Hoe donkerder de nacht, hoe helderder de ster!

wijzen-oosten-sterKerst is het feest van de ster. Want de dagen van Kerst, dat zijn voor de meeste Nederlanders feestdagen. Of je nou gelooft in het Kerstkind of in de Kerstman. Of je nu naar een Kerstdienst, een Kerstconcert of een Kerstmarkt gaat. En het wemelt in deze dagen van de sterren. Kerststerren. In prachtige variaties zie je ze op heel veel voordeuren; in eetbare vormen kom je ze tegen als besneeuwde koekjes bij de koffie -o nee, warme chocolademelk natuurlijk- en  als nagerecht tijdens het kerstdiner.

In de Bijbel heeft de ster van Kerst niet zoveel met gezelligheid te maken. Maar meer met een zoektocht. ‘De wijzen, de wijzen, die gingen samen reizen, vertrouwend op een koningsster, zij wisten niet hoe ver.’ Op zoek. Met een ster als TomTom. Op zoek naar de pasgeboren koning van de Joden. Want die brengt vrede. Vrede op aarde voor alle mensen.

Die zoektocht ging niet vanzelf. ’t Was wel even zoeken voor die wijzen. Eerst in hun studieboeken. Want wat betekende die wonderlijke samenstelling van een aantal sterren en een paar planeten precies? ‘Aha! De koningsster van Juda!’ En dan, óp naar Jeruzalem! Maar daar was geen prinsje geboren. De joodse geleerden zeiden tegen hen: ‘Je zou het es in Betlehem kunnen proberen. Misschien vind je Hem daar.’ Maar, zeiden ze er niet bij, we geven jullie weinig kans; onze God zal toch niet via heidenen als jullie aan ons vertellen dat de beloofde Messias die vrede brengt gekomen is?

Misschien ken je het verhaal van de vierde wijze. Artaban zou met die andere drie, met Balthasar, Melchior en Caspar meereizen. Zij met hun goud, wierook en mirre, hij met drie kostbare edelstenen. Maar hij werd opgehouden door iemand die beroofd was. Doordat hij die man verzorgde, miste Artaban als barmhartige samaritaan de karavaan. Dus ging hij later, want hij moest en zou die koning der Joden ontmoeten. Maar toen hij in Betlehem kwam, waren Jozef en Maria net naar Egypte gevlucht. En toen hij naar Egypte reisde, kon hij ze daar niet vinden. Zo liep hij aldoor achter de feiten aan. Maar hij bleef zoeken. Op zoek naar die koning, van wie hij de ster aan de hemel had zien staan, de koning die licht en vrede zou brengen over heel de aarde. En zo komt hij jaren laten op dag voor de zoveelste keer in Jeruzalem aan en daar hoort hij dat er een man gekruisigd zal worden, Jezus van Nazareth, de Koning der Joden. Pas dan, op het moment dat Jezus aan het kruis sterft, vindt Artaban, de vierde wijze, zijn koning. Pas dan, op dat moment, ervaart hij dezelfde diepe vreugde die de andere drie wijzen vervulde toen ze de ster boven het huis in Bethlehem zagen staan.

Ik vind dat verhaal van die vierde wijze een mooie legende. Het is zo herkenbaar, vind je ook niet? Voor jezelf. Voor de tijd waarin we leven. Er zijn zoveel mensen die hun hele leven door op zoek zijn. Die achter het geluk aanjagen. Maar wanneer ervaar je nou echt diepe vreugde van binnen? Wanneer hebt je echt vrede met jezelf, met je leven, met de mensen die je lief zijn en zal er vrede in de wereld zijn?

Het verhaal van de wijzen kun je op veel manieren uitleggen. De ster die zij zien, komt plotseling hun leven binnenvallen. Ze worden erdoor gegrepen. En dus volgen ze het licht. Voor ons betekent dat: waar ben jij door gegrepen? Welke lichtpuntjes in deze donkere tijd zie jij en wil jij volgen? Want het is een donkere tijd. Veel mensen met vaak psychische problemen die in onze samenleving zich maar moeten zien te redden. Veel angst voor wat de toekomst brengt met al die vluchtelingen uit Afrika ew, baantjes-inpikkende Oost-Europeanen en al die moslims uit het Midden-Oosten waaronder extremisten die aanslagen plegen. Veel onvrede over de politiek en dus slaan Henk en Ingrid ook op de vlucht naar de meer extremere partijen links en rechts.

Morgenster kerk.pngMaar weet je, hoe donkerder de nacht, hoe helderder de ster! Als je de ster volgt, kom je altijd uit bij het licht! Als je de ster van Kerst volgt, kom je altijd uit bij het Kind. Ja, die ster ís het Kind. Jezus noemt Zichzelf ergens in de Bijbel ‘de Morgenster’. En als je uitkomt bij het Kind, dan begint de verandering bij jezelf. Van binnenuit. Dan gaat de Morgenster op in je hart, staat ergens anders in de Bijbel. Dat is het effekt als je de ster van Kerst volgt. Als je reuze blij met het Kind van Kerst bent. Dat Kind van Kerst is Jezus Christus.

De één ziet hem vooral als voorbeeld. Hij laat namelijk zien dat het in dit leven om liefde en vrede en barmhartigheid gaat. Hij is, zegt Job van Schaik in het Dagblad van het Noorden van 24-12-2016, de ontsnappingsroute uit de prestatiemaatschappij en uit de gapende leegte van het moderne leven. Dat klinkt mooi. Maar Hem echt volgen in zijn levensstijl is razend moeilijk. Want ik en jij en wij – we lijden aan de ernstigste kwaal van deze tijd: de zelf-ziekte. Terwijl Jezus juist laat zien, dat het leven pas zin heeft als je het deelt met anderen – niet uit eigenbelang maar als houding. Een houding waarin je elkaar niet de oren, maar de voeten wast. Die houding omschreef Jezus Zelf eens als: ‘Ik ben gekomen om anderen te dienen. Volg mijn voorbeeld na.’ En het gekke is: die softe karaktereigenschappen winnen het altijd van het recht van de sterkste. En ergens voelen we dat allemaal wel aan. Zeker in deze tijd van Kerst. Vrede op aarde. Mensen die elkaar het licht in de ogen weer gunnen.

Anderen, en zo denk ik er ook over, geloven dat Jezus niet alleen maar het ideale voorbeeld is voor alle mensen. Hij is meer dan dat. Hij is ook de Koning die stierf aan het kruis. Want er viel ook nog wat goed te maken tussen God en mensen. Daarin is Jezus dé Ander die voor mij en jou en ons – ja voor de hele mensheid in de plaats het offer van zijn leven bracht. Zo wordt het ook weer goed in deze (verticale) lijn. Als dat geen diepe vreugde geeft! Ook en vooral daarom knielden de wijzen, net als de herders, voor het kindje Jezus neer. Hij geeft je de vrede met God weer terug.

kerstnachtdienst-2016Kerst is, zou je kunnen zeggen, het feest van de ster. Want feest vieren doe je samen. Samen met elkaar. Samen in deze wereld. Samen tot eer van God. En die ster, waar schijnt die vandaag? Nou, ik hoop in en door ons allemaal. Want Kerst is het feest van ‘vrede op aarde’. Daar zorgt God voor. Door Jezus. Want Hij is de stralende Morgenster. Maar daar gebruikt God mensen voor. Mensen die de ster volgen. Mensen die uit liefde leven. Mensen die het licht doorgeven. Zulke mensen vallen op, staat er in de Bijbel, als sterren die schitteren in de nacht.

Advertenties

ADVENT – van wie ben jij er eentje?

Eén van mijn leraren van de middelbare school had een achternaam die niet zo heel veel voorkwam (1000x in 1947 en 1500x in 2007 volgens www.cbgfamilienamen.nl). Hij hield zich ook bezig met genealogie. Zonder de digitale mogelijkheden van vandaag had hij zijn stamboom al tot ongeveer het jaar 900 na Christus weten terug te herleiden. Op een dag kwam hij iemand tegen met dezelfde achternaam. Hij vroeg: “Uit welke familie kom jij? Wie waren je grootvader en overgrootvader?” Zijn naamgenoot antwoordde hem: “Mijn grootvader is in een kindertehuis opgevoed omdat mijn overgrootvader als bankovervaller jaren in de gevangenis gezeten heeft.” Waarop mijn leraar antwoordde: “Dan zijn wij geen familie, want in onze stamboom komen geen bankovervallers voor.”

Van wie is Jezus er eentje?

Op weg naar Kerst denken christenen tijdens de vier Adventsweken aan de komst van Jezus Christus (en ook aan zijn terugkomst, maar dat terzijde). Naar zijn geboorte, ruim 2000 jaar geleden, werd door veel mensen uitgekeken. Zijn komst was ook al lang van te voren aangekondigd. Hij is de beloofde Immanuel, Zoon van de Allerhoogste, die God als reddende kracht zal geven om tot in eeuwigheid op de troon van zijn vader David te zitten en koning te zijn over het volk van Jakob. Dat klinkt goed! Met Jezus Zelf is niets mis.

Maar als je vervolgens zijn stamboom eens wat beter bekijkt, denk je al snel: je moet er maar eentje willen zijn van zo’n familie! De eerste biografie van Jezus Christus, het Evangelie van Matteüs, begint met een ‘Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham’ (Mat. 1:1). In die stamboom worden vijf vrouwen genoemd, Tamar, Rachab, Ruth, Batseba en Maria. Vaak worden die vijf vrouwen met ere genoemd. En terecht. Ze worden in de Bijbel geprezen om hun geloof. Ze komen op voor hun recht. Ze doen een beroep op Gods beloften. Ze laten zich inschakelen in Gods plan.

Iedereen rotzooit maar wat aan

Er zit ook een andere kant aan de vermelding van deze vijf vrouwen. Namelijk: zou jij er eentje van zo’n familie willen zijn? Bij minstens twee van hen ontkom je niet aan de gedachte: wat maken Gods kinderen er toch altijd weer een puinhoop van. Ze rotzooien maar wat aan. Tamar die met haar schoonvader Juda het bed in duikt omdat hij haar geen recht doet (Gen. 38). Batseba, die in de stamboom van Jezus half-anoniem ‘de vrouw van Uria’ genoemd wordt, omdat David de verleiding niet kon weerstaan om haar eerst zwanger te maken en daarna zijn buurman liet vermoorden om de sporen van overspel uit te wissen (2 Sam. 11). En als derde is daar ook nog Maria, van onbesproken gedrag, maar wel zwanger ‘door de Heilige Geest’ (Mat. 1:18+20, Luk. 35). Dat gelooft niemand als je er niet van overtuigd bent dat God rachabwonderen kan doen. Ook Jozef komt er niet achter of ze in de drie maanden dat ze bij haar oom en tante in Judea was, vreemdgegaan of door iemand verkracht is. En de andere twee namen, die van Rachab en Ruth, zijn vanwege hun afkomst ook al omstreden. Rachab was een hoer uit Jericho die twee Israëlitische spionnen onderdak bood en zo haar eigen leven redde (Joz. 2:1). Ruth was een gelukzoekster uit het gehate Moab, het volk dat uit een incestrelatie ontstaan was (de dochters van Lot gingen allebei met hun vader naar bed, Gen. 19:30-38) en waarvan God gezegd had: ‘Ammonieten en Moabieten zullen nooit ofte nimmer tot de dienst van de HEER worden toegelaten’ (Deut. 23:3).

It’s all about people

Goeiedag hé, denk ik dan, je moet er maar eentje willen zijn van zo’n familie! Precies! Dat is wat Jezus wil! Iemand van hetzelfde soort als jij en ik. Wij rotzooien allemaal maar wat aan in het leven en maken er regelmatig een puinhoop van. En toch gebruikt God dat allemaal om stug door te werken aan zijn eigen plan om via Jezus Christus iedereen die in Hem gelooft, niet verloren te laten gaan, maar te redden en uitzicht te geven op een eeuwig leven in vrede met God en met elkaar. Dat is Gods grote verlangen. Zoals Bill Hybels een keer zei: It’s all about people! Het gaat God om ons! Jezus voelt zich niet te goed om Zelf mens te worden. En het is Hem ook niet te min om een stamboom te hebben waar ieder ander zich voor zou schamen. Hij poetst niets van al die onvolkomenheden weg. Integendeel, je zou haast kunnen zeggen: Jezus is er trots op dat al zijn voorouders van die paupers waren. Daarvoor wilde Hij komen en is Hij gekomen met Kerst. Ja, daarom moest en zou Hij Jezus heten, om zijn volk te bevrijden van hun zonden (Mat. 1:21). Daarvoor gaf Hij zijn leven en liet Hij zijn bloed vloeien op Goede Vrijdag. Daarom is Hij opgestaan met Pasen en laat Hij vanaf Pinksteren zijn Geest royaal over heel de wereld uitwaaieren. Dankzij Hem weet ik mij weer kind van God (Rom. 8:16). En weet ik dat Jezus mijn grote Broer is (Rom. 8:29). Dus hoef ik niet langer naar mezelf te kijken en vol schaamte en schuld te denken: ‘Ben ik er zo eentje?’ Ik mag juist dankbaar omhoog kijken en blij zeggen: ‘U bent me er eentje, Heer Jezus! En ik ben er eentje van U!’

KERST komt niet zomaar uit de lucht vallen

Bij iets onverwachts zeggen we wel eens:  ‘het komt zomaar uit de lucht vallen’. Dat gevoel kun je bij Kerst ook hebben. Vooral als je aan de herders denkt. Voor hen kwam, letterlijk, die ene engel en daarna het hele Engelenzang Wandkleedengelenkoor zomaar uit de lucht vallen. Toch is dat niet helemaal waar. De engel (misschien was het wel Gabriël) zegt namelijk tegen hen: Jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws. Het hele volk zal daar blij mee zijn. Vandaag is jullie Redder geboren: Christus, de Heer. Hij is geboren in Betlehem, de stad van David.

ZO IS HET BELOOFD!

Het is dus beloofd. Als je je Bijbel een beetje kende als gelovige Israeliet, wist je dat God beloofd had dat er een Redder zou komen die de mensen zou bevrijden uit de macht van de duivel, uit de greep van het kwaad en uit de invloedsfeer van de zonde. Meteen na de zondeval in het paradijs deed God die toezegging al, in de allereerste belofte van verlossing: Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en die van haar, zij verbrijzelen jou de kop, jij bijt hen in de hiel. Wanneer dat zou gebeuren, zei de HERE er niet bij, maar beloofd is beloofd: de duivel zal het niet redden, God zal hem verslaan, en heel veel mensen terugwinnen. Ja, dat is wat God wil: mensen terugbrengen bij Hem, terug bij God, terug bij onze Schepper. Die belofte is God blijven herhalen, heel het Oude Testament door. Het wordt allemaal ook steeds konkreter: de beloofde Redder komt uit het volk van Abraham, uit het koningshuis van David en zal worden geboren in het gehucht Betlehem.  De gelovigen in het Oude Testament hebben er lang op moeten wachten.Dat was niet altijd even gemakkelijk. Soms lieten ze de moed zakken. Maar uiteindelijk is Jezus Christus wel gekomen. Die ene aartsengel en daarna het hele engelenkoor bij de herders kwam niet zomaar uit de lucht vallen.

ZO IS HET GEBEURD!

Eeuwenlang verwacht – eindelijk gekomen. Zo hebben de gelovigen het ervaren toen ze hoorden en zagen, dat de lang beloofde Redder eindelijk gekomen was. Ze kregen, als dat nodig was, zelfs een extra teken. En daarna zingen ze van blijdschap: zo is het gebeurd!

Neem Maria. Als zij hoort dat ze de moeder van Gods Zoon mag worden, neemt ze graag haar plek in in Gods verlossingsplan. Ze jubelt het uit, zo jong als ze is, een jaar of 15 waarschijnlijk: Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht tot in eeuwigheid, zoals Hij aan onze voorouders beloofd heeft.

Neem Zacharias. Negen maanden kon hij geen stom woord uitbrengen, maar als hij weer praten kan, jubelt hij het uit, omdat de kleine Johannes als hij groot geworden is, aan Gods volk hun geestelijke redding bekend mag maken: de vergeving van hun zonden. Dus jubelt ook hij het uit: Geprezen zij de Heer, de God van Israel. Hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost. Een reddende kracht heeft Hij voor ons opgewekt uit het huis van David, zijn dienaar. Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende Licht uit de hemel over ons opgaan.

Neem Simeon. Hoe blij is hij als hij op zijn oude dag in de tempel het kindje Jezus op de arm mag nemen. Dan jubelt ook hij het uit: Met eigen ogen heb ik de redding gezien die U bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een Licht dat geopenbaard wordt aan het heidendom en dat tot eer strekt van Israel, uw volk.

Neem Paulus. Die kwam wel op een heel speciale manier met Jezus zijn Verlosser in aanraking. Toen hij ‘om’ was, heeft hij nooit iets anders meer gedaan dan aan iedereen die het maar horen wil te zeggen: Deze boodschap is betrouwbaar en verdient onze volledige instemming: Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. Ik was de eerste en juist over mij heeft Christus Jezus zich ontfermd, zodat ik een voorbeeld werd voor allen die in Hem geloven en het eeuwige leven zullen ontvangen.

ZO IS HET GEGAAN!

De tijd is niet stil blijven staan. Vandaag leven we ± 2015 jaar na de geboorte van Jezus Christus, het Kerstkind. We leven in een totaal andere tijd als toen. Maar God is niet veranderd. En wij ook niet. Tenminste, volgens de Bijbel zijn wij nog steeds mensen die, als het erop aan komt, onszelf niet kunnen redden, omdat we allemaal zondaars zijn en schuldig voor God staan. Als je dat erkent, weet je ook, dat je iemand anders nodig hebt die jouw redding is. Iemand waarvan God beloofd heeft: “Daar zal Ik voor zorgen!” Aan dat vooruitzicht klampten de gelovigen in het Oude Testament zich vast: “Maar straks kómt er Iemand!” Het is beloofd, wisten Adam en Eva, en Abraham, en David, en Jeremia, en Micha. Toen het allemaal uit kwam, waren de gelovigen in het Nieuwe Testament er enorm blij mee: “Nu ís er Iemand gekomen!” Het is gebeurd, geloofden Maria, Zacharias, Simeon en Paulus.

Wat zal dan vandaag jouw en mijn reaktie zijn? Ik hoop dat heel veel mensen met Kerst zeggen: “Hij is ook voor mij gekomen!” Dan is Jezus Christus niet alleen maar een kindje dat dik 2000 jaar geleden geboren is in een stal, maar ook de Persoon die nu woont in het hart van gelovige mensen. Dan heb je ervaren: zoals het beloofd en gebeurd is, zo is het ook gegaan in mijn leven. Jezus heeft ook mij gered en weer op de weg naar God gezet. En daar ben ik, net als al die andere gelovigen van vroeger en nu, heel erg blij mee!

 

Kerstfeest
Je vroeg mij, om een kerstgedicht te schrijven;
ik kan natuurlijk op de vlakte blijven
en spreken van de herders en de stal,
van engelen, die het heelal
vervulden met hun jubelende zingen,
van al die mooie, wonderlijke dingen
bij de geboorte van de Zoon van God –
maar ‘k bleef daarbij dan zelf wel buiten schot.

 

Ik zou ook wel van vrede kunnen spreken,
van volkeren die hun verdragen breken,
die mensenrechten treden met de voet;
van wanhoop, want men weet niet hoe het moet
om ooit op aarde vrede te bewerken,
omdat de zwakken vluchten voor de sterken,
omdat ze hulp’loos schreeuwen: ‘Waar is God?’
Maar dan nog bleef ik zelf wel buiten schot.

 

Het is zo makkelijk om God te vragen
je zonde als de nevel weg te vagen,
te bidden om de vreugd die niet vergaat,
terwijl je alles bij het oude laat;
maar Bethlehem is tot een eeuwig teken
dat wie God aanroept, met zichzelf moet breken;
hij houdt zijn leven niet meer buiten schot:
doeltreffend is de liefdepijl van God!
Nel Benschop – De stem uit de wolk (verzamelde gedichten), Kerstfeest 1982, pag. 350

 

 

 

Met Kerst komt alles dichterbij dan ooit

Vandaag is jullie Redder geboren: Christus, de Heer. Hij is geboren in Betlehem, de stad van David.

Kerstoverdenking Kerstnachtdienst Sporthal Peelo 2014 (voor een indruk van  de sfeer zie hier – opname Henk Bosscher)

Met Kerst komt alles ‘dichterbij dan ooit’. Vooral de wens naar ‘vrede op aarde’. Zowel de wereldvrede als de vrede in je eigen leven.

De wereldvrede. Precies 100 jaar geleden lagen de Duitsers en de Engelsen in Frankrijk en België pal tegenover elkaar. De Eerste Wereldoorlog was net begonnen. Ze waren nog niet echt in een uitzichtloze loopgravenoorlog verzand en stonden fanatiek tegenover elkaar. Vlak onder Ieper, precies tussen Mesen en Ploegsteert, lag de frontlinie. En toen gebeurde het. Op de Kerstavond zongen de Duitse soldaten kerstliederen. Aan de overkant konden de Engelsen het gezang horen. En terwijl op andere plekken de gevechten doorgingen, zwaaiden de Duitsers bij Mesen met een witte vlag. Ja, ze kwamen zelfs de loopgraven uit en liepen, al zingend, in de richting van de Engelsen. Die wilden eerst gaan schieten, maar toen ze zagen dat de Duitsers ongewapend waren, kwamen ze ook zelf naar voren. Midden op de akker, ten noorden van het bos van Ploegsteert, wisselden ze eten en drinken uit, vierden Kerstfeest en sloten af met een potje voetbal.

Op dat moment hadden de beide partijen elkaar ‘dichterbij dan ooit’ genaderd. Je moet maar durven! Midden in de fanatieke eerste maanden van de oorlog als eerste de loopgraaf uitstappen! Kerst verbroedert. In die wrede oorlog was het even vrede op aarde.

Vandaag leven we in een andere tijd. Hoewel, zou dat echt zo zijn? Ook nu is er oorlog. Is er angst. Is er lijden. Wat voor jaar hebben we achter de rug! Met het neerhalen van vlucht MH17 werden bijna 300 onschuldige burgers uit de lucht geschoten door pro-Russische rebellen. In Syrië en Irak joeg ISIS honderdduizenden moslims, christenen, jezidi’s uit hun dorpen en steden en duizenden van hen werden óf vermoord óf als seksslavin verkocht. En in Nigeria doet Boko Haram hetzelfde. Ondertussen jaagt het Ebola-virus heel veel mensen schrik aan: wordt het een wereldepidemie? De ellende kwam dit jaar dichterbij dan ooit. Hoezo vrede op aarde?

Misschien is het ook in jouw persoonlijke leven helemaal geen vrede.

In november was ‘Een vlucht regenwulpen’ van Maarten ’t Hart het campagneboek voor ‘Nederland Leest’. In dat boek uit 1978 krijgt de moeder van Maarten keelkanker en overlijdt. Daardoor neemt Maarten afscheid van het geloof in God. Het zou autobiografisch zijn. En het glazen huis van Serious Request zamelt, na goede doelen als drinkwater, vluchtelingen en kindersterfte door diarree, dit jaar geld in voor meisjes en vrouwen die het slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld.

Kanker en seksueel misbruik. Dat is persoonlijk leed. Omdat het persoonlijk is, hakt dat er minstens net zo diep in als het wereldleed. Als dat allemaal ‘dichterbij dan ooit’ komt, kun je daar erg mee zitten. Ja, zelfs heel erg boos om worden. Ook en juist op God.

Ergens kwam ik het volgende verhaal tegen.

Op een vlakte staat een grote massa mensen. In groepjes staan ze druk te diskussiëren. Het gaat er heftig toe. Al deze mensen houden zich bezig met de vraag: “Waar haalt God het recht vandaan om over de mens te oordelen?”

Een meisje met zwart haar trekt haar mouw omhoog en laat een getatoeëerd nummer van een nazi-concentratiekamp zien. “Wij hebben verschrikkelijke dingen doorgemaakt: we zijn verraden, gemarteld, vergast! Wat weet God nou van ons lijden af?”

In een andere groep trekt een negerjongen zijn kraag naar beneden. “En dit dan?” vraagt hij, terwijl hij de lelijke afdruk van een touw in zijn hals laat zien. “Ze hebben me gelyncht … alleen maar omdat ik zwart was!”

Even verder staan mensen om een zwanger tienermeisje heen. Met boze ogen roept ze: “Waarom moesten ze mij hebben? Eerst de drugs, toen de loverboy, toen een kind? Ik was nog maar 12 toen het begon!”

Overal op die vlakte stonden honderden van zulke groepen. Ze beklaagden zich allemaal over God – waarom laat Hij al dat kwaad en lijden in de wereld toe? En dat terwijl Hij Zelf lekker in de hemel woont, waar alles perfekt is, waar geen tranen zijn, geen angst heerst, geen honger of haat. Wat weet zo’n God nou van alles wat de mensen in deze wereld moesten meemaken? Hij zou ook maar eens …!!

Iedere groep koos daarom iemand uit die het meest geleden had. Een Jood, een neger, iemand uit Hiroshima, een aidsslachtoffer uit Congo, iemand die door reuma helemaal krom gegroeid was, iemand die door een automobilist met drank op voor de rest van het leven in een rolstoel terecht gekomen was. Midden op de grote vlakte kwamen ze bij elkaar om met elkaar te overleggen. Ten slotte waren ze klaar om hun zaak aan God voor te leggen.

Voordat God in aanmerking kon komen om hen te oordelen, moest Hij eerst meemaken wat zij meegemaakt hadden. Ze besloten dat God tot een leven op aarde veroordeeld zou worden – Hij zou mens moeten worden!

‘Laat Hem in een kansloos, armoedig gezin geboren worden. Zonder dat zijn vader bekend is. Laat Hij opgroeien in een vijandige omgeving. Dat iedereen Hem met de nek aankijkt. Dat zelfs zijn eigen familie Hem niet meer hoeft. Laat Hij door zijn beste vrienden in de steek gelaten worden. En dat Hij door corrupte ambtenaren wordt aangeklaagd. Door een laffe rechter ten onrechte veroordeeld wordt. Laat Hem ook eens voelen hoe het is om gemarteld te worden. Om er helemaal alleen voor te staan. Geen mens meer die om Hem geeft. Ja, laat God dat ook maar eens allemaal meemaken. Laat Hem in volstrekte eenzaamheid een gruwelijke dood sterven. Misschien dat Hij dan weet wat wij hier op aarde allemaal moeten meemaken aan zorgen en ellende.

Zo maakten de woordvoerders van elke groep samen hun vonnis bekend. En toen werd het stil. Want plotseling stond er Iemand op. Met gaten in zijn handen. Met ogen vol ontferming. En iedereen besefte: wat wij zonet bedachten hebben om God mee te straffen, heeft die Man al ondergaan.

Met Kerst vieren we, dat God in het Kind Jezus dichterbij dan ooit gekomen is. In het Kind Jezus is God Zelf al mens geworden. De engel zegt het zelf: ‘In de stal van Bethlehem ligt de Zoon van God, jullie Redder en Heer. Ga maar kijken!’ De herders geloofden die engel op zijn woord. Ze gingen meteen op kraambezoek.

Wat de herders geloofden, geloof ik ook. In de persoon van Jezus is God naar deze aarde gekomen. Hij heeft alles meegemaakt, wat wij ook meemaken. Hij kent het leed door en door. De pijn en de eenzaamheid. De teleurstelling en de frustratie. De moeite en het verdriet. De uitsluiting en de minachting. Afschreven door mensen en ingeruild voor een ander. Jezus heeft het allemaal meegemaakt. Hij heeft het allemaal gevoeld. Hij leek er volledig aan onderdoor te gaan. En toch heeft Hij het gered. Heeft Hij jou en mij gered.

Met Kerst komt alles dichterbij dan ooit. De zorgen en de ellende – zeker in 2014. Je kunt het God verwijten. Je kunt ook komen kijken naar Gods oplossing – in het Kind van Kerst komt Hij elk jaar dichterbij dan ooit. Dat Kerstkind brengt vrede op aarde, vrede in je hart en vrede met God. God blijven verwijten of naar het Kerstkind dat God geeft komen kijken. Waar kies je voor? Ik nodig ieder van jullie uit voor dat laatste.

Sluit je aan in de lange stoet van mensen die het Kerstkind komen begroeten!

Kerst – Jozef gepasseerd én ingeschakeld bij geboorte Jezus

De geboorte van Jezus is het grootste kado dat mensen van God krijgen. Maar zelfs voor mij als christen blijft het onbegrijpelijk. Ik snap best wel dat Jezus geboren. Maar hoe Hij geboren is, namelijk uit de maagd Maria, dat kan voor mijn gevoel helemaal niet. Toch is de Bijbel er heel duidelijk over. Twee bijbelschrijvers laten het onafhankelijk van elkaar weten. “Maria bleek zwanger te zijn door de Heilige Geest” vertelt Matteüs  (Mat. 1:18). “De Heilige Geest zal over je komen”, zegt de engel Gabriël tegen Maria, als die vraag hoe zij zwanger kan worden omdat ze nog nooit gemeenschap met een man gehad heeft, vertelt Lukas (Luk . 1:35).

Jozef Maria JezusMARIA EN JOZEF KUNNEN ER NIET BIJ

Dat is zo onvoorstelbaar – Maria kan er zelf amper bij. Daarom zwijgt ze erover tegen Jozef. Hij zal haar toch niet kunnen geloven. Waar God nu mee bezig is, dat gaat alle mensen boven het verstand. Zoals Maria moeder wordt, zo is nog nooit een vrouw moeder geworden. Dat kan alleen God zelf aan Jozef duide­lijk maken. En inderdaad: Jozef kan er niet bij. Langzaam en mar­­telend dringt na een paar maanden de verschrik­kelijke werke­lijkheid tot hem door: zijn Maria is in verwachting en krijgt een kind waarvan hij de vader niet is. En Maria is zo zwijgzaam, het geheim blijft voor Jozef onop­losbaar. Dat maakt de situatie voor hem zo moeilijk. Omdat Jozef een gelovige jongen is, wil hij zijn stil­le Maria niet in opspraak brengen. Hij kan of wil nu niet meer met Maria trouwen, maar wil haar ook niet in opspraak brengen. Daarom denkt hij er serieus over na om de verloving in het geheim te verbreken.

Maria kan er amper bij. Jozef kan er helemaal niet bij. En als God zelf niet aan Jozef de waarheid bekend gemaakt had, waren twee gelovige kinderen van God die voor elkaar bestemd waren, zelfs definitief uit elkaar te gaan. Alleen God kan duidelijk maken dat Hij verlossing, redding en uitkomst komt brengen op een manier zoals niemand het had kunnen bedenken.

VEEL MENSEN WILLEN ER NIET AAN

Vandaag geloven nog steeds heel veel mensen niet dat Jezus de Zoon van God is, geboren uit de maagd Maria. Dat het Kerstkind een bijzonder kind is, wil er bij veel mensen nog wel in. Maar dat Jezus Gods kind is? Nee, daarmee wordt Jezus door zijn fanclub toch net even te hoog ingeschaald. En dan krijg je van die sagen en legenden als de maagdelijke geboorte. Wat dat betreft zit er tussen toen en nu niet zoveel verschil. Toen zal iedereen gedacht hebben: daar heb je weer een stel dat moet trouwen. Tegen de stroom in werd van Jozef en Maria, eerst van ieder afzonderlijk en daarna van hun samen, veel geloof gevraagd. Durven ze echt God op zijn woord te geloven, dat hun zoon Jezus de beloofde Immanuel is die de mensen zal bevrijden van hun zonden?

IK BEN NET ZO

Voor mij als gelovige op de grens van 2014/2015 geldt eigenlijk precies hetzelfde. Ook ik kan God alleen maar op zijn woord geloven, als Hij vandaag nog precies hetzelfde zegt: ‘In Betlehem is jullie redder geboren. Het is Christus, de Heer. Hij zal de mensen bevrijden van hun zonden.’ Die aktie komt helemaal van Gods kant. Dat begint al bij de geboorte. Daar kwam geen man aan te pas. Jezus kwam ter wereld, zoals het ook met het geloof zelf gaat: het is een geschenk van God. Dat zegt een derde bijbelschrijver, Johannes, in zijn Evangelie: “Wie in zijn naam geloven, zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.” (Joh. 1:12)

Daar kan ik niet bij. En, laat ik eerlijk zijn, ik wil er vaak ook niet aan. Want dan moet ik toegeven, dat ik het zelf niet kan. Dan moet ik erkennen, dat alleen God Zelf ook vandaag nog de oplossing kan brengen: een nieuw begin in mijn leven en een ultiem vredesplan voor heel de wereld. Maar ook al kan ik er niet bij en wil ik er vaak niet aan, toch geloof ik in Jezus als het Kind van Kerst. Hij is “het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam.” (Joh. 1:9) En ik ben blij dat we dat elk jaar weer samen vieren. Zo houden we het geloof levend in Jezus Christus als de enige Zoon van de Vader, die Zelf God is en mens werd zoals wij. Door Hem kunnen we er weer bij – bij God als onze hemelse Vader.

WAAROM WILDE JOZEF ER IN HET GEHEIM VANDOOR?

Niet iedereen denkt dat Jozef Maria wilde verlaten omdat Maria hem verteld had wat haar overkomen was. Iemand als prof. Jakob van Brug­gen heeft een andere opvatting. Hij is van mening (je kunt dat nalezen in zijn commentaar op Mat­teüs) dat de verschijning van Gabriël en de lofzangen van Elisa­bet, Maria en Zacharias binnen de familie bekend geworden zijn en ook gelovig geaccepteerd. Ook Jozef zou Maria op haar woord geloofd hebben dat ze door toedoen van de Heilige Geest een kind verwacht die de lang beloofde Messias zal zijn. Alleen vroeg hij zich wel af, wat dit betekende voor zijn aanstaande huwelijk met Maria. Dus overweegt hij, dat God Maria blijkbaar voor een unieke taak geroepen heeft. Daarin ziet Jozef geen plaats voor zichzelf. Dus wil hij in het geheim de verloving verbreken. Prof. van Bruggen beroept zich voor deze uitleg vooral op Mat. 1:18. Daar wordt van Maria gezegd: “ze bleek zwanger te zijn door de hei­li­ge Geest.” Dat zou je dan zo moeten uitleggen, dat de gelovige familieleden niet alleen gecon­stateerd hebben dat Maria in verwach­ting was, maar ook, dat dat ‘door de heilige Geest’ gebeurd is.

Toch volgen veel andere bijbeluitleggers deze verklaring niet. De meesten denken, dat Matteüs aan de lezers laat weten, dat het geen gewone zwangerschap was, maar dat die tot stand gekomen is door tussenkomst van de heilige Geest. De re­ak­tie van Jozef pleit er meer voor om aan te nemen, dat Jozef vol vragen zit over hoe het nu kan dat Maria zwanger is. Als hij voor zichzelf geen plaats ziet in Gods verlossingsplan zou hij dat met Maria hebben kunnen overleg­gen. Maar volgens Matteüs zit Jozef te dubben en te aarzelen wat hij zal doen. En als hij dan eindelijk de knoop wil doorhakken, verschijnt op dat moment een engel van de Heer aan hem. Het lijkt er op, dat Maria niet zelf gepro­beerd heeft Jozef van de goddelijke oorsprong van haar kind te overtui­gen, maar dat God dat zelf op het meest kritieke moment doet.

JOZEF 100% AKTIEF INGEZET

Overigens vraagt prof. van Bruggen er wel terecht de aandacht voor, dat het de en­gel er niet alleen om te doen is, het wantrouwen van Jozef weg te nemen, maar dat Jozef zelf ook aktief een plaats krijgt aangewezen bij de geboorte van de Verlos­ser. God scha­kelt Jozef in als de vader op aarde voor de Chris­tus. Hij krijgt bijvoorbeeld (net als Maria in Lukas) de opdracht het kind de naam Jezus te geven. En na de geboorte is het Jozef die een droom krijgt om met Maria en Jezus naar Egypte te vluchten vanwege de dreiging van Herodes. Wat dat betreft lijken alle gelovigen op Jozef. Het geloof zelf is 100% Gods werk in jou en mij. Maar daarna schakelt de HERE ieder van ons wel voor de volle 100% in om het geloof ook uit te dragen en voor te leven.

ADVENTSKAARSEN en ADVENTSKRANSEN

In veel kerken worden in de weken voor Kerst op zondagmorgen de Adventskaarsen aangestoken. Dat zijn er meestal vier. Soms kom je er ook vijf tegen, omdat op Eerste Kerstdag nog een kaars aangestoken wordt. In sommige kerken hebben de kaarsen verschillende kleuren. Dat heeft te maken met het kerkelijk jaar. In de wat meer hoog-liturgische kerken heeft elke periode van het kerkelijk jaar een eigen kleur. De kleuren voor de adventsperiode zijn paars en rose. Paars is de kleur van de bezinning. Rose is de kleur paars waar het licht doorheen schijnt. En met Kerst zelf is de kleur wit (of soms goudkleurig): Jezus Christus is geboren, Hij is het licht voor de wereld, zuiver en rein.

In de engelstalige traditie heeft elke Adventskaars ook een naam met een betekenis.

Adventkaarsen1e Adventskaars – (paars) De profetie-kaars / de kaars van hoop

Als christenen kunnen we in een  wereld toch hoop hebben op een goede afloop, omdat God betrouwbaar is. Hij houdt zich altijd aan zijn beloften, ook die Hij aan ons gedaan heeft. Bij de eerste Adventskaars vestigen wij onze hoop op God. Zo zegt Paulus in Romeinen 15:12-13: En verder zegt Jesaja: ‘Isaï zal een telg voortbrengen: hij die komt om over de heidenen te heersen; op hem zullen zij hun hoop vestigen.’ Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest.

2e Adventskaars – (paars) De Bethlehem-kaars / de kaars van voorbereiding

God houdt zich aan zijn belofte dat de Redder van de wereld komen zal. Als het zover is, wordt Jezus geboren in Bethlehem. God zelf zorgt ervoor, dat alle voorbereidingen getroffen worden. Tegelijk worden mensen voorbereid om Jezus te ontmoeten. Bij de tweede Adventskaars vragen we aan de Heilige Geest: ‘Help ons om er klaar voor te zijn om  U, Jezus, te verwelkomen als onze reddende God.’ Zo staat het beschreven bij de profeet Jesaja, zegt Lukas 3:4-6: Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden! Iedere kloof zal worden gedicht, elke berg en heuvel geslecht, kromme wegen recht gemaakt, hobbelige wegen geëffend; en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt.”

3e Adventskaars – (rose) De herders-kaars / de kaars van vreugde

Als de engel Gabriël het goede nieuws van de geboorte aan de herders gebracht heeft, daalt vanuit de hemel een compleet engelenkoor naar de aarde af. Hier had heel Gods schepping met reikhalzend verlangen eeuwenlang op gewacht! Vandaar dat op de derde Adventszondag de kleur paars even oplicht naar roze, passend bij de vreugde van de verwachting die werkelijkheid wordt. Bij de derde Adventskaars delen we met de herders en met heel Gods volk in de vreugde over de eerste komst van Jezus en kijken we met even groot reikhalzend verlangen uit naar zijn terugkomst. Lees Lukas 2:10, 13, 14, 20 maar: De engel zei: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen. En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’ De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.

4e Adventskaars – (paars) De engelen-kaars / de kaars van liefde

De engel Gabriël maakt het goede nieuws bekend van de Redder die in de stad van David geboren is. Hij heeft het over jullie Redder. God stuurde zijn Zoon uit liefde naar deze aarde. Bij de vierde Adventskaars verwonderen we ons erover, dat Gods liefde zo groot was voor kleine, zondige mensen zoals wij. We horen het Jezus Zelf tegen Nikodemus zeggen in Johannes 3:16+17: Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.

5e Adventskaars – (wit De Christus-kaars

De witte kaars herinnert ons eraan dat Jezus het perfekte lam van God is, zonder enig gebrek. Hij is door God gegeven om onze zonden weg te wassen. Zijn geboorte stond in het teken van zijn dood. Zijn dood staat in het teken van onze geboorte! Bij de 5e Adventskaars op Eerste Kerstdag beseffen we, dat het Kind van Kerst ook de Man van Pasen is die op Pinksteren met zijn Geest het nieuwe leven wereldwijd uitdeelt. Zo zegt Johannes de Doper het in Johannes 1:29-30: De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.  Hij is het over wie ik zei: “Na mij komt iemand die meer is dan ik, want hij was er vóór mij.” Zo zegt Jezus het tegen Nikodemus in Johannes 3:3-7‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ ‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg Nikodemus. ‘Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’ Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk.  Wees niet verbaasd dat ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden.

Overgenomen uit: NAAST dec. 2012

Overgenomen uit: NAAST dec. 2012

In de periode voor Kerst worden er vaak kerstkransen gemaakt. Die gewoonte is, net als die van de Adventskaarsen, ontstaan na de Reformatie in Duitsland. Waarschijnlijk stak men oorspronkelijk thuis eerst alleen maar vier kaarsen aan tijdens de Adventsweken, maar al vrij snel kwam werden die kaarsenin een prachtig groen-versierde krans gezet. En nog weer later kwamen de kleuren paars en rose in beeld en werd midden in de krans een grotere Kerstkaars geplaatst. Wanneer in christelijke gezinnen aan het begin van elke week een nieuwe kaars werd aangestoken, werd daarbij een bijbelgedeelte gelezen, een lied gezongen en een gebed uitgesproken. Zelf hebben we het als gezin zo nooit gedaan. Als gereformeerden liepen we altijd wat achter als het om symboliek in de kerk en in het gezin ging. Maar een mooi idee vind ik het wel. In de kerk steken we Adventskaarsen aan. Thuis kun je dan persoonlijk of als gezin werk maken van de innerlijke Voorbereiding door met Hoop, Vreugde and Liefde vooruit te kijken naar het Kerst – om het feest te vieren van de geboorte van onze Heer en Redder Jezus Christus.

 

De SINT, de KERSTMAN en een brief van JEZUS

De laatste jaren lijkt Sinterklaas konkurrentie te krijgen van de  Kerstman. Die deelt namelijk ook kadootjes uit. Daarover kwam ik een aantal jaren geleden een interview tegen met een meisje van 13. Aan haar werd ge­vraagd: “Vind je dat er met Kerst kadootjes uitgedeeld moeten worden?” Haar ant­woord was: “Sinterklaas is voor mij het feest van surprises en kadootjes. Je neemt el­kaar met een paar gedichten in de maling, maar er zit verder geen christe­lijke gedachte achter. Als er onder de boom pakjes worden gelegd, praat je al gauw over: ‘Wat heb jij gehad?’ Ik denk dat kerstkadootjes belangrijker worden dan het Kerstver­haal. Er gebeuren al genoeg dingen -zoals chique maal­tijden, dure kleren kopen en vakanties- die niets met het kindje in de kribbe te maken hebben, dus laten we die kadootjes maar op 5 december uitdelen.”

DE ZIN VAN KERST

Ik vind het prachtig zoals iemand van 13 haarfijn weet aan te geven, waar het met Kerst eigenlijk om draait. Ze zegt in feite dat geweldig veel bijzaken het Kerstver­haal van het kindje in de kribbe hebben verdrongen. Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Ik denk, dat veel mensen onbewust toch naar een stukje warmte en gezelligheid zoeken in de donkere wintermaanden. En hoe minder het geloof in de HERE God en in Jezus Chris­tus onze Heer ze nog iets zegt, hoe meer ze het in uiterlijke dingen zoeken, zoals kadootjes, uit eten gaan, een extra vakantie en in kerstbomen, kerstbakjes en vuurwerk. Nu kun je zeggen: daar zit op zich toch weinig verkeerds in, want we maken het ons vaak gezellig, en waarom zou dat juist in de donkere decembermaand niet mogen? Ik denk dan: juist als christenen zul je moeten laten zien, dat het één -de gezel­lig­heid- niet ten koste mag gaan van het ander -de Kerstgedachte-. En omdat de tijden veranderen, kan het nu juist een stukje christelijke levensstijl zijn, als je bewust de kadootjes en de familiaire gezelligheid voor Sinterklaas bewaard. Dat Zwarte Piet op vijf december met de zak van Sinterklaas langs komt, is (nou ja, was tot voor enkele jaren) een tamelijk onschuldig en leuk familiefeest, waar verder geen specifiek christelijke aspekten aan zitten, behalve de oproep tot vrijgevigheid. Met Kerst ligt dat heel anders. Als je dan alle aandacht op de gezelligheid richt, schuif je bewust of onbewust het belangrijkste, de geboorte van Gods Zoon als Kind in Betlehem, naar achteren. En dat is een hele slechte ontwikkeling.  Dus hoe vier je als christen Kerst? En wat moet je aan met de figuur van de Kerstman?

ZONDER JEZUS HEB JE GEEN KERST, MAN!

Zonder geloof in de Here Jezus is er met Kerstfeest eigenlijk maar weinig te vieren. Dan is het geen feest van geloven, maar van verdoven. Dan sluit je je een poosje af van de ellende van de wereld en van de triestigheid in je eigen leven. Je maakt het onderling gezellig met kerstboom, kaarsjes en een kerst­diner. Ook christenen geven op die manier invulling aan Kerst. Ieder doet dat op z’n eigen manier. Eén ding lijkt me echter niet te verdedigen. Namelijk de gewoonte elkaar met Kerst­­feest kadootjes te geven, onder de kerstboom, uit de zak van de Kerstman, gebracht door het rendier met zijn arrenslee. Dan zijn we volledig op het verkeer­de spoor terecht gekomen. Best gezellig, daar gaat het niet om, maar schadelijk voor ons ge­loof. Waar het mij vooral om gaat, is, dat de figuur van de Kerstman de funktie van de Here Jezus overneemt. De Kerstman wordt de weldoener, die mensen gelukkig maakt. Dan ben je wel ver verwijderd van de christelijke betekenis van het Kerstfeest. Dan heeft de religie van de gezelligheid het gewonnen van het christelijk geloof. Want Kerstfeest is niet het feest van ‘O denne­boom, wat zijn uw takken wonder­schoon’, maar van ‘Ere zij God in de hoge’ om het wonder van Bet­le­hem. Kerstfeest is niet het feest van de familie-onder-ons, maar van God-met-ons. En alleen als je dat laatste tot je laat doordringen en met Kerst­feest herdenkt, zorgt dat voor een blijheid die blijft.

DE KERSTMAN EN DE MIDDENSTAND

Als je serieus neemt wat hierboven gezegd is, heeft dat ook consequenties voor christelijke ondernemers. Omdat het leven één is, lijkt het mij niet te verdedigen, dat christelij­ke ondernemers in de decembermaand een Kerstman in de etalage, op de folders of op de website hebben staan. Alle andere symbo­len -bomen, ballen, sneeuw, engelenhaar, kransen e.d.- dragen bij aan een uitnodi­gend karakter, zodat de klanten graag even binnenstappen of iets bestel­len. Maar wanneer de Kerstman in de winkel of op reklame-materiaal verschijnt, is de hoge Persoon­lijkheid van de Here Jezus voor het oog van de wereld wel mooi vervangen door de surrogaat-persoonlijk­heid van de Kerstman. Dan wint op één van belangrijk­ste punten de commercie het van het geloof. Die twee hoeven elkaar niet te bijten, maar voor mijn gevoel is hier wel een principiële grens bereikt. Wees eerlijk: de Kerstman is toch eigenlijk ook de mislukte en geëmigreerde dubbelganger van Sinterklaas, die gewoon op het verkeerde feest in de verkeerde kleding met het verkeerde vervoermiddel weer voet aan de grond in Nederland probeert te krijgen.

ZONDER JEZUS IS JE KERST MIS!

Gezelligheid rond de Kerstdagen hoeft op zich helemaal niet verkeerd te zijn. Iedereen doet het op zijn eigen manier. Zorg er alleen wel voor, zou ik zeggen, dat de bedoeling van Kerstfeest niet onder de tafel ge­werkt wordt. Kerst­feest is een geloofsfeest. We denken aan Gods genadige goedheid, dat Hij zijn Zoon Jezus Chris­tus mens heeft laten worden om ons te redden van onze zon­den (Mat. 1:21). Dat betekent dus: de Kerstman eruit en Jezus erin. Alleen als Hij de voornaamste plaats in je leven heeft, valt er met Kerst werke­lijk wat te vieren. Dus sluit ik af met een brief van Jezus.

Beste broer of zus

Zoals je wel weet komt mijn verjaardag dichterbij. Elk jaar is er een viering ter ere van mij. En ik denk dat dat dit jaar ook wel weer zo zal zijn. In deze tijd zijn veel mensen druk met het kopen van kado’s, op de radio hoor je allerlei berichten, op de tv zie je reclames en overal in de wereld praat iedereen erover dat mijn verjaardag dichterbij komt. Het is echt erg mooi om te weten dat tenminste één keer per jaar zoveel mensen aan mij denken. Zoals je weet begon de viering van mijn verjaardag lang geleden. In het begin leken de mensen te begrijpen en waren ze dankbaar voor alles dat ik voor hen gedaan had. Maar tegenwoordig lijkt het of niemand nog de reden van het feest weet.

Ik weet nog dat afgelopen jaar een groot feestmaal werd georganiseerd ter ere van mij. De tafel was gedekt, vol met heerlijke gerechten, toetjes, fruit, noten, chocola en wijn. De versieringen waren superdeluxe en er waren veel, heel veel ingepakte kadootjes. Maar weet je, ik was niet uitgenodigd. Ik was de eregast, maar niemand dacht eraan om mij een uitnodiging te sturen. Het feest was voor mij, maar toen de grote dag kwam, werd ik buiten gelaten. Ze deden de deur voor m’n neus dicht… en ik wilde nog wel bij hen zijn en de tafel delen. Eigenlijk was ik helemaal niet verbaasd, want de afgelopen jaren deed iedereen de deur voor mij dicht.

Toen bleek dat ik toch niet uitgenodigd was, besloot ik stilletjes bij het feest naar binnen te gaan. Zonder een geluid te maken, onopvallend. Ik ging naar binnen en bleef in een hoekje staan toekijken. Ze waren allemaal aan het drinken. Sommigen waren dronken en vertelden moppen en lachten over alles. Ze hadden een geweldige tijd. Op een gegeven moment kwam er ook nog een grote dikke man binnen in rode kleren met een grote witte baard. Hij riep aldoor ‘Ho! Ho! Ho!’ en het leek wel of hij dronken was. Hij zat op de bank en alle kinderen renden naar hem toe en riepen: “Kerstman, Kerstman”. Alsof het feest ter ere van hem was! Om 12 uur ’s nachts omhelsden de mensen elkaar. Ik stak mijn armen uit voor iemand om mij te omhelzen….maar niemand omhelsde mij. Plotseling gingen ze kadootjes uitdelen. Ze openden ze een voor een vol verwachting. Toen ze allemaal geopend waren keek ik of er misschien eentje voor mij bij zat… Niet dus. Hoe zou jij je voelen als op jouw verjaardag iedereen kadootjes aan elkaar geeft, behalve aan jou? Ik begreep toen dat mijn aanwezigheid op het feest niet op prijs werd gesteld en verliet de zaal stilletjes. En ieder jaar wordt het erger. Mensen staan alleen stil bij eten en drinken, kadootjes, feestjes en niemand staat stil bij mij.

Weet je wat ik mooi zou vinden? Als bij het komende Kerstfeest jij het toestaat dat ik in jouw leven kom. Ik zou het mooi vinden als jij het feit erkent dat bijna 2000 jaar geleden ik naar deze wereld kwam om mijn leven te geven voor jou. Aan het kruis. Om jou te redden. Vandaag wil ik alleen maar dat jij dit echt gelooft, met je hart.

Ik wil nog iets met je delen: Omdat niemand mij uitgenodigd heeft voor een feest, ga ik mijn eigen viering geven. Een groots feest dat niemand zich echt kan voorstellen. Een spectaculaire party. Ik ben nog bezig om de laatste dingen te regelen. Maar ik ga nu al uitnodigingen rond sturen en er is ook een uitnodiging voor jou. Je plaats is gereserveerd! Maar ik wil weten of je er ook zelf graag bij wilt zijn. Daarom wil ik graag een bevestiging van jou ontvangen. Je naam wordt dan met gouden letters in het gastenboek geschreven. Alleen dan zul je het feest echt mee mogen vieren. De gasten die de uitnodiging niet aannemen, zullen buiten blijven. Maak jezelf dus klaar, zodat wanneer alles gereed is, jij er bij zult zijn!

Tot gauw!

Liefs, Jezus