Het isolement en de eigen kracht

Geloven in een geïndividualiseerde samenleving – als christen en als kerk.

In Assen bestaat het zogenaamde ‘Pastoresconvent’. Daarin komen zo’n 4 à 5 keer per jaar alle voorgangers en geestelijk verzorgers van de zeer diverse christelijke geloofsgemeenschappen bij elkaar. Ik vind die ontmoetingen altijd erg waardevol. Tegelijk stelt het mij voor de vraag: wat verbindt ons aan elkaar als voorgangers? Is dat alleen ons werkterrein – dus de imam en de rabbi en de humanistische raadsheer/vrouw zijn ook welkom? Of hebben we meer gemeenschappelijk? Het geloof in de God van de Bijbel of in Jezus als Heer of de christelijke traditie? En hoe sterk benadruk je dat dan? Ja, mag dat überhaupt wel? Of ben je dan op voorhand al te exclusief bezig? Ik vind dit een spannend onderwerp. Voor alle christenen en kerken in onze samenleving. Hoe stel je je als persoon en als gemeenschap tegenover de maatschappij en de mensen om je heen? Daarin zie je heel verschillende strategieën.

Exclusief kerk-zijn

Als Gereformeerde Kerken met de zelfgekozen bijnaam ‘vrijgemaakt’ (vandaar de afkorting GKV) en de spotnaam ‘artikeltjes’ hebben we in de eerste pak ‘m beet 50 jaar van ons bestaan (1944 – half jaren ’90) gekozen voor de exclusiviteit. Heel lang hanteerden we een bekende uitspraak van Groen van Prinsterer als een soort geuzen-slogan: In het isolement ligt onze kracht. Inmiddels zijn we er als vrijgemaakte isolement groengereformeerden toch wel achter gekomen dat er een behoorlijk groot verschil is tussen een zelfgekozen isolement of een isolement waarin je door de buitenwacht gedrongen wordt. En we zijn er ook stukje bij beetje achter gekomen dat je je kracht niet moet zoeken in het je afzetten tegen de grote boze wereld (vooral in de andere kerken waar alles zo slecht en verderfelijk en zorgelijk is), maar dat je je kracht moet zoeken in je eigen overtuiging. Oftewel: niet het negatieve bij de ander bindt een kerkelijke gemeenschap samen, maar je kunt pas iets uitstralen als je de positieve verbindende elementen bij jezelf weet te benoemen.

Dat laatste heeft iets heel postmoderns: ga uit van je eigen kracht. Maar tegelijk is het ook iets heel bijbels-christelijk: ga uit van de eigen kracht van het Evangelie van Jezus Christus. Zonder te veroordelen. Maar wel door duidelijk te zijn over je missie en je kernwaarden. En dus ook over de grenzen van je identiteit.

Spannend

Op dit punt ervaar ik een spanningsveld, zowel in mijn christen-zijn als in hoe we samen kerk willen zijn. Hoe handhaaf je als persoon je christelijke principes en hoe behoud je als kerkelijke gemeente je bijbelgetrouwe identiteit in een geïndividualiseerde samenleving? Iedereen mag immers autonoom zelf de belangrijkste keuzes van het leven maken. Of het echt autonoom is, kun je je afvragen, maar de tendens is toch nog steeds: ‘Elke keus is goed als je die maar bewust maakt.’ En meteen daar achteraan zit de tendens: ‘Dus waag het niet om een ander om zijn of haar keus te veroordelen’. Zelfs als je als christen je eigen standpunt in het publieke domein van media of politiek neerzet, word je al van onverdraagzaamheid beschuldigd door met name de wat hoger geschoolde elite. Een aantal jaren noemde Kluun dat in zijn boekje God is gek “de dictatuur van het atheïsme”. Hij vond dat de zendingsdrang van het atheïsme in de media te vergelijken met een intellectuele kruistocht tegen christenen.

Wat zet je daar tegenover als christen en als kerk? Hoe baken je je positie af? Dat vind ik niet gemakkelijk in deze tijd. Maar ik wil wel een poging doen om dat duidelijk te maken. Daar gebruik ik twee voorbeeld voor.

Het glas en de wijn

wijn rood glasEerst het beeld van een goed glas wijn. Wat moet er goed zijn? Het glas of de wijn? De wijn natuurlijk. Daar gaat het om. Maar zonder een goed glas kun je de wijn niet drinken. Vorm en inhoud hebben dus alles met elkaar te maken, als je denkt vanuit het voorbeeld van een goed glas wijn.

Dat geldt ook als je nadenkt over het christelijk geloof en de betekenis ervan voor de samenleving van vandaag. Volgens mij moet je steeds jezelf als voorganger en ook jezelf als geloofsgemeenschap bevragen op de vorm én de inhoud van je christelijke overtuiging. Sterker nog: zonder vaste vormen vervaagt de inhoud, is mijn overtuiging.

Tegelijk zie ik heel goed het gevaar van formalisme: de vaste vorm wordt belangrijker dan de inhoud. Dat gevaar zag Jezus in zijn tijd op aarde heel scherp bij die stroming in het jodendom die zich het meest serieus met het geloof bezig hield: de farizeeën. Op gezag van mijn leermeester Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen, prof. Jakob van Bruggen, neem ik maar even aan dat deze groepering in hoog aanzien stond bij de meeste mensen, omdat ze zo consequent vanuit het geloof in de God van Abraham, Izaäk en Jakob leefden. Naar God toe en naar hun naaste toe. Consequent en ook radikaal door de zonde te benoemen en af te wijzen. Maar Jezus laat volgens mij zien dat heel die farizeese geloofsbeleving gebaseerd is op vorm en veel minder op inhoud. Want Hijzelf is de inhoud – en juist de farizeeën wijzen Hem af als de Zoon van God en het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt.

Voor mij als gereformeerd predikant is de spannende vraag in deze tijd: hoe bewaak ik de inhoud van het christelijk geloof zonder dat ik een formalist wordt? Zowel als het om de leer gaat: hoe spreken we in de kerk over God en over Jezus, over wie Ze zijn en wat Ze doen? Als om het leven: wanneer mag je zeggen dat iemand qua levensstijl echt niet meer het voorbeeld van Jezus (Johannes 13:15) en God (Efeziërs 5:1)volgt? Want je kunt de spelregels van het christelijk geloof best aanpassen aan de behoeften van de tijd. Zo PVT 2015 - Nijmegen 2gebeurt dat ook in sommige sporten. Maar je kunt onmogelijk volhouden dat als we afspreken om van het net een doel te maken en om de bal niet meer met de handen, maar alleen nog met de voeten aan te raken, dat we dan nog steeds met dezelfde sport te maken hebben.

Waar ligt, als het om geloven binnen de christelijke traditie gaat, dan de grens tussen vorm en inhoud? Voor mij ligt die, als predikant binnen de gereformeerde traditie, in de belijdenis van de Twaalf Artikelen van het onbetwijfeld christelijk geloof. Want daarin staat wat – of liever nog: Wie mij bezielt en inspireert. Als ik daar niet meer mee uit de voeten zou kunnen, zou ik m’n ambt als predikant neerleggen en iets gaan doen met ‘mens en religie’ of zo. Ik besef dat als je in onze tijd zegt dat de Twaalf Artikelen het uitgangspunt zijn voor het echte christen-zijn en kerk-zijn, dat zo’n overtuiging heel exclusief overkomt. Terwijl ik tegelijk juist vanuit de christelijke traditie ook hart heb voor de stad waarin wij wonen en vooral voor alle mensen die hier leven.

Concentratie – Integratie 

Daarom wil in een tweede beeld naar voren halen. Dat beeld ontleen ik aan mijn zeer gewaarde overbuurman uit Nijmegen, waar ik van 1999 tot 2005 predikant was. Mijn overbuurman was betrokken katholiek en directeur van een mega-basisscholen-conglomeraat waarin al het katholieke, protestantse en algemeen-bijzonder onderwijs in samengevoegd was. We hebben bijzonder goede gesprekken gevoerd over de plaats die je als maatschappij-betrokken christen in de samenleving moest innemen. Hij zei tegen mij: Ernst, weet je, bij jullie vrijgemaakt-gereformeerde scholen zie ik een sterke focus op de handhaving van je identiteit. Bij onze algemeen-christelijke scholen-organisatie daarentegen zie ik een sterke focus op de plek die iedereen moet innemen in de samenleving. Jullie sterke punt is concentratie en ons sterke punt is integratie.

concentratie integratie hondIk vond dat een prachtige vondst, die twee typeringen, omdat ze zo waardenvrij zijn. Er zit geen veroordeling in. Want welk bedrijf wil zich nu niet concentreren op z’n core-business? En welke organisatie wil nu niet een respectabele, zinvolle plek midden in de samenleving innemen? Maar ik voel meteen weer de spanning. Het blijft voor alles wat zich christelijk noemt blijkbaar heel lastig om de concentratie op de bijbelse uitgangspunten en de integratie en acceptatie in de samenleving te combineren. Als je openlijk uitkomt voor je uitgangspunt dat Jezus de Zoon van God is die als Lam van de God de zonde van wereld wegneemt, en vanuit zijn liefde als inspiratiebron maatschappelijke hulp wilt verlenen aan vrouwen die vast zitten in de prostitutie (Het Scharlaken Koord) of in probleemwijken met jongeren aan de slag wilt (Youth for Christ) of op maatschappelijk vlak vraag en aanbod bij elkaar wilt brengen (Stichting Present), kun je nog zo hard roepen dat je aan integratie wilt werken, maar je concentratie op Jezus Christus roept bij de seculiere atheïsten, of ze nu links of rechts zijn, een boel weerstand op. Volgens hen is er maar één manier waarop christenen hun plek in het maatschappelijke veld mogen innemen: op persoonlijke titel in niet-religieus-gebonden organisaties.

De balans

Het gaat dus om de vraag: hoe bewaak je je christelijke identiteit (concentratie) terwijl je toch zoveel mogelijk je plaats in de samenleving (integratie) wilt innemen? En hoe vind je daarin de balans? Als GKV zitten we nog steeds vooral op de lijn van de concentratie, denk ik. Dat vind ik terecht, ook al loop je het risiko dat het lijntje naar boven belangrijker wordt dan het lijntje naar elkaar. Terwijl Jezus heel de wet samenvatte in het dubbel-gebod van de liefde: God boven alles en je naaste als jezelf. Omgekeerd dreigt een nog groter risiko namelijk: als je alleen maar vanuit de naastenliefde denkt en handelt, raak je uiteindelijk je inspiratiebron kwijt. Want die moet ik, als ik de Bijbel serieus neem, toch echt van buiten onszelf in onszelf komen. Het is God die van alle mensen houdt en voor heel zijn schepping zorgt. En Jezus maakt Zichzelf bekend als de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt bij die God van liefde en zorg uit dan via Hem. Maar hoe geef je daar vorm aan zonder exclusief en veroordelend te zijn? Als christen? En als kerkgemeenschap? Dat is voor mij een open vraag. En tegelijk mag ik daar keuzes in maken. Als christen. Als kerkgemeenschap. Niet uit eigen kracht. Ook niet om het isolement te zoeken. Maar “in het vertrouwen dat God het ons toestaat deze keuzes te maken” (Hebreeën 6:3).

Advertenties

“Onbedoeld zwanger? Vier het leven!”

zwanger“Onbedoeld zwanger? Vier het leven!” Dat was de titel van de kerkdienst van zondagmiddag 1 oktober 2017. Op het eerste gezicht misschien een wat gekke slogan, maar de aanleiding was als volgt. In onze kerk preken we nog steeds met enige regelmaat  uit de Heidelbergse Catechismus. Op dit moment zijn we bezig met de behandeling van de Tien Geboden. Het Zesde  Gebod is. Pleeg geen moord. In Zondag 40 van de catechismus worden daarover drie vragen gesteld.

Vraag 105: Wat eist God in het zesde gebod?

Antwoord: Dat ik mijn naaste niet van zijn eer beroof, niet haat, kwets of dood. Dit mag ik niet doen met gedachten, woorden of gebaren en nog veel minder met de daad, ook niet door middel van anderen, maar ik moet juist alle wraakzucht afleggen. Ook mag ik mijzelf geen letsel toebrengen, evenmin mag ik mijzelf moedwillig in gevaar begeven. De overheid draagt dan ook het zwaard om de doodslag te weren.

Vraag 106: Het gaat dus in dit gebod niet alleen om doodslag?

Antwoord: Nee. Door de doodslag te verbieden leert God ons ook dat Hij afgunst, haat, toorn en wraakzucht als de wortel van deze zonde haat en dat dit alles voor Hem doodslag is.

Vraag 107: Maar is het genoeg dat wij onze naaste, zoals gezegd, niet doden?

Antwoord: Nee, want terwijl God afgunst, haat en toorn verbiedt, gebiedt Hij dat wij onze naaste liefhebben als onszelf, jegens hem geduldig, vredelievend, zachtmoedig, barmhartig en vriendelijk zijn, zijn schade zoveel mogelijk voorkomen en dat wij ook onze vijanden goed doen.

Wat bij mij bleef haken toen ik deze woorden op me liet inwerken waren de zinnetjes: Ik mag mijzelf geen letsel toebrengen en evenmin mag ik mijzelf moedwillig in gevaar begeven. De overheid draagt dan ook het zwaard om de doodslag te weren. Ik dacht: als God het niet goed vindt om jezelf iets aan te doen, dan geldt dat toch zeker voor het ongeboren leven dat een aanstaande moeder met zich meedraagt! En ik dacht daarbij: wat voor overheid hebben we eigenlijk hier in Nederland, die toestaat dat van de 200.000 baby’s die geboren hadden kunnen worden, zo’n 30.000 in de moederschoot worden vermoord. Hoezo ‘doodslag weren’? Het is eerder ‘doodslag stimuleren’! En zo kwam ik uit bij vragen rondom abortus. Dat is al 50 jaar heel normaal in Nederland. En toch went het nooit. Er blijft altijd veel over te doen. Zeker ook de laatste tijd. Maar wat vind ik er eigenlijk zelf van? En wat voor standpunten neem jij in? Dus besloot ik om mij ook maar eens aan een Kahoot-quiz wagen. Met vijf vragen.

Abortus is moordVraag 1 sluit aan op het Zesde Gebod: ‘Pleeg geen moord.’ Nou, schreef een jonge moeder mij een keer, dat geldt zeker voor abortus, want ook al vindt heel Nederland het zo normaal als wat: “Abortus blijft wat mij betreft hoe dan ook moord!!!” (de drie uitroeptekens zijn van haar)

  1. Hier ben ik het helemaal mee eens
  2. Hier kan ik mij totaal niet in vinden
  3. Dat is per situatie verschillend

Toch zijn er veel verschillende situaties waarin er voor een abortus gekozen wordt. Vraag 2 was daarom : wanneer vind jij dat een abortus wél zou mogen?

  1. Als het leven van de moeder serieus gevaar loopt.
  2. Bij antwoord 1) én na een verkrachting
  3. Bij antwoord 1) en 2) én als het kind een zware handicap heeft
  4. Als de moeder goede redenen heeft om geen kind te krijgen

Abortus onbedoeld zwangerVraag 3 ging over tienerzwangerschappen. Ook in Nederland komt dat nog steeds veel voor. Wat moet je dan doen? Neem de volgende situatie: Sandra van 17 wordt onbedoeld zwanger. Ze heeft geen vaste vriend. Ze woont op kamers en is net aan een goede opleiding begonnen. Terug naar huis kan niet, want haar ouders zijn gescheiden. Ze overweegt een abortus en vraagt wat jij zou doen. Wat voor advies geef jij?

  1. “Het is jouw keus. Denk er goed over na.”
  2. “Als je je kindje laat weghalen, zondig je heel erg tegen God.”
  3. “Ik begrijp heel goed dat jij in jouw situatie voor een abortus kiest.”

Een andere reden om voor abortus te kiezen is de kans dat je kind gehandicapt is. Tegenwoordig is er veel te doen rondom de NIP-test. Daarom kan het syndoom van Down vroegtijdig ontdekt worden. Wat doe je dan? Bij vraag 4 keken we eerst naar een interview (minuut 13:05-13:25) met een jonge vrouw die het Down-syndroom heeft. Ze komt uit Denemarken, waar al bijna geen Down-kinderen geboren worden. Aan de hand daarvan kwam Vraag 4: ‘Als ik van te voren zou weten dat ons kind het Down-syndroom heeft …’

  1. Zou ik mijn kind zonder meer houden.
  2. Zou ik het een hele moeilijke keus vinden.
  3. Zou ik waarschijnlijk voor een abortus kiezen.

De laatste vraag ging over David en de relatie die hij met zijn buurvrouw Batseba kreeg. Toen ze onbedoeld zwangerschap werd, deed David er alles aan om het te verdoezelen.. Stel nou eens dat David in onze tijd geleefd had? Wat zou hij dan gedaan hebben? Dat was Vraag 5: Als David in onze tijd geleefd had, had hij bij Batseba vast aangedrongen op een abortus.

  1. Ja, want David wilde kost wat het kost de schijn ophouden.
  2. Nee, want David was ook in zijn zwakheid een gelovige koning.
  3. Geen idee, gelukkig maar dat David niet voor die keus stond

Het verhaal van David en Batseba staat in 2 Samuel 11. En zoals een zwangerschap niet verborgen kan blijven, kwam ook deze enorme misstap van David uiteindelijk toch aan het licht. 2 Samuel 11 eindigt namelijk met de zin: “Naar het oordeel van de HERE was het wel degelijk slecht wat David gedaan had.” Dus komt de profeet Nathan bij David en vertelt hem wat voor grote zonden (moord en doodslag) David begaan heeft. Je kunt het nalezen in 2 Samuel 12:1-25.

Bij de laatste Kahoot-vraag over David ligt het misschien voor de hand om als antwoord te geven: Geen idee of David op een abortus zou hebben aangedrongen als hij in onze tijd geleefd had. Maar ik heb zo’n bang gevoel dat het antwoord Ja, want David wilde kost wat het kost de schijn ophouden wel eens dichter bij de waarheid zou kunnen zitten. Als je ten einde raad bewust je buurman om het leven laat brengen, ben je volgens mij ook bereid om een ongeboren kindje op te offeren voor je goede naam en karrière.

Abortus hopeloosBij dit gedeelte moest ik denken aan het andere zinnetje uit de catechismus: tegenover ‘niet doodslaan’ staat ‘je naaste liefhebben en zijn schade zoveel mogelijk voorkomen. Maar weet je wat het is? Veel mensen willen hun eigen schade of nadeel of ongemak zoveel mogelijk beperken. Dat zag je bij David. Dat zie je vandaag nog steeds. Ten koste van, als het echt niet anders kan, andermans leven. En hoe zwakker en kwetsbaarder dat leven is, hoe gemakkelijker dat gaat. En dan kom je op 30.000 abortussen per jaar in Nederland.

Nu geldt er in Nederland een verplichte bedenktijd van vijf dagen om aan te geven dat abortus een ingrijpende zaak is waar je niet zo maar voor kiest. In België wordt zelfs de term ‘noodsituatie’ gebruikt. Maar uit onderzoek (bron: katholiekforum) blijkt dat die noodsituatie in 95% van de gevallen onder één van de volgende categorieën valt: *momenteel geen kinderwens; * de vrouw voelt zich te jong; * voltooid gezin; * ‘ideaal’ kindertal bereikt. Zijn dat noodsituaties die het ombrengen van jong leven wettigen?

Embryo gezichtIn de Bijbel vertelt God ons, dat het leven al in de moederschoot begint. Daarom staat er in Exodus 21:22 een regel, dat er schadevergoeding moet worden betaald aan een vrouw, als ze door de schuld van iemand anders een miskraam krijgt. En hoe mooi bezingt David in Psalm 139:13-18 dat God het Zelf geweest is, die hem als jongste en 7e zoon van 9 kinderen (hoezo ‘voltooid gezin’) die hem in de buik van zijn moeder weefde – “wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt.” In Jeremia 1:5 kunt je lezen hoe God Jeremia al in de moederschoot voorbestemd had als zijn profeet. In het Nieuwe Testament lees je in Lukas 1:41-45 over de kleine Johannes die in de buik van zijn moeder Elisabeth een vreugdedansje maakt als Maria plotseling op bezoek komt. Ze is nog maar net in verwachting, maar toch noemt Elisabeth haar al ‘de moeder van mijn Heer’. En later, in Markus 10:13-16, neemt Jezus Zelf kleine kinderen als voorbeeld. In de volwassen wereld van toen telden die niet mee. Maar bij God en bij Jezus wel! Juist wat zwak is, is kostbaar in Gods ogen!

Vandaag zijn de ongeboren kinderen de zwaksten in de samenleving. Hun leven mag geen naam hebben. Je laat immers alleen maar ‘iets’ weghalen? En het heeft geen enkele bescherming – het recht van de sterkste zegeviert. En als je denkt: maar elke vrouw mag toch zelf de beslissing nemen om het te houden of niet, zeker na een verkrachting of als je weet dat het kind een ernstige handicap zal krijgen … zelfs dan geef ik iedereen het advies daar nog eens goed over na te denken. Volgens mij zit je heel snel op een glijdende schaal. Als mensen spelen we voor God als wij de kwaliteit en levenskansen bepalen van een baby die met een achterstand geboren wordt. David heeft in een andere psalm, Psalm 31, gezegd: ‘Mijn tijden zijn in Gods hand.’ Als mensen elkaars leven in hun hand gaan nemen, is dat volgens de Bijbel moord. Dat geldt ook voor abortus. Zeker als de voornaamste reden is, dat deze zwangerschap echt niet bedoeld was of gelegenheid komt.

David Batseba ChagallMaar dan moet je er wel iets bij zeggen. Twee dingen eigenlijk. In het verhaal van David is Batseba de grote afwezige, lijkt het wel. OK, ze was er zelf bij toen ze onbedoeld zwanger werd. Maar had ze veel keus? Mannen veroorzaken vaak de ellende, maar daarna zie je ze niet meer. In de tijd van Jezus zie je dat ook. In Johannes 8:1-11 brengen de joodse leiders een vrouw bij Jezus die betrapt is toen ze vreemd ging of in het bordeel lag te rotzooien. Volgens de wet van Mozes moeten er dan twee mensen voor de rechtbank worden aangeklaagd vanwege overspel. Maar men brengt alleen het hoertje bij Jezus. Zo gaat het vaak: de vrouw wordt niet gehoord (zoals bij Batseba) of de vrouw staat er alleen voor (zoals dat hoertje). Vandaag gebeurt nog steeds hetzelfde. En natuurlijk, je bent er altijd zelf bij geweest als je zwanger raakt. Alleen bij verkrachting en bij incest is het echt tegen je eigen wil. Maar als iedereen je laat stikken zodra er zich nieuw leven aandient, vind je het dan gek dat de druk om een abortus te ondergaan zo groot wordt, dat veel vrouwen het ook doen?

Wat is dan een goede, bewogen houding? Nou, dat is het tweede: kijk naar hoe Jezus met die vrouw omgaat. Hij zegt niet tegen haar dat zij zo’n grote zondaar is. Dat zegt Hij juist tegen de mannen om haar heen. Hij zegt wel twee andere dingen tegen haar. Als eerste: ‘Ook Ik veroordeel je niet.’ En als tweede: ‘Ga maar, en zondig vanaf nu niet meer.’ Dat vind ik mooi. Jezus zegt eigenlijk tegen haar: ‘Ondanks wat er gebeurd is, vier het leven!’ Maar, zegt Hij erbij, stapel geen zonde op zonde. Dus als je onbedoeld zwanger bent, of misschien zelfs wel ongewenst … je wilt daarnaast toch ook niet nog de moord van je kindje op je geweten hebben?

Sterker nog … dat willen we toch samen niet? Gelukkig zijn er alternatieven. ChavahBijvoorbeeld het initiatief om tienermoeders die er alleen voor staan, op te vangen. In Groningen kan dat sinds ruim een jaar bij “CHAVAH” – een leef- en leerhuis voor jonge moeders. Op www.chavah.nl vind je meer informatie. In de kerkdienst van 1 oktober gaf Taeke Venema, één van de oprichters van Chavah, een mooie presentatie over hun missie en hun werk. Jonge meiden die onbedoeld zwanger geraakt zijn, komen tot rust en leren het leven –van hunzelf en van hun kleine– weer te  vieren. Bekijk eens de introvideo van Chavah op YouTube (klik hier). Meeleven kan altijd. Meehelpen ook. En bidden natuurlijk. Voor iedereen die onbedoeld zwanger is  En voor al het ongeboren leven.

 

Ben jij ook zo bang – als christen in Nederland?

Vroeger op de basisschool hoorde ik niet bij de branieschoppers van de klas. Eerder omgekeerd. Dus werd ik regelmatig uitgescholden voor ‘bangeschieterd’. Tot ik op een keer dacht: ik ga níet meer aan de kant bij een fietscrossrace door de straten van ons dorp. Mijn klasgenoot had dat uiteraard niet verwacht en dus eindigde onze ontmoeting in een frontale botsing. Twee fietsen kapot, allebei flink wat schrammen en bulten, maar ik werd nooit meer uitgescholden voor ‘bangeschieterd’.

“Ben jij ook zo bang?” zong Toontje Lager in de jaren ’80 van de vorige eeuw al. Vandaag lijken veel mensen nog steeds bang te zijn. Ook onder christenen. Op zich verbaast mij dat niet. De wereld verandert in een rap tempo. In alle opzichten, of je nu kijkt naar het klimaat, naar de vluchtelingencrisis of naar de wereldvrede. Bovendien wordt Nederland steeds onchristelijker. Dat blijkt alleen al uit de cijfers. Eind december 2016 kwam het CBS met cijfers waaruit blijkt dat voor het eerst minder dan de helft van de Nederlanders aangesloten bij een kerk / synagoge / moskee / stoepa. Ook al hanteert het CBS een wat rare methodiek (23,8% katholiek, 6,5% hervormd, 5,7% protestants, 3,3% gereformeerd, 4,9% moslim, 5,7% overig, nl. evangelisch, boeddhist, joods) – het laat zien dat nog maar 49,9% van de burgers in ons land zich religieus noemt, waarvan ongeveer 40% christelijk. En terwijl Urk in maar liefst 97,8% van de bevolking christelijk is (0,0% moslims, 2,2% niet-kerkelijk), zitten wij in Assen onder het landelijk gemiddelde qua religiositeit (60,5% niet-gelovig, 39,5% wel gelovig), maar kunnen we aan de andere kant nog wel lekker opgaan in onze gereformeerde bubbel, want die bedraagt in Assen precies 10,0% – tegenover ongeveer 1,6% moslim).

Daarnaast krijgen we het in Nederland in de komende jaren ook moeilijker als het gaat om publiek uit te komen voor onze eigen, op de Bijbel gefundeerde normen en waarden. Van buitenaf worden die door de overheid en de samenleving steeds minder geaccepteerd en getolereerd. En binnen eigen kring worden christenen soms ook meewarig aangekeken als ze in alles de goede regels van God en de levensstijl van Christus proberen na te volgen.

Maar hoe erg is dat?

Paulus bemoedigt (!) de christenen in Filippi met deze woorden: Aan u is de genade geschonken niet alleen in Christus te geloven, maar ook omwille van Hem te lijden. (Fil. 1:29). Dat moet je niet verbazen, zegt Paulus erbij, want ik spreek uit ervaring. En ook al hoef je het lijden niet op te zoeken, als het je overkomt is lijden vanwege je geloof in Jezus Christus positief signaal. Daarom kan Paulus ook zeggen: Laat u op geen enkele manier door de tegenstanders angst aanjagen, want dat is een teken van God: voor hen dat ze ten onder gaan, voor u dat u wordt gered. (Fil. 1:28).

Gumbel Een leven dat zin heeftIk vind het erg herkenbaar wat Paulus schrijft over angst. Ik denk dat er in Nederland veel bange christenen zijn. Vooral bang om zelf te moeten afzien vanwege het geloof in Christus. Nicky Gumbel, de man van de Alphacursus, bespreek in zijn boekje Een leven dat zin de hele Filippenzenbrief. Hij schrijft bij dit vers: ‘Hoewel wij, westerlingen, het minst te vrezen hebben, zijn we het bangst. Onze angsten houden verband met impopulariteit of sociaal isolement. Maar anderen moeten martelingen, gevangenschap en de dood onder ogen zien. Voor de westerse kerk is nú de tijd aangebroken om het optimale rendement te halen uit onze vrijheid, en voortgang te maken met de verbreiding van het evangelie. Waar we ook zijn, de mogelijkheden om het goede nieuws door te geven zijn onbeperkt.’

Op beide punten heeft hij, denk ik, gelijk. We hebben in West-Europa nog nooit zolang zoveel godsdienstvrijheid gehad als in de laatste honderd jaar. Maar tegelijk zijn we als christenen bang geworden om in alle omstandigheden voor Jezus Christus uit te komen. In Paulus’ tijd was dat niet anders. Ook toen leefden christenen als een minderheid te midden van een verdorven en ontaarde generatie. Ze kregen van Paulus de opdracht mee om in zo’n samenleving van egoïsten en populisten te schitteren als sterren aan de hemel. Dat lukt alleen maar door vast te houden aan het woord dat leven brengt (Fil. 2:15-16). Vandaar ook dat Paulus de christenen van Filippi oproept: Blijf standvastig in de Heer!’ Oftewel, zoals  de Bijbel in Gewone Taal kernachtig zegt: Hou vast aan jullie geloof in de Heer! (Fil. 4:1)

Wie dat doet, hoeft nergens bang voor te zijn.

 

Leesrooster voor bange en niet-bange christenen

‘Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’ (Psalm 119:105). Nu heb je verschillende soorten lampen. Het lezen van een bijbelgedeelte is als een bureaulamp: je gaat er even voor zitten. De dagteksten zijn bedoeld als zaklampjes: af en toe even aanknippen en je afvragen: ‘Wat wil de Heilige Geest met deze tekst vandaag tegen mij zeggen?’ Als gebedspunt zou je elke dag voor één of meer vervolgde christenen kunnen bidden.

Dag 1: Matteüs 10:16-33            Dagtekst: Matteüs 10:34

Denk niet dat Ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

Dag 2: Handelingen 5:12-25       Dagtekst: Psalm 90:11

Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat.

Dag 3: Handelingen 5:26-42       Dagtekst: Handelingen 5:41

De apostelen waren verheugd dat ze waardig bevonden waren deze verne­dering te ondergaan omwille van de naam van Jezus.

Dag 4: Handelingen 16:1-15       Dagtekst: Kolossenzen 4:3

En bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent om het mysterie van Christus te verkondigen, waarvoor ik gevangen zit. 

Dag 5: Handelingen 16:16-25     Dagtekst: 1 Petrus 2:20b-21

Het is een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. Dat is uw roeping: ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven.

Dag 6: Handelingen 16:26-40              Dagtekst: Filippenzen 1:19

Ik weet, dat dit alles door uw gebed en de hulp van de Geest van Jezus Christus tot mijn redding leidt.

 

 

Christendom + macht = misbruik?

amerika-vlag-vrijheidsbeeldIn Amerika is een flinke maatschappelijke diskussie aan de gang over de vraag of de standbeelden van de generaals van de zuidelijke staten uit de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861-1865 moeten worden verwijderd. Want die zuidelijke staten wilden de slavenij handhaven. Zulke ‘foute’ leiders verdienen geen standbeeld. Op die mening valt wel het nodige af te dingen (klik hier om een artikel uit het Reformatorisch Dagblad van 23-08 2017 te lezen over generaal Robert E. Lee). Naar aanleiding van dit nieuws plaatste iemand op Facebook de opmerking, dat we dan ook maar alle beelden van Jezus moesten opruimen, omdat er  heden ten dage nog miljoenen mensen zijn die door Hem op het verkeerde pad gebracht zijn, zodat ze nog steeds in zijn waanideeën geloven alsof Hij kon lopen over water en dat Hij de Zoon van God zou zijn. En in de reakties op dat FB-bericht gaat het dan meteen ook over het christelijk geloof dat door de geschiedenis heen tot zoveel oorlogen en andere vormen van misbruik heeft geleid.

geloof en machtKlopt dat? Is het waar wat wel eens als wiskundige stelling gezegd wordt : christendom + macht = misbruik? Ik kan me er wel iets bij voorstellen. In de naam van God heeft de kerk veel leed veroorzaakt. Denk alleen maar aan de schandalen rond seksueel misbruik door priesters in de RK-kerk, maar ook in andere kerken. En zo gauw de kerk een politieke factor werd,  ging het ook mis. Denk aan de kruistochten. Met de leus “God wil het!” werden joden en moslims en ook de christenen in het Midden-Oosten die allemaal ketters waren, een kopje kleiner gemaakt. En later, in de Gouden Eeuw en daarna tot aan Kruistochtende Tweede Wereldoorlog, zie je dat grote delen van Afrika, Amerika, Australië  en Azië gekoloniseerd zijn door Europeanen. Maar altijd namen die ook het christendom mee. Christendom en kolonialisme gingen hand in hand. Ja, zeiden onze voorvaders: God staat aan onze kant, dus het christelijk geloof is het geheim van ons succes, en dat christelijk geloof brengen we nu ook aan de blinde heidenen. Maar ondertussen maakten we ons schuldig aan uitbuiting  en slavernij – dingen die we nu afkeuren. En zowel in de Eerste als in de Tweede Wereldoorlog werden de legers van beide kanten ingezegend door priesters en predikanten. Ja, in W.O. II droegen de Duitse soldaten op het slot van hun koppelriem het Nazi-symbool én de tekst ‘God met ons’.  Da’s andere koek dan op de rand van onze 2-koppelriem-gott-mit-uns.jpgEuro-munt! Geen wonder dat sommige mensen zeggen: christendom + macht staat gelijk aan misbruik. Of, nog sterker: religie vergiftigt alles. En ik ga het ook niet goedpraten. Ik maak ook geen lijst van alle goede dingen die het christendom gebracht heeft. Dan ga je dingen tegen elkaar wegstrepen. En dus jezelf rechtvaardigen.

Maar weet je wat het is? Het is te simpel om te zeggen dat het aan het christendom ligt. Je moet verder kijken. Wie veroorzaken al die ellende in de wereld? Zijn dat alleen christenen? Zijn dat alleen religieuze mensen? Als je eerlijk bent, moet je zeggen: nee, er zijn ook veel niet-christenen die met de macht die ze hadden veel leed veroorzaken. Denk maar aan Hitler in Duitsland. Denk maar aan Stalin in Rusland. Denk maar aan Mao Zedong in China. Denk maar aan Pol Pot in Cambodja. En dan heb je nog een stel minder bekende figuren.  Je moet dus dieper boren en jezelf de vraag stellen: waarom maken vóór 1900 veel religieuze mensen misbruik van hun macht? En waarom maken in de 20-ste eeuw veel niet-religieuze mensen hun macht om miljoenen slachtoffers te maken? Dat heeft simpelweg te maken met feit dat vóór 1900 de meeste mensen religieus waren en in 20-ste eeuw voor eerste keer sinds eeuwen de dictatoriale machthebbers niet-religieus waren. En nu, in de 21-ste eeuw, zijn het weer de religieuse groeperingen die hun macht misbruiken – en dit keer vaker moslims dan christenen.

Oftewel: de stelling christendom + macht = misbruik klopt niet. Je  moet zeggen: iedereen + macht = misbruik. Over heel de breedte maken mensen misbruik van hun macht en invloed als ze de kans krijgen en in die positie komen. Als het gelovige mensen zijn die misbruik maken van hun positie, is de Bijbel daar heel scherp in. God houdt religieuze mensen niet de hand boven het hoofd. Integendeel, Jezus hekelt de hypokriete geestelijke leiders en vergelijkt ze met grafmonumenten: van buiten prachtig, van binnen  verrot. Maar in de Bijbel zegt God er nog iets bij: dat geldt voor alle mensen. Wij Kruis Jezus misdadigers in loodzijn allemaal rot van binnen. En dat is moeilijk te accepteren.  Er zijn maar weinig mensen die zoveel zelfinzicht hebben én dat royaal durven te erkennen als die ene misdadiger die naast Jezus aan het kruis hing. Want die zei tegen zijn maat in het kwaad: ‘Ben jij zelf nu nog niet bang voor God? Want wij hangen hier terecht! En straks moeten wij voor onze Maker verschijnen.’ Dat hoor je bijna niemand in de gevangenis of in de rechtszaal zeggen: ‘Ik zit terecht gevangen, ik ben zo schuldig als het maar kan, ik verdien terecht de zwaarste gevangenisstraf.’ Er zijn maar weinig mensen zoals die tweede misdadiger.  Wie ziet nou voluit het kwaad in zijn eigen leven en erkent volledig zijn eigen schuld?

Inderdaad, ook christendom + macht = misbruik. Omdat christenen ook mensen zijn. En alle mensen misbruiken hun macht ten koste van anderen. Ik ken maar één uitzondering: Jezus. Uit alle vier biografieën over zijn leven die in de Bijbel staan komt hetzelfde beeld naar voren: Jezus + macht = liefde & zelfopoffering. Dat zie je het beste kruisiging moordenaar 2aan het kruis. Maar liefst drie keer staat er, dat mensen tegen Hem roepen: ‘Red je zelf als je kunt!’ Maar Jezus deed het niet. Hij wendde zijn macht niet aan om zelf de Man te zijn en als de grote Leider vereerd te worden.  Nee, Hij bracht zijn eigen levenslessen in praktijk en keerde zijn vijanden de andere wang toe. Hij bad zelfs voor ze toen de spijkers door z’n handen en voeten geslagen werden: ‘Vader, vergeef het hun.’ Hij kwam niet van het kruis af, maar bleef hangen, want Hij wilde anderen redden van de eeuwige ondergang.  

Dus als iemand beweert dat het christendom alleen maar ellende veroorzaakt, en dat Jezus met zijn rare ideeën daar de oorzaak van is, dan klopt dat niet. Je moet de inhoud van het christendom beoordelen op grond van de Persoon om wie het gaat: Jezus Christus. Niet op grond van zijn volgelingen, de christenen. Want daar zijn stapels mensen onder die hypokriet zijn of hun macht misbruiken voor het eigenbelang. Ja, als je eerlijk bent, weet je diep in je hart dat je daar zelf ook vatbaar voor bent. Wees daar niet verbaasd daarover, dat was Jezus ook niet. Het is pas fataal voor het christendom , als je ook Jezus kunt betrappen op zulk misbruik. Maar dat zal je niet lukken, als je tenminste de verhalen over Jezus eerlijk en onbevooroordeeld durft te lezen.

Deze blog heb ik verder uitgewerkt in een preek over Lukas 23:32-43 die met liturgie, PPP en kindmoment te vinden is onder ‘Preken’ –> ‘Preken NT’.

 

GEEN VRIJBLIJVENDHEID BIJ KEUS VOOR OF TEGEN ORGAANDONATIE

“Wie zelf niet de moeite neemt om te laten weten of ‘ie wel of geen donor wil zijn, moet onderaan de wachtlijst voor orgaandonatie komen te staan.” Dat was de mening van de meeste jongeren van 17/18 jaar vorige week op catechisatie toen we het over orgaandonatie hadden.

Orgaandonatie hartjeAan het eind van die week stond in het Nederlands Dagblad een artikel van twee christenen, de theoloog Gijsbert van den Brink en IC-arts Ben de Jong. Zij vinden dat het huidige registratiesysteem vanwege te grote vrijblijvendheid niet effectief. Het leidt niet tot meer donoren en kost jaarlijks onnodig mensenlevens. “Een wetswijziging naar een actief donorregistratiesysteem is dan ook wat ons rest.” Die wet komt er, als het aan de Tweede Kamer ligt, want daar is een nieuw ‘actief donorregistratiesysteem (ARD) dat in  met een krappe meerderheid  aangenomen. De drie christelijke partijen stemden tegen deze wet op de orgaandonatie. Ze hebben daar, net als andere tegenstanders, vier belangrijke argumenten voor, nl.: 1) De nieuwe wet leidt tot keuzedwang. 2) De nieuwe wet is een inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht. 3) De nieuwe wet levert niet meer donoren op. 4) Binnen het huidige systeem valt nog veel winst te behalen om mensen te motiveren orgaandonor te worden. Die bezwaren worden kort maar krachtig als mythe ontzenuwd (klik hier).

“Ik was hartpatiënt en jullie hebben Mij bewust op een lange wachtlijst laten staan.”

Een paar dagen later reageerde de directeur van de Nederlandse Patïenten-Vereniging, Esmé Wiegman met een artikel in het Nederlands Dagblad. Zij blijft “stevige kanttekeningen plaatsen bij de verandering van het donorregistratiesysteem.” Vervolgens gaat ze de vier punten van Van den Brink en de Jong bij langs (klik hier).

NPV logo nieuwDe vier tegenargumenten van de directeur van Nederlandse Patiëntenverening vind ik ronduit zwak (hieronder voor de liefhebber een overzicht). Maar dat vind ik niet het ergste. Het valt me vooral zwaar tegen dat de NPV publiek stelling neemt tegen dit nieuwe donorregistratiesysteem. In haar logo staat dat de NPV gericht is op ‘zorg voor het leven’. Op de website wordt als eerste vermeld: “Het leven is een gave van de Schepper zelf. Dat leven is kostbaar en verdient bescherming; van het allerprilste begin tot aan het einde. De NPV komt op voor het mensenleven. Voor leven dat kwetsbaar is en broos, voor ieder mens, in welke levensfase dan ook.”

Als het om orgaandonatie aankomt, neemt de NPV het niet voor de volle 100% op voor het leven van kwetsbare en broze patiënten waarvan jaarlijks 10% overlijdt terwijl ze op een wachtlijst staan. Ze neemt, net als de christelijke partijen in de Tweede Kamer, genoegen met een vrijblijvende oproep tot naastenliefde. Wat het effect van die vrijblijvendheid is, weten we al jaren: slechts 40% van de bevolking laat zich registreren, terwijl 90% van de bevolking graag een orgaan zou ontvangen. Het is een zwaktebod dat een christelijke organisaties als de NPV en politieke partijen als het CDA, de ChristenUnie en de SGP zich achter termen als ‘inbreuk op de integriteit’ en ‘naastenliefde mag je niet afdwingen’ blijven verschuilen. Daarmee houden ze bewust laksheid en ongeïnteresseerdheid in stand.

Orgaandonatie ja of neeDe jongeren van 17/18 jaar hadden dit haarscherp in de gaten. Zij en hun ouders waren bijna allemaal vóór orgaandonatie. Maar lang niet iedereen had zich laten registeren. De enkeling die geen donor wou zijn vond het prima zo: als je niks liet weten, zou er ook niks met je organen gebeuren na je dood. Ondertussen vonden de jongeren het wel wat hypocriet om een orgaan te ontvangen als je zelf nooit de moeite had genomen om aan te geven of je donor zou willen zijn. Vandaar dus dat de meesten vonden dat wie zich niet geregistreerd had, onder aan de wachtlijst moest komen te staan. Ik hou van de radicaliteit van jongeren!

Naastenliefde voor mensen in grote nood is namelijk niet vrijblijvend. Als we dat wel in stand houden, zou het wel eens kunnen zijn dat Jezus bij zijn terugkomst aan ons vraagt: ‘Ik was hartpatiënt en jullie hebben Mij bewust op een lange wachtlijst gezet.’ Dus denk ik dat de overheid, nu het toestemmingssysteem na 40 jaren nog steeds faalt, alle burgers mag vragen om zonder enige dwang of inbreuk (JA of NEE is allebei geoorloofd) aan te geven wat men wil: wel of geen donor zijn. Wie de moeite niet neemt om dit kenbaar te maken, heeft blijkbaar geen overtuigende bezwaren. Wie blijft zwijgen, stemt toe. Hopelijk laten de christelijke partijen in de Eerste Kamer zich niet leiden door het moderne zelfbeschikkingsrecht, maar door levensreddende naastenliefde.

Eerder schreef ik over orgaandonatie de volgende blogs: Orgaandonatie: wie niet reageert wordt donor (7 juni 2016); Orgaandonatie: zet de politiek na 20 jaar eindelijk een stap voorwaarts? (6 september 2016); Registratie orgaandonatie in de lift (8 oktober 2016)

 

In haar reaktie op de vier punten van Van den Brink / De Jong noemt de directeur van de NPV drie keer dat de overheid geen morele keuzes aan mensen moet opdringen. Daarbij gaat ze er aan voorbij dat die keuze ook nu al gevraagd wordt aan de nabestaanden als een overleden persoon zich niet geregistreerd heeft (punt 1 en 2). Er is dus geen sprake van ‘dwang’ of ‘inbreuk op lichamelijke integriteit’. Het argument dat als er vóór iemands overlijden “meer in familieverband over gesproken wordt” en dat je ná iemands overlijden moet werken aan een “context van rust en ruimte om in de geest van de overledene te kunnen nadenken, zonder druk van buitenaf” laten precies zien waarom dit veel te vrijblijvend is. Het eerste gebeurt namelijk onvoldoende (zeiden ook mijn catechisanten) en het laatste komt soms voor, maar veel vaker niet (“Als iemand plotseling overlijdt, heb je wel wat anders aan je hoofd als familie,” zeiden mijn catechisanten. Als iemand zelf tijdens zijn leven zijn keus gemaakt heeft, is het toch veel duidelijker? En als iemand weet dat wie zich bewust niet registreert geen principiële bezwaren heeft tegen het doneren van zijn of haar organen heeft, voorkomt dat toch juist onnodige, vaak emotionele discussies bij nabestaanden? Het argument dat een donatie altijd een vrijwillige gift moet zijn (punt 4) is ook uiterst zwak. In alle vrijheid mag elke Nederlander bepalen of hij of zij orgaandonor wil worden. Het enige wat de overheid zegt is: de nood is hoog, met meer donoren kunnen we levens redden, dus maak een keus! Dat gaat niet tegen Gods geboden in (integendeel denk ik persoonlijk), dus waarom zou je laskheid en vrijblijvendheid bewust in stand houden? Tenslotte de aantallen: Esmé Wiegman zegt dat er door de nieuwe wet juist meer mensen zich niet laten registreren. In de donorweek van oktober 2016 lieten bijna 5.500 nieuwe mensen een ‘ja’ noteren en bijna 26.500 nieuwe mensen een ‘nee’ en dus was de conclusie van de directeur van NPV eentje van: ‘Zie je wel? Verplichte registratie pakt negatief uit!’ Dat is een dubbel non-argument. Punt 1: registreren is niet verplicht. Punt 2: het gaat er om dat iedereen ‘JA’ moet invullen. Het gaat erom dat iedereen bewust een keus maakt.  Op 31 augustus 2016 hadden 5,9 miljoen Nederlanders dat gedaan op http://www.donorregister.nl. Op 30 april waren dat er 6,1 miljoen. Dat is een toename van 200.000. Het aantal mensen dat ‘ja’ heeft ingevuld, is met zo’n 50.000 gestegen naar 3,66 miljoen. Het aantal mensen dat een ‘nee’ liet registreren, steeg met zo’n 190.000 naar 1,72 miljoen. Alleen al het idee dat er straks een actief donorregistratiesysteem komt, zorgt dus al voor een flinke stijging van het aantal Nederlands dat zich laat registreren. Dat is volgens mij precies de bedoeling. Beter eerlijk ‘NEE’ dan de zaak op z’n beloop laten.

Tussen de premierkandidaten door het laatste Lagerhuis

En toen was het alweer de vierde en laatste keer! Met de heren Roemer en Pechtold bespraken we in het Lagerhuis de volgende vier stellingen.

1/ Geert Wilders heeft terecht de geloofwaardigheid van Rutte aan de kaak gesteld

Daar was ik het dus niet mee eens. Zelf vind ik dat Rutte het als minister-president in de afgelopen jaren goed gedaan heeft. Een aantal beloftes die hij als partijleider gedaan heeft, heeft hij niet kunnen houden. Want, zoals mijn mede-Drent Ewout Klok zei: in een coalitie kun je niet al je eigen partijstandpunten realiseren. Zelf vond ik het in deze verkiezingen steeds een beetje flauw dat bv. de heren Buma en Pechtold zeiden dat Mark Rutte niet de premier van alle Nederlanders is geweest in de afgelopen vier jaar. Dat heeft hij juist wél willen zijn en dat heeft hij op een geloofwaardige manier gedaan, vind ik. Natuurlijk zullen niet alle Nederlanders het eens zijn met het beleid van zijn kabinet. Daarvoor kun je hem op 15 maart wegstemmen. Maar ik denk dat elke andere nieuwe premier precies dezelfde verwijten van Wilders en andere politieke tegenstanders zou krijgen. Dus was ik het met deze stelling niet eens.

2/ Er moet een landelijk Zorgfonds zonder eigen risico komen, zodat het stelsel van particuliere zorgverzekeraars kan verdwijnen

Deze stelling kwam van de SP. Die zetten deze verkiezingen volledig in op de onbetaalbaar geworden zorg. En daar hebben ze wel een goed punt. Het eigen risico is te hoog. Verzekeraars gaan voor de winst en specialisten worden per behandeling betaald. De marktwerking is volledig doorgeschoten. Maar om nu terug te gaan naar het oude ziekenfonds? Dat lijkt mij niet verstandig, want die operatie kost ongeveer 8 miljard. En het is de vraag wat voor bureaucratisch systeem je ervoor terug krijgt. Als we ‘Roemercare’ invoeren wordt het binnen de kortste keren ‘Roemergate’ ben ik bang. Wel kunnen er veel dingen anders. Neem bv. alle medisch specialisten weer in dienst voor een redelijk salaris en een goede overuren-compensatie. En ga flink snijden in het oerwoud van polissen en aanvullende verzekeringen.

Ook de afschaffing van het eigen risico vind ik een slecht idee. Het moet wel veel lager dan nu, want 2x € 385 is voor een gezin in de bijstand een extra kostenpost van ruim € 60 in de maand! Maar als je geen drempel opwerpt, gaan mensen in het weekend met hun gekneusde dikke teen weer naar de eerste-hulp-post in het ziekenhuis omdat het toch gratis is. Dat moet je volgens mij niet willen. En ergens vind ik het ook wel een goed idee om het eigen risico inkomensafhankelijk te maken.

Lagerhuis groepsfoto3/ Nederland moet vooroplopen bij het halen van de klimaatdoelen

Met deze stelling van D66 ben ik het van harte eens. Vooral omdat ik zelf te gemakzuchtig ben op dit punt. En volgens mij zijn we dat bijna allemaal: het is de mens eigen om vooral aan zichzelf te denken en, op dit punt, niet aan de komende generaties. Maar de aarde is niet ons bezit. We hebben die in bruikleen gekregen van God (vind ik als christen) om door te geven aan onze kinderen en kleinkinderen (vind hoop ik iedereen). Ik had er nog bij willen zeggen, dat als de overheid dit stimuleert, ik als burger ook bewuster met het milieu om ga. Bij ons staan nu vier containers voor de deur, ieder met een eigen kleurtje. Dat is geen gezicht, geef ik toe, maar ik ben nu wel veel bewuster bezig met het scheiden van afval. En toen de gemeente Assen een flinke pot subsidiegeld voor zonnepanelen beschikbaar stelde, was die binnen de kortste keren leeg, zoveel mensen tekenden er op in.

Ik maakte ook nog een opmerking over de andere stelling van D66 die het bijna geworden was, nl. Ouderen die vinden dat hun leven voltooid is, moeten hulp kunnen krijgen om een einde aan hun leven te maken. Maar helaas kwam die net niet helemaal uit de verf. Ik had willen zeggen: ‘Ik ben blijf dat D66 ook wil voorkomen dat het leven op aarde binnen één generatie voltooid is’, maar ik had het alleen maar over ‘een voltooide aarde’. Ergens was ik wel blij dat het in de setting van een Lagerhuis-discussie niet over ‘voltooid leven’ ging, maar ik had me er wel goed op voorbereid. Want ik vind het echt mensonterend dat bij D66 het kwetsbare leven over heel de linie niet meer veilig is. Als het aan D66 ligt, wordt Nederland na IJsland en Denemarken het derde Downsyndroom-vrije land ter wereld met de gratis aangeboden NIP-test voor alle zwangere vrouwen. En krijgen alle mensen die onder de zinloosheid van het leven gebukt gaan het recht om er met hulp van de overheid uit te stappen. En daardoor krijgen ouderen steeds meer het gevoel dat zij de samenleving tot last zijn als hun leven in de vergetelheid wegglijdt. Dus waarom pusht D66 het debat over ‘voltooid leven’, terwijl een staatscommissie onder leiding van D66-er prof. Schnabel unaniem van mening was dat we deze weg niet in moeten slaan? In die commissie waren de meeste leden het eens met de huidige euthanasie-wetgeving. Er zat, voor zover ik weet, maar één orthodox christen in. Volgens de commissie mag iedereen vinden dat zijn of haar eigen leven voltooid is, maar is het niet de taak van de overheid om op dit punt de persoonlijke wil van burgers te faciliteren. Alleen bij ondraaglijk en uitzichtsloos lijden is euthanasie onder strenge zorgvuldigheidseisen toegestaan. Dan staan artsen namelijk voor het dilemma tussen barmhartigheid en bescherming van het leven. Maar als de overheid professionele stervenbegeleiders gaat aanstellen die iedereen gaat helpen om vrijwillig uit zijn of haar voltooide leven te stappen (boven of onder de 75 wat D66 betreft), dan is er geen enkel argument meer om iemand van suïcide te weerhouden. Want dan is autonomie de absolute norm geworden. Volgens de commissie Schnabel is het onmogelijk om een procedure te vinden die veilig, zorgvuldig, transparant en toetsbaar is en die tegelijk gebaseerd is op autonomie. Dus moet een overheid de dood niet willen faciliteren, maar juist het leven van haar onderdanen beschermen. Volgens de Engelse atheïst en liberaal Kevin Yuill is het ook de weg minste weerstand. Het is makkelijker om iemand te helpen bij zelfdoding dan om iemand te helpen om door te leven. En als het echt zo is dat iemand helemaal over zijn of haar eigen leven gaat: als je werkelijk autonoom wil zijn, val anderen dan niet lastig met je doodswens. Tenslotte: Pechtold roept voortdurend dat CDA en ChristenUnie best tegen mogen zijn, maar dat ze in een nieuwe regering toch wel met behoud van gevoelen kunnen meewerken aan de uitvoering van een nieuwe wet ‘voltooid leven’ als de meerderheid van de Tweede Kamer dit wil. Ik snap daar niets van. De dood kan wel de uitkomst van het leven zijn, maar nooit de oplossing. En als het om het kwetsbare leven vóór de geboorte gaat: we spreken er schande van dat in China en India meisjes om hun geslacht worden weggeaborteerd. Maar Nederland is al het noordelijke buurland van China geworden nu we accepteren dat kinderen met een verstandelijke beperking voor hun geboorte vogelvrij verklaard zijn.

4/ De periode waarbinnen je meerdere tijdelijke arbeidscontracten na elkaar kunt afsluiten, moet langer worden dan twee jaar

Over deze stelling gingen Pechtold en Roemer met elkaar in debat. Tenminste, ze waren het met elkaar eens en ruzieden vervolgens over de vraag welke partij voor de meeste banen zou zorgen in de komende vier jaar. Ze waren het in elk geval erover eens dat het MKB te veel de lasten van bv. ziek personeel moet dragen. Daarom durft het MKB geen vast personeel aan te nemen. Ik ben het daar mee eens. Op zich moet je na twee tijdelijke jaarcontracten wel weten wat je aan elkaar hebt. En dus afscheid van elkaar nemen of echt samen met elkaar doorgaan. Zelf hoorde ik op de radio iemand zeggen, dat het bedrijfsleven de kerk van de toekomst is. Want als de sfeer op het werk goed is, heeft het leven van mensen zin en kunnen ze een positieve bijdrage aan de maatschappij leveren. Ik dacht toen meteen: als dat waar is, moet je als bedrijf ook aan zekerheid aan je personeel bieden. Want ook in de kerk geldt, dat we mensen van harte welkom heten en ze daarna graag volledig als lid zien meedoen. Dat is de beste manier om iemand echt betrokken te maken en te houden – of het nou bij ‘jouw’ kerk of bij ‘jouw’ bedrijf is.

Tot zover het Lagerhuis! Hoewel … de sfeer was zo goed, dat ik hoop dat ze ons alle 20 nog een keer terug vragen in de loop van de formatie.

MET GOD NAAR DE STEMBUS!

-als christen stemmen of christelijk stemmen–

Afgelopen maandag was ik op weg naar Amsterdam en maakte een tussenstop bij Goedhart in Zwolle. Daar zag ik het boekje Met God naar de stembus! liggen. De schrijfster, Karin de Geest, laat daarin 11 politici aan het woord uit de 9 verschillende partijen die al langer in de Eerste of Tweede Kamer zitten. Alleen D66 heeft geen christenen in beide fracties, dus daarvoor is een partijlid geïnterviewd.

Met_god_naar_de_stembus_1_0Karin de Geest laat eerst zien, dat er goede redenen zijn om je juist als christen met politiek bezig te houden. Namelijk: 1. De politiek bemoeit zich ook met jou (dat spreekt voor zich J); 2. God is politiek actief (Jozef in Egypte, Esther en Daniël in Babel/Perzië, Johannes de Doper, Jezus en Paulus spreken zich uit over politiek); 3. De politiek is een cadeautje van God (‘de overheid is ingesteld door God’ – Romeinen 13:1); 4. Voor naastenliefde heb je politiek nodig (‘Moge de koning recht doen aan de zwakken, redding bieden aan de armen, maar de onderdrukker neerslaan’ – Psalm 72:4); 5. Licht van de wereld (die opdracht uit Matteüs 5:14 geldt ook in de politiek); 6. Politiek heeft nut (God gebruikt in de Bijbel vaak kleine, invloedloze personen voor grote veranderingen).

In het tweede hoofdstuk laat ze zien dat christelijke politiek niet betekent dat je elk politiek standpunt rechtstreeks op de Bijbel kunt baseren. Daarom zijn christenen het niet altijd met elkaar eens en zijn ze zelfs niet allemaal lid van een christelijke partij. Want politiek gaat niet alleen over abortus, zondagsrust en homohuwelijk. De Bijbel spreekt over veel meer onderwerpen: armoede, vreemdelingen, oorlog, veiligheid, zorg voor de schepping en nog veel meer. Christelijke politiek is veel breder dan mensen vaak denken. Daarom zijn christenen die actief zijn in de politiek ook niet in te delen in ‘links’ of ‘rechts’.

Hoofdstuk drie is gewijd aan de vraag of je als christen het beste met je persoonlijke overtuiging in de politiek actief kunt gaan of dat je dat beter samen met andere christenen in een christelijke partij kunt doen.

In de volgende vijf hoofdstukken komen de volgende thema’s aan de orde: * abortus, euthaniasie en voltooid leven; * armoede en de verzorgingsstaat; * vreemdelingen en asielzoekers; * milieu en klimaat; * de christelijke identiteit van Nederland. Elke keer geeft de schrijfster de standpunten van de christenpolitici van CDA, ChristenUnie, D66, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren, PVV, SGP, SP en VVD weer en geeft zelf hele goede samenvattingen.

ChristenUnie SegersIn haar laatste hoofdstuk komt ze tot de conclusie dat onder christenen die politiek aktief zijn, drie onderwerpen vaker terugkeren, namelijk: A) mag je vanuit de Bijbel dingen verbieden of moet je burgers zoveel mogelijk vrij laten in hun keuzes? B) Zijn de bijbelse principes over hoe we om moeten gaan met onze naasten alleen bedoeld voor onze persoonlijke contacten of gelden die ook voor de overheid? C) Roept de Bijbel ons op om vooral goed voor je eigen bevolking te zorgen of ook voor mensen en problemen in de rest van de wereld?

Wat mij opvalt in het boekje is, dat Karin de Geest heel eerlijk alle christelijke politici aan het woord laat komen, maar dat ze zelf tussen de regels door het meeste sympathie heeft voor de mening, dat je als christen het beste tot je recht komt in een christelijke partij. “Want in een christelijke partij gaat het om je diepste drijfveren” citeert ze Gert-Jan Seger van de ChristenUnie. Er zijn namelijk wel degelijk onderwerpern waar een groot deel van de christenen hetzelfde over denkt: de bescherming van het leven van vóór de geboorte, in de diepste dalen en tot in de aftakeling van de ouderdom; het belang van godsdienstvrijheid voor alle Nederlanders en minderheden wereldwijd; de waarde van het gezin en de gelijkwaardigheid van alle mensen. Met die christelijke waarden kun je op onderdelen goed samenwerken met niet-christelijke partijen.

Karin de Geest laat ook zien dat de drie christelijke partijen ook een prima alternatief vormen voor de andere partijen. De ChristenUnie ligt qua standpunten vaak wat dichter tegen de linkse, meer sociale partijen als SP, GroenLinks en PvdA aan, het CDA neemt een positie in rechts van het midden en is daarmee een goed alternatief voor D66, terwijl de SGP een goed rechts-christelijk alternatief is voor de rechts-liberale VVD en de rechts-nationalistische PVV.

NPO presenteert programmeringJe kunt dus heel bewust en openlijk christelijk stemmen of meer verborgen op een niet-christelijke partij. Ik denk dat het beter is om het eerste te doen. Want op onderdelen kun je de bijbelse normen en waarden niet hoog houden bij de niet-christelijke partijen. Dus zou je als juist als overtuigde christen niet strategisch moeten stemmen, maar op grond van je principes (zoals Arjen Lubach op zondag 5 maart weer eens heel goed duidelijk maakte). Qua politieke ligging heb je keus uit drie christelijke partijen, twee expliciet Bijbels (ChristenUnie en SGP) en één wat meer vanuit algemeen christelijke principes (CDA). Oftewel, om af te sluiten met een duidelijke stelling:

Als je als christen niet op een christelijke partij stemt, moet je ook niet klagen dat Nederland steeds minder christelijk wordt.