‘Laat ons de rustdag wijden’ – welke rustdag (sabbat of zondag) en waarom?

De meeste christenen vieren de zondag als rustdag. Het is ‘de dag des HEREN’ zoals we het plechtig uitdrukken. Maar wat is de reden, dat God in de Tien Geboden ons oproept de rustdag te onderhouden? Je kunt je er van afmaken door te zeggen: ‘Dat is toch wel duidelijk. Omdat God het wil en goed voor ons vindt. Het staat in het vierde gebod. Zes dagen werken, één dag rust.’ Toch is dat net even te gemakkelijk. Want de Tien Geboden staan twee keer in de bijbel. In nagenoeg dezelfde bewoordingen. Alleen bij het Vierde Gebod worden er twee verschillende motiveringen gegeven om de sabbat te vieren. Dus dat is probleem 1. Probleem 2 is de vraag: waarom zijn de meeste christenen overgestapt van de sabbat naar de zondag als HEER-lijke dag?

Exodus en Deuteronomium

De eerste keer dat we de Wet van God in de bijbel tegenkomen, is in Exodus 20. Daar ontvangt Mozes bij de verbondsslui­ting op de berg Sinai de twee stenen platen met de Tien Woorden van het verbond die God er eigenhandig in gegraveerd heeft. In Deuteronomium 5 komen we de Wet van de HERE opnieuw tegen. Daar worden de Tien Geboden door Mozes her­haald vlak voor de intocht in het land Kanaän. Dat is veertig jaar later. Beide keren wordt er een andere reden gegeven waarom gelovigen zich aan het Vierde Gebod moeten houden.

In Exodus 20 staat: 8 Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag. 11 Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en heilig verklaard.

In Deuteronomium 5 staat: 12 Neem de sabbat in acht, zoals de HEER, uw God, u heeft geboden; het is een heilige dag. 14b Want uw slaaf en slavin moeten evengoed rusten als u. 15 Bedenk dat u zelf slaaf was in Egypte totdat de HEER, uw God, u met sterke hand en opgeheven arm bevrijdde. Daarom heeft Hij u opgedragen de sabbat te houden.

Waarom twee verschillende redenen?

Hoe is die geheel verschillende motivering van het Vierde Gebod nu te verklaren? In de loop der tijden zijn er veel oplos­singen voor dit probleem aangedragen. Hier volgen de drie belangrijkste.

  1. De meest eenvoudige verklaring is deze: we nemen aan dat in Exodus 20 de precie­ze tekst van de Tien Geboden staat. In Deuterono­mium 5 heeft Mozes bij de herhaling van de Wet zich enige vrijheid veroor­loofd. Daarbij werd hij geleid door Gods Geest. Op zich is deze veronderstelling wel te verdedigen. Er zijn zo’n twintig verschillen tussen de tekst van de Tien Geboden in Exodus 20 en in Deuteronomium 5. Waarschijnlijk heeft Mozes bij de herhaling een paar keer een woord vervangen (‘Hou de sabbat in ere’ wordt ‘Neem de sabbat in acht’) en heeft hij een enkele keer de volgorde van een zin omgekeerd of een kleine toevoeging erbij gegeven. Zulke kleine ver­schil­len treffen we ook in het Nieuwe Testament aan wanneer de bijbelschrijvers citaten uit het Oude Testament aanhalen. Hier is het verschil alleen wel zo groot, dat we Mozes ervan zouden moeten be­schul­digen, dat hij een heel andere reden voor de sabbat zou hebben bedacht.
  2. De tweede verklaring is deze: in Exodus 20 hebben we met de echte tekst van de Tien Geboden te maken. In Deuteronomium 5 is sprake van een eerste uitleg en toepassing van Gods Wet door Mozes. Maar zowel in Exodus 20 als in Deuteronomium 5 wordt ons voorgehouden, dat God ‘deze woorden‘ sprak. Waaraan ontlenen wij dan het recht om te zeggen: in Exodus 20 spreekt de HERE en in Deuteronomium 5 spreekt Mozes, die door Gods Geest geïnspireerd is. De bijbel noemt in beide gevallen de HERE als enige spreker.
  3. De derde verklaring is deze: zowel de verwijzing naar de schep­ping in Exodus 20 als de verwijzing naar de uittocht in Deuteronomi­um 5 horen níet bij de Tien Geboden zoals de HERE Zelf die op de stenen platen gegrift heeft, maar zijn er later aan toegevoegd. Anders gezegd: het Vierde Gebod is oorspronkelijk korter geweest. Het is ook moeilijk voor te stellen, dat de beide versies naast elkaar op dezelfde stenen plaat van de Wet gestaan hebben. Daar komt nog een argument bij: in het eerste gedeelte van het Vierde Gebod is de HERE Zelf aan het woord. Hij spreekt ons toe in de eerste per­soon: ‘Hou de sabbat in ere / Neem de sabbat in acht’. Als daarna de motivering volgt, wordt er over God gesproken in de derde per­soon: ‘Want in zes dagen heeft de HERE …’ en ‘… totdat de HERE, uw God, u … bevrijdde’. Als je aanneemt dat het in beide gevallen om een toevoeging van Mozes gaat, is de persoonswisseling helemaal niet vreemd, maar ligt zij voor de hand.

Deze derde oplossing spreekt mij het meest aan. Het lijkt heel radi­kaal. Maar het gaat erom, dat je als gelovige eerbied hebt voor de eenheid van de bijbel. Daarom moet je het verschil tussen Exodus 20 en Deute­ronomi­um 5 respekteren en mag je niet zeggen, dat één van de twee versies minder belang­rijk of minder origineel is. Beide motive­ringen van het sabbatsgebod zijn door de Heilige Geest ingegeven en hebben door zijn leiding een plaats in de bijbel gekregen, ook al ontbraken ze op de stenen tafels. Deze opvatting wordt ook verdedigd door prof. J.P. Lettinga, die Hebreeuws gegeven heeft aan onze Theologische Universiteit. Zijn argumenten staan in het boek ‘De Tien Geboden deel 1’ van prof. J. Douma, blz. 148-151.

De bedoeling van de rustdag

Maakt het nu veel uit, welke reden gegeven wordt, waarom wij van de HERE één dag in de week moeten rusten van ons werk? Ik denk van niet. De motivering van het Vierde Gebod om de rustdag te houden is wel verschillend, maar niet met elkaar in tegen­spraak. Integendeel, ze vullen elkaar aan. De verwijzing naar de schepping geeft aan, dat ook God uitrustte na zes dagen werken. Zo mogen wij, als kinderen van God, ook uitrusten en adem scheppen na onze werk­week. We hoeven geen slaven van ons werk te zijn. Daarom wordt ook naar de bevrijding uit de slavernij van Egypte verwezen.

Maar in beide gevallen gaat het om meer dan uitrusten op zich. Er wordt niet voor niets naar God verwezen. Hij is onze Schepper en Verlosser. Daarom mogen we op de rustdag Hém niet vergeten. Integen­deel: ’t Is goed de HEER te loven, zijn dag zij Hem gewijd’ zingen we in Psalm 92. De Israelieten moeten de sabbatdag heiligen = apart zetten, en onderhouden = in ere houden om aan God te denken. Alleen bij Hem komen we pas echt tot rust en weer op adem.

Van sabbat naar zondag

Een ander punt is de vraag, waarom in de chris­telijke kerk de zondag in de plaats gekomen is van de sab­bat. Over die kwestie zou een veel bredere bespreking op z’n plaats zijn dan ik in dit artikel geven kan. Wie er meer over wil lezen kan terecht bij de bespreking van het Vierde Gebod door J. Douma in ‘De Tien Geboden deel 2’.

Heel kort, krachtig en kernachtig gezegd is de overgang als volgt te verklaren: de opstanding van onze Heer Jezus Christus is Gods allergrootste werk, dat Hij voor ons en in ons verricht heeft. Door zijn opstanding heeft Jezus je bevrijd uit de macht van de zonde en uit de slavernij van satan. Dat is een grotere verlossing dan de bevrijding uit Egypte. Door zijn opstanding legt Jezus het funda­ment voor de herschep­ping van alle dingen. Dat begint al in dit leven. Door de opstandingskracht van Jezus kom je tot geloof en word je nu al opgewekt tot een nieuw leven; en dat zal voltooid worden op de dag van Chris­tus’ terugkomst, want dan volgt het leven in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde. Dan heb je het einddoel van je geloof bereikt: je redding (1 Petrus 1:9). Dan breekt ook de blijvende rust aan: het eeuwige leven bij de HERE, onze God (Hebreeën 4:9-10).

Dus vieren de meeste christen de zondag als feestdag en rustdag om Gods grote daden te gedenken: de schepping in zeven dagen, de bevrijding uit Egypte en de opstanding van Jezus Christus onze Heer. Want nu de Heer is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan: een leven door zijn dood bereid, een leven tot in eeuwigheid. (Gezang 95:4)

 

Advertenties

Ik NEE-geer het Oekraïne-referendum en blijf lekker thuis

Jan Roos GroningenWat is de overeenkomst tussen beide foto´s? Voor Groningers boven de 50 een makkie. Het zijn twee foto´s van Jan Roos. De ene Jan Roos was de provinciale dorpsgek en straatzanger in Groningen tussen 1930 en 1979. De andere Jan Roos is de nationale Donald Duck van GeenStijl die 300.000 mensen zo gek wist te krijgen om een referendum af te dwingen over het handelsverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. 

Jan Roos Geen StijlNiemand in Groningen nam de eerste Jan Roos serieus. Ik neem de tweede Jan Roos ook niet serieus. Dus mijn stempas ligt al verscheurd in de papierbak. Ik blijf op 6 april lekker thuis. Ik zal uitleggen waarom.

Reden 1 – Onderbuikgevoelens

Het ‘Oekraïne-referendum’ is aangevraagd door o.a. GeenStijl .en andere negatievelingen. Volgens mij niet omdat ze tegen dit handelsverdrag zijn. Want daarvan zijn er drie door de Europese Unie gesloten: met Georgië, met Oekraïne en met Moldavië. Waarom dan alleen een referendum over Oekraïne? Omdat daar van alles aan de hand is: een burgeroorlog en MH-17. Dus is het een mooie aanleiding om de onderbuikgevoelens van veel Nederlanders te mobiliseren die Europa, Den Haag en de politiek graag even lekker dwars willen zitten.

Het referendum gaat in de beleving dus overal over, behalve over het handelsverdrag met Oekraïne. Het is een pesterige aktie die van het referendum een lachtertje maakt en de samenleving miljoenen Euro’s gaat kosten. Daar wil ik gewoon niet aan meewerken.

Reden 2 – Ik gun de ‘NEE’-stemmers geen overwinning

Een raadgevend referendum is pas geldig wanneer de opkomst 30% of hoger is. Het is aangevraagd door mensen die zeggen dat ze tegen het handelsverdrag met Oekraïne zijn.

Stel je voor dat er geen enkele JA-stemmer gaat stemmen. Dan moet 30% van de negatieve Nederlanders NEE stemmen. Als er maar 29% negatievelingen gaat stemmen, is het referendum ongeldig.

Stel je voor dat 15% van de JA-stemmers daadwerkelijk gaat stemmen. Dan hoeft maar 16% van de negatieve Nederlanders NEE te stemmen en is de uitslag van het referendum rechtsgeldig.

Als er meer negatievelingen gaan stemmen dan JA-stemmers, help ik als JA-stemmer die negatievelingen dus aan een makkelijke overwinning van 16%. Laat Jan Roos de Tweede maar op eigen kracht 30% van de Nederlanders naar de stembus weten te krijgen om NEE te stemmen. En niet met de JA-stemmers erbij al op rozen zitten bij 16%.

Reden 3 – Een onbelangrijk onderwerp

Stempas Referendum.pngHet gaat maar over een ‘raadgevend referendum’. Dus mag ik zelf bepalen of ik dit onderwerp een belangrijke zaak vind of niet. Het laatste dus. Over handelsverdragen binnen de Europese Unie laat ik graag Den Haag beslissen. Dus ook al ben vóór het handelsverdrag met Oekraïne, ik wil me niet voor het  karretje van GeenStijl en de Euro-sceptici laten spannen.

Reden 4 –Politieke spelletjes

Ik ben eigenlijk helemaal geen voorstander van een raadgevend referendum.  Zeker niet op aanvraag van een aantal burgers. Want dan worden er politieke spelletjes gespeeld. Bijvoorbeeld door D66. Die zijn al jaren voorstander van het raadplegend referendum. Eén van de eerste plaatsen waar D66 dat kroonjuweel binnen wist te halen, was Amersfoort. Het eerste referendum ging over de verruiming van de winkelopenstelling op zondag. De gemeenteraad was daar in meerderheid voor. De ChristenUnie (toen nog GPV) wist met alle kerken van Amersfoort en met de vakbewegingen FNV en CNV meer dan 4.000 handtekeningen voor een referendum hierover aan te vragen. Wat was de taktiek van D66? ‘Wij adviseren u niet te gaan stemmen als u vóór meer koopzondagen bent, want voor dit soort onderwerpen is het raadplegend referendum niet bedoeld.’ Uiteindelijk gingen bijna 26.000 naar de stembus, waarvan er zo’n 19.500 tegen en zo’n 6.500 voor meer koopzondagen stemden. Dat was 8.000 stemmen te weinig om het referendum rechtsgeldig te laten zijn.

In 2005 sprak 65% van de inwoners van Utrecht in een referendum zich uit tegen meer koopzondagen. In de jaren erna vroeg D66 steeds weer om dit besluit te herzien. En in 2013 besloot de gemeenteraad in meerderheid om wekelijks op zondag de winkels te openen, omdat meer dan 2.500 burgers daar via een ‘burgerinitiatief’ om vroegen. Dat er ook 4.500 burgers een petitie aanboden waarin ze aangaven tegen uitbreiding te zijn, werd door de raad aan de kant geschoven. En men had ook geen zin om een nieuw referendum uit te schrijven.

Ook in Ede werd in 2015 een referendum over de koopzondagen gehouden. De opkomst was 45% en bijna 60% van de stemmers gaf tegen winkelopenstelling op zondag te zijn. Meteen na de uitslag gaven D66 en de VVD aan deze uitkomst naast zich neer te leggen. Nog geen maand later werd door een meest krappe meerderheid van de raad (20 van de 39) besloten dat de winkels in Ede alle 52 zondagen open mochten. Zelfs ‘GeenStijl’ vond dit minachting van de democratie.

Nu wil D66 dat we allemaal JA gaan stemmen. Maar als een partij die principieel vóór het houden van referenda is, er in depraktijk zo mee om gaat, mag ik toch zeker wel thuis blijven omdat ik, als ik alles overweeg, er de waarde niet van in zie?

Kortom: ik heb mijn stempas verscheurd en blijf gewoon thuis.

Algemene informatie over het Oekraïne-referendum: http://www.referendum-commissie.nl/referendum-6-april-2016/veelgestelde-vragen-over-dit-referendum/ 
Over het referendum in Amersfoort 1995: http://www.volkskrant.nl/archief/amersfoortse-recordbrekers-staan-na-referendum-met-lege-handen~a395228/

 

 

 

 

 

Memento Mori – gelovig gedenken als gemeente van Christus

‘Eeuwigheidszondag’. In veel protestantse kerken worden op deze zondag de gemeenteleden die in het afgelopen jaar gestorven zijn herdacht. Op de (één-na-)laatste zondag van november. Laatst werd aan mij daarom de vraag gesteld: ‘Waarom gedenken wij in onze kerk de overledenen op 31 december en niet op de (één-na) laatste zondag van november?’ Mijn antwoord was: ‘Omdat we als gelovigen niet leven bij het kerkelijk jaar, maar bij de christelijke jaartelling.

Oudjaarsavond of ‘Eeuwigheidszondag’?

Kaars brandendIn de gereformeerde kerken bestaat al meer dan 150 jaar de gewoonte om op Oudjaarsavond een kerkdienst te beleggen. Daarin blikken we als gelovigen terug op wat het afgelopen jaar ons gebracht heeft. Alle ingrijpende momenten uit het leven krijgen daarin een plaats. En dus gedenken we in die kerkdienst ook de gemeenteleden en de geliefden van gemeenteleden die het afgelopen jaar zijn overleden. Persoonlijk vind ik zo’n kerkdienst op 31 december een heel natuurlijk moment. Alle belangrijke gebeurtenissen gebeuren op een bepaalde datum en die datum zoveel jaar ‘na de geboorte van Christus’. Maar er is ook een andere ontwikkeling in onze kerken. Namelijk: als je het liturgisch helemaal goed wilt doen, zou je de overledenen moeten gedenken op de laatste zondag van het kerkelijke jaar. Dat is eind november, een week voordat de vier zondagen van advent beginnen. Ik schreef daar een paar jaar geleden al eens een blog over met als titel Oudejaarsdienst 31 december – gelovig terugkijken, gelovig gedenken. In dat artikel haalde ik een collega aan die in de Gereformeerde Kerkbode van het Noorden in dec. 2013 een pleidooi voerde voor de invoering van ‘Eeuwigheidszondag’. Hij vroeg zich af: moeten we als kerk de overledenen herdenken in de deining van het wereldlijke jaar of in het ritme van de kerk en in de cadans van de heilsfeiten? Hij koos voor het laatste. In tegenstelling tot mij. Ik zal uitleggen waarom.

Als gelovige leef ik bij de christelijk jaartelling

Ik leef, als ik voor mezelf spreek, als gelovige veel meer bij de christelijke jaartelling dan bij het kerkelijk jaar. Iedereen van ons is in dit leven geboren op die ene, door God bepaalde datum in het jaar 1900- of 2000-zoveel. En de dag waarop de HERE het leven terugneemt koppelen we ook die ene datum uit de christelijke kalender. Dus komt een zondag in november op mij over als een onnatuurlijk, geforceerd en kunstmatig moment. Voor mijn gevoel gedenk ik dan de gemeenteleden en geliefden die overleden zijn wél in geloof, maar níet in het ritme van het gewone, dagelijkse leven. Een kerkdienst op Oudjaarsdag vind ik juist een heel natuurlijk, zinvol en kostbaar moment. In mijn beleving laten we aan het eind van het jaar als gelovigen samen Gods licht schijnen over alles wat er in het afgelopen jaar gebeurd is. Op de dag (tegenwoordig zelfs alle vijf dagen na Kerst) dat heel de wereld uitgebreid stilstaat bij weer een jaar voorbij, geven wij als christelijke gemeente daar de meest optimale invulling aan, namelijk met de Bijbel open en de blik vol emotie achterwaarts, vol vertroosting omhoog en vol verwachting vooruit gericht. Geef mij daarom dus maar een kerkdienst op Oudjaarsdag. Echt, 31 december is dé meest geschikte avond om onze geliefden in geloof te gedenken.

Deining en willekeur

Toen ik dit aan mijn collega liet weten reageerde hij begin januari 2014 als volgt.

Ik vind je argumentatie voor de Oudejaarsavond als gedenkmoment nogal zwak. Je schrijft : ‘Het ritme van de jaartelling is een scheppingsgegeven’. Ja dat lijkt me nogal logisch. Maar waar begint dat jaar? Dat is arbitrair. Als de kerk daarin wil kiezen voor een eigen cadans naast of misschien zelfs gegenüber de rest van de wereld lijkt me dat zo slecht nog niet. En dan kun je het reguliere jaarwisselingsgebeuren nog steeds kerkelijk zeer goed invullen in een terugkijken met de kalendermatige jaaroverzichten. Maar dan kies je wel stelling op het punt van: de kerk denkt in de deining van wat Christus hier op aarde heeft gedaan. En dan is Advent Nieuwjaar. Ik hoop dat je deze overpeinzing enige kans en stilte wilt geven en ben benieuwd naar je reactie.

We leven nu alweer bijna in 2017. Ik heb er niet permanent over nagedacht, maar toch wel regelmatig. En ik ben nog steeds niet van mening veranderd. Integendeel. Als 1 januari een willekeurig moment is, is de kalender van het kerkelijk jaar dat al helemaal. Die is namelijk gebaseerd op de geboorte van onze Heer. Volgens mij is overtuigend aangetoond dat dat niet op 25 december in de winter plaatsgevonden heeft.  Bovendien, waarom zouden we als kerk een alternatieve jaarcyclus invoeren en ons daarmee naast of zelfs tegenover de wereld gaan opstellen? Ik denk dat het veel beter is om een christelijke invulling te geven aan wat we in de samenleving belangrijke momenten vinden. Je moet als kerk daar zijn, waar de mensen zijn. Dus houden we op 24 december een Kerstnachtdienst en blikken we op 31 december gelovig terug op het afgelopen jaar, met speciale aandacht voor wie in dit jaar des HEREN door Hem uit dit leven zijn weggenomen. Dat is voor mij geen willekeurig moment, maar daarmee deinen we als kerk van Christus mee op het ritme van de wereld die Hij in zijn hand houdt.

Voor wie nog wat meer wil lezen: Eind december 2013 schreef ik dus de blog Oudejaarsdienst: gelovig terugkijken en gelovig gedenken. Eind december 2014 schreef ik nog twee stukjes. De eerste ging over waarom wij in de Oudjaarsdienst kaarsen aansteken: Kaarsen met oudejaarsavond. In het tweede stuk stond de tekst van de gedichten die bij het ontsteken van de vier kaarsen zijn voorgelezen: Als het leven soms pijn doet op Oudejaarsavond.

Kaarsen met Oudejaarsavond 31/12 in de kerkdienst

Gelovig terugkijken en gelovig gedenken –  veel christenen doen dat op 31 december in een oudejaarsdienst. Samen kijken we terug. Het bijna afgelopen jaar 2014 was een veelbewogen jaar. En samen gedenken we. Want op oudejaarsdag dringt het besef van de geliefden die we missen extra tot ons door.  De HERE nam ze uit dit leven weg en haalde ze, als ze in Hem geloofden, thuis. Zo kijken we gelovig achterom. We laten het Woord van de HERE schijnen en alles wat we in 2014 hebben meegemaakt, brengen we in gebed bij God.

Sommige kerken doen dat aan het eind van november, op de laatste zondag voordat Advent begint. Als gereformeerde kerken kennen we de traditie om dat op de laatste dag van het oude jaar te doen. Wat mij betreft blijft de traditie van een oudejaarsdienst nog heel lang bestaan. Zo verbinden we op een mooie manier het gewone leven met het geloof. Ook 2014 was een ‘jaar van onze Heer’. We tellen onze jaren vanaf de geboorte van Hem, Jezus Christus. Vorig jaar schreef ik over die tendens om het gelovig gedenken van 31 december te verplaatsen naar een zondag in november het blog Oudejaarsdienst 31 december – gelovig terugkijken, gelovig gedenken. Wie nog wat, in mijn ogen, goede argumenten voor het handhaven van 31 december als meest geschikt gedenkmoment wil lezen, moet hier even klikken (of op http://wp.me/p3wcfn-8p).

Hoe kijk je nu op een goede manier terug en gedenk je de geliefden die in het jaar van onze Heer 2014 gestorven zijn? In onze gemeente van Assen-Peelo doen we dat sinds een aantal jaren door de namen van te noemen van degenen uit onze gemeente die afgelopen jaar zijn overleden én door kaarsen te ontsteken. Het aantal van vier is nogal praktisch: we gebruiken de kaarsen van Advent. En we nodigen gemeenteleden uit om één van de vier kaarsen aan te steken. Als men wil, mag men daarbij ook een bijbeltekst, een gedicht of een korte toelichting geven. Omdat we een heel jonge gemeente zijn met meestal minder dan vier overlijdens per jaar, kunnen we ook een kaars wijden aan ouders en andere direkte familieleden die gestorven zijn. En dit jaar, op verzoek van een gemeentelid, ook een kaars voor alle mensen die omgekomen zijn bij rampen als vlucht MH17, het oorlogsgeweld in Syrië & Irak, de Ebola-crisis enzovoorts. Dit moment wordt omgeven door bijbellezing, liederen en gebed. Zo geven we extra ruimte aan het gedenken van degenen die ons zijn voorgegaan en, als ze in hun Heer Jezus Christus geloofden, nu bij en met Hem verder mogen leven. Daarmee sluiten we op een passende manier het jaar 2014 af. En richten we ons op wat 2015 ons gaat brengen – misschien wel de terugkomst van onze Heer op de wolken. Hoe heerlijk zal dat zijn! (Opwekking 407)

WINKELEN OP ZONDAG IN ASSEN? BETER VAN NIET!

Winkels open of winkels dicht op zondag? In de gemeenteraad van Assen voeren PLOP en GroenLinks sinds een half jaartje actie voor een totale openstelling van alle winkels in Assen op alle zondagen. En ze drammen gewoon hun zin door – met steun van VVD, D66 en een groot deel van de PvdA.

LUISTEREN – HO MAAR!Zonder zondag 03

En dat, terwijl 70% van de winkeliers van binnenstad zes koopzondagen per jaar prima vindt. Op 28 november 2013 was de raad nog unaniem van mening, dat een besluit over dit voorstel moest worden uitgesteld, omdat men de mening van de winkeliers van groot belang vond. Nu hebben 117 leden van het MKB in de binnenstad van Assen zich duidelijk uitgesproken: ruim 40% wil minder koopzondagen, zo’n 30% vindt het huidige aantal koopzondagen prima, en slechts 3 van de 10 leden wil best vaker open op zondag (zie het artikel in het Dagblad van het Noorden van 13 januari 2014). Een duidelijk signaal, zou je zeggen. Maar één dag later blijkt al, dat de meerderheid van de raad van Assen toch al van plan was, alle winkels op alle zondagen open te gooien. Niet de wens van de winkeliers of de bevolking, maar het dogmatisme van een vrije markt ekonomie zijn leidend bij GroenLinks, PLOP, D66, VVD en de meerderheid van de PvdA. ‘We willen graag luisteren naar wat de direkt-betrokkenen ervan vinden’ – maar men was niet van plan om op het vooringenomen standpunt dat Assen met de tijd mee moet door iedereen de gelegenheid te gunnen op 52 zondagen te kunnen winkelen.

Iedereen? Mooi niet dus. De kleine zelfstandige ondernemers moeten nu op zondag zelf in hun winkel staan. En het personeel van de supermarkten en de bouwmarkten moeten zich nu ook op zondag laten inroosteren. En dat allemaal voor die paar mensen die van maandag t/m zaterdag zo druk zijn met allerlei andere dingen, dat ze zo nodig op zondag anderen voor zich willen laten werken. Is dat nou nodig?

HET WERK KAN BEST EEN DAGJE ZONDER JOU!

De zondag is in ons land vanouds een collectieve rustdag. Dat heeft te maken met onze christelijke achtergrond. Dat heeft al meer dan 100 jaar heel positief uitgewerkt op heel de Nederlandse maatschappij. Christenen konden in alle rust naar de kerk. Voetballiefhebbers konden zich heerlijk ontspannen door zelf achter een bal aan te lopen of de wedstrijden van hun favoriete amateur- of profclub te bezoeken, en zowel de scoialisten als de liberalen hielden hun toogdagen en jaarvergaderingen op zondag. Ik geef toe, die niet-christelijke besteding van de zondag was vaak een doorn in het oog van de kerken. Maar het was wel een uitvloeisel van de bijbelse oproep om het werk één dat te laten staan. Want onze goede God weet dat mensen rust nodig hebben. Ook collectief. Eén Zonder Zondag 04rustdag op de zeven dagen is dus ook van belang om sámen uit te rusten van de dagelijkse werkdruk en werksleur. Er is in ieders le­ven een vast moment van rust, van genieten en van bezinning nodig. Dat geldt in de Bijbel niet alleen voor de gelovige Israelieten, maar óók voor hun personeel, de buitenlanders in hun midden en zelfs voor de dieren in het arbeidsproces. God gunt mensen een moment van vrij­heid, in plaats van dat we slaaf worden van factoren en mensen van buiten af.

Het lijkt mij erg belangrijk dat zoveel mogelijk mensen tegelijk een vrije dag heb­ben. Onregelmatige werktijden hebben een desastreuze invloed op het gezin, de fa­mi­lie­banden en vriendschappelijke kontak­ten. Die zijn toch al kwetsbaar­der in onze tijd, zeker voor mensen met een eigen bedrijf, dus verdient de zondag extra be­scherming, in plaats van verdere uitholling.

MET OOGKLEPPEN ACHTER DE 24-UURS-EKONOMIE AAN

Ik snap daarom partijen als GroenLinks en de PvdA in Assen niet. Liberale partijen als de VVD en D66 zijn altijd al voor de vrije markt en het individuele genot geweest. En lokale partijen als PLOP laten hun oren graag hangen naar wat stemmenwinst oplevert. Maar de socialistische partijen zouden toch samen met de christelijke partijen tot de conclusie kunnen komen, dat er meer dingen in het leven belangrijk zijn dan werken en geld verdienen. Samen zou je je dan hard kunnen maken voor een vrije zondag, omdat die voor iedereen waardevol is. Helaas lijkt het erop, dat de meerderheid van de gemeenteraad van Assen kiest voor het ekonomische aspekt en geen oog heeft voor de sociale aspect van een koopvrije zondag. Men wil, met dollartekens in de ogen, niet inzien dat verdere openstelling van winkels op zondag het welzijn van de hele bevolking meer schaadt dan goed doet. Maar goed, 15 jaar geleden heb ik in de gemeente Terneuzen al precies dezelfde discussie meegemaakt. Jammer genoeg met dezelfde afloop. Namelijk, dat het appèl op het sociale geweten van de PvdA en GroenLinks geen resultaat had. En dus hoop ik maar, dat vanzelf blijkt, dat er geen klap te verdienen is voor de middenstand door de winkels 52 zondagen open te houden. Daar kunnen we met z’n allen op twee manieren aan werken.

MIDDENSTAND  & ASSENAREN: BLIJF DICHT BIJ JEZELF!

Het belangrijkste lijkt mij, dat de 70% van de zelfstandig ondernemers besluit, om hun winkel gewoon dicht te houden op zondag. Dan krijg je spookzondagen in plaats van koopzondagen, zoals Nico Vanderveen in de DvhN van 14 januari 2014 schreef. Dus komt men er vanzelf weer van terug om op alle 52 zondagen van het jaar de winkels open te houden.

zondagsrust-smallMaar minstens net zo belangrijk is de persoonlijke overtuiging van de inwoners van onze stad Assen. In de Bijbel staat het altijd positiever dan wat wij er zelf van maken, namelijk: ‘Wat gij wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander’ (zo zegt Jezus het in Matteüs 7 vers 12 en in Lukas 6 vers 31 – overigens staat het zelfs in de Statenvertaling van 1637 in modernere bewoordingen: ‘Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo’ en in de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 staat het nog begrijpelijker:  ‘Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen’). In het verleden werd nog wel eens gezegd: koop niet bij winkels die op zondag open gaan. Dat betekent dus, dat je bepaalde winkels gaat boycotten. Dat vind ik geen goede zaak. Ik zou het liever omkeren. Waarom zou je er niet bewust voor kiezen, om bij winkels en bedrijven te kopen die er bewust voor kiezen om uit principe de zondag vrij te houden als dag voor sociale of religieuze activiteiten. Want meestal is dat een keus waarmee een zelfstandig ondernemer zich niet populair maakt en die hem, als het tegenzit, ook inkomsten kost. Als jij e ik dan dezelfde overtui­ging (en soms hetzelfde geloof) delen, mag je dat toch ook laten blijken door hen te steunen door jouw klandizie? Anders wordt het een beetje schijnheilig: je bent tegen verruiming van de koopzondagen in Assen, maar voor een paar Euro goedkoper of een iets ruimer aanbod ga je door de week liever naar de grotere zaken die bewust alle zondagen open zijn, onder het motto: maar op zondag ga ik daar niet heen, hoor!’

PRINCIPES BEGINNEN BIJ JEZELF!

Ik vind het best lastig om vanuit mijn christelijke overtuiging tegen meer  koopzondagen te zijn. Want ik zie om me heen dat veel mede-christenen steeds makkelijker toch even snel de supermarkt binnenlopen op zondag of na een fietstocht langs de Drentse Aa even een terrasje pakken. En ach, waarom zou je niet even bij een tuincentrum of bouwmarkt binnenstappen op zondagmiddag?  Belangrijk is volgens mij niet de vraag, waar het eindigt met zaken als de zondagsopenstelling van winkels. Het gaat erom, waar je mee begint. En dan moet je vooral eerlijk naar jezelf kijken en trouw blijven aan je principes.

Met een variatie op een citaat zou ik het als volgt willen zeggen: Wat heeft het voor zin als iemand principes heeft, maar er zelf niet naar handelt? Zouden die principes hem helpen? Als een kleine zelfstandige het zwaar heeft vanwege gebrek  aan klandizie en omzet, maar toch z’n winkel op zondag gesloten houdt, en iemand zegt dan: ‘Het ga je goed! Verkoop veel en maak winst!’ zonder bij hem het nodige te kopen zodat hij in zijn levensonderhoud kan voorzien – wat heeft dat voor zin? Zo is het met principes: als ze zich niet daadwerkelijk bewijzen, zijn ze waardeloos.

En dan de kleine lettertjes: in Duitsland heeft men blijkbaar een betere antenne voor het belang van een collectieve rustdag. De grootste politieke partijen én de beslist niet orthodoxe protestantse Landeskirche hechten veel waarde aan de zondag als bij-ZON-dere DAG. Dus heb ik voor deze gelegenheid graag gebruik gemaakt van een paar plaatsjes waarmee men jaarlijks de zondag als speciale dag onder de aandacht van de bevolking brengt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Oudejaarsdienst 31 december – gelovig terugkijken, gelovig gedenken

Het jaar 2013 is op enkele uren na alweer verleden tijd. Ook dit jaar beleggen we in onze Gereformeerde Kerk van Assen-Peelo op oudejaarsavond een kerkdienst om terug te blikken op wat dit jaar ons gebracht heeft. Daarin krijgen alle ingrijpende momenten uit het leven een plaats. En dus gedenken we in de kerkdienst van 31 december ook de gemeenteleden en de geliefden van gemeenteleden die het afgelopen jaar zijn overleden.

Persoonlijk vind ik de oudejaarsdienst een heel natuurlijk moment. We koppelen in onze samenleving alle belangrijke gebeurtenissen aan een datum op de kalender en aan een jaar ‘na de geboorte van Christus’.

Oudejaarsavond of een nieuwe ‘Eeuwigheidszondag’?

Maar de tendens lijkt een andere. Als je het liturgisch helemaal goed wilt doen, zou je een ander tijdstip moeten kiezen voor het gedenken van de overledenen: het einde van het kerkelijk jaar, de laatste of een-na-laatste zondag van november, voordat de vier zondagen van advent beginnen.

In de laatste weken van het kerkelijk jaar eindigt de lijn advent–Kerst–Goede Vrijdag–Pasen–Hemelvaart–Pinksteren –Koninkrijk met de hoop op de terugkomst van Jezus onze Heer. En op de allerlaatste zondag daarvan past dan het gedenken van de overledenen. Het verdriet en het gemis komt zo in het teken van de hoop op de wederkomst van Christus te staan.Kaars brandend

Zo schreef bv. ds. Elbart C. Luth in de Gereformeerde Kerkbode van 21 december 2013: “Nu was die keuze voor Oudjaarsdag begrijpelijk, omdat we als kerk ook leven in de deining van het wereldlijke jaar en omdat onze agenda vaak loopt via de kalender van het jaar. Toch kun je je afvragen of dat nu het ritme van de kerk moet bepalen. Wij leven als gemeente van de Heer toch bij de heilsfeiten en het is mooi om in die cadans ook een plek te vinden voor het herdenken van de overledenen.”

Ds. Elbart C. Luth voert dus als één van zijn argumenten aan, dat  oudjaarsdag een wereldlijk gebeuren is. Daar past het herdenken van de gestorven gelovigen minder goed bij dan op ‘Eeuwigheidszondag’ aan het eind van november. Want dat is een zondag in de cadans van de heilsfeiten.

Al eerder heb ik van voorstanders van een nieuwe ‘gedenk-zondag’ horen zeggen, dat de overgang van het ene naar het andere kalenderjaar een kunstmatig, wereldlijk moment is, en dat daar tegenover de laatste zondag van het kerkelijk jaar is een heel natuurlijk, zinvol moment is, waardoor je het gedenken meteen in het licht van de Eeuwigheid plaatst.

Kunstmatig of natuurlijk?

Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik voel precies het omgekeerde als door de verdedigers van het kerkelijk jaar gesteld wordt. Ik vind juist een zondag in november een geforceerd, kunstmatig moment. Daartegenover vind ik het een kostbaar, zinvol moment om aan het eind van het jaar als gelovigen samen te komen in een kerkdienst om daar Gods licht te laten schijnen over alles wat er in het afgelopen jaar is gebeurd. We leven als christenen niet bij het kerkelijk jaar, maar bij de christelijke jaartelling.

Persoonlijk zou ik het toch wel raar vinden als iemand die op 2 december 2013 is overleden, niet vanavond op 31 december 2013 gelovig herdacht wordt, maar dat zijn of haar naam pas op zondag 23 november 2014 genoemd wordt als een van degenen uit ons midden die in dit kerkelijk jaar gestorven zijn . Hoezo is dat een natuurlijk moment?

Alles op de zondag?

Naar mijn mening is er nog een risico aan de hoogliturgische tendens om alles in het kerkelijk jaar een plek te geven: je maakt de geloofservaringen los van het gewone leven. In het dagelijkse leven gaan we uit van een christelijke jaartelling. We leven nu nog enkele uren in het jaar des HEREN 2013. Daarnaast vieren we onze christelijke feestdagen en kennen we het ritme van de week die begint met de zondag. Het ritme van de jaartelling is een scheppingsgegeven en het ritme van zes dagen werken – één dag rust is door God aan de mensen gegeven in het vierde gebod. Dat zijn voor mijn besef de natuurlijke momenten van het leven. Het is heel mooi om als christen juist op zo’n moment als de laatste dag van het oude jaar des HEREN de geliefden die in dat jaar gestorven zijn, te gedenken.

Wanneer je dat op een speciaal daarvoor aangewezen zondag in november doet, gedenk je de overledenen wel in het geloof, maar niet in het ritme van het dagelijkse leven. Je doet dan hetzelfde als sommige kerken met bid- en dankdag doen: verplaats het maar naar de zondag, want dat is er de dag voor. Ik beschouw het als een verlies wanneer je er apart een zondag voor gaat nemen om alles wat met dat gewone, dagelijkse leven te maken heeft, als kerk te vieren of te gedenken.

Het gewas groeit zeven dagen per week op het land, en het dagelijks werk doe je meestal van maandag tot zaterdag. Daar wil je dan toch wel twee keer per jaar één doordeweekse dag of avond voor bij elkaar komen in de kerk?

En je bent in dit leven geboren op die ene, door God bepaalde datum in het jaar 1900- of 2000-zoveel, en de dag waarop de HERE je leven terugneemt, wordt door ons ook aangegeven met de datum van de christelijke kalender.

Geef mij maar 31 december!                                                                       

De laatste dag van het oude jaar is in mijn ogen het meest natuurlijke moment om gelovig als christelijke gemeente stil te staan bij al het wel en wee in het afgelopen jaar. Dat was namelijk een Anno Domini – het jaar des HEREN 2013. En als we dan 2014 instappen (en misschien voor de laatste keer mogen inknallen), zijn we ook  voelbaar en tastbaar één jaarstapje dichter bij de terugkomst van onze Heer en Heiland gekomen.

Geef mij daarom maar de kerkdienst van 31 december als de avond waarop we onze geliefden herdenken. Op hét moment dat heel de wereld even stilstaat bij weer een jaar dat gepasseerd is, geven we als christelijke gemeente daar de meest optimale invulling aan, namelijk met de Bijbel open en de blik vol emotie achterwaarts, vol vertroosting omhoog en vol verwachting vooruit gericht. Het is voor mij een te waardevolle avond om in te ruilen voor een vrij willekeurig gekozen door-de-weekse zondag.

 

DE KOFFIE EN HET GLAS – over geloof en vorm en over winkelen op zondag

Waar gebruik je een glazen mok voor? Dat hangt er maar net van af. Is het een antiquarisch pronkstuk, dan zet je ‘m achter in de vitrinekast. Want stel je voor dat ‘ie barst als je er hete koffie in giet of ‘m uit je handen laat vallen. Is het simpel keukengerei, dan drink je er warme koffie uit. En daarna gaat ‘ie gewoon het afwaswater in.

De diskussie over wat een christen wel of niet mag op zondag is weer in alle hevigheid opgelaaid. Aanjager is deze keer dr. George Harinck, hoogleraar aan de VU in Amsterdam en de TU in Kampen. In het Nederlands Dagblad van 3 augustus schreef hij een column met als titel “Op zondag naar de Albert Heijn”. Dat kan binnenkort in zijn woonplaats Amersfoort. Wat moet je daar nou van vinden? George Harinck laat daar zijn mening over horen. Volgens Harinck is onze samenleving de afgelopen 50 jaar behoorlijk veranderd. Het christelijk karakter is in sneltreinvaart uitgeroeid en de verzuiling bestaat niet meer. Veel christenen zien dat als duidelijke tekenen van verval en achteruitgang. Maar zo denkt Harinck er niet over. Hij geeft aan, dat de ontkerkelijking in de jaren ’70 op haar hoogtepunt was. Toen werden christenen in de academische wereld en in het publieke  domein (politiek en Hilversum) nog meewarig aangekeken en buitengesloten. Maar die tijd zijn we voorbij. Nu telt de mening van orthodoxe christenen volop mee, staat godsdienst weer op de publieke agenda en is het niet alleen geaccepteerd, maar wordt het ook gewaardeerd, dat christenen veel opener geworden zijn over hun geloof. Oftewel: de samenleving is veranderd en de christenen met hun gedrag en opvattingen ook. Harinck vindt dat alleen maar winst. ‘Wie nu nog over secularisatie begint heeft de boot gemist. Dat verval-verhaal zijn we voorbij.’ De openstelling van de plaatselijke Appie Happie op zondag is dan ook geen achteruitgang, maar een teken van een veranderde samenleving. En zo’n veranderingen hoef je volgens Harinck niet altijd te vermijden. Dus sluit hij af met de zin: ‘Misschien ga ik zondagmiddag toch even langs Albert Heijn.’

Daar is dr. Wim Dekker, stafmedewerker van de IZB, het totaal niet mee eens. Zijn reaktie in het Nederlands Dagblad van 9 augustus heeft als titel “Christen winkelt niet op zondag”.  Volgens hem is er sprake van groot verval als de samenleving zich losmaakt van Gods heilzame geboden. Juist dan is het de taak van christenen om ‘door alternatief gedrag het besef in de samenleving levend [te] houden dat de Heer de bevrijder is van alle machten die ons binden.’  Zulke idealen moet je niet aan de SP overlaten, want juist dán hebben christenen de boot gemist! Maar haast nog belangrijker vindt Wim Dekker het volgende: het persoonlijke geloof van een christen wordt gedragen door de grotere gemeenschappen van gezin, familie, kerk en school. Dat is allemaal aan het wegvallen in onze samenleving.  Het christelijk geloof is niet meer dan een ‘niet zo voor de hand liggende optie’ geworden. Volgens Dekker is het daardoor razend moeilijker geworden om vol overtuiging christen te zijn . Want geloven moet je in deze geïndividualiseerde samenleving, die in haar geheel los van God is, nu helemaal alleen doen. En dat valt niet mee. De meeste mensen zwemmen nu eenmaal niet graag tegen de stroom in. Oftewel: er zijn kaders nodig waarbinnen mensen zich tot God bekeren en die hen helpen overtuigd christen te blijven. De instelling van de zondag is zo’n kader, en dat dat betekent volgens Dekker o.a. ‘dat christenen consequent geen winkels op zondag bezoeken.’ Hij beseft daarbij heel goed, dat geloven dieper gaat dan je houden aan die kaders en geboden. Toch sluit hij zijn reactie af met de zin: ‘Laten we niet onderschatten wat het betekent nu deze kaders vandaag wegvallen.’

Toen ik het verhaal van Harinck las, dacht ik: dat is een aardige column over meer openheid, zowel van christenen als voor het christelijk geloof. Maar ik zie niet in Zonder Zondag 01waarom een christen dan ook gelijk zelf op zondag bij de Albert Heijn zo mogen binnenstappen. Dan loop je volgens mij gewoon met de grote meute mee. Bij het verhaal van Dekker heb ik het omgekeerde. Natuurlijk helpen strukturen mensen om christen te worden en te blijven, maar kweek je daar niet een gemakzuchtige naam-christenen mee? Zolang je maar meeloopt in ’t gareel, vind je jezelf een goede christen.

In deze diskussie over wel of niet winkelen op zondag is het voorbeeld van de koffie en het glas ons wel handig, denk ik. Om koffie te drinken heb je een glas nodig. Want vanaf een schoteltje of een plas koffie op het aanrecht gaat het echt een stuk onhandiger. En als het glas lek is, hou je ook niet veel koffie meer over. Om de inhoud (de koffie) op een goede manier tot je te nemen, heb je een geschikte vorm (een glas) nodig.

Zo is het met het christelijk geloof ook. Het gaat om de inhoud: in wie geloof ik? De vorm en de vormgeving van het geloof in God die dankzij zijn Zoon Jezus Christus mijn God en Vader is, is veel minder belangrijk. Toch zijn die vormen wel nodig. Want het geloof komt niemand aanwaaien. Het wordt overgedragen. Van ouders op kinderen. Via mond-op-mond-reclame. Door het voorbeeld van een christelijke levensstijl. Tenminste, volgens mij werkt de Heilige Geest zo als ik de Bijbel goed lees. Vormen zijn dus wel degelijk belangrijk. Een christelijke opvoeding wordt door de HERE meer gezegend dan een ongelovige opvoeding. En er komen meer jongeren tot geloof die van jongs af aan trouw mee naar de kerk gaan, dan jongeren die van hun ouders in het weekend alles mogen, maar nooit een kerk van binnen gezien hebben. Je hebt een glas nodig om koffie te kunnen drinken. Zo heb je kaders nodig om de persoonlijke geloofsovertuiging vorm te kunnen geven. Daarin heeft Wim Dekker beslist gelijk.

Maar nu het risiko. Voor je het weet, ben je zo gehecht aan je eigen koffiemok, dat je uit geen enkel ander glas nog koffie drinken wilt. De vorm wordt belangrijker dan de inhoud. Ik denk dat dat altijd weer het gevaar is van elke christelijke gemeente. ‘Zo zijn onze manieren’ en die manieren hebben hun waarde bewezen, dus zijn het ook de enige manier om het christelijk geloof vorm te geven, zuiver te bewaren en door te geven. Wat er dan gebeurt is dit: het glas wordt een pronkstuk en komt in de vitrinekast te staan. Mijn geloof dat God dankzij zijn Zoon Jezus Christus mijn God en Vader is, wordt van lieverlee een vormengeloof.  De regels worden belangrijker dan de inhoud. En als iedereen diezelfde christelijke normen en waarden deelt, kun je je daar ook lekker achter verschuilen of in meelopen zonder zelf ooit een persoonlijke keus  voor God en Jezus te maken. Dat veilige kader in ons land is in de afgelopen 50 jaar volledig verdwenen (ook al zijn er nog wat van die christelijke enclaves over). Als je echt christen wilt zijn, moet je  kleur bekennen. Ik geef George Harinck beslist gelijk, dat hij dat laatste positief waardeert. In het christelijk geloof hoort inhoud boven de vorm te gaan – en dat besef zijn we wel eens kwijt geraakt.

En toch blijf ik met een vraag zitten. Als de tijden veranderen, moeten alle vormen dan ook overboord? Of als de leus van vandaag is: ‘Ik doe het op mijn manier’, mag je dan nooit meer zeggen, dat één bepaalde manier toch echt het beste overeenkomt met Gods bedoeling? En elkaar dan binnen de christelijke gemeenschap ook aan houden? Natuurlijk mag dat, denk ik aan de ene kant. Want in een glas hou je het best de koffie warm. En met heldere kaders hou het best je eigen en elkaars geloof levend. Maar waar eindigen de kaders, denk ik aan de andere kant. Voor je het weet focussen we ons niet meer samen op God en Jezus , maar schrijven we elkaar de wet voor. En als dat altijd Gods heilzame geboden waren …

Het is in onze tijd belangrijk om elkaar scherp te houden op de inhoud. Misschien hebben we daarom zo’n diskussie over wel of niet winkelen op zondag wel nodig. Want dan wordt de vraag: waarom vindt de een het glas van de zondagsrust zo belangrijk dat wat hem betreft ‘christenen consequent geen winkels op zondag bezoeken’ en waarom vindt de ander het glas van de christelijke vrijheid zo waardevol  dat  hij zegt: ‘Misschien ga ik zondagmiddag toch even langs Albert Heijn’? En samen kom je pas echt verder, als je nadenkt over de vraag die Wim Dekker in zijn artikel stelt: hoe zou God het morgen en overmorgen graag zien? Dekker stelt die vraag trouwens niet, hij geeft die als opdracht voor het stellen van kaders voor kerk, samenleving en persoonlijke christelijke levensstijl. Dat vind ik een prachtige insteek. Maar het is ook een gigantische uitdaging.

Tzondagsrust-smallenslotte: als het om de zondag gaat, denk ik dat we als christenen die dag beter kunnen heiligen door zoveel mogelijk te laten waar we zes dagen in de week alle gelegenheid voor hebben, en te doen voor ons geloofsleven waar we zo vaak de andere zes dagen in de week niet aan toekomen. Oftewel: op zondag ga ik liever voor een AH-erlebnis naar de kerk dan voor het AH-gevoel naar de supermarkt. Zelfs als de koffie op is of het glas gebroken.

Tenslotte, met dank aan mijn zwager René: http://www.youtube.com/watch?v=ogweL4E24ok