Openbare geloofsbelijdenis met een aangepast formulier

Belijdenisgroep collagePinksteren 2017: acht jongeren in onze gemeente ‘Het Noorderlicht’ te Assen-Peelo komen er openlijk voor uit dat ze in God geloven, dat ze bij Jezus Christus willen horen en dat de Heilige Geest hun motiveert om als christen te leven. In onze kerken gebruiken we daarbij altijd een kort belijdenisformulier. Deze keer hebben we dat (net als vier jaar geleden) aangepast tot een ‘Belijdenisformulier in Gewone Taal’ om het begrijpelijk te maken voor alle acht de jongeren. Uiteraard gebruiken we in zo’n dienst dan ook de ‘Bijbel in Gewone Taal’.

Graag plaats ik hier dit aangepaste belijdenisformulier voor gelovigen met een verstandelijke beperking. Gebruik ‘m in je eigen gemeente als je denkt dat het een goed alternatief is voor het officiële formulier.

Formulier voor openbare geloofsbelijdenis (aangepast voor gemeenteleden met een verstandelijke beperking)

Geliefde broers en zussen,

Jullie staan hier voor God en zijn gemeente om je geloof te belijden. Ik vraag je eerlijk te antwoorden op de volgende vragen.

1/ Je bent gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Geloof je in die God?

  • in de Vader, die de hemel en de aarde gemaakt heeft
  • in de Zoon, Jezus Christus, die ons gered heeft aan het kruis
  • in de Heilige Geest, de nieuwmaker, die ons geloof wil geven en het sterker wil maken

2/ Geloof je dat je al vanaf je geboorte zonde in je hebt? En dat je vaak niet het goede doet?  En dat God daarom terecht boos op je is?  Heb je spijt van alles wat je verkeerd hebt gedaan en wat je verkeerd hebt gezegd en wat je verkeerd hebt gedacht?

3/ Geloof je dat je bij de Here Jezus en zijn gemeente mag horen? Geloof je dat God je ál je zonden vergeeft door Jezus’ bloed en door zijn gebroken lichaam? Geloof je dat jij zo helemaal schoon kunt zijn voor God?

Kruis Muur Assen4/ Geloof je dat alles waar is wat er in de Bijbel staat? In het kort staat dit ook in de geloofsbelijdenis. Beloof je dat je dit zolang je leeft zult blijven geloven, met de hulp van de Heilige Geest?

5/ Wil je God en de andere mensen liefhebben? Wil je vechten tegen je slechte gedachten en woorden en daden en wil je respect hebben voor God? Wil je luisteren naar aanwijzingen van andere christenen als je fouten maakt? Wil je trouw naar de kerkdiensten komen met de gemeente en naar de preken luisteren? Wil je het Avondmaal meevieren?

Wat is daarop je antwoord?  JA

Zegenbede:

God heeft je geroepen om het goede te doen. Hij zal je ook sterk maken zodat je het vol kunt houden. Zo kun je blijven geloven en zo kun je zijn wil doen. De Heilige Geest zal je helpen en Jezus zal je schoon maken van de zonde. Alle eer is voor Hem, nu en voor eeuwig! Amen.

Zegenlied

Dit aangepaste formulier is in 2013 opgesteld n.a.v. catechisatie/bijbelonderwijs aan kerkleden met een verstandelijke beperking door Karla Leeftink-Huizinga. De foto van de christenen die met Pinksteren belijdenis deden in GKV ‘Het Noorderlicht’ te Assen-Peelo is gemaakt door Philip Roorda. 
Advertenties

KERST komt niet zomaar uit de lucht vallen

Bij iets onverwachts zeggen we wel eens:  ‘het komt zomaar uit de lucht vallen’. Dat gevoel kun je bij Kerst ook hebben. Vooral als je aan de herders denkt. Voor hen kwam, letterlijk, die ene engel en daarna het hele Engelenzang Wandkleedengelenkoor zomaar uit de lucht vallen. Toch is dat niet helemaal waar. De engel (misschien was het wel Gabriël) zegt namelijk tegen hen: Jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws. Het hele volk zal daar blij mee zijn. Vandaag is jullie Redder geboren: Christus, de Heer. Hij is geboren in Betlehem, de stad van David.

ZO IS HET BELOOFD!

Het is dus beloofd. Als je je Bijbel een beetje kende als gelovige Israeliet, wist je dat God beloofd had dat er een Redder zou komen die de mensen zou bevrijden uit de macht van de duivel, uit de greep van het kwaad en uit de invloedsfeer van de zonde. Meteen na de zondeval in het paradijs deed God die toezegging al, in de allereerste belofte van verlossing: Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en die van haar, zij verbrijzelen jou de kop, jij bijt hen in de hiel. Wanneer dat zou gebeuren, zei de HERE er niet bij, maar beloofd is beloofd: de duivel zal het niet redden, God zal hem verslaan, en heel veel mensen terugwinnen. Ja, dat is wat God wil: mensen terugbrengen bij Hem, terug bij God, terug bij onze Schepper. Die belofte is God blijven herhalen, heel het Oude Testament door. Het wordt allemaal ook steeds konkreter: de beloofde Redder komt uit het volk van Abraham, uit het koningshuis van David en zal worden geboren in het gehucht Betlehem.  De gelovigen in het Oude Testament hebben er lang op moeten wachten.Dat was niet altijd even gemakkelijk. Soms lieten ze de moed zakken. Maar uiteindelijk is Jezus Christus wel gekomen. Die ene aartsengel en daarna het hele engelenkoor bij de herders kwam niet zomaar uit de lucht vallen.

ZO IS HET GEBEURD!

Eeuwenlang verwacht – eindelijk gekomen. Zo hebben de gelovigen het ervaren toen ze hoorden en zagen, dat de lang beloofde Redder eindelijk gekomen was. Ze kregen, als dat nodig was, zelfs een extra teken. En daarna zingen ze van blijdschap: zo is het gebeurd!

Neem Maria. Als zij hoort dat ze de moeder van Gods Zoon mag worden, neemt ze graag haar plek in in Gods verlossingsplan. Ze jubelt het uit, zo jong als ze is, een jaar of 15 waarschijnlijk: Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht tot in eeuwigheid, zoals Hij aan onze voorouders beloofd heeft.

Neem Zacharias. Negen maanden kon hij geen stom woord uitbrengen, maar als hij weer praten kan, jubelt hij het uit, omdat de kleine Johannes als hij groot geworden is, aan Gods volk hun geestelijke redding bekend mag maken: de vergeving van hun zonden. Dus jubelt ook hij het uit: Geprezen zij de Heer, de God van Israel. Hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost. Een reddende kracht heeft Hij voor ons opgewekt uit het huis van David, zijn dienaar. Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende Licht uit de hemel over ons opgaan.

Neem Simeon. Hoe blij is hij als hij op zijn oude dag in de tempel het kindje Jezus op de arm mag nemen. Dan jubelt ook hij het uit: Met eigen ogen heb ik de redding gezien die U bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een Licht dat geopenbaard wordt aan het heidendom en dat tot eer strekt van Israel, uw volk.

Neem Paulus. Die kwam wel op een heel speciale manier met Jezus zijn Verlosser in aanraking. Toen hij ‘om’ was, heeft hij nooit iets anders meer gedaan dan aan iedereen die het maar horen wil te zeggen: Deze boodschap is betrouwbaar en verdient onze volledige instemming: Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. Ik was de eerste en juist over mij heeft Christus Jezus zich ontfermd, zodat ik een voorbeeld werd voor allen die in Hem geloven en het eeuwige leven zullen ontvangen.

ZO IS HET GEGAAN!

De tijd is niet stil blijven staan. Vandaag leven we ± 2015 jaar na de geboorte van Jezus Christus, het Kerstkind. We leven in een totaal andere tijd als toen. Maar God is niet veranderd. En wij ook niet. Tenminste, volgens de Bijbel zijn wij nog steeds mensen die, als het erop aan komt, onszelf niet kunnen redden, omdat we allemaal zondaars zijn en schuldig voor God staan. Als je dat erkent, weet je ook, dat je iemand anders nodig hebt die jouw redding is. Iemand waarvan God beloofd heeft: “Daar zal Ik voor zorgen!” Aan dat vooruitzicht klampten de gelovigen in het Oude Testament zich vast: “Maar straks kómt er Iemand!” Het is beloofd, wisten Adam en Eva, en Abraham, en David, en Jeremia, en Micha. Toen het allemaal uit kwam, waren de gelovigen in het Nieuwe Testament er enorm blij mee: “Nu ís er Iemand gekomen!” Het is gebeurd, geloofden Maria, Zacharias, Simeon en Paulus.

Wat zal dan vandaag jouw en mijn reaktie zijn? Ik hoop dat heel veel mensen met Kerst zeggen: “Hij is ook voor mij gekomen!” Dan is Jezus Christus niet alleen maar een kindje dat dik 2000 jaar geleden geboren is in een stal, maar ook de Persoon die nu woont in het hart van gelovige mensen. Dan heb je ervaren: zoals het beloofd en gebeurd is, zo is het ook gegaan in mijn leven. Jezus heeft ook mij gered en weer op de weg naar God gezet. En daar ben ik, net als al die andere gelovigen van vroeger en nu, heel erg blij mee!

 

Kerstfeest
Je vroeg mij, om een kerstgedicht te schrijven;
ik kan natuurlijk op de vlakte blijven
en spreken van de herders en de stal,
van engelen, die het heelal
vervulden met hun jubelende zingen,
van al die mooie, wonderlijke dingen
bij de geboorte van de Zoon van God –
maar ‘k bleef daarbij dan zelf wel buiten schot.

 

Ik zou ook wel van vrede kunnen spreken,
van volkeren die hun verdragen breken,
die mensenrechten treden met de voet;
van wanhoop, want men weet niet hoe het moet
om ooit op aarde vrede te bewerken,
omdat de zwakken vluchten voor de sterken,
omdat ze hulp’loos schreeuwen: ‘Waar is God?’
Maar dan nog bleef ik zelf wel buiten schot.

 

Het is zo makkelijk om God te vragen
je zonde als de nevel weg te vagen,
te bidden om de vreugd die niet vergaat,
terwijl je alles bij het oude laat;
maar Bethlehem is tot een eeuwig teken
dat wie God aanroept, met zichzelf moet breken;
hij houdt zijn leven niet meer buiten schot:
doeltreffend is de liefdepijl van God!
Nel Benschop – De stem uit de wolk (verzamelde gedichten), Kerstfeest 1982, pag. 350

 

 

 

Memento Mori – gelovig gedenken als gemeente van Christus

‘Eeuwigheidszondag’. In veel protestantse kerken worden op deze zondag de gemeenteleden die in het afgelopen jaar gestorven zijn herdacht. Op de (één-na-)laatste zondag van november. Laatst werd aan mij daarom de vraag gesteld: ‘Waarom gedenken wij in onze kerk de overledenen op 31 december en niet op de (één-na) laatste zondag van november?’ Mijn antwoord was: ‘Omdat we als gelovigen niet leven bij het kerkelijk jaar, maar bij de christelijke jaartelling.

Oudjaarsavond of ‘Eeuwigheidszondag’?

Kaars brandendIn de gereformeerde kerken bestaat al meer dan 150 jaar de gewoonte om op Oudjaarsavond een kerkdienst te beleggen. Daarin blikken we als gelovigen terug op wat het afgelopen jaar ons gebracht heeft. Alle ingrijpende momenten uit het leven krijgen daarin een plaats. En dus gedenken we in die kerkdienst ook de gemeenteleden en de geliefden van gemeenteleden die het afgelopen jaar zijn overleden. Persoonlijk vind ik zo’n kerkdienst op 31 december een heel natuurlijk moment. Alle belangrijke gebeurtenissen gebeuren op een bepaalde datum en die datum zoveel jaar ‘na de geboorte van Christus’. Maar er is ook een andere ontwikkeling in onze kerken. Namelijk: als je het liturgisch helemaal goed wilt doen, zou je de overledenen moeten gedenken op de laatste zondag van het kerkelijke jaar. Dat is eind november, een week voordat de vier zondagen van advent beginnen. Ik schreef daar een paar jaar geleden al eens een blog over met als titel Oudejaarsdienst 31 december – gelovig terugkijken, gelovig gedenken. In dat artikel haalde ik een collega aan die in de Gereformeerde Kerkbode van het Noorden in dec. 2013 een pleidooi voerde voor de invoering van ‘Eeuwigheidszondag’. Hij vroeg zich af: moeten we als kerk de overledenen herdenken in de deining van het wereldlijke jaar of in het ritme van de kerk en in de cadans van de heilsfeiten? Hij koos voor het laatste. In tegenstelling tot mij. Ik zal uitleggen waarom.

Als gelovige leef ik bij de christelijk jaartelling

Ik leef, als ik voor mezelf spreek, als gelovige veel meer bij de christelijke jaartelling dan bij het kerkelijk jaar. Iedereen van ons is in dit leven geboren op die ene, door God bepaalde datum in het jaar 1900- of 2000-zoveel. En de dag waarop de HERE het leven terugneemt koppelen we ook die ene datum uit de christelijke kalender. Dus komt een zondag in november op mij over als een onnatuurlijk, geforceerd en kunstmatig moment. Voor mijn gevoel gedenk ik dan de gemeenteleden en geliefden die overleden zijn wél in geloof, maar níet in het ritme van het gewone, dagelijkse leven. Een kerkdienst op Oudjaarsdag vind ik juist een heel natuurlijk, zinvol en kostbaar moment. In mijn beleving laten we aan het eind van het jaar als gelovigen samen Gods licht schijnen over alles wat er in het afgelopen jaar gebeurd is. Op de dag (tegenwoordig zelfs alle vijf dagen na Kerst) dat heel de wereld uitgebreid stilstaat bij weer een jaar voorbij, geven wij als christelijke gemeente daar de meest optimale invulling aan, namelijk met de Bijbel open en de blik vol emotie achterwaarts, vol vertroosting omhoog en vol verwachting vooruit gericht. Geef mij daarom dus maar een kerkdienst op Oudjaarsdag. Echt, 31 december is dé meest geschikte avond om onze geliefden in geloof te gedenken.

Deining en willekeur

Toen ik dit aan mijn collega liet weten reageerde hij begin januari 2014 als volgt.

Ik vind je argumentatie voor de Oudejaarsavond als gedenkmoment nogal zwak. Je schrijft : ‘Het ritme van de jaartelling is een scheppingsgegeven’. Ja dat lijkt me nogal logisch. Maar waar begint dat jaar? Dat is arbitrair. Als de kerk daarin wil kiezen voor een eigen cadans naast of misschien zelfs gegenüber de rest van de wereld lijkt me dat zo slecht nog niet. En dan kun je het reguliere jaarwisselingsgebeuren nog steeds kerkelijk zeer goed invullen in een terugkijken met de kalendermatige jaaroverzichten. Maar dan kies je wel stelling op het punt van: de kerk denkt in de deining van wat Christus hier op aarde heeft gedaan. En dan is Advent Nieuwjaar. Ik hoop dat je deze overpeinzing enige kans en stilte wilt geven en ben benieuwd naar je reactie.

We leven nu alweer bijna in 2017. Ik heb er niet permanent over nagedacht, maar toch wel regelmatig. En ik ben nog steeds niet van mening veranderd. Integendeel. Als 1 januari een willekeurig moment is, is de kalender van het kerkelijk jaar dat al helemaal. Die is namelijk gebaseerd op de geboorte van onze Heer. Volgens mij is overtuigend aangetoond dat dat niet op 25 december in de winter plaatsgevonden heeft.  Bovendien, waarom zouden we als kerk een alternatieve jaarcyclus invoeren en ons daarmee naast of zelfs tegenover de wereld gaan opstellen? Ik denk dat het veel beter is om een christelijke invulling te geven aan wat we in de samenleving belangrijke momenten vinden. Je moet als kerk daar zijn, waar de mensen zijn. Dus houden we op 24 december een Kerstnachtdienst en blikken we op 31 december gelovig terug op het afgelopen jaar, met speciale aandacht voor wie in dit jaar des HEREN door Hem uit dit leven zijn weggenomen. Dat is voor mij geen willekeurig moment, maar daarmee deinen we als kerk van Christus mee op het ritme van de wereld die Hij in zijn hand houdt.

Voor wie nog wat meer wil lezen: Eind december 2013 schreef ik dus de blog Oudejaarsdienst: gelovig terugkijken en gelovig gedenken. Eind december 2014 schreef ik nog twee stukjes. De eerste ging over waarom wij in de Oudjaarsdienst kaarsen aansteken: Kaarsen met oudejaarsavond. In het tweede stuk stond de tekst van de gedichten die bij het ontsteken van de vier kaarsen zijn voorgelezen: Als het leven soms pijn doet op Oudejaarsavond.

Pinksteren: hoe benader je belangstellende niet-christenen?

Handelingen is het boek van de Heilige Geest. De apostelen trekken de wereld in om in alle steden en dorpen eerst de Joden en dan de Grieken het goede nieuws over Jezus Christus te vertellen. Door de Heilige Geest komen duizenden tot geloof.

Niet-Joodse ‘vereerders van God’Heilige Geest duif

Wat mij opvalt is, dat ze vaak met meest positief ontvangen worden door mensen die regelmatig de joodse synagoge bezoeken, maar zich nog niet tot het jodendom bekeerd hebben. In het boek Handelingen worden ze een paar keer ‘proselieten’ genoemd (Hand. 2:11, 6:5, 13:43 –  in de oude vertalingen stond ‘Jodengenoten’). Letter betekent dat: ‘erbij gekomen zijn’.  Het zijn mensen die op zoek waren naar  de zin van het leven en daarbij het antwoord op hun levensvragen bij het joodse geloof gevonden hebben. Als heidenen hebben ze de God van Abraham, Isaak en Jakob leren kennen. Maar omdat ze geen geboren Joden waren, konden ze alleen maar toetreden tot het Jodendom als ze zich aan heel de Joodse wet en alle voorschriften van de Joodse traditie gingen houden. Daarom bleven de meesten van hen toch maar liever als vaste gast de synagoge bezoeken. Behalve de drie keren dat ze ‘proselieten’ genoemd worden, staat in Handelingen nog vaker dat ze ‘vereerders van God’ zijn (Hand. 10:2+22+35, Hand. 13:16+26+43+50, Hand. 16:14, Hand. 17:4+17, Hand. 18:7). Soms staat er uitdrukkelijk bij, dat het om Griekse mensen gaat. Veel van deze ‘vereerders van God’ kwamen door de evangelieverkondiging van Paulus en de andere apostelen tot geloof in Jezus Christus. Ze werden vaak de meest aktieve leden van de nieuwe christelijke gemeentes, omdat Christus ook voor hen heel de wet vervuld had en omdat Hij in zijn gemeente geen onderscheid tussen Jood en heiden maakt.

Niet-christelijke ‘Godzoekers’

Vandaag beleven wij steeds vaker iets soortgelijks.  Mensen met weinig of geen kerkelijke achtergrond komen met ons in kontakt. Soms als levenspartner van een gemeentelid, soms meegenomen door vrienden, soms omdat ze zelf op zoek zijn gegaan bijvoorbeeld via internet. Ze kennen de negatieve verhalen over de kerk die steeds weer in de media opduiken. Verhalen van vroeger (de kruistochten, die strakke gereformeerden) en verhalen van nu (seksueel misbruik door priesters en voorgangers, homo’s die niet welkom zijn in de kerk). Toch zijn ze in hun zoektocht naar de zin van het leven geïnteresseerd geraakt in het christendom. Meestal doordat ze persoonlijk iemand leerden kennen, die ze als oprecht en belangstellend christen hebben leren kennen. Dat wekte hun interesse.

Toch is er een belangrijk verschil met de vroeg-christelijke kerk. Wie zich in de Grieks-Romeinse tijd tot de God van de Joden bekeerde en zich na Pinksteren bij de christelijke gemeente aansloot, geloofde daarvoor in allerlei andere goden. Vandaag komen mensen vaak tot geloof vanuit een achtergrond waarin geloof en de vraag naar God amper nog een rol speelt. Kort geleden stond in het ND (15 mei) en in het DvhN (18 mei) dat in 2014 nog maar net 50% van de Nederlanders bij een ‘godsdienstige groepering’ hoort. Eind jaren ’90 was dat nog 60%, in 2010 niet meer dan 55% en nu dus nog maar de helft van Nederland. De andere helft is niet-religieus. Bij ons in het Noorden spant Groningen de kroon (34%) en zijn Drenthe en Friesland met 40% en 43% de nummers drie en vier wat betreft minst kerkelijke provincies. En ook al noemt de 50% van de bevolking zichzelf religieus of gelovig noemt,  van alle Nederlanders bezoekt maar iets meer dan 10%  wekelijks de kerk (of de moskee). Gereformeerde christenen die trouw naar de kerk gaan op zondag zijn dus echt een minderheid in Nederland! Meer dan de helft van Nederland is tegenwoordig niet gedoopt en krijgt van huis uit niets meer mee over God, Jezus en de Bijbel.

Zoekers positief benoemen

Nu las ik laatst een interessante vraag: hoe praten wij als kerk en als christenen over mensen die niet gelovig en vaak ook niet gedoopt zijn? Hoe wij over hen spreken verraadt namelijk hoe wij over hen denken. Een niet-christen noemen wij vaak een ongelovig, niet-kerkelijk, ongedoopt of religie-loos. We beschrijven daarmee een gemis. We benadrukken daarmee vooral wat mensen niet zijn. Ze zijn géén christen. Dat is een negatieve kwalificatie.

Waarom zou je het niet omdraaien? Waarom zou je niet het positieve beschrijven bij veel mensen die niet christelijk zijn opgevoed, maar wel op zoek zijn naar een positieve invulling van hun leven? Termen als zoeker of sympathisant of belangstellende of gastvriend klinken veel positiever. Misschien is het een idee om niet-leden die regelmatig in onze kerken komen, zelf te vragen hoe ze hun positie zouden willen noemen. Want de redenen waarom hun wegen zich met die van ons kruisen, zijn zo verschillend!

Dat het aantal niet-christelijke Nederlanders per jaar met bijna 1% toeneemt, is duidelijk. Maar er zijn geen cijfers over het aantal Nederlanders die, zelf niet gelovig opgevoed, op zoek zijn naar de zin van het leven en naar een God die zoveel van mensen houdt dat Hij zijn eigen Zoon naar deze wereld gestuurd heeft.

Hoe benaderen wij  zulke, soms bewuste, vaak onbewuste Godzoekers? Een houding van openheid en een sfeer van vriendelijkheid laat anderen zien: ‘Jij bent welkom bij ons, we zien in jou een geschenk van God, we hebben elkaar veel te bieden.’ Is dat de manier waarop wij andersdenkenden aanspreken? En willen wij ook van hen leren wat hen beweegt in hun zoektocht naar God?

De Heilige Geest zorgt voor een open houding

Toen onze Heer Jezus Christus terug naar de hemel ging, heeft Hij ons als christenen beloofd dat we niet alleen zouden achterblijven. De Heilige Geest zou komen om ons bij te staan. Niet voor niets wordt in de dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren in veel kerken gebeden om de komst van de Heilige Geest. Die kan en wil ons als kerkgemeenschap en ook persoonlijk de kracht geven om in deze tijd van afnemende gelovigheid open te staan en goed te reageren op mensen die zoeken naar de zin van hun leven en die, vaak via wonderlijke wegen, door Jezus onze Heer Zelf op hun zoektocht christenen tegenkomen. Christenen zoals jij en ik.

Zij die het geloof aanvaard hadden, stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden. (Handelingen 2 vers 47)

 

Een trouwdienst is geen bruidsboeket – over de wens om toch ‘in de kerk’ te trouwen

Wanneer mag je ‘in de kerk’ trouwen?  Binnen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt was het antwoord lange tijd heel duidelijk: als bruidegom en bruid allebei (belijdend) lid zijn van de kerk. Maar het komt steeds vaker voor dat een gelovig kerklid gaat trouwen met een vrouw of man die niet gelooft of nog niet gelooft. Toch bestaat bij beiden de wens om de trouwdag ook een christelijke invulling te geven. Steeds vaker vraagt zo’n stel of de kerk op één of andere manier daaraan kan meewerken. Hetzelfde geldt voor gelovige kerkleden die gescheiden zijn en opnieuw gaan trouwen. Hoe ga je als kerk met zulke verzoeken om?

Als kerk aanwezig op de trouwdag

Echtscheiding trouwen in kerkIn nagenoeg alle kerken binnen de GKV wordt een huwelijk van een gemeentelid met een niet-christelijke partner niet kerkelijk bevestigd. Dat gebeurt in principe ook niet bij een tweede huwelijk na echtscheiding (tenzij er sprake was van overspel door de ex-partner).  Toen we hierover met elkaar doorspraken in de smalle ouderlingenraad van Assen-Peelo  kwamen we tot het volgende standpunt:

Ook als een volledige kerkelijke huwelijksbevestiging niet mogelijk is, willen we als kerk wel royaal tegemoet komen aan de oprechte wens van een aanstaand echtpaar om op hun trouwdag Gods Woord te laten horen en in een gebed om zijn zegen over hun huwelijk te vragen.

Mag het toch iets meer zijn?

Waarom kan er geen kerkelijke huwelijksbevestiging plaatsvinden als het om echtparen gaat waarvan de ene partner wel gelooft en de andere (nog) niet?  Is dat niet in strijd met de afspraak die in art. 70 van de oude kerkorde staat: De kerkeraad zal erop toezien dat de huwelijken kerkelijk bevestigd worden, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier dient te worden gebruikt.

Vóór de oorlog werd in de ongedeelde Gereformeerde Kerk op grond van dit artikel bijna elk huwelijk kerkelijk bevestigd. Ook als het om één dooplid met een ongelovige ging. Maar na de Vrijmaking is bijna zonder diskussie gekozen voor een andere lijn: je kunt alleen oprecht je JA-woord in de kerk herhalen en Gods zegen over je huwelijk vragen, als je dat allebei ook echt  gelooft. Meestal (niet altijd) werd daarbij ook de voorwaarde gesteld, dat je allebei belijdenis moest hebben gedaan voor  je in de kerk kon trouwen.

Ik denk dat dit nog steeds een terechte wijziging is geweest. Bij een kerkelijke huwelijksbevestiging is de situatie anders dan bij de doop van een kind van één gelovige en één niet-gelovige ouder. Daar wordt de doop bediend aan het kind en kan de ongelovige ouder aanwezig zijn, het kind bij de doop vasthouden en eventueel een aangepaste doopvraag beantwoorden.

Bij het trouwen gaat het om het bruidspaar zelf. Zij herhalen in de kerk hun beloften die ze op het stadhuis gegeven hebben nogmaals tegenover elkaar voor God en zijn gemeente. En ze ontvangen daarna de zegen van de HERE over hun huwelijk. Hierbij kun je geen onderscheid maken tussen de gelovige man/vrouw en de niet-christelijke wederhelft.

Als er bij één van de huwelijkspartners geen of onvoldoende geloof gevonden wordt, kan er dus geen kerkelijke huwelijksbevestiging plaatsvinden.  Maar betekent dat, dat er dan helemaal niets kan plaatsvinden op de trouwdag zelf? En dat we als kerk hoogstens de zondag erna in de eredienst de HERE om een zegen over dit huwelijk kunnen vragen? Vaak is dat ook nog een zorgelijk zegentje, omdat één van de twee (nog) niet gelooft.

BruidsboeketNaar mijn mening kunnen we hierin veel royaler zijn. Zeker, omdat deze situatie vaker voor gaat komen en er konkreet om gevraagd wordt door gemeenteleden. Het is in eerste instantie bijzonder te waarderen dat die vraag komt! Zeker als duidelijk wordt, dat de wens om een kerkelijke samenkomst wel ietsje dieper gaat dan de wens om samen een prachtig bruidsboeket of een mooie trouwauto uit te zoeken.

Drie ijkpunten

Waaraan kun je als kerkenraad beoordelen of een aanstaand bruidspaar vanuit een oprechte wens en, als het om de gelovige gaat, een gelovig verlangen graag een soort kerkdienst op hun trouwdag wil houden? Als kerkenraad van Assen-Peelo hebben we samen drie konkrete ijkpunten gevonden.

1/ Oprecht geloof  Allereerst moet er bij de kerkelijke helft van het aanstaande bruidspaar een levend geloof gevonden worden, zowel in woorden als in daden. Te denken valt aan kerkgang, aan deelname aan het gemeentelijke leven en aan de indrukken van de ambtsdragers tijdens huisbezoek en andere gesprekken die gevoerd zijn. Ook bij de niet-kerkelijke wederhelft moet een welwillende houding zijn tegenover de gelovige partner en tegenover de kerkelijke gemeenschap, ook al gelooft hij/zij zelf (nog) niet.

2/ Geen ‘trouwdienstje spelen’  Bij een kerkelijke huwelijksbevestiging worden de huwelijksbeloften tegenover God en zijn gemeente herhaald. Wanneer één van de twee geliefden daar niet oprecht antwoord op kan geven, moet ook de schijn vermeden worden. Dat betekent a) dat het huwelijksformulier niet gelezen wordt; b) het ja-woord ook niet op een andere manier tegenoverGod en zijn  gemeente herhaald wordt; c) er niet op de knielbank geknield om een persoonlijke zegen van de HERE te ontvangen; d) er wordt geen officiële trouwdienst belegd wordt, maar een gewone kerkdienst op verzoek van het bruidspaar.

Trouwringen3/ Wel als kerk Gods Woord laten klinken op de trouwdag  Het was altijd al gebruikelijk om ook Gods zegen te vragen over gemengde huwelijken, gedwongen huwelijken, huwelijken na samenwonen of echtscheiding, en in
andere situaties, bijvoorbeeld als iemand om psychische redenen niet voor in de kerk durfde te zitten. Bijna altijd werd dan de zondag erop in de kerkdienst voor het pasgetrouwde echtpaar gebeden. Als dit op de zondag erna kan, is er geen principieel bezwaar om dit ook op de trouwdag zelf te doen. Als kerk wil je graag op de hoogtepunten en dieptepunten van het leven met het Woord van de HERE bij de mensen zijn. Ook als het geen trouwdienst kan zijn, is er nog veel mogelijk. Zo doen we dat in onze kerken ook bij het overlijden van gemeenteleden: dan wordt er geen kerkdienst gehouden. Maar we beleggen wel een samenkomst  waarin een dominee voorgaat. Dat is een samenkomst die de familie belegt, maar die toch ook heel duidelijk vanuit de kerkelijke gemeente gehouden wordt. Vanuit dat oogpunt kan een kerkenraad ook vrijmoedig zijn medewerking verlenen aan een kerkelijke samenkomst op de trouwdag van een huwelijk dat niet kerkelijk bevestigd kan worden. Met de twee voorwaarden die hierboven genoemd zijn er de volgende mogelijkheden:

  1. Een kerkdienst of samenkomst beleggen en die, net als bij een trouwdienst, ook afkondigen.
  2. Een ‘orde van dienst’ volgen met een aantal vaste elementen van een kerkdienst, zoals ook tijdens begrafenissen of doordeweekse diensten zoals biddag, dankdag en oudjaar gebeurt.
  3. De trouwbijbel overhandigen met bijbehorende toespraak.
  4. Dit huwelijk en dit echtpaar in gebed aan de HERE opdragen.

Beloning van verkeerde keuzes?

Je kunt je natuurlijk afvragen, of we als kerk hiermee niet onwenselijke situaties goedkeuren. Wanneer de dominee vanaf de preekstoel vanuit Gods Woord verkondigt, dat de HERE relaties tussen een gelovige en een ongelovige afkeurt en echtscheidingen verafschuwt , haal je de scherpte van die oproep niet onderuit door op gemengde of tweede huwelijken toch een kerkdienst of samenkomst te beleggen?
Het lijkt me belangrijk om dan vooral dit goed voor ogen te houden: als kerk hebben we van de Here Jezus de opdracht om zijn Evangelie te laten klinken. Dat geldt in alle situaties van het leven. Dus mag dat ook tijdens de samenkomst op de trouwdag van een stel dat niet officieel in de kerk kan trouwen.  Als maar duidelijk is, wat de motivatie van het echtpaar is. En als maar wel helder is, hoe de invulling  van de samenkomst er uit ziet. De wezenlijke elementen die bij een kerkelijke huwelijksbevestiging horen, vind je in zo’n dienst van Woord en gebed niet terug. Het wordt dus geen ‘trouwdienst–light’.  Maar we willen wel graag Gods Woord laten horen, juist op zo’n bijzondere dag! Voor de gelovige helft. Voor de (nog) niet gelovige wederhelft. Voor alle familie en vrienden die om het echtpaar heen staan. Zo doen we dat ook op begrafenissen en zelfs op crematies. Ook als de familie dan in meerderheid niet-kerkelijk of niet meer gelovig is, grijpen we toch de kans om te vertellen wie God is en wil zijn met beide handen aan. Bovendien – wat de één een beetje als een beloning van een verkeerde keus ziet, zal een ander misschien ervaren als behoorlijk minimalistisch, omdat er in vergelijking met trouwdiensten in andere kerken meer niet mag dan wel.

Royaal gereformeerd zijn

In onze kerken willen we graag royaal én goed gereformeerd zijn. Dat betekent: geef elkaar de ruimte die de Bijbel ons biedt en handhaaf samen de grenzen de Bijbel ons aangeeft. Wanneer er geloof gevonden wordt, mogen we samen vooruit kijken. Dat  doet Jezus onze Heer ook. Zonder de zonde goed te praten (integendeel!) zegt Hij tegen gelovige mensen: “Ga heen en zondig vanaf nu niet meer.” In zijn voetspoor moet het mogelijk zijn om als plaatselijke kerk bij gemengde huwelijken en bij een tweede huwelijk na echtscheiding het volgende uit te spreken:

Wanneer een kerkelijke huwelijksbevestiging niet mogelijk is, maar er wordt wel oprecht geloof gevonden bij één of beide partners, zal de kerkeraad, als daarom gevraagd wordt, ruimhartig meewerken aan een kerkelijke samenkomst. Tijdens zo’n dienst zullen de onderdelen die duidelijk bij een kerkelijke huwelijksbevestiging horen (formulier, beloften + jawoord, persoonlijke zegen op knielbank) niet voorkomen.

 

 

Overweldigende liefde

Maria vond, dat Jezus er vermoeid uitzag. Ze zag de lijnen in z’n gezicht en de wallen onder z’n ogen. Maar toen Jezus haar zag, lichtten zijn ogen op. ‘Maria, fijn je te zien’, zei Hij. ‘Ik ben blij dat U er bent, Heer’,  zei ze. ‘Het is alweer zo lang geleden.’  Ze wist, dat Hij lange tijd uit de buurt van Jeruzalem gebleven was. Het was te gevaarlijk voor Hem. De joodse leiders wilden Hem doden. ‘Ik maak me zorgen’, zei Maria. Jezus glimlachte en schudde langzaam z’n hoofd. ‘Je bent bezorgd voor niks, lieve Maria. Mijn leven is in de hand van mijn Vader.’

Maria zalfolieMaar de manier waarop Hij het zegt verraadt de spanning. Net alsof het een verborgen boodschap is. Er trekt een rilling door Maria heen als ze samen naar de woonkamer lopen. Er zal iets vreselijk fout gaan. Ze voelt het. Het gaat tegen alle logica van de mensen in. Zonet hadden ze Jezus nog als een koning binnengehaald. De verwachtingen zijn hooggespannen. Het zal alleen heel anders zijn dan de meesten denken. Maria weet het gewoon. Ze heeft een soort zesde zintuig, een bang voorgevoel. Er gaat iets ergs gebeuren met Jezus. Maria voelt dat goed aan. Jezus zelf weet: Ik ben op weg naar Jeruzalem . Ik ben op weg naar mijn arrestatie. Ik ben op weg naar een bewuste dood. Hij spreekt er openlijk over met zijn leerlingen. Maar niemand wil Hem geloven. Alleen Maria voelt het aan. Daarom doet zij iets heel bijzonders. De enige passende aktie. Ze komt met een daad van overweldigende liefde.

Weet je wat overweldigende liefde is? Als je je dochter van bijna 3 jaar naar bed brengt. Je zingt een liedje voor haar. Je vertelt een verhaaltje aan haar. Je zegt een gebedje op met haar. Daarna stop je haar lekker onder en zegt: ‘Jessica, ik hou van jou’. Maar je bent de kamer nog niet uit, of je hoort: ‘Ik hou meer van jou, mama!’ Dus ga je terug, geeft haar nog een dikke kus en zegt: ‘En ik het meest van jou, Jessica.’ Maar alweer: je bent de kamer nog niet uit, of ze roept je achterna: ‘En ik van jou het allermeest van de héééle wereld!’ Wow! Game over! Het allermeest van de héééle wereld! Dat is pas echt overweldigend! Je dochter houdt niet het meest van haar favoriete pop. Of een uitstapje naar een grote speeltuin. Of een verjaardag met een grote taart en mooie kadootjes. Nee, ze houdt van jou – van jou meer dan van de héééle wereld. Dat is overweldigende liefde. Daarvoor gaat alles aan de kant. Daarvoor heb je alles over. Je wenst alleen maar dat je nóg meer zou kunnen geven. Niets is te kostbaar. Niets is te overdreven. Je hart wil dat je geeft – alles geeft.

Dat doet Maria als ze Jezus zalft met die zeer kostbare, zuivere nardusolie.  Daarmee geeft ze alles wat ze heeft aan Jezus. Als ze Hem ziet binnenkomen, weet ze gewoon:  binnenkort zal Jezus sterven. Waarom? Hoe? Is dat  Gods plan? Maria heeft geen idee … maar dit weet ze wel: Jezus is mijn alles, en dus geef ik Hem alles wat ik heb. Alles wat ik heb, als uitdrukking van mijn overweldigende  liefde.

maria zalving JezusDie olie was niet het meest kostbare wat Maria gaf. ‘Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn’ had Jezus al eens eerder gezegd.  Het kostbaarste wat Maria geeft, is haar hart.  Dus breekt ze de hals van het flesje spontaan eraf. Ze giet de hele inhoud over het hoofd van Jezus uit. Ze stopt niet halverwege, maar laat de parfum echt rijkelijk vloeien. Tot de laatste druppel! Zodat de olie de voeten van Jezus bereikt. En dan doet Maria nog iets heel aparts. Ze maakt haar haar los en droogt de voeten van Jezus ermee af. Voor Maria maakt het allemaal niets uit. Ze wil niets achterhouden. Al haar liefde gaat uit naar Jezus.

Wat zie je daarna? Iedereen valt over haar heen. Vooral Judas. Eén persoon reageert niet negatief. Jezus. Hij wijst Maria niet af en geeft haar geen berisping.  Nee, zegt Hij: ‘Laat haar met rust, waarom vallen jullie haar lastig? Ze heeft iets goed voor Mij gedaan. Ze heeft mijn  lichaam nu al met olie gebalsemd. Dat heeft ze gedaan met het oog op mijn begrafenis.’

Ongemakkelijk. Zo voel ik me altijd een beetje bij dit verhaal. Wat Maria doet – ik vind het eigenlijk geen overweldigende liefde. Ik vind het eerder overdreven liefde. Voor Judas was het zelfs aanleiding om met Jezus te kappen. Weg met Hem! Wie vindt zulke verkwisting nou goed?  Ik wil niet Judas zijn. Maar waarom ben ik dan toch zo kritisch over Maria? Weet je, als ik kritisch ben op anderen, zeg ik vooral iets over mijzelf.

Maria heeft een hart vol dankbaarheid
Judas heeft een hart vol bitterheid
Maria komt met totale overgave
Judas komt met een verborgen agenda
Maria hoort wat Jezus zegt – en antwoordt met liefde
Judas hoort ook wat Jezus zegt – maar loopt weg en verraadt zijn Heer
Maria geeft zichzelf helemaal
Judas houdt alles voor zichzelf
Maria bedelft Jezus onder kussen
Judas verraadt Jezus met één kus

Op wie lijk ik? Overweldigende liefde  is een beetje raar. Maar echte liefde kost de gever altijd wat. Anders is het een gift – je doet het voor het goede doel en hebt er zelf niet echt last van. Maria geeft álles. Maria geeft zichzelf. Ze geeft zich helemaal. Hoe is dat met mij? Hoeveel hou ik van Jezus? Het allermeest van de héééle wereld?

1 Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, naar Lazarus die hij uit de dood had opgewekt. 2 Daar hield men ter ere van hem een maaltijd; Marta bediende, en Lazarus was een van de mensen die met hem aanlagen. 3Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, brak het flesje, goot de olie uit over zijn hoofd, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar. De geur van de olie trok door het hele huis. 4 Sommige aanwezigen zeiden geërgerd tegen elkaar: ‘Waar is deze verkwisting goed voor?’ Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die hem zou uitleveren, vroeg: 5 ‘Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?’ 6 Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit. 7 Maar Jezus zei: ‘Laat haar, ze doet dit voor de dag van mijn begrafenis; 8 de armen zijn immers altijd bij jullie, maar ik niet.’ 9 Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’ 10 Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren. 11 Toen zij dit hoorden, waren ze opgetogen en beloofden ze hem geld te zullen geven. En hij zon op een mogelijkheid om hem op een geschikt moment uit te leveren. Johannes 12:1-8 + Markus 14:3b,4,9-11

Als het leven soms pijn doet – gelovig gedenken op Oudejaarsavond

In de Oudejaarsdienst op 31 december 2014 van de GKV Assen-Peelo hebben we gelezen uit 2 Petrus 3:1-9, nagedacht over het thema De tijd is gevuld met Gods geduld en vervolgens het volgende moment van gedachtenis gehouden.

Moment van gedachtenis

In deze laatste uren van 2014 beseffen we dat er weer een jaar voorbij is. En we beseffen ook, dat onze tijden in Gods hand zijn. Dat is een rustgevende gedachte bij alle drukte en hektiek. Het is vooral een troostvolle gedachte wanneer we denken aan ouders, broers en zussen en kinderen die de HERE God eerder dan ons uit dit leven weggenomen heeft. Daarom zingen we nu eerst een gedenklied. Daarna ontsteken we de gedenkkaarsen.

Gedenklied: Liedboek 103 : 1, 2, 3 (De heiligen, ons voorgegaan)

 

1e kaars: we gedenken de kinderen die al in de moederschoot, kort na de geboorte of in de kinderjaren door de HERE uit dit leven werden weggenomen.babyvoetjes

U was het die mijn nieren vormde,

die mij weefde in de buik van mijn moeder.

Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan.

Psalm 139 vers 13-14

 

2e kaars: we gedenken alle ouders die ons het leven hebben gegeven en hebben voorgeleefd en nu, vaak op hoge leeftijd, ons zijn voorgegaan.

Het is een troost te weten dat hierna nog iets komt

en dat de stem van de ander niet voor altijd verstomt.

We zien ze niet meer lopen of samen met ons gaan

en toch zegt iets van binnen dat zij dicht naast ons staan.

 

We zien de lege plaats wel, die stoel blijft pijnlijk leeg.Kaars brandend

Er blijft een stilte achter bij wat vaak aandacht kreeg.

Maar toch zegt iets van binnen dat zij er zeker zijn.

Die troost trekt met ons verder en draagt ons door de pijn.

 

Ons wacht een blijde toekomst, waar wij weer hand in hand

gaan langs de gouden stranden van het beloofde land.

Het heimwee ligt dan achter, de zorgen zijn niet meer.

Voor eeuwig zijn we samen in het land van onze Heer!

 

3e kaars: we gedenken alle andere geliefden van wie we in 2014 afscheid moesten nemen en die we zo missen omdat ze ons heel erg dierbaar waren.

God wat een dag,

wanneer de graven opengaan

en al uw kinderen,

reeds jarenlang tot stof vergaan,Voor altijd in mijn hart - Jezus

daar zomaar zullen staan,

stralend en fris

in het schitterend licht

van uw gezicht,

het witte feestkleed aan.

Coosje van Campen

 

4e kaars: we gedenken alle slachtoffers van de vele rampen, oorlogen en ziektes waardoor over heel de wereld en ook in ons land zoveel mensen getroffen zijn.

Als het leven soms pijn doet,

en de storm gaat te keer

in een tijd van moeite en verdriet.

Alsof de zon niet meer opkomt

en het altijd donker blijft

en de ochtend het daglicht nooit meer ziet.
 

Juist op die momenten als het echt niet meer gaat,

laat me merken laat me voelen dat U werkelijk bestaat,

dat uw armen om mij heen zijn en uw liefde mij omgeeft,

dat ik zal zien als ik terugkijk, dat U mij gedragen heeft.

 

Als ik kom met al mijn vragen, roos huwelijk

met mijn twijfels en mijn pijn,

met mijn angst en onveiligheid,

lijkt de hemel soms van koper,

geen gebed komt er doorheen

en ik verstik in onzekerheid.

 

Heer wilt U mij helpen als ik moe ben of verward,

dat het geloof in mijn verstand ook zal leven in mijn hart!

En dat uw armen om mij heen zijn en uw liefde mij omgeeft,

dat ik zal zien als ik terugkijk, dat U mij gedragen heeft.

 

Reni & Elisa Krijgsman – https://www.youtube.com/watch?v=BZMNxvcfNos