Daar juicht geen toon, daar klinkt geen stem

Pasen Daar juicht een toon shirtNiet meer in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) tenminste. Want dit prachtige Paaslied is uit de nieuwste editie van het Gereformeerd Kerkboek verdwenen. In de nieuwsbrief van 20 maart 2018 geeft het Steunpunt Liturgie aan, dat een aantal vertrouwde Paasliederen gelukkig nog wel in een andere jasje te vinden zijn in het nieuwe Liedboek dat in 2013 uitkwam. Dat Liedboek is leidend voor onze kerkdiensten en in het Gereformeerd Kerkboek staan alleen nog maar de gezangen die niet in het Liedboek staan, maar die we toch waardevol genoeg vinden om te blijven zingen.

Op zich een goed streven. Maar kun je van Daar juicht een toon, daar klinkt een stem met droge ogen zeggen, dat je het oude Gezang 95 nu kunt vinden “in het Liedboek 637, de bekende melodie met een nieuwe tekst van André Troost”? Kijk en vergelijk zelf:

Gezang 95 – Daar juicht een toon, daar klinkt een stem

1/ Daar juicht een toon, daar klinkt een stem, die galmt door gans Jeruzalem; een heerlijk morgenlicht breekt aan, de Zoon van God is opgestaan!

2/ Geen graf hield Davids Zoon omkneld; Hij overwon, die sterke Held. Hij steeg uit ’t graf door eigen kracht, want Hij is God, bekleed met macht!

3/ Nu jaagt de dood geen angst meer aan, want alles, alles is voldaan! Wie in geloof op Jezus ziet, die vreest voor dood en helle niet.

4/ Want nu de Heer is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan: een leven door zijn dood bereid, een leven tot in eeuwigheid.

Liedboek 637 – O vlam van Pasen, steek ons aan

1/ O vlam van Pasen, steek ons aan, de Heer is waarlijk opgestaan! De Zoon, die voor geen zonde zwicht, de Zoon is als de zon, zo licht!

2/ De Vader laat niet in het graf een kind dat zoveel vreugde gaf, Hij tilt het uit de kille grond – het loopt als vuur de wereld rond.

3/ De oude nacht voorgoed gedood, de toekomst kleurt de morgen rood; ziehier hoe God vergevend is en hoe zijn liefde levend is.

4/ Ziehier het licht van lange duur, ziehier de Zoon, de zon, het vuur; o vlam van Pasen, steek ons aan – de Heer is waarlijk opgestaan!

Ik vind het niet alleen raar, maar vooral zorgelijk dat we als GKV-kerken officieel ‘O vlam van Pasen, steek ons aan’ in de maag gesplitst krijgen als vervanging van ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’.

VERVAGENDE GELOOFSTAAL

Waarom zorgelijk? Omdat ik een tendens zie om alles wat met het christelijk geloof te maken heeft, te vervagen tot symbolische omschrijvingen. Voor mij betekent Pasen dat Jezus als de Zoon van God levend en wel uit het graf is opgestaan. Wat er met Pasen gebeurd is, is werkelijkheid. En daar mag je, als christen, heel konkreet van zingen. En dat doe ik ook als ik de vier verzen van ’Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ zing.

Maar wat ik vaak om me heen zie is, dat het christelijk geloof omschreven wordt in symbolische woorden. Dat klinkt goed, maar het wordt vaag. Er wordt minder gesproken over God als onze hemelse Vader, over Jezus als onze Redder en Heer en over de hemel en de nieuwe aarde als onze bestemming. Het gaat veel meer over de Eeuwige die ons opneemt in de oceaan van zijn liefde en die ons in Jezus inspireert tot een zinvol leven, omdat Hij het licht van lange duur en de zon en het vuur is, de vlam van Pasen die ons aansteekt, het bewijs dat Gods liefde levend en blijvend is. Prachtige beeldspraak. Poëtische taal. En daar is op zich niets mis mee.

Maar het is ook erg algemeen. En dus erg vaag. Je kunt er alle kanten mee uit. En iedereen kan zich er wel in vinden. Maar daarmee worden de feiten rond Pasen minder belangrijk. Het maakt niet uit hoe je het interpreteert, letterlijk of symbolisch. Als je maar gelooft dat er iets gebeurd is met Pasen waardoor mensen zich tot op de dag van vandaag motiveren laten.

Kijk, dat vind ik zorgelijk. Want in de Bijbel staat iets heel anders: Christus is opgestaan uit de dood. Als dat niet werkelijk waar is, is de dood niet overwonnen, is onze schuld niet betaald en is er geen hoop op het eeuwige leven. Juist met Pasen moet het goede nieuws van de opstanding van Jezus zo konkreet mogelijk verkondigd en bezongen worden!

Mijn vader zaliger was musicus. Hij had meer liturgisch gevoel in zijn kleine teen dan ik in mijn hele lichaam. Hij genoot van de Matthäus-Passion van Bach en van een hoogkerkelijke liturgie. Maar het viel hem telkens weer op: hoe meer Bach in de kerkdienst, hoe minder Evangelie van de kansel. En omgekeerd: hoe volkser de liturgie, hoe voller de verkondiging. ‘Het lijken wel twee communicerende vaten’, zei hij een keer tegen mij.

Dat maakt mij wat huiverig voor nieuwe liederen vol symboliek over de inhoud van het christelijk geloof. Vooral als daarmee andere liederen die konkreet Gods grote daden bezingen, worden weggedrukt omdat ze liturgisch gezien onder de maat zijn. Volgens mij vergeet je dan als kerk, dat het Evangelie juist op de kerkelijke feestdagen het meest tot z’n recht komt als je met bekende liederen zo konkreet mogelijk het heil aan ons verschenen bezingt. Gods heil heeft immers als mens van vlees en bloed handen en voeten gekregen in Jezus Christus?

WILLEKEURIGE KEUZES

Het is trouwens ook raar dat Daar juicht een toon, daar klinkt een stem niet is opgenomen in het nieuwe Geformeerde Kerkboek. Van alle andere liederen die als dubbeling niet meer in het nieuwe Gereformeerd Kerkboek staan, is de koptekst in het nieuwe Liedboek bijna hetzelfde (Gez. 89 ‘Jezus, leven van mijn leven’ = Lied 575 ‘Jezus, leven van ons leven’; Gez. 92 ‘Nu triomfeert de Zoon van God’ = Lied 622). Maar in het nieuwe Liedboek heeft Lied 637 niet alleen een heel andere titel. Onderaan staat ook, dat de melodie van het lied ontleend is aan ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en gecomponeerd is door César Malan. Bij andere liederen die gemoderniseerd zijn, staat alleen vermeld van wie de melodie afkomstig is. Oftewel: Lied 637 is een ander Paaslied.

Het is ook raar, omdat er wel twee andere ‘dubbelingen’ in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek zijn opgenomen. ‘U zij de glorie’ (Gez. 99) is in een moderner jasje (Gez. 209) opnieuw opgenomen, terwijl er ook een nieuwere versie in het Liedboek staat (Lied 634). Als je die twee nieuwere versies met elkaar vergelijkt, zie je meteen dat ze veel meer op elkaar lijken dan ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en ‘O vlam van Pasen, steek ons aan’.

Een tweede lied dat zelfs in exact dezelfde bewoordingen in beide bundels staat is het lied ‘Christus in het graf geborgen’ (Gez. 207 / Lied 639). “Dat is tegen de uitgangspunten in”, staat in de nieuwsbrief van het Steunpunt Liturgie. “Maar omdat de GKv-kerken die dit lied op hun repertoire hebben staan het kennen met de melodie van Dirk Zwart, staat het toch in de nieuwe bundel, want het LB koos voor een andere melodie.” Merkwaardig! Niet alleen omdat de samenstellers van het nieuwe Gereformeerde Kerkboek blijkbaar eigenmachtig dit soort keuzes mogen maken. Maar ook omdat, als ik het zo inschat, de melodie in het Gereformeerd Kerkboek staat, minder makkelijk te zingen is als de melodie die in het Liedboek staat. Raar dus, dat een amper bekende en weinig gezongen melodie tegen de regels in toch in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek geplaatst wordt, terwijl een geliefd Paaslied dat door iedereen rond Pasen uit volle borst meegezongen wordt, moet verdwijnen zonder dat iemand daar ook maar om gevraagd heeft.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Het is denk ik net als in de politiek. Daar hebben veel van de gevestigde partijen weinig feeling meer met de bevolking, omdat ze in hun Haagse kaasstolp zitten. Qua visie op liturgie lijkt er in onze kerken net zo’n kloof te zijn tussen de besluitvormers rondom liturgie en kerkmuziek (deputaten en steunpunt) en de zondagse kerkgangers. De plaatselijke gemeente is, als het om de gezangen in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek gaat, voor mijn gevoel meer kwijtgeraakt dan dat ze erbij gekregen heeft. Het zal er ongetwijfeld aan bijdragen dat er nog minder vanuit de aanbevolen twee bundels (Liedboek 2013 en Kerkboek 2017) gezongen gaat worden. En eigenlijk is dat best wel winst. Want ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is – in alle vrijheid kan iedere voorganger en elke gemeente dat heel goed zelf bepalen.

Tenslotte: ik ben blij met een veel hertalingen in het Liedboek 2013 en het Kerkboek 2017. ‘Ik wil mij gaan vertroosten in Jesu lijden groot’ (LvK 174) is in de versie van Jaap Zijlstra ‘Ik wil mij gaan vertroosten in ’t lijden van mijn Heer’ (Lb 562) geworden. En het ‘O wij arme zondaars, bedelaars onrein’ (LvK 175) krijgt een veel positievere insteek als je ‘Glorie zij U, Christus, U leed onze nood’ (Lb 574) zingt. Ook de berijmingen van het Onze Vader (GK 181) en ‘Eigenroem is uitgesloten’ (GK 213) van de hand van door Ria Borkent laten zien hoe nodig het was dat ‘O allerhoogste Majesteit’ en  ‘Alle roem is uitgesloten’ nu definitief vervangen zijn.

 

Advertenties

De 51 ‘verdwenen’ gezangen die niet in het nieuwe Gereformeerd Kerkboek staan

De emoties liepen in juni 2014 hoog op (ook bij mij) toen bekend werd dat een flink aantal geliefde kerkliederen niet terugkeert in het nieuwe Gereformeerd Kerkboek. Qua melodie of taalgebruik mankeerde er volgens Deputaten Liturgie en Kerkmuziek teveel aan om ze een volwaardige plek in de kerkdienst te geven. En de synode ging daar akkoord mee. Maar om hoeveel liederen gaat het, die door de synode gewogen en te licht bevonden zijn?

Op internet zijn de besluiten van de Generale Synode van Ede 2014 inmiddels gepubliceerd (klik hier).Onder ‘Liturgie en kerkmuziek’ kun je vinden welke gezangen wél meegaan naar het nieuwe Gereformeerd Kerkboek. Dat zijn er 81 van de 182. Er gaan dus 101 gezangen níet mee. Daarvan staan 49 inmiddels in het nieuwe Liedboek, al dan niet gewijzigd (met als vermakelijk gevolg dat wij als vrijgemaakten straks luidkeels zingen De ware kerk des Heren i.p.v. De kerk van alle tijden). Ook is 1 gezang als ‘dubbeling’ verwijderd. Dat betekent dat er 51 gezangen definitief verdwijnen. Voor zover mij bekend is nog nergens gepubliceerd om welke liederen het gaat. Daarom volgt hier het lijstje ‘verdwenen’ gezangen, met daarachter het jaar waarin ze vrijgegeven werden om in onze kerken te zingen. Voor mijzelf heb ik 15 gezangen die ik echt zal missen, in het rood aangegeven. Het doet mij nog steeds zeer, dat ze vanaf nu niet meer voluit ‘eredienstwaardig’ zijn, maar eerder onder de categorie “kreupelrijm en kermend orgelspel” vallen, om het met een uitdrukking van Prof. Dr. C. Trimp te zeggen.

  1. Gezang 5        Klein, klein kindje [2002]
  2. Gezang 13      Ik zing u van een herderszoon [2002]
  3. Gezang 15      Geloofd zijt Gij, God onze Heer [2005]
  4. Gezang 17      Wie is God behalve onze Heer [2002]
  5. Gezang 19      Zingt en speelt voor de Heer van ganser harte [2002]
  6. Gezang 25      Vol tranen zien wij hoe de tijd [2005]
  7. Gezang 29      Troost, troost mijn volk! Zo zegt uw God [2005]
  8. Gezang 34      Al zou de vijgenboom niet bloeien [2002]
  9. Gezang 38      Zoek eerst het koninkrijk van God (2002)
  10. Gezang 42      De Koning zond zijn knechten [2005]
  11. Gezang 50      Ere zij God [1933]
  12. Gezang 54      Door de poort van Naïn gaat [2002]
  13. Gezang 61      Nu legt Gij in de paaszaal [2005])
  14. Gezang 64      Vrede zij u, vrede zij u [2002]
  15. Gezang 65      Wij weten dat God alles keert [2005]
  16. Gezang 70      Gij dienaars van Hem, die alles regeert [2005]
  17. Gezang 71      De lof en de heerlijkheid [2002]
  18. Gezang 72      Jeruzalem is hemels [2002]
  19. Gezang 73      Ik zag de hemel nieuw en nieuw de aarde [2005]
  20. Gezang 76      En de Geest en de bruid zeggen: Kom! [2005]
  21. Gezang 82      Blaas de bazuin en sla de trom [2002]
  22. Gezang 83      Vrolijk zingen wij ons lied [2002]
  23. Gezang 84      Wees stil en kom wat dichterbij [2002]
  24. Gezang 85      Weet jij waarom Jezus hier op aarde kwam [2002]
  25. Gezang 87      Waar is een rustpunt in de nacht [2002]
  26. Gezang 88      Uw opgang naar Jeruzalem [2002]
  27. Gezang 90      Ontsluit, o Heer, voor U ons hart [1984]
  28. Gezang 94      In het vroege morgenlicht [1984]
  29. Gezang 95      Daar juicht een toon, daar klinkt een stem [2002]
  30. Gezang 97      In alle vroegte [2002]
  31. Gezang 100    De dag der kroning is gekomen [1933]
  32. Gezang 102    Ja, de Trooster is gekomen [1933]
  33. Gezang 105    In vuur en vlam zet ons de Geest [2005]
  34. Gezang 108    Halleluja, eeuwig dank en ere [1933]
  35. Gezang 112    O God die ons uit stof formeerde [2002]
  36. Gezang 115    Nooit kan ’t geloof teveel verwachten [1933]
  37. Gezang 117    Woord van de schepping, kom terug op aarde [2002]
  38. Gezang 120    Dat uw ogen dag en nacht [2005]
  39. Gezang 122    Kom uit de hemel tot ons neer [2005]
  40. Gezang 126    Kom, wenkt de Bruidegom [2002]
  41. Gezang 128    Als het lam wordt gegeten [2002]
  42. Gezang 129    Lof zij de Heer, Hij noemt bij name [2005]
  43. Gezang 130    Toen God de wereld gemaakt had [2002]
  44. Gezang 135    Stilte over alle landen [2002]
  45. Gezang 149    Zie ik sterren aan de hemel staan [2002]
  46. Gezang 150    Heer Jezus, duizend vragen [2005]
  47. Gezang 153    Zoals een arm, vertroostend om mij heen [2005]
  48. Gezang 162    ‘k Heb geloofd en daarom zing ik [2002]
  49. Gezang 167    Samen in de naam van Jezus [2002]
  50. Gezang 170    Vaste rots van mijn behoud [2002]
  51. Gezang 171    Wees stil voor het aangezicht van God [2005]

In 2011 sprak de Generale Synode van Harderwijk uit, dat bij de samenstelling van het nieuwe Gereformeerde Kerkboek er rekening gehouden moest worden met het feit dat veel van de gezangen uit het bestaande kerkboek breed gewaardeerd worden. En in hun eerste rapport (sept. 2013) aan de Generale Synode van Ede gaven Deputaten Liturgie en Kerkmuziek nog aan:  “Voor het onderdeel gezangen is het uitgangspunt dat die uit de laatste editie van het Gereformeerd Kerkboek (2006) een plaats krijgen in het nieuwe kerkboek, tenzij ze (eventueel in een andere berijming of vertaling) in het Liedboek 2013 zijn opgenomen.” In hun aanvullend rapport (dec. 2013) zeiden ze, dat er “een groot aantal gezangen” meegaat en dat slechts “enkele oude gereformeerde gezangen” zijn weggelaten. Uiteindelijk bleek in mei 2014 dat 1/3 van de huidige gezangen zonder nadere motivatie verdwenen is, waaronder een flink aantal geliefde liederen.

Gelukkig is er nog hoop. Want de Generale Synode van Harderwijk heeft besloten, dat het nieuwe Gereformeerd Kerkboek “op de GS van 2014 in eerste lezing en op de GS van 2017 definitief vastgesteld wordt.” De uitgave van het nieuwe Gereformeerde Kerkboek die deputaten mogen verzorgen, zal pas op de landelijke synode van 2017 definitief goedgekeurd worden. Dat biedt kansen voor kerkenraden om aan de volgende synode door te geven welke van de verdwenen oude en nieuwe klassiekers in hun ogen zeer geliefd zijn en breed gewaardeerd worden en dus alsnog hun legitieme plaats in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek horen terug te krijgen.

[Aanvulling 2015: het nieuwe Gereformeerde Kerkboek komt in het voorjaar van 2016 uit. De Generale Synode van Ede besloot in 2014 om versneld tot vaststelling van de inhoud over te gaan. Dus heeft het geen zin om nog bezwaar te maken tegen het skippen van bijna 1/3 van de gezangen in het huidige Gereformeerde Kerkboek. Ik ben wel benieuwd hoeveel kerken over zullen gaan tot aanschaf van het nieuwe Gereformeerde Kerkboek, nu dat qua hoeveelheid liederen aan de magere kant is.]
Mijn eerdere blogs over dit onderwerp waren: Hoogliturgisch denken bederft mijn vreugde met Kerst en Pasen – 10 juni 2014 http://wp.me/p3wcfn-cU; En ook rond Pinksteren bederft hoogliturgische denken mijn vreugde – 12 juni 2014 http://wp.me/p3wcfn-d4. En verder ook nog, vooral over de Psalmen: Nieuwe Liedboek nu al met Psalmen en al overnemen? – 15 mei 2013 http://wp.me/p3wcfn-1q en Over krekeltjes, korenbloemen en zwart-witte koeien – 29 jan. 2014 http://wp.me/p3wcfn-8U

 

EN OOK ROND PINKSTEREN BEDERFT HOOGLITURGISCH DENKEN MIJN VREUGDE

Meer dan 750 personen bekeken de afgelopen 48 uur mijn blog over het schrappen van ‘Ere zij God’ en ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’. Ik heb ze op het verkeerde been gezet door te suggereren dat ‘Samen in de naam van Jezus’ wel in de nieuwe editie van het Gereformeerde Kerkboek blijft staan. Helaas, niets is minder waar. Zunder woord, zunder wies is dit lied ook door de synode geschrapt op voorstel van de Deputaten Liturgie en Kerkmuziek. Het kan dus nog erger!

Ik kreeg de vraag gesteld: ‘Waarom maak jij je hier zo druk over? We zingen toch al alles wat we zingen willen, of het nu wel of niet in het Kerkboek staat. Dus het wordt er echt niet minder om gezongen.’ Maar daar gaat het mij niet om. Het gaat mij erom, dat een flink aantal geliefde liederen, die veel en graag gezongen worden door christenen binnen en buiten onze kerken, vanuit een hoogliturgisch gedachtengoed in de ban gedaan worden. We mógen ze nog wel zingen in de kerkdienst, maar ze zijn zo onder niveau qua melodie of taalgebruik, dat ze niet meer de moeite waard zijn om in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek opgenomen te worden. Door ze doelbewust te skippen, geven deputaten en synode daarmee een signaal af. Namelijk: als jullie, gemeenteleden, het ‘Ere zij God’ en ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en ‘Samen in de naam van Jezus’ blijven zingen, zing je eigenlijk abracadabra qua tekst en een soort hoempapa qua muziek.

In de bijbel lees ik: Laat de Geest u vullen en zing met elkaar psalmen, lofzangen en geestelijke liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer.

Ik wil de drie liederen eens vanuit deze woorden van Paulus bekijken. Ere zij God: het is een lofzang, het heeft een geestelijke inhoud (Kerst – de geboorte van Christus onze Heer) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Daar juicht een toon, daar klinkt een stem: het is een lofzang, het heeft een geestelijk inhoud (Pasen – de opstanding van Christus onze Heer) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Samen in de naam van Jezus: het is een lofzang, het heeft een geestelijke inhoud (Pinksteren – de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Muzikaal rammelt het ‘Ere zij God’ volgens hoog-liturgisch-geschoolde kerkleden onder ons. Met de tekst is verder weinig mis, we zingen nog veel meer andere psalmen en gezangen met woorden uit de bijbelvertaling van 1951. Met het Paaslied ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ is noch muzikaal noch qua tekst veel mis, lijkt me. En de tekst van ‘Samen in de Naam van Jezus’ kan op geen enkele manier ouderwets genoemd worden, dus blijkbaar vonden deputaten de muziekstijl hoempapa. Nu vind ik zelf het ‘Ere zij God’ ook niet het summum van muzikaliteit. En toen ‘Samen in de naam van Jezus’ in 2002 vrijgegeven werd, werd het zo vaak gezongen, dat ik er bij tijden helemaal zat van was. Gelukkig is dat nu weer redelijk in evenwicht.

Wat ik belangrijk vind is, dat we bij het zingen tot Gods eer vooral moeten kijken naar het hart. Zeker als smaken erg verschillen. Daar gaat het Paulus namelijk om: Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer. Dan is het, zoals iemand op FB schreef, echt onbegrijpelijk !!!!! dat een synode een in heel veel kerken gedeelde traditie wegneemt. Dat gaat dan over het ‘Ere zij God’. Zelf vind ik het even ongelooflijk, dat de twee andere liederen door deputaten zelf in 2002 uitvoerig gemotiveerd zijn ingediend en aangenomen, maar nu met hetzelfde gemak doodleuk en zonder duidelijk motivatie weer verwijderd worden. Daar is maar één woord voor: jojo-beleid. En de synode laat dat allemaal maar passeren omdat er nu eenmaal is afgesproken dat minstens 75% het met deputaten oneens moet zijn voordat het anders kan. In het bedrijfsleven zou men zeggen: de managers regeren de zaak en de raad van bestuur knikt ja en amen. Ondertussen hebben beide lagen van bestuur en management het kontakt met de werkvloer verloren. Zo verliest ook de synode haar moreel gezag door deze onbegrijpelijke besluiten (en het nieuwe gereformeerde kerkboek op voorhand haar aantrekkelijkheid, verwacht ik).

Meer dan 750 ‘hits’ binnen twee dagen vind ik zo opmerkelijk veel, dat het iedereen tot nadenken zou moeten stemmen. Ook op de synode. Gelukkig is er nog hoop. Ordevoorstellen kunnen ten allen tijde door synodeleden ingediend worden. Dus via zo’n ordevoorstel kan uitgesproken worden dat het een vergissing was om een drempel van 75% op te leggen voor het behoud van geliefde kerkliederen die deputaten willen schrappen, en dat dus, net als bij elk voorstel van elk deputaatschap, 50% genoeg is om iets aan te nemen of af te wijzen. Nadat dit ordevoorstel is aangenomen, worden ‘Ere zij God’, ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en ‘Samen in de naam van Jezus’ gewoon door de reeds aanwezige meerderheid van 50% behouden voor het kerkboek. En is het gewoon je goed recht om het als gemeente te zingen in plaats van: ach … we tolereMozes vissenren het maar, maar het hoort in een gereformeerde liturgie eigenlijk niet meer thuis. Zo’n gang van zaken … het zou nog kunnen gebeuren! ‘Nooit kan ’t geloof teveel verwachten’ – om het met nog zo’n geliefd afgeschreven lied te zeggen.

Tot zover. Ik ga niets meer schrijven over dit onderwerp. Anders begint het op bijgaande cartoon te lijken, die ik een keer met de volgende Groningse tekst tegen kwam: Nou most toch ophollen, Mozes!

HOOGLITURGISCH DENKEN BEDERFT MIJN VREUGDE MET KERST EN PASEN

Met Kerst hoeven we binnenkort geen ‘Ere zij God’ meer te zingen en juicht er met Pasen ook geen toon en klinkt er geen stem meer als het aan het Gereformeerde Kerkboek ligt. Want die staan er niet meer in, in de nieuwe editie waartoe de Generale Synode van 2014 besloten heeft. Ze worden weinig meer gezongen of er was sprake van een verouderd taalkleed volgens Deputaten Liturgie en Kerkmuziek. Ze passen qua melodie en toonzetting minder bij de 21e eeuw, aldus de voorzitter van de synode.

Ongelooflijk, kortzichtig en elitair

Dat was  mijn eerste reactie. En dat vind ik er nog steeds van. In hun eerste rapport gaven de deputaten nog aan, dat het uitgangspunt zou zijn, dat alle gezangen uit het oude kerkboek een plaats zouden krijgen in het nieuwe kerkboek, tenzij ze in het Liedboek 2013 zijn opgenomen, eventueel in een andere berijming of vertaling. In hun aanvullende rapport geven deputaten aan, dat ze ruim 80 van de 180 gezangen uit het oude kerkboek willen opnemen in het nieuwe kerkboek. Er vallen 100 gezangen af. Een aantal staat nu in het nieuwe Liedboek 2013. En voor de rest hebben de deputaten “er vooral op gelet of ze uit de gereformeerd traditie stammen” en “zijn enkele oude gereformeerde gezangen weggelaten omdat ze weinig meer gezongen worden. Soms was ook het verouderde taalkleed een reden ze niet meer voor te stellen.”  Dit is dus de argumentatie waarom het Kerstlied Ere zij God en het Paaslied Daar juicht een toon, daar klinkt een stem niet meer in het nieuwe Gereformeerd Kerkboek zijn opgenomen! En vervolgens stellen deputaten doodleuk voor om een paar nieuwe gezangen op te nemen in het Gereformeerd Kerkboek die “ondanks hun herkomst goed aansluiten bij de gereformeerde spiritualiteit en daardoor geliefd geworden zijn.” Hier breekt me de klomp! Het Ere zij God is bij uitstek een lied uit de gereformeerde traditie en het valt niet te ontkennen dat het bij een groot deel van de kerkgangers uitermate geliefd is. En sinds jaar en dag zingen jong en oud in gereformeerde kringen meerstemmig ‘het mooiste Paaslied’, zoals mijn oud-leraar Latijn Ph. Roorda Bzn 35 jaar gelden ‘Daar juicht een toon’ noemde. Geen wonder dat het Ere zij God sinds we gezangen zingen in de kerkdiensten in alle bundels opgenomen is. En dat in 2002 op unaniem voorstel van Deputaten Kerkmuziek (!) door de Synode van Zuidhorn met slechts 3 (!) stemmen tegen Daar juicht een toon, daar klinkt een stem is opgenomen in het nieuwe kerkboek.

Nu zijn ze allebei geskipt uit het nieuwe Gereformeerde Kerkboek. En waarom? Omdat deze synode blijkbaar op een ondoordacht moment besloten heeft, dat bij het schrappen van liederen uit het bestaande Gereformeerde Kerkboek dezelfde criteria gelden als in het verleden voor het toevoegen van liederen. Namelijk: als 25% het niet eens is met het voorstel van deputaten, komt een gezang niet in de bundel. En dus was, volgens het Nederlands Dagblad, voor bijna elk van de nu geschrapte gezangen wel een meerderheid, maar vond meer dan 25% het terecht om deze liederen te skippen. En dat, terwijl in de beide deputatenrapporten die op internet te vinden zijn, met geen enkel argument aangegeven is, waarom deze twee liederen  niet meer acceptabel zijn om opgenomen te worden in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek.

(Net als ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God’, ‘Jezus, leven van mijn leven’, ‘Halleluja, eeuwig dank en ere’ en ‘Nooit kan ’t geloof teveel verwachten’;  waarbij het dan weer opmerkelijk is dat ‘Samen in de naam van Jezus’ het blijkbaar wel gehaald heeft op de synode, want die wilden de deputaten in hun rapport ook laten vallen)

Ik vind dit dus ongelooflijk, kortzichtig en elitair.

Ongelooflijk: hoe haal je het in je hoofd om “een heel rijtje vrijgemaakte klassiekers”, zoals het ND het verwoordde, zonder inhoudelijke argumentatie via de achterdeur af te voeren uit het Gereformeerd Kerkboek. Vooral, omdat vorige synodes nadrukkelijk hebben uitgesproken, dat bij het nieuwe Gereformeerde Kerkboek de 41 gezangen uit het Kerkboek van 1984 zouden worden overgenomen.

Kortzichtig: er wordt al te pas en te onpas buiten de vrijgegeven liederen om gezongen, tot ergernis van het meer verontruste deel van ons kerkvolk. En dan gaan we als kerken nu ook nog eens een aantal zeer geliefde gezangen wegparkeren! Het effekt daarvan is, dat nu ook onze rechterflank buiten het kerkboek om gaat zingen. En, belangrijker nog, we krijgen een kerkboek waar straks geen enkele belangstelling meer voor is. Geliefde gezangen eruit, een nieuwe kerkorde erin, nieuwe liturgische formulieren die we al zes jaar hebben en door veel plaatselijke kerken al in een eigen brochure zijn afgedrukt – welke uitgever zal, in de wetenschap dat er in de GKV tegenwoordig uit allerlei bundels gezongen wordt en dat 75% van de kerken daarbij de beamer gebruikt, nog het risiko willen lopen om een 3e, geheel herziene editie van het Gereformeerd Kerkboek uit te  geven?

Elitair: een handvol deputaten en 10 synodeleden die meer de stijl van de hoogkerkelijke liturgie aanhangen besluit dat het eigenlijk niet kan om met Kerst Ere zij God en met Pasen Daar juicht een toon, daar klinkt een stem te zingen in een officiële eredienst. Het mág nog wel, volgens het verslag van het Nederlands Dagblad, maar qua melodie, toonzetting en taalkleed is het te erbarmelijk om nog in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek te worden opgenomen. Dat vind ik elitair denken. En het getuigt van weinig inlevingsvermogen. Het bederft mijn Kerst- en Paasstemming. De hoge heren beslissen over de hoofden van het gereformeerde kerkvolk heen wat ze mogen zingen. Ik denk dat een besluit als dit nog meer het gezag van een synode ondermijnt als bv. de besluitvorming over de vrouw in het ambt. Terugdraaien dus door middel van een ordevoorstel, zou ik zeggen tegen de voorstanders van deze twee zo niet prachtige, dan toch zeer geliefde kerkliederen. Want voor een ordevoorstel is een eenvoudige meerderheid van 50% genoeg J!

DE PRUISISCHE MARS

Ik kreeg van een college de volgende reaktie. Daar wil ik mee afsluiten.

De ‘Pruisische mars’ (zoals het ‘Ere zij God’ neerbuigend is genoemd) is zolang als ik mij kan herinneren al mikpunt van kritiek geweest. Maar het lied zit nog altijd in de ziel van het kerkvolk. Waarom zouden we het daaruit willen slopen? Uit een bundel schrappen is zó makkelijk. En of het het gewenste effect zal hebben?! Natuurlijk niet. Pas wanneer nieuwe Kerstliederen zich in de ziel van het kerkvolk (en daartoe reken ik mijzelf!) nestelen, zal het een keer een stille dood sterven. Maar wat zich nestelt in de ziel van het kerkvolk, dat laat zich niet eenvoudig sturen. De tijd zal het leren!

En dan nog twee toegiften:
A/ Beluister het ‘Ere zij God’ in een bijzondere uitvoering! https://t.co/n89qqoOMRJ
B/ Een synodelid vertelde mij dat Gezang 95 geskipt is omdat de inhoud niet klopt met de paasochtend en vanwege oud taalgebruik. Dat eerste is geen argument, want al afgewezen  in 2002 toen een tegenstemmend synodelid aanvoerde dat het juist stil was in Jeruzalem op die eerste paasochtend. En het tweede – dan ken ik er nog wel een paar. En wat te denken van het alternatief in het nieuwe Liedboek 2013? Lied 637 is een moderne bewerking van ‘Daar juicht een toon daar klinkt een stem’. Taalkundig elitair en inhoudelijk toch echt niet acceptabel als vervanging van Gezang 95 uit het huidige Gereformeerde Kerkboek:
1) O vlam van Pasen, steek ons aan, de Heer is waarlijk opgestaan! De Zoon, voor wie het duister zwicht, de Zoon is als de zon, zo licht!
2) De Vader laat niet in het graf zijn kind dat zoveel vreugde gaf, Hij tilt het uit de kille grond – het loopt als vuur de wereld rond.
3) De oude nacht voorgoed gedood, de toekomst kleurt de morgen rood; ziehier hoe God vergevend is en hoe zijn liefde levend is.
4) Ziehier het licht van lange duur, ziehier de Zoon, de zon, het vuur; o vlam van Pasen, steek ons aan – de Heer is waarlijk opgestaan!
Gelukkig hebben we ook nog een Groningse versie – in 2014 op Tweede Paasdag voor het eerst gezongen in een Grunneger Dainst die belegd werd door de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Uithuizen.
1/ Doar klinkt een toon joechaait een stem, dij gaalmt deur hail Jeruzalem. Doar gloort het nije mörgenrood.  De Zeun van God ston op oet dood!
2/ Gain graf huil Doavids Zeun omkneld, Hai overwon dei staarke held. Hai steeg oet ‘t graf deur aigen kracht, joa Hai is God, omkled mit macht!
3/ De angel is tou dood oethoald, want alles is veur ons betoald. Wèl in geleuf mit Jezus gaait, dij vreest veur dood en duvel nait.
4/ Want nou Heer Jezus opstoan is, begunt ons nije leven wis; een leven deur zien dood beraaid, een leven in zien heerlekhaid!

Vol verlangen zingen op weg naar die grote dag

Ik merk al een tijd lang, dat liederen over de grote dag dat Jezus terugkomt, mij erg aanspreken. Vooral bij de coupletten over de grote dag dat Jezus terugkomt krijg ik een brok in mijn keel van ontroering.

wederkomst blauwe luchtBij Opwekking 585 zit het hem in vers 2:  “Er klinkt geschal wanneer de graven opengaan en doden opstaan, voor eeuwig levend door zijn kracht” en in het prachtige refrein: “Spoedig zullen wij Hem zien en voor altijd op Hem lijken en Jezus kennen zoals Hij is, amen! Nooit meer tranen, nooit meer pijn, want wij zullen met Hem leven in zijn nabijheid, voor altijd. Amen, amen!” Luister naar http://www.youtube.com/watch?v=_aMyWk4ooBs – een weergave van de mannendag Assen 2011.

En bij Opwekking 733 krijg ik vooral koude rillingen bij het derde couplet: “En op die dag, als mijn kracht vermindert, mijn adem stokt en mijn einde komt, zal toch mijn ziel uw loflied blijven zingen; tienduizend jaar en tot in eeuwigheid.” Op YouTube is dit (totdat Karla haar natuurfilm-versie nog eens vrij geeft voor publikatie) de topper: http://www.youtube.com/watch?v=KeVjB-SXqwU

Maar ik heb het ook bij Liedboek 267, een prachtig gezang over “Zalig die in Christus sterven, de doden, die de hemel erven, voor wie Hij woning heeft bereid”  en “Hij overwon het graf, wist onze tranen af, halleluja! Hij ging ons voor de heemlen door. Hij voert ons mede in zijn spoor.”

En bij Liedboek 114: “Ik zag een nieuwe hemel zich verheffen” met de versregels ”De Koning die zijn troon heeft in den hoge, houdt bij de mensen hof en alle tranen zal Hij van hun ogen afwissen tot zijn lof.”

Of neem de laatste regels van verschillende coupletten van de geloofsbelijdenis uit Gezang 123 van het Geref. Kerkboek: “zie hoe het eeuwig leven straalt” en “… totdat Hij nog eens komen zal … na glorieus bazuingeschal” en ‘Ik weet: mijn vlees wordt opgewekt en zal dan, met mijn ziel verbonden, weer leven, eeuwig, onbevlekt.”

Net als het in z’n eenvoud schitterende Gezang 75 uit hetzelfde Geref. Kerkboek: “Nu gaan de bloemen nog dood, nu gaat de zon nog onder” met z’n “Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde” en het laatste couplet: “Zin voor de eeuwige dag. Zing voor zijn komst en zeg Amen. Zing voor de heer die ons samen daar al van eeuwigheid zag.”

Waar komt dat door, dat ik juist daar steeds weer zo door geraakt? Het heeft niet alleen met de muziek te maken. Hoewel: de opbouw van al deze liederen is heel sterk. Het is bij mij ook niet pas gekomen door het boek van Todd Burpo, ‘De jongen die in de hemel was’, (zie mijn weblog: https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/06/12/in-de-hemel-is-de-heer-en-colton-heeft-jezus-daar-gezien/),  ook al ben ik daardoor wel meer gaan nadenken over het leven na dit leven. Het komt vooral, denk ik, door het grote contrast dat ik soms ervaar tussen onze sterfelijkheid en eindigheid aan de ene kant, en de hemelse heerlijkheid, het mooie vooruitzicht en het geweldige perspektief dat het geloof in de terugkomst van Jezus onze Heer mij geeft. Ik denk dat ik dat gevoel van ontroering vooral gekregen heb na het overlijden van mijn vader, vorige maan precies 20 jaar geleden.  Het is echt mijn ervaring, dat je als christen op een andere manier met je verdriet omgaat dan de andere mensen die geen hoop hebben (zoals Paulus in 1 Tess. 4:13 zegt). Liederen die over de eeuwigheid gaan, raken mij vanaf die tijd met vaste regelmaat.

wederkomst verwachtingTwee bijzonder fraaie nummers wil  ik hier nog noemen. Ze staan op twee CD’s die ik vaak in de auto meeneem als ik wat langer onderweg ben. De eerste is een vrij recente, maar ik krijg er regelmatig kippevel van. Het is een magnifiek nummer, omdat het bezingt hoe wij gemaakt zijn om voor God te zingen en hoe wij, gerechtvaardigd tot onze dood, onze magnifieke God mogen verheerlijken. Oftewel: U2 – Magnificent – http://www.youtube.com/watch?v=krGg2UYa_CA. En de tweede is al van jaren terug, toen Ralph van Manen nog in de gospelrock zat met zijn groep Target. Van hun CD met dezelfde titel heet het laatste nummer ‘Revelation’.  Via YouTube niet te beluisteren, maar lees de tekst hieronder. Als je weet dat de opbouw van het nummer perfekt aansluit op de tekst, zul je ook begrijpen waarom de tranen me soms over de wangen biggelen als ik het in de auto met de volumeknop op 10 draai.

REVELATION – Target (de vroegere band van Ralph van Maanen)
When I look around me in this world, I wonder how long it will last
Oh people, please, pay attention to Gods Word, for this time soon will be past …
When will there be no more dying, no more tearing apart?
When will there be no more crying, no more broken hearts?
When will He wipe the tears from you eyes, and make all things new?
When will He give the water of life and live among us too?

 

     … and I saw a new earth, I saw a new sky,  for the present one had gone by.
    And I saw the new Jerusalem, I saw this Holy City, and it was glowing like a gem …
And there will be no more dying, no more tearring apart.
And there will be no more crying, no more broken hearts.
He’ll wipe the tears from you eyes, and make all things new.
He’ll give the thursty water of life and live among us too.

Over krekeltjes, korenbloemen en zwart-witte koeien

Een paar gedachten bij de start van de GKV-synode in Ede

De drie kleine kleutertjes op het hek spraken over krekeltjes en korenbloemen blauw. En in het weiland zagen ze vast en zeker wat zwart-witte koeien lopen.Korenbloem

In Ede ging op 31 januari 2014 de Generale Synode van onze vrijgemaakte kerken van start met een bidstond. De volgende dag, zaterdag 1 februari 2014, werd de vergadering officieel geopend en het moderamen gekozen. Via www.synode.gkv.nl is alles goed te volgen. Misschien dat de 36 synodeleden ook nog wel toe komen aan krekeltjes en korenbloemen blauw, als ze bv. een Ginkelse hei-sessie houden. Maar de meeste tijd zal toch wel opgaan aan andere onderwerpen.

In dit artikel wil ik een paar dingen noemen, die volgens mij zeker met belangstelling gevolgd zullen worden. En daarna nog kort ingaan op de zwart-witte koeien die ik in de nabijheid van Ede ook ontwaar.

Waarover spreken zij? Over vrouwen in de ambten

Het onderwerp dat volgens mij met de meeste interesse gevolgd gaat worden, is het studierapport ‘Mannen en vrouwen in dienst van het evangelie’. Daarin geven deputaten ‘M/V in de kerk’ hun visie op de bijbelse (on)mogelijkheid om vrouwen toe te laten tot de ambten van predikant, ouderling en diaken. Ze komen er samen niet uit, dus liggen er twee verschillende voorstellen op de synode.

In de pers is er al door heel veel mensen heel verschillend op gereageerd, dus ik voel me niet geroepen om bij dezen nog een duit in het overvolle zakje te stoppen. Het zijn ook nog maar voorstellen van een studiedeputaatschap. Nadat de synode met een uitspraak is gekomen, is er alle gelegenheid voor de plaatselijke kerken om te zeggen wat ze hiervan vinden.

Waarover spreken zij? Over Liedboek en Kerkboek

Verder denk ik, dat ook de bespreking van het rapport van deputaten liturgie en kerkmuziek voor de nodige discussie zal zorgen. Deze deputaten stellen namelijk voor om het complete nieuwe Liedboek 2013 in te voeren en om daarnaast een nieuw Gereformeerd Kerkboek uit te geven met daarin 102 psalmen, alle overige gezangen die niet in het Liedboek staan en daarachter de belijdenisgeschriften, de ordes van dienst en de taalkundig geheel vernieuwde liturgische formulieren en gebeden.

Krekel 1Misschien denkt iemand nu: hoezo 102 psalmen?

Nou, zeggen deputaten: van onze 150 psalmen komen er 48 uit het oude Liedboek. Het nieuwe Liedboek heeft alle 150 Psalmen van het oude Liedboek ongewijzigd overgenomen, dus hoeven we die niet meer in ons nieuwe Gereformeerde Kerkboek op te nemen. Dat scheelt al gauw 100 pagina’s, en dat is mooi meegenomen, vinden deputaten.

Dit lijkt mij beslist niet verstandig. Wie wil er nou een nieuw incompleet Gereformeerd Kerkboek invoeren? Bovendien zadel je een aantal kerken met een dubbel dilemma op.

Dilemma 1: we hebben jaren geleden gekozen voor 150 psalmberijmingen waarvan een groot deel niet uit het Liedboek kwam. Soms vanwege de betere kwalititeit van een andere berijming. Soms ook omdat een Liedboek-berijming bijbels-theologisch echt niet deugde. Dan kun je nu toch niet zonder enige argumentatie voorstellen: “het Liedboek 2013, inclusief de psalmen, vrij te geven voor gebruik in de gemeenten”? Bovendien ging de opdracht van de vorige synodes toch duidelijk over het invoeren van al de gezangen van het compleet herziene Liedboek. Dat staat niet expliciet in de opdracht, maar daar is het wel altijd over gegaan. Deputaten smokkelen daar nu plotseling 150 zeer gedateerde, meer dan 50 jaar oude psalmen bij in, die door het Liedboek op geen enkele manier herzien zijn. Zie ook mijn eerdere blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/05/15/nieuwe-liedboek-nu-al-met-psalmen-en-al-overnemen/

Dilemma 2: deputaten geven in hun voorstellen nadrukkelijk aan, dat “gemeenten zelf [mogen] kiezen welke liederen ze zingen, op basis van het eigenmuziekprofiel”. Tegelijk stellen ze doodleuk voor om in het nieuwe Gerormeerd Kerkboek alleen “de psalmen uit het Gereformeerd Kerkboek 1986 die niet uit de IKB geselecteerd zijn”  op te nemen.

Wat is het gevolg van dit voorstel?

Ik denk dat er kerken zullen zijn die straks zeggen: wij willen in de toekomst graag vooral uit het Gereformeerd Kerkboek zingen en voor andere liederen (bv. kinderliederen en Opwekkingsliederen) we gebruiken de beamer; ook weten we nog niet of we veel gebruik zullen maken van het nieuwe Liedboek, dus die voeren we voorlopig nog niet in.

Als het aan deputaten ligt, kunnen zulke gemeentes maar 102 van de 150 Psalmen zingen uit het nieuwe Gereformeerd Kerkboek. En waarom? Omdat het 100 bladzijdes scheelt! Want dat is het enige argument. Deputaten schrijven namelijk in hun rapport: De praktijk in onze kerken is momenteel dat de meeste de psalmen uit de kerkboek-selectie zingen, maar dat vooral in samenwerkingssituaties de psalmen in de liedboekberijming gezongen worden. Om beide versies beschikbaar te hebben moet de nieuwe uitgave het Gereformeerd Kerkboek in ieder geval de 102 niet-IKB-psalmen bevatten. De andere 48 kunnen in het Liedboek 2013 gevonden worden. Door deze niet in het kerkboek op te nemen van het boek ongeveer honderd pagina’s dunner worden.”

Deputaten vinden dus dat beide versies van de 48 psalmen beschikbaar moeten zijn. Terecht! Maar wees dan ook consequent! Stel die gemeentes die niet meteen het nieuwe Liedboek in zullen voeren, eveneens in de gelegenheid om alle 150 Psalmen te kunnen zingen, ook  als ze het nieuwe Gereformeerd Kerkboek willen gaan gebruiken.

Ik hoop van harte, dat op de synode besloten wordt, om onze eigen 150 psalmen uit de eerste en de tweede versie van het Gereformeerd Kerkboek gewoon allemaal op te nemen in deze derde editie. Dan hebben we niet alleen een actueel, maar ook een compleet Gereformeerd Kerkboek.

Waarover spreken zij? Over wat echt een huwelijk is

Ik denk dat er nog een derde onderwerp is, dat de tongen op de synode los zou kunnen maken. Het zit wat verscholen in de synoderapporten, dus het is nog bijna niemand opgevallen. Ik werd erop geattendeerd doordat ik aan de Theologische Universiteit in Kampen de PEP-cursus ‘In de ban van de ring’ volg. Die gaat over de vraag hoe we als kerken aankijken en omgaan met alle vormen van relaties die tegenwoordig in onze samenleving mogelijk zijn. Tijdens de tweede studiemorgen moesten we als voorbereiding o.a. het rapport ‘Huwelijk en Samenlevingsvormen’ lezen. Dat is een studie die is opgesteld door een denktank van Deputaten Relatie Kerk en Overheid en Deputaten Huwelijk en Echtscheiding. Deze denktank kreeg in 2011 de opdracht “om een advies uit te brengen over twee vragen: a. hoe je als kerken omgaat met de verschillende samenlevingsvormen van man en vrouw die publiek en juridisch zijn vastgelegd, en b. of en hoe die samenlevingsvormen kunnen voldoen aan wat iroos huwelijkn de Bijbel staat over het huwelijk”.

De meerderheid van deze deputaten is van mening, dat we in onze kerken een nieuwe, eigen omschrijving moeten geven van wat een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is. Want het burgerlijk huwelijk is tegenwoordig zo opgerekt en zo vrijblijvend geworden, dat het niet meer per definitie bijbels is. Daartegenover staat het geregistreerd partnerschap nagenoeg gelijk aan het burgerlijk huwelijk. En sommige mensen die gaan samenwonen beloven elkaar meer oprecht levenslange trouw dan vele anderen die wel officieel trouwen.

Daarom vinden de meeste deputaten, dat de gang naar het stadhuis wél gemaakt moet worden, maar dat de christelijk kerk er daarnaast zelfstandig op toe moet zien, dat elke wettige relatie ook kerkelijk erkend wordt als een ‘huwelijk in bijbelse zin’. En wat is dat dan? Lees de volgende definitie: “Een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is een levensverband waarin één man en één vrouw in antwoord op Gods leiding van hun leven voor de duur van hun aardse bestaan hun levens aan elkaar verbinden tot een nieuwe eenheid, die wederzijds verplichtend is en die een publiek erkend karakter heeft.”

Ik vind dat dit rapport meer aandacht verdient dan het tot nu toe gekregen heeft. Want hier wordt gezegd, dat bij elke relatie die twee mensen met elkaar aangaan (of het nu ongehuwd samenwonen is, of notarieel samenwonen, of een geregistreerd partnerschap, of een homo-huwelijk, of een huwelijk tussen man en vrouw) de kerk moet toetsen en uitspreken of het ook een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is.

Dat is een geweldige switch in denken. Want sinds de tijd van Napoleon zit het al 200 jaar tussen onze oren: alleen het burgerlijk huwelijk is een bijbels huwelijk. En als kerk volgen we daarin de overheid.

Maar vandaag de dag is het burgerlijk huwelijk geen bijbels huwelijk meer. En dus moeten we als kerk antwoord geven op de vraag: moeten we het initatief weer naar onszelf toetrekken en alleen die relaties erkennen, waarvan we als kerk zeggen: dat is een ‘huwelijk in bijbelse zin’ zoals God het bedoelt? Dat is een veel belangrijkere vraag dan de discussie over wat we zingen in de kerkdiensten. Ook, vind ik, belangrijker dan de vraag naar vrouwen in de ambten.  Want het huwelijk zoals God het bedoeld heeft, kom je al in het paradijs tegen. Zo’n bijbels huwelijk moeten we “in alle omstandigheden in ere houden”, staat er in Hebreeën 13 vers 8. Dat is een geweldige uitdaging in onze tijd.  En dus ook voor de komende synode in Ede.

Ja, het gaat daar op de synode over meer dan krekeltjes en korenbloemen blauw. Laten we als kerkleden bidden voor ‘onze’ mannen daar en meeleven met wat daar besproken en besloten wordt.

Waarover spreken zij? Misschien ook over zwart-witte koeien

Tenslotte zal er op de synode ook aandacht besteed worden aan een ‘Appel op de Generale Synode 2014’.  Dat is een initiatief van zeven predikanten die samen de website http://www.gereformeerdekerkblijven.nl/wp/ in de lucht houden. In een ‘Brief GS Ede 2014’ brengen ze hun zorgen onder woorden en roepen de Generale Synode op, door duidelijke uitspraken hun zorgen weg te nemen. De initiatiefnemers hebben kerkleden en kerkeraden uitgenodigd om dit dringende appel mee te ondertekenen. Dat is gebeurd door 2 kerkenraden en 1541 kerkleden.
Ik heb het appel gelezen en besloten het niet te ondertekenen.

Allereerst niet, omdat ik erop vertrouw, dat alle afgevaardigden op de synode niet alleen naar eer en geweten, maar ook vanuit hartelijke verbondenheid aan de Bijbel en het gereformeerd belijden hun werk zullen doen.

Verder vind ik de zorgpunten die het appel aan de orde stelt, wel wat zwart-wit geformuleerd en ook een tikkeltje eenzijdig. Het is ‘een verkeerd appel’, schreef ds. Henk Folkers in het Nederlands Dagblad van 25januari 2014 (zie http://www.nd.nl/artikelen/2014/januari/25/een-verkeerd-appel).

Het viel mij op, dat het appel zich concentreert op zes onderwerpen, namelijk:

  1. Binding aan de gereformeerde belijdenisgeschriften
  2. Het gezag van de Heilige Schriften
  3. De vrouw in het ambt
  4. Visie op de kerk van Jezus Christus
  5. Kerkdiensten en catechismusprediking
  6. Is binnen het christelijk leven een homoseksuele relatie mogelijk

Als ik lees waar het dan over gaat, kom ik bij 1) een verwijzing naar ds. W. van der Schee tegen en de gang van zaken bij de missionaire gemeente Stroom in Amsterdam. Dan denk ik: moet je daar een synode mee lastig vallen? Sinds wanneer reageren we als kerken op elke (on)zinnige opmerking op internet? En sinds wanneer leggen we een prachtig missionair project op voorhand langs de meetlat van de gang van zaken in een traditonele plattelandsgemeente? Wat mij betreft verdienen projekten zoals Stroom alle credits en vooral heel veel gebed – zonder het kritische gesprek te schuwen overigens. Zie mijn eerdere blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/05/31/saul-en-david-jongerendag-en-landelijke-dag-gkbnb/

Als het om 2) gaat: waarom moeten opnieuw de opvattingen van Stefan Paas uit 2008 en Koert van Bekkum uit 2010 weer uit de sloot gehaald worden? Dat is toch echt een grijsgedraaide plaat geworden.

Over de punten 4) en 5) valt hetzelfde op te merken: kontakten met andere kerken en deelname aan de Nationale Synode worden tegenover de belijdenis van de ware en valse kerk gezet en de terugloop van de tweede kerkdienst en de catechismuspreek kan alleen maar worden tegengegaan als de synode van Ede 2014 uit zou spreken dat de catechismuspreek “een verplichting blijft voor de kerken” – met als minimale afwijking: plaatselijk mag wel af en toe thematisch uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis of de Dordtse Leerregels gepreekt worden.

homo in de kerkEn dan punt 6): alle zorgen over de verwereldlijking van de christelijke levensstijl en het gebrek aan tucht daarover worden samengebald in “één zaak .. die wij exemplarisch mogen noemen voor de huidige situatie”, namelijk hoe we als kerken omgaan met homoseksualiteit. Wat vind ik dit een eenzijdige versmalling van de terechte zorgen die er op dit punt leven. Alsof een homoseksuele relatie de meest zichbare uiting en dus het topje van de ijsberg van onchristelijk gedrag zou zijn! Laat ik er maar niet meer over zeggen dan collega Henk Folkers deed. Behalve dit: volgens mij staat dit onderwerp niet eens op de agenda van deze synode – behalve een brief van één kerk die vraagt om een duidelijke koers van de website www.homoindekerk.nl. Achteraf kun je het betreuren dat in 2005 de generale synode het voorstel heeft afgewezen om juist over dit gevoelige onderwerp een studiedeputaatschap in te stellen. Maar dat is niet wat de indieners van het appel van de synode vragen. Zij gebruiken één van de meest gecompliceerde vraagstukken over christelijke levensstijl als kop van jut om alle ontwikkelingen op het gebied van relaties aan te kaarten. En vergeten te vermelden, hoe we als kerken de laatste 12 jaar ons enorm hebben ingezet op bijbels onderwijs en catechese als het om huwelijk en echtscheiding gaat.koeien zwart wit

Kortom: ik vind het een teleurstellend appel wat betreft toonzetting en argumentatie.  Tegelijk hoop ik niet, dat de synode er gauw klaar mee is. Hoe zwart-wit de toonzetting ook is en welke oude koeien er ook weer van stal gehaald worden – het zijn wel signalen van oprechte zorg vanuit een diepe verbondenheid met de vrijgemaakte kerken. Daar hebben we wel rekening mee te houden – net als met kerkleden die steeds minder overweg kunnen met het gereformeerde gedachtengoed binnen onze kerken.

O, O – over Opwekking en Organisten

Wilma en Karel waren hier voor overleg over de diensten van de Stille Week en Pasen. Dat leverde het volgende tafereel op. Op haar gebruikelijke, nogal dwingende manier  komt Wilma met een verzameling evangelicaal materiaal aanzetten dat ze met ons gelegenheidskoor wil instuderen. Karel, die bepaald niet onderdoet voor Wilma als het gaat om dwingende omgangsvormen, bestudeert Wilma’s liederen één voor één, langzaam, zwijgend. Terwijl hij dat doet, verdunt zijn mond zich tot een streep. Dan neemt hij het stapeltje liederen opnieuw door, maar nu hardop. Eerst wordt de tekst van ieder afzonderlijk lied genadeloos afgekraakt, vervolgens wordt uitgelegd waarom de melodieën alle basisregels van de muziek beledigen en dus onzingbaar zijn. Bovendien is het orgel niet geschikt om dit uit Amerika overgewaaide materiaal te begeleiden.

‘Dan begeleid je ons toch op de piano,’ oppert Wilma.

‘Nee,’ antwoordt Karel.

‘Waarom niet?’

‘Ik ben organist, geen pianist.’

‘Maakt dat dan zoveel verschil?’

‘Ja.’

‘Weet jij hoe de jeugd ons kerkorgel noemt?’

‘Weet jij hoe ik die evangelische riedels noem?’

‘Ze noemen het een kerkfossiel.’

‘Ik noem het religieuze fastfood. Neem dat liedje over het bloed van Jezus, dat op een swingend polkadeuntje is gezet – je voeten gaan er vanzelf vrolijk van op en neer.’

Als Wilma aanstalten maakt te ontploffen, begint mijn rol. Ik wurm me tussen de kemphanen in, probeer de vrede te stichten.

Karel heeft de beste argumenten, dat is duidelijk, maar het is niet goed wanneer Karel altijd zijn zin krijgt. En Wilma is een schat, ik bewonder haar enorme inzet, haar energie is aanstekelijk. Bovendien: ze ziet haar muzikale activiteiten als een rechtstreeks eerbetoon aan God. Dus heb ik de liederen van Wilma meegenomen en heb ik toegezegd een voorstel te maken waar beide kampen mee kunnen leven.

Uit het dagboek van Erik Gouderak, predikant en marathonloper

(Frans Willem Verbaas, Engelenwoede, blz. 52-53, Uitgeverij Mozaïek, Zoetermeer, z.j.)