Wederzijds respect bij het al dan niet invoeren van de vrouw in het ambt

De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Nederland hebben op 15 en 16 juni 2017 de ambten van diaken, ouderling en predikant opengesteld voor vrouwen. Daar is, zoals te verwachten was, zeer verschillend op gereageerd. Bij sommigen ging de vlag met wimpel en al enthousiast uit, bij anderen hing de vlag demonstratief halfstok. In de meeste gevallen reageerden zowel blije voorstanders als bezorgde tegenstanders ingetogen. Want ook al werden deze besluiten op de synode breed gedragen (diaken: 30-2, ouderling: 23-9, preekbevoegdheid: 27-3, predikant: 21-10), het zal de komende tijd voor veel spanning in de kerken zorgen. Dat geldt niet alleen voor de inhoudelijke discussie. Het geldt misschien nog wel meer als het gaat om de uitvoering van de besluiten. Hoe zal dat gaan verlopen in onze kerken? Op die vraag nam de synode ook een duidelijke beslissing (met 23-7): er komt geen gefaseerde invoering, maar de plaatselijke kerken krijgen de ruimte “om zelf te bepalen of en op welke wijze en wanneer ze aan deze besluiten uitvoering willen geven.”

Plaatselijke vrijheid

Ik vind dat een wijs besluit. Daarmee geven we elkaar de vrijheid binnen ons kerkverband om hierover verschillend te mogen denken.

De Generale Synode van Ede 2014 sprak al uit dat er vanuit de Bijbel twee lijnen te zien zijn als het om de verhouding tussen mannen en vrouwen gaat, en dat de visie dat ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen vrij bespreekbaar is.

De Generale Synode van Meppel 2017 heeft uitgesproken dat er bijbelse gronden zijn om naast mannen ook vrouwen te roepen tot de dienst van barmhartigheid, opzicht, pastoraat, onderwijs en verkondiging. De zogenaamde zwijgteksten vormen in zichzelf geen onbetwistbare grond om in onze situatie vrouwen categorisch uit te sluiten van het leer- en regeerambt, aldus de synode.

Dat betekent dat we als kerken hebben uitgesproken dat er in de Bijbel twee lijnen zijn aan te wijzen, waardoor we niet tot een helder pro-standpunt of tot een helder contra-standpunt kunnen komen.

Als dat zo is, moeten we elkaar als kerken de ruimte geven om plaatselijk naar eer en geweten te besluiten wat goed is voor de gemeente en wat tot eer van God strekt. En dat vanuit een houding van liefde tot Christus en liefde tot elkaar, ook als de pijn wederzijds voelbaar blijft. Als we ons werkelijk vasthouden aan Christus en zijn Woord, moeten we ook elkaar vast willen houden.

Ruimte voor elkaar

Wat betekent dat in de praktijk? Volgens mij dit: we geven elkaar optimaal de ruimte om een plaatselijk een keus te maken op grond van de beide bijbelse lijnen die er zijn. We hebben als GKV namelijk niet uitgesproken dat vrouwen in alle gemeentes diaken, ouderling of predikant moeten kunnen worden, maar dat we die mogelijkheid op grond van de Bijbel niet langer uitsluiten.

Dus zou het heel erg vreemd zijn dat er nu in (sorry voor de tweedeling en de terminologie) in behoudende gemeentes door progressieve leden actie gevoerd wordt om de vrouw ook daar in het ambt te krijgen, terwijl in vooruitstrevende gemeentes een conservatieve minderheid dit probeert tegen te houden.

Ben ik hier bang voor? Ja, wel een beetje. Drie jaar geleden proefde ik al een verharding in de standpunten.

Voorstanders van de vrouw in het ambt gaven blijk van ongeduld en onbegrip dat niet meteen tot openstelling werd overgegaan. Sommigen verlieten zelfs de GKV om lid te worden van een PKN of evangelische gemeente waar vrouwen wel mochten preken. In de afgelopen decennia zijn een aantal vrouwelijk theologen uit de GKV en de CGK alvast predikant geworden in de PKN. Als ik daar dan een wat kritische kanttekeningen bij maak, krijg ik vaak een reactie terug in de trant van: ‘Maar je begrijpt toch wel dat bevlogen christenen deze stap zetten?’ Ja, ik snap het wel. Maar ik vind het wel jammer. En ook minder juist. Want mensen gingen weg terwijl we samen in een proces zaten. Dus zou ik het heel spijtig vinden als er straks nog meer mensen weglopen omdat een plaatselijke kerk besluit om op grond van de Bijbel de ambten níet open te stellen voor vrouwen. Dat wekt bij mij de indruk dat men het eigen gelijk belangrijker vindt dan de geloofseenheid met je eigen broeders en zusters in de plaatselijke gemeente.

Omgekeerd gebeurde precies hetzelfde. Kerkleden en buitenlandse zusterkerken gaven de GKV nog drie jaar de tijd om van gedachten te veranderen en als dat niet zou gebeuren, moest men breken met de GKV omdat die door dit besluit een valse kerk zou worden. Nu de kogel door de kerk is zijn sommige kerkleden al actief op zoek naar een andere kerk. Dat gaat nog niet meevallen trouwens, want de hele Gereformeerde Bond valt af omdat die ook de vrouw in het ambt tolereren in hun eigen PKN-kerkverband. Ook de CGK zal, denk ik, in de komende tien jaar hetzelfde traject aflopen als wij nu gedaan hebben, maar dan in een veel trager tempo. En de meeste evangelische gemeentes waar vrouwen niet toegelaten worden als voorgangers hebben een nog zwaarwegender breekpunt: ze eisen dat je je laat overdopen. De keus is dus beperkt tot nieuw-vrijgemaakt (DGK / GKN) of bevindelijk-gereformeerd (HHK / div. soorten GerGem). Wie nu al dit soort keuzes maakt, is blijkbaar niet bereid om in de eigen gemeente het gesprek aan te gaan over de vraag of er binnenkort vrouwen in het ambt zullen worden toegelaten. Integendeel, men voelt zich zó verantwoordelijkheid voor wat de synode besluit en voor wat andere gemeentes beslissen, dat men plaatselijk een breuk forceert terwijl nog niet eens zeker is dat de eigen gemeente de vrouw in het ambt zal invoeren.

In beide gevallen zie ik een negatieve trekje naar boven komen waar gereformeerden wel vaker last van hebben: de eigen mening staat gelijk aan Gods Woord en daar moet iedereen in het kerkverband voor buigen. Oftewel: men wil heersen over de mening van anderen: mede-christenen, andere GKV-gemeentes, het hele kerkverband.

Elkaar aanvaarden

Het kan ook anders. Als we beginnen met de erkenning dat we samen willen luisteren naar Gods Woord en onze redding bij Jezus Christus zoeken, moeten we elkaar ook kunnen vasthouden als we erg van mening verschillen over de vrouw in het ambt.

Echt vasthouden betekent dat we vooral plaatselijk met elkaar in gesprek gaan. En dat op grond daarvan elke gemeente zelf een besluit neemt. Een besluit dat gerespecteerd wordt binnen de gemeente en door de andere GKV-kerken. Een besluit waarvan, als het aan mij ligt, ook niet elk jaar opnieuw getornd wordt, maar dat voor de komende vijf jaar vast staat. Want als we echt vinden dat je vanuit de Bijbel twee lijnen kan aanwijzen, moet je elkaar ook de ruimte gunnen om een keus te maken die de rust in de gemeente ten goede komt. En moet je jezelf de gelegenheid geven om na een aantal jaren er nog eens goed over na te denken.

Ongeveer 15 jaar geleden zei een collega-predikant tegen mij toen het om de zondagsdiscussie in onze kerken ging (is de zondag als rustdag nu wel of niet gegrond op een goddelijk gebod?): ‘Dat is geen kwestie waarvoor christenen in de tijd van de Reformatie de brandstapel opgingen.’ Ik denk dat dat ook geldt voor de vraag of vrouwen wel of niet als diaken / ouderling mogen dienen of als predikant mogen voorgaan. Ik vind zelf van wel (hier vind je mijn argumentatie) en steun daarom de synodebesluiten. Maar ik heb er geen enkele moeite mee om te preken of te werken in een gemeente die niet of voorlopig niet overgaat tot de openstelling van de ambten.

Laten we ook bij dit verschil van mening elkaar blijven aanvaarden zoals Christus ons aanvaard heeft (Romeinen 14).

 

De erfenis van Eva – over de vrouwen in de gemeente van Efeze

Wat was voor Paulus de aanleiding om aan Timoteüs te schrijven dat vrouwen in de kerkelijke samenkomsten geen onderwijs mogen geven en geen gezag over mannen mogen uitoefenen? In februari 2002 schreef Jan Boersma, predikant binnen de GKV, hier een kort verhaal over in het blad CV/Koers. Ik vond het interessant genoeg om het voor het voetlicht te halen nu de GKV-kerken besloten hebben om vrouwen in de ambten toe te laten en mag het met instemming van de schrijver hier plaatsen. De gecursiveerde woorden in dit verhaal zijn citaten uit 1 Timoteüs 2:9-15.

De erfenis van Eva

Paulus staart naar het plafond. Hij zucht. Hij is blij dat deze dag is afgelopen en dat hij nu eerst een paar uur kan slapen. Van dit soort dagen moet je er niet te veel hebben. Het verhaal waarmee Trofimus vandaag aankwam uit Efeze, is in elk geval niet bevorderlijk voor zijn nachtrust. Timoteüs en de andere leiders van de gemeente in Efeze hebben het moeilijk. Allerlei zaken dreigen daar uit de hand te lopen. Het gezag van de apostel is nodig om orde op zaken te stellen in de gemeente. Gelukkig was Silvanus meteen bereid om samen aan een brief te beginnen. Maar moeilijk is het wel. Want sturen op een afstand, hoe doe je dat op een goede manier? Lang ligt Paulus te denken en te woelen, voordat hij eindelijk in slaap valt.

De volgende dag zitten ze met z’n drieën bij elkaar in de werkplaats: Paulus, Silvanus en Trofimus. Al snel komt het gesprek weer op de situatie in de gemeente van Efeze. Het is duidelijk dat Trofimus zich zorgen maakt. “Eén ding heb ik gisteren nog niet verteld,” zegt hij. En zuchtend gaat hij verder: “Sommige vrouwen maken er echt een toestand van. Niet allemaal hoor, maar er zijn er een paar bij… Niet te zuinig. Ze zeggen dat ze in de samenkomsten het woord willen voeren, omdat ze ook iets te zeggen hebben.” Paulus kijkt naar Trofimus. “Ja en? Wat is dan het probleem?” Trofimus kijkt zorgelijk. “Timoteüs heeft al een paar keer de samenkomsten voortijdig af moeten sluiten vanwege het tumult dat die vrouwen maken. Het lijkt af en toe meer op een kippenhok dan op een eredienst.” Paulus moet even lachen als het beeld zich al te letterlijk aan hem opdringt. Maar de ernst van de situatie wint het.

“Vertel eens precies wat er aan de hand is,” zegt hij tegen Trofimus. “Wel,” begint Trofimus aarzelend, “Een aantal vrouwen in de gemeente zijn aan het doorslaan. Het begon met één of twee van hen, maar al gauw deden een heleboel anderen ook mee. En dan bedoel ik, dat ze zichzelf op een verkeerde manier op de voorgrond dringen. Ze roepen allerlei dingen over vrijheid en waardigheid, maar het is duidelijk dat ze wel een klokje hebben horen luiden, maar ze weten niet waar de klepel hangt.” “Wat bedoel je precies?” wil Paulus weten. “Nou,” gaat Trofimus verder, “Toen ze net bij de gemeente hoorden, waren ze blij met alles. En vooral dat ze nu eindelijk echt meetelden. Als vrouwen, bedoel ik. Je weet wel: omdat voor onze Heer alle mensen evenveel waard zijn.” Paulus knikt en Trofimus gaat verder: “Maar de laatste tijd hebben ze daar een vreemde draai aan gegeven. Nu ze de vrijheid hebben geroken, is het net alsof ze geen enkele leiding meer willen aanvaarden. Ook niet de leiding van onze Heer. En wat Timoteüs ook zegt, ze luisteren niet naar hem. Ondertussen dragen ze die ideeën van hun wel uit in de gemeente. Je kunt het aan allerlei dingen merken. Zoals ze zich kleden, bijvoorbeeld. Tunica’s en sieraden – het is allemaal op henzelf gericht: om te laten zien dat zij er wezen mogen. Heel opzichtig. Af en toe is het zelfs regelrecht uitdagend. Je kunt je wel voorstellen wat voor effect dat op een aantal mannen heeft,” besluit Trofimus met een zucht. Paulus kijkt nadenkend voor zich uit. Dan zegt hij langzaam: “Ik wil hier eerst even rustig over na kunnen denken. Silvanus, vanavond gaan we verder met de brief. En dan eerst over dit element.”

’s Avonds zitten Paulus en Silvanus bij elkaar in de bovenkamer. Samen proberen ze de draad van de brief weer op te pakken. “Het lijkt me dat we met de praktische elementen moeten beginnen,” zegt Paulus. “Het laatste dat we opgeschreven hebben, was ook een praktisch punt: over het gedrag en de houding van de mannen. Als we nu beginnen bij een praktisch punt over de vrouwen, sluit dat goed aan.” Ineens knipt hij met zijn vingers. “Ik heb het,” zegt hij. “ Op dezelfde manier ook de vrouwen, dubbele punt. Daarmee is het in één keer heel duidelijk aan elkaar gekoppeld. En daarmee is ook duidelijk, dat heiligheid niet alleen een opdracht is voor mannen, maar voor alle gelovigen.” Silvanus is al aan het schrijven: ‘Op dezelfde manier ook de vrouwen:’. “Oké, en nu die woorden over kleren en zo. Schrijf maar op: ‘dat zij passend gekleed zijn en zich bescheiden en ingetogen opmaken. Laten ze niet willen opvallen door hun haardracht, gouden sieraden, juwelen of dure kleren.’”

Paulus wrijft even in zijn ogen. “Wat is er?” vraagt Silvanus. “Er moet nog iets bij,” zegt Paulus. “Op deze manier zou het kunnen lijken, alsof een vrouw er niet mooi en vrouwelijk uit mag zien. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.” “Wat wil je precies zeggen?” wil Silvanus weten. “Ik denk aan de woorden van Trofimus. Dat er vrouwen zijn die aan zulke uiterlijke dingen hun status en hun zekerheid ontlenen. Alsof de waarde van hun leven bepaald wordt door hun vrouwelijkheid en hoe ze dat weten te presenteren. Al of niet met een erotische lading.” “Jij wilt dus eigenlijk zeggen, dat ze de waarde van hun leven ergens anders moeten zoeken,” probeert Silvanus te helpen. “Ja, precies. Want je moet de zekerheid in je leven niet zoeken bij jezelf, maar bij Christus. Respect hebben voor God. En dat laten zien in je leven, in je doen en laten. Dat zijn de sieraden, waar je leven echt mooi van wordt. Vul maar aan: ‘maar door goede daden, zoals dat hoort voor vrouwen die ervoor uit willen komen dat ze God eren.’”

Paulus staat op van de bank, waar hij tot dan toe op gezeten heeft. “Even de benen strekken,” zegt hij. “Want nu komt het moeilijkste gedeelte. Het probleem is dat die vrouwen allerlei dingen roepen zonder dat ze de diepgang van het evangelie gepeild hebben. Zoiets moet het dus worden: dat ze eerst meer van het evangelie gaan begrijpen; dat ze eerst leren luisteren en zich rustig houden. Ja, schrijf dat maar op: ‘een vrouw moet stil en volgzaam naar het onderricht luisteren.’ Dat zijn de trefwoorden, Silvanus: stil en volgzaam. Voordat je iets kunt zeggen over de blijde boodschap, moet je eerst leren om te luisteren, om stil te zijn en niet voor je beurt te praten.”

De pen van Silvanus gaat zacht krassend over het papier. Als hij klaar is, knikt hij. “Ook het woord volgzaam is goed gekozen, denk ik,” merkt hij op. “Het is een goede inhoudelijke omschrijving. Om leiding te kunnen geven in de naam van Christus moet je eerst zelf geleerd hebben wat het betekent om Hem te volgen. Ik neem tenminste aan dat je dat bedoelt.” Even denkt hij na. Dan gaat hij voorzichtig verder: “Maar is het niet te algemeen geformuleerd? Ik bedoel: het is duidelijk wat de boodschap is, maar als je het accent een klein beetje anders legt, lijkt het alsof een vrouw nooit iets zou mogen zeggen. Alsof iedere vrouw altijd alleen maar stil en volgzaam moet zijn. En dus nooit haar mond open mag doen of leiding geven.” Paulus kijkt hem vreemd aan. “Denk je?” vraagt hij. Maar na een poosje nadenken schudt hij zijn hoofd. “Dat lijkt me behoorlijk vergezocht,” zegt hij langzaam, “om dat erin te willen leggen. In elk geval zal Timoteüs die conclusie nooit trekken. En ik denk ook de anderen in Efeze niet. Want dat geldt voor mannen natuurlijk net zo goed: dat je begint met stil zijn en volgzaam zijn. Denk maar aan Trofimus bijvoorbeeld. Nu is hij in staat om leiding te geven. En hij doet het goed, vind ik. Maar in het begin was dat heel anders. Toen wist hij nog maar weinig en hij moest nog een heleboel leren. Als het goed is, leg je niemand overhaast de handen op. Vrouwen niet, maar mannen ook niet. Maar we hebben het nu niet over mensen in het algemeen, het gaat nu over die vrouwenbeweging in Efeze.”

“Maar zou je dan niet beter andere woorden kunnen kiezen?” stelt Silvanus voor. “Ik denk het niet,” zegt Paulus. “Op deze manier komt de bedoeling hopelijk heel duidelijk over. Hoe die vrouwen in Efeze zich op moeten stellen. Ik geloof niet dat ze meteen zullen gaan denken aan een algemene regel. Tenminste, dat kan ik me niet goed voorstellen. Denk alleen al aan wat ze meegemaakt hebben van Priscilla: hoe die in staat is om anderen te onderwijzen in de weg van het geloof. Dat hebben ze in Efeze van dichtbij meegemaakt. Hebben we toen ooit gezegd dat ze haar mond moest houden, omdat ze een vrouw is? En dat ze daarom geen onderricht mag geven? Of heb ik ooit beweerd dat Junia geen echte apostel is, omdat ze een vrouw is? Dat zou toch onzin zijn!”

Paulus haalt geagiteerd zijn schouders op. “Of denk aan de vrouwen die in allerlei gemeentes optreden als profetes. Nee, volgens mij ben je nou bezig om spijkers op laag water te zoeken, Silvanus.” Al pratend wordt zijn gezicht roder. Met grote gebaren onderstreept hij zijn boosheid. “We hebben immers altijd benadrukt dat het evangelie een mens zijn oorspronkelijke waarde weer terug geeft. Ik bedoel de waarde die God bij de schepping aan de mens gegeven heeft. Allerlei verschillen die mensen later aangebracht hebben, tellen voor God niet mee.”

“Rustig maar,” onderbreekt Silvanus hem lachend, “je hoeft mij niet te overtuigen. Ik ben al overtuigd. Ik bedenk alleen maar hoe de woorden in deze brief misschien over kunnen komen bij anderen.” De relativerende woorden van Silvanus hebben meteen hun uitwerking: Paulus ontspant zich. Er verschijnt een voorzichtige glimlach op zijn gezicht. Dan gaat hij verder: “Weet je, volgens mij zou er een heleboel gewonnen kunnen worden, als die vrouwen gaan beseffen dat ze een andere houding moeten hebben. Want nu het zo gaat, wordt er op een verkeerde manier leiding gegeven in de gemeente.”

Silvanus denkt even na. Dan zegt hij: “Als je dat bedoelt, kun je dat er ook bij zeggen, lijkt me. Om misverstanden te voorkomen.” Paulus knikt. “Een goed idee,” zegt hij. “Schrijf maar op: ‘Ik sta niet toe dat ze onderricht geeft of gezag uitoefent over de man. Nee, ze moet stil zijn.’” Langzamerhand verschijnt er een grijns op het gezicht van Paulus. Dan zegt hij langzaam: “Ik denk trouwens wel, mijn beste Silvanus, dat deze woorden op dezelfde verkeerde manier uitgelegd zouden kunnen worden. Maar het doet in elk geval heel duidelijk recht aan de situatie in Efeze.”

Paulus gaat verzitten. Intussen heeft Silvanus een kan wijn en paar bekers gehaald. Als de bekers gevuld zijn, hervat Paulus het gesprek: “Hiermee kan Timoteüs wel aan de gang. En als de dames nog enig respect hebben voor een apostel van Christus, zullen ze zich ook laten gezeggen. Alleen, ik zou ook graag willen, dat ze daar zelf ook van overtuigd raken en dat ze inzien dat het zo moet. En daarom zoek ik nog iets van een motivatie die hen aan kan spreken.” “Ik snap het,” knikt Silvanus. “Met stroop vang je meer vliegen dan met azijn.” “Dat is wel heel kort door de bocht,” reageert Paulus lachend. “Ik dacht eigenlijk meer aan iets anders. Want waarom gaat het uiteindelijk? Dat we vanuit liefde en toewijding bezig zijn voor onze Heer. Niet met tegenzin of alleen maar vanuit een plichtsgevoel. Zo’n sfeer zou ik ook graag weer terug willen hebben in de gemeente van Efeze.” “Hmmm.” Silvanus wrijft nadenkend door zijn haar. “Het gaat erom dat ze eerst moeten luisteren en volgzaam zijn. Eerst het evangelie in zich opnemen. Misschien dat ze dan later wel onderwijs kunnen geven.” “Precies,” zegt Paulus. “Als ze daarvoor de gaven hebben, en als de Heer duidelijk maakt dat Hij hen daarvoor gebruiken wil.”

Ineens lichten zijn ogen op. “Ik heb het! Eva! Dat is een prima voorbeeld.” “Eva? Hoe bedoel je dat? Wat heeft Eva er nou mee te maken?” “Nou, ik bedoel: kijk naar de schepping. Eerst is Adam gemaakt en daarna Eva pas. Is zij daarmee minder dan Adam? Absoluut niet. Ook al verscheen ze pas later op het wereldtoneel, toen ze er eenmaal was, was ze er ook helemaal. Een vrouw naast Adam en tegelijk tegenover hem. Maar hoe dan ook: niet onder hem. En dat is ook precies wat ik die vrouwen in Efeze mee wil geven. Het is helemaal niet erg als ze in de gemeente later op het toneel verschijnen, en als ze eerst een poos op de achtergrond moeten blijven. Daar ben je niet minder om. En je hoeft dus ook niet het gevoel te krijgen dat je terug gezet wordt. Kijk maar hoe blij Adam was, toen God Eva gemaakt had. Schrijf maar op: ‘Adam is het eerst geschapen, daarna Eva.’” Silvanus haast zich om de woorden van Paulus op het papier te krijgen.

Even is het stil. Dan zegt Paulus: Ik wil nog even verder over Adam en Eva. Want in die geschiedenis zitten nog meer elementen die we naar voren kunnen halen.” “Waar denk je dan aan?” vraagt Silvanus. “Ik zie het zo niet meteen.” “Ik denk aan wat ik zonet zei. De Heer heeft Eva bedoeld als een vrouw naast en tegenover Adam. Wanneer gaat het verkeerd? Als de één probeert om boven de ander te staan, om de ander te overheersen of te manipuleren. De ellende daarvan kun je overal om je heen zien, als mannen verkeerd met hun vrouw omgaan, omdat ze hun vrouw als sloofje gebruiken of als voetveeg of erger. Maar andersom kan natuurlijk ook: dat vrouwen proberen om mannen opzij te zetten, omdat ze zelf vooraan willen staan. Dat is precies wat er nu in Efeze gebeurt.” “Maar hoe zie je dan een lijntje lopen vanuit de geschiedenis van Adam en Eva?” wil Silvanus weten. “Nou, dat lijkt me nogal duidelijk. Want wanneer krijgt dat schitterende verhaal zo’n tragische wending? Als Eva op een verkeerde manier het initiatief neemt, en als ze haar man overhaalt om met haar mee te doen aan het kwaad. Die gebeurtenis maakt heel duidelijk, dat niet alleen mannen de fout in kunnen gaan door een verkeerde manier van leiding geven, maar vrouwen evengoed. Met andere woorden: die vrouwen moeten niet de illusie hebben dat zij boven elke kritiek verheven zijn. Ze moeten gaan beseffen dat de satan ook via hun binnen zal komen, als hij die gelegenheid krijgt. Ik wil dat ze eerlijk en kritisch gaan kijken naar hun houding en naar hun optreden. Want als ze dat niet doen, zou het wel eens verwoestende gevolgen kunnen hebben, zoals ook die actie van Eva verwoestende gevolgen heeft gehad.”

“Hoe wil je dat ik dat opschrijf?” vraagt Silvanus. “Ga maar gewoon verder: ‘En Adam werd niet misleid; het was de vrouw die zich liet misleiden en het gebod van God overtrad.’” Zonder te pauzeren praat hij verder: “En schenk nog eens wat wijn in, als je wilt.” Even is Silvanus van zijn stuk gebracht. Dan begint hij te lachen. “Ik neem aan dat ik dat niet op hoef te schrijven.” Paulus fronst zijn wenkbrauwen. Hij begrijpt niet meteen waar Silvanus het over heeft. Maar als de humor tot hem doordringt, begint hij ook te lachen. “Nee,” zegt hij, “dat bewaren we voor Timoteüs.” “Wil jij dan intussen de olie even bijvullen?” vraagt Silvanus, “want zo te zien zal die lamp het niet al te lang meer volhouden.”

Als ze allebei weer aan tafel zitten met een volle beker wijn en bij een lamp die weer helder licht geeft, zegt Paulus: “Zo, nu zijn we er bijna. Eigenlijk had ik hiermee af willen sluiten, maar ik wil toch nog iets meer zeggen. Die opmerking van jou, dat deze woorden misschien verkeerd kunnen vallen en dat vrouwen zich achteruit gezet voelen, is bij me blijven haken. Daarom lijkt het me goed om toch ook heel nadrukkelijk het positieve te benoemen.” “Prima,” reageert Silvanus. En terwijl hij zijn pen weer in de inkt doopt, zegt hij: “Ik ben er klaar voor.”

Paulus denkt hardop na: “Het belangrijkste is natuurlijk dat mensen gered worden en dat ze door Christus een plek krijgen in het koninkrijk van God. Dat wil ik ook meegeven aan de dochters van Eva in Efeze: dat ze gered zullen worden uit een wereld die op weg is naar de ondergang. Maar hoe kan ik dat het beste onder woorden brengen?” “Wil je dat van mij weten?” vraagt Silvanus aarzelend, “of ben je nu in gesprek met jezelf?” Paulus kijkt op. “Het was niet rechtstreeks voor jou bedoeld, nee. Maar ik vind het natuurlijk prima als je meedenkt. Dat weet je wel. Trouwens, dat doe je toch wel. Ook ongevraagd.” Silvanus grinnikt. “Kom op,” zegt hij, “we hebben nog iets af te maken. Je wou nog iets zeggen over die vrouwen, dat ze zich moeten richten op de dingen die werkelijk belangrijk zijn: het eeuwige leven.” “Klopt,” zegt Paulus. “Want wat ze nu laten zien is niet de navolging van Christus in liefde en toewijding. Dat moet er nog bij. Het moet dus worden dat de Heer iets geweldigs met hen wil: dat ze een plek krijgen in zijn koninkrijk. En tegelijk dat ze dat koninkrijk alleen kunnen bereiken op de weg van geloof en van liefde.” “Hoe moet ik dat precies opschrijven?” “Wacht even, want ik ben er nog niet helemaal.” Paulus trekt een diepe rimpel tussen zijn ogen. “Nu zouden ze nog steeds het idee kunnen krijgen dat zij voor het koninkrijk van God verwezen worden naar de zijlijn. Alsof er voor hun niks te doen is. En dat is natuurlijk niet zo. Er is genoeg te doen. Ook voor hun.” “Zeg dan iets over het grootbrengen van kinderen.” Dankbaar kijkt Paulus zijn vriend aan. “Dat is een goeie. Een heleboel vrouwen zullen zich daarin kunnen herkennen, omdat het een groot deel van hun leven vult of gevuld heeft. En het is ook werkelijk één van de belangrijkste taken binnen het koninkrijk van God. Silvanus, je bent onbetaalbaar.” “Ik weet het,” reageert Silvanus droog. “En de verleiding is groot om daar een snedige opmerking bij te maken.”

Maar Paulus’ hoofd staat nu niet naar humoristische opmerkingen. “De vrouwen in Efeze hoeven zich niet nutteloos te voelen na de opmerkingen die ik eerder gemaakt heb. Ze blijven volop meedoen. Want wat is belangrijker dan je kinderen vertellen over God en over zijn grootheid en wat is meer waardevol dan het doorgeven van je liefde voor Christus aan je kinderen? Bovendien,” onderbreekt Paulus zichzelf, “is het ook iets dat Timoteüs op een goede manier duidelijk kan maken aan hen. Want zo heeft hij het zelf ook ervaren, hoe belangrijk een moeder kan zijn. Ga maar na wat hij zelf allemaal wel niet te danken heeft aan zijn moeder Eunike en zelfs aan zijn grootmoeder Loïs. Silvanus, ik denk dat we daarmee dit gedeelte wel af kunnen sluiten.” Paulus dicteert en Silvanus schrijft: ‘Maar ze zal kinderen ter wereld brengen en zo gered worden, als ze volhardt in geloof, liefde en een God toegewijd en ingetogen leven.

Tevreden kijkt Paulus naar het papier. “Volgens mij hebben we alle reden om dankbaar te zijn,” zegt hij. “En laten we dat maar meteen concreet maken. Dan kunnen we meteen ook vragen of deze woorden zegenrijk mogen doorwerken.” Zo besluiten de beide vrienden deze inspannende dag met een gezamenlijk gebed.

 

Vrouwen in de kerk

Dit jaar zal de Generale Synode van de GKV een belangrijke beslissing nemen over de vraag of vrouwen mogen dienen in de ambten van predikant, ouderling en diaken. Daarom organiseert GKV “Het Noorderlicht” op dinsdag 24 en dinsdag 31 januari in Assen-Peelo twee thema-avonden voor belangstellenden uit heel Noord-Nederland (en daarbuiten) over het onderwerp M/V in de Bijbel en M/V in de kerk. Door op de link te klikken vindt u meer informatie en kunt u tot maandagavond 30/01 zich nog opgeven voor de tweede avond.

maarten-verkerk-um-2015-no-1Op dinsdag 31 januari spreekt prof. dr. M.J. Verkerk over ‘M/V in de kerk’. De titel van zijn lezing is Rechtdoen aan vrouwen. Kerk, tijdgeest en exegese”. Maarten is bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de Technische Universiteit Eindhoven en aan de Universiteit Maastricht. Hij houdt zich al meer dan 20 jaar bezig met vragen rond ‘vrouw en ambt’. Als voorstudie beveelt hij o.a. onderstaand artikel aan. Samen met prof. dr. Gerrit Glas publiceerde hij het op 5 december 2016  in het Nederlands Dagblad. Dit artikel over ‘Vrouwen in de kerk’ is de derde in deze reeks na Vrouwen in het Nieuwe Testament en Vrouwen in het Oude Testament.

Anders bijbellezen

Hoe komt het dat het vrijgemaakte denken over vrouwen in het ambt snel omslaat? Is er sprake van een knieval voor de cultuur? In onze visie is dat niet het geval. Er is er eerder sprake van een kritische ontmaskering van de tijdgeest, een tijdgeest die tot op zekere hoogte ook vat heeft gekregen op de vrijgemaakte kerken. Daarnaast is er ook sprake van een herwaardering van de cultuur.

Ruim twee maanden gelden kwam er een kloek boekwerk uit onder de titel Zonen & dochters profeteren waarin een bijbelse onderbouwing wordt gegeven voor de vrouw in het ambt. Dit boek werd geschreven door een groep van vijfentwintig auteurs, de meeste van vrijgemaakte huize. Ruim een maand later verscheen van de deputaten ‘M/V en ambt’ een unaniem rapport waarin, op basis van een brede bijbelse onderbouwing, de toegang van vrouwen in alle ambten wordt bepleit. Hoe komt het dat vrijgemaakten in pakweg tien jaar van mening zijn veranderd? Welke rol speelt de Bijbel? In deze discussie wordt vaak gewezen op de invloed van de cultuur. We zijn bang om ‘offers aan de tijdgeest’ te brengen. We gaan ervan uit dat de tijdgeest een eenduidig fenomeen is waarvan de invloed alleen maar negatief beoordeeld kan worden. Maar niets is minder waar. Wij betogen dat de recente ommezwaai positief geduid moet worden en een eigen dynamiek heeft, die zowel op een andere omgang met de Bijbel wijst als op een andere waardering van de cultuur. Deze dynamiek is gelaagd en elke laag moet op haar eigen merites beoordeeld worden.

De eerste laag is die van het kwaad tegen vrouwen. De eerste auteur van dit artikel heeft in zijn boek Sekse als antwoord op basis van historisch onderzoek laten zien dat de onderdrukking van de vrouw iets van alle tijden en culturen is. Het gaat hier om een kwaad dat zich in het denken van mensen en in structuren in de samenleving nestelt. Het komt voor in alle sectoren van de samenleving, ook in kerk en theologie. Dit kwaad is vele jaren door de kerk ontkend. Sterker nog, het gezag van ‘de’ man over ‘de’ vrouw werd als een bijbels gebod gezien. Op dit punt zien we een kentering in het denken. De onderdrukking van de vrouw wordt (eindelijk) erkend. En schoorvoetend wordt een relatie gelegd met de invloed van de zondeval op het kerkzijn. Het ‘Hij zal over u heersen’ wordt steeds vaker gezien als een vloek die ook de gelovige treft.

De tweede laag is die van de beheersing. Onder invloed van de Verlichting is de westerse mens in de greep gekomen van het geloof dat de mens – beter: de man – de werkelijkheid kan beheersen en naar zijn hand kan zetten. Op een bepaalde manier heeft dit denken ook vat gekregen op de GKv. Eén van de leidende gedachten was dat het ambt alleen door mannen vervuld mocht worden; een gedachte die gebaseerd was op eenzijdige exegeses van een beperkt repertoire van Bijbelteksten. Visies die daarvan afweken kregen het stempel van vallen voor de tijdgeest of ten prooi vallen aan Schriftkritiek. Pleidooien voor de openstelling van het kerkelijk ambt werden dan ook genegeerd en waar mogelijk met kerkelijke middelen bestreden (tucht). Niet zelden werden voorstanders van de vrouw in het ambt uitgesloten van kerkelijke bezinning over m/v. In de laatste tien jaar is er veel kritiek op deze beheersende cultuur gekomen. Eenzijdige exegeses en selectief Schriftgebruik werden aan de kaak gesteld. ‘Oude’ argumenten tegen de vrouw in het ambt bleken de toets van de kritiek niet meer te kunnen doorstaan. We kregen oog voor ‘nieuwe’ exegeses en ‘andere’ argumenten.

De derde laag is de aandacht voor diversiteit. Onze (postmoderne) cultuur wordt gekenmerkt door oog voor diversiteit: mannelijk en vrouwelijk, heteroseksueel en homoseksueel, met en zonder beperkingen. We hebben nu meer aandacht voor de manier waarom Jezus met vrouwen omging. Ook hebben we meer oog gekregen voor de vele taken van vrouwen in de nieuwtestamentische gemeenten. Eerst nu is er aandacht voor het revolutionaire karakter van het spreken van Paulus met het oog op vrouwen.

Lezen we de Bijbel anders? Het antwoord is: ja! We hebben oog gekregen voor de betekenis van de zondeval. We zijn ons bewust geworden van de verstikkende cultuur in onze kerken die zowel de selectie van relevante bijbelteksten als hun interpretatie bepaalden. We zijn gaan beseffen hoezeer wijzelf deel uitmaken van een cultuur die uit is op beheersing, ordening en ratio. Ten slotte kwam er ruimte voor de plaats van vrouwen in de bijbel en voor het perspectief van vrouwen zelf. Het ‘anders’ lezen van de Bijbel maakte dat tegenargumenten hun kracht verloren. Niet als offer aan de tijdgeest, maar als ontmaskering van een dieperliggende tijdgeest van overheersing van de vrouw en beheersing van de kerk; een ontmaskering die bevrijdend blijkt te werken in de exegese en onze kijk op hoe we inclusief kerk kunnen zijn in déze wereld.

 

 

Vrouwen in het Oude Testament

Dinsdag 24 en dinsdag 31 januari worden in Assen-Peelo twee thema-avonden georganiseerd voor belangstellenden uit heel Noord-Nederland (en daarbuiten) over het onderwerp M/V in de Bijbel en M/V in de kerk. Door op de link te klikken vindt u meer informatie en kunt u tot maandagavond 23/01 zich nog opgeven voor beide avonden. Op mijn vorige blog kon je het artikel Vrouwen in het Nieuwe Testament vinden van Myriam Klinker-de Klerk, de spreekster van de eerste avond. Het is een samenvatting van het referaat dat zij in 2014 in Groningen hield op Bijbelstudiedag van de Gereformeerde Bijbelstudiebond.  Op die landelijke dag mocht ik een referaat houden over Vrouwen in het Oude Testament. Dat deed ik onder de volgende titel:

Van Eva tot Spreuken 31

roos huwelijkDé man bestaat niet. Dé vrouw evenmin. Daar kom ik steeds weer achter als ik met vaste regelmaat een trouwdienst voorbereid. Dan heb ik meestal niet alleen een gesprek over de liturgie en de trouwtekst, maar praten we ook samen door over de verhouding tussen man en vrouw in het huwelijk n.a.v. wat God daar in de Bijbel over zegt. Bijna altijd komen we dan uit op het verschil tussen man en vrouw n.a.v. het ‘Adam is als eerste geschapen en daarna Eva’.  Vaak gebruik ik daarbij het voorbeeld van de man die galant de deur van de auto (ongeacht of zij rijdt of hij)  voor zijn vrouw open doet bij het in- en uitstappen. Mijn indruk op grond van al die stelletjes is, dat zo’n 90% van de bijna getrouwde vrouwen zo’n gebaar echt wel op prijs stellen. Maar, jong als ze meestal zijn, voelen ze zich er ook wel een beetje ongemakkelijk bij. Want eigenlijk hoort dat toch niet in de maatschappij van tegenwoordig. Het is verschrikkelijk ouderwets, rolbevestigend en haast discriminerend. Zo’n 10% vindt het ook echt belachelijk: ‘Ik kan toch zeker zelf wel de deur open doen?’ ’t Is maar een simpel voorbeeld. Maar het kon wel eens meer over hoe mannen en vrouwen in elkaar steken zeggen dan je op het eerste gezicht denkt.

  1. Waarom Eva ook naar Gods beeld gemaakt is

In Genesis 1:27 lezen we: God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen. Volgens sommigen wil de HERE ons hiermee zeggen, wat ook in de psychologie steeds meer voren komt, “dat er niet alleen mannelijke en vrouwelijke mensen zijn, maar dat ieder mens zowel mannelijk is als vrouwelijk. Mannen hebben ook vrouwelijkheid in zich, en vrouwen mannelijkheid” (Philip Troost, Christus ontvangen, blz. 104). Ik vind deze uitleg veel te psychologisch om exegetisch verantwoord te zijn. Maar het is wel waar, dat God de  héle mens, man en vrouw samen, naar zijn evenbeeld geschapen heeft.  Dat mannelijke en vrouwelijke zie je ook terug in de opdracht bij de schepping die Adam en Eva samen krijgen: Wees vruchtbaar en wordt talrijk – dat is de vrouwelijke component, waarvan Eva na de zondeval van God te horen krijgt, dat het kinderen krijgen met moeite en smart gepaard zal gaan. En: Breng de aarde onder je gezag door heerschappij te voeren over al wat leeft – dat is de mannelijke component, waarvan Adam na de zondeval van God te horen krijgt, dat het bewerken van de aarde met het zwoegen en zweten gepaard zal gaan. Zo maakte de HERE hen tot een sterk en gelijkwaardig koppel.

Wat in de Bijbel niet zo naar voren komt, komt volgens sommigen wel in de psychologie naar voren. De mannelijke kant van de mens (en dus de meeste mannen) komt vooral tot uiting door het initiatief te nemen, wil meer met het hoofd de dingen doen en beredeneren en is vaak erg doel- en oplossingsgericht. De vrouwelijke kant van de mens (en dus de meeste vrouwen) komt vooral tot uiting door op dingen de reageren, wil meer het hart laten spreken en is vaak erg gericht zijn op het in stand houden van relaties. Daarin laten mannen én vrouwen zien, hoe God ook is. Als je alleen al nadenkt over hoe God na de zondeval met ons, mensen, omgaat: Hij stuurt zijn Zoon om het probleem op te lossen (doelgericht = mannelijk) en Hij stuurt zijn Geest om de mensen te overtuigen (relatiegericht= vrouwelijk).

Behalve goed op elkaar ingespeeld, hadden Adam en Eva in het paradijs ook een goede relatie met de HERE. Dat is minstens zo belangrijk om te noteren. Want in het paradijs kwam de HERE elke avond in de avondkoelte aanwandelen om met Adam en Eva de dag door te nemen.

  1. Vrouwen in koppels

In dit onderdeel wil ik aan de hand van een paar voorbeelden uit het Oude Testament duidelijk maken, hoe vrouwen staan in de relatie tot hun man en tot hun God.

*EVA* Het levensverhaal van Eva leert ons allereerst, dat bij de zondeval de overtreding niet alleen bestaat uit het zaaien van twijfel en het verlekkerd kijken naar de verboden vrucht. Het begint ook bij het zelf initiatief nemen zonder terug te koppelen naar Adam. En Adam, hij laat Eva begaan. Letterlijk staat hij erbij en kijkt erna en volgt haar klakkeloos in haar val. Ze trekken niet samen op, maar gaan ieder voor zich. Ze nemen zelfs elkaars taken over – met alle gevolgen van dien. Verder wordt duidelijk, dat God na de zondeval niet alleen zijn genade toont, maar ook weer het geloof teruggeeft. Het is opmerkelijk, dat de gelovigen ‘nageslacht van de vrouw’ genoemd worden. Wie gelooft, treedt in de voetsporen van Eva!  Dat erkent Adam ook als hij zijn vrouw na de zondeval ‘Eva’ noemt (Gen. 3 : 20). Dat betekent namelijk ‘leven’. Het is een naam van geloof en hoop. Het voorbeeld van Eva laat zien, dat je nooit te diep gezonken bent om terug te kunnen keren tot God. En dat je altijd mag blijven hopen dat God je nieuwe mogelijkheden geeft, ook als je door eigen schuld je rechten verspeeld hebt.

 *SARA* Sara wordt in het Nieuwe Testament twee keer als voorbeeld aangehaald. In de Hebreeënbrief (Hebr. 11 : 11) is zij de enige vrouw in het rijtje geloofsgetuigen. En Petrus (1 Pe. 3 : 6) haalt haar aan als voorbeeld van respektvol omgaan met je man binnen het huwelijk. Die twee positieve beoordelingen staan volgens mij wat haaks op onze indruk van Sara. Wij zien haar eerder als de wat kleingelovige echtgenoot, die eerst via Hagar en Ismael probeerde Gods beloften in vervulling te laten gaan en daarna ongelovig lachte toen de HERE zelf kwam vertellen dat ze over één jaar toch zelf de lang beloofde zoon zou krijgen. Maar dan vergeten we, dat zij dezelfde twijfel kende als haar man, Abraham. Sara dacht aan Hagar. (Gen. 16 : 2). Abraham aan Eliëzer (Gen. 15 : 2). En zowel Abraham als Sara lachten ongelovig bij zichzelf, toen de HERE aankondigde dat Izaak binnen één jaar geboren zou worden. (Gen. 17 : 17 + 18 : 12). En we vergeten, dat ze de halfzus van Abraham was, dus van dezelfde hoge, rijke komaf. Net als Abraham heeft ze het gewaagd om op Gods beloftewoord al haar zekerheid achter te laten. En als je weet dat ze geroemd werd om haar uiterlijk (zelfs op hoge leeftijd was ze nog een aantrekkelijke vrouw) is het veelzeggend dat ze door Petrus geroemd wordt om haar innerlijke schoonheid, omdat ze haar hoop vestigde op God en daarom vrijwillig en bereidwillig Abraham volgde op weg naar het land dat God hen samen geven zou. Haar naam  betekent ‘vorstin’, maar daarmee typeert de HERE in de Bijbel vooral haar geloof.

 *ABIGAÏL * Over Abigaïl lezen we uitvoerig in 1 Samuel 25. Ze was getrouwd met Nabal. De Bijbel zegt van die twee: ”Zij had een helder verstand en was mooi om te zien; hij was hard en gewetenloos.”  Dat is dus geen goed huwelijk geweest. Als Nabal David schoffeert door hem niet te belonen voor de bescherming van zijn schaapskuddes, is David zo woest, dat hij “die vent” en heel zijn familie de volgende morgen persoonlijk een kopje kleiner wil maken. Abigaïl hoort het en gaat meteen met geschenken naar David toe. Ze neemt haar man niet in bescherming. Ze erkent dat hij “een domme praatjesmaker” is, en “een onbenul, zoals zijn naam al zegt” (Nabal betekent nl. ‘dwaas’). Maar ze neemt toch mee de schuld zich voor het falen van haar man, zoals later Daniël en Nehemia dat ook doen als ze schuld belijden over de oorzaak van de ballingschap. Als je jezelf kent in het licht van God, weet je dat je zelf geen haar beter beter bent dan de grootste zondaar. Je weet alleen wel bij wie je terecht kunt om die schuld te belijden én om vergeving te vragen. Dat laatste doet Abigaïl namelijk ook, maar dan alleen voor zichzelf. Want ieder mens moet z’n eigen last dragen. Verder is Abigaïl groots in haar geloof. Ze denkt niet alleen aan het leven van haar man en haar personeel, maar ook aan de reputatie van David. Ze weet dat hij de door Samuel gezalfd is en dat de HERE hem koning zal maken. Ze waarschuwt David ervoor om het recht niet in eigen hand te nemen, maar het oordeel over Nabal aan God over te laten. Als Abigaïl een dag later alles aan Nabal vertelt, straft God hem met een beroerte, waaraan hij tien dagen later overlijdt. Als David dat hoort, erkent hij dat het de HERE Zelf is die hem via Abigaïl ervan weerhouden heeft een misdaad te begaan. Als David daarna Abigail tot vrouw neemt, mag je gerust aannemen dat dat niet alleen kwam omdat hij haar doortastendheid  en mooie uiterlijk zo waardeerde, maar vooral vanwege haar wijsheid en ontzag voor God en omdat de HERE een vaste plaats in haar hart had.

*IZEBEL* Izebel was een vrouw met een sterk karakter, maar ook berucht om haar goddeloosheid en wreedheid. Uit het boek Koningen komt naar voren, dat het Izebel is die haar man Achab overhaalt om de Baäldienst in Israel in te voeren (1 Kon. 19:31-33 en 21:25-26). Het is Izebel die uit naam van Achab brieven schrijft om via een schijnproces Naboth ter dood te laten veroordelen, zodat de wijngaard van Nabot, waar Achab een oogje op had laten vallen, in zijn bezit kwam (1 Kon. 21:8-10).  Je ziet ook, dat bij Achab nog steeds wel ergens het besef leefde van wie God is. Daarin lijkt hij op de viervorst Herodes in het Nieuwe Testament. Achab mocht graag naar Elia luisteren, maar Izebel kon zijn bloed wel drinken. Herodes mocht graag naar Johannes de Doper luisteren, tot grote ergernis van zijn vrouw en ex-schoonzus Herodias, die ervoor zorgde dat het hoofd van Johannes de Doper op een presenteerblad aan Herodes aangeboden werd. In beide geschiedenissen zie je de verwoestende invloed van twee doortrapte, intens goddeloze vrouwen op hun man. Ze keren zich vierkant tegen de God van Israel en tegen Jezus de Messias. Geen wonder dat in het Nieuwe Testament de naam Izebel één keer voorkomt als de naam van een geraffineerde vrouw die zichzelf voordoet als een profetes van God. Maar dat is ze niet. Ze is een handlanger van Satan en bezig de gemeente van Tyatira te verleiden. En net als de echte Izebel slaat ze alle waarschuwingen om met dat goddeloze leven te breken, bewust in de wind (Openb. 2:20-24).

Door een paar vrouwen uit het uit Oude Testament iets dichter bij te halen zie je hoe sterk de band is die God in het paradijs al gelegd heeft toen Hij Adam en Eva aan elkaar verbond. Man en vrouw zijn een sterk koppel. Dat zijn zij vooral als ze samen het geloof in God delen.

  1. De vrouw van Spreuken 31

In Spreuken 31 gaat het over een vrouw met karakter. Als je heel Spreuken 31 leest, zie je dat deze vrouw geen ‘degelijke huisvrouw’ is. Integendeel, het Hebreeuws gebruikt die beide woorden niet eens. Er staat gewoon ‘vrouw’ en er staat ‘krachtig’, zoals ook het leger van David en het doorzettingsvermogen van Boaz ‘krachtig’ genoemd worden. Een ‘flinke vrouw’  dus, om het met de Grunneger Biebel te zeggen. Oftewel: een vrouw met karakter. Haar uitstraling valt het beste te typeren met de woorden gelovig zelfbewustzijn. De vrouw van Spreuken 31 wordt zowel om haar zelfstandigheid als om haar ontzag voor de HERE geprezen. Dat eerste, daar krijgt ze van haar man ook alle ruimte voor. En dat tweede, uiteindelijk schuilt daar het echte geheim in van iedere vrouw en man. Als je daar werk van maakt, leer je ook inzien, dat je als man en vrouw verschillend door God gemaakt en liefde-is-twee-stromenbedoeld bent. Ieder met een eigen karakter, ieder met een eigen opdracht in het leven, ieder op haar of zijn eigen door God gegeven positie. Maar allebei even waardevol in de ogen van God. Er is een spreuk die zegt: Liefde = twee stromen die zich mengen zonder hun eigenheid te verliezen. Dat zegt God Zelf al in de Bijbel. Namelijk: doe het samen als man en vrouw, want je vult elkaar aan. En doe het in geloof als man en vrouw, want je hebt samen Mij nodig.

Vrouwen in het Nieuwe Testament

Dit jaar zal de Generale Synode van de GKV een belangrijke beslissing nemen over de vraag of vrouwen mogen dienen in de ambten van predikant, ouderling en diaken. Daarom organiseert GKV “Het Noorderlicht” iop dinsdag 24 en dinsdag 31 januari in Assen-Peelo twee thema-avonden voor belangstellenden uit heel Noord-Nederland (en daarbuiten) over het onderwerp M/V in de Bijbel en M/V in de kerk. Door op de link te klikken vindt u meer informatie en kunt u tot maandagavond 23/01 zich nog opgeven voor beide avonden.myriam-klinker-2

Op dinsdag 24 januari spreekt dr. M.P.G. Klinker-de Klerck over ‘M/V in de Bijbel’. De titel van haar lezing is “Ongeschikt, ondergeschikt of geschikt? Vrouwen in de wereld van het Nieuwe Testament” . Myriam is docent aan de T.U. in Kampen. Als voorstudie beveelt zij o.a. onderstaand artikel aan. Het is een samenvatting van het referaat dat zij gehouden heeft op de Bijbelstudiedag van de Gereformeerde Bijbelstudiebond op donderdag 15 mei 2014 in Groningen.

Vrouwen in het Nieuwe Testament

Als je op zoek gaat naar ‘de’ plek van vrouwen in het Nieuwe Testament, zijn je verwachtingen misschien groter dan het resultaat. Het beeld van vrouwen is namelijk niet eenduidig.

Allereerst ontmoet je in het Nieuwe Testament vrouwen die bij name worden genoemd, juist om de bijzondere rol die ze in het leven van Jezus of in de beginnende kerk vervullen Zo staat Maria letterlijk en figuurlijk aan de wieg van het christendom. Afbeeldingen van Maria tonen vaak een volwassen vrouw van rond de twintig. Maar het is goed te bedenken dat meisjes in het toenmalige Israël rond twaalfjarige leeftijd trouwden. Waarschijnlijk moet je dus ook bij Maria eerder denken aan een jong meisje. Haar ontvankelijke karakter – ‘laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’ (Lucas 1,38) – maakte het er niet makkelijker op. Want Maria stond niet alleen aan Jezus’ wieg, maar ook onder het kruis.

Jezus zelf, tijdens zijn openbaar optreden, schuwde het contact met vrouwen niet. Het bekende verhaal van de – verder onbekende – Samaritaanse vrouw bij de Jakobsbron laat dit wel zien. Johannes vermeldt terloops dat Jezus’ leerlingen zich erover verbazen dat Jezus met een vrouw in gesprek is. Ook neemt Jezus het tegen de Schriftgeleerden en Farizeeën op voor een vrouw die op overspel betrapt was (Johannes 8). Verder bevonden zich een aantal vrouwen in de kring rond Jezus. Lucas noemt er drie bij name: Maria uit Magdala, Johanna de vrouw van Chusas, Susanna – en, zegt Lucas, “nog tal van anderen” die uit hun eigen middelen voor Hem zorgden. (Lucas 8,2-3). Enkele van deze vrouwen gingen vroeg in de ochtend naar het graf. Zij werden de eerste verkondigers van de opstanding .

Ook bij de ontwikkeling van de eerste gemeenten speelden vrouwen een actieve rol, zeker toen de boodschap zich verspreidde buiten Palestina, het werkterrein van Paulus. Je kunt bijvoorbeeld denken aan Priscilla die zich samen met haar man Aquila voor het evangelie inzette. Maar ook vrouwen als Febe of Lydia blijken zeer actief bezig in de vroegchristelijke kerk.

Ten tweede spreekt het Nieuwe Testament ook wel over vrouwen als een ‘groep’, vooral wanneer Petrus of Paulus instructie aan hun adres richt. De apostel Paulus ‘zet vrouwen wel eens op hun plek’. Hij wil dat ze hun hoofd bedekken wanneer ze bidden of profeteren en dat ze zwijgen tijdens de kritische bespreking van de profetie. Verder verbiedt hij hun om te onderwijzen en daarmee gezag over een man uit te oefenen. Bij dit soort instructie keert één bepaalde gedachte steeds terug, namelijk dat vrouwen zich moeten onderschikken aan de man. Meestal is dan de eigen man bedoeld. Zo lees je in Kolossenzen 3,18: “vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer”. Dicht op het Grieks vertaald staat er: “vrouwen, onderschik u aan uw man zoals past in de Heer”.

Deze oproep tot onderschikking krijgt een heel eigen kleur tegen de achtergrond van de toenmalige samenleving. Daarover nu iets meer. Paulus beperkt zich niet tot de man-vrouw verhouding. Onderschikking was immers een normaal gegeven binnen het Grieks-Romeinse huishouden waarin hiërarchische relaties een belangrijke rol speelden. Paulus roept bijvoorbeeld ook slaven en kinderen op zich te onderschikken aan hun meester of vader, de ‘pater familias’. Het huishouden weerspiegelde de hiërarchische opbouw van de Grieks-Romeinse samenleving. Het patronagesysteem was van groot belang op sociaal, economisch en politiek gebied en vormde als zodanig het cement van de samenleving. Elke pater familias had een aantal zogeheten ‘cliënten’. Die rekende hij ook tot zijn huishouden. Als patroon zorgde hij ervoor dat zij economisch vooruit konden, bijvoorbeeld door financiële ondersteuning. In ruil daarvoor verwachtte hij ‘eerbetoon’. Zo werden cliënten geacht om hun patroon ‘s ochtends te begroeten en hem soms ook de hele dag te volgen, bijvoorbeeld naar het forum, of het badhuis. Maar vooral werd hun loyauteit verwacht bijvoorbeeld in de vorm van politieke steun. Al had een patroon nog zoveel cliënten, zelf was hij ook weer afhankelijk van iemand die hoger stond op de maatschappelijke ladder. Die hiërarchische ordening doortrok de hele samenleving.

Denken in termen van ordening en hiërarchie was overigens geen louter sociale zaak. Deze begrippen kleurden op een fundamenteler niveau het wereldbeeld van ‘de eerste eeuwer’. Zo geloofden de stoïcijnen in een goddelijk principe, de Logos, dat een bepaalde orde aanbracht in de werkelijkheid. Ze benadrukten dat elk mens zich moest inschakelen in deze ordening, op de hem of haar toegemeten plek. In het Nieuwe Testament is het de God van Israël die alles heeft ingesteld, bijvoorbeeld de wereldse overheden. Hieraan moet ieder mens zich onderschikken (!), aldus Paulus in Romeinen 13. Zo ook noemt Paulus de man het hoofd van de vrouw, Christus het hoofd van de man en God zelf het hoofd van Christus. Dit laatste laat zien waar het bij die onderschikking ten diepste om gaat: je schikt je in de toegemeten plek binnen Gods ordening en op die manier onder God zelf. Je geeft Hem de eer die Hem toekomt. Deze wetenschap geeft extra kleur aan een tekst als Efeziërs 5,22: “Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer”.

Wanneer Paulus en Petrus vrouwen oproepen om zich te onderschikken aan hun echtgenoten, sluiten zij aan bij het wereld- en maatschappijbeeld van hun tijd. Als een vrouw de haar toegemeten plek niet innam, was dit een gebrek aan eerbetoon, in de eerste plaats, sociaal gesproken, ten opzichte van haar man. Ze maakte hem te schande. Maar tegelijkertijd laten de apostelen zien waar alles om draait: zo’n houding is niet respectvol ten aanzien van God zelf en Heer Jezus Christus.

Dit is overigens niet de enige reden die het Nieuwe Testament aanvoert voor onderschikking. Wie de teksten met instructie aan slaven en vrouwen nauwkeuriger bekijkt, ziet dat de apostelen meer redenen hadden om tot onderschikking op te roepen. Zo laten de teksten ook een missionaire drijfveer zien. Een duidelijk voorbeeld met betrekking tot vrouwen is te vinden in 1 Petrus 3,1-2: “Voor u vrouwen, geldt hetzelfde: erken het gezag van uw man (letterlijk: ‘onderschik u’…). Dan zullen de mannen die weigeren Gods boodschap te aanvaarden daarvoor gewonnen worden door het gedrag van hun vrouw, zonder dat zij iets hoeft te zeggen, omdat ze zien hoe zuiver u leeft uit ontzag voor God”. De houding van onderschikking aan de eigen man had – in elk geval binnen de toenmalige culturele setting – een wervende werking! Of dit vandaag nog zo is…?

Het Nieuwe Testament biedt dus een gevarieerd beeld. Vrouwen worden bij name genoemd om de bijzondere rol die ze vervullen in het leven van Jezus of in de beginnende kerk. Vrouwen worden ook als ‘groep’ aangesproken en dan vooral als het gaat om instructie. In de discussie of een vrouw nu wel of niet een kerkelijk ambt kan vervullen worden deze beide soorten teksten (specifiek, actief, bijzonder versus algemeen, passief, ondergeschikt) nog wel eens tegen elkaar uitgespeeld. Toch ontmoeten ze elkaar in de gedachte van het leven uit ontzag voor God – in verbondenheid met de Heer Jezus Christus – met het oog op zijn koninkrijk. Petrus’ en Paulus’ oproep tot onderschikking komt voort uit hun overtuiging dat deze houding hoort bij een leven uit ontzag voor God en dé Heer. En ze wijzen op de wervende werking ervan. Ook Lydia, Febe, Priscilla, Junia en vele anderen doen wat ze doen vanuit hun verbondenheid met Jezus Christus, zodat het evangelie voortgang vindt op weg naar een grootse toekomst.

Literatuur
  • Bruggen, J. (van) “Een vrouw waar geen woorden voor zijn (Romeinen 16,1-2).” Pp. 51-60 in Folkerts, F.H., Houtman, P., Van de Kamp, P.W. (red.) Ambt en aktualiteit: opstellen aangeboden aan Prof. Dr. C. Trimp ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederand op 2 december 1992. Haarlem: Uitgeverij Vijlbrief, 1992.
  • Cohick, L.H. Women in the World of the Earliest Christians. Illuminating Ancient Ways of Life. Grand Rapids – Michigan: Baker Academic, 2009.
  • Houwelingen, P.H.R. (van) “Lydia: De Heer opende mijn hart.” De Reformatie 89 (2013): 92-95
  • Houwelingen, P.H.R. (van) “Junia: een vrouwelijke apostel?” Pp.52-54 in Houwelingen, P.H.R. (van), Sonneveld, R. (red.)Ongemakkelijke teksten van de apostelen. Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 2013.
  • Klinker – De Klerck, M. Als vrouwen het Woord doen. Over Schriftgezag, hermeneutiek en het waarom van de apostolische instructie aan vrouwen. TU-Bezinningsreeks 9; Barneveld: De Vuurbaak, 2011.
  • Lampe, P. “Paul, Patrons, and Clients.” Pp.488-523 in Paul in the Greco-Roman World. J.P. Sampley. Harrisburg: Trinity Press International, 2003.
  • Osiek, C., and D.L. Balch. Families in the New Testament World. Households and Housechurches. Louisville – Kentucky: Westminster John Knox Press, 1997.
  • Winter, B. W. Roman Wives Roman Widows. The Appearance of New Women and the Pauline Communities. Grand Rapids –Cambridge: Eerdmans, 2003.

Een kleine stap in een bepaalde richting: een vrouw op de kansel in de GKV

Ineke Baron preekt in GKVZondag 31 mei 2015 is het zover. Ineke Baron, lid van de GKV van Haulerwijk en gevangenispastor in Veenhuizen, mag de preek verzorgen in een kerkdienst van haar eigen gemeente. Ze doet dit in het kader van haar stage, want ze volgt een opleiding theologie (eerst aan de Theologische Universiteit in Kampen en nu aan het Baptisten Seminarium in Amsterdam) en daar hoort ook het maken én houden van preken bij. Omdat deze stagepreken op video moeten worden vastgelegd en dat in de gevangenis van Veenhuizen niet is toegestaan, heeft Ineke gevraagd of zij, onder verantwoordelijkheid van de kerkeraad en de predikant die voorgaat, de preek mag verzorgen. Daarin heeft de kerkeraad van Haulerwijk na zorgvuldig onderzoek toegestemd.

‘Het is maar stage’ of ‘de strijd is nu beslecht’?

In de landelijke pers werd het nieuws gisteren, 4 maart 2015, bekend en ook meteen, gevraagd of ongevraagd, van kommentaar voorzien. Volgens het Nederlands Dagblad heeft ds. Paul Voorberg, in 2014 voorzitter van de Generale Synode, geen moeite met dit besluit. Het staat, zegt hij, “duidelijk in het kader van haar opleiding en niet in het teken van de vrouw in het ambt, dus laten we hier niet teveel aan ophangen.” Een heel ander geluid laat JT horen op de site werkenaanheid. Hij stelt (overigens onder de nogal denigrerende kop Ach, alleen maar een onderdeeltje van haar opleiding…?) dat nu in de praktijk de wissel richting de vrouw in het ambt is omgegaan. Want Ineke Baron heeft het verzoek ingediend om te mogen preken in een officiële kerkdienst. Zij wil dus graag Gods Woord verkondigen in een publieke eredienst. Volgens de Heidelbergse Catechismus is de verkondiging van het heilig evangelie in de kerkdienst één van de sleutels van het koninkrijk der hemelen. Nu mag een vrouw tijdens haar stageperiode voorgaan in het brengen van Gods Woord vanaf de kansel. Als je dat toestaat, wordt het wel heel moeilijk om uit te leggen dat een vrouw dat in andere situaties niet mag.

Ik denk de “werkenaaneenheid” hierin gelijk heeft. Als je als kerkeraad iemand toestemming geeft om in het kader van een preekstage op zondag voor te gaan in de kerkdienst, laat je hem of haar publiek Gods Woord verkondigen. Dat vind ik toch echt een andere setting dan een proefpreek die een student in de collegezaal houdt. Preken op zondag is toch duidelijk een stap verder. Dan ga je voor het ‘eggie’. Vroeger noemden we dat spreekconsent en moest je daar bij de classis eerst een examen voor afleggen. Tegenwoordig mogen studenten alleen in gemeentes preken als ze door de Universiteit hiertoe geschikt bevonden zijn. En die stage-preken staan allemaal in het kader van de opleiding tot predikant binnen de GKV (of het nu gemeentepredikant of gevangenispredikant is).

Er wordt wél een stap gezet

De kerkeraad van Haulerwijk zegt, dat hij met synode om nog geen ruimte te laten voor vrouwelijke ambtsdragers, ter discussie wil stellen. En dus verbaast de raad zich erover, dat dit zo breed uitgemeten wordt in de pers. Formeel heeft men in Haulerwijk gelijk. Ineke Baron is niet aangesteld tot ambtsdrager. Ze heeft alleen maar een stageadres nodig in het kader van haar opleiding  tot gevangenispredikant. Maar daarmee kun je niet zeggen: en dus is er niets aan de hand. Voor het eerst krijgt binnen de GKV een vrouw officieel toestemming van een kerkeraad om vanaf de kansel het evangelie te verkondigen. Onder begeleiding van een predikant, dat wel, maar dat gaat altijd zo in een stageperiode. (Even tussen haakjes: Ineke Baron zal volgens het ND alleen het inhoudelijke deel voor haar rekening nemen – dat zal toch betekenen dat ze hele dienst leiden? Want ik neem aan dat de zegen, het gebed, de bijbellezing en de liedkeus net zo inhoudelijk zijn als de preek zelf) Daarmee wordt, of men het nu wil of niet, een bepaald signaal afgegeven, namelijk: binnen de GKV mogen vrouwen in principe voorgaan in kerkdienst. De kerkeraad van Haulerwijk kan niet oprechte verbaasd zijn over alle aandacht die men nu krijgt, tenzij men grenzeloos naïef geweest is in het verlenen van toestemming aan Ineke Baron om te mogen preken. En dat is niet het geval, heb ik begrepen, want ze zijn niet over één nacht ijs gegaan.

Een klein stap in Haulerwijk – een grote stap binnen de GKV?

Je kunt er van alles van vinden, van dit besluit. Hoe je het ook wendt of keert , een vrouw gaat het woord doen op zondag 31 mei in de morgendienst die door de kerkeraad de GKV van Haulerwijk belegd wordt. De een zal het een teken van zorgvuldigheid vinden. De ander een teken van verval. Zelf zie ik het zo: we zitten als GKV-kerken in een proces waar we pas echt aan begonnen zijn met het rapport M/V uit 2013 en alles wat dat losmaakte op de Generale Synode van 2014  en binnen de kerken. Nu wordteen stap gezet die een bepaalde richting uitwijst. Die stap sluit aan bij het advies dat prof. dr. A.L.Th de Bruijne aan de GS van 2014 pleitte ervoor, dat de synode de noodzaak zou erkennen “om vrouwen meer dan tot nu toe gebruikelijk in te schakelen bij taken die begrepen kunnen worden in het verlengde van Bijbelse taken waarin vrouwen ook al deelden (prediking, pastoraat, organisatie, vergaderen)” en uit te spreken dat de plaatselijke kerken in beginsel vrij zijn om daarin stappen te zetten.” Tegelijk vond hij dat de synode de plaatselijke kerken moeten oproepen “om daarbij zoveel als mogelijk nog terughoudend te zijn met de neiging dergelijke taken te institutionaliseren tot ‘ambt’ en te wachten op bredere consensus binnen de kerken als geheel (in welke richting dan ook).”

Ik denk dat de kerkeraad van Haulerwijk zich helemaal in het spoor van dit advies begeven heeft.

Mijn eerdere blogs over de diskussie rondom de vrouw in het ambt zijn:

Welke G/geest is er uit de fles? – 20 mei 2014; Geestelijke wijsheid i.p.v. ongeduld of afstel bij vrouw in ambt – 9 juni 2014; Appel aan de synode over het besluit ‘M/V in de kerk’ – 17 juni 2014

Appel aan de synode over besluit ‘M/V in de kerk’

Onderstaand appel verstuurden we gisteren naar de synode van de GKv. Vertrouwend op de Heer en elkaar hebben we de verwachting dat we er in onze kerken uitkomen, ook als het spannend is en je elkaar niet op voorhand vindt. Vandaag staat er in het ND een kort bericht naar aanleiding van dit appel.

 

Rotterdam, Assen, Delft, Oegstgeest
Maandag 16 juni 2014

 

Appel aan de synode GKv 2014, bijeen te Ede

Geacht moderamen, geachte afgevaardigden van de synode

Op donderdag 5 juni hebt u besluiten genomen in het veelbesproken onderwerp ‘Man en vrouw in de kerk’.

Met u zijn wij van mening dat het op dit moment niet mogelijk is in onze kerken om inhoudelijk een knoop door te hakken als het gaat om de vraag of vrouwen tot de ambten kunnen worden toegelaten. De discussie is niet uitgekristalliseerd. Dat blijkt onder meer uit de diversiteit aan ingenomen standpunten in o.a. het aan u uitgebrachte rapport en de aan u uitgebrachte adviezen over dit onderwerp.

Met het oog op een goed vervolg van dit belangrijke onderwerp willen we aandacht vragen voor wat gezegd wordt bij besluit 2, vooral de grond voor dat besluit. U spreekt daar van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw en verschil in verantwoordelijkheid.

De grond onder dit besluit doet volgens ons geen recht aan de diversiteit van het gesprek zoals dat sinds 2005 is gevoerd. Ons inziens is er op dit moment niet veel meer te zeggen dan dat we er als kerken inzake ‘Man en vrouw in de kerk’ niet samen uitkomen.

Met het oog op de toekomst vinden we het belangrijk dat het dan ook zo gezegd wordt. Het uitzetten van een tweetal denklijnen (gelijkwaardigheid en verschil) met de nadrukkelijke bepaling dat deze beide lijnen verdisconteerd dienen te worden wekt de indruk dat we er in een open gesprek niet zouden kunnen uitkomen. Die onzekerheid of angst is contraproductief en kan het toekomstige gesprek op een hinderlijke manier beïnvloeden.

Met het oog op de toekomst is het juist van belang dat we vol vertrouwen verder kunnen discussiëren en zo open mogelijk luisteren naar wat de Heer vandaag tegen ons zegt.

We vragen u dan ook om nog tijdens deze synode uit te spreken dat we op dit moment inzake ‘Man en vrouw in de kerk’ er samen niet uitkomen en dat we verwachten dat we, als we blijven luisteren naar en argumenteren vanuit de Schrift, deze verlegenheid zullen overwinnen.

Uiteraard zijn we bereid dit appel toe te lichten.

We zien uw reactie graag tegemoet.

In Christus verbonden,

Matthijs Haak, Ernst Leeftink, Simon van der Lugt, Robert Roth