Zou Hij vandáág …? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 20)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 20

Zou Hij vandáág…?

vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden – Ik hoorde eens over een meisje dat iedere morgen, als ze de gordijnen van haar slaapkamer open deed, met verwachting naar de lucht keek: ‘Zou er iets bijzonders te zien zijn? Zou Jezus vandáág terugkomen?’

Wij vinden zoiets misschien grappig, een beetje gek ook wel. In ieder geval denken wij er meestal níet zo over. Wij zien vaak helemáál niet uit naar de weder­komst van de Here Jezus. Hoe dat komt? Ik denk onder andere doordat de wederkomst te maken heeft met iets dreigend­s: het oor­deel. Stiekem denken we dat Jezus dan dingen gaat doen waar wij het niet mee eens zullen zijn.

Daar klopt natuurlijk niks van. Het oordeel van de Here Jezus zal 100% rechtvaardig zijn. Iedereen zal het er volkomen mee eens zijn. Ja, zelfs de mensen die ver­oordeeld worden, zullen er niks tegenin kunnen bren­gen. Bij het oordeel wordt alles wat scheef was rechtgezet. Daarom schrijft Psalm 98 er zelfs heel enthousiast over: ‘Wees blij, want de HEER komt eraan om de wereld te oordelen.’ Dat kleine meisje had dus wél gelijk…

Lezen: Psalm 98

Let er in deze psalm op wat er over God wordt gezegd. Wat heeft Hij allemaal gedaan en wat gaat Hij doen? Wat zou je Hem daarover willen zeggen of vragen?

Advertenties

Iedereen nog één keer publiek aan de schandpaal op de dag dat Jezus terugkomt?

In het voorjaar van 2018 preekte ik over de terugkomst van Jezus, onze Heer. Uitgangspunt voor de preek waren Openbaringen 20:11 t/m 21:8 en de Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 37 van  over ‘Het laatste oordeel’ (hier na te lezen). Als Jezus terugkomt, zal Hij als Rechter optreden. Dan zullen voor deze grote Rechter persoonlijk verschijnen alle mensen die ooit geleefd hebben: mannen, vrouwen en kinderen (NGB art. 37). Dan worden de boeken geopend en zal iedereen nog één keer voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven gedaan heeft, of het nu goed is of slecht (2 Korintiërs 5:10).

Ik kreeg hier via de mail een vraag over van een gemeentelid:

Je legde uit dat op de jongste dag de boeken worden opgedaan en al je zonden bekend worden gemaakt. Maar als je je zonden belijdt tegenover Jezus en je vergeving vraagt dan geeft hij dat toch en gooit de zonden in “de diepste zee”? Het kan toch niet zo zijn dat God op de jongste dag je zonden als het ware weer uit de zee vist en je er alsnog aansprakelijk voor stelt? Wat heeft het vragen voor vergeving dan nog voor zin? Dat lijkt mij zo wrang.

Wederkomst 04 bazuinenDeze vraag vind ik heel herkenbaar. In art 37 van de NGB zegt niet voor niets: Terecht is de gedachte aan dit oordeel schrikwekkend en angstaanjagend. De NGB kan er wel bij zeggen, dat dat alleen geldt voor de slechte en goddeloze mensen, maar ook als gelovige moet je er toch niet aan denken dat alles wat je in je levenstijd op aarde gedaan en gedacht hebt, nog een keer op een groot scherm verschijnt. Waar zou dat goed voor zijn? Bij God geldt toch: vergeven = vergeven? Daar komt Hij toch nooit meer op terug?

Hier worden meestal twee antwoorden op gegeven. Die verschillen wel een beetje van elkaar, maar vullen elkaar ook aan.

Het eerste antwoord is, dat als Jezus bij zijn terugkomst voor de laatste keer aan iedereen laat zien, dat zijn oordeel volstrekt rechtvaardig is en dat wie met Hem mee mag om voor eeuwig op de nieuwe aarde te leven, dat volledig aan zijn genade te danken heeft en Hem daar ook echt dankbaar voor is. Dus wordt alles, maar dan ook echt alles, nog één keer benoemd. Voor de gelovigen is dat geen reden voor nieuwe angst, maar het geeft hun een nog dieper besef van blijdschap en dankbaarheid voor hun redding door Jezus Christus alleen. En omgekeerd is het voor de ongelovigen ook meteen duidelijk dat er geen mensen voorgetrokken worden, want het oordeel valt voor iedereen negatief uit: geen mens krijgt toegang tot de hemel omdat hij of zij het verdiend heeft. ‘Niet door rechtvaardige daden, maar door het bloed van het Lam’ Opwekking 369).

Wederkomst 02Het tweede antwoord is, dat als de boeken geopend worden, er geen publieke, openbare bekendmaking volgt. Dus geen groot scherm in een bomvol stadion waar iedereen nog eens van iedereen te horen en te zien krijgt wat je allemaal gedaan, gezegd en gedacht hebt tijdens je leven op aarde. Je moet het, volgens deze opvatting, eerder zo zien, dat Jezus met alle mensen persoonlijk hun levensboek nog een keer doorneemt en daar zijn conclusie en eindoordeel aan verbindt. Voor de ongelovigen is er dan geen ontkomen meer aan: zij hebben Jezus altijd verworpen en zullen nu door Jezus voor altijd verworpen worden. Voor de gelovigen is dit persoonlijke gesprek wel confronterend, maar niet bedreigend: ze krijgen te horen dat ze met vallen en opstaan toch altijd God aanbeden en op Jezus vertrouwd hebben. Hij is de reden van hun redding. Hij is de reden dat zij mogen ingaan tot het feest van hun Heer.  In de Bijbel lees je bv. dat Jezus na zijn opstanding persoonlijk is verschenen aan Petrus, die Hem drie keer verloochend had – onder vier ogen. En persoonlijk aan zijn tot dan toe ongelovige broer Jakobus – onder vier ogen. In de ‘Kronieken van Narnia’ beschrijft C.S. Lewis hoe het broertje Edmund, die overgelopen was naar de witte Tovenares, toch ook door Aslan gered wordt, nadat Aslan met hem een gesprek gehad had – onder vier ogen. Oftewel: mijn levensboek gaat nog een keer open, maar het blijft onder ons – onder Jezus en mij.

Wederkomst 03Uiteindelijk geeft een ander boekje de doorslag: “Het boek van het leven”. Daar staan de namen van alle gelovigen. De uitdrukking ‘het boek van het leven’ komt negen keer voor in de Bijbel. Eén keer in het Oude Testament, in Psalm 69:29. Daar vraagt David op de HERE de goddeloze mensen wil uitsluiten van zijn genade en hun namen wil schrappen uit ‘het boek van het leven’. In het Nieuwe Testament zegt Paulus in Filippenzen 4:3 dat de namen van de mensen die zich hebben ingezet voor het evangelie van Christus, in ‘het boek van het leven’ staan. De andere zes keer komt de uitdrukking ‘het boek van het leven (van het Lam)’ in het laatste Bijbelboek voor (Openbaringen 3:5, 13:8, 17:8, 20:12, 20:15, 21:27 – in sommige vertaling staat het ook nog in Openbaring 22:19, maar daar staat in het Grieks ‘boom van het leven’).

Uit die zes passages komt duidelijk naar voren dat de mensen die niet in God en Jezus willen geloven, aanbidden vol verwondering het beest en dragen zijn merkteken (Opb. 13:8+12, 16:2, 17:8). Maar de namen van de gelovigen staan in het boek van het leven geschreven, zodat ze het vol houden om tegen de verdrukking en verleiding in van Jezus te blijven getuigen. Jezus Zelf belooft, dat Hij hun namen daar niet uit zal schrappen (Opb. 3:5). Sterker nog: die namen stonden al vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven, het boek van het Lam dat geslacht is (Opb. 13:8). Dit is de meest uitgebreide omschrijving van het boek van het leven. Het geeft elke gelovige maximale zekerheid over het feit dat ze straks voor altijd bij Jezus mogen zijn (dat ligt al vast vanaf het begin van de wereld) en het benadruk nog een keer de reden waarom ze voor altijd bij Jezus mogen zijn (Hij is het Lam dat voor hun zonden geslacht is).

Wederkomst 01Iedereen die dat gelooft, hoeft in dit leven voor de duivel niet bang te zijn en hoeft op de dag dat Jezus terugkomt om over alle levenden en doden het oordeel uit te spreken ook niet bang te zijn om alsnog veroordeeld te worden. De boeken die dan geopend worden maken namelijk voor de laatste keer overtuigend duidelijk dat Koning Jezus voorgoed is terugkomen om echt alles recht te zetten. Alle ongerechtigheid in de wereld en alle onvolkomenheid in het leven van Gods kinderen. Dus kan art. 37 van de NGB eindigen met deze prachtige zin: Daarom verwachten wij die grote dag met sterk verlangen, om ten volle te genieten van de beloften die God ons gegeven heeft in Jezus Christus, onze Heer.

Of hiermee alle vragen beantwoord zijn? Nou, nee dus. Het gemeentelid reageerde:

Dank voor je reactie. Het blijft moeilijk hoor. In beide antwoorden roept God ons ter verantwoording met als verschil dat bij optie 1 het publiekelijk gebeurt en bij optie 2 niet. Bij beide opties liggen de zonden dus niet in de diepste zee (zoals in Micha staat)? Dat staat er toch ook niet voor niks?  Eigenlijk kan ik er niet bij. Waarom zal God dat zo bij zijn kinderen willen doen? Waarschijnlijk komen we er niet achter en zullen we het vanzelf gaan zien …

Dat laatste vind ik mooi … als je het niet rond krijgt, erop vertrouwen dat we de reden ervoor later wel te horen krijgen. Je hoeft niet alles van God te snappen om toch op Hem te vertrouwen.

Avondmaal, Witte Donderdag en de kerkelijke feestdagen

“Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.”

Lukas is de enige evangelist die deze woorden van Jezus onze Heer vermeld, toen Hij voor het eerst het Avondmaal met de apostelen vierde op de avond voor zijn dood. Van hem heeft ook Paulus het gehoord, en dus haalt Paulus deze woorden van de Heer letterlijk aan als hij de christenen in Korinte opdraagt het Avondmaal te vieren: “Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.” (Lukas 22:19b / 1 Korintiërs 11:24b)

Hoe doe je dat, Jezus gedenken als je het Avondmaal viert?

Bedenk als eerste, dat onze Heer tijdens het Joodse Pesach aan zijn volgelingen deze opdracht gegeven heeft. Zo maakt Hij duidelijk: Ík ben het Paaslam dat geslacht is. Pesach is het bevrijdingsfeest uit de slavernij van Egypte. Maar het verwijst naar een andere bevrijding: die uit de macht van de zonde. En zoals de Israelieten zichzelf niet konden bevrijden uit de slavernij van Egypte: God moest dat doen, door het bloed van een lam! – zo kan niemand zichzelf bevrijden uit de macht van de zonde: Jezus moet het doen, door zijn dood aan het kruis!

Al Shabi AvondmaalMaar waar denk je dan precies aan, als je aan het Avondmaal je Heer Jezus gedenkt?

  1. Denk aan het Kerstfeest. Bij het Avondmaal staat de geboorte van Jezus centraal. Dan zie je, hoe veel God van zijn wereld en van jou en mij houdt. Jezus daalde neer van zijn troon om mens te zijn. Om zijn leven met ons te delen. Om ons leven over te doen in volmaakte gehoorzaamheid. Denk daar aan.
  2. Kruis Muur AssenDenk aan Goede Vrijdag. Bij het Avondmaal staat de kruisiging van onze Heer centraal. Logisch, zul je zeggen. Maar bedenk ook telkens weer aan, dat de dood van Gods Zoon laat zien hoe diep de zonde in jou en mij zit. Zo diep als Jezus ging – tot in de dood; zo diep zit de zonde ons in het bloed – het leidt tot de dood, lichamelijk en voor de eeuwigheid. Tenzij je gelooft, dat Jezus dat allemaal van ons overgenomen heeft. Dat kostte Hem zijn leven. Denk daar aan.
  3. Denk aan Pasen. Bij het Avondmaal staat de opstanding van Christus centraal. Daar deed Hij het voor: om ons weer terug bij God te brengen. Daar gaat het Hem om: dat ook wij opgewekt voor God leven. Denk daar aan.
  4. Denk aan Hemelvaart. Bij het Avondmaal staat de hemel open. Want daar is Jezus, mens als wij, aan Gods rechterhand. Ook wij mogen nu met vrijmoedigheid naar Gods troon toegaan. Denk daar aan.
  5. Denk aan Pinksteren. Bij het Avondmaal staat de Geest van Christus centraal. Door aan onze Heer te denken, versterkt Hij Zelf ons geloof. Hij bemoedigt ons met kracht in onze ziel. Denk daar aan.
  6. Denk ook aan zijn terugkomst. Bij het Avondmaal hoort ook het verlangen naar de grote dag. Daarom geeft Jezus, onze Heer, ons ook deze opdracht. Zo houden we de moed erin. Straks wordt het perfect. Dan komt Hij terug op de wolken en zullen wij Hem zien zoals Hij werkelijk is. Dan wordt het leven pas echt een feest. Denk daar aan.

Aan het Avondmaal denken we aan Jezus Christus onze Heer door van het brood te eten en van de wijn te drinken. Wees je ervan bewust waarom je dat doet. Wees blij met Kerst, met Goede Vrijdag, met Pasen, met Hemelvaart en met Pinksteren. Laat het zien en kom er voor uit dat Jezus Christus alles voor je is. En durft vooruit te kijken. Vier het Avondmaal tot zijn gedachtenis en totdat Hij komt!

 

Zicht op de hemel – een christelijke kijk op Bijna-Dood-Ervaringen

Tegenwoordig hoor je vaker dan vroeger dat mensen een ‘Bijna-Dood-Ervaring’ (BDE) gehad hebben. Dat gebeurt vaak als ze onder narcose zijn geweest of in coma of tijdens een hartstilstand. Achteraf vertellen ze dan dat ze in de hemel geweest zijn of in elk geval iets van de hemelse heerlijkheid ervaren hebben. Zulke verhalen trekken de aandacht. Ook of misschien wel juist van christenen. Want wij geloven echt in het bestaan van de hemel.

In het pastoraat heb ik vaak mensen horen zeggen na het overlijden van hun man of vrouw of van een ouder, een kind of een andere geliefde: ‘Als we maar even in de hemel zouden mogen kijken hoe het daar is’. Die diepe wens is geen pure nieuwsgierigheid. Het is eerder intense betrokkenheid. Want er zijn hier op aarde banden doorgesneden. Maar juist als je gelooft in God en in Jezus Christus, weet je ook, dat het met de dood niet afgelopen is. De Heidelbergse Catechismus zegt het in Zondag 16 nogal droogjes: ‘Onze dood is alleen maar een doorgang naar het eeuwige leven.’ Tegelijk is dat wel een hele troostvolle werkelijkheid. Voor Gods kinderen eindigt het leven niet bij de dood. Als je in dit leven je vertrouwen op Jezus Christus stelt, word je bij je sterven door de engelen opgehaald en bij God thuis gebracht in de hemelse heerlijkheid! Als dat geen houvast geeft en hoop biedt in alle verdriet en vragen en eenzaamheid als je iemand voorgoed missen moet hier op aarde. Geen wonder dat je dan wel even een blik in de hemel zou willen werpen om te weten hoe het daar is.

Bestseller

In christelijke kring werd het boek ‘De jongen die in de hemel was’ een ware bestseller toen in 2013 uitgeverij Plateau de rechten overnam. In 2014 werd het boek verfilmd onder de titel ‘Heaven is for real’. Het boek en de film vertellen het (volgens de vader en schrijver Todd Burpo) waargebeurde verhaal van zijn zoon Colton, een kleuter van vier, die tijdens een zware operatie op het randje van de dood zweefde. Na de operatie vertelt hij stukje bij beetje dat hij in de hemel was geweest en daar Jezus had gezien, maar ook zijn overgrootvader en zijn zusje die hij allebei nooit gekend had. Een echte BDE dus.

In 2014 verscheen het boek Na dit leven van de neurochirurg Eben Alexander. Hij kreeg een zeldzame vorm van hersenvliesontsteking en raakte daardoor zeven dagen in coma. Toen hij weer bijkwam, vertelde hij dat zijn bewustzijn in die periode een reis door het universum maakte. In dat universum is God alomtegenwoordig en is elk deeltje van Hem doortrokken. De goedheid en de liefde zijn het hart en de ziel van het ware universum en het kwaad is niet in staat dat aan te tasten. De kern van zijn BDE herhaalt hij verschillende malen: ‘Er wordt van je gehouden, je hoeft niet bang te zijn en je kunt niets fout doen.’

In Nederland schreef de hartchirurg Pim van Lommel al in 2007 het populair-wetenschappelijke boek Eindeloos bewustzijn. Hij heeft heel veel BDE’s verzameld en geanalyseerd en komt tot de conclusie dat ons bewustzijn niet door onze hersenen geproduceerd wordt, zoals de meeste wetenschappers zeggen, maar dat onze hersenen het kanaal zijn voor ons bewustzijn. Dat bewustzijn van ons is onderdeel van een veel grotere, alomvattende geestelijke werkelijkheid. Mensen die daarna toch weer terugkomen in dit leven zijn het meest onder de indruk van de overweldigende liefde en volkomen acceptatie die in de bovennatuurlijke werkelijkheid ervaren wordt. Die hebben ze zo intens beleefd, dat ze er amper over kunnen vertellen. Maar daardoor staan ze na hun BDE vaak wel volledig anders in het leven: veel positiever, minder angstig, met meer rust en vredelievender.

PAULUS

‘Zicht op de hemel’ – zo zou je, als je de mensen die het hebben meegemaakt, een BDE kunnen noemen. Maar wat kun je daar nou mee? De één bekijkt het puur wetenschappelijk (Pim van Lommel). De ander zegt dat het kwaad alleen maar op dit kleine stukje van het grote universum aanwezig is en dat goddelijke liefde in de rest van het universum zo overweldigend is, dat de kracht daarvan nu al sterker is dan elke verschrikkelijke ziekte of elk wreed kwaad (Eben Alexander). En Colton Burpo zegt dat in de hemel de Heer Jezus centraal staat en dat daar alleen maar mensen toegelaten wordt die op aarde ook echt van Hem gehouden hebben. Dus wat moet je met zulke verhalen? Hoeveel waarde heeft het voor jezelf? En hoeveel geloof moet je er aan hechten als je anderen over hun BDE hoort vertellen?

Ik denk dat wat Paulus in 2 Korintiërs 12:1-10 beschrijft, heel goed een BDE geweest kan zijn. Uit zijn verhaal kun je een paar dingen afleiden.

1/ Een BDE laat een onuitwisbare indruk na. Paulus is het z’n leven lang niet vergeten wat hij allemaal in de derde hemel heeft gezien en gehoord. Die ervaring is heel waardevol. Vooral voor iemand zelf. Maar ook voor z’n omgeving.

2/ Het geloof in de hemel hangt niet van een BDE af. Sterker nog, Paulus is er juist heel terughoudend in om met zulke verhalen het Evangelie van Jezus Christus kracht bij te zetten.

3/ Paulus maakt een bijzondere ervaring mee. Dat zie je vaker in de Bijbel. God doet wonderen en geeft tekenen. Dat kun je, als het een BDE betreft, wegzetten als een proces in je hersenen. Maar is het terecht om op voorhand alles weg te verklaren? Ik denk het niet. Als het om deze ‘hemelse inkijkjes’ gaat moet ik denken aan wat de Heidelbergse Catechismus in Zondag 22 zegt: ‘Het is in geen mensenhart opgekomen.’ Dat geldt ook voor een BDE. Dat bedenk je niet. Het overkomt je. Dan mag je God daar toch ook dankbaar voor zijn?

4/ Het controlepunt bij elke BDE is voor mij de Bijbel. Als Stefanus moet sterven, ziet hij de hemel openstaan en de heerlijkheid van God en Jezus als Mensenzoon aan Gods rechterhand staan. Dus in de hemel is de Heer. Als die niet meer centraal staat, is heel zo’n verhaal ongeloofwaardig en zelfs erg riskant. Want dan gaan mensen op hun gevoel af. Terwijl, zegt Jezus in het verhaal van de arme Lazarus, de mensen op aarde aan Gods Woord genoeg hebben. Daarin gaat het om Jezus Christus. Of, zoals Colton in het boek (helaas niet in de film) een paar keer zegt als iemand overleden is: “Heeft die meneer Jezus gekend, papa? Dat moet, dat moet! Anders komt hij niet in de hemel.”

5/ Als gereformeerde christenen belijden we dat we God op twee manieren kunnen leren kennen: in z’n algemeenheid door zijn schepping en in het bijzonder door zijn Woord. Die twee zijn in principe niet met elkaar in strijd zijn, maar vullen ze elkaar aan. Dat geldt zowel voor de protologie als voor de eschatologie. Daarbij heeft de Bijbel het laatste woord. In de Bijbel gaat het niet alleen over Gods liefde, maar ook over vergeving en gerechtigheid die beiden door Jezus Christus worden gebracht en bewerkt.

GENADE

Eben Alexander trekt op grond van zijn BDE de conclusie dat het kwaad hier op aarde niets voorstelt omdat in de rest van het universum de liefde van het goddelijke Al allesomvattend en allesdoordringend is.

Pim van Lommel gelooft slechts in een a-religieus alomvattend bewustzijn dat er vooral toe leidt dat mensen in dit leven nog meer benadrukken hoe belangrijk onvoorwaardelijke liefde en acceptatie zijn.

Bij deze laatste twee benaderingen is er geen sprake van dat mensen vergeving, verzoening en genade nodig hebben. Wat mij bij Paulus opvalt is dat hij juist niet de liefde, maar de genade benadrukt nadat hij heel voorzichtig over zijn hemelse ervaring gesproken heeft. Die ervaring is overweldigend. Dus kun je zomaar denken: alles is liefde. Maar in de hemel is alles alleen maar liefde, omdat God de Vader en Jezus Christus daar centraal staan. En het is hun genade dat Zij ons in hun liefde willen laten delen. En soms … soms mogen mensen al iets van die hemelse heerlijkheid ervaren.

Dit artikel is gepubliceerd in ‘Pro Ministerio’, het blad van de vereniging van predikanten bij de Gereformeerde Kerken in Nederland, jaargang 46, nummer 2, mei 2017. Een iets uitgebreidere versie plaatste ik in 2016 onder de titel Paulus – de man die in de hemel was.

HAASTIGE SPOED in 2016

Anna en Meinke Weerstand hebben ijzelpret

Anna en Meinke Weerstand hebben ijzelpret

Toelichting: ondanks de ijzel ging de Middagpauzedienst in de Bethelkerk in Assen gewoon door. Tien dappere aanwezigen trotseerden de gladheid. Ongeveer 25 à 30 anderen die normaal ook aanwezig zijn, durfden het blijkbaar niet aan – wat zeer verstandig is. Voor hen en voor wie het verder interessant vindt, volgt hier de tekst van de overdenking van de eerste Middagpauzedienst in 2016.

Openbaring 22 : 7, 12, 20 “Ik kom spoedig!” “En zie, Ik kom spoedig!” “Ja, Ik kom spoedig!”

Geliefde mensen, de kop is eraf. Met veel vuurwerk hebben we het nieuwe jaar ingeluid. En daarna begon het hier in het Noorden eindelijk een beetje winter te worden met al die ijzel. Het is alweer zes dagen 2016.

Wat zal het nieuwe jaar ons brengen? Hoe ziet het er uit? Niemand van ons weet het ware antwoord. We staan nog maar op de drempel van 2016. Eén ding weten we wel zeker: niets kan ons scheiden van Chris­tus. De Here Jezus heeft dat ééns gezegd, vlak voor zijn afscheid: ‘En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ (Matteüs 28:20) Het is goed om dat tot ons te laten doordringen aan het begin van het nieuwe jaar. Wat is uw goede voornemen? Wat zal het nieuwe jaar voor jou brengen? Veel mensen zeggen: afwachten maar. Maar in dit laatste hoofdstuk van de bijbel staat iets heel anders. Daar zegt Jezus maar liefst drie keer: ‘Ik kom spoe­dig!’ Met die belofte wordt iedere keer een stukje van dit hoofdstuk afgesloten. Je kunt je afvragen: waarom herhaalt Jezus deze belofte? Omdat wat drie keer gezegd wordt, vast en zeker is. De herhaling is geen teken van onzekerheid, maar bevestigt en onderstreept juist de zekerheid. Je hebt het toch zeker wel gehoord? ‘Ja, Ik kom spoedig’, dat zegt de Here Jezus!

Vandaag zien we elkaar (ook al is het vanwege de gladte maar met z’n elven) voor het eerst in 2016 weer in de Middagpauzedienst. Een goede gelegenheid om onszelf en elkaar te herinneren aan de belofte van Chris­tus’ terugkomst. Hij zegt het immers Zelf: ‘Zie, Ik kom spoedig!’ Bij elk jaar gebruiken we de uitdrukking –vroeger meer dan tegen­woordig– Anno Domini. Dat betekent: in het jaar van onze Heer. We leven nu Anno Domini 2016 na de geboorte van Christus. Maar je kunt het ook omkeren en zeggen: we leven in het zoveelste jaar vóór de terugkomst van onze Heer. Alleen kunnen we er dan geen jaartal opplakken, omdat we niet precies weten, wannéér Hij terugkomt. Maar zelfs al zou Hij dit jaar nog niet weerkomen, het is wel een jaar van de nadering van zijn komst. Want die dag komt steeds dichter bij. Elly en Rikkert, die zoveel kinderliedjes gemaakt hebben, brengen het zo onder woorden: ‘Elke dag een stapje dichter bij die dag, elke dag een stapje dichterbij. Stapje voor stapje, ’t is niet veel, maar snap je, wij zijn elke keer een stapje dichter bij de Heer.’

Van 2015 naar 2016 betekent: we zijn weer een jaar dichter bij de Heer! Daar kun je op twee manieren mee omgaan. Afwachten of verwachten. Dat eerste, dat is toch niet de goede houding. Afwachten heeft iets pas­siefs. Je ziet wel wat er gebeuren gaat, en laat het allemaal over je heenkomen. Je kunt er verder toch niets aan doen. Maar voor je het weet, interesseert het je ook niet meer zo en hou je je er ook niet meer zo mee bezig. Geloven wordt iets voor straks. Een levensverzekering voor de eeuwigheid. Gaat het vaak niet zo bij u en jou? Dat je wel wéét: de Here Jezus is bij mij en straks komt Hij terug. Maar eigenlijk speelt het niet zo’n grote rol in mijn leven. Of kun je haast niet wachten tot die grote dag aanbreekt? Zie je er naar uit? Als dat zo is, is er geen sprake van ‘afwachten maar’, maar van ‘verwachten’. Dat laatste is veel positiever, daar zit aktieve houding achter. Dan kijk je naar iets uit. Je verlangt er naar, je bent er mee bezig. En je stemt een gedeelte van je plannen of van je karrière er op af. Alleen: dat is best moeilijk. Want we leven in een wereld, die zich steeds meer concentreert op het leven nu. Híer moet je het maken. Je moet nú genieten, voor het te laat is. En zo proberen mensen op deze aarde rijk te worden en gezond te blijven. Alles wat met ziek zijn en sterven te maken heeft, proberen ze zo ver mogelijk voor zich uit te schui­ven. In dat klimaat leven wij ook als gelovigen. Dan lijkt het, alsof je als chris­ten wel in de aanwezigheid en de terugkomst van de Here Jezus ge­looft, maar voor je het zelf in de gaten hebt, funktio­neert het kontakt met de Here Jezus helemaal niet meer inTulpenveld met regenboog je dage­lijks leven. Je hebt het druk, er zijn nog zoveel interessante dingen te doen en te beleven. En ondertussen raak je de verborgen omgang met de Here kwijt en verdwijnt de gedachte aan de terugkomst van je Heiland helemaal uit beeld. Dan lijk je misschien heel erg bij de tijd, maar in de ogen van God ben je in slaap gesukkeld! Je loopt hopeloos achter! Want dan hou je de klok van God niet bij! Dan heb je je eigen toekomst misschien tot in detail gepland, maar ben je niet op Gods toekomst voorbereid. Vanmiddag krijgen wij weer te horen van onze Heer Jezus Zelf te horen: ‘Ja, Ik kom spoedig!’ En wat staat er nog meer? De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Dat is het effekt van de Heilige Geest op Gods kinderen. Hij zorgt ervoor, dat jij en ik het ook in 2016 van Jezus onze Heer verwachten. Híj helpt ons ook het komende jaar door. Wat de toekomst ook brenge moge. Hoewel, ik weet wel, wat de toekomst brengt: Jezus Christus, onze Heer! Dus vraag je aan het begin van 2016 niet alleen af wat de toekomst zal brengen, maar sta in 2016 ook steeds weer bewust stil bij Wie er in de toekomst zal komen!

Eens zien we elkaar weer – de dood is het einde niet

NIKS NA DE DOOD is wat veel mensen geloven. Jongeren noemen het tegenwoordig YOLO. In mijn jaren als jongere (de jaren ’80) zong Toontje Lager een goddeloos nummer met de titel “Niks na de dood” en troostte Klein Orkest iedereen  met de gedachte “Over 100 jaar zijn jullie allemaal dood – en wij ook”.

Die gedachte, dat het met de dood afgelopen is, zal iedereen wel eens bekruipen. Ook als christen. Je kunt er op zondag nog zo mooi samen van zingen, maar is het ook echt zo, dat het geloof in God als je Vader en in Jezus als je Verlosser je echt troost wanneer iemand uit je meest nabije omgeving plotseling of na een lang ziekbed komt te overlijden?

UITRUSTEN

In de Bijbel wil onze Heer Jezus ons die troost wel geven. In Openbaring 14 vers 13 horen we Hem zeggen: ‘Gelukkig zijn zij die in verbondenheid met de Heer sterven. Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’ Het sterven van de gelovigen die ons zijn voorgegaan wordt hier dus uitgelegd als ‘uitrusten van hun inspanningen’. Dat vind ik zelf een mooie omschrijving. Als iemand in Jezus geloofde als zijn of haar Heer, mag je ervan overtuigd zijn, dat hij of zij het nu beter heeft. Want na je sterven ben je bij Hem, Jezus, je Heer! En dus is het een waar woord wat Paulus schrijft in 1 Tessalonicenzen 4 vers 13, dat je als christen niet op dezelfde manier ‘bedroefd bent, zoals de andere mensen, die geen hoop hebben.’ In de oude bijbelvertaling kon je lezen, dat Paulus het 2x heeft over ‘hen, die ontslapen zijn’ (in vers 13 en in vers 14).  Daarmee bedoelt hij de gelovigen ‘die in Christus gestorven zijn’ (vers 16).  

ONTSLAPEN

In de bijbelvertaling die we in onze kerk gebruiken,  de NBV van 2004, is dat woord ‘ontslapen’ vervangen met het veel algemenere woord ‘de doden’. Dat vind ik jammer. Want het gaat om de vraag die de christenen toen in Tessalonika heel erg bezig hield: zal mijn gestorven man en zullen onze twee gestorven kindertjes er wel bij zullen zijn als Jezus terugkomt? Dan gebruikt Paulus volgens mij expres het woord ‘ontslapen’ om aan te geven, dat het sterven van een christen geen straf op de zonde meer is, maar een wachttijd tot het moment dat Jezus terugkomt. Na slapen word je eens weer wakker, en daarom kon Jezus van het dochtertje van Jairus en van Lazarus ook zeggen, dat ze sliepen.

Ik heb dit een tijd terug aan het Nederlands Bijbelgenootschap geschreven, maar zij gaven als antwoord, dat het woord ‘ontslapen’ (dat twaalf keer voorkomt in het N.T.)  een synoniem is voor ‘sterven’. ‘Ontslapen’ klinkt daarbij als een eufemisme en verzacht het hardere ‘sterven’ of ‘dood gaan’ iets. Maar dat laatste was voor de vertalers in 2004 geen doorslaggevend argument om het woord ‘ontslapen’  te handhaven. Zij vonden vooral,  dat ‘ontslapen’ een te ouderwets woord geworden was.

Ik denk daar toch anders over. Paulus maakt juist bewust van deze fijne nuancering gebruik, omdat er verschil zit in het sterven van Jezus en het sterven van wie in Hem geloven. Hij heeft het immers in vers 16 over ‘zij die in Christus sterven’ (NV’51) / ‘de doden die Christus toebehoren’. Als je dat gelooft, is ‘ontslapen’ een fijngevoelige omschrijving die aangeeft, dat de dood niet meer het laatste woord.

Wat dat betreft vind ik het jammer, dat deze nuance is verdwenen uit de NBV.

DE DOOD PROEVEN

Dat geldt ook van de uitdrukking ‘de dood proeven / smaken’. Die wordt in het N.T. 5x gebruikt. Drie keer in hetzelfde verband door de Here Jezus (Mat. 16:28 = Mark. 9:1 = Luk. 9:27) en verder nog een keer door de Here Jezus in Joh. 8:52 en tenslotte in Hebr. 2:9. In de NBV staat nu alleen nog in Joh. 8:52, dat Jezus zegt: ‘Wie mijn woord bewaart zal de dood nooit proeven.’ Op de andere vier plaatsen staat nu ‘sterven’ of ‘de dood’. Ook dat vind ik erg jammer. Want volgens mij gebruiken de Here Jezus en de schrijver van Hebreeën die uitdrukking om aan te geven, dat de dood een bittere vijand is. Maar wie gelooft, hoeft die bitterheid niet meer persoonlijk te proeven, ook al moet je nog sterven. Want Jezus heeft door de genade van God  voor allen de dood als vijand echt gesmaakt en geproefd, zegt Hebreeën 2:9. En dus hoeven de mensen die in Hem geloven, de dood niet meer op die manier te ondergaan, zegt Jezus in de andere vier Bijbelgedeeltes. Ik denk dus, dat de bijbelschrijvers deze uitdrukking niet voor niets als synoniem voor ‘sterven’ gebruikt hebben.

Ook dit heb ik een tijd terug aan het Nederlands Bijbelgenootschap voorgelegd. De reaktie was toen, dat het werkwoord voor ‘proeven’ ook vertaald kan worden als ‘(de dood) ervaren’ of ‘(de dood) meemaken’. In het Nederlands zeg je in dat geval gewoon ‘sterven’. Alleen in Joh. 8:52 staat nu nog ‘de dood proeven’, omdat het in vers 51 over ‘de dood zien’ gaat. In die passage gaat het dus om twee beeldende omschrijvingen van het sterven. Ook zei men dat het verschil tussen ‘sterven’ en ‘de dood in zijn bitterheid proeven’  theologische van aard is, want in het Grieks staat het woord ‘bitterheid’ er niet bij. Maar men was wel gevoelig voor het argument dat als er vijf keer een synoniem voor ‘sterven’ gebruikt wordt, je die uitdrukking ook best in het Nederlands vijf keer kunt gebruiken. Dat wil niet zeggen, dat ze het bij de herziening van de NBV in 2016 ook zullen overnemen, want het hangt mede van het tekstverband af.

Ik hoop, dat de uitdrukking ‘de dood proeven’ weer alle vijf de keren in onze vertaling wordt opgenomen. Zo blijf je dicht bij de grondtekst en kun je als bijbeluitlegger aangeven, dat de Here Jezus echt de dood in z’n volle omvang als straf van God ondergaan heeft (Hebr. 2:9), terwijl wie in Hem gelooft, daar niet meer op die manier bang voor hoeft te zijn. Want, zegt Paulus in 1 Kor. 15: ‘Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ De angel is eruit, want Jezus Christus onze Heer heeft de dood overwonnen. En dus zullen ook onze geliefden, die in Christus gestorven zijn, eens weer opstaan. Zelfs nu al mag je zeggen: ze zijn wél gestorven, maar ze zijn níet dood. Ze zijn bij Jezus hun Redder en Heer.

HOOP

Dat is een kwestie van geloof. Je ziet bij een begrafenis of een crematie iets anders. Je voelt tot in lengte van jaren het gemis. En toch … toch zien we elkaar eens weer bij de Here Jezus. Eerst in de hemel. Straks op de nieuwe aarde. Dat geeft echt hoop in al het verdriet. Dat wil Paulus ons juist graag meegeven: Troost elkaar met deze woorden.

Voor de liefhebber: alle info over de NBV, de keuzes bij het vertalen en de herziening die er in 2016 aankomt is te vinden op www.nbv.nl, een aparte website van het Nederlands Bijbelgenootschap.
Zie ook vorige blogs zoals
In de hemel is de Heer en Colton heeft Jezus daar gezien –  12 juni 2013
Vol verlangen zingen op weg naar die grote dag – 24 mei 2014
Heaven is for real – een oppervlakkige film en een aardig dagboek over Colton Burpos bezoek aan de hemel – 11 januari 2015
Herkenning in de hemel – maar hoe? – 20 maart 2015

Herkenning in de hemel – maar hoe?

Het boek “De jongen die in de hemel was” is sinds 2013 een beststeller in Nederland. Ook de film “Heaven is for real”  (in 2014 naar aanleiding van het boek verschenen) is al door duizenden mensen Burpo jongen hemel 2e drukbekeken. Waarom vinden mensen dit boek en deze film zo interessant? Omdat een vierjarig jongetje, Colton Burpo, tijdens een operatie een blik in de hemel heeft mogen werpen. Hij zegt dat hij daar Jezus gezien heeft en ook nog zijn overleden zusje en zijn al veel eerder overleden overgrootvader. Van het boek en de film kun je van alles vinden. Ik schreef op mijn weblog al voordat het boek een rage werd In de hemel is de Heer – en Colton heeft Jezus daar gezien. En wat ik van de film vind in vergelijking met het boek kun je lezen op Heaven is for real – een oppervlakkige film.

Hoe je ook over de ervaringen van de kleine Colton denkt, de twee vragen die veel mensen bezig blijft houden zijn:

  1. Hoe konkreet mogen wij ons een voorstelling van de hemel maken? Herken je daar echt je familie en vrienden weer, als ze tenminste gelovig zijn gestorven? Of kan dat niet, omdat je dan in de hemel ook mensen zou missen?
  2. Hoe betrokken zijn de gestorven gelovigen in de hemel met alles wat er hier op aarde gebeurt? Zien ze ons nog en leven ze intensief met ons mee? Of kan dat niet, omdat er dan ook verdriet in de hemel zou zijn?

Dat zijn vragen waar je lang over na kunt denken en eigenlijk nooit over uitgepraat raakt. Toch kun je er op grond van de Bijbel wel iets over zeggen.

1. De gelovigen in de hemel leven echt!

In de hemel leven de gelovigen echt. Want een mens bestaat uit lichaam en ziel. Als hier op aarde een mens sterft, worden die twee gescheiden. De ziel verlaat het lichaam en keert terug tot God, zegt Prediker. Jezus onze Heer zegt in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus, dat de engelen de zielen van de gestorven gelovigen naar de HERE God en de Heer Jezus toebrengen in de hemel. “En ik, Johannes, zag de zielen van hen die onthoofd waren omdat ze van Jezus hadden getuigd en over God hadden gesproken. Zij waren tot leven gekomen en heersten samen met de Messias duizend jaar lang.” Letterlijk staat er: “Zij leefden” (zo heeft de oude Statenvertaling het ook). Zij leefden namelijk na hun dood gewoon verder. Johannes zegt daarna: “Dit is de eerste opstanding. Gelukkig en heilig zijn zij die deel hebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen.” Die eerste opstanding is, om het zo te zeggen, het hemels leven van de gestorven gelovigen. Zij leven verder in de hemel, maar wel op een nieuwe manier. En het is een tijdelijke periode, want de hemel is niet onze eindbestemming. Het is eerder een prachtige wachtkamer. Want Jezus onze Heer neemt al Gods kinderen mee naar de nieuwe aarde als Hij terugkomt op de wolken.

In de hemel zijn de gestorven gelovigen dus zichzelf. Niet ‘gewoon’ zichzelf zoals hier op aarde, want hier op aarde beantwoordde ons leven niet volledig aan Gods doel. Dus is de herkenning in de hemel ook niet ‘gewoon’ een voortzetting van relaties zoals die hier op aarde was. Nee, alles staat dan in het kader van de relatie met onze hemelse Vader en met Jezus onze Heer. Daar gaat het om, en daarom schrijft Paulus ook: Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en is opgestaan, moeten wij ook geloven dat God door Jezus de doden naar zich toe zal leiden, samen met Jezus zelf. (1 Tess. 4:14). Hoe konkreet die herkenning is, daar kun je over twisten. Colton zegt dat hij in de hemel Jezus onze Heer gezien heeft én z’n overgrootvader én z’n overleden zusje. De één zal dit voor waar aannemen, de ander blijft zich afvragen of dat echt zo zal zijn. Ik wil graag doorgegeven wat een bekende stem uit het verleden hierover heeft gezegd. Het is Prof. Dr. H. Bavinck. Die schreef ruim 100 jaar geleden vier kloeke delen ‘Gereformeerde Dogmatiek’. In het laatste deel gaat hij in op dit thema. Op blz. 619 schrijft hij:

De hoop op het weerzien aan de overzijde van het graf is volkomen natuurlijk, echt menselijk en ook in overeenstemming met de Heilige Schrift. Want deze leert eeuwig leven van individuele mensen in dienst van Gods naam. De vreugde van de hemel ligt daarom wel allereerst in de gemeenschap met Christus, maar vervolgens toch ook in de gemeenschap met de zaligen onderling. Het hoogste wat Paulus wenste was, te sterven om bij Christus te zijn. Maar Jezus stelt zelf de vreugde van de hemel voor onder het beeld van een maaltijd, waar allen aanzitten met Abraham, Izak en Jakob. De hoop op het weerzien is daarom op zichzelf niet verkeerd, als zij maar ondergeschikt blijft aan het verlangen naar de gemeenschap van Christus.

2. De gelovigen in de hemel leven mee!

Maar wat doen de zielen van de gelovigen daar in de hemel? Vaak wordt gevraagd of er ook herkenning is en of de gelovigen die al bij de Heer zijn ons vanuit de hemel kunnen zien. Ook hierover kun je niet te veel met zekerheid zeggen, dus ik zou er wat voorzichtig mee zijn. Eén ding is wel zeker: de gestorven gelovigen die in de hemel zijn, leven mee met het wel en wee op de aarde. We hebben een wolk van geloofsgetuigen om ons heen die ons aanmoedigen in de wedstrijd van het geloof (Hebr. 12). In Openbaringen 6 hoort Johannes de zielen onder het altaar roepen: “Hoe lang duurt het nog, Heer Jezus, voor U terugkeert om ons bloed te wreken aan de goddelozen die op de aarde wonen?” De gelovigen in de hemel leven mee met wat er op aarde gebeurt. In het boek over Colton staat (op blz. 121), dat zijn grootmoeder heel blij is wanneer ze hoort dat haar vader, die nooit over z’n geloof praatte, toch in de hemel is. Ze vraagt zich af hoe het kan dat hij zijn achterkleinzoon die meer dan 25 jaar na zijn dood geboren is, in de hemel erkent. Is het een kwestie van meeleven en dus meekijken met wat er op aarde gebeurt? Of is het een aanvoelen van dingen waar wij hier op aarde vanwege de zonde geen antenne voor hebben? Ook hier schrijft Prof. Dr. H. Bavinck over in deel 4 van zijn dogmatiek (nog steeds blz. 619):

Anderzijds is het ook geen ongerijmde gedachte, dat de zaligen in de hemel verlangen naar de gelovigen die op aarde zijn. Al geeft de Schrift ons geen recht te geloven, dat de zaligen in de hemel alles weten wat hier op aarde gebeurt, toch is het waarschijnlijk, dat zij van ons als strijdende kerk hier op aarde minstens evenveel weten als wat wij hier op aarde van hen in de hemel weten. En dat weinige, gevoegd bij de kennis, die zij uit hun eigen herinnering bezitten en die misschien telkens door mededelingen van engelen en pas gestorvenen uitgebreid wordt, is voldoen om hen steeds met belangstelling te laten denken aan deze aarde en aan de machtige worsteling die hier gestreden wordt.

De laatste gedachtes van Bavinck vind ik wel wat speculatief. Volgens mij zegt de Bijbel er niet zoveel over hoe de gestorven gelovigen precies aan hun informatie komen. Eén ding weten ze wel: zij zijn boven binnen, terwijl de geloofsstrijd beneden op aarde verder gaat. Zelf zou ik het willen vergelijken met hoe wij geïnformeerd worden via radio en televisie over het wereldnieuws: we weten lang niet alles, maar genoeg om mee te leven en onder de indruk te raken. Zo mag je zeggen dat de gelovigen in de hemel in grote lijnen zien wat er op aarde gebeurt. Ze volgen als het ware het hemelse journaal van de wereldgeschiedenis. Daarom vragen ze ook aan de Heer Jezus of Hij snel een einde wil maken aan de vervolging van de christenen.

3. De gelovigen in de hemel kijken uit naar de nieuwe aarde!

Veel christenen, en ik ook, zouden graag een blik in de hemel willen werpen. Toch is het belangrijk om voor ogen te houden, dat de hemel niet het mooiste en belangrijkste mag zijn waar je als gelovige naar uitziet of waar je jezelf en anderen mee kan troosten. De hemel is niet onze eindbestemming. De gestorven gelovigen wonen daar na hun sterven maar tijdelijk. Pas ná de jongste dag keert het paradijs op aarde weer terug. Dán krijgen al Gods kinderen ook een nieuw, perfekt en volmaakt lichaam terug. Na de jongste dag breekt de tijd aan, dat de hemel en de aarde weer bij elkaar horen. Dan wordt de aarde weer paradijs, net als in het begin. Dan is het contact en de relatie met God de Vader en met Jezus Christus eindelijk 100%. En komen alle mensen volledig tot hun recht. Ja, iedereen zal daar helemaal tot bloei komen. Ieder zal zijn of haar gaven en talenten volledig benutten. Je zult er volledig jezelf kunnen zijn. Maar juist op de nieuwe aarde betekent ‘jezelf zijn’ ook: ‘er helemaal voor God de Vader en Jezus Christus zijn’. Want Zij staan in alles centraal: “In de stad zal de troon van God en van het Lam staan en zijn dienaren zullen Hem daar vereren.” (Openbaring 22:3) Dáár gaat alles om in de hemel en op de nieuwe aarde. Dat maakt het leven tot een eeuwig feest. Want wat zal het een feest zijn om voor altijd samen met God en Jezus te zijn!