Zo rijk als Job – een levensles

Aan het verhaal van Job hebben we drie uitdrukkingen overgehouden:  ‘een jobstijding’, een ‘jobsgeduld’ en ‘zo arm als Job’. Samen karakteriseren ze het leven van Job. Zo lijkt het tenminste. Maar in het verhaal van Job gaat het om iets anders: verlang ik er ook naar om net zo rijk als Job te zijn?

Jobstijdingen

Wie het verhaal van Job kent, weet, dat Job op één en dezelfde dag te maken krijgt met twee terreurakties en twee natuurrampen. Twee roofbendes nemen al het vee en alle kamelen mee en doden al het personeel. Een verwoestende bliksem uit  de hemel zorgt voor een steppebrand waarin alle schapen en geiten + de herders omkomen. En als ergste eindigt het feest waar al Jobs kinderen bij elkaar zijn in een drama, omdat een orkaan het huis totaal verwoest.

Dat zijn dus vier echte jobstijdingen. Op één dag. Stel je je dat eens voor! Zo heeft Job alles, zo heeft hij niets meer. En hij snapt er niets van. Want hij kende niet het verhaal achter het verhaal. Het verhaal van de krachtmeting tussen satan en God. Satan, die God uitdaagt om Job te testen.

Waarom geloven mensen?

Waarom geloven mensen? In het boek Job zegt de duivel: mensen geloven omdat ze door God gezegend willen worden. Of omdat ze bang zijn om in de hel te komen. Geloven is dus eigenbelang. Dat is wat de duivel tegen God zegt. Kijk maar naar Job. Die heeft van U alles gekregen wat zijn hartje begeert. Geen wonder dat hij zo gelovig is.

Zou dat zo zijn? Zou dat, als het er op aan komt, echt zo zijn bij alle mensen? Ja, bij jou en mij? Je gelooft, omdat je iets van God wilt krijgen? Nu – zegen in dit leven. Of straks – als ik maar in de hemel kom? Dan is geloven eigenbelang. En heeft God ongelijk als Hij zegt, dat Job een oprechte en eerlijke gelovige is. Het is opmerkelijk dat God de duivel toestemming geeft om Jobs geloof te testen. Dat lijkt mij een behoorlijk risiko. Hoe weet je nou zeker dat iemands geloof het uithoudt als het heel erg moeilijk wordt? Als je de ene jobstijding na de andere mee moet maken?

Ergens verderop in het boek Job vind je het antwoord. In Job 19 kun je lezen wat Jobs diepste vertrouwen was.  Daar zegt hij: ‘De hand van God heeft mij getroffen, God heeft zich tegen mij gekeerd. Ik schreeuw: “Onrecht!”- maar krijg geen antwoord. Ik roep om hulp – maar vindt geen recht.’ Job kan maar niet begrijpen, waarom dit leed hem moet treffen. Hij snapt helemaal niets van de weg die God met hem gaat. Toch zegt hij dan plotseling: ‘Maar dit weet ik:  mijn Redder, mijn Verlosser leeft en Hij zal tenslotte hier op aarde ingrijpen. Hoezeer mijn huid ook geschonden is, toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen. Ik zal Hem aanschouwen, ik zal Hem met eigen ogen zien, ik, geen ander, heel mijn binnenste smacht van verlangen.’ Job verwacht het dus niet eens meer van zijn geloof – want uit eigen kracht kun je zoveel leed niet dragen. Maar hij gaat met al z’n vragen, moeiten, opstandigheid en zelfs verwijten naar God toe. En heeft maar één houvast: een externe Verlosser – God zelf! Hij verwacht uitkomst van de God die hij niet begrijpt! Tenminste … bepaalde dingen begrijpt Job wel, en ook nog beter dan zijn omgeving. Aan het begin bijvoorbeeld. Na de eerste jobstijdingen – dan is Job in mijn ogen zo super gelovig. ‘Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen en naakt zal ik in de schoot van de aarde terugkeren. De HERE heeft gegeven, de HERE heeft genomen, de naam van de HERE zij geprezen.’ 

Hoe kun je dat nou zeggen als je zulke dingen mee hebt gemaakt? Zelf heb ik in mijn leven eigenlijk maar drie jobstijdingen meegemaakt. Allemaal in het rampjaar 1994. Eentje, de eerste, was persoonlijk. In Zeeuws-Vlaanderen, waar we toen woonden, kregen we het bericht dat mijn vader totaal onverwacht overleden was aan een hartstilstand, twee dagen voor z’n 57e. We zouden dat weekend voor zijn verjaardag naar het hoge Noorden, naar Oldehove toe. We kwamen voor zijn begrafenis. Nog geen twee maanden later werd ik als predikant geroepen bij de moord op een vrouw van achter in de 20, die op klaarlichte dag door haar drugsvriend was neergeschoten. Haar ouders waren lid van onze kerk een plaats verderop die geen predikant had. Een echt familie-drama. In de meest besloten familiekring heb ik die begrafenis mogen leiden. En tenslotte, nog een maand later, de zomervakantie was al begonnen, werd ik in nog een andere buurgemeente bij een derde sterfgeval geroepen.  Een jongen van 18 fietste met zijn zus van het strand naar huis en werd door de bliksem dodelijk getroffen. Voor die begrafenis –de eigen predikant kwam er voor terug– hadden de ouders als tekst deze woorden van Job gekozen: ‘De HERE heeft gegeven, de HERE heeft genomen, de naam van de HERE zij geloofd.’ En dat meenden ze echt, ook al wisten ze best wel, dat ze dat niet altijd zo zouden ervaren. Maar op dat moment wél. Net als Job, want daarvan lezen we, dat hij ondanks al die rampspoed niet zondige en God geen enkel verwijt maakte. En ook niet, nadat hij doodziek en vanwege besmettingsgevaar door  alle mensen, inklusief zijn eigen vrouw, in de steek gelaten was. Ook toen zondigde Job ondanks alles niet en sprak hij geen onvertogen woord. In de oudere bijbelvertaling staat: ‘Job zondigde met zijn lippen niet’ – want hij zat wel degelijk vol met vragen, maar hij kon en wilde het niet over zijn hart verkrijgen om God de schuld te geven of de rug toe te keren.

Hoe kan dat? Ook al is het altijd makkelijk praten, want alleen wie ervaringsdeskundige is heeft recht van spreken , toch durf ik er wel wat van te zeggen. Job wist, toen hij alles kwijt raakte, dat alles wat je krijgt op aarde, een kado van God is. Alle dingen die je krijgt, zijn niet van jezelf. Je hebt het van God gekregen. En je hebt het uit genade gekregen. Onverdiend. En dus besefte Job heel goed: wat God geeft, kan Hij ook weer terugnemen. Zonder opgaaf van redenen. Het is bij aardse zegeningen niet zo: eens gegeven blijft gegeven. Wat God wel belooft is dit: vergeving van zonden en eeuwig leven dankzij een Verlosser en Redder die leeft – Jezus Christus. Daarvan geldt bij God: eens beloofd blijft beloofd. En als je dat kunt blijven geloven, ook na zware jobstijdingen, kun je daar ook God om loven en prijzen. Job zegt namelijk: ‘de naam van de HERE zij geprezen / geloofd.’  Job dankte God dus niet voor alle rampspoed. Dat zou pas echt wreed zijn, als je als christen God voor alle ellende die je overkomt moet bedanken. Dat zegt bijvoorbeeld de Heidelbergse Catechismus ook niet als het om tegenspoed gaat. Nee, in tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar. Waarom? Omdat je voor de toekomst zeker mag weten dat niets je uit Gods hand kan rukken, omdat God van je houdt dankzij de Verlosser en Redder die leeft, Jezus Christus.

God (niet) kunnen verklaren

Als je dat bedenkt, snapt je ook iets beter de tweede reaktie van Job, tegenover zijn vrouw. Die vrouw van Job lijkt op de drie eerste vrienden van Job. Ze redeneren allebei precies omgekeerd, maar het komt eigenlijk op hetzelfde neer wat zij doen. Mevrouw Job zegt: als God zó iets doet, en jij bent zó gelovig – kap er dan maar mee, want dan is God onrechtvaardig. De drie vrienden zeggen: als God zo iets doet, dan heeft Hij daar altijd een reden voor – dus voor de draad ermee, Job, waarin was jij onrechtvaardig? Alle vier hadden ze een redenering. Ze dachten, dat ze God konden narekenen. Mevrouw Job met een negatieve konklusie over God: die moet wel een wrede tiran zijn. De vrienden van Job met een negatieve konklusie over Job: die moet wel verborgen zonden hebben.

Weet je, ik denk dat de HERE God met het hele boek Job ons ook wil laten zien, dat je sommige dingen eenvoudigweg niet verklaren kunt. Job zelf zegt dat bijvoorbeeld heel duidelijk in Job 28. Daar gaat het over de wijsheid. Wijsheid is in het Oosten hetzelfde als de zin van het bestaan kennen. En dus een verklaring kunnen geven voor de gang van het leven. De vrienden van Job dachten dat ze het wel wisten. Die hadden de wijsheid en de waarheid in pacht. Maar in Job 28 zegt Job: ‘De wijsheid is verborgen voor de blik der levenden. Alleen God weet waar de wijsheid verblijft en alleen Hij kent haar wegen.’ En daar heb je het als mens maar mee te doen. In ontzag voor de Heer en door het kwade te mijden, zegt Job erbij.

In heel het boek Job zie je dan ook geen enkele verklaring aan Job zelf van het doel van zijn lijden. Job heeft zelfs niet bij benadering geweten, waarom al deze ellende hem moest overkomen.

Geen antwoord op de waarom-vraag

Daaruit mag je de konklusie trekken, dat we voorzichtig moeten zijn met oorzaak en gevolg. Soms is dat er wel. Als het om straf op de zonde gaat. Denk maar aan David en Batseba, of, in het groot, aan de zondvloed. Of als het gaat om Gods leiding gaat: soms snap je het achteraf, zoals bij Jozef, die later begreep dat God hem alvast vooruit naar Egypte gestuurd had.

Maar bij Job gebeurden alle rampen en ziektes die hem troffen, zonder reden, zegt God zelf tegen de duivel, hebben we gelezen. Dat kan heel veel vragen oproepen. En gevoelens. Ook Job liet horen wat hij er van vond. Onrechtvaardig! Dus vanuit zijn ellende zette hij een grote mond op tegen God. En dat was niet goed. Maar toch zegt God aan het eind tegen de drie eerste vrienden van Job: ‘Mijn dienaar Job heeft juist over Mij gesproken en jullie niet.’ Je kunt je dan afvragen: maar Job is in zijn klachten toch ook erg brutaal richting God. Hij overschrijdt regelmatig de grenzen van de eerbied. Hij roept God ter verantwoording! Maar dat is wat anders, dan dat je God en zijn beleid denkt te kunnen verklaren. Dat hadden de drie vrienden gedaan. Die wisten het antwoord al: God zit goed en Job zit fout. Met al zijn vragen probeerde Job God wel God te laten. Maar zijn vrienden spanden God voor het karretje van hun eigen denkbeelden.

Oftewel: je kunt beter op de goede weg van het geloof struikelen, zoals Job, dan dapper voortmarcheren in de zelfgekozen richting van je eigen verklaringen, zoals de vrienden van Job.

Gods wegen en Gods plan

Na alle jobstijdingen en het hele proces wat hij daarna doormaakt, aanvaardt JOb uiteindelijk dat God ons geen verklaring schuldig is voor de weg die Hij met ons gaat. Later zal God via de profeet Jesaja zeggen: ‘Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen.’ Maar Gods wegen en plannen komen uiteindelijk wel bij het doel uit: voor altijd bij God zijn. Onderweg overkomt ons goed en kwaad. Allebei, zegt Job, komen uit Gods hand! Dat is best wel een eye-opener voor mij geweest. Weet je waarom? Omdat Job hier eigenlijk zegt: blijf niet hangen in de ellende van vandaag. Bedenk ook, wat God je vroeger allemaal wél gegeven heeft. Het is niet eerlijk tegenover God om zijn zegeningen van gisteren buiten beschouwing te laten. Denk aan de uitdrukking die ik een keer als Visje tegenkwam: ‘Twijfel in het donker nooit aan wat je in het licht gezien hebt.’ Ik vind een mooie spreuk. Vuurtoren Borkum twijfel donker lichtEen tijdje geleden alweer waren Karla en ik “bie diek aan t Oethoester Wad”. Vanaf daar zie je het eiland Borkum met de vuurtoren . ’t Was tegen zonsondergang, dus in de eerste schemering begon de vuurtoren z’n lichtsignalen uit te zenden. Ik probeerde te ontdekken in welk ritme de vuurtoren z’n licht gaf. Want iedere vuurtoren heeft z’n eigen ritme. Na een tijdje kwam ik erachter dat die van Borkum in interval van 4 – 12 heeft. Elke 4e tel en daarna elke 12e tel geeft hij licht. En dan weer bij tel 16 en tel 28. Daar moest ik aan denken bij het levensverhaal van Job. Het is niet altijd licht in ons leven. Soms zelfs veel vaker donker (10 tellen) dan licht (maar twee keer 1 tel). Maar af en toe schijnt het licht wel! Zo is het in het leven van Gods kinderen ook. In de donkerheid schijnt wel het licht van Gods liefde. Dus staar je niet blind op je moeiten. Zelfs als je ze zelf niet meer kunt dragen, is God er nog. Want Hij was er vroeger ook. Toen waren we blij met God. Juichend en lovend trokken we op naar het huis van God – een feestende menigte. Als ik daaraan denk, zingen de Korachieten in Psalm 42+43, word ik weemoedig en verdrietig. Dus vraag ik me af: Waarom vergeet God mij? Waarom ga ik in het zwart, geplaagd door de vijand? Daar snap ik niks van. Waarom zit ik nu in zo’n diep, akelig zwart gat?  En toch, net als bij Job, klinkt er drie keer als refrein: ‘Vestig je hoop op God, mijn ziel. Eens zal ik Hem weer loven, mijn Verlosser en mijn God!’ Kijk, daar heb je alweer die Verlosser! Het zal eens ook weer licht worden! Want God laat jou en mij niet los.

Jaloers op Job

Dat brengt me bij die tweede uitspraak over Job. Je bent zo arm als Job. Nou, dat was natuurlijk ook zo. Job had niets meer. En dat wás niet alleen zo, dat vóelde ook zo. Geen bezit meer – dat was het ergste niet. Geen kinderen meer – dat was heel erg. Geen vrouw en vrienden die hem steunden – integedeel. En met zijn God kon Job ook geen kant meer op. Maar aan de andere kant: je zult toch maar zo rijk als Job zijn! Ik ben vaak jaloers op het geloof van Job. In goede tijden: hij bidt elke dag voor zijn kinderen, hij geeft royaal aan de armen, sluit een verbond met zijn ogen om ook in gedachten niet vreemd te gaan. En in slechte tijden: hij blijft op God vertrouwen, hij durft zijn hoogmoed tegenover de HERE te belijden, hij kan zijn vrienden vergeven en voor hen bidden, terwijl hij zelf nog steeds ziek en arm is.

Zijn geloof maakt Job rijk. Vooral, omdat het in zijn geloof om God Zelf ging. Niet om Gods zegeningen. Niet om een plekje in de hemel. Nee, om God Zelf. Zelfs in zijn diepste depressie vervloekt hij wel de dag van zijn geboorte (‘was ik maar in de moederschoot gestorven’), maar wil hij God niet kwijt. Zo’n geloof, dan ben je rijk. Dat geloof kreeg Job van God. Hij had ook een Redder en Voorspraak nodig, één uit duizenden, zoals Elihu in Job 33 zegt.

Dat geloofde Job zelf ook. Daarom mag Job in zijn levensweg ook een voorbeeld voor ons vandaag zijn. Zo zegt Jakobus dat in zijn kleine briefje. Als het tegen zit, zegt hij: ‘Wees dan geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen. (…) U hebt gehoord hoe standvastig Job was, en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer is immers liefdevol en barmhartig.’

Dit is mijn verlangen

Je hoeft niet te verlangen naar de rampspoed van Job. Je hoeft ook niet te verlangen naar de miljoenen van Job. Wees liever jaloers op de rijkdom van zijn geloof. Als je dát verlangt, een geloof als dat van Job in voorspoed en tegenspoed, dan woont de wijsheid in je hart. Want dan bouw en vertrouw je op God, die in Christus onze genadige Vader is. Ja, zegt Paulus: ‘Iedereen die op Jezus Christus zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. (…)  want niets zal ons kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Jezus Christus, onze Heer.’

Advertenties

Jezus deed echte DROOM-wonderen

De wonderen die Jezus deed zijn voor veel westerse niet-christenen vaak een obstakel om te geloven. “Je kunt niet van me verwachten dat ik in wonderen geloof.” Vaak is het argument: wonderen zijn historisch en wetenschappelijk niet te kontroleren. Er is geen bewijs voor. Dus zijn het ‘dikke-duim- verhalen’.

wonderToch is dat niet waar. Integendeel, ik wil je zelfs vijf redenen geven, waarom je niet hoeft te twijfelen aan de echtheid van Jezus’ wonderen. Dat kun je het beste onthouden aan één woord: DROOM. Jezus deed echte DROOM-wonderen. Zoals je aan het begin van je carrière een droomstart kunt hebben en sommige voetballers een droom van een goal maken. Je kunt het haast niet geloven, maar het is toch echt waar. Zo deed Jezus echte DROOM-wonderen.

Duidelijk

De wonderen van Jezus waren duidelijk voor iedereen. Als ik zeg: afgelopen jaar op vakantie in Zweden stond ik oog in oog met een wolf die mij aan wilde vallen, maar die heb ik verslagen door heel hard terug te grommen – dan denkt iedereen: ja ja! En in de Koran zegt Mohammed dat hij een beter boek van God gekregen heeft dan de Bijbel, omdat de engel Gabriël het hem heeft gedicteerd. Maar niemand is er bij geweest.

Nee, dan Jezus! Hij doet al zijn wonderen in openbaar, met veel mensen erbij. Vaak worden de namen van de personen erbij genoemd: Jaïrus, nota bene een leider van de synagoge. En Hij gaf 5000 mensen te eten! Oftwel: check het als je het niet gelooft! Met Pinksteren zegt Petrus niet voor niets: Jezus uit Nazaret is door God tot jullie gezonden, wat wel gebleken is uit de grote daden en wonderen en tekenen die God, zoals jullie bekend is, door zijn toedoen onder jullie verricht heeft. (Handelingen 2 vers 22)

Reaktie

De wonderen van Jezus zijn altijd een reaktie. Hij haalt geen magische trucs uit, die Hij van te voren instudeert, zoals Hans Klok. Hij seint niet mensen van te voren in, zo van: doe net of je al jaren blind bent. En bij zijn eigen dood heeft Hij ook niet alle faktoren in de hand, zo van: als je die spijkers nou precies op die plek door mijn handen en voeten slaat, kan ik straks onverwacht weer uit de dood herrijzen. Nee, Jezus reageert op wat zich aandient. Dus zijn zijn wonderen niet ingestudeerd.

Onomstreden

Niemand in de tijd dat Jezus op aarde leefde, ontkende dat Hij wonderen kon doen. Zelfs zijn tegenstanders niet. Ergens staat het verhaal dat Jezus op sabbat in de synagoge iemand met een verschrompelde hand beter maakte. Wat zeggen dan zijn tegenstanders, de schriftgeleerden en farizeeërs? Precies: ‘Waarom doet U dit op de sabbat?’ Ze klagen Hem niet aan om het feit van het wonder, maar vanwege het moment van het wonder.

Opzienbarend

De wonderen van Jezus zijn ook in zijn eigen tijd verbazingwekkend. De mensen reageren niet met applaus zoals bij een show. Nee, ze vinden het ongelooflijk. Ze denken er over na en worden er bang van. ‘Zoiets hebben we nog nooit eerder gezien!’ roepen ze uit. Want ook zij hadden nog nooit iemand over water zien lopen tijdens een zeiltochtje op het meer van Galilea, laat staan dat iemand na drie dagen alsof er niets gebeurd is zijn graf weer uitwandelt.

Middel

Dat is misschien wel het belangrijkste. De wonderen van Jezus zijn nooit een doel op zichzelf. Hij smijt niet met wonderen om mensen te imponeren, zo van: kijk eens wat Ik allemaal kan. Dat was vaak wel de reden dat mensen op Jezus af kwamen. Het ging ze niet om Hem, maar om het wonder. Het was allemaal, zoals de engelsen heel mooi zeggen, miracle-chasing – hup, achter de man aan die wonderen kan doen! Daarom zegt Jezus verschillende keren, bv. in Johannes 4 vers 48: “Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!” Oftewel: de mensen toen gingen vooral voor het wonder. Het wonder was een doel op zichzelf geworden. Aan dat spelletje om het leven aangenamer te maken door wonderen of gebedsverhoring doet Jezus niet mee. Want zijn wonderen zijn geen doel op zichzelf, maar wijzen naar iets anders. Naar een leven met God tot in eeuwigheid. Een leven met God dat dankzij Hem weer mogelijk is. Dankzij zijn dood aan het kruis en dankzij zijn opstanding uit het graf.

Wonderen zijn extraatjes. Ze voegen extra geloofwaardigheid toe aan wat Jezus zegt en leert. Zo zegt Johannes het ook aan het eind van zijn levensbeschrijving van Jezus. Thomas kan niet geloven in een wonder als de opstanding van Jezus. Jezus Zelf moet Hem over de streep trekken. Maar let dan op wat Johannes meteen daarna als algemene konklusie zegt (Johannes 20 vers 30 en 31):

“Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u die dit leest gelooft, dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.” 

Snap je het? Wonderen zijn mooi en fijn, maar iets anders is veel belangrijker: eeuwig leven heb je door de naam van Jezus. Daar hebben we nu geen wonderen meer voor nodig. Jezus Heer heeft Zich immers al bewezen als de Zoon van God en als jouw en mijn Heer? Je hoeft niet richting het wonder te gaan. Kijk verder en vraag liever om geloof en om kracht en om de Heilige Geest, zodat je dicht bij God blijft leven en Jezus blijft waarderen om waar Hij echt voor kwam: het wonder van vergeving en verzoening en vernieuwing en eeuwig leven.

Ga niet voor het wonder, maar leeft uit verwondering!

Mijn God geneest – ook door middel van ‘betekenisvol oplappen’

Meer dan 100 belangstellenden kwamen op 10 november 2017 naar Amsterdam voor een studiedag met als titel “Mijn God geneest”. Ik ben blij dat ik er bij was. De sprekers (Miranda Klaver, Gerrit Vreugdenhil, Hans Burger, Stefan Paas, Margriet van der Kooi en Cees van der Kooi) benaderden het thema ‘gebedsgenezing’ allemaal vanuit hun eigen invalshoek. Toch leverde dat niet veel verschil van mening op. In de beide doorpraatrondes (2x twee groepen van 50) kwam het tot wat meer diskussie.

Waar kwam die grote mate van eenheid vandaan? Ik denk door een gezonde kijk op de Bijbel. Namelijk: er is géén streeptheologie, maar er is al helemaal geen belofte dat Jezus Christus net als gisteren ook vandaag dezelfde is in de manier waarop Hij nog steeds mensen lichamelijk bij bosjes geneest – via speciale bedieningen en zalvingen en genezingsdiensten of via het gebedspastoraat in de plaatselijke gemeente.

Mooi vond ik ook, dat bijna algemeen werd erkend, dat de traditionele kerken de kracht van het gebed, de persoonlijke voorbede en de ziekenzalving teveel hebben laten liggen, zodat allerhande vrije groeperingen, vooral afkomstig uit Amerika, met veel bombarie in de naam van Jezus genezing komen brengen. Osborne, Zijlstra, Wimber, Clarcke – ze claimen vaak doorslaande successen, maar echt bewijs wordt zelden geleverd. Alleen het woord d’oorslaand’ is terecht, vaak als onbetaalde rekening van de traditionele kerken dus. Gelukkig lijkt het erop dat binnen de protestantse en gereformeerde kerken op dit punt de balans weer wat gevonden wordt – al is er binnen onze eigen GKV volgens mij nog steeds wel een inhaalslag te maken. Niet qua openheid, maar wel het om de plek van persoonlijke voorbede in de plaatselijke gemeente gaat.

Wat is mij opgevallen in de lezingen van deze studiedag? Afgezien van de plaats (te krappe zaal, teveel verplaatsingen, haperende catering – qua logistiek waren de beide studiedagen over ‘Schepping of Evolutie’ in Nijkerk en Kampen echt beter voor elkaar) vier dingen.

1/ Ongezond gefocust op gezondheid

De aandacht voor lichamelijke genezing is goed te verklaren vanuit de huidige Westerse tijdgeest. Daarin staat gezondheid bovenaan en kan men niet meer omgaan met persoonlijk lijden. Dus wordt alles op alles gezet om ziekte en handicap uit te bannen. Ook veel christenen krijgen hier een tik van mee. En als de reguliere medische wetenschap niets meer voor je kan doen, zoek je het als christen, net als veel andere mensen, in het alternatieve circuit. Alleen dan niet bij Jomanda en andere kwakzalvers, maar je wend je rechtstreeks tot God. Als zijn middelen niet werken, kan Hij het immers ook via een wonderbaarlijke genezing (‘on-middellijk’) doen?

Ik ben blij met deze insteek. Het geeft mij antwoord op een vraag die ik al langere tijd had. Namelijk: waarom is er juist in onze tijd zoveel belangstelling voor gebedsgenezing? Ik vond dat altijd een beetje raar. Want tot pakweg 1900 stierven de mensen bij bosjes aan allerlei onnozele ziektes en aan zo ongeveer alle vormen van kanker. Maar nooit lees je over massale gebedsgenezingsdiensten. Men kon dus blijkbaar beter omgaan met ziekte, handicap en dood. Sinds een jaar of 100 geneest en bewaart God de mensen juist bij bosjes van en voor allerlei ziekten. Maar we kunnen ook totaal niet meer met ziekte, handicap en dood omgaan.

2/ Genezingswonderen zijn missionair bedoeld

Zowel in het Nieuwe Testament als in de verhalen uit de kerkgeschiedenis krijg je sterk de indruk, dat genezingswonderen vooral bedoeld zijn om de waarheidsclaim van het Evangelie te onderstrepen: Jezus is echt de Zoon van God en de beloofde Messias die komen zou. Oftewel: wonderen hebben een missionair karakter. Je ziet het vandaag bij bv. moslims, maar ook in animistisch Afrika en in hindoeïstisch India. Op de studiedag werd het voorbeeld genoemd van iemand (moslim, hindoe of animist, het doet er niet toe) die blind door een ongeluk blind geworden was en die ergens vaag van Jezus gehoord had. Hij bad tot Jezus om genezing, kreeg op dat moment het licht in zijn ogen weer terug, kwam tot geloof, ging daarna op zoek naar andere christenen en is nu aangesloten bij een christelijke gemeente.

Voor mij was dit weer een eye-opener J. Wat betekent dit punt voor al die aandacht voor gebedsgenezing onder volwassen christenen in de westerse samenleving? Daar kun je twee kanten mee op: óf onze samenleving is weer zendingsgebied geworden; óf veel christenen zijn nog kinderen in het geloof. Hoewel ik het eerste onderschrijf, denk ik bij dat bij dit onderwerp het laatste het geval is. Want als die nieuwe gelovige die eerst blind was en nu weer kan zien, opnieuw een ernstig ongeval zou krijgen waardoor hij plotseling 100% doof zou worden, zou hij niet als eerste aan God vragen of hij zijn gehoor weer terug zou krijgen, vermoed ik. Want een volwassen christen weet, dat de belangrijkste vraag in dit leven niet is: ‘Hoe word ik beter?’, maar: ‘Hoe krijg en hou ik een gezonde relatie met God?’ Een mooi voorbeeld daarvan las ik in het volgende waar gebeurde verhaal van de mijnwerker met een dwarslaesie.

3/ Te veel aandacht voor het bovennatuurlijke

Wanneer groepen christenen veel nadruk leggen op het feit dat God en Jezus ook nu nog wonderbaarlijk kunnen en willen genezen, trekken ze het bovennatuurlijke leven en het alledaagse bestaan uit elkaar. Dat is een hele riskante operatie. Want daardoor wek je bij mensen de indruk, dat God en Jezus Zich in het gewone leven niet duidelijk laten zien, maar slechts op speciale momenten en door speciale emoties te ervaren zijn. Het gevolg is dat onder christenen de secularisatie en godsvervreemding toeneemt. Want als gesuggereerd wordt dat het dagelijkse leven minder met God en Jezus te maken hebben dan het bijzondere, is het risiko op teleurstellingen levensgroot, wanneer het niet lukt om God in het bovennatuurlijke te ervaren. Gevolg: je staat twee keer met lege handen. Zie dan nog maar eens je geloof te behouden!

Ook dit vond ik een verhelderend inzicht. In de Bijbel Jezus ons dat we ook in de gewone dagelijkse dingen Gods aanwezigheid mogen zien. Eén van de sprekers vertelde dat ‘ie zeer ongelukkig van de trap af gestuiterd was en dus een aantal maanden niets kon en mocht doen – behalve revalideren. Als je dan meteen het advies krijgt om naar een genezingsdienst hollen (wat natuurlijk niet gaat), mis je de liefde en de aandacht van de Heer die Hij je rechtstreeks geeft (berusting + besef van wie/wat echt belangrijk is), maar ook via andere mensen (aandacht, hulp, gebed). Als je het alleen maar van Gods bijzondere manier van spreken d.m.v. wonderen en speciale ervaringen verwacht, mis je een boel van zijn aanwezigheid in het alledaagse leven. Zoals een al weer wat gedateerd opwekkingslied (te vinden in de E&R-bundel, lied 123) het zegt:

Dit, dit is de wereld, de wereld waar ik in woon. Hier zijn de treden de zien van Gods troon. Wie hier omhoog klimt vanuit het gedruis, ontwaart de contouren van ’t vaderlijk huis.

En wat zijn die contouren dan volgens dit lied?

De daken met hun wirwar van antennes, het ronken van een vliegtuig in de nacht. ’t Reklamewoord dat telkens aan en uit flitst; ’t verkeerslicht waar ik dagelijks voor wacht. Het flatgebouw met helverlichte vensters, dat schittert als een lichtzuil in de nacht. En daaromheen, veel hoger dan de huizen, oneindigheid en verre sterrenpracht.

Ook daarin vind je, als je goed kijkt, God:

De hele wereld houdt Hij in zijn handen; Hij spreekt in stilte en in stadsgerucht van liefde en genade en erbarmen voor ieder, die in wanhoop tot Hem vlucht. 

4/ We zijn er bijna, maar nog niet helemaal

De massale gebedsgenezingen die je in het Nieuwe Testament tegenkomt staan ook in het kader van het hemelse Koninkrijk van God. Jezus laat op heel veel manieren zien hoe het eens weer worden zal. En dat laat Hij nog steeds op heel veel manieren zien. Daarom zien we in de wereld al veel sporen van dat hemelse Koninkrijk. Maar tegelijk zeggen Jezus en de apostelen dat de volle heerlijkheid nog moet aanbreken. Pas als Jezus terugkomt is alle pijn, verdriet en rouw voorbij en zullen er alleen nog maar vreugdetranen zijn. Dat moment kun je niet naar voren halen door te zeggen, dat God nu al belooft dat alle zieken in Jezus’ naam genezen zullen worden als ze maar geloven. Je kunt geen genezingen claimen. Het is, denk ik, zelfs de vraag of je ze mag verwachten. Maar als het gebeurt, mag je het wel dankbaar erkennen als een voorproefje van wat ons nog te wachten staat. Hans Burger zei het als volgt in zijn verhaal als volgt: “Daarom kun je genezingen mijns inziens typeren als ´betekenisvol oplappen´ en dat bedoel ik beslist niet denigrerend. Genezingen zijn betekenisvol. Als tekenen van de komende eeuw zijn ze een belangrijke verwijzing naar wat komt. Daarom zijn ze heel waardevol. Ze geven en versterken hoop op de genezing van heel de schepping en van heel ons lichamelijke bestaan.” (Lees hier zijn hele verhaal).

Ook dit vind ik een waardevolle benadering. Het leert mij om vandaag de dag te kunnen leven met het onvolkomene. Ook als het mijzelf of de mensen dicht om me heen overkomt. Maar dan hoef ik niet alles passief over mij heen te laten komen. Ik mag vol verwachting uitzien naar wat nog komen gaat. Dat ligt achter de horizon van dit leven. Maar ik mag God wel danken wanneer Hij mij al iets daarvan laat zien en ervaren.

Joni Eareckson-Tada over ziekte, depressie, geloof en genezing (3)

In het boek De belofte van genezingIs genezing altijd de wil van God?  van Richard Mayhue staat ook een interview met Joni Eaeckson-Tada, volgens de schrijver zelf een “buitengewoon voorvechtster van gehandicapten”. Nu de diskussie over gebedsgenezing in Nederland weer oplaait wil ik dit interview graag  op mijn weblog weergeven. Dat doe ik in drie afleveringen.

Deel 3 van het interview met Joni

DICK: Vaak kijken mensen naar jou en stellen  zich voor dat jij thuis een zorgeloos en normaal leven leidt. Hoe ga jij om met dagelijkse problemen?

joni-tada-earicksonJONI: Ik denk dat het probleem waarover ik nu het beste kan praten, het probleem is dat ik in bed lig vanwege doorliggen, voelend dat mijn wereld niet verder reikt dan  het hek achter, bemerkend dat mijn gebeden niet verder gaan dan het plafond, of kijkend in de spiegeld – vies haar en geen make-up en lakens die stinken naar alcohol en antiseptische middelen. Voor mij is het een les om nog eens een keer helemaal te leren mij het Woord van God effectief toe te eigenen.

Lang geleden heb ik geleerd wat de sleutel is om te vorderen in mijn christelijke wandel: het Woord van God systematisch en intelligent benaderen en het vervolgens in verschillende begrijpelijke gedeelten opdelen die spreken over, laten we zeggen, depressie of beproeving of genade, en die dan uit het hoof leren.

Dat is nu nog steeds van toepassing. Ik moet de gevoelens van mijn beperkingen, de gevoelens dat mijn gebeden tegen het plafond terugkeren, de opwellingen, de emoties en de weifelingen uit de weg gaan. Ik neem mij in gedachten voor, wat naar ik veronderstel een geloofsdaad is, niet naar gevoelens luisteren, maar in plaats daarvan te luisteren naar het Woord van God. Dus het is in feite een handeling van mijn wil; het is een intentie van de wil dat ik niet toelaat dat deze gevoelens en emoties mijn geloof aan flarden scheuren en mijn visie op God veranderen.

joni-tada-eareckson-the-nativityIk ben van plan ze te accepteren voor wat ze zijn – emoties en gevoelens – en vervolgens door te gaan op de rechte weg van het luisteren naar het Woord van God. Het Woord van God zegt dat alle dingen meewerken in een patroon ten goede. Het zegt niet dat alle dingen goed zijn; het zegt dat alle dingen meewerken ten goede. Ik ben van plan te luisteren naar het Woord van God wanneer het mij opdraagt beproevingen te verwelkomen als vrienden en te danken in alles. Ik dat dat het een systematische benadering van zijn Woord is dat het verschil maakt.

DICK: Vragen mensen die ziek zijn niet vaak, en willen ze niet vaak weten waarom ze ziek zijn en wat Gods redenen zijn voor hun ziekte?

JONI: Ja, of ze vragen: ‘Waarom ben ík niet genezen?’ Het is belangrijk die vraag te beantwoorden als wij, de gemeente, mensen met ernstige handicaps willen dienen of tijd doorbrengen met hen in discipelschap of zoiets.

Soms gaan mensen bidden voor de genezing van een tante die dodelijk ziek is of van een echtgenoot die sterft aan kanker. Ze beweren dat ze simpelweg weten dat God die persoon zal oprichten. En dan, wanneer die persoon sterft, verblijden ze zich omdat hij of zijn heeft ervaren wat zij het toppunt van echte genezing noemen. Dat is duidelijk een uitvlucht – een geestelijke uitvlucht – een erg van pas komende uitvlucht.

DICK: Maar er zit een kern van waarheid in. En dat is zo misleidend, nietwaar?

JONI: Ja, omdat dat niet is wat deze mensen werkelijk menen. Ze bidden dat deze of die persoon wordt genezen. In feite willen ze er niet aan denken – uit angst om een gebrek aan geloof te laten zien – dat er een mogelijkheid zou kunnen zijn dat echte genezing de dood betekent.

DICK: Wat zijn, in het licht van jouw ervaring en die van alle mensen die met jou corresponderen, de meest belangrijke vragen die echt moeten worden beantwoord voor mensen die ziek zijn of lijden of in omstandigheden verkeren die ze nooit zullen kunnen veranderen?

JONI: Ik denk dat de vraag die de meeste mensen achtervolgt, de vraag is welke verantwoordelijkheid God heeft – hoe zou God, een goede God, lijden en onheil kunnen toestaan in deze wereld? En ten tweede, hoeveel van mijn eventuele genezing is van mij afhankelijk? Waar past mijn geloof in dit geheel? Wat is de betrokkenheid van God?

We hebben de eerste vraag min of meer behandeld; misschien kunnen we nog een beetje doorpraten over de tweede vraag. Mensen hebben het er erg moeilijk mee om overtuigd te raken dat toen Jezus zei: ‘Je geloof heeft je gezond gemaakt’, Hij in werkelijkheid over redding sprak in die bepaalde gedeelten van de Schrift. Ik geloof dat Hij dát gedaan heeft;  de genezing was slechts een bewijs dat die persoon geestelijk gezond was gemaakt. Maar mensen geloven nog steeds dat het een kwestie is van het aanwenden van hun geloof. Ze geloven nog steeds dat deze gedeeltes uit de Schrift alle verantwoordelijkheid bij hen leggen, bijvoorbeeld waar Jezus zegt: ‘Als je een  geloof hebt als een mosterdzaad, zul je tot deze berg zeggen: Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen.’

Soms denk ik dat God de bedoeling van hun hart leest; maar misschien ligt het in de voorzienigheid van God opgesloten dat zij zich erg moeten vergissen zodat ze zouden worden bewogen om eens beter naar de Schrift te kijken.

Neem bijvoorbeeld die jonge stewardess. Wat zal dat lieve meisje doen wanneer haar echtgenoot dodelijk ziek wordt? Wat zal ze doen? In zekere zin heb ik medelijden met haar. Maar vanuit een ander oogpunt kan ik begrijpen dat God zou willen dat zij heel diep teleurgesteld wordt, zodat het haar, net zoals dat bij mij was, ertoe zou dringen terug te gaan naar de Schrift om een tweede, nauwkeuriger blik te werpen. Ik heb te doen met deze mensen. Ik kan mijzelf zien, zoals ik eens was, in die positie. Ik denk dat het daardoor nog meer noodzakelijk wordt dat mensen die in een positie verkeren dat ze Gods waarheid doorgeven, nauwkeurig zijn. Hier ligt een grote uitdaging voor je.

Noot: Lees, om meer te weten te komen over Joni en haar worstelingen om te zegevieren, haar uiteenzetting in A Step Further (Grand Rapids, MI: Zondervan Publishing House, 1990). Schrijf, om meer over haar diensten te weten te komen, naar JAF Ministries, P.O. Box 3333, Agoura Hills, CA 91301, United States of America, of bel in de Verenigde Staten (818) 707-5664. [of bekijk de website www.joniandfriends.org]

 

Joni Eareckson-Tada over ziekte, depressie, geloof en genezing (2)

In het boek De belofte van genezingIs genezing altijd de wil van God?  van Richard Mayhue staat ook een interview met Joni Eaeckson-Tada, volgens de schrijver zelf een “buitengewoon voorvechtster van gehandicapten”. Nu de diskussie over gebedsgenezing in Nederland weer oplaait wil ik dit interview graag  op mijn weblog weergeven. Dat doe ik in drie afleveringen.

Deel 2 van het interview met Joni

DICK: Laten we even terugkomen op die stewardess. Hoe liep het gesprek met haar af?

joni-tada-earicksonJONI: De conversatie die ik met die stewardess had was verontrustend, omdat het werkelijk, op kleine schaap, iets was wat plaatsvindt in gemeenten door het hele land. Toen ik op het vliegveld uit het vliegtuig ging, werd ik begroet door één van mijn sponsors. Ze hadden een jonge vrouw meegebracht die haar net had gebroken tijdens een auto-ongeluk het jaar daarvoor. Zij had net als ik een dwarslaesie. Zij was op het punt gekomen dat ze God erin kon vertrouwen en het had geaccepteerd.

Maar iemand had haar verteld dat het de wil van God was dat zij zou worden genezen. Wel, ze geloofde en geloofde en werkte hard en ze had alle Schriftuurlijke geboden opgevolgd en had alles gedaan waarvan zijn dacht dat het nodig was – en nog steeds werd ze niet genezen. Dat slingerde haar in een depressie; het bracht schade toe een haar visie op God. In haar denken werd Hij een reus daarboven die monsterlijke grappen uithaalde met mensen hier beneden.
En vervolgens werd haar gezegd: ‘Wacht eens even; jouw depressie laat geen leven in geloof zien. En in feite, jonge dame, is jouw depressie niets meer dan louter zonde.’ O, het was wreed, afschuwelijk wreed!

Haar opmerking aan het adres van die persoon was: ‘Nou, kijk eens naar Joni. Zij houdt van de Heer en wandelt dicht bij Christus, maar toch heeft de Heer er niet voor gekozen haar te genezen.’

Er werd tegen haar gezegd: ‘’Tja, Joni heeft zich neergelegd bij de gedachte dat ze nooit wordt genezen. Daarom is Joni niet genezen.’

Ze keek er vol spanning naar uit om  het uit de eerste hand te horen. Was ik ooit depressief? Geloofde ik dat het de wil van God was? Had ik mij erbij neergelegd dat ik nooit meer op mijn voeten zou staan?

Net als die andere conversatie met de stewardess, was mijn eerste opmerking aan haar adres: ‘Nee, ik heb mij er niet bij neergelegd dat ik nooit zal worden genezen.’ Sommige mensen aan het ene einde van het spectrum zeggen dat God nooit op wonderbaarlijke wijze geneest. Ze stoppen bijna de daden van God in een doosje. Maar aan het andere einde van het spectrum zijn mensen die zeggen dat God wil dat iedereen wordt genezen. Ook zij proberen God in een doosje te stoppen. Dus zei ik tegen haar: ‘Nee, ik heb mij er nooit bij neergelegd. Ik heb alle deuren geopend. Ik heb ze open gelaten. Maar het is de verantwoordelijkheid van God, en niet langer de mijne. Als ik een juiste visie op de Schrift en een hoge dunk van God heb, dan kan ik het aan zijn wil overlaten.’

Maar ik geloof echt, zoals ik haar vertelde, dat genezing de uitzondering op de regel is – waarbij de regel is dat God heden ten dage niet altijd op wonderbaarlijke wijze zal genezen, niet meer dan dat Hij op wonderbaarlijke wijze mensen uit de dood opwekt of mensen op water laat lopen . Deze dingen gebeuren gewoonweg niet.

Ik vertelde haar dat ik vaak depressief word. Nu lig ik bijvoorbeeld in bed met een paar hardnekkige wonden als gevolg van doorliggen. Ik heb een aantal maanden in bed gelegen. Dat is erg ontmoedigend geweest en soms maakt dat depressief. Er zijn mensen geweest die zeiden dat ze bidden voor mijn genezing.

De jonge vrouw vroeg mij met een nieuwsgierige blik op haar gezicht: ‘Nou, denk je niet dat het zonde is?’

Ik zei: ‘Wanneer ik zou toestaan dat deze emoties mijn visie op God veranderden, dan zou dat zonde zijn. Maar het is geen zonde, want mijn visie op God is niet veranderd.’

Maar ik ben een mens. Hij kent mijn lichaam en herinnert Zich dat ik slechts stof ben. Hij heeft mij tot een wezen gemaakt met echte tranen. Emotioneel gezien word ik niet echt blij over het feit dat ik drie maanden op bed lig, maar dat heeft mijn visie op God niet veranderd. De depressie die ik ervaar, is simpelweg inherent aan wat het betekent om mens te zijn. Sommige depressies zijn slechts een deel van wat het betekent om de alledaagse botsingen en kneuzingen van het mens-zijn onder ogen te zien, of je nu een gelovige bent of een ongelovige. Wanhoop is voor een christen echter niet nodig, omdat we hoop hebben – de hoop op Christus, die alle dingen nieuw zal maken.

DICK: Dat is een goed onderscheid tussen depressie, een  deel van ons mens-zijn, en wanhoop, wat nooit een deel van onze bevrijdende relatie met Christus zou mogen zijn.

JONI: Het is zo wonderlijk. Eerst wanhoopte ik toen ik gewond raakte – ik wist niet hoe alles in elkaar paste. Ik had er geen idee van dat God daar was; dat het Hem iets kon schelen; dat Hij alles onder controle had en dat ik mij geen zorgen hoefde te maken; dat het geen ongeluk was; dat Hij een vooropgezet doel had en dat Hij opstandingskracht had om mij te geven. Ik wist dat alles niet. Dus ja, tijdens de eerste maanden van mijn invaliditeit wanhoopte ik. Ik dacht dat er geen hoop was. Maar christenen hoeven nooit te wanhopen, alhoewel ze depressief kunnen worden.

DICK: Heb je ooit de fasen in je denken geanalyseerd van de tijd dat je een tiener was en pas gewond raakte tot het punt waar je nu bent aanbeland? Heb je enige duidelijk fasen, waar je doorheen bent gegaan, opgemerkt?

JONI: Ja, ik denk dat ik het klassieke voorbeeld heb gevolgd van iedereen die het punt bereikt dat hij zijn invaliditeit accepteert. Er zijn vijf stappen: de klassieke fasen van schoktoestand, woede, ontkenning, onderhandelen en acceptatie.
Eerst was ik inderdaad geschokt en totaal ongelovig. Het is vreemd, Dick. Ik zag mijn lichaam verlamd, maar het begon mij niet te dagen dat het altijd zo zou zijn. Het was niet dat ik weigerde erover na te denken; er ging eenvoudig geen lampje branden. Het drong niet tot me door, omdat het allemaal een schoktoestand was. Daarna kwam de woede: ‘God, hoe kunt U toestaan dat er zoiets met mij gebeurt?’

Nogmaals, dat is een andere aangelegenheid waarnaar ik altijd al nieuwsgierig ben geweest – waarom we de schuld bij God leggen. Wat is er toch met Hem? Het moet inherent zijn aan onze opstandige natuur dat we God de schuld geven. We leggen de schuld nooit echt bij de aanvankelijke rebellie van de mens; we werpen de verantwoordelijkheid op God, niet op Satan. Trouw aan onze menselijke natuur, dat is de aard van het beestje. Het lijkt erop dat we nergens de verantwoordelijkheid voor kunnen accepteren.

Toen ging ik door een fase van ontkenning: ‘Dit is niet hoe het zou moeten zijn. God, ik weet gewoon dat U mij op de been zult helpen.’ Daarna onderging ik de onderhandelingsroutine; uiteindelijk kwam ik op het punt waar ik mijn invaliditeit accepteerde. Maar het was geen acceptatie in de zin van hopeloze berusting – ‘Ik denk dat dit het beste is wat ermee kan gebeuren, dus zal ik het maar accepteren en doorgaan’ – neen gevoel van zelfmedelijdend martelaarschap. Ik heb het over acceptatie waarbij je dat wat God je gegeven heeft, omarmt en het met dankzegging aanvaardt. Ik denk dat dit de oprechte acceptatie is en dat alleen een christen dat tot uitdrukking kan brengen.

Ik denk dat veel ongelovigen het lijden aanvaarden met een soort martelaarscomplex of stoïcijnse gelatenheid. Alleen christenen kunnen het lijden met dankzegging omarmen, wetende dat ze iets uit de hand van God ontvangen dat niet alleen tot zijn eer is, maar ook voor hun eigen bestwil.

Terug naar mijn ontmoeting met de jonge vrouw met een dwarslaesie. We praatten wat over het Koninkrijk van God. Wanneer iemand mij vraagt naar genezing voor vandaag de dag, begin ik te spreken over het Koninkrijk en waarom Christus is gekomen en waar de wonderen allemaal om draaiden. Ik denk dat je geen antwoorden op de vragen kunt geven, totdat je het kader schetst, de structuur waarin je je antwoorden kunt inkleden. We praatten ook wat door over de depressie voordat ik naar mijn hotelkamer ging.

De volgende ochtend stond ik op om te gaan spreken bij een lunch voor vrouwen. Er waren daar duizend vrouwen, en ik sprak over de natuur en het karakter van God en ons zicht op Hem te midden van onze pijn en problemen. Ik leidde mijn verhaal in met het feit dat ik depressief was. En dat was ik. Dit speelde ongeveer anderhalve week geleden [voor dit interview – L.E.L.], en zoals ik je al vertelde, worstelde ik heel erg met het feit dat ik aan bed gebonden was en dat ik mij lelijk voelde en dat ik wat pondjes was aangekomen, doordat ik eet wanneer ik plat moet liggen.

Ik beschreef dit voor de vrouwen, omdat ik wilde dat ze begrepen dat dit niet één of andere voorzichtige geconstrueerde visie op de Schrift was die ik jaren geleden in elkaar geflanst had.

Nadat ik had gesproken, ging ik terug naar mijn hotelkamer om even te gaan liggen, omdat ik van het doorliggen wilde afkomen. Toen ging de telefoon. Het was een vrouw die mijn wilde spreken. Ik nam de telefoon op en zij begon te zeggen: ‘Joni, ik heb een woord van kennis voor je van de Heer.’ Ze vervolgde op een manier die vaak gebruikt wordt door mensen die woorden van kennis spreken – ‘mijn dochter ..’ – alsof God werkelijk aan het spreken was. Ze vervolgde met te zeggen: ‘Mijn dochter, je zonde houdt je weg van Mij en van genezing. De depressie die je hebt, blokkeert mijn gemeenschap met jou.’

Aan het eind van haar ‘woord van kennis’ moest ik echt op mijn tong bijten. Ik zei eenvoudig: ‘Dan k u voor uw telefoontje en voor het geven van uw mening.’ Naderhand bedacht ik mij hoe wreed en oneerlijk die dame was. Ze gebruikte een handig geestelijk achterdeurtje om haar mening te geven. Ik heb dat niet tegen haar gezegd, maar ik kookte echt. Nogmaals, het gaat rechtstreeks terug tot de stewardess en het meisje in de rolstoel. Wanneer we God verkleinen tot ons formaat, verliezen we te zijner tijd onze verheven visie op God die de mannen en vrouwen uit de Bijbel hadden. We passen Hem in ons handige vakje.

 

 

 

Joni Eareckson-Tada over ziekte, depressie, geloof en genezing (1)

In het boek De belofte van genezingIs genezing altijd de wil van God?  van Richard Mayhue staat ook een interview met Joni Eaeckson-Tada, volgens de schrijver zelf een “buitengewoon voorvechtster van gehandicapten”. Nu de diskussie over gebedsgenezing in Nederland weer oplaait wil ik dit interview graag  op mijn weblog weergeven. Dat doe ik in drie afleveringen.

Deel 1 van het interview met Joni

joni-tada-earecksonDe meeste mensen in de Verenigde Staten kennen het verhaal van Joni Eareckson-Tada, bekend door haar boeken, schilderijen, muziek en bijeenkomsten. In 1967 dook Joni, toen een jonge tiener van 18 jaar oud, in ondiep water en brak haar nek. Het ongeluk bezorgde haar een dwarslaesie. Sinds dat moment heeft God haar geweldig gebruikt in dienstbaarheid aan de invaliden.

Maar het grootste gedeelte van het publiek ziet de ‘dagelijkse’ Joni niet. De meeste mensen begrijpen haar strijd niet om de gewone dagelijkse dingen te doen, zoals baden of eten. Ze zien haar alleen als superster.

Ik bezocht Joni in haar bescheiden huis in Woodland Hills, dat uitkijkt over de San Fernando Valley in Zuid-Californië. Joni lag in bed vanwege spanningspijnen, maar ze verwelkomde mij zeer hoffelijk en nodigde mij uit een middag met haar door te brengen. Ik wil ons gesprek met u delen.

DICK: Geloof je dat de beweging van de gebedsgenezers en haar boodschap misleidend is?

JONI: Onlangs vloog ik naar een spreekbeurt in Saint Louis en tijdens de vlucht raakte ik in gesprek met  een jonge stewardess bij wie de liefde van Jezus gewoon op haar hele gezicht stond geschreven. Zij was één van de meest levendige, bruisende personen die ik ooit ontmoet heb. Zij was duidelijk een nieuwe christin, verliefd op de Heer. Ze zei me: ‘Joni, ik zou eenvoudigweg geen God kunnen dienen die niet wilde dat iedereen genezen werd – een God wiens wil het was niet iedereen te genezen.’

Mijn commentaar was: ‘Tja, we kunnen overduidelijk zien, alleen al door een terloopse observatie van onze wereld, dat het niet de wil van God is dat iedereen genezen wordt, omdat niet iedereen is  genezen. De mens kan de wil van God niet weerstaan en als het de bedoeling en de opzet van God was dat alle mensen gezond zouden zijn, zou niets dat kunnen tegenhouden. We zouden bewijzen ervan zien in de wereld om ons heen, maar we zien dat niet. Dus is het duidelijk niet de wil van God dat iedereen zal worden genezen.’

Haar volgende opmerking tegen mij had ongeveer de volgende strekking: ‘Tja, heeft ons geloof er niet iets mee te maken?’ Ik denk dat het goed voor ons zou zijn dit onderwerp te bespreken, omdat mensen, behalve dat ze een onjuiste visie op het Koninkrijk  van God en een onjuiste uitlegkunde hebben, neigen naar het selecteren van bepaalde delen van de Schrift, een paar verzen hier en daar die spreken over geloof, en vervolgens rond dat geloof een hele theologie creëren.

Ik zie geloof slechts als een middel waardoor Gods genade werkt. Anderen, met de overtuigingen van de stewardess, zien geloof misschien als de knuppel die we boven Gods hoofd moeten houden of als het touwtje waaraan we moeten trekken zodat God werkt. Volgens mij lijkt dat niet op geloof; het lijkt op arrogantie. Het maakt God bijna tot een marionet.

DICK: Ben je ooit bij een dienst voor gebedsgenezing geweest?

JONI: Eerlijk gezegd ben ik naar een aantal bijeenkomsten van Kathryn Kuhlman geweest. Ik denk dat de idee [van een gebedsgenezingsdienst – L.E.L.] op een erg  subtiele manier verkeer is, in die zin dat het de mentaliteit bevordert die de stewardess had – dat Gods doel met de verlossing van de mensheid primair is om ons gelukkig en gezond te maken en onze levens vrij te maken van problemen. Het soort wegen te bewandelen van het grijpen van strohalmen en het trekken aan touwtjes om God te manipuleren of Hem om te praten of Hem tot ons formaat te verkleinen – dat zijn erg wanhopige pogingen om te zorgen dat aan onze verlangens tegemoet gekomen wordt en dat onze gebeden verhoord worden op de manier waarvan wij denken dat ze zouden moeten worden verhoord. Zijn doel met de verlossing is ons in overeenstemming te brengen met het beeld van Christus, en vaak vergeten we dat.

DICK: Toen je ging, stond je toen in de rij om genezen te worden?

JONI: Ja. Ik herinner me dat het in het Hilton in Washington was. Het was afgeladen vol en ik zat ergens achterin. Er waren overal stoelen en niemand van ons kon bewegen. We zaten allemaal tegen elkaar vastgeklemd.

Er waren mensen in rolstoelen, mensen met looprekjes, mensen op krukken – net zoals ik. Je moet begrijpen, Dick, dat ik op het punt was aangeland dat ik zonden verzon om te belijden. Ik wilde er zeker van zijn dat alles met God in het reine was. Diep van binnen voelde ik mij een beetje dwaas dat ik aanwezig was, maar ik voelde dat het noodzakelijk voor me was om dwaas te zijn  in aanwezigheid van God, in aanwezigheid van al deze mensen. Ik dacht dat het nodig was mij ter aarde te werpen en mijzelf volledig en openlijk kwetsbaar te maken, niet alleen voor Hem, maar voor die mensen. En er waren anderen die voor mij baden terwijl ik naar die bijeenkomst ging.

Ik was al gezalfd met olie. Een ontelbaar aantal mensen had mij de handen opgelegd. Ik dacht: dat is heel goed, omdat dat betekent dat alle juiste dingen zijn gedaan. Al die dingen waarvan je denkt dat ze verondersteld worden te gebeuren – predikanten die je de handen opleggen, zalven met olie, gebeden, en zonden die ik beleed. Ik deed alles. En ik ging naar de bijeenkomst van Kathryn met het geloof dat God de weg had gebaand en de scène had voorbereid en dat ik in staat zou zijn met mijn rolstoel tot op het podium te komen en dat zou werkelijk het einde zijn.

Maar er gebeurde niets. Een hele lange tijd kon ik niet begrijpen waarom mijn handen en mijn benen niet de boodschap kregen die mijn verstand ze stuurde. Ik herinner mij dat ik naar mijn aanhangsels keek alsof ze losstonden van wie ik was en wat ik dacht. Mijn hart en mijn verstand zeiden: ‘Je bent genezen, lichaam!’ Ik wilde er zeker van zijn dat ik geloofde met een hoofdletter G.

DICK: Was je geprogrammeerd door literatuur over gebedsgenezing te lezen?

JONI: Ja. Het was een kwestie van mijn geloof – werken aan dat geloof, zorgen dat het mooi en geoefend en in de opperste conditie komt. Ik geloofde echt! En toch reageerden mijn handen en voeten niet op dat waarvan ik wist dat het waar was. Toen begon ik in te zien dat er twee mogelijkheden waren: óf God haalde de een of andere monsterlijke, wrede grap met mij uit, ik was het slachtoffer van een Goddelijke komedie, óf mijn visie op de Schrift was verkeerd.

Ik kon niet geloven dat God een grap met mij uithaalde. Ik had God op een andere manieren zien werken in mijn leven en ik geloofde de Schriften. Ik wist zeker dat dit geen deel was van zijn natuur of karakter; Hij is niet de God van verwarring of wrede trucjes. Dus ik kwam tot de conclusie dat het probleem bij mij moest liggen, aangezien ik zoveel geloofde. Ik had mensen opgebeld en gezegd: ‘Wacht morgen op je stoep op mij. Ik zal je stoep rennend komen opspringen.’ Ik stelde mij echt kwetsbaar op. Ik geloofde, dus wist ik dat de schuld niet kon liggen bij mijn geloof. Het moest liggen aan mijn verkeerde visie op de Schrift. Dat is het moment waarop ik helemaal begon terug te kijken naar de hof van Eden, naar de eerste wortel van lijden, ziekte, verwonding en dood. Ik zag dat ziekte begon met zonde en, zoals ik verteld heb ik Een stap verder, ik begon heel langzaam en nauwkeurig in de Bijbel de stroom van verlossingen van God in de geschiedenis te verzamelen, totdat ik begin in te zien dat het allemaal in elkaar paste. Toen ik het Nieuwe Testament bereikte, begon ik plotseling de wonderen,  de genezingen en alle opwinding te begrijpen toen Jezus hier op aarde was.

Er bleek overduidelijk uit dat lijden verondersteld werd deel uit te maken van de verlossende mensheid van God. En zelfs na de redding werd lijden verondersteld te passen in het weefsel en de vezels van het verhaal van verlossing. Toen Jezus kwam om de zonde en de resultaten van de zonde aan te pakken, bracht Hij het proces op gang en begon de effecten van zonde en al haar gevolgen om te draaien. Maar daarmee legde Hij slechts het fundament. We leven nog steeds in een gevallen wereld; er sterven nog steeds mensen; er gebeuren nog gsteeds natuurrampen en mensen worden nog steeds ziek, en dat zal zo blijven totdat Hij terugkomt.

Het doorlezen van het Oude Testament heeft mij heel erg geholpen. Terwijl ik las over alle beloften die werden gedaan onder het Oude Verbond – hoe de ogen van blinden werden geopend, de oren van doven werden geopend en de gezalfden van de Heer deelachtig werden aan  vreugde en blijdschap – begon ik langzaam in de zien dat toen Jezus kwam, dat slechts het begin was. Het was niet het hele plaatje. Zoals we weten, komt Hij terug, niet als een nederige dienaar, maar als een regende Koning. Hij zal het Koninkrijk volmaken en al deze schitterend beloften nakomen.

Ik denk dat dat de reden is dat ik het niet erg vind om in een rolstoel te zitten en lijden te moeten verdragen. Als het betekent dat meer mensen toegang krijgen tot het Koninkrijk van God en meer mensen deel gaan uitmaken van zijn familie, dan heeft het allemaal zin. Lijden zonder reden is voor niets lijden. Dat zou pijnlijk zijn.

Gebedsver(w)achting – over bidden met en voor zieken

“In Amerika wonen veel gelovigen en daarom worden daar veel meer mensen beter dan bij ons,” zei een christen uit China eens, “en dat komt omdat God Amerika gezegend heeft met hele goede medische zorg.” Hoe kan het dan dat veel christenen in het Westen juist het tegenovergesteld beeld hebben: in China wordt veel meer geloof gevonden dan bij ons en daarom komen daar zoveel genezingen op het gebed voor.

“God heeft ons rijk gezegend met medische inzichten en nieuwe geneesmiddelen, zodat er in onze tijd veel meer zieken genezen als in de eeuwen ervoor. We kunnen Hem er niet genoeg voor danken,” zei Abraham Kuyper rond het jaar 1900. Hoe kan het dan dat veel christenen in het Westen hogere verwachtingen hebben van gebedsgenezers dan van de medische zorg als ze te maken krijgen  met lichamelijke en psychische ziektes?

Onze moderne tijd

Ik denk dat deze ontwikkeling als volgt te verklaren is. Namelijk: we hebben in Europa in de afgelopen eeuwen ‘wetenschap’ en ‘geloof’ uit elkaar getrokken. Die kloof is begonnen in de Renaissance (1400/1500), ging daarna verder in de tijd van de Verlichting (1600/1700) en die kloof is in de laatste driehonderd jaar alleen groter geworden door alle technische ontwikkelingen en de groeiende welvaart die daarmee gepaard ging. Daardoor zijn ‘wetenschap’ en ‘geloof’ elkaars konkurrenten geworden in plaats van elkaar aan te vullen als middelen waardoor wij God kennen (art. 2 NGB). Veel mensen zijn daardoor hun geloof in God zijn kwijt geraakt en stellen hun vertrouwen volledig op de wetenschap.

Vergeten te bidden

Die manier van denken zit al heel erg lang in onze hele maatschappij. Dat heeft volgens mij ook de christenen die nog steeds in God en Jezus geloven, beïnvloed. Vaak sluipenderwijs. Abraham Kuyper wist geloof en wetenschap nog wel te combineren. Hij dankte God voor de medische ontwikkelingen, omdat hij besefte, dat God het zelf allemaal in de schepping gelegd heeft en dat Hij aan mensen het verstand en het inzicht geeft om het te ontdekken en te gebruiken.

Als je er zo tegen aan kijkt, staan geloof en wetenschap niet tegenover elkaar en ook niet naast elkaar, maar zijn het twee kanten van dezelfde medaille. Die je wel voortdurend allebei moet blijven bekijken om niet in eenzijdigheden te vervallen. En dat is wel gebeurd. Ook door veel christenen. Sluipenderwijs en niet eens met opzet. Maar hoe dan ook: ook veel christenen vertrouwen vandaag vooral op de medische wetenschap. Dus bij ziekte ga je naar de dokter, krijg je medicijnen, volg je een kuur, ga je voor onderzoek naar het ziekenhuis en onderga je een operatie – allemaal om beter te worden. Pas als het echt ernstig is, wordt de ouderling of dominee erbij gehaald en moet er op zondag in de kerkdienst tot God gebeden worden of Hij genezing geven wil.

Oftewel: in de praktijk hebben veel christenen medische zorg en therapeutische behandeling volledig losgekoppeld hebben van het geloof en het gebed en de zielzorg.

Alles op de kaart van het gebed

genezing-natuurplaatjeAls er door christenen in situaties van ziekte te weinig gebeden wordt, kun je er van op aan dat er een tegenreaktie komt. De reden daarvan is vaak terecht. De analyse en de oplossing meestal niet (net als op andere gebieden, zie mijn blog ‘Pastorale problemen en een schuivende geloofsleer’)  Ik zie dat heel duidelijk terug bij gebedsgenezing en bevrijdingspastoraat. Voor mij is het zonneklaar dat God en Jezus in de Bijbel aan gelovigen laten weten, dat ze moeten bidden en werken. Ora et Labora, om het zo eens te zeggen. En het is voor mij ook duidelijk, dat God de mensheid de laatste eeuwen heel veel wetenschappelijke inzichten gegeven heeft, ook op medisch terrein als het gaat om de behandeling  en de bestrijding van lichamelijke ziektes en psychische aandoeningen. Maar wat is er gebeurd? We hollen allemaal naar de huisarts, de chirurg, de psycholoog, de psychiater en de therapeut en zijn het belangrijkste vergeten: om heel het proces van ziekte en genezing in gebed bij God te brengen.

Geen wonder dat er een tegenreaktie ontstaat die weer heel veel aandacht voor de kracht en de waarde van het gebed vraagt. En terecht! Maar het jammere is, dat deze tegenbeweging meteen precies op de tegenovergestelde manier met net zo’n vaart de bocht uitvliegt. Namelijk door te stellen, dat we ons vertrouwen niet in de eerste plaats op de (medische) wetenschap moeten stellen, maar terug moeten naar de praktijk van de Bijbel. Daarin zien we dat Jezus op gebed lichamelijke ziekten en psychische kwalen geneest. Dat wil Hij in 2016 nog steeds doen, dus moeten we vaker en met meer verwachting bidden om wonderen van genezing en bevrijding van psychische moeiten. In het gunstigste geval worden de dokter, de therapeut en de pillen daarbij nog geduld. In het ongunstige geval moet je je afspraken met de dokter en de therapeut afzeggen en je pillen in de kliko gooien, want op het gelovige gebed zal de zieke zeker genezen, zo waar als Elia bad om droogte en het regende 3½ jaar niet en hij bad opnieuw en er volgde een mega-plensbui.

Scheefgroei

Zien veel christenen die alle kaarten op het gebed zetten dan niet, wat hier mis gaat? Hier schuiven hulpverlening en gebed in elkaar. Erger nog: hier gaat het gebed de rol overnemen van de middelen die God ons zelf gegeven heeft! Die middelen worden hooguit nog getolereerd. Maar het is toch echt van de zotte dat iemand die jaren lang een opleiding heeft gevolgd en daardoor een goede medische diagnose kan stellen of een therapeutische behandeling kan voorschrijven, van een gebedsgenezer te horen krijgt dat er in Jezus Naam voor elke ziekte herstel mogelijk is, en van een bevrijdingspastor te horen krijgt dat er maar zeven stappen nodig zijn om van je demonische belasting af te komen! Wie dat beweert schuift meer dan 200 jaar voortschrijdend inzicht in ziektebeelden en de bestrijding ervan aan de kant.

Zoek de combinatie

Ik denk dat de overdreven aandacht voor gebedsgenezing en bevrijdingspastoraat de onbetaalde rekeningen zijn van wat we als christenen in Nederland te lang hebben laten liggen, namelijk de kracht van het gebed.

De oplossing ligt ‘m alleen niet in het geestelijk onderwaarderen van medische diagnoses, behandelingen en resultaten van lichamelijke en psychische ziekten. Dan zet je een flinke stap terug in de ontwikkelingsgeschiedenis van Gods schepping en ben je niet dankbaar voor wat God ons daarin gegeven heeft.

Een betere oplossing is volgens mij: ga meer bidden bij lichamelijke ziekten en psychische moeiten. Daarmee ondersteun je de professionele behandeling van artsen en therapeuten. Ik zou graag zien dat er in elke christelijke gemeente personen aangesteld worden om individueel of in een team met en voor mensen te bidden in tijden van ziekte of andere strukturele moeiten. Zonder dat die voorbidders zich met de medische of therapeutische kant van de zaak bemoeien. Onder het motto: ieder z’n van God gekregen vak en gave.

Omgeef arts en therapeut met gebed

In zijn eigen tijd liet Jezus al weten dat Hij geen enkel bezwaar had tegen dokters en artsen. In onze tijd zou Hij, denk ik, zeker gebruik gemaakt hebben van de professionele hulpverlening. Maar zou Hij ons er nadrukkelijk op gewezen hebben dat het echt noodzakelijk is om bij alles voortdurend de koppeling te leggen met het gelovige gebed.

In onze tijd is niet de gebedsgenezer de 21-eeuwse volgeling van Christus die gehoor geeft aan de opdracht van Jezus: Genees de zieken! Die taak vervullen (gelovige) artsen en chirurgen samen met de biddende gemeente.

In onze tijd is niet de bevrijdingspastor de 21-eeuwse volgeling van Christus die gehoor geeft aan de opdracht van Jezus: Drijf de demonen uit! Die taak vervullen (gelovige) psychiaters en therapeuten samen met de biddende gemeente.

Een gemeente vol bidders

Als er in de gemeente van Christus meer verwachtingsvol met en voor elkaar gebeden wordt, neemt de aandacht voor gebedsgenezingsdiensten en bevrijdingspastoraat vanzelf af en wordt het werk van artsen en therapeuten pas echt op de goede manier gewaardeerd, nl. als middelen in Gods hand. Die mag je gelovig gebruiken, daar mag je Gods zegen over vragen en daar mag je Hem voor bedanken als het tot genezing of een leefbaar leven leidt.