Niet te geloven – christen zijn in de politiek

Gisteren werden er in een flink aantal gemeenten in Groningen, Friesland en Zuid-Holland gemeenteraadsverkiezingen gehouden. De ChristenUnie heeft in drie nieuwe gemeentes haar zetelaantal gehouden en in zeven keer in een nieuwe gemeente er een zetel bij gewonnen. Daar ben ik blij om. Want het is een voorrecht om in een demokratie te leven. Dan kun je als christen je geloof een stem geven. Ik denk dat dat het beste kan door op een christelijke partij te stemmen. Want als je op een niet-christelijke partij stemt, krijgt alleen jouw politieke voorkeur meer invloed. Maar Nederland wordt er niet christelijker op als zelfs christenen op seculiere partijen stemmen. Ik blogde daar een half jaar geleden al eens over (klik hier).

Segers 2018-11-23

Iemand die echt een goed verhaal kan houden over z’n motivatie om als christen in de politiek aktief te zijn is Gert-Jan Segers. Morgenavond, vrijdag 23 november, komt hij in Assen voor een ‘Meet & Greet’-ontmoeting. Wees erbij, zou ik zeggen! Hieronder volgen twee stukjes die Gert-Jan een aantal maanden en een aantal weken geleden op zijn Facebook-pagina plaatste. Indrukwekkend vond ik ze. Zijn verhaal wil ik morgen graag horen. Jij ook? Wees welkom!

Niet te geloven

 Gert-Jan Segers – 5 december 2017

Ik was achttien toen het evangelie mij overtuigde dat het waar was. Het heeft me bij tijden een vrede gegeven die alle verstand te boven gaat, maar het heeft me ook een hoop gedoe opgeleverd.

Want voor die keus van toen heb ik me daarna nog geregeld moeten verantwoorden. Toen ik ging studeren, mijzelf aan anderen voorstelde, ging werken en dat is nu steeds zo als ik als een soort beroepschristen ergens word uitgenodigd. De bewijslast ligt altijd bij mij. Hoe weet je dat er een God is? Geloof je uit angst? Geloof je echt dat God de wereld geschapen heeft? Hoe kun jij in een God geloven terwijl kinderen sterven, terwijl een tsunami gruwelijk huishoudt en een aardbeving een land als Haïti ruïneert?

Vaker nog dan die bijtende vragen is er in dit deel van de wereld een schouderophalende onverschilligheid. Maar ook voor de gemakzuchtige niets-zeker-weter ligt de bewijslast bij mij. Je gelooft omdat je ouders geloofden. En als je ergens anders geboren was, was je hindoe of moslim geweest. Deze agnosten geloven niet wat ik geloof en in hun wereld is het volstrekt logisch dat ìk daar dan een goede reden voor moet hebben. Het licht-agressieve en doordachte atheïsme van Arjen Lubach is voor hen de bevestiging van de gekkigheid van het geloof, zonder dat ze dat zelf ooit hoeven aan te tonen.

Tegelijkertijd zijn deze niets-zeker-weters de grootste uitdagers van het christelijke geloof. Als mensen afhaken bij kerk en geloof is dat zelden omdat de Koran hen zo diep heeft geraakt of het Atheïstisch Manifest hen heeft overtuigd. Doorgaans haken gelovigen af omdat ze zelf ook hun schouders zijn gaan ophalen. Maar toch hebben ook zij er recht op om intellectueel serieus genomen te worden. Ook hun geloof moet bevraagd worden. Al was het maar omdat er ook in mij een schouderophalende niets-zeker-weter zit.

Want stel je voor dat het vermoeden van de agnost echt waar is. Dan is deze wereld een schitterend ongeluk, een onwaarschijnlijke samenloop van volstrekt willekeurige omstandigheden. Vanuit het niets. We zijn niet gewenst, niet bedacht, niet geliefd. We zijn een bundel cellen, door huid en botten bijeengehouden. Ons verdriet, onze liefde, ontroering, boosheid, vreugde, vertedering, ze zijn een chemische reactie en niets meer dan dat. We komen nergens vandaan, gaan nergens naar toe, zijn op een willekeurig moment en willekeurige plaats gestrand in een willekeurig lichaam. En als we denken dat ons leven zin heeft, zijn dat slechts onze gedachten. En die zijn niet meer dan een chemische interactie tussen een paar cellen.

Adolf Eichmann

Stel dat het vaak wat ongedefinieerde geloof van de agnost echt waar is, dan is er ook geen absoluut goed en kwaad. Dan is er geen absolute moraal. Goed en kwaad zijn een kwestie van afspraak. Dat betekent dat Auschwitz slechts een schending van afspraken was. Na de Tweede Wereldoorlog was er een Neurenberg-tribunaal dat nazi’s niet berechtte op basis van de Duitse wet, maar op basis vanuniverseel recht. Veel mensen hadden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog de diepe overtuiging dat de Holocaust een gruwelijke misdaad tegen de menselijkheid is geweest. In een wereld die van toeval en afspraken aan elkaar hangt, is dat een onhoudbare overtuiging. In die wereld hadden rechterstegen Eichmann alleen kunnen zeggen: ‘Jouw inspanningen om al die Joden te vermoorden was niet conform onze onderlinge afspraak, Adolf.’ En hij had kunnen zeggen: ‘Dat was wel onze onderlinge afspraak in Duitsland, edelachtbare.’ En dan had het kwaad nooit gestraft kunnen worden en nooitrecht kunnen worden gedaan aan de slachtoffers.

Stel je voor dat alles domme willekeur is. Dan is m’n liefde voor Rianne en haar liefde voor mij slechtseen langdurige oprisping. Dan is mijn ontroering bij de Matthaus Passion chemisch gedoe. Dan is mijn morele verontwaardiging over groot onrecht toeval. Dan is mijn leven zinloos, dan zou ik niet weten wie of wat mij zou kunnen troosten bij verdriet. Weet je, ik kàn dat niet geloven. En ik weet gewoon dat het niet waar is.

 

Over een gelovige minderheid, de brief van Klaas Dijkhoff en de stilte in Taizé

 Gert-Jan Segers – 26 oktober 2018

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is er voor het eerst in Nederland een minderheid van 49% ‘religieus’ en een meerderheid van 51% niet-religieus. Zou het kunnen dat de nogal publieke uitschrijving van collega Klaas Dijkhoff als lid van de Katholieke Kerk het tipping-point was? Dat hij mij gewoon eigenhandig en met één open brief een minderheid in heeft geduwd?

Om eerlijk te zijn, ik denk het niet. Ik ben m’n hele leven al veel meer de uitzondering dan de regel en ik geloof er niets van dat 49% van Nederland kerkelijk of anderszins religieus gebonden is. Dat is veel te hoog ingeschat. Een ander onderzoek (‘God in Nederland’) schatte eerder het percentage christenen op 25% en dat lijkt me dichter bij de culturele werkelijkheid te liggen dan die 50% minus Klaas Dijkhoff.

Toen het CBS met die 49% op de proppen kwam, waren er prompt allerlei duiders die het percentage nog over 50% heen probeerden te duwen. Omdat ook niet-kerkelijk gebonden mensen weleens kaarsjes branden of een Boeddhabeeldje bij de Blokker kopen. Het zal wel. Maar het geloof in de God van Abraham, Izaäk en Jacob is ontegenzeggelijk op zijn retour in Nederland en omliggende landen. God is meer en meer een vreemde gast in dit land geworden.

Het geloof in Hem is vooral nog iets voor die 40 oudere mensen in de dorpskerk van het Limburgse Noorbeek waar ik pas een zondag was. Als Klaas Dijkhoff bij Jeroen Pauw aanschuift om over zijn uitschrijving als lid van de Kerk door te praten, begint Pauw het gesprek met een welgemeend: ‘Gefeliciteerd!’ Dat is zoals het nu is.

Poolwind

‘Zal ik nog geloof vinden als Ik terugkom?’, vroeg Jezus zich ooit hardop af. Of dat het geval zal zijn in Nederland, weet ik steeds minder zeker. En ik schrijf dat met groot verdriet. Niet omdat ik zelf nou zo ontzettend religieus ben en geen scepsis ken. Integendeel. Wel omdat ik tot in het diepst van mijn ziel geraakt ben door het Evangelie. Niets en niemand geeft mij meer hoop en liefde dan wat Jezus heeft gedaan en gezegd.

Ondertussen is er hier een soort geestelijke poolwind opgestoken waardoor het steeds kaler en vlakker wordt. Soms lijkt het wel alsof God zelf is gaan zwijgen en er een beklemmende stilte is gekomen waarin al het praten over God en geloof plat valt als lauw bier in een vettig glas. Er zijn machtige verhalen over onstuimige kerkgroei in China, Zuid-Korea, delen van Afrika, Iran zelfs. Maar van al dat moois is hier weinig te merken. Hier word je op TV gefeliciteerd als je je eindelijk laat uitschrijven als lid van de Kerk.

Mijn theologische held Dietrich Bonhoeffer zag het al van ver aankomen. Het verdwijnen van geloof, de beklemmende stilte van een ogenschijnlijk zwijgende God. Hij schreef dat we misschien maar moeten zwijgen totdat God zelf weer gaat spreken. Stil zijn totdat Hij zelf ons zijn woorden weer geeft. Wat ons nu te doen staat, zo schrijft Bonhoeffer, is: bidden, wachten en het goede doen.

Taizé

Afgelopen weekend was ik in Taizé in Frankrijk. De gemeenschap van zo’n 70 broeders, waaronder een aantal uit Nederland, die al decennialang duizenden jongeren uit heel Europa en wijde omgeving verwelkomen.

Taizé is alles wat je juist niet zou bedenken om mensen weer in de kerk te krijgen. Je zit er oncomfortabel op de betonnen vloer, in stilte, zingt daarna eindeloos een paar eenvoudige zinnen en moet het verder doen zonder een charismatische voorganger en meeslepende preek. Het is er kaal en stil.

En toch waren er, naast honderden andere bezoekers, bijna 2000 jongeren uit Franse (voor)steden te gast. Jongeren waar de straatcultuur omheen hangt en die je niet in een kerk zou verwachten. Toch waren ze er, driemaal daags.

Zelfs Tim was er. Student die ooit als scholier met een schoolreis in Taizé was aanbeland. De meegebrachte fles wodka bleef destijds onaangeroerd, zo vertelde hij me. Hij was zo geraakt door wat hij op deze plek meemaakte, dat hij nu bijna niet meer terug durfde te komen omdat het acht jaar geleden zo mooi was geweest. Maar nu was het opnieuw mooi voor hem, zonder dat hij nog helemaal precies kon verwoorden wat hem hier was overkomen.

Samen zaten we op de grond, gingen bij de Franse jongeren de oortjes uit, waren we een tijd stil en zongen toen:

Mon âme se repose en paix sur Dieu seul De lui vient mon salut
Oui, sur Dieu seul mon âme se repose Se repose en paix.

Mijn ziel verstilt in rust en vrede bij God: Van Hem alleen mijn heil.
Ja, bij de Heer verstilt mijn ziel in vrede, Keert zich stil tot Hem.

In de stilte en de eenvoud van Taizé was God even heel dichtbij. Tijdens een avonddienst richten we ons op de Bijbel waaruit een paar verzen werden voorgelezen. Daarna staken een paar kinderen hun kaarsen aan, aan het licht dat al brandde en gaven ze het vuur door tot ook het laatste kaarsje van de laatste bezoeker was aangestoken. Het was alsof we eerst stil moesten worden voordat God zelf kon spreken. Alsof het eerst donker moest worden totdat God zijn licht aan ons gaf. Alsof we eerst op de grond moesten gaan zitten voordat God ons even optilde en zich tegen Hem aandrukte.

En Klaas? Die had in zijn open brief best een paar goede punten over de kerk. Maar dat dichtte de onovertroffen Rikkert al bij Dit Is De Dag op Radio 1:

Mijn beste Klaas, God heeft je brief gelezen.
Je hebt gelijk. De kerk doet heel veel kwaad
en Hij begrijpt waarom je haar verlaat,
er is een dag waarop je weg moet wezen.

Maar klachten over personele zaken,
daarmee kan Hij waarschijnlijk niet zo veel.
De kwestie is: Hij heeft geen personeel.
Wèl kinderen die steeds weer fouten maken.

Hij kan ze niet ontslaan of overplaatsen,
de stomme sukkels! Zieken en melaatsen,
voor al dat tuig kwam Jezus uit de kast.

Als jij hem spreken wilt, maar niet kunt vinden,
dan zit hij bij de lammen en de blinden
of vlak bij jou, waar hij je voeten wast.

Advertenties

Abortus nu ook in Ierland ‘on demand’

Abortus Love Both“Love both” is de slogan van de grootste prolife-organisatie in Ierland. Dat kwam overeen met het achtste amendement op de Ierse grondwet. Daarin stond, dat zwangere vrouwen en ongeboren kinderen gelijke rechten hebben. Dit amendement is op 7 september 1983 via een referendum aangenomen met 66,9% vóór en 33,1% tegen. Dankzij deze wet was het ongeboren leven optimaal beschermd. Alleen als het leven van de vrouw in gevaar was, was abortus toegestaan. Helaas is deze wet op 25 mei 2018 via opnieuw een referendum ingetrokken. Nu stemde 66,4% vóór vrije abortus tot de twaalfde week van de zwangerschap en ‘persoonlijke mentale redenen’ tot zes maanden, en wilde maar 33,6% the equal right of life voor moeder en kind handhaven. In de media werd door Taoiseach Leo Varadkar, de  gesuggereerd dat dit besluit met een overweldigende meerderheid genomen was, namelijk door 1,4 miljoen  Ierse kiezers, terwijl indertijd in 1983 slechts 841.000 dit mega-vrouwonvriendelijke besluit iedereen had opgedrongen. Dat lijkt me niet terecht, want qua percentages was het verschil tussen YES en NO nagenoeg gelijk. Verder noemde Varadkar dit besluit historisch, omdat Ierland “has stepped out from under the last of our shadows and into the light”.

Nu waren we net na de uitslag van het referendum in Ierland op vakantie. We bezochten op zondag de Reformed Presbyterian Church in Galway. Daar waren de kerkleden echt van slag door de uitslag van het referendum. Ze noemden twee oorzaken voor deze ommekeer in Ierland. Allereerst: een diepe afkeer van de Rooms-Katholieke Kerk. Veel Ieren die niet persé vóór abortus waren, hebben toch vóór afschaffing gestemd omdat de RK-kerk in Ierland jarenlang heel nadrukkelijk alles heeft willen bepalen wat met seksualiteit te maken had, terwijl de laatste jaren het ene schandaal na het andere in de publiciteit kwam. Een tweede reden was volgens de christenen in Ierland het feit, dat de tegenstanders van vrije abortus bijna geen bijbelse, christelijke argumenten noemden. Het ging er alleen maar om dat ongeboren kinderen ook rechten hebben.

Abortus IerlandOnderweg in Ierland kwamen we bij een benzinestation ook een lokale advertentiekrant tegen, de “Clare County Express”. Die wordt in de regio Clare 1x per maand verspreid in een oplage van 20.000. Tot mijn verbazing was de voorpagina helemaal (nou ja, iets meer dan de helft ervan, de andere helft bestond uit advertenties) gewijd aan het referendum met een duidelijke oproep om de rechten van het ongeboren leven te beschermen. Ja, de redactie kwam zelfs met de volgende kop: Vote No To The Murders Of the Innocent (‘Stem nee tegen de moordenaars van de onschuldigen’). En het tweede stuk op de voorpagina (een advertorial) had als grootste kop: NO to abortion on demand (‘Nee tegen abortus op aanvraag’). Midden in de 16 pagina’s tellende Clare County Express stond een paginagrote advertentie die ook niets aan duidelijkheid te wensen overliet.

Het is altijd weer schrikken als je leest dat 97% van de geaborteerde kinderen gewoon gezond was. Wat je hoort zijn altijd de verhalen over zwaar gehandicapte kinderen. Of dat het onmenselijk is om een vrouw te verplichten een kind ter wereld te brengen na een verkrachting / incest. Maar ook dan gaat het om nog geen 5% van de situaties waarin vrouwen besluiten tot abortus.

Abortion_Referendum_Campaign_Posters_in_Dublin,_May_2018_(40281031690)De redacteur van de Clare County Express vatte het dan ook goed samen toen hij schreef dat het JA-kamp de mond vol heeft over ‘goede medische zorg’ en ‘bewogenheid’ met vrouwen die ‘lijden’ onder een overheid die zich mengt in ‘privé-zaken’, maar dat die zorg en compassie zich blijkbaar niet uitstrekt tot de geaborteerde baby, omdat de voorstanders voor vrije abortus de vernietiging van een foetus tot een ‘privé-zaak’ verklaard hebben. Maar daarmee creëren ze “a culture of death”.

In Ierland en ook in Nederland werd enthousiast gereageerd op de uitslag van het referendum. Het is om te huilen. Net als in ons land is abortus nu ook in Ierland gelegaliseerd. Met als argument dat het gelimiteerd is tot 12 weken. Maar in de praktijk betekent het ‘abortion on demand’, oftewel: ‘u vraagt, wij draaien’.

Gert-Jan Segers, de fractieleider van de ChristenUnie in de Tweede Kamer, gaf op zijn Facebook-pagina een persoonlijke reaktie op de uitslag van het Ierse referendum betreurde en de juichende recensies in de Ierse en Nederlandse pers. Het is het lezen waard!

Zo’n tweederde van de Ierse kiezers stemde vorige week in een referendum voor legalisering van abortus. De meeste Nederlandse reacties die ik voorbij zag komen, wekten de stellige indruk dat Ierland een grote stap voorwaarts heeft gezet in de gang der beschaving. Op Twitter las ik vooral vreugde en euforie. De filmpjes over Ierse vrouwen die speciaal uit de diaspora naar Ierland waren gekomen om te kunnen stemmen voor de bevrijding van de vrouwen in hun moederland waren meestal ‘ontroerend’.

Het werd me weer eens duidelijk dat in onze contreien abortus niet eens meer een dilemma is. Abortus is een heilig recht en het lijkt soms zelfs een taboe geworden om er kritische kanttekeningen bij te plaatsen. En toch ga ik dat doen.

Ook de NOS deed verslag van de campagne voorafgaand aan het Ierse referendum. Maar het item was minstens zo veelzeggend over Nederland als over de Ierse verhoudingen. In het item vertelde eerst een vrouw dat ze in verwachting was geweest van een ernstig gehandicapt kind dat spoedig na de geboorte zou sterven, maar dat het verboden was haar zwangerschap af te breken.

Na dit schrijnende verhaal kwam een oudere vrouw op straat aan het woord die volstond met de mededeling dat ze christen was en dus tegen abortus. In de Nederlandse kijk op de zaak heeft de vrouw die een abortus wil daar een goede reden voor en alleen een premoderne gelovige haalt het nog in haar hoofd dat die vrouw te beletten. Dit item was een bevestiging van ons overzichtelijke wereldbeeld. Verder nadenken was niet nodig en tweederde van de Ieren bevestigde daarna ook nog eens ons gelijk.

Toch ergerde dat item me. Allereerst verbaast het voorbeeld me, omdat ik zelf geen christelijke ethicus ken die in het genoemde geval een vrouw zou adviseren haar hopeloze zwangerschap ten koste van alles uit te dragen. Om helemaal nog maar te zwijgen van het in de Ierse pro-choice campagne gebruikte voorbeeld van een vrouw die vanwege een geweigerde abortus zelfs was overleden. Nog een keer, ik ken geen christelijke ethicus die in zo’n situatie een vrouw zou laten sterven.

Een grotere reden voor mijn ergernis is dat de tegenstelling in het item buitengewoon simplistisch was. Alsof elke abortus alleen maar het voorkomen van verdriet is. En alsof bezwaren ertegen alleen maar voortkomen uit religieuze regels en een religieuze overtuiging waarin die regels belangrijker zijn dan de medemens. Jezus zou wel raad weten met dat soort religieuze overtuigingen..

Abortus Love Both SegersDe belangrijkste reden voor mijn gemengde gevoelens bij de Nederlandse euforie is dat de uitslag van het Ierse referendum de weg baant voor hele andere soorten abortussen dan de in het NOS-item genoemde. In ons land vinden jaarlijks ruim 30.000 abortussen plaats en als reden wordt in bijna de helft van de gevallen financiën genoemd.

Andere belangrijke redenen zijn het gebrek aan geschikte woonruimte en het feit dat de partner het kind niet wil. Kortom, het merendeel van abortussen in Nederland vindt plaats als gevolg van omstandigheden waar wij heel goed wat aan zouden kunnen doen. We kunnen aankomende moeders helpen met geld, met woonruimte en we kunnen ook familieleden ondersteunen. Als we het willen.

Daar komt bij dat in een derde van de gevallen een abortus een herhaalde ingreep is. Daar is een goed gesprek over anticonceptie nodig en ook daar is hulp meer dan gewenst. En we kunnen die verlenen, als we het maar willen. Daarom is het niet meer dan terecht dat het kabinet 53 miljoen euro uittrekt voor preventie van en ondersteuning en zorg bij onbedoelde zwangerschap.

Abortus is ook geen gewone medische ingreep. Het is voor veel vrouwen een fysiek en mentaal belastende behandeling en het is daarbij het beëindigen van beginnend leven, van een soms al kloppend hartje. Ik schrijf dit niet op om al mentaal belaste vrouwen nog zwaarder te belasten. Ik schrijf het op omdat dit de beladen werkelijkheid is. Met enige schroom dus.

Hoezeer we dit beginnende leven ook kunnen reduceren tot ‘een vruchtje’ of ‘een klompje cellen’, het is in veel gevallen meer dan dat. En dat maakt een abortus op z’n minst een dilemma. Een pijnlijke, ethisch beladen keus tussen de wil van de moeder en het leven van het kind, tussen het zelfbeschikkingsrecht van de een en de waarde van het beginnende leven van de ander.

Wat je ethische overtuiging ook is, we zouden elkaar toch altijd moeten kunnen vinden in een ruimhartig aanbod van hulp aan vrouwen met een ongewenste zwangerschap, zodat materiële zaken als geld en woonruimte geen belemmering zijn voor een keus om een nog ongeboren kind geboren te laten worden. En wat je keuze bij dit buitengewoon indringende ethische dilemma ook is, er past in ieder geval geen euforie bij.

GEEF JE GELOOF EEN STEM op 21 maart

‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’ Die uitspraak deed Jezus toen zijn tegenstanders probeerden om Hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken. Ze vroegen Hem of je als gelovige die alles van God verwacht, ook aan de wereldse overheid moet gehoorzamen. In die tijd was dat een spannende vraag, want het land Israel was al meer dan 90 jaar onderdeel van het Romeinse Rijk. Moet je zo’n dictator die Gods beloofde land bezet gehoorzamen of niet? Moet je als gelovige Jood wel of geen belasting aan de keizer betalen? Jezus zegt dat je beide moet gehoorzamen. Omdat je aan God je leven geeft, je dank en je eer, kun je ook aan de overheid geven wat die nodig heeft om ons land en onze stad goed te besturen.

Verkiezingen 2014In het gedeelte uit Markus 12:13-17 gaat het over belasting betalen. Nog steeds een actueel onderwerp! Maar de toepassing is breder. Op woensdag 21 maart zijn er verkiezingen voor de gemeenteraad, hier in Assen en bijna overal in Nederland.

We leven in een vrij land. We hebben nog steeds alle gelegenheid om als christenen ons geloof te belijden. Niet alleen op zondag in de kerk, maar ook door de week op heel veel manieren. Die vrijheid is een groot goed. Die vrijheid betekent ook een grote verantwoordelijkheid. Daarom krijgen we van de overheid één keer in de vier jaar de gelegenheid om onze stem te laten horen als het om het bestuur van onze mooie stad Assen gaat. Overal hoor je de oproep: “Ga toch stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen!” Ik denk dat wij zeker als christenen dit advies ter harte moeten nemen. Vooral omdat Jezus onze Heer duidelijk zegt (het staat 3x in de Bijbel, ook nog in Matteüs 22:21 en Lukas 20:25): ‘Geef aan de keizer wat van de keizer is.’ Ik denk dat je mag zeggen dat dat voor iedere christen op woensdag 21 maart betekent: geef je stem bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Maar Christus zegt er nog iets bij: ‘En geef aan God wat God toebehoort.’ Oftewel: stem niet alleen als burger, maar breng ook als christen je stem uit. Laat zien dat onze God het goede zoekt voor heel de stad en heel de samenleving. Dat doe je volgens mij het best door als christenen op een medechristen te stemmen. Want dan weet je zeker dat ook in de gemeenteraad de Naam van de HERE genoemd wordt. Natuurlijk kun je ook op een niet-christelijke partij stemmen die zegt jouw persoonlijke belangen of het belang van bepaalde doelgroepen te behartigen. Maar heeft zo’n partij ook de eer van God? Laten de raadsleden zich daar samen motiveren door de Bijbel? Bidden zij om de wijsheid van de Heilige Geest om het goede voor de stad te zoeken, zoals  de HERE in Jeremia 29:7 alle gelovigen opdraagt?

ChristenUnie HarmkeAls christenen hun geloof geen stem meer geven, moet je als christen ook niet klagen dat Nederland steeds onchristelijker wordt. Dus geef je geloof een stem op woensdag 21 maart! Stem op een medechristen in wie jij vertrouwen hebt. Iemand die net als Daniël in de politiek niet voor het  eigenbelang gaat. Maar die voor het belang van alle burgers én voor de eer van God uit en op durft te komen. Zoals deze wethouder van onze stad Assen

 

Orgaandonatie en de visie op de overheid

‘Je bent nogal uitgesproken’ en ‘Je neemt christenen die er anders over denken niet serieus’ zijn een paar reaktie die ik gehoord heb in het afgelopen jaar als het over de nieuwe wet op de orgaandonatie gaat. Dat vind ik jammer. Ik heb een sterke overtuiging als het om orgaandonatie gaat. Zoals ik iemand eens hoorde zeggen: ‘Je krijgt het leven als geschenk van God en mag er na je leven nog iets van doorgeven aan een ander.’ Andere christenen denken daar anders over. Laatst sprak ik nog iemand die op grond van 1 Korintiërs 3:16-17 tegen orgaandonatie is. Ons lichaam is namelijk een tempel van de Heilige Geest, en daarom kon hij er niet toe komen om na zijn dood iets uit zijn lichaam weg te laten halen. In diezelfde week sprak ik ook iemand die met bijna de zelfde argumentatie op grond van 1 Korintiërs 6:19-20 van mening is dat je na je overlijden God ook nog kunt verheerlijken met je lichaam door orgaandonor te worden. Ik denk dat we elkaar daarin moeten respecteren, omdat het een zaak van christelijke vrijheid is wanneer je aangeeft wel of geen donor te willen zijn.

Op 21 februari interviewde het CIP (het digitale Christelijk Informatie Platform) me over mijn standpunt als het om orgaandonatie gaat. Het artikel is hier te lezen. Het zou interessant zijn om nog eens na te denken over de visie die christenen hebben op de overheid. Volgens mij geldt nog steeds wat Paulus schrijft: “Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld. Wie zich tegen dit gezag verzet, verzet zich dus tegen een instelling van God (…), want ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn” (Rom. 13:1-4). Dat een overheid soms anders beslist en besluit dan wij graag willen, is in deze moderne, mondige tijd blijkbaar ook voor christen slecht te verteren. Dan wordt de overheid al snel gezien als een tegen-instantie. Dat lijkt mij niet juist. Als dat de houding van veel christenen wordt, zal het zich tegen de christelijke kerk keren, ben ik bang. Tenminste, daar waarschuwt Paulus in de Romeinenbrief en in de eerste brief aan Timoteüs voor.

Dit was mijn laatste blogje over orgaandonatie. Laat ieder naar eer en geweten en op grond van zijn of haar geloof in alle vrijheid een keus maken. Juist nu de overheid ons daartoe met nog meer klem oproept.

Orgaandonatie de vrijblijvendheid voorbij

De kogel is door de beide Kamers. Nederland schaart zich vanaf 13 februari 2018 in het rijtje van Kroatië, Spanje, België, Frankrijk, Finland, Zweden, Oostenrijk en Italië. In die landen is iedereen automatisch orgaandonor tenzij je aangeeft geen donor te willen zijn. In België al sinds 1986 en in het jaar erna nam het aantal nierdonoren met 86% toe. In Kroatië al sinds 1988, en samen met Spanje is het aantal daadwerkelijk donoren meer dan 40 per miljoen inwoners, terwijl Nederland tot nu toe op bijna 16 blijft steken. Alleen Denemarken, Polen en Duitsland doen het binnen Europa nog slechter dan wij. Dat komt Orgaandonatie Pasomdat, ondanks alle campagnes van de afgelopen dertig jaar, slechts 24% van de Nederlanders zich als donor heeft laten registeren (en zo’n 16% heeft aangegeven geen donor te willen zijn). Tegelijk wil 88% van de Nederlanders wel graag een donororgaan wil ontvangen als hun eigen gezondheid of leven in gevaar is (bron: Dagblad van het Noorden 12/02/2018).

Mijn blijdschap is dan ook groot dat zowel de Tweede Kamer (zonder de drie christelijke partijen) en de Eerste Kamer (zonder steun van ChristenUnie en SGP en slechts 4 van de 12 CDA-senatoren) er eindelijk voor gekozen heeft om een einde te maken aan de gemakzucht, de laksheid en -als je het wat zwaar aanzet-  het egoïsme van bijna de helft van de volwassen Nederlanders. Wie niet de moeite neemt om JA of NEE te zeggen, heeft er in principe GEEN BEZWAAR tegen dat zijn of haar organen na het overlijden gebruikt kunnen worden om het leven van een ander te verlengen of zelfs te redden.

Tegelijk maakt deze wet geen enkele Nederlander tegen zijn of haar wil orgaandonor. Want de Eerste Kamer heeft besloten tot een waardevolle aanvulling op het wetsvoorstel door nadrukkelijk aan te geven: “zijn er geen nabestaanden of hebben die grote bezwaren tegen de keuze die van een overledene geregistreerd staat, dan neemt de arts geen organen weg.” (citaat Dagblad van het Noorden 14/02/2018). Dat is geen formeel vetorecht, maar daarmee wordt wel een nuance in het ‘JA-tenzij-systeem’ ingebracht die, hoop ik, de angel uit deze gevoelige kwestie zal halen. Er werd namelijk nogal geschermd met het hoge aantal wilsonbekwamen en laaggeletterden die ons land zou kennen. Getallen als 2,5 miljoen Nederlanders werden genoemd. Dat is 1/7 van onze bevolking. Die zouden allemaal niet snappen waar het over gaat? Dat wil er bij mij niet in. Maar ik ben wel blij dat nabestaanden in situaties waarin er geen duidelijk JA is uitgesproken, een grote stem behouden in de vraag of iemands organen mogen worden gebruikt voor een transplantatie.Orgaandonatie Hartje

Twee dingen houden mij nog een beetje bezig.

  1. Er zijn al te weinig donoren. Toch komt het nog regelmatig voor dat nabestaanden de keus van iemand die bewust JA heeft ingevuld overrulen – dat gebeurt in bijna 11% van de situaties. Dat vind ik echt heel triest. Iemand mag bij zijn leven besluiten om heel zijn vermogen aan goede doelen na te laten. Daar kan de familie geen bezwaar tegen maken. En tijdens begrafenissen en crematies wordt vaak op allerlei manieren rekening gehouden met hoe iemand het zelf gewild zou hebben. Maar iemands expliciete uitspraak om donor te willen zijn, wordt in de praktijk 1 op de 10 keer aan de kant geschoven. Dat vind ik redelijk respectloos naar de geliefde overledene toe. Ik hoop dus ook, dat de rol van de nabestaanden in geval van GEEN BEZWAAR erg serieus genomen wordt, maar dat de nabestaanden in geval van een duidelijk JA die keus zelf net zo serieus nemen.
  2. Her en der hoor je geluiden dat mensen geen donor meer willen zijn omdat de overheid zich nu met hun keus bemoeit. Dus laten ze hun JA nu omzetten in NEE. Dat is toch raar. Je hebt er zelf allang voor gekozen om wél donor te zijn, dus voor jou verandert er helemaal niets. Maar opeens wordt het principe ‘de overheid mag zich er niet mee bemoeien’ belangrijker dan ‘ik wil na mijn leven nog iets betekenen voor mijn medemens’ met als conclusie ‘dus nu wil ik geen donor meer zijn.’ Als christenen zo redeneren, moeten ze nog maar eens bij Jezus en Paulus te rade gaan. Die vinden de bevoegdheid van de overheid duidelijk minder belangrijk dan het betonen van naastenliefde. Uit protest tegen een nieuwe wet opeens demonstratief met een boog om een naaste in nood heenlopen, terwijl je voorheen altijd zei dat je hem of haar graag wilt helpen is volgens mij niet echt te rijmen met een barmhartige levenshouding.

Tenslotte: ik hoop dat veel mensen in alle eerlijkheid hun keus maken. Of het nu JA of NEE is. Daarmee geef je zelf op voorhand volstrekte duidelijkheid. Wie geen keus wil maken, is in principe niet tegen orgaandonatie en heeft dus GEEN BEZWAAR, maar zadelt wel de nabestaanden op een erg emotioneel moment met moeilijke beslissingen op. Die keus geeft de overheid ons nog steeds. Ze vraagt nu alleen maar om die keus bij leven duidelijk aan te geven. Is dat teveel gevraagd? Lijkt mij van niet.

Orgaandonatie: kiest de ChristenUnie nog steeds voor een afschuifsysteem ipv een registratiesysteem?

Orgaandonatie ja of neeOp 30 januari behandelt de Eerste Kamer de nieuwe donorwet. Het wordt net zo spannend als in de Tweede Kamer. Toen stemden de fracties van CDA en ChristenUnie tegen het voorstel om een Actief Donorregistratiesysteem (ADR) op te zetten. Daarbij was er sprake van ‘fractiedwang’, dus héél het CDA en héél de ChristenUnie waren tegen. Toch werd het voorstel met 75-74 aangenomen. Nu moet de Eerste Kamer zich over dit voorstel uitspreken. Tot mijn verbazing en meer nog tot mijn teleurstelling staat er vandaag (maandag 29 januari) een artikel in het Nederlands Dagblad van de fractievoorzitter van de ChristenUnie waarin hij zich tegen verplichte registratie keert. Zijn standpunt is kort en krachtig: “Laat orgaandonatie vrijwillig zijn”. En: “Wie wil doneren moet dat weloverwogen en met een goed geweten doen.” En dus is de fractievoorzitter van de ChristenUnie tegen elke vorm van overheidsbemoeienis als het gaat om het actief registreren van alle burgers gaat, want “dan beschikken anderen over hun organen, nota bene met goedkeuring van de overheid.” Daarna volgen secundaire argumenten als: ‘laaggeletterden worden straks tegen hun wil donor’ en ‘deskundigen zijn het er niet over eens dat actieve registratie meer donoren oplevert’. Als klap op de vuurpijl roept de ChristenUnie-voorman: “Laten we dus alles eraan doen mensen te helpen die een orgaan nodig hebben, maar het is werkelijk het beste als orgaandonatie een gift blijft waar iemand vrijwillig toe besluit.” Dus moet de overheid aandringen op die keus, moeten gezinnen en families er met elkaar over in gesprek en zou het goed zijn als kerken dit onderwerp agenderen.

Dit vind ik een afschuifsysteem dat met drogredenen gemotiveerd wordt. Al jaren blijft het aantal mensen dat zich laat registeren gelijk (rond de 50%). Al jaren wil 90% van de Nederlanders wel graag zelf een donororgaan ontvangen als de nood aan de man of de vrouw komt. Dus wil de Tweede Kamer, net als in een aantal andere Europese landen, het omkeren door een ‘JA-tenzij-systeem’ in te voeren, waarbij iedere Nederlander regelmatig opgeroepen wordt om in alle vrijheid zijn of haar keus te maken of te veranderen. Maar wie uit pure laksigheid het vertikt om de moeite te nemen zich te laten registreren, kan moeilijk een principieel tegenstander van orgaandonatie genoemd worden, lijkt mij. Bovendien, twitterde een kennis van me, “is het helemaal niet erg om een actie te ondernemen als je niet wilt. Je mag best wat over hebben voor je principes.”

De ChristenUnie was in 2005 vóór een actief registratiesysteem. Als maar duidelijk was, dat je altijd van keus kon veranderen. Dat is in deze wet als extraatje opgenomen. Maar nu puntje bij paaltje komt, schrikt ook de fractie van de ChristenUnie in de Eerste Kamer terug voor de consequenties. Dus kiest de fractievoorzitter voor een afschuifsysteem dat al jaren niet werkt: anderen oproepen om in gesprek te gaan, maar zelf als overheid niet je verantwoordelijkheid nemen om mensen echt bewust te laten kiezen of ze wél of géén donor willen zijn.

Ik vind echt niet dat iedereen donor moet zijn. Ik vind wel dat er teveel doden vallen omdat we van de helft van de Nederlanders niet weten of ze orgaandonor hadden willen zijn. Ik vind ook, dat teveel Nederlanders door geen keus te willen maken in feite zeggen: dat er honderden mensen om een orgaan staan te springen zal mij een zorg zijn. Dus mag de overheid van haar burgers vragen om zich uit te spreken. En of je dan ‘JA’ of ‘NEE’ invult is mij echt om het even.

Als de rest van de Eerste Kamer-fractie van de ChristenUnie er net zo over denkt, kiest men opnieuw bewust voor vrijblijvendheid. Dat vind ik vreemd, want de Bijbel spreekt over het geven van je leven voor een ander (zoals in het ND terecht wordt aangehaald). Je zou dus zeggen: wat kan er tegen zijn om na je dood alsnog iets van jezelf voor het leven van een ander te geven?

Zeggen dat je er alles aan wilt doen om mensen te helpen die een orgaan nodig hebben en ze vervolgens in de kou laten staan door de huidige situatie te handhaven – ik krijg er een bittere smaak van in mijn mond, want zo’n uitspraak komt op mij dan wat onwaarachtig over. Iemand vond het net over de rand, maar ik kan mij er nog steeds wel in vinden: “Ik stond op een wachtlijst en jullie hebben alleen maar het gesprek over orgaandonatie willen stimuleren.” 

Bekijk nog eens de volgende webpagina’s van Een Vandaag: Houdt de Eerste Kamer de nieuwe donorwet toch tegen? (17-01) en Hoe werkt het Actieve Donor Registratie Systeem? (29-01).
Eerder schreef ik ook al een aantal blogs over dit onderwerp: Orgaandonatie: wie niet reageert wordt donor (7 juni 2016); Orgaandonatie: zet de politiek na 20 jaar eindelijk een stap voorwaarts? (6 september 2016); Registratie orgaandonatie in de lift (8 oktober 2016); Geen vrijblijvendheid bij keus voor of tegen orgaandonatie (11 mei 2017)

De FAKKELOPTOCHT in GRONINGEN op 25 JANUARI 1982

FakkeltochtGroningen beeft vanwege de aardgaswinning en veel Groningers beven van woede om de afwikkeling van de schade. Daarom wordt er voor de tweede keer een grote fakkeloptocht in de binnenstad van Groningen. Liepen daar op dinsdag 7 februari 2017 ruim 4.000 mensen aan mee, op vrijdag 19 januari 2018 hoopt de organisatie op bijna 10.000 mensen. Beide keren gaat het om gewone burgers die normaal gesproken helemaal niet zo snel de barricades opgaan. Maar hoe er nu met ze gesold wordt vanuit Den Haag en door de NAM, dat maakt ze terecht meer dan boos.

KernwapensDat deed mij denken aan een andere fakkeloptocht, 36 jaar geleden, op 25 januari 1982. Begin jaren ’80 van de vorige eeuw liepen de emoties hoog op vanwege de kernbewapening. Alles wat links was in Nederland (en dat was bijna 50%) liep te hoop tegen de 572 kernkoppen die in Nederland gestationeerd waren. Op 21 november 1981 kreeg het IKV zo’n 400.000 mensen op de been tijdens de grote antikernwapen-demonstratie in Amsterdam. Maar de regering van CDA en VVD (met een krappe meerderheid van 77 zetels) gaf geen krimp.

In die roerige tijd werd bekend dat er vanaf januari 1982 in de Eemshaven Amerikaanse schepen zouden aanmeren met munitie, bestemd voor de Amerikaanse troepen in West-Duitsland, eerst elke week en daarna maandelijks. Vanuit de Eemshaven zouden die per trein via Groningen, Zwolle, Arnhem naar het Roergebied getransporteerd worden.  Dat was natuurlijk koren op de molen van de vredesbeweging, de linkse partijen, de krakersbeweging en allerlei minder frisse anarchistische en pacifistische groeperingen in aktie. Niet alleen tegen het munitietransport, maar ook tegen de chloortreinen die ook vanuit de Eemshaven vertrokken, maar dan richting Rotterdam. Dat liep allemaal danig uit de hand vanwege blokkades op het spoor en bezettingen van diverse gebouwen.

Fakkeloptocht Groningen 1982 A4
Veel mensen waren die linkse akties in die dagen meer dan zat. Zeker in het Noorden en Oosten van het land – en daar kwamen al die beroepsaktivisten uit het Westen nu op af. Daarom deden “een aantal verontruste Groningers, oud-verzetsmensen en anderen” in het Dagblad van het Noorden van 22 januari 1982 een “OPROEP aan de goedwillende burgers, special van Groningen en omstreken” om op maandag 25 januari om zes uur ’s avonds naar het Hoofdstation te komen om mee te lopen in een stille fakkeloptocht te naar de Grote Markt om “door een indrukwekkende aanwezigheid de overheid te tonen, dat we er óók zijn, ja dat we in de meerderheid zijn. Fakkels zijn ter plaatse te koop voor een rijksdaalder.”

Nou, hoe groot die meerderheid was, bleek die maandag wel. Binnen drie dagen (zonder internet) stonden er op 25 januari om zes uur ’s avonds zo’n 5.000 mensen bij het station, waaronder ik zelf (mét fakkel!). Het Dagblad van het Noorden deed de dag erna verslag op de voorpagina (zie foto).

Fakkeloptocht Groningen 1982Op de binnenpagina’s schreven ze er dit over, met veel foto’s:

Fluitconcerten overstemmen Wilhelmus bij tegendemonstratie

‘Laat munitietreinen rijden, de Russen doen het ook’

Aanvankelijk stonden er slechts ongeveer honder mensen bij het Groninger hoofdstation om zes uur gisteravond, toen volgens de advertentie de mensen voor de demonstratie “tegen de geweldplegers en bedreigers van onze democratie en onze rechtsorde” zich moesten verzamelen. Een kwartier later waren echter alle 1200 fakkels uitverkocht en toen de stoet om half zeven vertrok, leek er geen eind aan te komen. Naar schatting 5000 mensen, voornamelijk uit de stad en provincie Groningen en de kop van Drenthe, hadden per trein, bus of eigen vervoer de reis naar Groningen ondernomen om mee te lopen.

Oud en jong, alles liep mee. “Van hele lieve mensen tot typische Oud Strijders Legioen-figuren,” aldus een ervaren antimunitietreindemonstrant. Voor het overgrote deel van de deelnemers was het de eerste keer dat zij in een demontratie meeliepen. Dat constateerden enkele omstanders: “Geen enkele ervaring, dat zie je zo.” Waarop zijn buurman opmerkte: “Gelukkig maar.”

Geknoei met uitwaaiende fakkels en bijna in brand vliegende haren bepaalden het beeld. Van hun kant hadden ook de demonstranten hun conclusies klaar. “’t Benn’n hail gain Grunnegers,” merkte één van hen op, nadat haar enige minder vriendelijke woorden waren toegeroepen.

Rustig trok de lange stoet naar de Grote Markt. Geen zingende en scanderende massa’s. Wel spandoeken met leuzen als “Laat de munitietreinen rijden, de Russen doen het ook” en  “Protesteren oké, terrorisme nee”.  Een enkele toeschouwer volgde de stille stoet.

Grimmig

De aanvankelijk rustige sfeer werd grimmiger na aankomst op de Grote Markt, waar de organisatoren hun petitie voorlazen. Hier hadden zich enkele tientallen jongelui verzameld om lucht te geven aan hun verontwaardiging over deze “rechtse” demonstratie. Het “Geen man, geen vrouw, geen cent voor het leger” overstemde de speech van organisator Cees van Muylwijck. Daarop riepen spreekkoren van beide zijden beurtelings de ME om “weg” dan wel “paraat” te blijven. Vooral jongere demonstranten wilden met de opponenten op de vuist, mede geïrriteerd door het provocerende gedrag van een paar raddraaiers. Oudere demonstranten konden het soms niet laten stiekem hun sympathie met hun jonge medebetogers te betuigen.

Nadat Van Muylwijck de aanwezigen had beloofd: “U zult meer van ons horen” werd besloten met het Wilhelmus. Dat was voornamelijk merkbaar aan een enkele saluerende politieman, Het gezang van de demonstranten werd overstemd door spreekkoren en fluitconcerten van tegenstanders.

Rond half acht – precies volgens het perfect kloppende tijdschema – keerden de meeste demonstranten huiswaarts, verbijsterd én gesterkt door de enorme opkomst.

Inderdaad … het was een heel bijzondere tegendemonstratie van veel mensen die het politieke gedram van allerlei vooral anti-Amerikaanse actiegroepen meer dan zat waren. Mijn herinneringen zijn een drietal: 1) er waren ook tientallen mensen met de trein vanuit alle delen van het land naar Groningen gekomen – ik sprak met een mevrouw uit Utrecht die dit zó geweldig vond, ze wilde ook haar stem laten horen; 2) we liepen via het Emmaplein via de Aa-kerk over de Vismarkt naar de Grote Markt. Aan het eind van de Vismarkt stonden zo’n 100 anarchisten te provoceren met allerlei leuzen, waarop de jongeren die in de fakkeloptocht meeliepen, waaronder ik, terugscandeerden: “Wie demonstreert er in Moskou?” Maar een oudere man zei tegen ons: “Loat je kop nait gek moaken, wie hollen het netjes.” 3) De verslaggever van het DvhN stond te dicht bij die 100 tegenstanders, want het Wilhelmus schalde echt over de Grote Markt en moet tot in Vinkhuizen en Helpman te horen zijn geweest.

Dat was 1982. Zonder sociale media kreeg men binnen drie dagen zo’n 5.000 man op de been. Om de demokratisch verkozen regering een steuntje in de rug te geven. In 2017 en 2018 protesteert Groningen weer. En terecht! Maar nu omdat de overheid zich de afgelopen jaren niet echt om Groningen bekommerde. Het tweede kabinet Rutte zat tot voor kort duidelijk in het verkeerde Kamp. Nogal Wiebes dat de regering in Den Haag nu beter naar de Groningers lijkt te luisteren.

Fakkel Foto RTV-Noord