NGK en GKV gaan samen verder

GS LV kaarsHet was wat frisjes, maar iedereen stond stralend op de groepsfoto zaterdagmiddag 8 februari. Vanaf vrijdagmorgen hadden we als leden van de Landelijke Vergadering van de NGK en van de Generale Synode van de GKV met elkaar kennisgemaakt. Aan het begin werd symbolisch de eenheidskaars aangestoken. Die  zal vanaf nu op alle gezamenlijke vergaderingen branden. De twee dagen waren voor mij een bijzonder positieve geestelijke ervaring.  Het unanieme besluit om “voort te gaan op de weg naar de vorming van één kerkgemeenschap” vond ik prachtig passen bij wat Paulus schrijft: “Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is (…), maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.” (Fil. 2:1+2). En na deze stap op landelijk niveau dacht ik meteen ook aan die andere woorden uit dezelfde brief: “In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan.” (Fil.3:16).Op de website ‘Onderweg naar één kerk’ staat een uitgebreid verslag. Dat laat ik hieronder graag aan iedereen lezen. Ook raad ik iedereen aan om het interview dat de beide voorzitters na afloop gaven, te beluisteren.

Door op de weg naar één kerkgemeenschap

‘Bij alles wat we nu gaan doen, houden we voor ogen dat we samen één kerk willen worden, één kerkgemeenschap. Zo vat Frans Schippers het besluit samen dat op 8 februari jl. door de landelijke vergadering (NGK) en generale synode (GKv) gezamenlijk en unaniem genomen is. Schippers is voorzitter van de landelijke vergadering.

Dit zogeheten koersbesluit, voorbereid door de regiegroep hereniging, maakt van het in 2017 uitgesproken verlangen om één kerkverband te gaan vormen een concreet besluit: we gaan het, als God het wil, nu ook daadwerkelijk dóen. ‘We geloven dat Christus ons drijft,’ zegt Schippers daarover in een dubbelinterview na afloop van het nemen van het koersbesluit. ‘Hij vraagt ons, denkend aan het gebed van de Heer Jezus zelf, dat wij dienend zijn als wij streven naar kerkelijke eenheid in onze verbanden. Dat willen we heel graag, daar verlangen we naar.’

GS LV beide voorzittersHet ‘koersbesluit’ luidt als volgt: we besluiten om voort te gaan op de weg naar de vorming van één kerkgemeenschap met de Nederlands Gereformeerde Kerken/Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt); dit nemen we als uitgangspunt voor alle overige besluiten van deze generale synode/landelijke vergadering.

Eén van de gronden onder dit koersbesluit is de dankbare constatering dat het voorgenomen besluit van 11 november 2017 om te komen tot één kerkgemeenschap weerklank vindt in de kerken. De geestelijke herkenning heeft in lokale situaties en kerkelijke commissies geleid tot sterk toegenomen samenwerking. Het is de hoop en het gebed van beide vergaderingen dat het tot eer van God en tot zegen van de kerken zal zijn dat de ontvangen eenheid concreet vormgegeven wordt.

Huwelijksaanzoek

Dit koersbesluit heeft een lange voorgeschiedenis, vertelt ds. Melle Oosterhuis in datzelfde interview. Oosterhuis, preses van de generale synode, noemt begin jaren negentig als het moment waarop er al gesprekken op gang kwamen tussen beide kerkverbanden, met het oog op hereniging. ‘Die gesprekken hebben uiteindelijk geleid tot herhaalde aanzoeken van de kant van de NGK naar de GKv. Het heeft tijd gevraagd om ons daarop te bezinnen, maar ten slotte, in 2017, konden we die verzoeken niet meer weerstaan.’

Zingen en bidden

GS LV groepsfotoDe circa 70 afgevaardigden naar de gezamenlijke vergadering kwamen op 7 en 8 februari voor het eerst bij elkaar. Een belangrijk doel van deze besloten bijeenkomst was kennismaking en bezinning. Onder leiding van begeleiders van het Praktijkcentrum en de NGT is in kleine groepen doorgesproken over het document ‘Verlangen naar een nieuwe kerk.’Er was in het programma veel tijd ingeruimd voor Bijbellezing, gezamenlijk gebed en aanbidding. Na het unaniem genomen koersbesluit werd bijvoorbeeld  Psalm 150 gezongen: ‘Looft De HEER, uw God, alom.’ Het lied ‘U leert ons lopen over water’ (Opwekking 789) gaf woorden aan wat sommigen ervaren bij het proces van eenwording. Zo werden er tijdens deze dagen meer dan eens, al dan niet gepland, door middel van liederen woorden gegeven aan wat er leefde en speelde.Uit alles bleek dat door deze gesprekken van hart tot hart het onderlinge vertrouwen gegroeid is. In een evaluatie na afloop van de kennismakingsdagen werd gesproken over vertrouwen om samen door te gaan op de ingeslagen weg: ‘We zitten op de goede toonhoogte.’ Gerefereerd werd aan wat Paulus schrijft in zijn brief aan de Filippenzen: laten we op de ingeslagen weg voortgaan (3:16) vanuit grote verbondenheid met de Geest, eensgezindheid en eenheid in liefde (2:1,2).

Geen dwang

GS LV Ad de BoerVoorafgaand aan de bespreking van het koersbesluit maakte regiegroepvoorzitter Ad de Boer duidelijk dat het koersbesluit niet gaat over wat kerken nu plaatselijk al dan niet moeten gaan doen. ‘Het koersbesluit is een vertrekpunt voor de beide vergaderingen. Het zegt niets over het tempo van het vervolgtraject; het is zeker geen mal waar alles doorheen geperst moet worden.’ Oosterhuis benadrukte dat nogmaals in het genoemde interview. Hij weersprak met klem de vrees van plaatselijke kerken: moeten wij nu stante pede gaan fuseren terwijl we daar nog helemaal niet klaar voor zijn? Oosterhuis: ‘Laten de kerken zich daar geen zorgen over maken. Ook als we één kerk worden, kun je nog heel lang plaatselijk naast elkaar een van oorsprong Nederlands Gereformeerde en een van oorsprong vrijgemaakte kerk hebben, die samen deel uitmaken van dat ene nieuwe kerkverband. Er is geen sprake van iets wat als dwang gevoeld moet worden naar aanleiding van dit koersbesluit.’In het vervolgproces komen nog tal van onderwerpen aan de orde. Schippers noemde er bij de bespreking van het koersbesluit twee: de vraag welke ruimte de nieuwe kerkorde biedt voor verschillen tussen plaatselijke gemeenten, en de uitdaging om zo belijdende kerk te zijn dat je voortbouwt op de kerk van het verleden, en tegelijk rekening houdt met veranderde tijden.

Avondmaal

GS LV Psalm 150Na afloop van de bespreking van het koersbesluit is door alle aanwezigen gezamenlijk het heilig avondmaal gevierd onder verantwoordelijkheid van NGKv De Brug uit Nunspeet. In zijn preek over Psalm 133 wees ds. Kees de Groot erop dat het Gods Geest is die de eenwording bewerkt en niet de regiegroep. In de liederen klonk de lof op Vader, Zoon en heilige Geest. ‘Het was een hele fijne, feestelijke viering,’ aldus Schippers, ‘want we hebben ervaren dat we dit ontvangen hebben van God. We weten dat dit niet vanuit menselijke kracht is. We weten, en hebben de afgelopen dagen ervaren, dat God dit in ons werkt. We zijn gedreven door de liefde van Christus. Die gedrevenheid, die verbondenheid, die hebben we met elkaar gevierd in het avondmaal. Dat was fantastisch.’ LV en GS trekken vanaf nu veel samen op. Het koersbesluit vormt de basis om over al die onderwerpen die met de eenwording te maken hebben, gezamenlijk te vergaderen. Het rapport van de regiegroep wordt op 7 maart a.s. door de gezamenlijke LV/GS besproken.

Bij de foto’s: voorzitters Frans Schipper (LV NGK – links)  en Melle Oosterhuis (GS GKV – rechts); Ad de Boer, voorzitter van de Regiegroep

Kerkelijke eenwording NGK en GKV bij een open Bijbel

GS LV kaarsDe Nederlandse Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt zijn op weg naar kerkelijke hereniging na 50 jaar gescheiden optrekken.  Vandaag, vrijdag 7 februari, was de eerste gezamenlijke vergaderdag van de Landelijke Vergadering van de NGK en de Generale Synode van de GKV. Als voorbereiding kregen alle afgevaardigden een ‘Dagboekje over kerkelijke eenwording’, geschreven door synodevoorzitter ds. Melle Oosterhuis, n.a.v. het bijbelgedeelte uit Efeziërs 4:15+16.

Wie zich betrokken voelt bij dit proces van eenwording kan nu ook dit dagboekje gaan lezen door op deze link te klikken. En ook hieronder staan de zeven korte overdenkingen.

Kerkelijk eenwording – Wat drijft je?

Dag 1    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden  en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

NGK-GKV

Waarheid

Lezen:   Joh. 17:15-19

Paulus ziet als eerste fase van het proces van kerkelijke eenwording een groeiproces voor zich, waardoor gelovigen toegroeien naar Hem die het Hoofd is, Christus. En wil dat groeiproces ons daadwerkelijk bij Christus brengen, dan is eerste voorwaarde, dat wij, zoals Paulus het uitdrukt, ons aan de waarheid houden. ‘Je aan de waarheid houden’, dat kan verworden tot een formele aangelegenheid. Abstracte schriftgeleerdheid, waarmee je jezelf sterk waant en elkaar de maat neemt.

Vraag: Welke klank en inhoud krijgt ‘je aan de waarheid houden’ als je daar de woorden van Jezus uit Johannes 14:6 naast legt?

 

Dag 2    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Gemeenschap

Lezen:   Joh. 17:20-21

In de nacht van zijn verraad bidt Jezus om de eenheid van al degenen, die door de verkondiging van de apostelen tot geloof komen. Jezus geeft daarbij aan, dat dit ‘één zijn’ alles te maken heeft met het één zijn van de gelovigen met de Vader en de Zoon. Zoiets beluister ik ook in de woorden van Paulus in Ef. 4:15. Wil de gemeente volledig toegroeien naar Hem die het Hoofd is, dan is voorwaarde dat er sprake is van liefdevol samen optrekken.

Vraag: Kun je je voorstellen, dat onderlinge verdeeldheid schadelijk is voor het toegroeien naar Christus? Hoe werkt dat?

 

Dag 3    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Onverdeeld

Lezen:   Joh. 17:22, 23

Jezus brengt tegenover de Vader zijn doel van de eenheid van hen die in hem geloven heel sterk onder woorden: Dat ze volkomen één zijn. De echo daarvan beluister ik in wat Paulus in Ef. 4:15 schrijft over samen volledig toegroeien naar Christus. Dat zegt iets over het einddoel van de volmaaktheid. Maar dat zegt ook iets over de weg waarlangs die volmaaktheid bereikt moet worden. Het vraagt om een onverdeeld hart. Alleen de onverdeelde toewijding aan Christus werkt samenbindend bij de gelovigen onderling.

Vraag: Ga bij jezelf na, of er andere goden zijn, die jouw onverdeelde toewijding aan Christus ondermijnen.

 

Dag 4    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Samenhang

Lezen:   1 Kor. 12:14

Tot nu toe ging het vooral over de gezamenlijke blikrichting die ons onderling verbindt en samen doet toegroeien naar Christus. In vers 16 wijst Paulus op een omgekeerde beweging. Vanuit het Hoofd Christus naar de gelovigen toe. Vanuit Hem krijgt hun gezamenlijkheid steeds meer samenhang. Christus maakt dat ze steeds meer met elkaar krijgen. Een weg inslaan van kerkelijke eenwording kan voelen als een sprong in het diepe. Waar loopt het op uit? Wat levert het op? Zal ik me thuis voelen in de kerkgemeenschap die ontstaat. Wat is bij die onzekerheid dit een bemoedigende belofte.

Vraag: Of niet? Kan het vooruitzicht van zo’n hechte gemeenschap je ook beklemmen?

 

Dag 5    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Bijdrage

Lezen:   1 Kor. 12:24b-27

Er wordt in de bijbel in verschillende beelden gesproken over de opbouw en de structuur van de kerk. Paulus gebruikt in Ef. 2:21 het beeld van bouwstenen die, alles bij elkaar, een gebouw vormen. Dat maakt een passieve indruk. Petrus maakt er ‘levende stenen’ van, die zich laten gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. (1 Pt. 2:5) Paulus gebruikt in 1 Kor. 12 het beeld van een lichaam dat uit een veelheid van lichaamsdelen bestaat. Maar al die beelden hebben één ding gemeen. Geen van de onderdelen kan gemist worden. Je bent onmisbaar in de kerk.

Vraag: Hoe voelt het voor jou, onmisbaar te zijn in de kerk?

 

Dag 6    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Talent

Lezen:   1 Kor. 12:4-11

Onmisbaar zijn in de kerk loopt in de praktijk zomaar uit de hand. Je voelt je geroepen om overal aan mee te doen en voor alles beschikbaar te zijn. In de gemeente van Korinthe ontspoorde het en liep het uit op onderlinge rivaliteit. De bijdrage van de één wilde de ander ook kunnen leveren, liever nog overtreffen. Paulus benadrukt daarom, dat er verscheidenheid in gaven is die met zich meebrengt dat alle leden hun eigen specifieke aandeel mogen leveren. Jouw talent wil de Geest tot z’n recht zien komen. Dat bedoelt Paulus ook met ‘ieder draagt naar vermogen bij’. Dat betekent niet, dat je tot het uiterste moet gaan, maar dat jij met jouw talent tot je recht komt.

Vraag: Herken jij bij jezelf talenten, waarvan je hoopt dat die in de verenigde kerk tot hun recht kunnen komen?

 

Dag 7    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Liefde

Lezen:   1 Kor. 13:4-7

Paulus komt in zijn brief aan de gemeente te Korinthe, na een hoofdstuk over de veelheid en verscheidenheid van gaven van de Geest in de gemeente, uit bij een gave waarvan het belang dat van al die andere gaven overtreft, de liefde. Die gaven is er niet één naast al de andere. Het is de gave waarin allen mogen delen en die voorwaarde is voor het effect van alle andere gaven en talenten. Bij die gave komt Paulus ook uit in Ef. 4:16. Daar gaat het om de onderlinge liefde, in de eerste plaats in de zin van het inzetten van talenten en het dankbaar erkennen en honoreren van elkaars talenten.

Vraag: Welke bijzondere talenten hoop je dat de NGK en de GKV in de eenmaal verenigde kerk bij elkaar opmerken en te honoreren?

 

 

Een kerk die kan: Boven – Binnen – Buiten en Bewegen rond de Bron

We leven alweer bijna een maand in twintig-twintig. Alles gaat weer zo z’n gangetje. De politiek maakt zich druk over een algeheel of beperkt vuurwerkverbod aan het eind van dit jaar. Drie kleine gereformeerde houden hun landelijke vergaderingen (CGK, GKV, NGK). Maar waar houden plaatselijke kerken zich mee bezig? En hoe doen ze dat?

Ik kwam afgelopen week opnieuw de twee bekende uitdrukkingen uit de titel van deze blog tegen. Dat was in het boek ‘Een kerk die kan’. Daarin  beschrijven Rudolf Setz en Marten van der Meulen hoe Assen Zoekt is ontstaan en vanuit welke visie ze werken.  Assen Zoekt is bij ons in Assen het missionaire zusje dat officieel bij de Christelijke Gereformeerde  Kerk hoort en waarvan Gert van den Bos de parttime-voorganger is. In hun boek gebruiken ze ook deze uitdrukkingen  Boven – Binnen – Buiten en Bewegen rond de Bron.

Boven – Binnen – Buiten

Boven binnen buiten 2Daarover schrijven ze: “De kerk komt in balans als er aandacht is voor de liefde naar God (boven-dimensie), de liefde voor elkaar (binnen-dimensie) en de liefde voor de ander (buiten-dimensie).” Voor Assen Zoekt is dit één van de belangrijkste richtlijnen in hun denken over missionair kerk zijn. Boven – Binnen – Buiten is namelijk een uitwerking van de twee geboden die volgens Jezus de belangrijkste zijn, nl. God liefhebben met heel je hart, heel je ziel, heel je verstand en al je krachten, en je naaste liefhebben als jezelf. “De boven-dimensie is duidelijk: dat is de liefde voor God. De liefde voor de naaste uit dit gebod heeft betrekking op zowel de volgelingen van Jezus (binnen) als op mensen in de hele wereld (buiten).”  Daarbij is liefde het kernwoord, net als in alle relaties. “Ook voor de kerk geldt dat liefde voor God, voor je medegelovigen en voor de wereld zich telkens weer nestelt in mensen in in de gemeenschap.” Belangrijk is ook, dat Boven – Binnen – Buiten met elkaar in balans zijn. “Wij denken dat het verlangen naar God in de aard van de mens is gelegd. Ook dat verlangen naar gemeenschap, en het verlangen naar een leven dat zin heeft en bijdraagt aan een betere wereld is niet iets wat we van een vreemde hebben, maar wat in ons hart is gelegd door God.” (blz. 16-20).

Bewegen rond de Bron

Wat verderop in hun boek beschrijven Rudolf en Marten hoe je op twee manieren kerk kunt zijn, nl. een ‘bounded’ kerk en een ‘centered’ kerk.

Met ‘bounded’ bedoelen ze een kerk die een aantal normen en waarden deelt, waaraan de gelovigen moeten voldoen. Vergelijk het met de manier waarop we in Nederland schapen houden: je neemt een stuk land en zet er een hek om. Zo zien veel traditionele kerken eruit. Om lid te kunnen worden moet je voldoen aan sommige officiële eisen en om er echt bij te horen moet je voldoen aan veel onuitgesproken verwachtingen.

Waterbron schapen 2Met ‘centrered’ bedoelen ze een kerk die weinig grenzen stelt, maar wel heel duidelijk de bron van het christelijk geloof centraal stelt: Jezus Zelf en de waarden die Hij o.a. in de Bergrede noemt. Vergelijk het met de manier waarop men in Australië schapen houdt: je laat ze vrij rondlopen, maar zorgt voor een bron met schoon water waar het vee uit kan drinken. Zo zien veel missionaire kerken eruit.  Men vertrouwt erop dat het evangelie zo kostbaar is dat mensen daar wel in de buurt willen blijven. Zolang ze zich bewegen naar de bron, hoef je je minder zorgen te maken over de grenzen. En als je echt aandacht blijft besteden aan de bron, blijf je ook scherp op wat niet past bij de christelijke kerk en het Koninkrijk zoals Jezus dat voor ogen heeft. (blz 128-131).

Heel kort gaan Rudolf en Marten ook in op de combinatie Boven-Binnen-Buiten en Bewegen rond de Bron. Ze schrijven namelijk: “Naar de bron van het evangelie kun je je op verschillende manieren toe bewegen. Alle manieren hebben hun eigen waarde.” (blz. 130) Sommige mensen zijn erg op ‘boven’ gericht, anderen meer op ‘binnen’, terwijl  weer anderen een hart voor ‘buiten’ hebben. Maar je kunt niet zeggen, dat iemand die zich veel met bijbelstudie bezighoudt en elke zondag twee keer naar de kerk gaat (‘boven’) dichter bij de bron staat dan iemand die praktische taken in de kerk op zich neemt of gewoon even aandacht besteed aan een ander kerklid  (‘binnen’), of dan iemand die vooral op z’n werk of de sportclub of in de wijk bekend staat als een betrouwbaar, eerlijk, vriendelijk iemand omdat hij of zij zonder al te veel woorden door gedrag en houding iets van Jezus uitstraalt (‘buiten’).

Wat kunnen we hier mee?

Een kerk die kanAlles wat ik hierboven nu geschreven heb, zette me aan het denken. Hoe functioneren deze dingen in onze gemeente? En wat kunnen we hier verder nog mee doen?

Als het om Boven – Binnen – Buiten gaat lijkt het mij belangrijk dat we het bij elkaar waarderen wanneer iemand zich inzet op één van die drie gebieden. We hoeven niet allemaal hetzelfde te doen uit liefde voor God en onze naaste. Ik denk altijd maar zo: in de eerste gemeente van Jeruzalem was men vooral op ‘boven’ en op ‘binnen’ gericht, maar dat bleef ‘buiten’ niet onopgemerkt, dus met woord en daad gingen ze ook getuigend de eigen omgeving en daarna de wijde wereld in. Maar niet iedereen deed hetzelfde. Maar iedereen deed wel iets, vooral passend bij de eigen gaven en soms ook omdat men zich geroepen wist door Jezus, de grote Opdrachtgever.

Net zo belangrijk lijkt het mij dat we met elkaar wel steeds weer blijven Bewegen rond de Bron. Dan hoeven God en Jezus niet altijd met zoveel woorden ter sprake te komen – als iedereen zich steeds maar weer laat motiveren en inspireren door Vader in de hemel en Jezus, onze  Redder, Heer en Vriend. En dat laatste, dat vraagt wel om goede voornemens, die we samen uitspreken en waar we ook samen voor willen gaan. Niet 1x per jaar, maar telkens weer.

En nu concreet!

Daar mag ieder zelf over nadenken.

  • In welke richting beweeg ik mij? Hoe vaak verlang ik naar Jezus en is Hij mijn Bron?
  • Op welk gebied van ‘boven – binnen – buiten’ wil ik graag als christen actief zijn? Waar roept God mij toe op?

Een paar vraagtekens bij het boek

Als eerste: het schema ‘Boven-Binnen-Buiten’ wordt door de schrijvers volgens mij wel wat eenzijdig ingevuld. ‘Boven’ lijkt beperkt te worden tot zingen en bidden en bijbellezen (blz. 21 + blz. 130)). ‘Binnen’ komt maar weinig aan bod en beperkt zich, zo kun je de indruk krijgen, uit de ontmoeting en het samen eten (blz. 21) en wordt soms zelfs helemaal overgeslagen (blz. 130). Alle accent lijkt te liggen op ‘Buiten’: als bijbelstudiegroep moet je je ook inzetten voor mensen in de buurt (blz. 21) en je kunt ook zonder dat je in de Bijbel lees of naar de kerk gaat of dagelijks bidt naar buiten toe een herkenbare christen in de praktijk zijn (blz. 130). Het is niet voor niets dat de ondertitel van dit boek ‘Zoek de bloei van je buurt’ is.

Als tweede: het voorbeeld van een afgebakend terrein met hekken erom heen in Nederland voor de schapen als oude en minder goede vorm van kerk-zijn en het voorbeeld van de bron waar schapen in Australië altijd weer naar terug gaan vind ik best een aantal goede elementen hebben. Maar het is volgens mij op één, belangrijk punt, geen goed voorbeeld. Schapen hebben altijd dorst naar water, dus ze komen altijd vanzelf weer terug naar de bron. Mensen hebben uit zichzelf geen dorst naar God en Jezus, dus komen ze niet uit zichzelf naar telkens weer naar de bron van levend water toe. Ooit zei een vrijgemaakte dominee: ‘Diep van binnen is ieder mens een verloren God-zoeker.’ Dat geloof ik niet. Diep van binnen zijn we zo erg van God vervreemd, dat Jezus door zijn Heilige Geest mensen moet laten ontdekken dat ze voor hun innerlijke dorst echt Hem nodig hebben.

Als derde: ik snap de insteek van Assen Zoekt en dus ook van het boek ‘Een kerk die kan’. Sterker nog: de kracht ligt in de open houding naar ieder mens die op zoek is naar persoonlijke aandacht en antwoorden op levensvragen en in de open houding naar het zoeken van welke vorm dan ook om belangstellenden te bereiken en te betrekken bij de kerk als ‘alternatieve familie’, zoals de schrijvers het zelf noemen. Volgens mij levert dat twee grote uitdagingen op. A) Pas op voor de valkuil om je vooral te richten op de randen van maatschappij, want dat is een relatief makkelijke doelgroep. Probeer ook de ‘gewone’ burger van een stad of dorp te bereiken, ook al is dat veel moeilijker en vaak een kwestie van lange adem. B) Heb je als nieuwe missionaire gemeente ook nagedacht over de vraag hoe je over 20 jaar samen kerk bent? De kans is groot dat je dan een gevestigde gemeente bent met grotendeels dezelfde vragen en uitdagingen als traditionele kerken nu. Niet alleen voor gevestigde kerken, maar ook voor vernieuwende kerken zoals Assen Zoekt geldt, dat je jezelf telkens weer moet vernieuwen. En ook geldt voor beiden, dat dat, als je wat langer bestaat, best lastig is. Maar met het missionaire in de genen zal het wel lukken, denk ik. Als Assen Zoekt in 2055 haar gouden jubileum viert en haar manier van kerk-zijn wat voorspelbare geworden is, heeft ze vast en zeker al op meerdere plekken een ‘Assen Zoekt Verder’-gemeenschap  gestart, die allemaal weer op een eigentijdse manier kerk in de buurt willen zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Bye bye Canada & Australia, welcome Chinese Indonesia

De eerste vergaderweek van de Generale Synode van Goes zit erop. Het was de buitenlandweek. Die duurde vier dagen, van dinsdagavond tot zaterdagmiddag. Ruim 20 gasten vanuit heel de wereld waren aanwezig namens 12 kerken uit Australië, Indonesië, Zuid-Korea, India, Sri Lanka, Congo, Zuid-Afrika, Brazilië, Verenigde Staten, Canada en Oostenrijk waren aanwezig, een aantal met hun echtgenotes.

Buitenlandweek foto vergadering wo-moWie afgaat op wat het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad schreven, krijgt de indruk dat het beladen dagen waren, omdat vier buitenlandse kerken zware kritiek op de GKV leverenden vanwege de Man/Vrouw-besluiten. Twee andere kerken uitten ook, maar dan op een wat meer vriendelijke manier, hun bezorgdheid.

En inderdaad, ik vond het een zware, beladen week. Maar gelukkig waren er ook mooie momenten. Die kregen helaas wat minder aandacht in de pers. Als GKV gingen we een zusterkerkrelatie aan met de Geraja Kristus Tuhan (‘Kerk van Christus de Heer’) uit Indonesië. Die kerk is zo’n 100 jaar geleden ontstaan onder Chinezen in onze voormalige kolonie en heeft zo’n 25 jaar geleden de Heidelbergse Catechismus en de Nederlandse Geloofsbelijdenis als belijdenisgeschriften aangenomen. Ze leverden hun bijdrage aan de discussie over de vrouw in het ambt en vertelden over hun jongerenwerk. Ook de inbreng van de kerken uit Noord-Oost-India over hun jongerenwerk en de gesprekken met de broeders uit de andere kerken waren positief en opbouwend. Ook werd er veel gezongen, in het Engels, het Frans, het Indonesisch en in een Papua-taal. Het klonk beslist vrolijker dan het Nederlands Dagblad suggereerde.

GKT foto DomingiusToch hakten de toespraken van m.n. de drie emigrantenkerken uit Canada, Australië en Zuid-Afrika er bij mij wel in. De Canadezen begonnen hun toespraak als volgt: ‘Het is over. Tenminste voor nu. Wij zijn er niet van overtuigd dat u wilt leven en luisteren naar Gods Woord.’  Dus is in 2019 de zusterkerkrelatie met de GKV verbroken, mogen GKV-predikanten niet meer voorgaan in de Canadese kerken en worden GKV-leden niet meer, of alleen na een stevig gesprek, toegelaten tot het Avondmaal. Ook waren de Canadeze afgevaardigden, net als die van Australië, bewust afwezig op donderdagavond in de kerkdienst waarin ds. Mayer uit Oostenrijk voorging en het Avondmaal gevierd werd. Zelfs als gast de kerkdienst bijwonen zonder het Avondmaal mee te vieren was blijkbaar een stap te ver. Extra schrijnend en tamelijk schaamteloos vond ik, dat op het moment dat alle synodeleden en overige buitenlandse gasten samen in Harderwijk in een kerkdienst God loofden en prezen,  de Canadezen in conferentieoord Mennorode, dus op de locatie waar alle gasten vier dagen en nachten door onze kerken ontvangen zijn, uitgebreid met vier predikanten van het in oorsprong schismatieke nieuw-vrijgemaakte kerkverband DGK spraken over mogelijke kerkelijke contacten. En als je dan ook nog hoort dat de Canadeze predikant op de zondagmiddag na de synode zal voorgaan in een kerkdienst van een gemeente van het tweede, eveneens in oorsprong schismatieke nieuw-vrijgemaakte kerkverband GKN, waar ze net als met de GKV geen kerkelijke zusterkerk-relatie hebben, dan geeft dat bij mij een nogal dubbel gevoel.

Ook de Australische bijdrage was nogal pittig. We staan niet meer op hetzelfde fundament, dus als we nog wel over een heleboel dingen samen bijbels denken, is dat net zo toevallig als de overeenkomsten die je als gereformeerd christen kunt hebben met een rooms-katholieke christen. Daar kun je de HERE dankbaar voor zijn, maar dat is geen basis voor kerkelijke eenheid. De Zuid-Afrikaanse bijdrage bestond o.a. uit de wens dat God binnen de GKV toch nog licht mag laten schijnen in de duisternis (een verwijzing naar 2 Petrus 1:19), omdat het profetische woord van God bij ons eigenmachtig wordt uitgelegd (een verwijzing naar 2 Petrus 1:20). Zulke woorden doen pijn.

Ernst Synode 2020Net als de meeste of misschien wel alle synodeleden herken ik me niet in deze zware verwijten. Natuurlijk is het zo dat wij als GKV veranderd zijn. Maar zijn we afgegleden naar onschriftuurlijke leringen? Nemen we Gods Woord niet meer serieus? Belijden we alleen maar op papier dat we bijbels-gereformeerd zijn? En is het zo erg gesteld met ons als kerken, dat we niet meer samen in een kerkdienst Gods Woord kunnen horen en het Avondmaal vieren?

Op de synode maakte ik deel uit van een commissie van vijf synodeleden (de predikanten Boersma, Bruinsma, van Hemmen, van Wijk) die de besluiten van Deputaten Buitenlandse Betrekkingen moest voorbereiden. We hebben alle brieven van de buitenlandse kerken gelezen. We hebben die op ons laten inwerken. We hebben ons afgevraagd en om wijsheid gebeden hoe we daarop zouden moeten reageren. Dat hebben we gedaan, na de bijdragen van zeven buitenlandse kerken, met de volgende woorden, waarin we verwijzen naar de apostel Paulus uit zijn tweede brief aan de Korintiërs en naar Johannes Calvijn:

De apostel Paulus schreef drie brieven naar de gemeente van Korinthe. De enige brief waarvan de Heilige Geest het in zijn liefde en wijsheid niet nodig heeft gevonden de inhoud aan ons bekend te maken noemen we de ´tranenbrief´. Paulus heeft in die brief zijn zorg en ongenoegen geuit over de gemeente van Korinthe.

Toen ik u schreef was ik terneergeslagen en bedrukt en stonden de tranen in mijn ogen. Ik wilde u geen pijn doen, maar u laten weten hoezeer ik u liefheb. (2 Kor.2,4)

Bij onze zusterkerken proeven we dezelfde zorg en dezelfde bewogenheid als bij Paulus. De dankbaarheid die wordt geuit over contacten die er waren en de steun die ontvangen is die in verschillende brieven naar voren komt, getuigen daarvan, evenals de gebeden waarvan we in enkele brieven worden verzekerd. Wij verstaan de teleurstelling en het verdriet van onze zusterkerken in de brieven n.a.v. de besluiten van de vorige synode. Wij zijn ons welbewust van het veranderende klimaat en van de veranderingen in ons denken. Ook wij waren een aantal decennia geleden in oppositie tegen kerken, waar zusters in het ambt toegelaten werden.

Ondanks dat voelen we ons gedrongen een appel op uw kerken te doen om de band met onze kerken niet te verbreken of die te herstellen. We hopen dat deze synode mag de diepe band die ons bindt in Jezus Christus mag laten zien. Dat we kunnen bijdragen aan elkaars vreugde in onze Heer Jezus Christus.

Daarom willen we graag getuigen dat door de synode van 2017 niets bindend aan de kerken is opgelegd. Ook aan geen enkele buitenlandse zusterkerk. Mochten de gronden onder de besluiten aanleiding geven tot een andere conclusie, dan hopen en bidden we dat deze synode de wijsheid geschonken wordt samen met u en alle heiligen in ieder geval deze indruk weg te nemen.  De synode van 2017 heeft ook daarin Paulus willen navolgen: Wij willen niet over uw geloof heersen,  maar juist bijdragen aan uw vreugde. U hebt tenslotte een vast geloof. (2 Kor.1 , 24)

Br. Peter Bakker, de voorzitter van Deputaten BBK, citeerde in zijn toespraak uit de Institutie van Calvijn. Wij zouden daaraan een citaat aan willen toevoegen. Calvijn zegt ook:

“Volgens mij is de zuivere bediening van het Woord en het zuivere gebruik en de zuivere bediening van de sacramenten dus een duidelijk bewijs dat we een gemeenschap waarin die beide aanwezig zijn, veilig als echte kerk kunnen accepteren. De betekenis daarvan gaat zo ver dat we zo’n kerk nooit mogen afwijzen zolang ze die beide dingen vasthoudt. Zelfs al zit ze verder vol fouten.

Sterker nog, er kan zelfs in de bediening van de leer of van de sacramenten een fout sluipen, zonder dat we ons daarom van haar gemeenschap mogen vervreemden. De apostel Paulus zegt: ‘Laten wij daarom, zovelen als er volmaakt zijn, hetzelfde denken. Als jullie iets anders denken, dan zal God jullie ook dat openbaren.’ (Filippenzen 3:15)

Maakt Paulus daarmee niet voldoende duidelijk dat verschil van mening over dingen die niet zo nodig zijn, tussen christenen geen reden mogen zijn om uit elkaar te gaan?

Het is vooral belangrijk dat we het over alles eens zijn. Maar er is niemand die niet gehuld is in een mist van onwetendheid. Daarom kan het niet anders of we moeten onbegrip vergeven in die dingen waarin we onwetend mogen zijn zonder dat we de kern van de godsdienst schenden of ons behoud verliezen.

Maar het is niet mijn bedoeling om hiermee zelfs maar de kleinste dwalingen in bescherming te nemen, alsof ik zou vinden dat die vriendelijk door de vingers gezien zouden mogen worden. Nee, ik bedoel dat we de kerk niet zomaar, om een of ander klein meningsverschil, mogen verlaten. Als in die kerk maar de gezonde leer van ons behoud bewaard blijft, waarin de vroomheid ongeschonden overeind staat. En als de sacramenten er maar gebruikt blijven worden zoals de Heer die heeft ingesteld. En als we dan ondertussen maar ons best doen om te corrigeren waar we ontevreden over zijn, dan doen we onze plicht.” (citaat uit Institutie IV 4.1.12 – vertaling Gerrit Veldman)

Met Paulus zouden wij als commissie willen zeggen: Beginnen we onszelf weer aan te bevelen? Of hebben we net als sommige anderen aanbevelingsbrieven voor of van u nodig? U bent zelf onze aanbevelingsbrief, in ons hart geschreven, maar voor iedereen te zien en te lezen. ( 2 Kor 3 : 1 -4)

We zijn ook van mening niet dat wij onszelf niet opnieuw bij de zusterkerken moeten aanbevelen. Wel zouden we van onze kant graag willen dat we in de nabije toekomst gaan bouwen aan nieuwe en herstelde structuren en verbindingen. Dat onze kansels blijvend voor uw dienaren van het Woord open staan en de maaltijd van de Heer met u blijven genieten. Graag zouden we willen uitspreken dat we wat ons betreft sámen blijven staan op het fundament van Schrift en belijdenis. Zonder vooruit te lopen op de uitkomst van de behandeling van uw brieven en de revisieverzoeken uit de kerken. Dat we samen biddend om de leiding van de Heilige Geest, Gods Woord proberen toe te passen in onze tijd,  dat we daarbij soms tot verschillende conclusies mogen komen.

We willen afsluiten met dit Engelse lied:

Christ is made the sure foundation,

Christ the head and cornerstone,

chosen of the Lord and precious,

binding all the church in one;

holy Zion’s help forever,

and her confidence alone.

 

To this temple, where we call thee,

come, O Lord of hosts, today:

with thy wonted loving-kindness

hear thy people as they pray;

and thy fullest benediction

shed within its walls alway.

 

 

De Dordtse Kerkorde kent geen zelfstandige tucht door classis en synode

In het Reformatorisch Dagblad van 8 januari 2020 stond onderstaand artikel van mij. Het gaat opnieuw over de vraag of een classis of synode volgens het gereformeerde kerkrecht een kerkenraad mag schorsen en afzetten.


Pas in de twintigste eeuw hebben in de Gereformeerde Kerken in Nederland sluipenderwijs classes en synodes zich de bevoegdheid tot schorsen en afzetten toegeëigend.

Verlaat een classis die tot schorsing en afzetting van een complete kerkenraad overgaat het gereformeerde kerkrechtelijke spoor? Ik beweerde van wel in het Reformatorisch Dagblad van 23 dec. 2019 (‘Classis die schorst en afzet is hervormd, niet gereformeerd’ RD 23-12). Volgens ds. J. van Vulpen (‘Tucht over ambtsdragers wil gemeente bewaren bij Schrift RD 31-12) en A. den Ouden (‘Classis die schorst en afzet is voluit gereformeerd’ RD 03-01) sla ik de plank volledig mis en zou de Dordtse Kerkorde (DKO) die bevoegdheid wel aan de meerdere vergaderingen toekennen. Ik ga voorbij aan de andere (in mijn ogen soms eenzijdige en soms onjuiste) punten die beide broeders aandragen. De kernvraag is: mag een classis of synode volgens artikel 79 en 89 van de Dordtse Kerkorde zelfstandig overgaan tot het oefenen van tucht over kerkenraden? Ik laat daarbij de twijfelachtige ontsnappingsroute van ds. Van Vulpen via artikel 30 DKO buiten beschouwing.

Onjuiste interpretatie

De onlangs overleden predikant dr. M. Golverdingen, in leven dienaar des Woords binnen de Gereformeerde Gemeenten, gold binnen de gereformeerde gezindte als een uitnemend kerkrechtdeskundige. In 2001 schreef hij de brochure ”Ontstaan, inhoud en betekenis van ‘oud’ en ‘nieuw’ kerkrecht” (volledig na te lezen op http://www.kerkrecht.nl). Hij beschrijft daarin hoe vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw in de ongedeelde Gereformeerde Kerken in Nederland sluipenderwijs classes en synodes zich de bevoegdheid tot schorsen en afzetten hebben toegeëigend. De onderbouwing vond plaats in een proefschrift van dr. M. Bouwman over ”Voetius en het gezag der synoden”. Den Ouden noemt dat een doorwrochte studie, maar volgens dr. Golverdingen is het evident dat bij Voetius „ook in noodsituaties de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente uitgangspunt is en blijft” en geeft Bouwman „vanuit een duidelijk vooroordeel en (…) met een gekleurde bril (…) een op een aantal punten dubieuze of zelfs volstrekt onjuiste Voetius-interpretatie.” Zijn conclusie is dan ook: „De door M. Bouwman in 1937 ontwikkelde conceptie voor ‘nieuw’ kerkrecht moet vanwege een dubieuze interpretatie van Voetius voor een deel als wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.”

Hier sluit dr. C. van den Broeke, die kerkrecht doceert in Amsterdam en Kampen, zich bij aan in het pas onder redactie van prof. dr. H. J. Selderhuis verschenen ”Handboek Gereformeerd Kerkrecht”. Volgens hem kregen meerdere vergaderingen toen ruimere bevoegdheden dan wenselijk is in het gereformeerd kerkrecht en leverde dat ‘nieuwe’ kerkrecht ingrijpende kerkscheuringen op, waaronder de Vrijmaking.

Wat zegt de Dordtse Kerkorde dan wel over de bevoegdheid van classes en synodes als het om tuchtoefening over kerkenraden gaat? In zijn brochure zegt dr. Golverdingen in hoofdstuk 6.4.2. (”De interpretatie van de kerkorde”) daarover: „De Dordtse Kerkorde, die door de Nationale Synode van Dordrecht in 1618-1619 werd aanvaard, kent geen artikelen, die aan de meerdere vergadering expliciet de weg wijzen voor het optreden in gevallen, dat plaatselijke kerken volharden in afwijzing van de bindende besluiten van deze meerdere vergadering en b.v. weigeren om gehoor te geven aan een besluit tot afzetting van een predikant. (…) Daarbij is van groot belang, dat de kerkorde de meerdere vergaderingen nergens bevoegd verklaard tot het zelfstandig treffen van maatregelen van censuur over ambtsdragers of tot de zelfstandige uitvoering van de door meerdere vergaderingen genomen beslissingen.”

Niet vrijblijvend

Deel uitmaken van een kerkverband is niet vrijblijvend. Een classis heeft meer bevoegdheden dan alleen maar het geven van adviezen. En op de vraag hoe je als kerkverband moet omgaan met „een hardnekkige kerkenraad die zich niet wil houden aan Gods Woord en de belijdenis of kerkelijke besluiten naast zich neerlegt” (zoals ds. Van Vulpen het formuleert) zijn geen pasklare antwoorden. Maar het is ‘nieuw’ en geen ‘oud’ kerkrecht, wanneer een classis of synode de knoop doorhakt door zichzelf ambtelijk gezag over kerkenraden toe te kennen. Voor zulk machtsdenken in de kerk van Christus ben ik vuurbang. Of, om aan te sluiten bij de woorden van dr. Golverdingen: „Op deze wijze wordt de deur naar het mij voorkomt opengezet voor een streven naar macht, dat gemakkelijk in zuivere hiërarchie kan uitmonden. De macht is immers als zout water. Hoe meer men er van drinkt, hoe meer dorst men krijgt.”


Tot zover mijn tweede opinie-artikel over dit onderwerp in het RD.

Ik heb voor de liefhebber nog een paar citaten van dr. M. Golverdingen. Aan het eind van zijn brochure geeft hij aan hoe het kerkverband goed kan reageren op een kerkenraad die ongehoorzaam blijft aan bijbelse principes en niet naar het kerkverband wil luisteren of haar besluiten voortdurend naast zich neerlegt. Zijn denkrichting is, ook 19 jaar na dato, nog steeds de moeite van het overwegen waard.

Nog drie citaten van dr. M. Golverdingen:

“Buitenlandse kerkorden hebben een min of meer aristocratisch of zo men wil hiërarchisch karakter [zoals] het presbyteriaanse kerkrechtelijke denken , dat de eigen, zelfstandige positie van de meerdere vergaderingen sterk beklemtoont. Het is daarom heel goed mogelijk om vanuit deze benadering de Dordtse Kerkorde zodanig te interpreteren, dat men meent dat het toekennen aan de meerdere vergaderingen van een zelfstandige bevoegdheid tot het oefenen van leer- tucht- en regeermacht van de meerdere vergaderingen juist is. Zo worden de meerdere vergaderingen tot hogere vergaderingen verklaard, die een ambtelijk karakter hebben en bekleed zijn met ambtelijk gezag ten opzichte van de kerkenraden.”

“De structuur van de D.K.O. laat niets te wensen over aan duidelijkheid. Heel concreet is aangeven op welke punten de kerken afstand hebben gedaan van hun autonome bevoegdheid. Er is echter geen bepaling die aangeeft, dat de kerken zijn overeengekomen om aan de meerdere vergadering de bevoegdheid toe te kennen om zelfstandig en volledig de drieërlei macht in het kerkelijke leven uit te oefenen, die de kerkenraden bezitten. Het streven naar verzelfstandiging van de meerdere vergaderingen en het daaraan toekennen van de volledige leer- regeer en tuchtmacht, zoals we dat vinden bij o.a. H.H. Kuyper en M. Bouwman in de jaren dertig is in strijd met de structuur van de D.K.O. zelf.”

“Een door de classis geveld afzettingsvonnis betekent daarom nog niet schorsing of afzetting met ter daad, want die daad moet altijd door de kerkenraad zelf geschieden.”

 

Mag een classis een kerkenraad uit het ambt zetten?

Op welke manier kun je als kerkverband een plaatselijke gemeente uit het kerkverband zetten? Op deze wat kort door de bocht geformuleerde vraag ging de ‘redactie kerk’ van het Reformatorisch Dagblad op 14 december 2019 in (lees hier). Konkrete aanleiding was de situatie in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Daar hoor je steeds vaker zeggen: als er CGK-kerken zijn die vrouwen in de ambten of homo’s aan het Avondmaal toelaten, moeten zulke kerken op de classis geweigerd worden. Daarmee worden ze feitelijk uit het kerkverband gezet. Volgens de redacteur van het RD kan dat niet zomaar en is een andere procedure kerkrechtelijk juister: een procedure opstarten waarin de classis een kerkenraad die niet-bijbelse besluiten neemt, gaat schorsen en afzetten.

Het was me, toen ik dit artikel las, niet helemaal duidelijk geworden of dit de opvatting van de redactie van het RD is, of dat ook het deputaatschap kerkorde en kerkrecht van de CGK deze tweede route een begaanbare weg acht. Van kerkrechtdeskundigen uit de CGK kon ik me dat niet voorstellen, dus ik ging ervan uit dat deze tweede route  door het RD zelf werd voorgesteld.

Hoe dan ook, op dat dit artikel heb ik gereageerd met een ingezonden stuk. Want als er één ding niet kan binnen een kerkrechtelijk voluit gereformeerd kerkverband zoals de CGK, dan is het dat een classis of een synode de kerkelijke tucht gaat hanteren om plaatselijke kerken uit het kerkverband te zetten.

Vandaag stond mijn artikel in het Reformatorisch Dagblad. Om alle misverstand uit te sluiten, vroeg ik bij een kennis die in een CGK-kerkenraad zit de voorlopige notitie ‘De kerk, het kerkverband en het aanvaarden van de geloofsbrieven’  van het CGK-deputaatschap op. Die notitie is in november 2019 opgesteld. Tot mijn ontzetting bleek, dat niet de RD-redacteur, maar de CGK-deputaten zelf van mening zijn dat binnen het gereformeerd kerkrecht de classis een complete kerkenraad mag schorsen en afzetten. Ik ben hier echt ontdaan over. Als dit op kerkrechtelijk gebied het nieuwe beleid wordt, betekent dat het einde van een verband van zelfstandige gereformeerde kerken, want dan stapt men over naar een centraal-geleide landelijke kerk met plaatselijke afdelingen die naar het believen van het hoofdbestuur kunnen worden vervangen. Goed, dat is door mij ook wat kort door de bocht geformuleerd, maar zo is het in mijn ogen wel. En dat vind ik christelijk gezien een heel erg zorgelijke ontwikkeling.

Hieronder volgt de volledige tekst (voor de foto geldt: beeld RD, Henk Visscher):

Classis die schorst en afzet is hervormd, niet gereformeerd

Wanneer een classis de ambtsdragers van een kerkenraad collectief gaat schorsen en afzetten, staat ze niet meer in de traditie van het gereformeerd kerkrecht, maar is ze overgegaan op hervormd-protestants kerkrecht.

Wat moet het kerkverband doen wanneer een plaatselijke kerk de uitspraken van een classis of synode naast zich neerlegt? Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) is dit een actuele vraag. Het niet aanvaarden van de geloofsbrieven en daarmee een plaatselijke gemeente buiten het kerkverband plaatsen, is op grond van het gereformeerde kerkrecht niet goed mogelijk, zeggen deskundigen die het weten kunnen.

In een analyse wordt gesteld dat er een andere route is, die weliswaar ingrijpend, maar niet ingewikkeld is: de weg van tucht, schorsing en afzetting (RD 14-12). Dat zou binnen de CGK mogelijk zijn, volgens de artikelen 79 en 80 van de kerkorde.

Vrijwillig verband

Mijns inziens gaat dit juist volstrekt tegen het gereformeerde kerkrecht in. Kenmerkend voor alle gereformeerde kerken is de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk. In de artikelen 79 en 80 gaat het over de tucht die een kerkenraad uitoefent over ambtsdragers. Daarbij heeft de classis een adviserende, instemmende rol. Maar het is altijd de kerkenraad zelf die overgaat tot schorsing en afzetting.

Het gereformeerde kerkrecht kent geen tucht over kerkenraden. Een classis of een synode kan nooit als superkerkenraad optreden, omdat het geen eigen ambtelijke bevoegdheden heeft. Het is een vrijwillig verband van plaatselijke gereformeerde kerken die de genomen besluiten aanvaarden, tenzij ze in strijd met Gods Woord en de aangenomen kerkorde zijn.

Als een classis of synode wel de rol van de plaatselijke kerkenraad overneemt en zelfstandig tucht gaat uitoefenen, leidt dat tot een hiërarchisch kerkverband, waarin de landelijke synode niet dienstbaar is aan de plaatselijke kerken, maar zelf de dienst uitmaakt en naar believen de sleutel van de kerkelijke tucht hanteert. Dat heeft in het verleden geleid tot kerkscheuringen, zoals in de kwestie-Geelkerken (1926) en ten tijde van de Vrijmaking (1944).

Dubbele afvaardiging

Een classis kan alleen ingrijpen als er gemeenteleden of ambtsdragers zijn die zich op de classis beroepen, omdat de plaatselijke kerk in hun ogen tegen Gods Woord ingaat of kerkelijke besluiten naast zich neerlegt. Maar ook dan kan een classis niet meer doen dan ernstig vermanen of constateren dat een plaatselijke kerk zichzelf buiten het kerkverband plaatst door haar on-Bijbelse optreden. Een classis kan daarnaast bezwaarde kerkleden adviseren om te breken met de hardnekkig dwalende kerk en, als er een tweede kerk ontstaan is, de afgevaardigden van de nieuwe kerk als wettige vertegenwoordigers aanvaarden.

Dordrecht SynodeDat is niet alleen in de jaren zestig van de vorige eeuw voorgekomen, zoals de commentator stelt. Al op de Synode van Dordrecht in 1618 diende zich een dubbele afvaardiging uit de provincie Utrecht aan: een remonstrantse en een contraremonstrantse. De eerste werd geweigerd, de tweede toegelaten.

Noodkerkenraad

Wanneer een classis de ambtsdragers van een kerkenraad collectief gaat schorsen en afzetten en zichzelf de bevoegdheid van een noodkerkenraad toekent, staat men niet meer in de traditie van het gereformeerd kerkrecht, zoals dat van 1571 tot 1816 en in de kerken van de Afscheiding vanaf 1834 tot heden gegolden heeft. Dan is men daarentegen overgegaan op hervormd-protestants kerkrecht. Dan is er geen sprake meer van een kerkverband van Christelijke Gereformeerde Kerken (meervoud), maar is er één landelijke kerk ontstaan, waarvan de plaatselijke kerken een afdeling zijn, zoals nu het geval is bij de Hersteld Hervormde Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland.

De auteur is predikant van de gereformeerde kerk (vrijgemaakt) ”Het Noorderlicht” in Assen-Peelo.

Mag je bidden om het wonder van een opstanding als je kind overlijdt?

Op het twitter-account van Bethel Music las ik het verdrietige nieuws dat Olive Alayne, het dochtertje van Kalley en Andrew Heiligenthal, op vrijdag 13 december 2019 is overleden. Kalley is als worshipleader en songwriter één van de bekende gezichten van Bethel Music. Meer dan 214.000 mensen volgen haar op Instagram via @kalleyheili.

Mijn hart brak toen ik dit hoorde. Het meest erge wat je volgens mij kan overkomen is het verlies van je kind.

Twee dagen later, op 15 december, postte Kalley op haar account het hartverscheurende bericht dat Olive de dag ervoor was gestopt met ademen en dat de dokters haar dood verklaard hadden. Daarom vroeg Kalley om vrijmoedig, eendrachtig gebed van de wereldwijde kerk om hen te steun in het geloof dat Jezus hun kleine meid terug tot leven zal brengen. Want Olive’s tijd hier op aarde is nog niet voorbij en ze geloven vast en zeker dat Jezus de dood heeft overwonnen, dus “It’s time for her to come to life.” En gisteren schreef ze, dat de derde dag echt een goede dag is om weer op te staan. En omdat Kalley en Andrew echt in de almacht van de naam van Jezus geloven, kunnen ze zeggen: “We call you back by name, sweet girl. You will live.”  Weer een dag later riep ze iedereen op: “Keep declaring life over Olive Alayne wit us.” Want toen Jezus uitriep: ‘Het is volbracht’, kwam Hij daarna vol kracht terug in het leven. Het is dus nog niet klaar, en daarom: “Come alive, Olive!” Zelfs op woensdag 18 december, vijf dagen na het overlijden van Olive, liet Kalley weten dat het nog een hele goed dag voor een opstanding is.

Mijn hart brak opnieuw. Dat je als ouders in je eerste emotionele reactie tot God bidt om een opstanding begrijp ik heel goed. Maar hoe triest is het om drie dagen lang alleen maar te hopen en te bidden en heel de wereld op te roepen om een wonder dat God hier op aarde niet beloofd heeft. Wat erg voor deze ouders dat ze zich daar helemaal op focussen, terwijl heel de Bijbel er vol van staat dat God iets anders belooft in dit zo grote verdriet, namelijk: “Mijn kind, Ik draag je dag aan dag, in al je verdriet. Ik zal de Trooster zijn. En eens maak Ik alle dingen nieuw. Dan zal Ik alle tranen uit je ogen wissen, want dan zal er geen dood en rouw en verdriet en pijn meer zijn.”

Zou het kunnen zijn dat er in bepaalde delen van het christendom zoveel van wonderen verwacht wordt, dat men aan het grootste wonder voorbij loopt, namelijk de aanwezigheid van God als liefdevolle Vader, Jezus als Redder en Vriend en de Heilige Geest als Motivator en Trooster in ons leven – ook en misschien wel juist als alles duister is?

Enig gelovig tegenwicht tegenover de charismatische claim dat Jezus ook vandaag nog graag het vrijmoedige gebed verhoort om geliefden die gestorven zijn weer uit de dood te laten opstaan is denk ik niet verkeerd. Voor wie daar meer van wil lezen (van dat tegenwicht) staan hieronder vier blogs die ik al eerder over de risiko’s van een te groot geloof in wonderen schreef.

Ik weet, het kan klinken als cliché, maar er zit meer waarheid in de volgende uitspraak: “God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.”

Vier blogs:
Gebeuren er vandaag nog wonderen van genezing?
Verwacht een wonder, creëer je eigen teleurstelling
Wonderen van genezing zijn zeldzaam
Jezus deed echte droomwonderen! (ook na te lezen als preek over Johannes 4:43-54)