Cadeau van de Heilige Geest – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 23)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 23

Cadeau van de Heilige Geest

Ik geloof in de Heilige Geest (3) – Jantine kan heel goed leren. Arianne juist niet, maar die kan wel weer goed met kinderen omgaan. En Frank? Als mensen iets moois bij Frank moeten noemen, zeggen ze: ‘Frank staat altijd voor iedereen klaar.’

Mooi is dat. Paulus zou zeggen: Jantine, Arianne en Frank hebben ieder een eigen cadeau van de Heilige Geest gekregen. Een cadeau ja, want dat Jantine goed kan le­ren, daar heeft ze echt niet zelf voor gezorgd. Het is een cadeau van de Heilige Geest. Een ‘gave’ noemt de Bijbel dat.

Als de Bijbel het over een gave heeft, bedoelt hij niet iets wat je voor jezelf mag houden. Het gaat erom dat je die gave (dat waar je goed in bent) gebruikt om anderen en God ermee te dienen. Wist je trouwens dat ieder­een in de gemeente zo’n gave krijgt? De Heili­ge Geest slaat niemand over!

Als iedereen nu zijn eigen cadeau goed gebruikt, is het niet erg dat mensen in de kerk zo verschillend zijn. Dat is juist mooi. Paulus schrijft: dan zijn we als een lichaam. Een lichaam bestaat uit verschillende lichaamsdelen met verschillen­de functies, en toch is het één! Zo zou het in de kerk óók moeten zijn…

Lezen: Romeinen 12:4-8

Welke gave zou jij kunnen inzetten in de gemeente? Bedenk een manier om vandaag iets van die gave te laten zien!

Advertenties

De Geest in ‘huis’ – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 22)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 22

De Geest in ‘huis’

Ik geloof in de Heilige Geest (2) – Het zal je maar gebeuren dat de koningin of prinses Máximá een weekje bij je komt loge­ren. Dat zou natuurlijk uniek zijn. Dan zorg je er wel voor dat alles in huis piekfijn in orde is. Of niet soms? Het is toch ondenkbaar dat je ze een klein zol­derkamertje geeft, zonder verder nog naar haar om te kijken?

Ondenkbaar ja, en toch doen wij zoiets vaak met een nog veel hogere ‘gast’: de Heilige Geest. Paulus zegt dat ons lichaam een tempel van de Heilige Geest is. Hij logeert dus maar niet in ons, Hij wóónt zelfs in ons lichaam. En toch is ons ‘huis’ vaak helemaal niet op orde. We doen gewoon alsof Hij er niet is en gaan onze eigen gang.

Paulus noemt het voorbeeld van hoererij of ontucht, dus dat we op een verkeerde manier met seks omgaan. Als we ons li­chaam zó gebruiken, hoe kan de Heilige Geest er dan in wonen? Maar je kunt ook denken aan je muziek, je internetgebruik, de manier waarop je met je broers en zussen omgaat, enz. In elke ‘kamer’ van je levenshuis wil de Heilige Geest wonen. Met alleen een zolderkamer neemt Hij echt geen genoegen!

Lezen: 1 Korintiërs 6:17-20

Als je over dit bijbelgedeelte met God in gesprek kon gaan, wat zou je Hem dan vertellen of vragen? Leg het Hem in je gebed voor.

Je zult het ‘zien’ – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 21)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 21

Je zult het ‘zien’

Ik geloof in de Heilige Geest (1) – Stel nu dat jij na de voorgaande twintig stukjes zegt: ‘Het zal allemaal wel waar zijn, maar eigenlijk zie ik nog steeds niet wat je er nu echt aan hebt om dit te geloven.’ Dat zou natuurlijk heel jammer zijn, want dan mis je een hele­boel.

Maar… gelukkig zijn we nog niet klaar met de Apostolische Geloofsbelijdenis. Want vandaag beginnen we met het derde deel. Eerst ging het over God de Vader, toen over God de Zoon, en nu gaat het over God de Heilige Geest. Het ontzettend mooie daarvan is dat de Heili­ge Geest alles te maken heeft met het probleem waar we het net over hadden.

Want zijn werk is juist dat je het wél gaat zien en begrijpen. Daar zorgt Hij voor. Meestal niet in één keer, maar heel geleidelijk. Hoe? Bijvoorbeeld door de preken in de kerk, of door dit ­boekje. Maar ook door je in te fluisteren: ‘Vergeet niet in je bijbel te lezen!’ Denk niet dat dit zómaar een gedachte is, dat is de stem van de Heilige Geest! Luister daar­naar.

Je mag erom bidden dat de Heilige Geest ook in jou werkt. God heeft het zelf beloofd: door mijn Geest zullen ook tieners het geloof gaan ‘zien’ en gered worden.

Lezen: Joël 3:1-5

Heb je wel eens gemerkt dat de Heilige Geest je iets duidelijk maakte? Dank God daarvoor! En bid dat je inderdaad (meer) visioenen zult gaan zien.

Zou Hij vandáág …? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 20)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 20

Zou Hij vandáág…?

vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden – Ik hoorde eens over een meisje dat iedere morgen, als ze de gordijnen van haar slaapkamer open deed, met verwachting naar de lucht keek: ‘Zou er iets bijzonders te zien zijn? Zou Jezus vandáág terugkomen?’

Wij vinden zoiets misschien grappig, een beetje gek ook wel. In ieder geval denken wij er meestal níet zo over. Wij zien vaak helemáál niet uit naar de weder­komst van de Here Jezus. Hoe dat komt? Ik denk onder andere doordat de wederkomst te maken heeft met iets dreigend­s: het oor­deel. Stiekem denken we dat Jezus dan dingen gaat doen waar wij het niet mee eens zullen zijn.

Daar klopt natuurlijk niks van. Het oordeel van de Here Jezus zal 100% rechtvaardig zijn. Iedereen zal het er volkomen mee eens zijn. Ja, zelfs de mensen die ver­oordeeld worden, zullen er niks tegenin kunnen bren­gen. Bij het oordeel wordt alles wat scheef was rechtgezet. Daarom schrijft Psalm 98 er zelfs heel enthousiast over: ‘Wees blij, want de HEER komt eraan om de wereld te oordelen.’ Dat kleine meisje had dus wél gelijk…

Lezen: Psalm 98

Let er in deze psalm op wat er over God wordt gezegd. Wat heeft Hij allemaal gedaan en wat gaat Hij doen? Wat zou je Hem daarover willen zeggen of vragen?

Iedereen nog één keer publiek aan de schandpaal op de dag dat Jezus terugkomt?

In het voorjaar van 2018 preekte ik over de terugkomst van Jezus, onze Heer. Uitgangspunt voor de preek waren Openbaringen 20:11 t/m 21:8 en de Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 37 van  over ‘Het laatste oordeel’ (hier na te lezen). Als Jezus terugkomt, zal Hij als Rechter optreden. Dan zullen voor deze grote Rechter persoonlijk verschijnen alle mensen die ooit geleefd hebben: mannen, vrouwen en kinderen (NGB art. 37). Dan worden de boeken geopend en zal iedereen nog één keer voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven gedaan heeft, of het nu goed is of slecht (2 Korintiërs 5:10).

Ik kreeg hier via de mail een vraag over van een gemeentelid:

Je legde uit dat op de jongste dag de boeken worden opgedaan en al je zonden bekend worden gemaakt. Maar als je je zonden belijdt tegenover Jezus en je vergeving vraagt dan geeft hij dat toch en gooit de zonden in “de diepste zee”? Het kan toch niet zo zijn dat God op de jongste dag je zonden als het ware weer uit de zee vist en je er alsnog aansprakelijk voor stelt? Wat heeft het vragen voor vergeving dan nog voor zin? Dat lijkt mij zo wrang.

Wederkomst 04 bazuinenDeze vraag vind ik heel herkenbaar. In art 37 van de NGB zegt niet voor niets: Terecht is de gedachte aan dit oordeel schrikwekkend en angstaanjagend. De NGB kan er wel bij zeggen, dat dat alleen geldt voor de slechte en goddeloze mensen, maar ook als gelovige moet je er toch niet aan denken dat alles wat je in je levenstijd op aarde gedaan en gedacht hebt, nog een keer op een groot scherm verschijnt. Waar zou dat goed voor zijn? Bij God geldt toch: vergeven = vergeven? Daar komt Hij toch nooit meer op terug?

Hier worden meestal twee antwoorden op gegeven. Die verschillen wel een beetje van elkaar, maar vullen elkaar ook aan.

Het eerste antwoord is, dat als Jezus bij zijn terugkomst voor de laatste keer aan iedereen laat zien, dat zijn oordeel volstrekt rechtvaardig is en dat wie met Hem mee mag om voor eeuwig op de nieuwe aarde te leven, dat volledig aan zijn genade te danken heeft en Hem daar ook echt dankbaar voor is. Dus wordt alles, maar dan ook echt alles, nog één keer benoemd. Voor de gelovigen is dat geen reden voor nieuwe angst, maar het geeft hun een nog dieper besef van blijdschap en dankbaarheid voor hun redding door Jezus Christus alleen. En omgekeerd is het voor de ongelovigen ook meteen duidelijk dat er geen mensen voorgetrokken worden, want het oordeel valt voor iedereen negatief uit: geen mens krijgt toegang tot de hemel omdat hij of zij het verdiend heeft. ‘Niet door rechtvaardige daden, maar door het bloed van het Lam’ Opwekking 369).

Wederkomst 02Het tweede antwoord is, dat als de boeken geopend worden, er geen publieke, openbare bekendmaking volgt. Dus geen groot scherm in een bomvol stadion waar iedereen nog eens van iedereen te horen en te zien krijgt wat je allemaal gedaan, gezegd en gedacht hebt tijdens je leven op aarde. Je moet het, volgens deze opvatting, eerder zo zien, dat Jezus met alle mensen persoonlijk hun levensboek nog een keer doorneemt en daar zijn conclusie en eindoordeel aan verbindt. Voor de ongelovigen is er dan geen ontkomen meer aan: zij hebben Jezus altijd verworpen en zullen nu door Jezus voor altijd verworpen worden. Voor de gelovigen is dit persoonlijke gesprek wel confronterend, maar niet bedreigend: ze krijgen te horen dat ze met vallen en opstaan toch altijd God aanbeden en op Jezus vertrouwd hebben. Hij is de reden van hun redding. Hij is de reden dat zij mogen ingaan tot het feest van hun Heer.  In de Bijbel lees je bv. dat Jezus na zijn opstanding persoonlijk is verschenen aan Petrus, die Hem drie keer verloochend had – onder vier ogen. En persoonlijk aan zijn tot dan toe ongelovige broer Jakobus – onder vier ogen. In de ‘Kronieken van Narnia’ beschrijft C.S. Lewis hoe het broertje Edmund, die overgelopen was naar de witte Tovenares, toch ook door Aslan gered wordt, nadat Aslan met hem een gesprek gehad had – onder vier ogen. Oftewel: mijn levensboek gaat nog een keer open, maar het blijft onder ons – onder Jezus en mij.

Wederkomst 03Uiteindelijk geeft een ander boekje de doorslag: “Het boek van het leven”. Daar staan de namen van alle gelovigen. De uitdrukking ‘het boek van het leven’ komt negen keer voor in de Bijbel. Eén keer in het Oude Testament, in Psalm 69:29. Daar vraagt David op de HERE de goddeloze mensen wil uitsluiten van zijn genade en hun namen wil schrappen uit ‘het boek van het leven’. In het Nieuwe Testament zegt Paulus in Filippenzen 4:3 dat de namen van de mensen die zich hebben ingezet voor het evangelie van Christus, in ‘het boek van het leven’ staan. De andere zes keer komt de uitdrukking ‘het boek van het leven (van het Lam)’ in het laatste Bijbelboek voor (Openbaringen 3:5, 13:8, 17:8, 20:12, 20:15, 21:27 – in sommige vertaling staat het ook nog in Openbaring 22:19, maar daar staat in het Grieks ‘boom van het leven’).

Uit die zes passages komt duidelijk naar voren dat de mensen die niet in God en Jezus willen geloven, aanbidden vol verwondering het beest en dragen zijn merkteken (Opb. 13:8+12, 16:2, 17:8). Maar de namen van de gelovigen staan in het boek van het leven geschreven, zodat ze het vol houden om tegen de verdrukking en verleiding in van Jezus te blijven getuigen. Jezus Zelf belooft, dat Hij hun namen daar niet uit zal schrappen (Opb. 3:5). Sterker nog: die namen stonden al vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven, het boek van het Lam dat geslacht is (Opb. 13:8). Dit is de meest uitgebreide omschrijving van het boek van het leven. Het geeft elke gelovige maximale zekerheid over het feit dat ze straks voor altijd bij Jezus mogen zijn (dat ligt al vast vanaf het begin van de wereld) en het benadruk nog een keer de reden waarom ze voor altijd bij Jezus mogen zijn (Hij is het Lam dat voor hun zonden geslacht is).

Wederkomst 01Iedereen die dat gelooft, hoeft in dit leven voor de duivel niet bang te zijn en hoeft op de dag dat Jezus terugkomt om over alle levenden en doden het oordeel uit te spreken ook niet bang te zijn om alsnog veroordeeld te worden. De boeken die dan geopend worden maken namelijk voor de laatste keer overtuigend duidelijk dat Koning Jezus voorgoed is terugkomen om echt alles recht te zetten. Alle ongerechtigheid in de wereld en alle onvolkomenheid in het leven van Gods kinderen. Dus kan art. 37 van de NGB eindigen met deze prachtige zin: Daarom verwachten wij die grote dag met sterk verlangen, om ten volle te genieten van de beloften die God ons gegeven heeft in Jezus Christus, onze Heer.

Of hiermee alle vragen beantwoord zijn? Nou, nee dus. Het gemeentelid reageerde:

Dank voor je reactie. Het blijft moeilijk hoor. In beide antwoorden roept God ons ter verantwoording met als verschil dat bij optie 1 het publiekelijk gebeurt en bij optie 2 niet. Bij beide opties liggen de zonden dus niet in de diepste zee (zoals in Micha staat)? Dat staat er toch ook niet voor niks?  Eigenlijk kan ik er niet bij. Waarom zal God dat zo bij zijn kinderen willen doen? Waarschijnlijk komen we er niet achter en zullen we het vanzelf gaan zien …

Dat laatste vind ik mooi … als je het niet rond krijgt, erop vertrouwen dat we de reden ervoor later wel te horen krijgen. Je hoeft niet alles van God te snappen om toch op Hem te vertrouwen.

Sparen in de hemel – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 19)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 19

Sparen in de hemel

opgevaren naar de hemel (2) – Het is goed mogelijk dat toen jij geboren werd, je ouders direct een spaarreke­ning voor je geopend hebben. Sindsdien worden daarop steeds meer bedragen bijgeschreven: gekregen op ver­jaarda­gen, ver­diend met vakantiewerk, of gespaard met je zakgeld. Dat is een goede manier om zorgvul­dig met je geld om te gaan.

Toch waarschuwt de Bijbel om niet tevéél met deze manier van sparen bezig te zijn. Want rijk willen worden, is heel gevaarlijk. De Here Jezus zegt zelfs dat het dan erg moeilijk is om het Koninkrijk der hemelen binnen te gaan (Matth. 19:24). En volgens Paulus lopen mensen die rijk willen worden een grote kans op verderf en ondergang (1 Tim. 6:9).

Eigenlijk is het gewoon dom. Als je weet dat Jezus naar de hemel is gegaan om daar een plaats voor je klaar te maken, dan kun je toch veel beter dáárvoor sparen? Je aardse spaarrekening gaat voorbij. Maar alles wat gedaan wordt uit liefde voor Jezus (zo zingt een oud lied), houdt zijn waarde en blijft eeuwig bestaan. Het wordt bijgeschreven op je hemelse spaarrekening! Over investeren gesproken…

Lezen: Mattheüs 6:19-21

Schatten op aarde zijn op zich niet verkeerd. Maar schatten in de hemel zijn veel belangrijker. Probeer vandaag extra te laten zien dat je dat gelooft!

 

Je krijgt er zin in – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 18)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 18

Niet ver weg

opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God (1) – Als de Apostolische Geloofsbelijdenis zegt dat de Here Jezus naar de hemel is gegaan, wat bedoelt ze dan? Wat is dat, de hemel? En wáár is die?

De hemel kunnen we niet in het heelal aanwijzen, er­gens achter de Melkweg ofzo. De hemel gaat onze werke­lijkheid ver te boven. Daardoor kunnen we er ons eigenlijk geen voorstelling van ma­ken. Dat wil niet zeggen dat de hemel minder echt is dan onze wereld. Integendeel, de hemel is juist héél echt. Maar ook heel anders! Het is de woonplaats van God, waar de zonde geen macht heeft. Dáár is Jezus naar terugge­gaan.

De hemel, dat is ook de plaats waar God ons bij zich wil halen. Daar was het voor nodig dat Jezus er eerst naar toe ging. Want Hij is er niet zómaar, Hij zit in de hemel aan de rechterhand van God. Dat wil zeggen: als degene die regeert. ‘Mij is alle macht gegeven’, heeft Hij net voor Zijn hemel­vaart gezegd. Bovendien komt Hij in de hemel voor ons op. Hij is de eerste mens in de hemel. Je zou kunnen zeggen dat Hij ons daar vertegenwoordigt. Eigenlijk is de hemel dus helemaal niet ver weg. We kunnen er elke dag contact mee hebben!

Lezen: Hebreeën 4:14-16

Geloven in de hemel betekent dat we zonder schroom tot God mogen naderen (vers 16). Maak daar gebruik van! Wat wil je vandaag aan Hem kwijt?