij zich roept en tegen hen zegt: “Jullie weten dat mijn vrouw godvrezend is en in vele opzichten net als jullie als een jood leeft. Zij heeft me zonet een bericht gestuurd: ‘Bemoei je niet met deze rechtvaardige man; want ik heb vannacht veel om hem geleden.’” Maar, staat er dan, de joden antwoorden Pilatus: Hebben we u niet gezegd dat die Jezus een tovenaar is? Hij heeft een droom naar uw vrouw gestuurd.” Of dit verhaal op werkelijkheid berust, weten we niet. De grieks-orthodoxe kerk vertelt dat Claudia een gelovige christen is geworden en heeft haar heilig verklaard. De dag van 27 oktober is aan haar gewijd.

Hoe je hier verder ook denkt, uiteindelijk heeft haar droom Pilatus niet weten te overtuigen. Hij kiest uiteindelijk eieren voor z’n geld. Daar zit iets typisch menselijks in. Mensen zijn voor de kleinere gevolgen van nu vaak banger dan voor de grotere gevolgen in de verre toekomst. Want nu kun je eruit liggen, voor de bijl gaan of alleen komen te staan als je niet de goede keus maakt voor de mensen. Maar de keus voor God? Ach, daar zie je nu het effekt niet van.

Claudia Procula 2De droom van Claudia is ook een verzoeking voor Jezus Zelf. Hij hoeft er maar op in te spelen om zijn kansen te vergroten dat Hij het er levend afbrengt. Maar Hij grijpt deze laatste strohalm niet, omdat het de duivel is die Hem deze reddingsboei toegooit. Hij heeft de goddelijke boodschap die uit de droom spreekt goed begrepen: ‘Ik moet verder gaan op de lijdensweg. Als rechtvaardig Mens voor zondige mensen. Niet voor Mijzelf, maar voor al Gods kinderen.’ Zo is Jezus trouw gebleven aan zijn missie. Ik kan Hem er niet genoeg dankbaar voor zijn.

Tenslotte: Claudia, de vrouw van Pilatus, lijkt in alles typisch op haar man. Beiden willen ze zich niet branden aan Jezus. Als Jezus tegen Pilatus zegt dat Hij gekomen is om de waarheid over God bekend te maken, reageert Pilatus schouderophalend met de uitspraak: ‘Maar wat is waarheid?’ (Joh. 18:38). Ook Claudia heeft wel sympathie voor Jezus, maar is vooral bang voor de gevolgen. Dus wil ook zijn neutraal blijven. Beiden komen niet tot de erkenning dat Jezus de beloofde Redder van de zonden is, dat Hij de he died for meweg naar God is en de waarheid over het leven bekend maakt. Ze willen beiden Jezus’ leven wel sparen, de één op grond van een vage droom, de ander omdat ‘ie zich over Jezus verwondert (Markus 15:5), maar in Jezus geloven doen ze niet. Ze blijven bewust neutraal. Net als heel veel mensen vandaag. Jezus Zelf biedt ons die optie niet. Hij laat weten: ’Je hebt mijn lijden en sterven echt nodig om van je zondeschuld af te komen. En je hebt mijn Heilige Geest echt nodig om je leven te vernieuwen en met geloof te vullen. Dus durf te kiezen. Ik stierf voor jou, zodat jij voor Mij leeft!’

Over de droom van Claudia is ook een preek met liturgie en PPP beschikbaar. Zoek op  Preken NT onder Matteüs 27:19

 

GEEN EIGEN RECHTER SPELEN – ook niet als het om terroristen gaat

Laatst keek ik met mijn vrouw naar een aflevering van Silent Witness, één van de betere Engelse detective-series. Deze keer ging het over een jong moslimstel dat zich bij ISIS had aangesloten en die allebei teruggekeerd waren naar Engeland. Daar beraamden ze een aanslag op een landelijke conferentie van moderne moslima’s die tegen terreur voor waren. Hij was ervan overtuigd dat het de wil van Allah was, zij twijfelde erg of ze wel als martelaren moesten sterven, want ze hadden in Syrië een kind gekregen dat nu bijna een jaar oud was. De man werd doodgeschoten tijdens een vuurgevecht en de vrouw gijzelde daarna de gastspreker van die conferentie. Een officier van de terreurbrigade wist net zo lang op haar in te praten, dat ze haar hand naar beneden liet gaan en het wapen op de grond liet vallen. Op dat moment gaf de officier een teken aan de scherpschutters en werd de vrouw door het hoofd geschoten. Einde aflevering.

Een paar dagen later las ik dat in Israel een soldaat door de rechter veroordeeld is omdat hij een Palestijn door het hoofd had geschoten die met een mes op een aantal Israeli’s had ingestoken. Alleen gebeurde dat niet in een vuurgevecht na de steekpartij, maar deed die soldaat dat nadat zijn collega’s de man al hadden uitgeschakeld. Hij lag zwaar gewond en bewegingsloos op de grond. Pas elf minuten later liep de soldaat rustig op de Palestijnse aanvaller af, trok zijn geweer en joeg hem in koelen bloede een kogel door het hoofd. Daarvoor is de soldaat aangeklaagd en schuldig bevonden. De rechtbank moet nog uitspreken wat de straf zal zijn,  maar nu al vindt half Israel dat deze soldaat gratie moet krijgen. Want hij heeft een heldendaad verricht door een terrorist definitief uit te schakelen.

En dan hebben we in Nederland nog de opgelaaide diskussie over de treinkaping bij De Punt in 1977 door negen Molukse Nederlanders. Toen mariniers daar na 19 dagen een eind aan maakten, werden zes van de negen kapers gedood. Sommigen zijn van dichtbij neergeschoten. Een standrechtelijke executie zonder rechtvaardiging, aldus de advocaat van nabestaanden van twee van de kapers. Dus stelde ze in 2016 de Nederlandse staat hiervoor aansprakelijk en eist ze een schadevergoeding van enkele tienduizenden Euro’s.

In Silent Witness gaat het maar om een film. Overigens  een hele goede film, die ook de achtergronden van het jihadistische jonge stel goed laat uitkomen (zij: vader voor haar ogen doodgeschoten in Bosnië toen ze 7 jaar was, hij: kleine crimineel die mede door het falende systeem steeds dieper in de problemen komt). Maar het einde van de film is een echte cliff-hanger: vind je het als kijker terecht of juist niet, dat een moslimterroriste wordt neergeschoten op het moment dat ze zich wil overgeven of niet?  Die dubbele gevoelens komen ook naar boven bij de dood van de Palestijnse aanvaller en de Molukse kapers. Was het echt nodig geweest om hen om te brengen?

Mijn eerste gedachte is: wie als terrorist of kaper geweld gebruikt, moet niet zeuren als het verkeerd afloopt. Maar volgens mij kan het niet zo zijn dat je iemand die zich wil overgeven of iemand die al uitgeschakeld op de grond ligt, alsnog liquideert. Want dan speel je, ook al ben je in functie, voor eigen rechter. Iets anders is het, wanneer er sprake is van echte geweldsdreiging bij een bevrijdingsactie, zoals indertijd bij de treinkaping van 1977 het geval was.

Van alle drie de voorbeelden heb ik weer geleerd, hoe frustratie kan leiden tot zinloos en uitzichtloos geweld. Gelukkig heeft de Molukse gemeenschap in Nederland dat aldoor onderkend, ook al is hen, sinds ze naar Nederland gekomen zijn begin jaren ’50 van de vorige eeuw, weinig recht gedaan. Tegelijk zie ik hoe zowel binnen de islam als binnen het jodendom de haat  tegen ‘zij die anders zijn’ vaak zo groot is, dat wie zich opblaast als martelaar verheerlijkt wordt, en dat wie een weerloze Palestijn doodt als held van de natie beschouwd wordt.

Zou dat ook niet kunnen komen, denk ik dan, omdat joden en moslims Jezus Christus niet kennen? Hij heeft ons opgedragen ook onze vijanden lief te hebben. Hij verbood Petrus om het recht in eigen hand te nemen toen Hij geniepig verraden werd. Hij bad zelfs aan het kruis nog om vergeving voor de mensen die verantwoordelijk waren voor zijn dood. Hij is het, die door zijn Geest laat weten: Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal het vergelden.’

Geen gratie dus voor die Israelische soldaat. Maar ik blijf de spanning  voelen.

 

 

 

 

Hoe donkerder de nacht, hoe helderder de ster!

wijzen-oosten-sterKerst is het feest van de ster. Want de dagen van Kerst, dat zijn voor de meeste Nederlanders feestdagen. Of je nou gelooft in het Kerstkind of in de Kerstman. Of je nu naar een Kerstdienst, een Kerstconcert of een Kerstmarkt gaat. En het wemelt in deze dagen van de sterren. Kerststerren. In prachtige variaties zie je ze op heel veel voordeuren; in eetbare vormen kom je ze tegen als besneeuwde koekjes bij de koffie -o nee, warme chocolademelk natuurlijk- en  als nagerecht tijdens het kerstdiner.

In de Bijbel heeft de ster van Kerst niet zoveel met gezelligheid te maken. Maar meer met een zoektocht. ‘De wijzen, de wijzen, die gingen samen reizen, vertrouwend op een koningsster, zij wisten niet hoe ver.’ Op zoek. Met een ster als TomTom. Op zoek naar de pasgeboren koning van de Joden. Want die brengt vrede. Vrede op aarde voor alle mensen.

Die zoektocht ging niet vanzelf. ’t Was wel even zoeken voor die wijzen. Eerst in hun studieboeken. Want wat betekende die wonderlijke samenstelling van een aantal sterren en een paar planeten precies? ‘Aha! De koningsster van Juda!’ En dan, óp naar Jeruzalem! Maar daar was geen prinsje geboren. De joodse geleerden zeiden tegen hen: ‘Je zou het es in Betlehem kunnen proberen. Misschien vind je Hem daar.’ Maar, zeiden ze er niet bij, we geven jullie weinig kans; onze God zal toch niet via heidenen als jullie aan ons vertellen dat de beloofde Messias die vrede brengt gekomen is?

Misschien ken je het verhaal van de vierde wijze. Artaban zou met die andere drie, met Balthasar, Melchior en Caspar meereizen. Zij met hun goud, wierook en mirre, hij met drie kostbare edelstenen. Maar hij werd opgehouden door iemand die beroofd was. Doordat hij die man verzorgde, miste Artaban als barmhartige samaritaan de karavaan. Dus ging hij later, want hij moest en zou die koning der Joden ontmoeten. Maar toen hij in Betlehem kwam, waren Jozef en Maria net naar Egypte gevlucht. En toen hij naar Egypte reisde, kon hij ze daar niet vinden. Zo liep hij aldoor achter de feiten aan. Maar hij bleef zoeken. Op zoek naar die koning, van wie hij de ster aan de hemel had zien staan, de koning die licht en vrede zou brengen over heel de aarde. En zo komt hij jaren laten op dag voor de zoveelste keer in Jeruzalem aan en daar hoort hij dat er een man gekruisigd zal worden, Jezus van Nazareth, de Koning der Joden. Pas dan, op het moment dat Jezus aan het kruis sterft, vindt Artaban, de vierde wijze, zijn koning. Pas dan, op dat moment, ervaart hij dezelfde diepe vreugde die de andere drie wijzen vervulde toen ze de ster boven het huis in Bethlehem zagen staan.

Ik vind dat verhaal van die vierde wijze een mooie legende. Het is zo herkenbaar, vind je ook niet? Voor jezelf. Voor de tijd waarin we leven. Er zijn zoveel mensen die hun hele leven door op zoek zijn. Die achter het geluk aanjagen. Maar wanneer ervaar je nou echt diepe vreugde van binnen? Wanneer hebt je echt vrede met jezelf, met je leven, met de mensen die je lief zijn en zal er vrede in de wereld zijn?

Het verhaal van de wijzen kun je op veel manieren uitleggen. De ster die zij zien, komt plotseling hun leven binnenvallen. Ze worden erdoor gegrepen. En dus volgen ze het licht. Voor ons betekent dat: waar ben jij door gegrepen? Welke lichtpuntjes in deze donkere tijd zie jij en wil jij volgen? Want het is een donkere tijd. Veel mensen met vaak psychische problemen die in onze samenleving zich maar moeten zien te redden. Veel angst voor wat de toekomst brengt met al die vluchtelingen uit Afrika ew, baantjes-inpikkende Oost-Europeanen en al die moslims uit het Midden-Oosten waaronder extremisten die aanslagen plegen. Veel onvrede over de politiek en dus slaan Henk en Ingrid ook op de vlucht naar de meer extremere partijen links en rechts.

Morgenster kerk.pngMaar weet je, hoe donkerder de nacht, hoe helderder de ster! Als je de ster volgt, kom je altijd uit bij het licht! Als je de ster van Kerst volgt, kom je altijd uit bij het Kind. Ja, die ster ís het Kind. Jezus noemt Zichzelf ergens in de Bijbel ‘de Morgenster’. En als je uitkomt bij het Kind, dan begint de verandering bij jezelf. Van binnenuit. Dan gaat de Morgenster op in je hart, staat ergens anders in de Bijbel. Dat is het effekt als je de ster van Kerst volgt. Als je reuze blij met het Kind van Kerst bent. Dat Kind van Kerst is Jezus Christus.

De één ziet hem vooral als voorbeeld. Hij laat namelijk zien dat het in dit leven om liefde en vrede en barmhartigheid gaat. Hij is, zegt Job van Schaik in het Dagblad van het Noorden van 24-12-2016, de ontsnappingsroute uit de prestatiemaatschappij en uit de gapende leegte van het moderne leven. Dat klinkt mooi. Maar Hem echt volgen in zijn levensstijl is razend moeilijk. Want ik en jij en wij – we lijden aan de ernstigste kwaal van deze tijd: de zelf-ziekte. Terwijl Jezus juist laat zien, dat het leven pas zin heeft als je het deelt met anderen – niet uit eigenbelang maar als houding. Een houding waarin je elkaar niet de oren, maar de voeten wast. Die houding omschreef Jezus Zelf eens als: ‘Ik ben gekomen om anderen te dienen. Volg mijn voorbeeld na.’ En het gekke is: die softe karaktereigenschappen winnen het altijd van het recht van de sterkste. En ergens voelen we dat allemaal wel aan. Zeker in deze tijd van Kerst. Vrede op aarde. Mensen die elkaar het licht in de ogen weer gunnen.

Anderen, en zo denk ik er ook over, geloven dat Jezus niet alleen maar het ideale voorbeeld is voor alle mensen. Hij is meer dan dat. Hij is ook de Koning die stierf aan het kruis. Want er viel ook nog wat goed te maken tussen God en mensen. Daarin is Jezus dé Ander die voor mij en jou en ons – ja voor de hele mensheid in de plaats het offer van zijn leven bracht. Zo wordt het ook weer goed in deze (verticale) lijn. Als dat geen diepe vreugde geeft! Ook en vooral daarom knielden de wijzen, net als de herders, voor het kindje Jezus neer. Hij geeft je de vrede met God weer terug.

kerstnachtdienst-2016Kerst is, zou je kunnen zeggen, het feest van de ster. Want feest vieren doe je samen. Samen met elkaar. Samen in deze wereld. Samen tot eer van God. En die ster, waar schijnt die vandaag? Nou, ik hoop in en door ons allemaal. Want Kerst is het feest van ‘vrede op aarde’. Daar zorgt God voor. Door Jezus. Want Hij is de stralende Morgenster. Maar daar gebruikt God mensen voor. Mensen die de ster volgen. Mensen die uit liefde leven. Mensen die het licht doorgeven. Zulke mensen vallen op, staat er in de Bijbel, als sterren die schitteren in de nacht.

ADVENT – van wie ben jij er eentje?

Eén van mijn leraren van de middelbare school had een achternaam die niet zo heel veel voorkwam (1000x in 1947 en 1500x in 2007 volgens www.cbgfamilienamen.nl). Hij hield zich ook bezig met genealogie. Zonder de digitale mogelijkheden van vandaag had hij zijn stamboom al tot ongeveer het jaar 900 na Christus weten terug te herleiden. Op een dag kwam hij iemand tegen met dezelfde achternaam. Hij vroeg: “Uit welke familie kom jij? Wie waren je grootvader en overgrootvader?” Zijn naamgenoot antwoordde hem: “Mijn grootvader is in een kindertehuis opgevoed omdat mijn overgrootvader als bankovervaller jaren in de gevangenis gezeten heeft.” Waarop mijn leraar antwoordde: “Dan zijn wij geen familie, want in onze stamboom komen geen bankovervallers voor.”

Van wie is Jezus er eentje?

Op weg naar Kerst denken christenen tijdens de vier Adventsweken aan de komst van Jezus Christus (en ook aan zijn terugkomst, maar dat terzijde). Naar zijn geboorte, ruim 2000 jaar geleden, werd door veel mensen uitgekeken. Zijn komst was ook al lang van te voren aangekondigd. Hij is de beloofde Immanuel, Zoon van de Allerhoogste, die God als reddende kracht zal geven om tot in eeuwigheid op de troon van zijn vader David te zitten en koning te zijn over het volk van Jakob. Dat klinkt goed! Met Jezus Zelf is niets mis.

Maar als je vervolgens zijn stamboom eens wat beter bekijkt, denk je al snel: je moet er maar eentje willen zijn van zo’n familie! De eerste biografie van Jezus Christus, het Evangelie van Matteüs, begint met een ‘Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham’ (Mat. 1:1). In die stamboom worden vijf vrouwen genoemd, Tamar, Rachab, Ruth, Batseba en Maria. Vaak worden die vijf vrouwen met ere genoemd. En terecht. Ze worden in de Bijbel geprezen om hun geloof. Ze komen op voor hun recht. Ze doen een beroep op Gods beloften. Ze laten zich inschakelen in Gods plan.

Iedereen rotzooit maar wat aan

Er zit ook een andere kant aan de vermelding van deze vijf vrouwen. Namelijk: zou jij er eentje van zo’n familie willen zijn? Bij minstens twee van hen ontkom je niet aan de gedachte: wat maken Gods kinderen er toch altijd weer een puinhoop van. Ze rotzooien maar wat aan. Tamar die met haar schoonvader Juda het bed in duikt omdat hij haar geen recht doet (Gen. 38). Batseba, die in de stamboom van Jezus half-anoniem ‘de vrouw van Uria’ genoemd wordt, omdat David de verleiding niet kon weerstaan om haar eerst zwanger te maken en daarna zijn buurman liet vermoorden om de sporen van overspel uit te wissen (2 Sam. 11). En als derde is daar ook nog Maria, van onbesproken gedrag, maar wel zwanger ‘door de Heilige Geest’ (Mat. 1:18+20, Luk. 35). Dat gelooft niemand als je er niet van overtuigd bent dat God rachabwonderen kan doen. Ook Jozef komt er niet achter of ze in de drie maanden dat ze bij haar oom en tante in Judea was, vreemdgegaan of door iemand verkracht is. En de andere twee namen, die van Rachab en Ruth, zijn vanwege hun afkomst ook al omstreden. Rachab was een hoer uit Jericho die twee Israëlitische spionnen onderdak bood en zo haar eigen leven redde (Joz. 2:1). Ruth was een gelukzoekster uit het gehate Moab, het volk dat uit een incestrelatie ontstaan was (de dochters van Lot gingen allebei met hun vader naar bed, Gen. 19:30-38) en waarvan God gezegd had: ‘Ammonieten en Moabieten zullen nooit ofte nimmer tot de dienst van de HEER worden toegelaten’ (Deut. 23:3).

It’s all about people

Goeiedag hé, denk ik dan, je moet er maar eentje willen zijn van zo’n familie! Precies! Dat is wat Jezus wil! Iemand van hetzelfde soort als jij en ik. Wij rotzooien allemaal maar wat aan in het leven en maken er regelmatig een puinhoop van. En toch gebruikt God dat allemaal om stug door te werken aan zijn eigen plan om via Jezus Christus iedereen die in Hem gelooft, niet verloren te laten gaan, maar te redden en uitzicht te geven op een eeuwig leven in vrede met God en met elkaar. Dat is Gods grote verlangen. Zoals Bill Hybels een keer zei: It’s all about people! Het gaat God om ons! Jezus voelt zich niet te goed om Zelf mens te worden. En het is Hem ook niet te min om een stamboom te hebben waar ieder ander zich voor zou schamen. Hij poetst niets van al die onvolkomenheden weg. Integendeel, je zou haast kunnen zeggen: Jezus is er trots op dat al zijn voorouders van die paupers waren. Daarvoor wilde Hij komen en is Hij gekomen met Kerst. Ja, daarom moest en zou Hij Jezus heten, om zijn volk te bevrijden van hun zonden (Mat. 1:21). Daarvoor gaf Hij zijn leven en liet Hij zijn bloed vloeien op Goede Vrijdag. Daarom is Hij opgestaan met Pasen en laat Hij vanaf Pinksteren zijn Geest royaal over heel de wereld uitwaaieren. Dankzij Hem weet ik mij weer kind van God (Rom. 8:16). En weet ik dat Jezus mijn grote Broer is (Rom. 8:29). Dus hoef ik niet langer naar mezelf te kijken en vol schaamte en schuld te denken: ‘Ben ik er zo eentje?’ Ik mag juist dankbaar omhoog kijken en blij zeggen: ‘U bent me er eentje, Heer Jezus! En ik ben er eentje van U!’

Wonderen van genezing zijn zeldzaam

Bijna had ik een blog klaar waarin ik mijn eigen houding en positie wilde duidelijk maken als het om wonderen van gebedsgenezing gaat. Maar in het Nederlands Dagblad van 17 september 2016 stond een zeldzaam goed artikel van Kim ten Berghe, een missiologe die werkzaam is in Oost-Azië. Kern van haar betoog is: “Wonderbaarlijke genezingen op bijeenkomsten met gebedsgenezers zijn zeldzaam. Dat baseer ik niet alleen op mijn ervaring, maar ook op gezonde logica.” En vervolgens rolt er een artikel uit haar pen … zo to the point verwoord, dat ik het maar in z’n geheel weergeef.

In de afgelopen weken is de discussie over gebedsgenezing en de bijzondere geestesgaven weer opgelaaid. Dit naar aanleiding van een conferentie die is georganiseerd door het Evangelisch Werkverband in de Protestantse Kerk en die is bezocht door vele predikanten. De spreker was een nogal controversiële Amerikaan die een internationale bediening voor genezing claimt, Randy Clark. Zijn werk leidde tot, afhankelijk van met wie je spreekt, een geweldige opwekking, vernieuwing en herstel of een hoop teleurstelling, geloofscrisis en scheuringen.

Zo’n kleine twintig jaar ben ik nu betrokken bij evangelisatie en zendingswerk. In verschillende landen, met allerlei kerken, organisaties en stromingen, waaronder een heel aantal uit de charismatische hoek. Ik heb lang niet alles gezien, maar toch wel genoeg om de volgende, wellicht wat ongenuanceerde uitspraken over dit onderwerp te durven doen.

vals getuigenis

Aandacht voor de gaven en met name genezing wordt vaak gebracht als een aanvulling op hiaten in de kerkelijke theologie. Maar in hun enthousiasme en naïviteit gaan veel nieuwe rekruten van ‘charismaland’ eraan voorbij dat die scene ook zijn theologische hiaten kent.

Zo lijkt het gebod ‘Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste’ wat op de achtergrond geraakt. De claim is meestal dat God iedereen wil genezen, maar dat dat helaas ‘niet altijd’ gebeurt om onbekende redenen. De waarheid is echter dat ook bij de allerberoemdste genezers er maar (zeer) zelden iemand volledig en permanent genezen wordt zonder dat daarvoor een medische verklaring te geven is, en waarbij zowel de ziekte als de plotselinge genezing zichtbaar dan wel onafhankelijk vastgesteld zijn.

Ik ben persoonlijk nooit iemand tegengekomen die bij zo’n campagne is genezen en ik heb zelf ook geen overtuigende genezingen gezien tijdens de bijeenkomsten die ik heb meegemaakt. Natuurlijk heb ik genoeg verhalen in de (christelijke) media gehoord. Maar vaak zijn daar wel aantekeningen bij te maken. Achteraf blijkt bijvoorbeeld nogal eens dat de ziekte weer terugkomt. Of de genezing was gedeeltelijk – de klachten zijn bijvoorbeeld verminderd. Verder waren de klachten nogal eens niet medisch aantoonbaar, zoals een stijve nek of vermoeidheid. Vaak waren mensen onder behandeling van artsen, en kan de genezing ook daaraan worden toegeschreven. Soms is zelfs het hele verhaal van de ziekte en/of de genezing verzonnen om aandacht te krijgen, want die mensen heb je ook.

wereldberoemd

Mijn bewering dat wonderbaarlijke genezingen op bijeenkomsten met gebedsgenezers zeldzaam zijn, baseer ik niet alleen op mijn ervaring, maar ook op gezonde logica. Al zou maar een kwart of een tiende van de zieken die naar zo’n bijeenkomst kwam onomstotelijk wonderbaarlijk genezen worden, dan zouden deze genezers niet alleen worden gevolgd door hordes goedgelovige christenen en wanhopige zieken, maar dan zouden ze in een klap wereldberoemd zijn en uitnodigingen krijgen van bijvoorbeeld ziekenhuizen om daar ook mensen te genezen. Want heel veel mensen zijn überhaupt te ziek om naar zo’n genezingsdienst te komen. Dit gebeurt echter niet.

zendingsveld

Het theologische probleem dat je krijgt als je claimt dat God wonderen wil doen, maar dat blijkbaar maar zelden doet, wordt vaak ‘opgelost’ door te claimen dat wonderen vooral op het zendingsveld gebeuren. Ver weg, bij arme mensen die niet kritisch zijn, maar gewoon geloven. Als we de nieuwsberichten van allerlei charismatische bedieningen moeten geloven, dan stromen in dergelijke oorden de podia vol met genezen blinden en lammen. Maar als zo’n claim dan wordt nagetrokken (zoals Karel Smouter deed met de claim van Willem Ouweneel over genezen blinde jongetjes in Myanmar) dan blijkt het wensdenken dan wel fantasie/leugens/bedrog; u mag kiezen. Ik ben ervan overtuigd dat elders de zaken niet anders liggen dan bij ons.

geen oplichterij

Met dit alles wil ik niet beweren dat genezing per definitie oplichterij is, dat God niet bij machte is om mensen op medisch onverklaarbare wijze te genezen of dat hij dat nooit zou doen. Jezus heeft aangetoond dat hij alle macht heeft, ook over ziekte en de dood. En God doet wat hij wil. In theorie kan hij zelfs een totaal narcistische op geldbeluste genezingsoplichter gebruiken om een van zijn lijdende kinderen wonderbaarlijk te genezen. Maar wonderen gebeuren niet altijd overal en ook niet om de haverklap. En wij kunnen zeker geen golven van genezing ontketenen door bepaalde mensen uit te nodigen en conferenties te organiseren waar we hen op een podium zetten. Gods Geest is niet te organiseren.

werk van duivel

Toch denk ik dat bidden voor zieken heel belangrijk is. Voor de christelijke kerk is het zowel een opdracht als een voorrecht. Maar bidden voor genezing en troost is iets anders dan genezing claimen. In ons eigen gezin hebben we een aantal keren met ernstige ziekte te maken gehad. God heeft ons voor elkaar bewaard, en genezing gegeven na een periode van oprechte gebeden van velen en intensieve medische zorg. Of het een zonder het ander had gekund zullen we nooit weten, maar we zijn dankbaar voor beide.

Ziekte wordt binnen de charismatische genezingsbeweging vaak gezien als het werk van de duivel dat we in gebed moeten bestrijden. Dit beperkte beeld van de werkelijkheid is een ander theologisch hiaat. Ziekte is onderdeel van onze gebroken wereld. Maar ziekte is ook een kanaal waardoor de Heilige Geest krachtig in iemands leven kan werken. Ik herinner me die tijden van ernstige ziekte in ons gezin als tijden waarin Gods Geest vaak voelbaar aanwezig was. In de liefde waarmee we omringd werden. In de vrede om de toekomst tegemoet te zien, wat die ook zou brengen. In kracht om het lijden te dragen. In de genade die genoeg was.

Ik denk dat de Geest nog steeds bovennatuurlijke werkt in de kerk en in deze wereld. Op onverwachte tijden en manieren kunnen er dingen gebeuren die we niet voor mogelijk hadden gehouden. Maar meestal leven we als christenen niet op een dieet van superfoods, maar op de krachtige en eenvoudige voeding van Gods genade, de gemeenschap van heiligen en Zijn Woord. Soms wat eentonig, zoals het manna in de woestijn. Maar genoeg om van te leven, te groeien en ons werk te doen.

Het hele artikel van Kim ten Berghe is, met een viertal foto’s en verwijzigingen naar andere artikelen, ook op de site van het Nederlands Dagblad te vinden onder de nog wat scherpere titel “Wonderbaarlijke genezingen op conferenties zijn heel zeldzaam”. Als zij gelijk heeft met haar bewering is het erg opmerkelijk dat van de ruim 600 personen die de driedaagse conferentie van het Evangelisch Werkverband bezocht hebben alleen al op de vrijdagavond ‘meer dan 60 mensen aantoonbaar genezen [zijn] van ziekten en kwalen’ aldus Jan Lok op zijn weblog https://waargemaakt.wordpress.com/2016/09/11/there-was-is-and-will-be-more/. Raar is dan wel, vind ik, dat velen van hen aangaven’dat minstens 80% van hun kwaal tijdens conferentie genezen was’. Huh? Zulke parttimegenezingen ben ik nog nooit in de Bijbel tegengekomen (nee, ook niet bij die blinde die mensen als bomen zag rondlopen – zie mijn blog over dove kwartels en blinde vinken.

Avondmaal aan huis – de lijn van Calvijn

Waar vier je het Avondmaal? In de kerk of bij mensen thuis? Als gemeente of ook op conferenties en congressen? In Nederland is men binnen de protestants-gereformeerde kerken vanaf het allereerste begin (1570) erg terughoudend geweest met het vieren van het Avondmaal buiten de kerkdiensten om. Dat is voor een deel terecht, denk ik. Het Avondmaal is geen maaltijd van christenen, maar een maaltijd van de christelijke gemeente. Samen als gemeente vieren we dat Jezus onze Heer er zijn leven voor over had om ons weer met God te verzoenen. En dat Hij zijn Heilige Geest gegeven heeft om ons te motiveren tot een nieuw, christelijk leven. Het past dan niet zo goed om ‘kerkje te spelen’ op allerlei plekken waar christenen bij elkaar komen, vind ik. Maar hoe zit het met gemeenteleden die niet meer in de kerk kunnen komen? Kunnen zij het Avondmaal aan huis ontvangen?

avondmaal-brood-en-wijnIn onze gemeente is het al zo’n 15 jaar mogelijk dat gemeenteleden die ernstig ziek zijn of langdurig aan huis gebonden zijn het Avondmaal thuis vieren als zij dat willen. Dat was, zo rond 2000, een nieuwe ontwikkeling. Ruim 400 jaar golden de volgende argumenten om het ‘Avondmaal aan huis’ niet te stimuleren: a) de viering van het Avond­maal moet in de gemeente plaats vinden; b) het ontvangen van het Avond­maal is niet noodzakelijk om behouden te worden; c) de werking van het Avond­maal komt, dankzij de Heilige Geest, ook ten goede aan gemeenteleden die het Avond­maal niet kunnen meevieren.

Maar vanaf het allereerste begin van de Reformatie klinkt er al een tegengeluid. En het is niet de eerste de beste die zich nadrukkelijk vóór de bediening van het Avondmaal bij ernstige zieken thuis uitspreekt. Johannes Calvijn was één van de overtuigde voorstanders van de mogelijkheid om zieken thuis het Avond­maal te laten meevieren. Volgens hem hebben langdurig of ernstig zieke gemeenteleden het recht om het Avond­maal te ontvangen en heeft de kerk de plicht om daaraan te voldoen.

In 1543 waren er een aantal predikanten die Calvijn hierover om advies vroegen. Calvijn geeft dan als antwoord, dat men de gewoonte van de ‘ziekencommu­nie’ (zo werd het Avondmaal aan huis vaak genoemd) mag toelaten waar het nodig en passend is. De enige voorwaarde die Calvijn eraan verbindt is “dat het werkelijk een communio is, dat wil zeggen, dat het brood in de gemeen­schap van gelovigen gebroken wordt.”

calvijn-portret-nlPrecies twintig jaar later, in 1563, schrijft Calvijn nog een keer uitvoerig over de bediening van het Avondmaal bij ernstig zieken thuis. Hij doet dat in een brief aan Caspar Olevianus, één van de opstellers van de Heidelberg­se Cate­chismus. Wanneer je naar het doel van het Avond­maal kijkt, schrijft Calvijn, “meen ik te mogen opmaken, dat zij die of aan een langdurige ziekte lijden of in levensgevaar zijn, niet van een zo groot goed beroofd mogen worden.” Het Avond­maal dient tot versterking van het geloof en is een wapen dat Chris­tus ons aanreikt in de geestelijke strijd die we te voeren hebben. Juist in tijden van een ernstige ziekte en een naderend sterven wordt een gelovige door veel verzoekingen overval­len en beang­stigd. “Mogen wij nu dit bijzonder hulpmiddel van hem wegnemen, waardoor zijn vertrouwen zo versterkt wordt, dat hij zich met vreugde in de strijd begeeft en de overwinning behaalt?” Daarom mag men de zieken volgens Calvijn niet van het Avond­maal weren. “Juist het Avond­maal is symbool van de heilige eenheid van Gods kinderen.” Calvijn bestrijdt, dat het Avond­maal zo een privézaak wordt. “In werkelijkheid is het Avondmaal aan huis een onderdeel van de openlijke viering.” Tenslotte is hij van mening, dat voorkomen moet worden, dat zieken uit bijgeloof, eerzucht of nieuwsgierigheid het Avond­maal willen ontvangen. Daarom wil Calvijn slechts in uitzonder­lijke situaties en wanneer de kerkeraad goed op de hoogte is van de werkelijke toestand van de zieke broeder of zuster, de Avond­maalsviering bij hem of haar thuis toe­staan. Bovendien moet de viering helemaal overeenkomen met de instelling van Chris­tus. Daarom acht Calvijn het wenselijk, dat het Avond­maal “slechts in de kring van de gelovigen en niet zonder onderwijs en liturgie, evenals bij de openlijke viering, gehouden wordt.”

In zijn eigen kerk in Genève gaf de kerkenraad geen gelegenheid voor de ziekencommunie. Het Avond­maal mocht alleen in de zondagse kerkdiensten gevierd worden. Calvijn heeft zich hierbij neergelegd, maar bleef het ermee oneens. Hij zelf zou het brood en de wijn graag aan ernstig of langdurig zieken uitreiken. Juist in hun situatie mag de troost die Christus hen door het Avondmaal geven wil, hen niet onthouden worden, vond hij. Daarom schrijft Calvijn ook in 1558 aan een kerke­raadslid uit Heidelberg: “Dat het Avond­maal bij ons aan de zieken niet bediend wordt, mis­haagt ook mij. En het ligt werkelijk niet aan mij, dat zij die gaan sterven deze troost niet genieten. Zoveel wilde ik wel, dat bij het nage­slacht duidelijk bekend blijft, wat ik gewenst heb.”

In onze vrijgemaakte kerken is ds. E.A. de Boer (nu hoogleraar in Kampen) een van de eersten geweest die weer een pleidooi voerde voor het vieren van het Avondmaal aan huis. In het weekblad ‘De Reformatie’ schreef hij hier in 1988 vier artikelen over. Zijn conclusie was duidelijk: “Ik meen dat kerkeraden, aan wie de herderlijke zorg en de bediening van de sacramenten is toever­trouwd, gezien hun taak en recht en in het licht van het verleden, de ruimte hebben om aan de ernstig en langdurig zieken thuis het Heilig Avond­maal te bedienen. De criteria, waaraan de ziekencommunie moet voldoen, zijn we al tegengekomen. Het Avond­maal moet naar Chris­tus’ instelling gegeven, door een dienaar van het Woord bediend en door een kring van gelovi­gen meege­vierd worden. Het mooiste is, wanneer deze viering plaats­vindt op de Avond­maalszondag.”

kruis-hart.jpgZo doen we het in 2016 in onze gemeente ook. In een huiskamer komen  de predikant, de kringouderling, de kringdiaken en een paar gemeenteleden bij elkaar. De bediening van het Avondmaal vindt plaats in een korte samenkomst waarin we ook samen bidden, uit de bijbel lezen en zingen. Daarmee volgen we helemaal de lijn van Calvijn. Hij vond het o zo belangrijk dat gelovige kinderen van God juist als ze het heel erg moeilijk hebben, het Avondmaal als geloofsmedicijn ontvangen. Om in alle angsten en benauwenissen het oog op de Heer gericht te houden en op Hem te blijven hopen (Psalm 25:15-22). Juist dan wil Jezus onze Heer met het Avondmaal ons geloof versterken en ons ‘bemoedigen met kracht in onze ziel’ (om het met Ps. 138:3b uit de NV’51 te zeggen).