Memento Mori – gelovig gedenken als gemeente van Christus Anno Domini 2018

Laatst vroeg iemand mij: ‘Waarom gedenken wij in onze kerk de overledenen op 31 december en niet op de (één-na) laatste zondag van november?’ Mijn antwoord was: ‘Omdat we als gelovigen niet leven bij het kerkelijk jaar, maar bij de christelijke jaartelling. Als kerk van Christus deinen we mee op het ritme van de wereld die Hij in zijn hand houdt.’

Oudjaarsavond of ‘Eeuwigheidszondag’?

cropped-gentianen-drentheIn de gereformeerde kerken bestaat al meer dan 150 jaar de gewoonte om op Oudjaarsavond een kerkdienst te beleggen. Daarin blikken we als gelovigen terug op wat het afgelopen jaar ons gebracht heeft. Alle ingrijpende momenten uit het leven krijgen daarin een plaats. En dus gedenken we in die kerkdienst ook de gemeenteleden en de geliefden van gemeenteleden die het afgelopen jaar zijn overleden. Persoonlijk vind ik zo’n kerkdienst op 31 december een heel natuurlijk moment. Alle belangrijke gebeurtenissen gebeuren op een bepaalde datum en die datum zoveel jaar ‘na de geboorte van Christus’. Maar er is ook een andere ontwikkeling in onze kerken. Namelijk: als je het liturgisch helemaal goed wilt doen, zou je de overledenen moeten gedenken op de laatste zondag van het kerkelijke jaar. Dat is eind november, een week voordat de vier zondagen van advent beginnen. Ik schreef daar al eens een blog over met als titel Oudejaarsdienst 31 december – gelovig terugkijken, gelovig gedenken. In dat artikel haalde ik een collega aan die een aantal jaren geleden in de Gereformeerde Kerkbode van het Noorden een pleidooi voerde voor de invoering van ‘Eeuwigheidszondag’. Hij vroeg zich af: moeten we als kerk de overledenen herdenken in de deining van het wereldlijke jaar of in het ritme van de kerk en in de cadans van de heilsfeiten? Hij koos voor het laatste. In tegenstelling tot mij. Ik zal uitleggen waarom.

Als gelovige leef ik bij de christelijk jaartelling

Ik leef, als ik voor mezelf spreek, als gelovige veel meer bij de christelijke jaartelling dan bij het kerkelijk jaar. Iedereen van ons is in dit leven geboren op die ene, door God bepaalde datum in het jaar 1900- of 2000-zoveel. En de dag waarop de HERE het leven terugneemt koppelen we ook die ene datum uit de christelijke kalender. Dus komt een zondag in november op mij over als een wat onnatuurlijk, geforceerd en kunstmatig moment. Voor mijn gevoel gedenk ik dan de gemeenteleden en geliefden die overleden zijn wél in geloof, maar níet in het ritme van het gewone, dagelijkse leven. Een kerkdienst op Oudjaarsdag vind ik juist een heel natuurlijk, zinvol en kostbaar moment. In mijn beleving laten we aan het eind van het jaar als gelovigen samen Gods licht schijnen over alles wat er in het afgelopen jaar gebeurd is. Op de dag (tegenwoordig zelfs alle vijf dagen na Kerst) dat heel de wereld uitgebreid stilstaat bij weer een jaar voorbij, geven wij als christelijke gemeente daar de meest optimale invulling aan, namelijk met de Bijbel open en de blik vol emotie achterwaarts, vol vertroosting omhoog en vol verwachting vooruit gericht. Geef mij daarom dus maar een kerkdienst op Oudjaarsdag. Echt, 31 december is volgens mij dé meest geschikte avond om onze geliefden in geloof te gedenken. Die gewoonte ken ik al zolang ik mij ervan bewust ben. Eerst nog sober: toen ik als predikant begon werden de namen van overleden gemeenteleden alleen in het gebed genoemd (en dat ging een enkele bejaarde broeder of zuster al te ver: ‘Dat wil ik liever niet, dominee, als ik onverhoopt dit jaar uit de tijd raak.’) . Sinds een aantal jaren met meer aandacht en symboliek. Dus doen we het nu met kaarsen en passende bijbelgedeeltes, liederen en gedichten.

Deining en willekeur

Toen ik dit aan mijn collega liet weten reageerde hij als volgt.

Ik vind je argumentatie voor de Oudejaarsavond als gedenkmoment nogal zwak. Je schrijft : ‘Het ritme van de jaartelling is een scheppingsgegeven’. Ja dat lijkt me nogal logisch. Maar waar begint dat jaar? Dat is arbitrair. Als de kerk daarin wil kiezen voor een eigen cadans naast of misschien zelfs gegenüber de rest van de wereld lijkt me dat zo slecht nog niet. En dan kun je het reguliere jaarwisselingsgebeuren nog steeds kerkelijk zeer goed invullen in een terugkijken met de kalendermatige jaaroverzichten. Maar dan kies je wel stelling op het punt van: de kerk denkt in de deining van wat Christus hier op aarde heeft gedaan. En dan is Advent Nieuwjaar. Ik hoop dat je deze overpeinzing enige kans en stilte wilt geven en ben benieuwd naar je reactie.

We leven nu alweer bijna in 2019. Ik heb er niet permanent over nagedacht, maar toch wel regelmatig. En ik ben nog steeds niet van mening veranderd. Integendeel. Als 1 januari een willekeurig moment is, is de kalender van het kerkelijk jaar dat al helemaal. Die is namelijk gebaseerd op de geboorte van onze Heer. Volgens mij is overtuigend aangetoond dat dat niet op 25 december in de winter plaatsgevonden heeft.  Bovendien, waarom zouden we als kerk een alternatieve jaarcyclus invoeren en ons daarmee naast of zelfs tegenover de wereld gaan opstellen? Ik denk dat het veel beter is om een christelijke invulling te geven aan wat we in de samenleving belangrijke momenten vinden. Je moet als kerk daar zijn, waar de mensen zijn. Dus houden we op 24 december een Kerstnachtdienst en blikken we op 31 december gelovig terug op het afgelopen jaar, met speciale aandacht voor wie in dit jaar des HEREN door Hem uit dit leven zijn weggenomen. Dat is voor mij geen willekeurig moment, maar daarmee deinen we als kerk van Christus mee op het ritme van de wereld die Hij in zijn hand houdt.

Voor wie nog wat meer wil lezen: Eerder schreef ik de blog Oudejaarsdienst: gelovig terugkijken en gelovig gedenken. Verder schreef ik nog twee stukjes. De eerste ging over waarom wij in de Oudjaarsdienst kaarsen aansteken: Kaarsen met oudejaarsavond. In het tweede stuk stond de tekst van de gedichten die we tijdens een Oudejaarsdienst bij het ontsteken van de vier kaarsen hebben voorgelezen: Als het leven soms pijn doet op Oudejaarsavond.
Advertenties

Licht in de nacht (doe uit dat gele hesje)

Licht in de nacht – wat moeten we op kerstavond met een thema als dit?

Dat jullie hier zitten geeft in elk geval aan, dat je op z’n minst op zoek bent naar iets als ‘licht in de nacht’.  Veel mensen hebben daar behoefte aan. En dat is iets van alle tijden.  Al meer dan 2.700 jaar geleden schreef Jesaja de bekende woorden op over ‘Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven’. Hij noemt hem o.a. ‘Vredevorst’ en hij zegt erbij dat er onder zijn regering aan de vrede geen einde zal komen.

Dat zijn de bekende woorden uit die tekst. Maar weet u ook aan wie het geschreven is?  Nou, luister maar: “Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een licht.”

Wandelen in donkerheid en wonen in een land van diepe duisternis – dat is een gevoel dat je altijd en overal tegenkomt bij mensen. En waar kom je het tegen? Overal waar mensen geen vrede hebben.

Tegenover ‘vrede’ staat ‘oorlog’. In de tijd van Jesaja was dat zo. Het volk Israel werd bedreigd en aangevallen. In de tijd van de geboorte van Jezus was dat zo. Het land was al ruim 60 jaar bezet door de Romeinen. Dreunende, stampende soldatenlaarzen maakten de mensen bang. Vandaag is het in veel delen van de wereld niet anders. Er is geen vrede, maar oorlog. En er gloort geen licht aan de horizon.

gele hesjesTegenover ‘vrede’ kan ook iets anders staan, nl. ‘onvrede’.  Dan gaat het meer om de gevoelens van u en mij, van de burgers van op zich welvarende land. Ik moet daarbij meteen denken aan de protestbeweging van de gele hesjes. Als je daar es over nadenkt: wat zit er veel frustratie bij veel mensen tegenover de eigen overheid. Waar komt die een diepe woede van burgers vandaan? Vaak komt dat doordat ministers en ambtenaren vanuit een ivoren toren regeren. Ze hebben totaal geen feeling meer met wat er werkelijk in de samenleving leeft.

Tegenover ‘vrede’ kan nog een derde iets staan. Namelijk ‘martelende onzekerheid’. Als het om je afnemende gezondheid gaat. Of wanneer je overal alleen voor staat, bv. na je scheiding. Of je hebt vanwege je beperking nog steeds geen perspectief op een baan. Die onzekerheid kan zomaar leiden tot kritische vragen aan God. ‘Waar bent U?’ Of, nog dieper: ‘Bestaat er wel een God?’

Herkent je deze gevoelens? Van moedeloosheid – al die oorlogen? Van onvrede – een falende overheid? Van onmacht – het breekt je bij de handen af?

Je dwaalt rond in de duisternis. Het voelt alsof het alleen maar donker is.

Toch wil ik nog één stap verder gaan. Ik denk dat veel mensen die stap niet zetten. Het heeft iets te maken met de uitdrukking: ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf.’ Dat kun je ook toepassen als je de oorzaak van veel ellende wilt opsporen: begin dan maar bij jezelf.

De oorzaak van veel oorlogen is onderlinge haat. Bevolkingsgroepen staan elkaar naar het leven.

De oorzaak van veel onvrede is jaloersheid. Een ander heeft wat ik niet heb.

De oorzaak van veel kritische onmacht is hoogmoed. Het is niet eerlijk wat mij overkomt.

Laatst zat ik in de auto op Radio Noord naar ‘Twei deuntjes veur ain cent’ te luisteren. Toen kwam er een rebels kerstliedje van de Groningse zangeres Lianne Abeln voorbij. De tekst raakte mij, en ik geef ‘m even door in het Nederlands:

God, als het kan, leer ons dan redelijk denken,

niet aan onszelf, dat doen we al genoeg.

Maar meer aan U, meer aan miljarden and’ren.

Of is het voor zulk denken nog te vroeg?

 

Leer ons de leugens zien, de lege woorden

en halve waarheden van elke dag.

Leer ons begrijpen dat geweld niks oplost.

Leer ons weer voelen dat niet alles mag.

 

Geef ons uw vrede mee als diep en groot bezit.

Geef ons wat liefde mee, geef ons úw liefde mee.

Misschien krijgt dan de wereld voorgoed een and’re kleur

en breekt in donkere dagen

(en het zíjn donkere dagen),

uw stralend licht licht er door.

 

Wij hebben onbegrensde mogelijkheden

aan egoïsme, haat en bruut geweld.

Wij vinden ons geweldig, maar we bukken

als ’t ons te pas komt diep voor ’t goede geld.

 

’t Is nog niet wat je noemt echt samen leven,

want ieder veegt het liefst z’n eigen straatje schoon.

Een ander deelt niet mee, die kan verrekken,

maar op het laatst  blijft er niets over van dat machtsvertoon.

 

Geef ons uw vrede mee als diep en groot bezit.

Geef ons wat liefde mee, geef ons úw liefde mee.

Misschien krijgt dan de wereld voorgoed een and’re kleur

en breekt in donkere dagen

(en het zíjn donkere dagen),

uw stralend licht er door.

gele hesjeEen kritisch kerstliedje. HERE God, wil vooral de donkerheid van binnen overwinnen, het ontevreden gele hesje van mijn hart. En zet mij in uw stralend licht.

Dat gebeurde op die nacht in de velden van Bethlehem. De herders waren er de eerste getuigen van. Woorden van 700 jaar ervoor gingen in vervulling.

En ook woorden van ongeveer 7 maanden ervoor. Van de ouder Zacharias die zijn zoontje Johannes in de armen had en zingend profeteerde:

Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen  aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.

Dat stralende licht is meer dan een gevoel. Het is een Persoon. Het is Jezus. Hij is het ware licht dat naar de wereld kwam om ieder mens te verlichten. Hij is het licht in de nacht. Ook voor jou. Ook voor mij.

Witte Donderdag: Jezus biddend op weg naar het kruis

Hoe ging Jezus, onze Heer, in de laatste 24 uur zijn lijden tegemoet? Lukas laat in zijn evangelie zien, dat Jezus op de avond vóór zijn kruisiging Zelf gebeden heeft én zijn leerlingen opgeroepen heeft om te bidden.

Jezus bidt Zelf voor drie dingen.

Allereerst voor Petrus: ‘Ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken.’ (Lukas 23:32) Dat gebed is hard nodig, want Petrus leed aan een ernstige vorm van zelfoverschatting als het om geloven gaat. Daarin staat hij symbool voor alle christenen. De duivel hoeft maar even te schudden of ons geloof valt om. Maar er is één die ons vasthoudt: Jezus Zelf. Hij bidt nog steeds 24 uur per dag voor al Gods kinderen.

Getsemane Jezus bidt 2Even later bidt Jezus voor Zichzelf: ‘Vader, als U het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat U wilt gebeuren.’ (Lukas 23:42) Hier bidt Jezus om ‘plan B’. Waarom? Omdat Hij geweldig opziet tegen wat binnen 24 uur komen gaat: aan het kruis krijgt Hij de woede van God over de zonde van heel de mensheid over Zich heen. Dat deed Hij niet zomaar eventjes omdat Hij toch de Zoon van God is. Integendeel, hoe dichter het bijkomt, hoe meer de angst Jezus naar de keel grijpt. Toch bidt Hij niet opstandig. Hij eist geen andere oplossing. Hij dwingt en dramt niet bij zijn Vader. Hij vraagt het eerbiedig. Zelfs in het moeilijkste moment van zijn leven, daar in de tuin van Getsémane, is Christus nog op onze redding uit. Maar Hij wankelt en deinst terug. Als het maar even anders zou kunnen, Vader, dan graag!

Uit de hemel verscheen Hem een engel om Hem kracht te geven. (Lukas 23:43) Die engel is het antwoord op de vraag van Jezus aan zijn hemelse Vader. Het antwoord betekent een ‘nee’. Er komt geen ‘plan B’. Het verzoek is afgewezen. God verandert zijn plan niet. “Nee, mijn Zoon, mijn recht tegenover al die zondige mensen kan alleen zijn be­loop krijgen, als Jíj als Middelaar die beker van mijn toorn tot op de bodem leeg­drinkt. Je moet door, mijn Zoon, en daarom ontvang Je kracht van deze engel.”

Daarna bidt Jezus voor de derde keer. Nu pas staat Hij echt doodsangsten uit. Want Hij weet: het verlossingsplan dat Ze met hun Drieën bedacht hebben, gaat door. Maar hoe kan Hij dat dragen? Die eeuwige Godverlatenheid aan het kruis? Dus bidt Jezus vurig en intens tot God. Een innerlijke worsteling die zijn weerga niet kent. Bloed, zweet en tranen. Een gebed om de moed te verzamelen die zelfs Hij, onze Verlosser, als mens niet uit Zichzelf kan halen. Biddend vindt onze Heiland rust en ontvangt Hij kracht. De kracht die de engel beloofd had. Dat is de kracht van de Heilige Geest. Die trekt Jezus over de streep trekt. Na zijn gebed kan Hij rustig opstaan en zijn leerlingen wakker maken. En gaat onze Heiland, zeker van de overwinning, op het einddoel af. Als Petrus met zijn zwaard begint te zwaaien en Mal­chus het oor eraf slaat, verbiedt Jezus hem dat en zegt: ’Zou Ik de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, niet drinken?’ (Johannes 18:11) Jezus Christus heeft zijn taak op zich genomen. Hij gaat vrijwillig de dood tegemoet. Hij laat vrijwillig zijn bloed vloeien. Hij geeft vrijwillig zijn leven. Voor jou. Voor mij. Voor alle mensen.

Tegelijk roept Jezus zijn leerlingen op om ook zelf te bidden: ‘Bid dat jullie niet in beproeving komen.’ (Lukas 23:40+46) Twee keer zegt Hij dat. Vlak vóórdat Hij Zelf zo intens gaat bidden. En meteen daarna, als Hij de leerlingen slapend aantreft. Ze zijn van verdriet in slaap gevallen. Verdriet slaat mensen lam. Zelfs bidden lukt dan niet meer. Wij kunnen, als het er echt op aankomt, God niet vasthouden. Het moet echt van één kant komen: ‘Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.’ (1 Timoteüs 2:15) Hij kwam, Hij leed, Hij overwon.

Elk jaar gedenken en vieren we dat als christenen. Diep verwonderd en enorm dankbaar. Wat is Jezus, onze Heer, ontzettend diep gegaan. Met maar één doel: om ons weer met God te verzoenen.

Avondmaal, Witte Donderdag en de kerkelijke feestdagen

“Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.”

Lukas is de enige evangelist die deze woorden van Jezus onze Heer vermeld, toen Hij voor het eerst het Avondmaal met de apostelen vierde op de avond voor zijn dood. Van hem heeft ook Paulus het gehoord, en dus haalt Paulus deze woorden van de Heer letterlijk aan als hij de christenen in Korinte opdraagt het Avondmaal te vieren: “Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.” (Lukas 22:19b / 1 Korintiërs 11:24b)

Hoe doe je dat, Jezus gedenken als je het Avondmaal viert?

Bedenk als eerste, dat onze Heer tijdens het Joodse Pesach aan zijn volgelingen deze opdracht gegeven heeft. Zo maakt Hij duidelijk: Ík ben het Paaslam dat geslacht is. Pesach is het bevrijdingsfeest uit de slavernij van Egypte. Maar het verwijst naar een andere bevrijding: die uit de macht van de zonde. En zoals de Israelieten zichzelf niet konden bevrijden uit de slavernij van Egypte: God moest dat doen, door het bloed van een lam! – zo kan niemand zichzelf bevrijden uit de macht van de zonde: Jezus moet het doen, door zijn dood aan het kruis!

Al Shabi AvondmaalMaar waar denk je dan precies aan, als je aan het Avondmaal je Heer Jezus gedenkt?

  1. Denk aan het Kerstfeest. Bij het Avondmaal staat de geboorte van Jezus centraal. Dan zie je, hoe veel God van zijn wereld en van jou en mij houdt. Jezus daalde neer van zijn troon om mens te zijn. Om zijn leven met ons te delen. Om ons leven over te doen in volmaakte gehoorzaamheid. Denk daar aan.
  2. Kruis Muur AssenDenk aan Goede Vrijdag. Bij het Avondmaal staat de kruisiging van onze Heer centraal. Logisch, zul je zeggen. Maar bedenk ook telkens weer aan, dat de dood van Gods Zoon laat zien hoe diep de zonde in jou en mij zit. Zo diep als Jezus ging – tot in de dood; zo diep zit de zonde ons in het bloed – het leidt tot de dood, lichamelijk en voor de eeuwigheid. Tenzij je gelooft, dat Jezus dat allemaal van ons overgenomen heeft. Dat kostte Hem zijn leven. Denk daar aan.
  3. Denk aan Pasen. Bij het Avondmaal staat de opstanding van Christus centraal. Daar deed Hij het voor: om ons weer terug bij God te brengen. Daar gaat het Hem om: dat ook wij opgewekt voor God leven. Denk daar aan.
  4. Denk aan Hemelvaart. Bij het Avondmaal staat de hemel open. Want daar is Jezus, mens als wij, aan Gods rechterhand. Ook wij mogen nu met vrijmoedigheid naar Gods troon toegaan. Denk daar aan.
  5. Denk aan Pinksteren. Bij het Avondmaal staat de Geest van Christus centraal. Door aan onze Heer te denken, versterkt Hij Zelf ons geloof. Hij bemoedigt ons met kracht in onze ziel. Denk daar aan.
  6. Denk ook aan zijn terugkomst. Bij het Avondmaal hoort ook het verlangen naar de grote dag. Daarom geeft Jezus, onze Heer, ons ook deze opdracht. Zo houden we de moed erin. Straks wordt het perfect. Dan komt Hij terug op de wolken en zullen wij Hem zien zoals Hij werkelijk is. Dan wordt het leven pas echt een feest. Denk daar aan.

Aan het Avondmaal denken we aan Jezus Christus onze Heer door van het brood te eten en van de wijn te drinken. Wees je ervan bewust waarom je dat doet. Wees blij met Kerst, met Goede Vrijdag, met Pasen, met Hemelvaart en met Pinksteren. Laat het zien en kom er voor uit dat Jezus Christus alles voor je is. En durft vooruit te kijken. Vier het Avondmaal tot zijn gedachtenis en totdat Hij komt!

 

Advent: met Zacharias jubelen over het Kind van Kerst

‘Op jullie oude dag zullen Elisabet en jij nog een zoon krijgen, en je moet hem Johannes noemen.’ Dat kreeg de priester Zacharias van de engel Gabriël te horen toen hij dienst had in de tempel. Meer dan negen maanden was Zacharias er sprakeloos van. Maar toen Johannes geboren was en na een week zijn naam ontvangen moest, jubelde vader Zacharias het uit: ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israel!’ Zacharias dankt in zijn Zacharias lofzanglofzang (Lukas 1:68-79) God niet alleen voor hun persoonlijk geluk. Hij plaatst, geïnspireerd door de Heilige Geest, de geboorte van Johannes in het kader van Gods verlossingsplan. En dus zingt hij over Johannes die als profeet van de Allerhoogste voor de Heer zal uitgaan om de weg voor Hem gereed te maken. Maar meer nog zingt Zacharias over Gods goedheid en betrouwbaarheid: God doet wat Hij beloofd heeft op grond van zijn heilig verbond. En de reddende kracht die Hij geven zal is Jezus Christus. Die is ‘het stralende licht uit de hemel’ dat naar ons zal omzien zoals God Zelf naar ons heeft omgezien (de NV51 vertaalt in vs. 68b en in vs. 78b twee keer hetzelfde Griekse woord met ‘omzien‘).

Zacharias typeert Jezus Christus met een bekende uitdrukking uit het Oude Testament. Hij is nl ‘het stralende licht uit de hemel’. Dat is niet de letterlijke weergave van het Grieks. Een aantal andere vertalingen (SV, NV51, HSV) zeggen allemaal dat de Christus ‘de Opgang uit de hoogte’ is. In het Grieks staat hier het woord ‘anatolè’. Wie een beetje aardrijkskunde kent, weet, dat één van de provincies in Turkije ‘Anatolië’ genoemd wordt. Dat is vanuit het Grieks de naam voor het land dat ze aan de ander kant van de Egeïsche Zee lagen liggen in het oosten: het land van de opkomende zon. Zo betekent het woord ‘anatolè’ in het Grieks zowel ‘opkomst’ als ‘zonsopgang’ en werd het uiteindelijk ook het gewone woord voor ‘het oosten’.

Gelovige Joden die goed thuis waren in de Griekse vertaling van het Oude Testament hoorden in deze jubelende woorden van Zacharias een verwijzing naar maar liefst drie profeten.

Zacharias lofzang 2De bekendste is Maleachi 4:2. Daar wordt aangekondigd hoe mooi de komst van de Messias voor de gelovigen zal zijn: ‘Maar voor jullie, die ontzag hebben voor mijn naam, zal de zon stralend opgaan, de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt.’ In het Grieks staat hier het werkwoord ‘anatolein’. Dit slaat op de Persoon van Jezus Chris­tus, zingt Zacharias, die mensen zal beschijnen / op mensen zal schijnen (NV51, BGT – een iets beter vertaling dan ‘verschijnen’ in de SV, NBV, HSV), zodat ze hun voeten weer kunnen zetten op de weg van de vrede met God.

Maar er zijn nog twee profetische teksten uit het Oude Testament waar in de griekse vertaling het woord ‘anatolè’ voorkomt. Namelijk in Jeremia 23:5 en in Zacharia 6:12. In die twee passages wordt de beloofde Messias die eens zal komen aangeduid met ‘de rechtvaardige Spruit / Telg (Anatolè) die uit de bodem /zal uitspruiten / opschieten (anatolein) en als rechtvaardig koning en priester op zijn troon zal zitten.

Met dat ene woord ‘anatolè’ ‘verwijst Zacharias dus naar twéé verschillen­de Messiaanse profetieën. De komende Messias is de beloofde Telg van David en is de opkomende Zon der gerechtigheid. Zo gebruikt Zacharias a.h.w. een dubbel adventsbeeld.

Alle vertalingen waarin Zacharias Christus bezingt als ‘de Opgang uit de hoogte’ gebruiken bij ‘Opgang’ een hoofdletter. Dat doen ze waarschijnlijk, omdat bij Jeremia en Zacharia het woord ‘Anatolè’ als titel voor de Messias gebruikt wordt, terwijl bij Maleachi alleen het werkwoord ‘anatolein’ staat en de komende Messias aangeduid wordt als ‘de Zon die gerechtigheid en genezing brengt’. Zo zie je ook in de vertaling (die terecht voor ‘Opgang’ kiest en niet voor ‘Spruit/Telg’) toch nog iets van die titel doorklinken.

Tegelijk zegt Zacharias er nog iets opmerkelijks bij. Christus komt als ‘de Opgang uit de hoogte’. Dat is een aparte manier van zeggen. De zon komt altijd op vanaf de horizon en gewassen komen op vanuit de grond. Maar hier zegt Zacharias: ‘De Opgang komt uit de hoogte’. Oftewel: onze redding komt van bovenaf God begint. Híj neemt het initiatief. Van de goede bedoelingen van mensen hoef en mag je het niet verwachten.

In de tijd van Zachari­as keken veel mensen alleen maar om zich heen. Zo zijn er nog steeds veel mensen die blijven staan bij wat ze hier beneden zien. Maar dan krijg je nooit goed zicht op Jezus. Dan is Hij alleen maar vertederend omdat Hij met Kerst het Kindje in de kribbe is.

Als je omhoog kijkt, dan zie je meer in Hem. Dan zie je waar Hij vandaan gekomen is om ons te redden. Dan zie je, waar Hij nu is, dicht bij God om het voor ons op te nemen en alvast een plekje voor ons te reserveren in de hemel. onze plaatsen. Dan geloof je, dat Hij straks definitief terugkomt als het stralende licht uit de hemel. Dat geeft tegelijk moed en uitzicht voor wie nu een donkere periode in het leven doormaakt of zelfs de schaduw van de dood op zich voelt afkomen. Kijk dan omhoog en richt je op Jezus. In Hem zie je Gods liefdevolle barmhartig­heid. Alleen Hij brengt vrede, is onze Vrede en zet je voeten weer op het pad van de vrede.

Wat een geluk dat ik in Nederland woon! – Dankdag 2017

Het gaat goed met Nederland! De mannen zijn jong en vol kracht, de vrouwen zijn mooi en sterkt. Alle voorraadkasten en bankrekeningen zijn goed gevuld, vol met voedsel, meer dan genoeg saldo. In de weilanden lopen koeien, schapen en geiten, het zijn er ontelbaar veel. Ze produceren een overvloed van melk, vlees en wol. In Nederland wordt niemand aangevallen en niemand hoeft te vluchten. Niemand huilt, niemand heeft verdriet. Gelukkig zijn mensen die een goed leven hebben. Ja, de mensen in Nederland zijn meer dan gelukkig! (vrij naar Psalm 144:12-15 BGT)

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar de jeugd nog steeds een toekomst heeft

Gelukkige NederlanderOp de eerste woensdag van november vieren veel christenen dankdag voor gewas en arbeid. Maar als David na een moeilijke periode God gaat danken voor alle zegeningen, begint hij op een bijzondere manier. Onze meest kostbare gewassen en bouwwerken, dat onze kinderen, onze zonen en dochters. Hen zet David voorop. Want jongeren zijn de toe­komst van de kerk en de toekomst van het land. Daarom vraagt David: laat onze zonen gezond en sterk opgroeien. Lichamelijk én in het geloof. Allebei. Het gaat bij jongens niet alleen om uitgaan en veel verdienen. God vindt het veel belangrijker wáár je opgroeit. Dicht bij water. In de Bijbel is water bijna altijd het beeld van God en Jezus. Zij zijn de bronnen van levend water. En let dan op wat er bij staat: in hun jeugd met ​liefde​ verzorgd. Hoe bijzonder is dat! Dat je als ouders en als volwassenen zo met je jongeren omgaat, dat geen sprake is van scheefgroei, maar van geestelijke groei, qua karakter en qua geloof. Dat maakt van onze jongens krachti­ge, jonge bomen, jong en vol kracht, van wie je later veel vruchten kunt verwachten. Hoe mooi is dat! Hetzelfde geldt voor onze dochters, zegt David. Hij vraagt God, of ze sierlijk mogen zijn. Lichamelijk én in het geloof. Allebei. Het gaat bij meiden niet alleen om het uiterlijk en om versierd te worden. God vindt het veel belangrijker dat je je als persoon goed ontwikkelt. Als een hoekzuil van een paleis. In de Bijbel is dat vaak het beeld van Gods huis, zijn tempel, de kerk. Dáár wil God jou als meisje, als jonge vrouw, een speciale plek geven. En let dan op wat er bij staat: zo sierlijk gesneden. Hoe bijzonder is dat! Dat je als ouders en als volwassenen zo met je jongeren omgaat, dat ze innerlijk gevormd worden met een eerlijk, gelovig karakter. Dat maakt van onze meiden een lust voor het oog, ook in het oog van God! Dan word je iemand op wie anderen kunnen bouwen. Hoe mooi is dat!

Als de HERE zulke jongeren geeft, is dat iets om voor te danken. Van alle welvaart is dit toch wel het belangrijkste: dat onze kinderen goed terecht komen, op hun eigen plek en werk, met vrienden en misschien man of vrouw, én in het geloof, dat ook zíj God als hun Vader zien en in de voetsporen van Jezus willen gaan. Dat is ook een zegen op onze arbeid. Daarvoor mag je op dankdag de HERE hartelijk dook danken

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar de welvaart nog steeds op peil is

Geluk 2Toch blijft David daar niet bij stil staan. Hij zoekt het goede voor zijn volk, en daarom durft hij God ook om een bloeiende handel en een krachtige eko­nomie te vragen. Niemand in het land mag honger leiden of onder de armoedegrens raken. Vandaar de vraag om goed gevulde schuren en een uitgebreide veestapel. Schapen en geiten waren er vooral voor het vlees en de wol en het leer. Ook de runderen worden genoemd. Er staat ‘onze kudden doorvoed’, maar alle andere vertalingen hebben het over ‘runderen’. Je kunt het ook vertalen met: ‘dat onze runderen zwaarbeladen zijn’, zoals de HSV het doet. Daarmee komt ook de transportsector in beeld, in die tijd het vervoer van allerlei produkten naar de markt of naar de molens of naar de leerlooiers of naar de slachterijen. Die leveren weer aan de bakkers, de schoenmakers en de slagers. Zo komt de hele bevolking aan eten en kleding. Met elkaar leveren we met ons werk en met onze inzet een bijdrage aan de welvaart van het land. Ieder op zijn of haar door God gegeven plek. Soms was het elke dag hetzelfde, soms was het heel afwisselend. Het zijn allemaal kleine beekjes, die sámen één grote bron van welvaart vormen. Maar zie je ook die ene andere bron, waar al die beekjes vandaan komen? Zie je die zegen ook? Dat is Gods goedheid, die zich over het hele land verspreidt.

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar we nog steeds in veiligheid leven

Er is nog iets waar David God hartelijk voor bedankt. Er is vrede in heel het land! Je hoeft niet bang te zijn voor een vijandelijke inval. Je hoeft je niet bang te zijn dat je morgen moet vluchten. Hoe anders is dat in andere landen. Daar is het oorlog. Daar vinden aanslagen plaats. Daar gebeuren natuurrampen. En hier in Nederland? Geen enkele reden om te klagen, want iedereen mag hier in alle vrijheid leven en z’n mening geven. En iedereen gaat er de komende jaar weer op vooruit. Kijk es om je heen in de wereld hoe gezegend we daarmee zijn! Geen enkele reden voor een weeklacht op de pleinen, zoals David het zegt.  

Wat een geluk dat ik in Nederland woon!

  1. Waar we nog steeds in God mogen geloven

geluk zegenOndertussen wordt er wat afgemopperd in Nederland. Hoe zou dat nu zo komen? Nou, als David zegt: ‘Gelukkig het volk dat zo mag leven’ – met gezonde kinderen, met een hoog welvaartsnivo en in een vrij en veilig land, dat wil iedereen wel! Maar als David daar dan aan toevoegt: ‘Gelukkig het volk dat de HERE als God heeft’ – die afsluiter is voor veel mensen eerder een afknapper. Nee, laat dat maar zitten. Een fijn en gezond gezin, een mooi huis, zonder zorgen kunnen genieten – dat maakt veel mensen gelukkig. Maar het geloof in God? Geloven is achterhaald. Geloven is regeltjes. Geloven legt alleen maar beperkingen op. En zelfs als er al een God zou zijn, dan bemoeit Hij Zich niet met die tijdelijke dingen. ‘Daar had Jezus geen verstand van’, zei eens een liberale boer, toen iemand tegen hem zei: ‘Zie je de zegen van God ook?’ Ik denk dat die boer niet de enige is. Sterker nog … als christen denk je dat ook wel eens, toch? Zo door de week kost het ons wel eens moeite dat verband te blijven zien tussen Gods zegen en ons werk. Maar als je erover nadenkt, dan zie je toch wel dat iedereen wel iets om te danken heeft? Als kind mooi speelgoed en vrienden op school, als jongere een opleiding en je hobby’s, als volwassene je werk en je gezin, als oudere je verzorging in het rusthuis. Psalm 144 gaat in vervulling: wat welvaart betreft komen we niets veel tekort. Die gewone dingen hebben ook met het geloof te maken. Ons eten en ons drinken. Een dak boven ons hoofd en partner voor het leven of vrienden om van te houden. Want God acht het niet beneden zijn waarde om voor al die kleine behoeften van het volk te zorgen. Hij regelt
de vrucht­baarheid van koeien, schapen en de velden. Hij geeft paarden hun kracht. Hij vergeet zelfs de mussen op het dak niet. Het is goed, om de HERE voor al die gewone Geluk delenzaken te danken. Want, zegt de katechismus in Zondag 10: alle goede dingen zijn allemaal van Gód afkom­stig, en onze inspan­ning en ons werk en alles wat God ons geeft, zijn op zichzelf zinloos, omdat we er zonder Gods zegen niets aan hebben.

Veel Nederlanders willen vooral geluk. God wil jou en mij zijn zegen geven.Ook in de gewone dingen. Als je in voorspoed leeft, word je pas gelukkig als je God de eer daarvoor geeft. Want niet wie heeft, maar wie geeft, díe is pas rijk.

 

Psalm 144 : 12 – 15 (NBV)
12 Onze zonen zijn als jonge planten, in hun jeugd met ​liefde​ verzorgd,
   onze dochters als de hoekzuilen van een paleis, zo sierlijk gesneden,
13 onze schuren gevuld, van voorraad en voedsel voorzien,
   onze schapen en ​geiten, met duizenden, met tienduizenden op onze velden,
14 onze kudden doorvoed, geen inval, geen uittocht, geen weeklacht op onze pleinen.
15 Gelukkig het volk dat zo mag leven, gelukkig het volk dat de HEER als God heeft.

Openbare geloofsbelijdenis met een aangepast formulier

Belijdenisgroep collagePinksteren 2017: acht jongeren in onze gemeente ‘Het Noorderlicht’ te Assen-Peelo komen er openlijk voor uit dat ze in God geloven, dat ze bij Jezus Christus willen horen en dat de Heilige Geest hun motiveert om als christen te leven. In onze kerken gebruiken we daarbij altijd een kort belijdenisformulier. Deze keer hebben we dat (net als vier jaar geleden) aangepast tot een ‘Belijdenisformulier in Gewone Taal’ om het begrijpelijk te maken voor alle acht de jongeren. Uiteraard gebruiken we in zo’n dienst dan ook de ‘Bijbel in Gewone Taal’.

Graag plaats ik hier dit aangepaste belijdenisformulier voor gelovigen met een verstandelijke beperking. Gebruik ‘m in je eigen gemeente als je denkt dat het een goed alternatief is voor het officiële formulier.

Formulier voor openbare geloofsbelijdenis (aangepast voor gemeenteleden met een verstandelijke beperking)

Geliefde broers en zussen,

Jullie staan hier voor God en zijn gemeente om je geloof te belijden. Ik vraag je eerlijk te antwoorden op de volgende vragen.

1/ Je bent gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Geloof je in die God?

  • in de Vader, die de hemel en de aarde gemaakt heeft
  • in de Zoon, Jezus Christus, die ons gered heeft aan het kruis
  • in de Heilige Geest, de nieuwmaker, die ons geloof wil geven en het sterker wil maken

2/ Geloof je dat je al vanaf je geboorte zonde in je hebt? En dat je vaak niet het goede doet?  En dat God daarom terecht boos op je is?  Heb je spijt van alles wat je verkeerd hebt gedaan en wat je verkeerd hebt gezegd en wat je verkeerd hebt gedacht?

3/ Geloof je dat je bij de Here Jezus en zijn gemeente mag horen? Geloof je dat God je ál je zonden vergeeft door Jezus’ bloed en door zijn gebroken lichaam? Geloof je dat jij zo helemaal schoon kunt zijn voor God?

Kruis Muur Assen4/ Geloof je dat alles waar is wat er in de Bijbel staat? In het kort staat dit ook in de geloofsbelijdenis. Beloof je dat je dit zolang je leeft zult blijven geloven, met de hulp van de Heilige Geest?

5/ Wil je God en de andere mensen liefhebben? Wil je vechten tegen je slechte gedachten en woorden en daden en wil je respect hebben voor God? Wil je luisteren naar aanwijzingen van andere christenen als je fouten maakt? Wil je trouw naar de kerkdiensten komen met de gemeente en naar de preken luisteren? Wil je het Avondmaal meevieren?

Wat is daarop je antwoord?  JA

Zegenbede:

God heeft je geroepen om het goede te doen. Hij zal je ook sterk maken zodat je het vol kunt houden. Zo kun je blijven geloven en zo kun je zijn wil doen. De Heilige Geest zal je helpen en Jezus zal je schoon maken van de zonde. Alle eer is voor Hem, nu en voor eeuwig! Amen.

Zegenlied

Dit aangepaste formulier is in 2013 opgesteld n.a.v. catechisatie/bijbelonderwijs aan kerkleden met een verstandelijke beperking door Karla Leeftink-Huizinga. De foto van de christenen die met Pinksteren belijdenis deden in GKV ‘Het Noorderlicht’ te Assen-Peelo is gemaakt door Philip Roorda.