GEEF JE GELOOF EEN STEM op 21 maart

‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’ Die uitspraak deed Jezus toen zijn tegenstanders probeerden om Hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken. Ze vroegen Hem of je als gelovige die alles van God verwacht, ook aan de wereldse overheid moet gehoorzamen. In die tijd was dat een spannende vraag, want het land Israel was al meer dan 90 jaar onderdeel van het Romeinse Rijk. Moet je zo’n dictator die Gods beloofde land bezet gehoorzamen of niet? Moet je als gelovige Jood wel of geen belasting aan de keizer betalen? Jezus zegt dat je beide moet gehoorzamen. Omdat je aan God je leven geeft, je dank en je eer, kun je ook aan de overheid geven wat die nodig heeft om ons land en onze stad goed te besturen.

Verkiezingen 2014In het gedeelte uit Markus 12:13-17 gaat het over belasting betalen. Nog steeds een actueel onderwerp! Maar de toepassing is breder. Op woensdag 21 maart zijn er verkiezingen voor de gemeenteraad, hier in Assen en bijna overal in Nederland.

We leven in een vrij land. We hebben nog steeds alle gelegenheid om als christenen ons geloof te belijden. Niet alleen op zondag in de kerk, maar ook door de week op heel veel manieren. Die vrijheid is een groot goed. Die vrijheid betekent ook een grote verantwoordelijkheid. Daarom krijgen we van de overheid één keer in de vier jaar de gelegenheid om onze stem te laten horen als het om het bestuur van onze mooie stad Assen gaat. Overal hoor je de oproep: “Ga toch stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen!” Ik denk dat wij zeker als christenen dit advies ter harte moeten nemen. Vooral omdat Jezus onze Heer duidelijk zegt (het staat 3x in de Bijbel, ook nog in Matteüs 22:21 en Lukas 20:25): ‘Geef aan de keizer wat van de keizer is.’ Ik denk dat je mag zeggen dat dat voor iedere christen op woensdag 21 maart betekent: geef je stem bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Maar Christus zegt er nog iets bij: ‘En geef aan God wat God toebehoort.’ Oftewel: stem niet alleen als burger, maar breng ook als christen je stem uit. Laat zien dat onze God het goede zoekt voor heel de stad en heel de samenleving. Dat doe je volgens mij het best door als christenen op een medechristen te stemmen. Want dan weet je zeker dat ook in de gemeenteraad de Naam van de HERE genoemd wordt. Natuurlijk kun je ook op een niet-christelijke partij stemmen die zegt jouw persoonlijke belangen of het belang van bepaalde doelgroepen te behartigen. Maar heeft zo’n partij ook de eer van God? Laten de raadsleden zich daar samen motiveren door de Bijbel? Bidden zij om de wijsheid van de Heilige Geest om het goede voor de stad te zoeken, zoals  de HERE in Jeremia 29:7 alle gelovigen opdraagt?

ChristenUnie HarmkeAls christenen hun geloof geen stem meer geven, moet je als christen ook niet klagen dat Nederland steeds onchristelijker wordt. Dus geef je geloof een stem op woensdag 21 maart! Stem op een medechristen in wie jij vertrouwen hebt. Iemand die net als Daniël in de politiek niet voor het  eigenbelang gaat. Maar die voor het belang van alle burgers én voor de eer van God uit en op durft te komen. Zoals deze wethouder van onze stad Assen

 

Advertenties

Orgaandonatie en de visie op de overheid

‘Je bent nogal uitgesproken’ en ‘Je neemt christenen die er anders over denken niet serieus’ zijn een paar reaktie die ik gehoord heb in het afgelopen jaar als het over de nieuwe wet op de orgaandonatie gaat. Dat vind ik jammer. Ik heb een sterke overtuiging als het om orgaandonatie gaat. Zoals ik iemand eens hoorde zeggen: ‘Je krijgt het leven als geschenk van God en mag er na je leven nog iets van doorgeven aan een ander.’ Andere christenen denken daar anders over. Laatst sprak ik nog iemand die op grond van 1 Korintiërs 3:16-17 tegen orgaandonatie is. Ons lichaam is namelijk een tempel van de Heilige Geest, en daarom kon hij er niet toe komen om na zijn dood iets uit zijn lichaam weg te laten halen. In diezelfde week sprak ik ook iemand die met bijna de zelfde argumentatie op grond van 1 Korintiërs 6:19-20 van mening is dat je na je overlijden God ook nog kunt verheerlijken met je lichaam door orgaandonor te worden. Ik denk dat we elkaar daarin moeten respecteren, omdat het een zaak van christelijke vrijheid is wanneer je aangeeft wel of geen donor te willen zijn.

Op 21 februari interviewde het CIP (het digitale Christelijk Informatie Platform) me over mijn standpunt als het om orgaandonatie gaat. Het artikel is hier te lezen. Het zou interessant zijn om nog eens na te denken over de visie die christenen hebben op de overheid. Volgens mij geldt nog steeds wat Paulus schrijft: “Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld. Wie zich tegen dit gezag verzet, verzet zich dus tegen een instelling van God (…), want ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn” (Rom. 13:1-4). Dat een overheid soms anders beslist en besluit dan wij graag willen, is in deze moderne, mondige tijd blijkbaar ook voor christen slecht te verteren. Dan wordt de overheid al snel gezien als een tegen-instantie. Dat lijkt mij niet juist. Als dat de houding van veel christenen wordt, zal het zich tegen de christelijke kerk keren, ben ik bang. Tenminste, daar waarschuwt Paulus in de Romeinenbrief en in de eerste brief aan Timoteüs voor.

Dit was mijn laatste blogje over orgaandonatie. Laat ieder naar eer en geweten en op grond van zijn of haar geloof in alle vrijheid een keus maken. Juist nu de overheid ons daartoe met nog meer klem oproept.

Orgaandonatie de vrijblijvendheid voorbij

De kogel is door de beide Kamers. Nederland schaart zich vanaf 13 februari 2018 in het rijtje van Kroatië, Spanje, België, Frankrijk, Finland, Zweden, Oostenrijk en Italië. In die landen is iedereen automatisch orgaandonor tenzij je aangeeft geen donor te willen zijn. In België al sinds 1986 en in het jaar erna nam het aantal nierdonoren met 86% toe. In Kroatië al sinds 1988, en samen met Spanje is het aantal daadwerkelijk donoren meer dan 40 per miljoen inwoners, terwijl Nederland tot nu toe op bijna 16 blijft steken. Alleen Denemarken, Polen en Duitsland doen het binnen Europa nog slechter dan wij. Dat komt Orgaandonatie Pasomdat, ondanks alle campagnes van de afgelopen dertig jaar, slechts 24% van de Nederlanders zich als donor heeft laten registeren (en zo’n 16% heeft aangegeven geen donor te willen zijn). Tegelijk wil 88% van de Nederlanders wel graag een donororgaan wil ontvangen als hun eigen gezondheid of leven in gevaar is (bron: Dagblad van het Noorden 12/02/2018).

Mijn blijdschap is dan ook groot dat zowel de Tweede Kamer (zonder de drie christelijke partijen) en de Eerste Kamer (zonder steun van ChristenUnie en SGP en slechts 4 van de 12 CDA-senatoren) er eindelijk voor gekozen heeft om een einde te maken aan de gemakzucht, de laksheid en -als je het wat zwaar aanzet-  het egoïsme van bijna de helft van de volwassen Nederlanders. Wie niet de moeite neemt om JA of NEE te zeggen, heeft er in principe GEEN BEZWAAR tegen dat zijn of haar organen na het overlijden gebruikt kunnen worden om het leven van een ander te verlengen of zelfs te redden.

Tegelijk maakt deze wet geen enkele Nederlander tegen zijn of haar wil orgaandonor. Want de Eerste Kamer heeft besloten tot een waardevolle aanvulling op het wetsvoorstel door nadrukkelijk aan te geven: “zijn er geen nabestaanden of hebben die grote bezwaren tegen de keuze die van een overledene geregistreerd staat, dan neemt de arts geen organen weg.” (citaat Dagblad van het Noorden 14/02/2018). Dat is geen formeel vetorecht, maar daarmee wordt wel een nuance in het ‘JA-tenzij-systeem’ ingebracht die, hoop ik, de angel uit deze gevoelige kwestie zal halen. Er werd namelijk nogal geschermd met het hoge aantal wilsonbekwamen en laaggeletterden die ons land zou kennen. Getallen als 2,5 miljoen Nederlanders werden genoemd. Dat is 1/7 van onze bevolking. Die zouden allemaal niet snappen waar het over gaat? Dat wil er bij mij niet in. Maar ik ben wel blij dat nabestaanden in situaties waarin er geen duidelijk JA is uitgesproken, een grote stem behouden in de vraag of iemands organen mogen worden gebruikt voor een transplantatie.Orgaandonatie Hartje

Twee dingen houden mij nog een beetje bezig.

  1. Er zijn al te weinig donoren. Toch komt het nog regelmatig voor dat nabestaanden de keus van iemand die bewust JA heeft ingevuld overrulen – dat gebeurt in bijna 11% van de situaties. Dat vind ik echt heel triest. Iemand mag bij zijn leven besluiten om heel zijn vermogen aan goede doelen na te laten. Daar kan de familie geen bezwaar tegen maken. En tijdens begrafenissen en crematies wordt vaak op allerlei manieren rekening gehouden met hoe iemand het zelf gewild zou hebben. Maar iemands expliciete uitspraak om donor te willen zijn, wordt in de praktijk 1 op de 10 keer aan de kant geschoven. Dat vind ik redelijk respectloos naar de geliefde overledene toe. Ik hoop dus ook, dat de rol van de nabestaanden in geval van GEEN BEZWAAR erg serieus genomen wordt, maar dat de nabestaanden in geval van een duidelijk JA die keus zelf net zo serieus nemen.
  2. Her en der hoor je geluiden dat mensen geen donor meer willen zijn omdat de overheid zich nu met hun keus bemoeit. Dus laten ze hun JA nu omzetten in NEE. Dat is toch raar. Je hebt er zelf allang voor gekozen om wél donor te zijn, dus voor jou verandert er helemaal niets. Maar opeens wordt het principe ‘de overheid mag zich er niet mee bemoeien’ belangrijker dan ‘ik wil na mijn leven nog iets betekenen voor mijn medemens’ met als conclusie ‘dus nu wil ik geen donor meer zijn.’ Als christenen zo redeneren, moeten ze nog maar eens bij Jezus en Paulus te rade gaan. Die vinden de bevoegdheid van de overheid duidelijk minder belangrijk dan het betonen van naastenliefde. Uit protest tegen een nieuwe wet opeens demonstratief met een boog om een naaste in nood heenlopen, terwijl je voorheen altijd zei dat je hem of haar graag wilt helpen is volgens mij niet echt te rijmen met een barmhartige levenshouding.

Tenslotte: ik hoop dat veel mensen in alle eerlijkheid hun keus maken. Of het nu JA of NEE is. Daarmee geef je zelf op voorhand volstrekte duidelijkheid. Wie geen keus wil maken, is in principe niet tegen orgaandonatie en heeft dus GEEN BEZWAAR, maar zadelt wel de nabestaanden op een erg emotioneel moment met moeilijke beslissingen op. Die keus geeft de overheid ons nog steeds. Ze vraagt nu alleen maar om die keus bij leven duidelijk aan te geven. Is dat teveel gevraagd? Lijkt mij van niet.

Orgaandonatie: kiest de ChristenUnie nog steeds voor een afschuifsysteem ipv een registratiesysteem?

Orgaandonatie ja of neeOp 30 januari behandelt de Eerste Kamer de nieuwe donorwet. Het wordt net zo spannend als in de Tweede Kamer. Toen stemden de fracties van CDA en ChristenUnie tegen het voorstel om een Actief Donorregistratiesysteem (ADR) op te zetten. Daarbij was er sprake van ‘fractiedwang’, dus héél het CDA en héél de ChristenUnie waren tegen. Toch werd het voorstel met 75-74 aangenomen. Nu moet de Eerste Kamer zich over dit voorstel uitspreken. Tot mijn verbazing en meer nog tot mijn teleurstelling staat er vandaag (maandag 29 januari) een artikel in het Nederlands Dagblad van de fractievoorzitter van de ChristenUnie waarin hij zich tegen verplichte registratie keert. Zijn standpunt is kort en krachtig: “Laat orgaandonatie vrijwillig zijn”. En: “Wie wil doneren moet dat weloverwogen en met een goed geweten doen.” En dus is de fractievoorzitter van de ChristenUnie tegen elke vorm van overheidsbemoeienis als het gaat om het actief registreren van alle burgers gaat, want “dan beschikken anderen over hun organen, nota bene met goedkeuring van de overheid.” Daarna volgen secundaire argumenten als: ‘laaggeletterden worden straks tegen hun wil donor’ en ‘deskundigen zijn het er niet over eens dat actieve registratie meer donoren oplevert’. Als klap op de vuurpijl roept de ChristenUnie-voorman: “Laten we dus alles eraan doen mensen te helpen die een orgaan nodig hebben, maar het is werkelijk het beste als orgaandonatie een gift blijft waar iemand vrijwillig toe besluit.” Dus moet de overheid aandringen op die keus, moeten gezinnen en families er met elkaar over in gesprek en zou het goed zijn als kerken dit onderwerp agenderen.

Dit vind ik een afschuifsysteem dat met drogredenen gemotiveerd wordt. Al jaren blijft het aantal mensen dat zich laat registeren gelijk (rond de 50%). Al jaren wil 90% van de Nederlanders wel graag zelf een donororgaan ontvangen als de nood aan de man of de vrouw komt. Dus wil de Tweede Kamer, net als in een aantal andere Europese landen, het omkeren door een ‘JA-tenzij-systeem’ in te voeren, waarbij iedere Nederlander regelmatig opgeroepen wordt om in alle vrijheid zijn of haar keus te maken of te veranderen. Maar wie uit pure laksigheid het vertikt om de moeite te nemen zich te laten registreren, kan moeilijk een principieel tegenstander van orgaandonatie genoemd worden, lijkt mij. Bovendien, twitterde een kennis van me, “is het helemaal niet erg om een actie te ondernemen als je niet wilt. Je mag best wat over hebben voor je principes.”

De ChristenUnie was in 2005 vóór een actief registratiesysteem. Als maar duidelijk was, dat je altijd van keus kon veranderen. Dat is in deze wet als extraatje opgenomen. Maar nu puntje bij paaltje komt, schrikt ook de fractie van de ChristenUnie in de Eerste Kamer terug voor de consequenties. Dus kiest de fractievoorzitter voor een afschuifsysteem dat al jaren niet werkt: anderen oproepen om in gesprek te gaan, maar zelf als overheid niet je verantwoordelijkheid nemen om mensen echt bewust te laten kiezen of ze wél of géén donor willen zijn.

Ik vind echt niet dat iedereen donor moet zijn. Ik vind wel dat er teveel doden vallen omdat we van de helft van de Nederlanders niet weten of ze orgaandonor hadden willen zijn. Ik vind ook, dat teveel Nederlanders door geen keus te willen maken in feite zeggen: dat er honderden mensen om een orgaan staan te springen zal mij een zorg zijn. Dus mag de overheid van haar burgers vragen om zich uit te spreken. En of je dan ‘JA’ of ‘NEE’ invult is mij echt om het even.

Als de rest van de Eerste Kamer-fractie van de ChristenUnie er net zo over denkt, kiest men opnieuw bewust voor vrijblijvendheid. Dat vind ik vreemd, want de Bijbel spreekt over het geven van je leven voor een ander (zoals in het ND terecht wordt aangehaald). Je zou dus zeggen: wat kan er tegen zijn om na je dood alsnog iets van jezelf voor het leven van een ander te geven?

Zeggen dat je er alles aan wilt doen om mensen te helpen die een orgaan nodig hebben en ze vervolgens in de kou laten staan door de huidige situatie te handhaven – ik krijg er een bittere smaak van in mijn mond, want zo’n uitspraak komt op mij dan wat onwaarachtig over. Iemand vond het net over de rand, maar ik kan mij er nog steeds wel in vinden: “Ik stond op een wachtlijst en jullie hebben alleen maar het gesprek over orgaandonatie willen stimuleren.” 

Bekijk nog eens de volgende webpagina’s van Een Vandaag: Houdt de Eerste Kamer de nieuwe donorwet toch tegen? (17-01) en Hoe werkt het Actieve Donor Registratie Systeem? (29-01).
Eerder schreef ik ook al een aantal blogs over dit onderwerp: Orgaandonatie: wie niet reageert wordt donor (7 juni 2016); Orgaandonatie: zet de politiek na 20 jaar eindelijk een stap voorwaarts? (6 september 2016); Registratie orgaandonatie in de lift (8 oktober 2016); Geen vrijblijvendheid bij keus voor of tegen orgaandonatie (11 mei 2017)

De FAKKELOPTOCHT in GRONINGEN op 25 JANUARI 1982

FakkeltochtGroningen beeft vanwege de aardgaswinning en veel Groningers beven van woede om de afwikkeling van de schade. Daarom wordt er voor de tweede keer een grote fakkeloptocht in de binnenstad van Groningen. Liepen daar op dinsdag 7 februari 2017 ruim 4.000 mensen aan mee, op vrijdag 19 januari 2018 hoopt de organisatie op bijna 10.000 mensen. Beide keren gaat het om gewone burgers die normaal gesproken helemaal niet zo snel de barricades opgaan. Maar hoe er nu met ze gesold wordt vanuit Den Haag en door de NAM, dat maakt ze terecht meer dan boos.

KernwapensDat deed mij denken aan een andere fakkeloptocht, 36 jaar geleden, op 25 januari 1982. Begin jaren ’80 van de vorige eeuw liepen de emoties hoog op vanwege de kernbewapening. Alles wat links was in Nederland (en dat was bijna 50%) liep te hoop tegen de 572 kernkoppen die in Nederland gestationeerd waren. Op 21 november 1981 kreeg het IKV zo’n 400.000 mensen op de been tijdens de grote antikernwapen-demonstratie in Amsterdam. Maar de regering van CDA en VVD (met een krappe meerderheid van 77 zetels) gaf geen krimp.

In die roerige tijd werd bekend dat er vanaf januari 1982 in de Eemshaven Amerikaanse schepen zouden aanmeren met munitie, bestemd voor de Amerikaanse troepen in West-Duitsland, eerst elke week en daarna maandelijks. Vanuit de Eemshaven zouden die per trein via Groningen, Zwolle, Arnhem naar het Roergebied getransporteerd worden.  Dat was natuurlijk koren op de molen van de vredesbeweging, de linkse partijen, de krakersbeweging en allerlei minder frisse anarchistische en pacifistische groeperingen in aktie. Niet alleen tegen het munitietransport, maar ook tegen de chloortreinen die ook vanuit de Eemshaven vertrokken, maar dan richting Rotterdam. Dat liep allemaal danig uit de hand vanwege blokkades op het spoor en bezettingen van diverse gebouwen.

Fakkeloptocht Groningen 1982 A4
Veel mensen waren die linkse akties in die dagen meer dan zat. Zeker in het Noorden en Oosten van het land – en daar kwamen al die beroepsaktivisten uit het Westen nu op af. Daarom deden “een aantal verontruste Groningers, oud-verzetsmensen en anderen” in het Dagblad van het Noorden van 22 januari 1982 een “OPROEP aan de goedwillende burgers, special van Groningen en omstreken” om op maandag 25 januari om zes uur ’s avonds naar het Hoofdstation te komen om mee te lopen in een stille fakkeloptocht te naar de Grote Markt om “door een indrukwekkende aanwezigheid de overheid te tonen, dat we er óók zijn, ja dat we in de meerderheid zijn. Fakkels zijn ter plaatse te koop voor een rijksdaalder.”

Nou, hoe groot die meerderheid was, bleek die maandag wel. Binnen drie dagen (zonder internet) stonden er op 25 januari om zes uur ’s avonds zo’n 5.000 mensen bij het station, waaronder ik zelf (mét fakkel!). Het Dagblad van het Noorden deed de dag erna verslag op de voorpagina (zie foto).

Fakkeloptocht Groningen 1982Op de binnenpagina’s schreven ze er dit over, met veel foto’s:

Fluitconcerten overstemmen Wilhelmus bij tegendemonstratie

‘Laat munitietreinen rijden, de Russen doen het ook’

Aanvankelijk stonden er slechts ongeveer honder mensen bij het Groninger hoofdstation om zes uur gisteravond, toen volgens de advertentie de mensen voor de demonstratie “tegen de geweldplegers en bedreigers van onze democratie en onze rechtsorde” zich moesten verzamelen. Een kwartier later waren echter alle 1200 fakkels uitverkocht en toen de stoet om half zeven vertrok, leek er geen eind aan te komen. Naar schatting 5000 mensen, voornamelijk uit de stad en provincie Groningen en de kop van Drenthe, hadden per trein, bus of eigen vervoer de reis naar Groningen ondernomen om mee te lopen.

Oud en jong, alles liep mee. “Van hele lieve mensen tot typische Oud Strijders Legioen-figuren,” aldus een ervaren antimunitietreindemonstrant. Voor het overgrote deel van de deelnemers was het de eerste keer dat zij in een demontratie meeliepen. Dat constateerden enkele omstanders: “Geen enkele ervaring, dat zie je zo.” Waarop zijn buurman opmerkte: “Gelukkig maar.”

Geknoei met uitwaaiende fakkels en bijna in brand vliegende haren bepaalden het beeld. Van hun kant hadden ook de demonstranten hun conclusies klaar. “’t Benn’n hail gain Grunnegers,” merkte één van hen op, nadat haar enige minder vriendelijke woorden waren toegeroepen.

Rustig trok de lange stoet naar de Grote Markt. Geen zingende en scanderende massa’s. Wel spandoeken met leuzen als “Laat de munitietreinen rijden, de Russen doen het ook” en  “Protesteren oké, terrorisme nee”.  Een enkele toeschouwer volgde de stille stoet.

Grimmig

De aanvankelijk rustige sfeer werd grimmiger na aankomst op de Grote Markt, waar de organisatoren hun petitie voorlazen. Hier hadden zich enkele tientallen jongelui verzameld om lucht te geven aan hun verontwaardiging over deze “rechtse” demonstratie. Het “Geen man, geen vrouw, geen cent voor het leger” overstemde de speech van organisator Cees van Muylwijck. Daarop riepen spreekkoren van beide zijden beurtelings de ME om “weg” dan wel “paraat” te blijven. Vooral jongere demonstranten wilden met de opponenten op de vuist, mede geïrriteerd door het provocerende gedrag van een paar raddraaiers. Oudere demonstranten konden het soms niet laten stiekem hun sympathie met hun jonge medebetogers te betuigen.

Nadat Van Muylwijck de aanwezigen had beloofd: “U zult meer van ons horen” werd besloten met het Wilhelmus. Dat was voornamelijk merkbaar aan een enkele saluerende politieman, Het gezang van de demonstranten werd overstemd door spreekkoren en fluitconcerten van tegenstanders.

Rond half acht – precies volgens het perfect kloppende tijdschema – keerden de meeste demonstranten huiswaarts, verbijsterd én gesterkt door de enorme opkomst.

Inderdaad … het was een heel bijzondere tegendemonstratie van veel mensen die het politieke gedram van allerlei vooral anti-Amerikaanse actiegroepen meer dan zat waren. Mijn herinneringen zijn een drietal: 1) er waren ook tientallen mensen met de trein vanuit alle delen van het land naar Groningen gekomen – ik sprak met een mevrouw uit Utrecht die dit zó geweldig vond, ze wilde ook haar stem laten horen; 2) we liepen via het Emmaplein via de Aa-kerk over de Vismarkt naar de Grote Markt. Aan het eind van de Vismarkt stonden zo’n 100 anarchisten te provoceren met allerlei leuzen, waarop de jongeren die in de fakkeloptocht meeliepen, waaronder ik, terugscandeerden: “Wie demonstreert er in Moskou?” Maar een oudere man zei tegen ons: “Loat je kop nait gek moaken, wie hollen het netjes.” 3) De verslaggever van het DvhN stond te dicht bij die 100 tegenstanders, want het Wilhelmus schalde echt over de Grote Markt en moet tot in Vinkhuizen en Helpman te horen zijn geweest.

Dat was 1982. Zonder sociale media kreeg men binnen drie dagen zo’n 5.000 man op de been. Om de demokratisch verkozen regering een steuntje in de rug te geven. In 2017 en 2018 protesteert Groningen weer. En terecht! Maar nu omdat de overheid zich de afgelopen jaren niet echt om Groningen bekommerde. Het tweede kabinet Rutte zat tot voor kort duidelijk in het verkeerde Kamp. Nogal Wiebes dat de regering in Den Haag nu beter naar de Groningers lijkt te luisteren.

Fakkel Foto RTV-Noord

 

 

Het isolement en de eigen kracht

Geloven in een geïndividualiseerde samenleving – als christen en als kerk.

In Assen bestaat het zogenaamde ‘Pastoresconvent’. Daarin komen zo’n 4 à 5 keer per jaar alle voorgangers en geestelijk verzorgers van de zeer diverse christelijke geloofsgemeenschappen bij elkaar. Ik vind die ontmoetingen altijd erg waardevol. Tegelijk stelt het mij voor de vraag: wat verbindt ons aan elkaar als voorgangers? Is dat alleen ons werkterrein – dus de imam en de rabbi en de humanistische raadsheer/vrouw zijn ook welkom? Of hebben we meer gemeenschappelijk? Het geloof in de God van de Bijbel of in Jezus als Heer of de christelijke traditie? En hoe sterk benadruk je dat dan? Ja, mag dat überhaupt wel? Of ben je dan op voorhand al te exclusief bezig? Ik vind dit een spannend onderwerp. Voor alle christenen en kerken in onze samenleving. Hoe stel je je als persoon en als gemeenschap tegenover de maatschappij en de mensen om je heen? Daarin zie je heel verschillende strategieën.

Exclusief kerk-zijn

Als Gereformeerde Kerken met de zelfgekozen bijnaam ‘vrijgemaakt’ (vandaar de afkorting GKV) en de spotnaam ‘artikeltjes’ hebben we in de eerste pak ‘m beet 50 jaar van ons bestaan (1944 – half jaren ’90) gekozen voor de exclusiviteit. Heel lang hanteerden we een bekende uitspraak van Groen van Prinsterer als een soort geuzen-slogan: In het isolement ligt onze kracht. Inmiddels zijn we er als vrijgemaakte isolement groengereformeerden toch wel achter gekomen dat er een behoorlijk groot verschil is tussen een zelfgekozen isolement of een isolement waarin je door de buitenwacht gedrongen wordt. En we zijn er ook stukje bij beetje achter gekomen dat je je kracht niet moet zoeken in het je afzetten tegen de grote boze wereld (vooral in de andere kerken waar alles zo slecht en verderfelijk en zorgelijk is), maar dat je je kracht moet zoeken in je eigen overtuiging. Oftewel: niet het negatieve bij de ander bindt een kerkelijke gemeenschap samen, maar je kunt pas iets uitstralen als je de positieve verbindende elementen bij jezelf weet te benoemen.

Dat laatste heeft iets heel postmoderns: ga uit van je eigen kracht. Maar tegelijk is het ook iets heel bijbels-christelijk: ga uit van de eigen kracht van het Evangelie van Jezus Christus. Zonder te veroordelen. Maar wel door duidelijk te zijn over je missie en je kernwaarden. En dus ook over de grenzen van je identiteit.

Spannend

Op dit punt ervaar ik een spanningsveld, zowel in mijn christen-zijn als in hoe we samen kerk willen zijn. Hoe handhaaf je als persoon je christelijke principes en hoe behoud je als kerkelijke gemeente je bijbelgetrouwe identiteit in een geïndividualiseerde samenleving? Iedereen mag immers autonoom zelf de belangrijkste keuzes van het leven maken. Of het echt autonoom is, kun je je afvragen, maar de tendens is toch nog steeds: ‘Elke keus is goed als je die maar bewust maakt.’ En meteen daar achteraan zit de tendens: ‘Dus waag het niet om een ander om zijn of haar keus te veroordelen’. Zelfs als je als christen je eigen standpunt in het publieke domein van media of politiek neerzet, word je al van onverdraagzaamheid beschuldigd door met name de wat hoger geschoolde elite. Een aantal jaren noemde Kluun dat in zijn boekje God is gek “de dictatuur van het atheïsme”. Hij vond dat de zendingsdrang van het atheïsme in de media te vergelijken met een intellectuele kruistocht tegen christenen.

Wat zet je daar tegenover als christen en als kerk? Hoe baken je je positie af? Dat vind ik niet gemakkelijk in deze tijd. Maar ik wil wel een poging doen om dat duidelijk te maken. Daar gebruik ik twee voorbeeld voor.

Het glas en de wijn

wijn rood glasEerst het beeld van een goed glas wijn. Wat moet er goed zijn? Het glas of de wijn? De wijn natuurlijk. Daar gaat het om. Maar zonder een goed glas kun je de wijn niet drinken. Vorm en inhoud hebben dus alles met elkaar te maken, als je denkt vanuit het voorbeeld van een goed glas wijn.

Dat geldt ook als je nadenkt over het christelijk geloof en de betekenis ervan voor de samenleving van vandaag. Volgens mij moet je steeds jezelf als voorganger en ook jezelf als geloofsgemeenschap bevragen op de vorm én de inhoud van je christelijke overtuiging. Sterker nog: zonder vaste vormen vervaagt de inhoud, is mijn overtuiging.

Tegelijk zie ik heel goed het gevaar van formalisme: de vaste vorm wordt belangrijker dan de inhoud. Dat gevaar zag Jezus in zijn tijd op aarde heel scherp bij die stroming in het jodendom die zich het meest serieus met het geloof bezig hield: de farizeeën. Op gezag van mijn leermeester Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen, prof. Jakob van Bruggen, neem ik maar even aan dat deze groepering in hoog aanzien stond bij de meeste mensen, omdat ze zo consequent vanuit het geloof in de God van Abraham, Izaäk en Jakob leefden. Naar God toe en naar hun naaste toe. Consequent en ook radikaal door de zonde te benoemen en af te wijzen. Maar Jezus laat volgens mij zien dat heel die farizeese geloofsbeleving gebaseerd is op vorm en veel minder op inhoud. Want Hijzelf is de inhoud – en juist de farizeeën wijzen Hem af als de Zoon van God en het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt.

Voor mij als gereformeerd predikant is de spannende vraag in deze tijd: hoe bewaak ik de inhoud van het christelijk geloof zonder dat ik een formalist wordt? Zowel als het om de leer gaat: hoe spreken we in de kerk over God en over Jezus, over wie Ze zijn en wat Ze doen? Als om het leven: wanneer mag je zeggen dat iemand qua levensstijl echt niet meer het voorbeeld van Jezus (Johannes 13:15) en God (Efeziërs 5:1) volgt? Want je kunt de spelregels van het christelijk geloof best aanpassen aan de behoeften van de tijd. Zo PVT 2015 - Nijmegen 2gebeurt dat ook in sommige sporten. Maar je kunt onmogelijk volhouden dat als we afspreken om van het net een doel te maken en om de bal niet meer met de handen, maar alleen nog met de voeten aan te raken, dat we dan nog steeds met dezelfde sport te maken hebben.

Waar ligt, als het om geloven binnen de christelijke traditie gaat, dan de grens tussen vorm en inhoud? Voor mij ligt die, als predikant binnen de gereformeerde traditie, in de belijdenis van de Twaalf Artikelen van het onbetwijfeld christelijk geloof. Want daarin staat wat – of liever nog: Wie mij bezielt en inspireert. Als ik daar niet meer mee uit de voeten zou kunnen, zou ik m’n ambt als predikant neerleggen en iets gaan doen met ‘mens en religie’ of zo. Ik besef dat als je in onze tijd zegt dat de Twaalf Artikelen het uitgangspunt zijn voor het echte christen-zijn en kerk-zijn, dat zo’n overtuiging heel exclusief overkomt. Terwijl ik tegelijk juist vanuit de christelijke traditie ook hart heb voor de stad waarin wij wonen en vooral voor alle mensen die hier leven.

Concentratie – Integratie 

Daarom wil in een tweede beeld naar voren halen. Dat beeld ontleen ik aan mijn zeer gewaarde overbuurman uit Nijmegen, waar ik van 1999 tot 2005 predikant was. Mijn overbuurman was betrokken katholiek en directeur van een mega-basisscholen-conglomeraat waarin al het katholieke, protestantse en algemeen-bijzonder onderwijs in samengevoegd was. We hebben bijzonder goede gesprekken gevoerd over de plaats die je als maatschappij-betrokken christen in de samenleving moest innemen. Hij zei tegen mij: Ernst, weet je, bij jullie vrijgemaakt-gereformeerde scholen zie ik een sterke focus op de handhaving van je identiteit. Bij onze algemeen-christelijke scholen-organisatie daarentegen zie ik een sterke focus op de plek die iedereen moet innemen in de samenleving. Jullie sterke punt is concentratie en ons sterke punt is integratie.

concentratie integratie hondIk vond dat een prachtige vondst, die twee typeringen, omdat ze zo waardenvrij zijn. Er zit geen veroordeling in. Want welk bedrijf wil zich nu niet concentreren op z’n core-business? En welke organisatie wil nu niet een respectabele, zinvolle plek midden in de samenleving innemen? Maar ik voel meteen weer de spanning. Het blijft voor alles wat zich christelijk noemt blijkbaar heel lastig om de concentratie op de bijbelse uitgangspunten en de integratie en acceptatie in de samenleving te combineren. Als je openlijk uitkomt voor je uitgangspunt dat Jezus de Zoon van God is die als Lam van de God de zonde van wereld wegneemt, en vanuit zijn liefde als inspiratiebron maatschappelijke hulp wilt verlenen aan vrouwen die vast zitten in de prostitutie (Het Scharlaken Koord) of in probleemwijken met jongeren aan de slag wilt (Youth for Christ) of op maatschappelijk vlak vraag en aanbod bij elkaar wilt brengen (Stichting Present), kun je nog zo hard roepen dat je aan integratie wilt werken, maar je concentratie op Jezus Christus roept bij de seculiere atheïsten, of ze nu links of rechts zijn, een boel weerstand op. Volgens hen is er maar één manier waarop christenen hun plek in het maatschappelijke veld mogen innemen: op persoonlijke titel in niet-religieus-gebonden organisaties.

De balans

Het gaat dus om de vraag: hoe bewaak je je christelijke identiteit (concentratie) terwijl je toch zoveel mogelijk je plaats in de samenleving (integratie) wilt innemen? En hoe vind je daarin de balans? Als GKV zitten we nog steeds vooral op de lijn van de concentratie, denk ik. Dat vind ik terecht, ook al loop je het risiko dat het lijntje naar boven belangrijker wordt dan het lijntje naar elkaar. Terwijl Jezus heel de wet samenvatte in het dubbel-gebod van de liefde: God boven alles en je naaste als jezelf. Omgekeerd dreigt een nog groter risiko namelijk: als je alleen maar vanuit de naastenliefde denkt en handelt, raak je uiteindelijk je inspiratiebron kwijt. Want die moet ik, als ik de Bijbel serieus neem, toch echt van buiten onszelf in onszelf komen. Het is God die van alle mensen houdt en voor heel zijn schepping zorgt. En Jezus maakt Zichzelf bekend als de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt bij die God van liefde en zorg uit dan via Hem. Maar hoe geef je daar vorm aan zonder exclusief en veroordelend te zijn? Als christen? En als kerkgemeenschap? Dat is voor mij een open vraag. En tegelijk mag ik daar keuzes in maken. Als christen. Als kerkgemeenschap. Niet uit eigen kracht. Ook niet om het isolement te zoeken. Maar “in het vertrouwen dat God het ons toestaat deze keuzes te maken” (Hebreeën 6:3).

“Onbedoeld zwanger? Vier het leven!”

zwanger“Onbedoeld zwanger? Vier het leven!” Dat was de titel van de kerkdienst van zondagmiddag 1 oktober 2017. Op het eerste gezicht misschien een wat gekke slogan, maar de aanleiding was als volgt. In onze kerk preken we nog steeds met enige regelmaat  uit de Heidelbergse Catechismus. Op dit moment zijn we bezig met de behandeling van de Tien Geboden. Het Zesde  Gebod is. Pleeg geen moord. In Zondag 40 van de catechismus worden daarover drie vragen gesteld.

Vraag 105: Wat eist God in het zesde gebod?

Antwoord: Dat ik mijn naaste niet van zijn eer beroof, niet haat, kwets of dood. Dit mag ik niet doen met gedachten, woorden of gebaren en nog veel minder met de daad, ook niet door middel van anderen, maar ik moet juist alle wraakzucht afleggen. Ook mag ik mijzelf geen letsel toebrengen, evenmin mag ik mijzelf moedwillig in gevaar begeven. De overheid draagt dan ook het zwaard om de doodslag te weren.

Vraag 106: Het gaat dus in dit gebod niet alleen om doodslag?

Antwoord: Nee. Door de doodslag te verbieden leert God ons ook dat Hij afgunst, haat, toorn en wraakzucht als de wortel van deze zonde haat en dat dit alles voor Hem doodslag is.

Vraag 107: Maar is het genoeg dat wij onze naaste, zoals gezegd, niet doden?

Antwoord: Nee, want terwijl God afgunst, haat en toorn verbiedt, gebiedt Hij dat wij onze naaste liefhebben als onszelf, jegens hem geduldig, vredelievend, zachtmoedig, barmhartig en vriendelijk zijn, zijn schade zoveel mogelijk voorkomen en dat wij ook onze vijanden goed doen.

Wat bij mij bleef haken toen ik deze woorden op me liet inwerken waren de zinnetjes: Ik mag mijzelf geen letsel toebrengen en evenmin mag ik mijzelf moedwillig in gevaar begeven. De overheid draagt dan ook het zwaard om de doodslag te weren. Ik dacht: als God het niet goed vindt om jezelf iets aan te doen, dan geldt dat toch zeker voor het ongeboren leven dat een aanstaande moeder met zich meedraagt! En ik dacht daarbij: wat voor overheid hebben we eigenlijk hier in Nederland, die toestaat dat van de 200.000 baby’s die geboren hadden kunnen worden, zo’n 30.000 in de moederschoot worden vermoord. Hoezo ‘doodslag weren’? Het is eerder ‘doodslag stimuleren’! En zo kwam ik uit bij vragen rondom abortus. Dat is al 50 jaar heel normaal in Nederland. En toch went het nooit. Er blijft altijd veel over te doen. Zeker ook de laatste tijd. Maar wat vind ik er eigenlijk zelf van? En wat voor standpunten neem jij in? Dus besloot ik om mij ook maar eens aan een Kahoot-quiz wagen. Met vijf vragen.

Abortus is moordVraag 1 sluit aan op het Zesde Gebod: ‘Pleeg geen moord.’ Nou, schreef een jonge moeder mij een keer, dat geldt zeker voor abortus, want ook al vindt heel Nederland het zo normaal als wat: “Abortus blijft wat mij betreft hoe dan ook moord!!!” (de drie uitroeptekens zijn van haar)

  1. Hier ben ik het helemaal mee eens
  2. Hier kan ik mij totaal niet in vinden
  3. Dat is per situatie verschillend

Toch zijn er veel verschillende situaties waarin er voor een abortus gekozen wordt. Vraag 2 was daarom : wanneer vind jij dat een abortus wél zou mogen?

  1. Als het leven van de moeder serieus gevaar loopt.
  2. Bij antwoord 1) én na een verkrachting
  3. Bij antwoord 1) en 2) én als het kind een zware handicap heeft
  4. Als de moeder goede redenen heeft om geen kind te krijgen

Abortus onbedoeld zwangerVraag 3 ging over tienerzwangerschappen. Ook in Nederland komt dat nog steeds veel voor. Wat moet je dan doen? Neem de volgende situatie: Sandra van 17 wordt onbedoeld zwanger. Ze heeft geen vaste vriend. Ze woont op kamers en is net aan een goede opleiding begonnen. Terug naar huis kan niet, want haar ouders zijn gescheiden. Ze overweegt een abortus en vraagt wat jij zou doen. Wat voor advies geef jij?

  1. “Het is jouw keus. Denk er goed over na.”
  2. “Als je je kindje laat weghalen, zondig je heel erg tegen God.”
  3. “Ik begrijp heel goed dat jij in jouw situatie voor een abortus kiest.”

Een andere reden om voor abortus te kiezen is de kans dat je kind gehandicapt is. Tegenwoordig is er veel te doen rondom de NIP-test. Daarom kan het syndoom van Down vroegtijdig ontdekt worden. Wat doe je dan? Bij vraag 4 keken we eerst naar een interview (minuut 13:05-13:25) met een jonge vrouw die het Down-syndroom heeft. Ze komt uit Denemarken, waar al bijna geen Down-kinderen geboren worden. Aan de hand daarvan kwam Vraag 4: ‘Als ik van te voren zou weten dat ons kind het Down-syndroom heeft …’

  1. Zou ik mijn kind zonder meer houden.
  2. Zou ik het een hele moeilijke keus vinden.
  3. Zou ik waarschijnlijk voor een abortus kiezen.

De laatste vraag ging over David en de relatie die hij met zijn buurvrouw Batseba kreeg. Toen ze onbedoeld zwangerschap werd, deed David er alles aan om het te verdoezelen.. Stel nou eens dat David in onze tijd geleefd had? Wat zou hij dan gedaan hebben? Dat was Vraag 5: Als David in onze tijd geleefd had, had hij bij Batseba vast aangedrongen op een abortus.

  1. Ja, want David wilde kost wat het kost de schijn ophouden.
  2. Nee, want David was ook in zijn zwakheid een gelovige koning.
  3. Geen idee, gelukkig maar dat David niet voor die keus stond

Het verhaal van David en Batseba staat in 2 Samuel 11. En zoals een zwangerschap niet verborgen kan blijven, kwam ook deze enorme misstap van David uiteindelijk toch aan het licht. 2 Samuel 11 eindigt namelijk met de zin: “Naar het oordeel van de HERE was het wel degelijk slecht wat David gedaan had.” Dus komt de profeet Nathan bij David en vertelt hem wat voor grote zonden (moord en doodslag) David begaan heeft. Je kunt het nalezen in 2 Samuel 12:1-25.

Bij de laatste Kahoot-vraag over David ligt het misschien voor de hand om als antwoord te geven: Geen idee of David op een abortus zou hebben aangedrongen als hij in onze tijd geleefd had. Maar ik heb zo’n bang gevoel dat het antwoord Ja, want David wilde kost wat het kost de schijn ophouden wel eens dichter bij de waarheid zou kunnen zitten. Als je ten einde raad bewust je buurman om het leven laat brengen, ben je volgens mij ook bereid om een ongeboren kindje op te offeren voor je goede naam en karrière.

Abortus hopeloosBij dit gedeelte moest ik denken aan het andere zinnetje uit de catechismus: tegenover ‘niet doodslaan’ staat ‘je naaste liefhebben en zijn schade zoveel mogelijk voorkomen. Maar weet je wat het is? Veel mensen willen hun eigen schade of nadeel of ongemak zoveel mogelijk beperken. Dat zag je bij David. Dat zie je vandaag nog steeds. Ten koste van, als het echt niet anders kan, andermans leven. En hoe zwakker en kwetsbaarder dat leven is, hoe gemakkelijker dat gaat. En dan kom je op 30.000 abortussen per jaar in Nederland.

Nu geldt er in Nederland een verplichte bedenktijd van vijf dagen om aan te geven dat abortus een ingrijpende zaak is waar je niet zo maar voor kiest. In België wordt zelfs de term ‘noodsituatie’ gebruikt. Maar uit onderzoek (bron: katholiekforum) blijkt dat die noodsituatie in 95% van de gevallen onder één van de volgende categorieën valt: *momenteel geen kinderwens; * de vrouw voelt zich te jong; * voltooid gezin; * ‘ideaal’ kindertal bereikt. Zijn dat noodsituaties die het ombrengen van jong leven wettigen?

Embryo gezichtIn de Bijbel vertelt God ons, dat het leven al in de moederschoot begint. Daarom staat er in Exodus 21:22 een regel, dat er schadevergoeding moet worden betaald aan een vrouw, als ze door de schuld van iemand anders een miskraam krijgt. En hoe mooi bezingt David in Psalm 139:13-18 dat God het Zelf geweest is, die hem als jongste en 7e zoon van 9 kinderen (hoezo ‘voltooid gezin’) die hem in de buik van zijn moeder weefde – “wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt.” In Jeremia 1:5 kunt je lezen hoe God Jeremia al in de moederschoot voorbestemd had als zijn profeet. In het Nieuwe Testament lees je in Lukas 1:41-45 over de kleine Johannes die in de buik van zijn moeder Elisabeth een vreugdedansje maakt als Maria plotseling op bezoek komt. Ze is nog maar net in verwachting, maar toch noemt Elisabeth haar al ‘de moeder van mijn Heer’. En later, in Markus 10:13-16, neemt Jezus Zelf kleine kinderen als voorbeeld. In de volwassen wereld van toen telden die niet mee. Maar bij God en bij Jezus wel! Juist wat zwak is, is kostbaar in Gods ogen!

Vandaag zijn de ongeboren kinderen de zwaksten in de samenleving. Hun leven mag geen naam hebben. Je laat immers alleen maar ‘iets’ weghalen? En het heeft geen enkele bescherming – het recht van de sterkste zegeviert. En als je denkt: maar elke vrouw mag toch zelf de beslissing nemen om het te houden of niet, zeker na een verkrachting of als je weet dat het kind een ernstige handicap zal krijgen … zelfs dan geef ik iedereen het advies daar nog eens goed over na te denken. Volgens mij zit je heel snel op een glijdende schaal. Als mensen spelen we voor God als wij de kwaliteit en levenskansen bepalen van een baby die met een achterstand geboren wordt. David heeft in een andere psalm, Psalm 31, gezegd: ‘Mijn tijden zijn in Gods hand.’ Als mensen elkaars leven in hun hand gaan nemen, is dat volgens de Bijbel moord. Dat geldt ook voor abortus. Zeker als de voornaamste reden is, dat deze zwangerschap echt niet bedoeld was of gelegenheid komt.

David Batseba ChagallMaar dan moet je er wel iets bij zeggen. Twee dingen eigenlijk. In het verhaal van David is Batseba de grote afwezige, lijkt het wel. OK, ze was er zelf bij toen ze onbedoeld zwanger werd. Maar had ze veel keus? Mannen veroorzaken vaak de ellende, maar daarna zie je ze niet meer. In de tijd van Jezus zie je dat ook. In Johannes 8:1-11 brengen de joodse leiders een vrouw bij Jezus die betrapt is toen ze vreemd ging of in het bordeel lag te rotzooien. Volgens de wet van Mozes moeten er dan twee mensen voor de rechtbank worden aangeklaagd vanwege overspel. Maar men brengt alleen het hoertje bij Jezus. Zo gaat het vaak: de vrouw wordt niet gehoord (zoals bij Batseba) of de vrouw staat er alleen voor (zoals dat hoertje). Vandaag gebeurt nog steeds hetzelfde. En natuurlijk, je bent er altijd zelf bij geweest als je zwanger raakt. Alleen bij verkrachting en bij incest is het echt tegen je eigen wil. Maar als iedereen je laat stikken zodra er zich nieuw leven aandient, vind je het dan gek dat de druk om een abortus te ondergaan zo groot wordt, dat veel vrouwen het ook doen?

Wat is dan een goede, bewogen houding? Nou, dat is het tweede: kijk naar hoe Jezus met die vrouw omgaat. Hij zegt niet tegen haar dat zij zo’n grote zondaar is. Dat zegt Hij juist tegen de mannen om haar heen. Hij zegt wel twee andere dingen tegen haar. Als eerste: ‘Ook Ik veroordeel je niet.’ En als tweede: ‘Ga maar, en zondig vanaf nu niet meer.’ Dat vind ik mooi. Jezus zegt eigenlijk tegen haar: ‘Ondanks wat er gebeurd is, vier het leven!’ Maar, zegt Hij erbij, stapel geen zonde op zonde. Dus als je onbedoeld zwanger bent, of misschien zelfs wel ongewenst … je wilt daarnaast toch ook niet nog de moord van je kindje op je geweten hebben?

Sterker nog … dat willen we toch samen niet? Gelukkig zijn er alternatieven. ChavahBijvoorbeeld het initiatief om tienermoeders die er alleen voor staan, op te vangen. In Groningen kan dat sinds ruim een jaar bij “CHAVAH” – een leef- en leerhuis voor jonge moeders. Op www.chavah.nl vind je meer informatie. In de kerkdienst van 1 oktober gaf Taeke Venema, één van de oprichters van Chavah, een mooie presentatie over hun missie en hun werk. Jonge meiden die onbedoeld zwanger geraakt zijn, komen tot rust en leren het leven –van hunzelf en van hun kleine– weer te  vieren. Bekijk eens de introvideo van Chavah op YouTube (klik hier). Meeleven kan altijd. Meehelpen ook. En bidden natuurlijk. Voor iedereen die onbedoeld zwanger is  En voor al het ongeboren leven.