Wat beloven bruid en bruidegom elkaar als ze trouwen in de kerk?

trouwkaart algemeenBinnenkort mag ik als dominee weer een trouwdienst leiden. Dat vind altijd prachtig. Iedereen is blij met het bruidspaar. De trouwdienst zelf is voor hen vaak het hoogtepunt van de dag. Want in de kerk herhalen ze hun beloftes aan elkaar en ontvangen ze Gods onmisbare zegen over hun huwelijk.

Net als bij een doopbediening en bij viering van het avondmaal kun je tegenwoordig kiezen welk formulier je wilt gebruiken voor de kerkelijke inzegening / bevestiging van je huwelijk. Het zijn twee korte formulieren, de één uit 1999 en de ander uit 2014. Allebei even sprankelend qua taalgebruik. De keus laat ik graag aan het stel dat trouwt.

Ik kwam wel een probleempje tegen. Namelijk: wat beloven bruid en bruidegom elkaar nu precies als ze in de kerk hun JA-woord herhalen? Tot 2014 was dat geen probleem.

Aan de bruidegom werd gevraagd: Beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die naar Gods wil zijn?

En aan de bruid werd gevraagd: Beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen, in alle dingen die naar Gods wil zijn?

En aan beiden werd vervolgens gevraagd: Zul je heilig met elkaar leven, elkaar nooit verlaten, maar elkaar trouw blijven in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in gezondheid en ziekte, totdat Christus terugkomt of de dood jullie zal scheiden? Beloof je in je huwelijk overeenkomstig het evangelie te leven?

2009-03 badeendjesOp de synode van 2014 komt daar verandering in. De deputaten die over de liturgische formulieren gaan constateren: “Tegen de huidige tekst van de huwelijksvragen en –beloften bestaat een vrij grote weerstand.” Als reden noemen zij “de ongelijkheid in de belofte van bruidegom en bruid.” Volgens de deputaten berust deze formulering op een omstreden uitleg van Efeze 5 die niet algemeen gedeeld wordt in onze kerken. Daarom stellen ze voor om bij de eerste vragen de “elementen die al te zeer voor discussie vatbaar zijn” weg te laten en voor een eenvoudiger belofte te kiezen waarbij “in ieder geval liefde, trouw en zorg benoemd worden” en die voor bruidegom en bruid gelijk is:

Bruidegom/bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw/man te zorgen?

Maar in hetzelfde deputatenrapport stond ook het nieuwe tweede huwelijksformulier. En daarin waren de beloften weer verschillend:

Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw te zorgen?

Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen, in alle dingen die naar Gods wil zijn?

Volgens de synodeverslagen is die laatste versie aangenomen. Vanaf 2014 waren dit dus de vastgestelde trouwbeloften (incl. het vervolg dat voor bruid en bruidegom gelijk gebleven is). Niet helemaal consequent, vond ik. Waarom zou je als bruid meer moeten beloven dan als bruidegom? Dus heb ik me altijd maar gehouden aan de formuleringen die tot 2014 afgesproken waren. Want ik ben het heel erg eens met de opmerking van de deputaten, dat bij alle liturgische formulieren de vragen die gesteld worden, gelijk dienen te zijn.

TrouwringenToen kwam eind 2017 het nieuwe Gereformeerde Kerkboek uit. De teksten van de liturgische formulieren waren al vastgesteld in 2011, maar de deputaten hebben nog wat kleine taalkundige correcties toegepast.

Maar wat is er tot mijn stomme verbazing nu met de beloften van bruidegom en bruid gebeurd? Precies het omgekeerde! Nu belooft de bruid minder dan de bruidegom:

Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw, te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?

Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man, te zorgen?

Ik snap het niet meer. Het is volgens mij van tweeën één.

Of bruidegom en bruid beloven alleen maar dat ze in liefde voor elkaar zullen zorgen. Dan haal je alle moderne gevoeligheden uit de trouwbelofte en beperk je je tot de kern.

Of bruidegom en bruid beloven elkaar, dat hij haar in liefde voor zal gaan en dat zij hem in liefde zal volgen en helpen. Dan hou je je meer aan de globale invulling die je ook in de Bijbel leest.

Persoonlijk heeft het laatste mijn voorkeur. Als kerk hoeven we niet alle verschil tussen man en vrouw weg te poetsen als we in een trouwdienst een stukje bijbels onderwijs over het huwelijk geven.

Dus wat mij betreft voegen we beide varianten 2014 en 2017 samen door zowel aan de bruidegom als aan de bruid elk gewoon de toegespitste, bijbels gefundeerde vraag te stellen:

Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw, te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?

Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man, te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?

Zullen jullie heilig met elkaar leven, elkaar nooit verlaten, maar elkaar trouw blijven in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in gezondheid en ziekte, totdat Christus terugkomt of de dood jullie zal scheiden? Beloof je in je huwelijk vanuit het evangelie te leven?

 

Advertenties

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de valkuilen

Hoofd hart handen ingelijstDank, dank nu allen God, met hoofd en harten en handen. Met een variatie op een bekend gezang zou je kunnen zeggen dat dit de drie basic-manieren waarmee je als christen uiting geeft aan je geloof. Dat geloof is en geschenk van de Heilige Geest. Als Hij mij niet voortdurend motiveert en in vlam zet om als christen voor God, mijn hemelse Vader, en voor Jezus, mijn Redder en Heer te leven, wordt het bij mij al heel snel een vorm- en regeltjesgeloof, omdat het van God of de omgeving moet. Maar helaas … veel christenen (ikzelf niet uitgezonderd) zien dat altijd veel scherper bij een ander dan bij zichzelf. Daarom wil ik hier de valkuilen benoemen van alle drie de geloofstypes. Want overal waar het zaad van het Evangelie gezaaid wordt, vertelt onze Heer in een gelijkenis, is de duivel er als de kippen bij om het opkomende geloof de nek om te draaien. Dat geldt ook voor de tritst Hoofd – Hart – Handen. Welk type je ook bent, in alle drie de gevallen probeert de duivel het geloof weg en eruit te drukken. Daarvoor heeft hij drie verschillende taktieken, denk ik wel eens.

Hoofd hart handen 2Valkuil 1: veel weten = eigenwijs

Voor ‘HOOFD-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Je kennis maakt je eigenwijs. Je ziet neer op andere christenen, die niet zo serieus de Bijbel bestuderen. Die zijn dan al snel in jouw ogen ‘minder principieel’. Als gereformeerde kerken zijn we lange tijd heel sterk geweest in bijbelkennis en het doordenken van wat de HERE God op grond van zijn Woord vandaag van ons vraagt. Maar daardoor hebben we ook de naam gekregen, het allemaal wel heel erg goed te weten. Op christenen uit andere kerken keken we neer – die zaten in de foute kerk, dus mochten ze niet deelnemen aan, lid worden van of werken bij het gereformeerd onderwijs, de gereformeerde politiek en allerlei andere organisaties. Als GKV-kerken hebben we daarmee een slechte naam opgebouwd. Gelukkig ligt die tijd nu wel echt achter ons. Maar die betweterige houding kom ik nog steeds wel tegen: kerkleden die heel goed weten wat er in de Bijbel staat en hoe het hoort en daar anderen mee om de oren slaan. Dat is niet goed.

Aan de andere kant: wanneer je door de Heilige Geest gezegend bent met een goed inzicht in de Bijbel en een goed kunnen doordenken wat dat betekent voor vandaag, ben je niet een ‘mindere’ christen dan een Hart- of Hand-type. Integendeel: je moet wel weten wat je gelooft en waarom je gelooft. Zonder kennis over Mij gaat het volk te gronde, zegt God in Hosea 4. En om Mij echt te kennen, moet je de Bijbel bestuderen, zegt de Here Jezus in Johannes 5.

Hoofd hart handenValkuil 2: heel enthousiast = zelfingenomen

Voor ‘HART-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Met ‘zelfingenomen’ bedoel ik dan, dat jouw invulling van het geloof de maat wordt waarmee je de ander meet. Je hart staat in vuur en vlam voor Christus en dat blijkt uit de manier waarop je zingt, leest, bidt en heel je leven op zondag en van maandag tot zaterdag invult en vorm geeft. Maar voor je het weet, veroordeel je je broer of zus in het geloof, die niet op dezelfde manier zijn of haar geloof beleeft of in praktijk brengt. Je vergeet dan, dat de Heilige Geest niet van iedere gelovige een ‘HART-christen’ gemaakt heeft. En je vergeet ook heel gemakkelijk, dat God niet kijkt naar de mate waarin mensen zich voor Hem inzetten, maar naar het hart: hoe zit het met jouw liefde voor Hem en voor je naaste? Laatst zat ik met wat mensen hierover door te praten. Iemand vond dat er in onze gemeente enthousiaster gezongen zou moeten worden met de handen omhoog en dat er ook veel meer leden aktief mee zouden kunnen in gebedskringen.  Iemand anders zei toen: ik vind het persoonlijke gebed voor mijzelf heel belangrijk en haal vaak heel veel troost en bemoediging uit een bekende psalm of een mooi gezang bij het orgel. Een derde vond het mooi dat het in onze kerkelijke gemeente allemaal mogelijk is. Dat vind ik ook, en ik gebruik deze reaktie hier om te onderstrepen, dat we op die manier ook aan elkaar gegeven zijn in de gemeente: niet om mijn manier van geloofsbeleving boven die van de ander te stellen, maar om elkaar aan te vullen en aan te vuren.

Aan de andere kant: het hart is wel dé plek bij uitstek waar de Heilige Geest ons wil raken. In de psalmen wordt (ik heb het niet precies geteld) wel 100x opgeroepen om de HERE te loven met heel ons hart. En ook Petrus schrijft: “Erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart.” En waar het hart vol van is, loopt de mond van over, zeggen we allemaal. Dus als er weinig enthousiasme voor de Heer zichtbaar is in een gemeente, is dat een slecht teken. Dan moeten we juist meer ruimte voor beleving toelaten, in de kerkdiensten én als opdracht voor onszelf.

Hoofd hart handen engelsValkuil 3: lekker praktisch = laat maar zitten

Voor ‘HANDEN-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Bij een bekende voetbalclub zingt men ‘geen woorden maar daden’. En natuurlijk is het waar, dat geloof zonder daden een dood geloof is, zoals Jakobus schrijft. Levend geloof = de handen uit de mouwen voor je naaste en een bemoedigend woord voor iedereen. Maar juist als de meeste gemeenteleden in een gemeente meer praktisch ingesteld zijn, loop je het risiko om alles wat met ‘Hoofd’ en ‘Hart’ te maken heeft, maar aan anderen over te laten. Dus schiet bijbelstudie er gemakkelijk in. Als de bijbel open moet bij bijzondere gebeurtenissen of bij moeilijke vragen, daar heb je de dominee en de ouderling voor. En samen zingen, samen bidden of samen evangeliseren, dat laat je maar liever aan die enthousiaste of zweverige types over. Zelf hou je je maar liever wat op de achtergrond.

Op die manier maken vele handen geen licht werk, maar komt 3/4 van het werk op de schouders van een paar mensen neer. En dat is nog niet het ergste. Als bijna niemand meer zegt waarom we de handen uit de mouwen steken voor elkaar en voor anderen, wordt de naam van onze Heer Jezus Christus niet meer genoemd. Dan wordt geloven een vorm en snappen je kinderen niet meer, om Wie het echt gaat. Of de kerk wordt een gezellige club mensen. Met dat laatste is niets mis, want waar liefde woont, gebiedt de HEER zijn zegen. Maar besef, dat we wel wat meer zijn: de plek waar God mensen bij elkaar brengt die uit de duisternis gered zijn en nu in het licht van zijn liefde mogen leven, op weg naar een schitterende toekomst! Als je daar echt van overtuigd bent geraakt, dan mag je dat, vanuit een dankbaar hart, met woorden én daden laten zien. En je hoeft niet eens bang te zijn dat je het niet zo goed kunt verwoorden, want de Heilige Geest zal, als het zo eens ter sprake komt, je de woorden wel in de mond leggen, heeft Jezus al zijn volgelingen beloofd.

Aan de andere kant: één gebaar zegt meer dan 100 woorden. Dus als ‘omzien naar elkaar’ de sterke kant is van jouw gemeente, moet je daar niet negatief over doen, maar juist enorm blij mee zijn. In de kleine en gewone dingen trouw zijn, zonder meteen af te haken bij tegenslag – dat is een mooie eigenschap van een christen. En ook van een echte ‘HAND-gemeente’. Maar laat het geen excuus zijn om voor de rest zelf maar wat achterover te hangen. De meeste leerlingen van Jezus waren ook niet van die praters. Toch wisten ze in woord én daad het Evangelie heel goed over te brengen.

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de praktijk

Hoofd hart handen engelsDe trits HOOFD – HART – HANDEN kun je goed gebruiken om te ontdekken wat voor type christen je bent. Dus kun je het ook als thermometer gebruiken om het functioneren van de plaatselijke kerk gaat. In een fijne gemeente bestaat er een goede wisselwerking tussen deze drie onderdelen.  In mijn vorige blog verwees ik naar de eerste christengemeente in Jeruzalem. Die bloeide en groeide volgens de beschrijving in Handelingen 2:41-47 . De bloei was te danken aan de manier waarop ze samen gemeente waren, nl. met hoofd (vers 42a, 43) en hart (vers 42d, 47a) en handen (vers 42b, 44, 45, 46). De groei gaf Christus Zelf (vers 47).

Hoe vul je dat praktisch in?

Als het erom gaat dat je gemeente en christen bent met je HOOFD is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe kun je elkaar stimuleren om meer werk te maken van het leren kennen van God als je hemelse Vader en Jezus Christus als je Redder en Heer, en hoe je Hen dient en volgt in je dagelijks leven? Want geloven met je HOOFD betekent, dat je steeds meer wilt weten wie God is, wat Hij gedaan heeft. Geloven kan niet zonder de kennis van je hoofd.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HART is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe word je persoonlijk en samen steeds weer geraakt door het evangelie van Gods liefde die Hij via onze Heer Jezus Christus en via de Heilige Geest naar ieder van ons laat toekomen? Geloven met je HART is namelijk, dat je steeds meer God gaat liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Dat kan niet zonder beleving en ervaring.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HANDEN is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe verbind je het ‘doen’ met je geloof? Geloven met je HANDEN betekent dat je ook praktisch naar elkaar omkijkt, zowel binnen de gemeente als daarbuiten.  Dit onderdeel van het geloof krijgt in Handelingen 2:41-47 de meeste aandacht, maar staat wel in goed verband met de andere twee aspekten.

Een goede mix

Een goede mix tussen alle drie de aspekten is niet vanzelfsprekend. Voor je het weet zoeken gelijkgezinde christenen elkaar op. En dus krijg je ook bepaalde types kerkgemeenschappen. Gereformeerden worden vaak getypeerd als hoofd-christenen. Evangelischen lijken vooral hart-christenen te zijn. Bij het Leger des Heils kom je vooral christenen met de handen tegen. Ook legt elke tijdsperiode z’n eigen accenten. Als ik het zo inschat, vonden we in de GKV-kerken de bijbelse leer lange tijd erg belangrijk (hoofd), stond in de afgelopen twintig jaar het gevoel en de beleving behoorlijk centraal (hart) en verschuift de aandacht nu meer naar het praktisch christen zijn (handen).

Hoofd hart handenHou krijg en behoud je een goede balans binnen de gemeente? Misschien helpt het om bewust werk van de trits ‘Hoofd-Hart-Handen’ te maken op de volgende drie gebieden:

*A*  Op zondag. In de kerkdienst krijgen zowel bijbellezing en bijbeluitleg als zingen en bidden evenveel aandacht, terwijl rondom de kerkdienst de onderlinge ontmoeting  er ook echt bij hoort

*B*  De taak van ambtsdragers. Zij krijgen van Jezus Christus de opdracht om ervoor te zorgen dat zijn gemeente ook echt als een geestelijk lichaam functioneert (Ef. 4:11-16). Hoe geef je als kerkenraad en diakonie aandacht aan en stimuleer je bijbelstudie (hoofd)  en gebed (hart) en het omzien naar elkaar (handen)?

*C* Als gemeente / wijk / kring. Welke activiteiten organiseer je als gemeente en onderneem je als wijk of kring? Zit er voldoende evenwicht in?

Heel praktisch is dit tweede deel niet geworden. Dat kan ook niet echt, denk ik, want elke gelovige heeft zijn of haar eigen gaven van de Heer gekregen en iedere gemeente van Christus is uniek qua samenstelling. Ik hoop wel dat alles wat hierboven staat kan helpen om het christen-zijn met Hoofd & Hart & Handen vorm te geven, persoonlijk en als kerkgemeenschap.

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de theorie

Hoofd hart handen ingelijstWat is de ideale kerk? En hoe kunnen wij dat vandaag zijn? Daarvoor moeten we terug naar de Bijbel. Twee omschrijvingen die ikzelf erg waardevol vind, komen van Jezus Zelf. Hij zegt op een gegeven moment tegen zijn twaalf de leerlingen, dat de gelovigen samen een gemeente vormen., want “waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden.” (Matteüs 18 vers 20). Op een heel ander moment zegt Jezus tegen een halve heiden (de Samaritaanse vrouw), dat je sinds zijn komst overal God kunt aanbidden, namelijk wanneer men “de Vader echt aanbidt, in Geest en waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.” (Johannes 4 vers 23 en 24). Een christelijke gemeente is dus een verzameling van gelovigen die in de naam van Jezus en één van Geest samenkomen om God de Vader te aanbidden. Maar dat klinkt nogal theoretisch. Wat gebeurt er allemaal in een gemeente, waar God de Vader, Jezus de Verlosser en de Heilige Geest centraal staan? Dat staat heel mooi beschreven in Handelingen 2:41-47. Meteen na de uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren ontstaat er in Jeruzalem een grote christelijke gemeenschap van meer dan 3.000 leden. Het leven van de eerste gemeente ziet er zo uit:

41 Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. 43 De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

Als je deze omschrijving op je laat inwerken, denk je al gauw: ‘Wow, wat een fijne gemeente!’ Toch schetst Lukas, de schrijver van het bijbelboek Handelingen, niet alleen maar een ideaal. Nee, het was écht zo goed daar, in die begintijd. En zo gaat dat wereldwijd en overal, dat er fijne gemeentes van Jezus Christus zijn, waar je graag bij wilt horen. En waar dan de duivel ook als de kippen bij is om onenigheid te veroorzaken. In beide gevallen, in goede tijden en in slechte tijden, mag je je dan weer spiegelen aan het leven van de eerste gemeente. Met als onderliggende gedachte, dat je pas echt gemeente van Christus bent, als je oprecht samenkomt in zijn Naam, in Geest en waarheid, om God de Vader te ontmoeten.

Boven binnen buitenOp grond van deze bijbelse lijnen is vaak gezegd, dat een ideale gemeente drie speerpunten kent, namelijk de drie B’s van

  • BOVEN
  • BINNEN
  • BUITEN

Voor een bijbelse visie op kerk-zijn is dat een hele goeie drieslag.

Maar als het erom gaat, hoe we samen een aansprekende, attractieve gemeente van Christus willen zijn, vind ik een andere indeling nog aansprekender, nl. die vanHoofd hart handen 2

  • HOOFD
  • HART
  • HANDEN

Hoofd en Hart en Handen: in Handelingen 2:41-47 kom je in de eerste christelijke gemeente van Jeruzalem deze drie aspekten van gemeente-zijn allemaal duidelijk tegen. Check het zelf en je zult zien dat ze alle drie een ruime voldoende scoren. De gevolgen blijven dan ook niet uit: De Heer (Jezus Zelf, door zijn Geest) breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden. Er kwamen dus elke dag (!!) nieuwe mensen tot geloof die lid werden van de gemeente van Jezus Christus in Jeruzalem.

BOVEN – BINNEN – BUITEN gaat meer over de gerichtheid en de struktuur van elke kerk. Binnen die drie deelgebieden kunnen gemeenteleden zich met hun gaven inzetten.

HOOFD – HART – HANDEN gaat meer over manier waarop in elke kerk het geloof in God en Jezus vorm krijgt. Zonder een goede wisselwerking tussen deze drie kun je als mens niet goed funktioneren. Ook in de gemeente van Christus heb je deze drie aspekten nodig om samen een fijne kerk te vormen en zelf in je geloofsleven opgebouwd te worden:

  • HOOFD   Hoe kunnen we elkaar in de gemeente stimuleren om werk te maken van het leren kennen van de HERE en zijn wil voor het dagelijks leven, en hoe hou je het persoonlijke kontakt met God levend? Want geloven met je hoofd betekent, dat je steeds meer wilt weten wie God is, wat Hij gedaan heeft. Geloven kan niet zonder de kennis van je hoofd.
  • HART   Hoe worden we in de gemeente steeds weer geraakt door het evangelie van Gods liefde die Hij via Jezus onze Heer en via de Heilige Geest naar ieder van ons laat toekomen? Geloven met je hart is namelijk, dat je steeds meer God gaat liefhebben boven alles en de naaste als jezelf.
  • HANDEN   Hoe verbinden we als gemeente het ‘doen’ met het geloof? Want het geloof in Christus niet kompleet als het niet doorwerkt in praktisch handelen en in  betrokkenheid op elkaar en op de mensen om ons heen Geloven met je handen betekent dat je als gemeenschap elkaar ontmoet en er voor elkaar bent.

Ik denk dat het voor een plaatselijke kerk belangrijk is, dat deze drie aspekten alle drie een plek krijgen in het gemeenteleven. Zowel op zondag als door-de-week. Vooral, omdat het volgens mij de drie belangrijkste manieren zijn waarop de Heilige Geest het geloof van ieder gemeentelid vormt en voedt. Ga maar bij jezelf na op welke manier het geloof bij jou het beste binnenkomt en wat je in je eigen gemeente het meeste waardeert.

Over de praktische invulling van elk van de drie geloofstypes valt ook nog wel een en ander te zeggen. Evenals over de valkuilen die elke type met zich mee brengt. Daarover gaan de volgende twee blogs.

Eerder schreef ik een korte blog over hoe je met de gaven van ‘Hoofd – Hart – Handen’ kunt meewerken om Gods gave gemeente nog gaver te maken.

 

Het isolement en de eigen kracht

Geloven in een geïndividualiseerde samenleving – als christen en als kerk.

In Assen bestaat het zogenaamde ‘Pastoresconvent’. Daarin komen zo’n 4 à 5 keer per jaar alle voorgangers en geestelijk verzorgers van de zeer diverse christelijke geloofsgemeenschappen bij elkaar. Ik vind die ontmoetingen altijd erg waardevol. Tegelijk stelt het mij voor de vraag: wat verbindt ons aan elkaar als voorgangers? Is dat alleen ons werkterrein – dus de imam en de rabbi en de humanistische raadsheer/vrouw zijn ook welkom? Of hebben we meer gemeenschappelijk? Het geloof in de God van de Bijbel of in Jezus als Heer of de christelijke traditie? En hoe sterk benadruk je dat dan? Ja, mag dat überhaupt wel? Of ben je dan op voorhand al te exclusief bezig? Ik vind dit een spannend onderwerp. Voor alle christenen en kerken in onze samenleving. Hoe stel je je als persoon en als gemeenschap tegenover de maatschappij en de mensen om je heen? Daarin zie je heel verschillende strategieën.

Exclusief kerk-zijn

Als Gereformeerde Kerken met de zelfgekozen bijnaam ‘vrijgemaakt’ (vandaar de afkorting GKV) en de spotnaam ‘artikeltjes’ hebben we in de eerste pak ‘m beet 50 jaar van ons bestaan (1944 – half jaren ’90) gekozen voor de exclusiviteit. Heel lang hanteerden we een bekende uitspraak van Groen van Prinsterer als een soort geuzen-slogan: In het isolement ligt onze kracht. Inmiddels zijn we er als vrijgemaakte isolement groengereformeerden toch wel achter gekomen dat er een behoorlijk groot verschil is tussen een zelfgekozen isolement of een isolement waarin je door de buitenwacht gedrongen wordt. En we zijn er ook stukje bij beetje achter gekomen dat je je kracht niet moet zoeken in het je afzetten tegen de grote boze wereld (vooral in de andere kerken waar alles zo slecht en verderfelijk en zorgelijk is), maar dat je je kracht moet zoeken in je eigen overtuiging. Oftewel: niet het negatieve bij de ander bindt een kerkelijke gemeenschap samen, maar je kunt pas iets uitstralen als je de positieve verbindende elementen bij jezelf weet te benoemen.

Dat laatste heeft iets heel postmoderns: ga uit van je eigen kracht. Maar tegelijk is het ook iets heel bijbels-christelijk: ga uit van de eigen kracht van het Evangelie van Jezus Christus. Zonder te veroordelen. Maar wel door duidelijk te zijn over je missie en je kernwaarden. En dus ook over de grenzen van je identiteit.

Spannend

Op dit punt ervaar ik een spanningsveld, zowel in mijn christen-zijn als in hoe we samen kerk willen zijn. Hoe handhaaf je als persoon je christelijke principes en hoe behoud je als kerkelijke gemeente je bijbelgetrouwe identiteit in een geïndividualiseerde samenleving? Iedereen mag immers autonoom zelf de belangrijkste keuzes van het leven maken. Of het echt autonoom is, kun je je afvragen, maar de tendens is toch nog steeds: ‘Elke keus is goed als je die maar bewust maakt.’ En meteen daar achteraan zit de tendens: ‘Dus waag het niet om een ander om zijn of haar keus te veroordelen’. Zelfs als je als christen je eigen standpunt in het publieke domein van media of politiek neerzet, word je al van onverdraagzaamheid beschuldigd door met name de wat hoger geschoolde elite. Een aantal jaren noemde Kluun dat in zijn boekje God is gek “de dictatuur van het atheïsme”. Hij vond dat de zendingsdrang van het atheïsme in de media te vergelijken met een intellectuele kruistocht tegen christenen.

Wat zet je daar tegenover als christen en als kerk? Hoe baken je je positie af? Dat vind ik niet gemakkelijk in deze tijd. Maar ik wil wel een poging doen om dat duidelijk te maken. Daar gebruik ik twee voorbeeld voor.

Het glas en de wijn

wijn rood glasEerst het beeld van een goed glas wijn. Wat moet er goed zijn? Het glas of de wijn? De wijn natuurlijk. Daar gaat het om. Maar zonder een goed glas kun je de wijn niet drinken. Vorm en inhoud hebben dus alles met elkaar te maken, als je denkt vanuit het voorbeeld van een goed glas wijn.

Dat geldt ook als je nadenkt over het christelijk geloof en de betekenis ervan voor de samenleving van vandaag. Volgens mij moet je steeds jezelf als voorganger en ook jezelf als geloofsgemeenschap bevragen op de vorm én de inhoud van je christelijke overtuiging. Sterker nog: zonder vaste vormen vervaagt de inhoud, is mijn overtuiging.

Tegelijk zie ik heel goed het gevaar van formalisme: de vaste vorm wordt belangrijker dan de inhoud. Dat gevaar zag Jezus in zijn tijd op aarde heel scherp bij die stroming in het jodendom die zich het meest serieus met het geloof bezig hield: de farizeeën. Op gezag van mijn leermeester Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen, prof. Jakob van Bruggen, neem ik maar even aan dat deze groepering in hoog aanzien stond bij de meeste mensen, omdat ze zo consequent vanuit het geloof in de God van Abraham, Izaäk en Jakob leefden. Naar God toe en naar hun naaste toe. Consequent en ook radikaal door de zonde te benoemen en af te wijzen. Maar Jezus laat volgens mij zien dat heel die farizeese geloofsbeleving gebaseerd is op vorm en veel minder op inhoud. Want Hijzelf is de inhoud – en juist de farizeeën wijzen Hem af als de Zoon van God en het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt.

Voor mij als gereformeerd predikant is de spannende vraag in deze tijd: hoe bewaak ik de inhoud van het christelijk geloof zonder dat ik een formalist wordt? Zowel als het om de leer gaat: hoe spreken we in de kerk over God en over Jezus, over wie Ze zijn en wat Ze doen? Als om het leven: wanneer mag je zeggen dat iemand qua levensstijl echt niet meer het voorbeeld van Jezus (Johannes 13:15) en God (Efeziërs 5:1) volgt? Want je kunt de spelregels van het christelijk geloof best aanpassen aan de behoeften van de tijd. Zo PVT 2015 - Nijmegen 2gebeurt dat ook in sommige sporten. Maar je kunt onmogelijk volhouden dat als we afspreken om van het net een doel te maken en om de bal niet meer met de handen, maar alleen nog met de voeten aan te raken, dat we dan nog steeds met dezelfde sport te maken hebben.

Waar ligt, als het om geloven binnen de christelijke traditie gaat, dan de grens tussen vorm en inhoud? Voor mij ligt die, als predikant binnen de gereformeerde traditie, in de belijdenis van de Twaalf Artikelen van het onbetwijfeld christelijk geloof. Want daarin staat wat – of liever nog: Wie mij bezielt en inspireert. Als ik daar niet meer mee uit de voeten zou kunnen, zou ik m’n ambt als predikant neerleggen en iets gaan doen met ‘mens en religie’ of zo. Ik besef dat als je in onze tijd zegt dat de Twaalf Artikelen het uitgangspunt zijn voor het echte christen-zijn en kerk-zijn, dat zo’n overtuiging heel exclusief overkomt. Terwijl ik tegelijk juist vanuit de christelijke traditie ook hart heb voor de stad waarin wij wonen en vooral voor alle mensen die hier leven.

Concentratie – Integratie 

Daarom wil in een tweede beeld naar voren halen. Dat beeld ontleen ik aan mijn zeer gewaarde overbuurman uit Nijmegen, waar ik van 1999 tot 2005 predikant was. Mijn overbuurman was betrokken katholiek en directeur van een mega-basisscholen-conglomeraat waarin al het katholieke, protestantse en algemeen-bijzonder onderwijs in samengevoegd was. We hebben bijzonder goede gesprekken gevoerd over de plaats die je als maatschappij-betrokken christen in de samenleving moest innemen. Hij zei tegen mij: Ernst, weet je, bij jullie vrijgemaakt-gereformeerde scholen zie ik een sterke focus op de handhaving van je identiteit. Bij onze algemeen-christelijke scholen-organisatie daarentegen zie ik een sterke focus op de plek die iedereen moet innemen in de samenleving. Jullie sterke punt is concentratie en ons sterke punt is integratie.

concentratie integratie hondIk vond dat een prachtige vondst, die twee typeringen, omdat ze zo waardenvrij zijn. Er zit geen veroordeling in. Want welk bedrijf wil zich nu niet concentreren op z’n core-business? En welke organisatie wil nu niet een respectabele, zinvolle plek midden in de samenleving innemen? Maar ik voel meteen weer de spanning. Het blijft voor alles wat zich christelijk noemt blijkbaar heel lastig om de concentratie op de bijbelse uitgangspunten en de integratie en acceptatie in de samenleving te combineren. Als je openlijk uitkomt voor je uitgangspunt dat Jezus de Zoon van God is die als Lam van de God de zonde van wereld wegneemt, en vanuit zijn liefde als inspiratiebron maatschappelijke hulp wilt verlenen aan vrouwen die vast zitten in de prostitutie (Het Scharlaken Koord) of in probleemwijken met jongeren aan de slag wilt (Youth for Christ) of op maatschappelijk vlak vraag en aanbod bij elkaar wilt brengen (Stichting Present), kun je nog zo hard roepen dat je aan integratie wilt werken, maar je concentratie op Jezus Christus roept bij de seculiere atheïsten, of ze nu links of rechts zijn, een boel weerstand op. Volgens hen is er maar één manier waarop christenen hun plek in het maatschappelijke veld mogen innemen: op persoonlijke titel in niet-religieus-gebonden organisaties.

De balans

Het gaat dus om de vraag: hoe bewaak je je christelijke identiteit (concentratie) terwijl je toch zoveel mogelijk je plaats in de samenleving (integratie) wilt innemen? En hoe vind je daarin de balans? Als GKV zitten we nog steeds vooral op de lijn van de concentratie, denk ik. Dat vind ik terecht, ook al loop je het risiko dat het lijntje naar boven belangrijker wordt dan het lijntje naar elkaar. Terwijl Jezus heel de wet samenvatte in het dubbel-gebod van de liefde: God boven alles en je naaste als jezelf. Omgekeerd dreigt een nog groter risiko namelijk: als je alleen maar vanuit de naastenliefde denkt en handelt, raak je uiteindelijk je inspiratiebron kwijt. Want die moet ik, als ik de Bijbel serieus neem, toch echt van buiten onszelf in onszelf komen. Het is God die van alle mensen houdt en voor heel zijn schepping zorgt. En Jezus maakt Zichzelf bekend als de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt bij die God van liefde en zorg uit dan via Hem. Maar hoe geef je daar vorm aan zonder exclusief en veroordelend te zijn? Als christen? En als kerkgemeenschap? Dat is voor mij een open vraag. En tegelijk mag ik daar keuzes in maken. Als christen. Als kerkgemeenschap. Niet uit eigen kracht. Ook niet om het isolement te zoeken. Maar “in het vertrouwen dat God het ons toestaat deze keuzes te maken” (Hebreeën 6:3).

Kathy Keller: waarom het ambt ‘only for men’ is

“It’s a pity,” zouden ze Amerika zeggen. Oftwel: jammer dat het boekje van Kathy Keller (inderdaad, de vrouw van Tim) over vrouw en ambt al in 2014 uitgekomen is, maar nog steeds niet in het Nederlands is vertaald. Nu in de Gereformeerde Kerken waar ik lid van ben, de vrouw in het ambt tot een vrije kwestie is verklaard, is het misschien wat mosterd na de maaltijd om in Nederland nog met een aparte uitgave van dit boekje te komen. Aan de andere kant brengt Kathy Keller een geluid naar voren die ze zelf ‘een complementaire M/V-visie’ noemt. Alle redenen om er kennis van te nemen. En ook om er iets van te vinden uiteraard.

Kathy Keller fotoKathy Keller verhuisde in 1989 met haar man Tim naar hartje New York. Samen startten ze de Redeemer Church. Daar hanteert men op grond van de Bijbel een complementaire M/V-visie: Jezus Christus heeft in zijn kerk aparte functies en rollen ingesteld voor mannen en vrouwen – niet om elkaar uit te sluiten, maar om elkaar aan te vullen. Dus kennen ze binnen Redeemer geen vrouwelijke ouderlingen en predikanten, maar verder worden vrouwen volledig ingeschakeld als het gaat om het geven van leiding en onderwijs. Dat levert soms felle discussies en stevige teleurstellingen op. Daarom stelt Kathy Keller zichzelf steeds weer de vraag: “Hoe kan ik mensen van de 21ste eeuw duidelijk maken dat het idee van aparte, elkaar aanvullende M/V rollen niet overkomt als een ouderwetse opvatting waar we ons voor moeten schamen, maar als een goed geschenk van onze hemelse Vader?”

In haar boek benadert Kathy Keller deze vraag van twee kanten. Het zijn precies dezelfde punten die ook in het ‘Pijnpuntenrapport’ van het deputaatschap ‘M/V en ambt’ aan de orde komen.

In de eerste plaats is er de vraag: “Hoe herkennen we wat God in de Bijbel vandaag tegen ons wil zeggen? Wat doen we met de cultuurverschuivingen die plaatsgevonden hebben nadat de Bijbel geschreven werd? Moeten we nu echt de dingen die zo lang geleden geschreven werden -in een tijd en samenleving zo verschillend van de onze- nog steeds gehoorzaam zijn? Wat betekent ‘gehoorzaam zijn aan de tekst’ feitelijk?” Hier gaat het om de vraag van de hermeneutiek: hoe lees en interpreteer je de Bijbel?

In de tweede plaats is er de vraag: “Als vrouwen niet mogen dienen in het ambt, zeg je daarmee dan eigenlijk niet dat vrouwen minderwaardig of minder begaafd of minder vol van de Geest zijn dan mannen? En dan, als ze zich door God geroepen voelen, dit een verkeerd en zondig verlangen is?” Hier gaat het om de vraag van de positie elke gelovige in de gemeente van Christus: worden vrouwen toch als tweederangs leden behandeld binnen het lichaam van Christus?

  1. Wat wil God vandaag tegen ons zeggen?

Tijdens haar studie theologie leerde Kathy Keller de Bijbel pas echt kennen als het geïnspireerde en betrouwbare Woord van God. Ze kwam tot deze conclusie op grond van de volgende waarneming: “Jezus vertrouwde op de inspiratie van het Oude Testament en Hij beloofde dat ook het Nieuwe Testament betrouwbaar zou zijn. Hij hield nooit op met het citeren van de Schriften, zelfs niet toen Hij aan het kruis hing (Ps. 22). Hij ademde de Schriften! Hij nam ze zo serieus! Zou ik dan, als zijn discipel, ook niet dit perspectief van Hem over het gezag en de betrouwbaarheid van de Schriften moeten overnemen?” Voor haarzelf betekende deze ontdekking een enorme verandering in haar houding tegenover de Bijbel. Ze ging vertrouwen op Gods Woord als de waarheid die haar geschonken was om haar te helpen bloeien, en dus ging ze daar niet meer tegen protesteren als haar persoonlijke overtuigingen en Gods geboden met elkaar botsten. Ze koos er bewust voor om haar eigen inzichten en keuzes te onderwerpen aan de Schrift, omdat ze Christus de overwinning wilde geven.

Als het om het onderwerp ‘vrouwen in de kerk’ gaat, zijn er volgens Kathy twee grondregels: a) de Bijbel spreekt zichzelf niet tegen – en je moet duidelijke gedeeltes gebruiken om minder begrijpelijke tekst te verklaren ; b) elke tekst moet begrepen worden in de context – je moet kijken wat de bedoeling van de geïnspireerde schrijver is voor de eerste hoorders, zowel historisch, cultureel als sociaal. Als je je aan deze principes houdt, zul je een manier ontdekken om Gods geopenbaarde wil in alles te gehoorzamen, zelfs als onze culturele situatie heel anders is dan de situatie waarin het eerst geopenbaard werd.

Abstract equality of men and womenDeze principes moet je ook toepassen op de ‘terreurteksten’ (zoals feministen volgens Kathy Keller 1 Korintiërs 14:34-35 en 1 Timoteüs 2:11-12 wel eens noemen) over positie van vrouwen in de kerk. Beide teksten betekenen volgens Kathy Keller niet dat christenvrouwen op geen enkele manier in de kerk openlijk het woord mogen voeren. Heel de Bijbel staat namelijk vol van vrouwen die wel in het openbaar profeteren, verkondigden en bidden. Het gedeelte uit 1 Kor. 14:34-35 is minder duidelijk, omdat je uit 1 Kor. 11 en 14 kunt afleiden dat vrouwen in de samenkomsten wel mochten profeteren en bidden. Dus moet je kijken naar die andere bijbeltekst waar Paulus ook zegt dat vrouwen moeten zwijgen, nl. 1 Tim. 2:11-12. Daar zegt Paulus duidelijk, dat het niet toegestaan is dat vrouwen ‘gezaghebbend onderwijs’ mogen geven in de officiële samenkomst van de gemeente. Alle andere vormen van openbaar spreken en publiek onderwijs geven zijn dus toegestaan. Alleen deze ene vorm wordt door Paulus verboden. Volgens Kathy Keller is dat de vorm van het beoordelen van profetieën (1 Kor. 11 t/m 14) en het bewaken van de apostolische leer (1 Tim. 1 t/m 6). Dit onderwijs wordt ‘gezaghebbend’ genoemd om twee redenen. Ten eerste omdat hier een eindoordeel gegeven wordt over wat er tot nu toe in de samenkomsten gezegd is: was het een profetie of een uitleg die overeen kwam met de waarheid van Gods Woord of werd hier een dwaling of, nog erger, dwaalleer verkondigd? Ten tweede omdat bij dit eindoordeel ook een oordeel wordt uitgesproken over de verkondiger en de luisteraars: wie een ander evangelie dan het goede nieuws van Jezus Christus brengt of wie niet wil luisteren naar de goede, heilzame boodschap van Gods Woord,  wordt vermaand, van het Avondmaal afgehouden en uiteindelijk  uit de christelijke gemeente verbannen, want zo iemand is geen onderdeel van en hoort niet thuis in het lichaam van Christus. Volgens Kathy Keller is die opdracht is alleen voor ouderlingen gereserveerd en in Gods wijsheid is die functie in heel de Bijbel alleen bestemd voor mannen.

Hoe moeten we daar vandaag mee omgaan? Er dringen zich namelijk twee vragen op, aldus Kathy Keller. 1) Moeten we iets dat zo lang geleden gezegd is nu nog gehoorzamen of zelfs in overweging nemen, terwijl tijden en plaatsen nu zo anders zijn? En 2) Waarom heeft God de zaken op deze manier voorgeschreven met specifieke M/V taakverdeling? Op beide vragen geeft ze een antwoord.

We moeten gehoorzamen aan Gods voorschriften op het punt van vrouwen in de kerk, zegt Kathy Keller. Ze vindt het argument dat Paulus een vrouwenhater echte onzin. Verder vindt ze de redenering dat deze teksten alleen maar betrekking hadden op problemen in sommige kerken in die tijd onjuist. Want Paulus zegt in 1 Kor. 14:37b dat wat hij schrijft ‘een bevel van de Heer is’ en geeft aan Timoteüs instructies voor alle gemeentes over ‘hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat wil zeggen de kerk van de levende God , fundament en pijler van de waarheid.’ (1 Tim. 3:15b). Ze is het ook niet eens met het argument dat de culturele situatie tegenwoordig zo veranderd is, dat we niet langer hoeven of kunnen gehoorzamen aan het voorschrift dat het gezaghebbend onderwijs in de officiële kerkdienst niet toekomt aan vrouwen. Want dan beoordelen we Gods gezaghebbende openbaring aan de hand van wat wij op dit moment in onze tijd acceptabel vinden. De minste waardering heeft Kathy Keller voor het standpunt dat deze kwestie zo ingewikkeld en verwarrend is, dat we daarom elkaar maar moeten accepteren, en dus begaafde vrouwen die zich daartoe geroepen voelen liefdevol moeten toelaten als ouderling en predikant. Daarin schuilt een verkeerde, postmoderne opvatting over ‘waarheid’. Ook is er geen onduidelijkheid over de het feit dat God verschillende rollen toebedeelt aan mannen en vrouwen in de kerk. Het punt is alleen: wil je de plaats en de rol die God je geeft in het leven en in zijn gemeente in dank en vreugde aannemen en je vol vertrouwen neerleggen bij zijn goedheid? Of ga je Gods plannen bekritiseren en accepteer je ze met een flinke portie tegenzin, zelfmedelijden en boosheid omdat dat nu eenmaal zo moet? Kathy Keller kiest voor het eerste. Ook als ze op de vraag waarom God aan mannen en vrouwen in de kerk verschillende rollen heeft gegeven het eerlijke antwoord geeft: “Ik weet het niet.” Wat ze wel weet is dit: vrouwen worden aangemoedigd om in woord en daad een aktieve bijdrage te leveren in de kerk, dus ook in onderwijs, vermaning en bemoediging. Alleen de beoordeling of het onderwijs in de gemeente wel in overeenstemming is met de apostolisch leer, de waarheid, het Woord van God komt vrouwen niet toe, omdat deze taak exclusief aan de oudsten van de gemeente is toevertrouwd en de Bijbel nergens de mogelijkheid open laat voor vrouwen om deze functie te bekleden of om te beweren dat dit slechts een verbod is voor bepaalde tijden of situaties. Dus is het onze taak om ook in de 21ste dit bijbels gebod te gehoorzamen.

  1. Hoe ‘vrouwonvriendelijk’ is de uitsluiting van vrouwen?

In dit onderdeel van haar boek gaat Kathy Keller in op twee vragen. Allereerst hoe je (als vrouw) met vreugde dit bijbelse voorschrift kunt gehoorzamen. En vervolgens hoe je dit voorschrift op een begrijpelijke manier aan de man kunt brengen in onze hedendaagse cultuur.

Op de eerste vraag geeft ze als antwoord, dat juist een onderdrukkend, vrouwonvriendelijk klimaat in de kerk veel schade heeft aangericht. Daardoor zijn veel vrouwen diep gekwetst en is de halve kerk op non-aktief gesteld. Als christelijke kerk moet je er daarom voor zorgen dat er geen onderscheid gemaakt wordt als het om de inzet van gaven in de gemeente gaat. En dat alle wel-toegestane functies zoveel mogelijk door mannen en vrouwen uitgevoerd worden. Maar op grond van fouten in het verleden en de emoties die dat tot op de dag van vandaag bij vrouwen oproept moet je niet anders aan gaan kijken tegen het bijbelse voorschrift dat vrouwen in de christelijke gemeente geen gezaghebbend onderwijs mogen uitoefenen. Die combinatie betekent in New York dat de Redeemer Church dus geen vrouwen bevestigt als (regerende of lerende) ouderlingen, terwijl ze vrouwen juist wel toelaat in alle andere functies binnen de gemeente.

Daar kun je moeite mee blijven houden. Waarom zou je vrouwen weren van bepaalde rollen als ze overduidelijk van de Heilige Geest de gaven voor die functie ontvangen hebben en de roeping ervaren om te dienen in de rol van herder en/of leraar? Volgens Kathy Keller is dat een verkeerd dilemma. Want gaven zijn niet hetzelfde als rollen. Dus waarom vindt iemand het noodzakelijk om eerst een specifieke titel of functie te bemachtigen? Waarom zouden iemands gaven pas waardevol zijn als die in één specifieke rol kunnen worden uitgeoefend, namelijk van ouderling of predikant? Omgekeerd ziet Kathy Keller ook dat veel mannen juist niet meer de rol van geestelijk leiderschap in de kerk en in het gezin op zich te nemen.

Hoe kom je dan toch zover dat je als man wel durft te gaan dienen in het ambt van ouderling of predikant en dat je als vrouw afziet van dat verlangen? Door ons samen op Jezus te richten. Hij is de Zoon van God, één van wezen en dus helemaal gelijkwaardig aan de Vader, maar neemt toch vrijwillig de rol van dienstknecht op zich. Volgens Kathy Keller kunnen we dit spanningsveld van het Bijbels mysterie van Gods drie-eenheid moeilijk uitleggen zonder menselijke rolmodellen die dezelfde waarheden in eenzelfde soort rollen uitbeelden. En dus hebben we mannen en vrouwen nodig om hun rollen uit te oefenen in de veiligheid van kerk en huisgezin om zo de volheid van Jezus te laten zien aan de wereld om ons heen.

Bovendien laten we als christenen daarmee het verschil tussen de wereld en de kerk zien. In de wereldse samenleving mogen mannen en vrouwen vaak niet onderscheiden worden. Maar die gelijkheid, waarbij gelijken ook verwisselbaar moeten zijn, is, zoals C.S. Lewis al schreef, een fantasie. Want God heeft ons als mannelijk en vrouwelijk geschapen met verschillende taken, en niet als uniseks schepselen, hermafrodieten of met een keuzeoptie. Als we met de M/V rollen zoals God die bepaald heeft, gaan knoeien, zal dit tot onze eigen schade zijn. Terwijl in een gevallen en zondige wereld mensen elkaar altijd zullen onderdrukken en minachten op grond van hun geslacht, hebben we in de kerk toegang tot bekering en vergeving. Dat zijn essentiële gereedschappen waarmee mannen en vrouwen hun stralende mantels van verschillen kunnen blijven dragen om zo samen te leven als gevallen en vrijgekocht volk van God, in staat om elkaar te vergeven omdat we in Christus door God vergeven zijn.

Als je echt overtuigd bent van Gods wijsheid, liefde, en goedheid, kun je ook het goede zien in de taken en functies die God aan mannen en vrouwen heeft toebedeeld. Want dan stel je, als je verlangens en Gods geboden met elkaar botsen, als het er op aan komt in geloof toch je vertrouwen op Gods ontwerp, en niet op je eigen beperkte denkraam.

De kracht en de zwakte bij Kathy Keller

Kathy Keller MV boekNa het lezen van dit boek zijn er bij mij vier dingen blijven hangen, eerlijk te verdelen in twee sterke en twee zwakke punten.

Sterk vind ik het onderscheid in gaven en functies. Het is beslist niet waar dat ik pas volledig geaccepteerd ben in de kerk van Christus als ik altijd en overal alles moet kunnen doen wat bij mijn gaven past. Dat is echt een postmoderne eenzijdigheid. Sterk vind ik ook de nadruk op het ‘complementaire perspektief’ zoals Redeemer die hanteert. Dat wil zeggen dat mannen en vrouwen elkaar aanvullen, zowel in gaven als in rollen. Dat is ook een hele bijbelse gedachte die in onze volstrekt geïndividualiseerde samenleving vaak slecht begrepen wordt.

Zwak vind ik het antwoord ‘Ik weet het niet’ op de vraag waarom vrouwen niet in het ambt van ouderling en predikant zouden mogen dienen. Als dat echt het antwoord is, zou je vanuit christelijk oogpunt elkaar juist de vrijheid moeten geven. Maar de grootste zwakte van Kathy Keller zit ‘m hierin, dat ze een absolute koppeling legt tussen ‘gezaghebbend onderwijs’ en ‘functies’ en ‘alleen voor mannen’, zonder dat ze ingaat op de vraag waarom in de joodse traditie en dus ook in de eerste christelijke gemeente de taak van het bewaken van de gezonde bijbelse leer alleen bij mannen is neergelegd. Daarmee legt ze een niet-gemotiveerde basis onder haar hele betoog dat het gezaghebbende ambt in het Nieuwe Testament én in de kerk van de 21ste eeuw ‘only for men’ is. Maar als de fundamenten onder een betoog niet hard gemaakt worden, berust het hele verhaal feitelijk op drijfzand. Of beter, want met ‘drijfzand’ doe ik Kathy Keller geen recht: het is een aannemelijk standpunt, maar wie er vanuit de Bijbel gelovig anders over denkt kan net zo goed gelijk hebben.

Kathy Keller publiceerde haar boek Jesus, Justice, & Gender Roles in 2014. Een complete werkvertaling van dit  boek is te vinden op www.depoarte.org. Hier staat ook informatie over een studiedag op 21 oktober a.s. in Drachten onder de titel ‘De Complementaire Visie – M/V rollen in de kerk en in het christelijke gezin’.

Een UITSTAPJE naar de BERGEN

Over christen-zijn en gemeente-zijn in Oostenrijk

Sankt Wolfgang im SalzkammergutAl een aantal jaren organiseert de kleine Evangelisch-Reformierte Kirche van Neuhofen a/d Krems in de maand juni een ‘Gemeindeausflug’ naar de Wolfgangsee, zo’n  100 kilometer verderop. Een heel verschil, want Neuhofen ligt dicht bij de stad Linz in het heuvelachtige deel van Oostenrijk en St. Wolfgang ligt dicht bij Salzburg in de Alpen. Daar genieten de gemeenteleden van het meer, de bergen en, als het mee zit, het goede weer. Op zondag komt men dan samen in de kleine Evangelische Kirche van Sankt Wolfgang. Vaak zijn er ook enkele leden van de plaatselijke kerk aanwezig en meestal ook enig gasten uit Nederland.

Sankt Wolfgang Evangelische PfarrkircheDit jaar vond het gemeente-uitstapje plaatst in het weekend van zondag 10 juni. In de kerkdienst werd een preek van prof. dr. Bernard Kaiser over Romeinen 11:33-36 (link) gehouden: over de diepte van Gods rijkdom, wijsheid en kennis, want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Dat geldt voor God als Schepper. Dat zie je bv. in de schoonheid van de bergen en dalen rondom de Wolfgangsee. Maar ook als je naar de mensen kijkt: wij zijn niet als robot, maar als beeld van God gemaakt. Alle eer gaat ook naar God uit omdat Hij onze Verlosser is. Dat Hij zijn Zoon Jezus Christus als middel tot verzoening is een staaltje van rijkdom en wijsheid waar mensen uit zichzelf niet bij kunnen, zo diep gaat dat. Alleen door het geloof kunnen we zo’n onverwacht geschenk aanvaarden. Dan erkennen we ook dat we als mensen onder God staan en dat Hij geen verantwoording aan ons schuldig is. Luther zei al, dat we God niet in alles hoeven te kennen om ons toch in vertrouwen aan Hem te kunnen overgeven, omdat Hij ons in Christus tegemoet komt als een genadige en vergevende God.

Neuhofen - Gemeindeausflus 2017Na de kerkdienst volgde de gemeentepicknick aan het meer. Met mooie ontmoetingen en fijne gesprekken. Het is altijd goed om elkaar in een andere setting te ontmoeten, samen met de aanwezige gasten. Zeker voor een zo kleine gemeente als die van Neuhofen.

Volgend jaar, zo de HERE wil, reist de gemeente in juni weer af naar St. Wolfgang im Salzkammergut, want goede gewoontes moet je koesteren. De vaste preeklezer in Neuhofen, broeder Alessandro Brunal, had nog wel een wens: “Es wäre schön, wenn nächstes Mal ein Pfarrer aus Holland dabei sein könnte.” Dus wie zich geroepen voelt, mag zich melden!

Niet alleen in Neuhofen, maar in alle vijf de Evangelisch-Reformierte Kirchen stellen de gemeenteleden het erg op prijs wanneer medechristenen uit Nederland tijdens de vakantie de kerkdiensten bezoeken.

De SSRO (Stichting Steun Reformatie Oostenrijk) ondersteunt een aantal kleine gereformeerde kerken in Oostenrijk en Zwitserland – de ERKWB. Door activiteiten zoals bijbelcursussen, internetuitzendingen, vrouwenkringen en kinderclubs brengt men het evangelie verder in een sterk geseculariseerde omgeving. In de afgelopen jaren mochten de meeste gemeenten nieuwe leden verwelkomen. Kijk voor meer informatie op: www.ssro.nl en www.reformiert.at en www.erkwb.ch. Volg de SSRO op Facebook (SSRO.NL) of op Twitter (SSROnl). Giften zijn welkom op NL27 INGB 0000 0656 88 t.n.v. SSRO – Hasselt.