Als een hert dat verlangt naar water – vers 2

Als een hert dat verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar U. Dit prachtige opwekkingslied kent in het Nederlands maar één couplet. De Engelse versie As the deer pants for the water heeft drie coupletten, waarvan telkens de tweede helft het refrein. In het Afrikaans kent Soos ’n wildsbok wat smag na water twee coupletten:

1/ Soos ‘n wildsbok wat smag na water, smag my siel na U, o Heer.

U alleen is my hartsverlange en ek bring aan U die eer.

U alleen is my bron van krag, in U teenwoordigheid wil ek wag.

U alleen is my hartsverlange en ek bring aan U die eer.

39 edelhert

2/ Heer my Rots, net op U vertrou ek en ek volg U elke dag.

U aanbid ek, o Here Jesus vir U wysheid en U krag.

Vredevors en Verlosser, Heer, voor U lê ek nou my lewe neer.

U aanbid ek, o Here Jesus en ek bring aan U die eer.

Dat tweede couplet vind ik een mooie aanvulling, omdat het over onze Heer Jezus gaat. Met een kleine variatie zou je ‘m ook zo in het Nederlands kunnen zingen als tweede vers van Opwekking 281 / Gezang 158 Geref. Kerkboek.

1/ Als een hert dat verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar U.

U alleen kunt mijn hart vervullen, mijn aanbidding is voor U.

U alleen bent mijn kracht, mijn schild. Aan U alleen geef ik mij geheel.

U alleen kunt mijn hart vervullen, mijn aanbidding is voor U.

A5 56 (2).jpg

2/ Heer, mijn Rots, slechts op U vertrouw ik en ik volg U elke dag.

U aanbid ik, mijn Here Jezus, dank dat ik U prijzen mag.

Vredevorst en Verlosser, Heer, voor U leg ik heel mijn leven neer.

U aanbid ik, mijn Here Jezus, en ik loof U altijd weer.

(foto’s: Karla Leeftink Natuurfotografie)

Advertenties

Zo rijk als Job – een levensles

Aan het verhaal van Job hebben we drie uitdrukkingen overgehouden:  ‘een jobstijding’, een ‘jobsgeduld’ en ‘zo arm als Job’. Samen karakteriseren ze het leven van Job. Zo lijkt het tenminste. Maar in het verhaal van Job gaat het om iets anders: verlang ik er ook naar om net zo rijk als Job te zijn?

Jobstijdingen

Wie het verhaal van Job kent, weet, dat Job op één en dezelfde dag te maken krijgt met twee terreurakties en twee natuurrampen. Twee roofbendes nemen al het vee en alle kamelen mee en doden al het personeel. Een verwoestende bliksem uit  de hemel zorgt voor een steppebrand waarin alle schapen en geiten + de herders omkomen. En als ergste eindigt het feest waar al Jobs kinderen bij elkaar zijn in een drama, omdat een orkaan het huis totaal verwoest.

Dat zijn dus vier echte jobstijdingen. Op één dag. Stel je je dat eens voor! Zo heeft Job alles, zo heeft hij niets meer. En hij snapt er niets van. Want hij kende niet het verhaal achter het verhaal. Het verhaal van de krachtmeting tussen satan en God. Satan, die God uitdaagt om Job te testen.

Waarom geloven mensen?

Waarom geloven mensen? In het boek Job zegt de duivel: mensen geloven omdat ze door God gezegend willen worden. Of omdat ze bang zijn om in de hel te komen. Geloven is dus eigenbelang. Dat is wat de duivel tegen God zegt. Kijk maar naar Job. Die heeft van U alles gekregen wat zijn hartje begeert. Geen wonder dat hij zo gelovig is.

Zou dat zo zijn? Zou dat, als het er op aan komt, echt zo zijn bij alle mensen? Ja, bij jou en mij? Je gelooft, omdat je iets van God wilt krijgen? Nu – zegen in dit leven. Of straks – als ik maar in de hemel kom? Dan is geloven eigenbelang. En heeft God ongelijk als Hij zegt, dat Job een oprechte en eerlijke gelovige is. Het is opmerkelijk dat God de duivel toestemming geeft om Jobs geloof te testen. Dat lijkt mij een behoorlijk risiko. Hoe weet je nou zeker dat iemands geloof het uithoudt als het heel erg moeilijk wordt? Als je de ene jobstijding na de andere mee moet maken?

Ergens verderop in het boek Job vind je het antwoord. In Job 19 kun je lezen wat Jobs diepste vertrouwen was.  Daar zegt hij: ‘De hand van God heeft mij getroffen, God heeft zich tegen mij gekeerd. Ik schreeuw: “Onrecht!”- maar krijg geen antwoord. Ik roep om hulp – maar vindt geen recht.’ Job kan maar niet begrijpen, waarom dit leed hem moet treffen. Hij snapt helemaal niets van de weg die God met hem gaat. Toch zegt hij dan plotseling: ‘Maar dit weet ik:  mijn Redder, mijn Verlosser leeft en Hij zal tenslotte hier op aarde ingrijpen. Hoezeer mijn huid ook geschonden is, toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen. Ik zal Hem aanschouwen, ik zal Hem met eigen ogen zien, ik, geen ander, heel mijn binnenste smacht van verlangen.’ Job verwacht het dus niet eens meer van zijn geloof – want uit eigen kracht kun je zoveel leed niet dragen. Maar hij gaat met al z’n vragen, moeiten, opstandigheid en zelfs verwijten naar God toe. En heeft maar één houvast: een externe Verlosser – God zelf! Hij verwacht uitkomst van de God die hij niet begrijpt! Tenminste … bepaalde dingen begrijpt Job wel, en ook nog beter dan zijn omgeving. Aan het begin bijvoorbeeld. Na de eerste jobstijdingen – dan is Job in mijn ogen zo super gelovig. ‘Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen en naakt zal ik in de schoot van de aarde terugkeren. De HERE heeft gegeven, de HERE heeft genomen, de naam van de HERE zij geprezen.’ 

Hoe kun je dat nou zeggen als je zulke dingen mee hebt gemaakt? Zelf heb ik in mijn leven eigenlijk maar drie jobstijdingen meegemaakt. Allemaal in het rampjaar 1994. Eentje, de eerste, was persoonlijk. In Zeeuws-Vlaanderen, waar we toen woonden, kregen we het bericht dat mijn vader totaal onverwacht overleden was aan een hartstilstand, twee dagen voor z’n 57e. We zouden dat weekend voor zijn verjaardag naar het hoge Noorden, naar Oldehove toe. We kwamen voor zijn begrafenis. Nog geen twee maanden later werd ik als predikant geroepen bij de moord op een vrouw van achter in de 20, die op klaarlichte dag door haar drugsvriend was neergeschoten. Haar ouders waren lid van onze kerk een plaats verderop die geen predikant had. Een echt familie-drama. In de meest besloten familiekring heb ik die begrafenis mogen leiden. En tenslotte, nog een maand later, de zomervakantie was al begonnen, werd ik in nog een andere buurgemeente bij een derde sterfgeval geroepen.  Een jongen van 18 fietste met zijn zus van het strand naar huis en werd door de bliksem dodelijk getroffen. Voor die begrafenis –de eigen predikant kwam er voor terug– hadden de ouders als tekst deze woorden van Job gekozen: ‘De HERE heeft gegeven, de HERE heeft genomen, de naam van de HERE zij geloofd.’ En dat meenden ze echt, ook al wisten ze best wel, dat ze dat niet altijd zo zouden ervaren. Maar op dat moment wél. Net als Job, want daarvan lezen we, dat hij ondanks al die rampspoed niet zondige en God geen enkel verwijt maakte. En ook niet, nadat hij doodziek en vanwege besmettingsgevaar door  alle mensen, inklusief zijn eigen vrouw, in de steek gelaten was. Ook toen zondigde Job ondanks alles niet en sprak hij geen onvertogen woord. In de oudere bijbelvertaling staat: ‘Job zondigde met zijn lippen niet’ – want hij zat wel degelijk vol met vragen, maar hij kon en wilde het niet over zijn hart verkrijgen om God de schuld te geven of de rug toe te keren.

Hoe kan dat? Ook al is het altijd makkelijk praten, want alleen wie ervaringsdeskundige is heeft recht van spreken , toch durf ik er wel wat van te zeggen. Job wist, toen hij alles kwijt raakte, dat alles wat je krijgt op aarde, een kado van God is. Alle dingen die je krijgt, zijn niet van jezelf. Je hebt het van God gekregen. En je hebt het uit genade gekregen. Onverdiend. En dus besefte Job heel goed: wat God geeft, kan Hij ook weer terugnemen. Zonder opgaaf van redenen. Het is bij aardse zegeningen niet zo: eens gegeven blijft gegeven. Wat God wel belooft is dit: vergeving van zonden en eeuwig leven dankzij een Verlosser en Redder die leeft – Jezus Christus. Daarvan geldt bij God: eens beloofd blijft beloofd. En als je dat kunt blijven geloven, ook na zware jobstijdingen, kun je daar ook God om loven en prijzen. Job zegt namelijk: ‘de naam van de HERE zij geprezen / geloofd.’  Job dankte God dus niet voor alle rampspoed. Dat zou pas echt wreed zijn, als je als christen God voor alle ellende die je overkomt moet bedanken. Dat zegt bijvoorbeeld de Heidelbergse Catechismus ook niet als het om tegenspoed gaat. Nee, in tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar. Waarom? Omdat je voor de toekomst zeker mag weten dat niets je uit Gods hand kan rukken, omdat God van je houdt dankzij de Verlosser en Redder die leeft, Jezus Christus.

God (niet) kunnen verklaren

Als je dat bedenkt, snapt je ook iets beter de tweede reaktie van Job, tegenover zijn vrouw. Die vrouw van Job lijkt op de drie eerste vrienden van Job. Ze redeneren allebei precies omgekeerd, maar het komt eigenlijk op hetzelfde neer wat zij doen. Mevrouw Job zegt: als God zó iets doet, en jij bent zó gelovig – kap er dan maar mee, want dan is God onrechtvaardig. De drie vrienden zeggen: als God zo iets doet, dan heeft Hij daar altijd een reden voor – dus voor de draad ermee, Job, waarin was jij onrechtvaardig? Alle vier hadden ze een redenering. Ze dachten, dat ze God konden narekenen. Mevrouw Job met een negatieve konklusie over God: die moet wel een wrede tiran zijn. De vrienden van Job met een negatieve konklusie over Job: die moet wel verborgen zonden hebben.

Weet je, ik denk dat de HERE God met het hele boek Job ons ook wil laten zien, dat je sommige dingen eenvoudigweg niet verklaren kunt. Job zelf zegt dat bijvoorbeeld heel duidelijk in Job 28. Daar gaat het over de wijsheid. Wijsheid is in het Oosten hetzelfde als de zin van het bestaan kennen. En dus een verklaring kunnen geven voor de gang van het leven. De vrienden van Job dachten dat ze het wel wisten. Die hadden de wijsheid en de waarheid in pacht. Maar in Job 28 zegt Job: ‘De wijsheid is verborgen voor de blik der levenden. Alleen God weet waar de wijsheid verblijft en alleen Hij kent haar wegen.’ En daar heb je het als mens maar mee te doen. In ontzag voor de Heer en door het kwade te mijden, zegt Job erbij.

In heel het boek Job zie je dan ook geen enkele verklaring aan Job zelf van het doel van zijn lijden. Job heeft zelfs niet bij benadering geweten, waarom al deze ellende hem moest overkomen.

Geen antwoord op de waarom-vraag

Daaruit mag je de konklusie trekken, dat we voorzichtig moeten zijn met oorzaak en gevolg. Soms is dat er wel. Als het om straf op de zonde gaat. Denk maar aan David en Batseba, of, in het groot, aan de zondvloed. Of als het gaat om Gods leiding gaat: soms snap je het achteraf, zoals bij Jozef, die later begreep dat God hem alvast vooruit naar Egypte gestuurd had.

Maar bij Job gebeurden alle rampen en ziektes die hem troffen, zonder reden, zegt God zelf tegen de duivel, hebben we gelezen. Dat kan heel veel vragen oproepen. En gevoelens. Ook Job liet horen wat hij er van vond. Onrechtvaardig! Dus vanuit zijn ellende zette hij een grote mond op tegen God. En dat was niet goed. Maar toch zegt God aan het eind tegen de drie eerste vrienden van Job: ‘Mijn dienaar Job heeft juist over Mij gesproken en jullie niet.’ Je kunt je dan afvragen: maar Job is in zijn klachten toch ook erg brutaal richting God. Hij overschrijdt regelmatig de grenzen van de eerbied. Hij roept God ter verantwoording! Maar dat is wat anders, dan dat je God en zijn beleid denkt te kunnen verklaren. Dat hadden de drie vrienden gedaan. Die wisten het antwoord al: God zit goed en Job zit fout. Met al zijn vragen probeerde Job God wel God te laten. Maar zijn vrienden spanden God voor het karretje van hun eigen denkbeelden.

Oftewel: je kunt beter op de goede weg van het geloof struikelen, zoals Job, dan dapper voortmarcheren in de zelfgekozen richting van je eigen verklaringen, zoals de vrienden van Job.

Gods wegen en Gods plan

Na alle jobstijdingen en het hele proces wat hij daarna doormaakt, aanvaardt JOb uiteindelijk dat God ons geen verklaring schuldig is voor de weg die Hij met ons gaat. Later zal God via de profeet Jesaja zeggen: ‘Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen.’ Maar Gods wegen en plannen komen uiteindelijk wel bij het doel uit: voor altijd bij God zijn. Onderweg overkomt ons goed en kwaad. Allebei, zegt Job, komen uit Gods hand! Dat is best wel een eye-opener voor mij geweest. Weet je waarom? Omdat Job hier eigenlijk zegt: blijf niet hangen in de ellende van vandaag. Bedenk ook, wat God je vroeger allemaal wél gegeven heeft. Het is niet eerlijk tegenover God om zijn zegeningen van gisteren buiten beschouwing te laten. Denk aan de uitdrukking die ik een keer als Visje tegenkwam: ‘Twijfel in het donker nooit aan wat je in het licht gezien hebt.’ Ik vind een mooie spreuk. Vuurtoren Borkum twijfel donker lichtEen tijdje geleden alweer waren Karla en ik “bie diek aan t Oethoester Wad”. Vanaf daar zie je het eiland Borkum met de vuurtoren . ’t Was tegen zonsondergang, dus in de eerste schemering begon de vuurtoren z’n lichtsignalen uit te zenden. Ik probeerde te ontdekken in welk ritme de vuurtoren z’n licht gaf. Want iedere vuurtoren heeft z’n eigen ritme. Na een tijdje kwam ik erachter dat die van Borkum in interval van 4 – 12 heeft. Elke 4e tel en daarna elke 12e tel geeft hij licht. En dan weer bij tel 16 en tel 28. Daar moest ik aan denken bij het levensverhaal van Job. Het is niet altijd licht in ons leven. Soms zelfs veel vaker donker (10 tellen) dan licht (maar twee keer 1 tel). Maar af en toe schijnt het licht wel! Zo is het in het leven van Gods kinderen ook. In de donkerheid schijnt wel het licht van Gods liefde. Dus staar je niet blind op je moeiten. Zelfs als je ze zelf niet meer kunt dragen, is God er nog. Want Hij was er vroeger ook. Toen waren we blij met God. Juichend en lovend trokken we op naar het huis van God – een feestende menigte. Als ik daaraan denk, zingen de Korachieten in Psalm 42+43, word ik weemoedig en verdrietig. Dus vraag ik me af: Waarom vergeet God mij? Waarom ga ik in het zwart, geplaagd door de vijand? Daar snap ik niks van. Waarom zit ik nu in zo’n diep, akelig zwart gat?  En toch, net als bij Job, klinkt er drie keer als refrein: ‘Vestig je hoop op God, mijn ziel. Eens zal ik Hem weer loven, mijn Verlosser en mijn God!’ Kijk, daar heb je alweer die Verlosser! Het zal eens ook weer licht worden! Want God laat jou en mij niet los.

Jaloers op Job

Dat brengt me bij die tweede uitspraak over Job. Je bent zo arm als Job. Nou, dat was natuurlijk ook zo. Job had niets meer. En dat wás niet alleen zo, dat vóelde ook zo. Geen bezit meer – dat was het ergste niet. Geen kinderen meer – dat was heel erg. Geen vrouw en vrienden die hem steunden – integedeel. En met zijn God kon Job ook geen kant meer op. Maar aan de andere kant: je zult toch maar zo rijk als Job zijn! Ik ben vaak jaloers op het geloof van Job. In goede tijden: hij bidt elke dag voor zijn kinderen, hij geeft royaal aan de armen, sluit een verbond met zijn ogen om ook in gedachten niet vreemd te gaan. En in slechte tijden: hij blijft op God vertrouwen, hij durft zijn hoogmoed tegenover de HERE te belijden, hij kan zijn vrienden vergeven en voor hen bidden, terwijl hij zelf nog steeds ziek en arm is.

Zijn geloof maakt Job rijk. Vooral, omdat het in zijn geloof om God Zelf ging. Niet om Gods zegeningen. Niet om een plekje in de hemel. Nee, om God Zelf. Zelfs in zijn diepste depressie vervloekt hij wel de dag van zijn geboorte (‘was ik maar in de moederschoot gestorven’), maar wil hij God niet kwijt. Zo’n geloof, dan ben je rijk. Dat geloof kreeg Job van God. Hij had ook een Redder en Voorspraak nodig, één uit duizenden, zoals Elihu in Job 33 zegt.

Dat geloofde Job zelf ook. Daarom mag Job in zijn levensweg ook een voorbeeld voor ons vandaag zijn. Zo zegt Jakobus dat in zijn kleine briefje. Als het tegen zit, zegt hij: ‘Wees dan geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen. (…) U hebt gehoord hoe standvastig Job was, en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer is immers liefdevol en barmhartig.’

Dit is mijn verlangen

Je hoeft niet te verlangen naar de rampspoed van Job. Je hoeft ook niet te verlangen naar de miljoenen van Job. Wees liever jaloers op de rijkdom van zijn geloof. Als je dát verlangt, een geloof als dat van Job in voorspoed en tegenspoed, dan woont de wijsheid in je hart. Want dan bouw en vertrouw je op God, die in Christus onze genadige Vader is. Ja, zegt Paulus: ‘Iedereen die op Jezus Christus zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. (…)  want niets zal ons kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Jezus Christus, onze Heer.’

De paus, het celibaat en seksueel misbruik

In mijn vakantie lees ik het liefst een paar ontspannen boeken zoals historische non-fictie of een detective-serie. Deze zomer heb ik de twee dikke pillen ‘Trinity’ (1976) en ‘Verlossing’ (1995) van Leon Uris uitgelezen. De eerst had ik jaren geleden al eens gelezen. De tweede had ik tot nu toe gemist, maar was ook de moeite van het lezen waard, hoewel er iets minder een duidelijke lijn inzit als in Trinity.

In beide boeken staat de Ierse strijd om onafhankelijkheid in de jaren 1885 – 1916 centraal. Fictieve hoofdpersonen worden in een historisch kader gezet. Leon Uris belicht de Ierse kwestie wel heel erg vanuit het recht op vrijheid van de Ieren. Maar als ook maar de helft van wat hij beschrijft waar is, begrijp ik heel goed waarom veel Nederlanders ruim 100 jaar geleden geen enkele sympathie hadden voor de Engelsen. Ierland is echt eeuwenlang als wingewest uitgebuit door Engeland en de bevolking ontzettend gekleineerd en onderdrukt.

Drie broers uit de katholieke familie Larkin spelen in beide boeken een belangrijke rol. De oudste zoon, Conor, gaat aktief in het verzet tegen de Engelse bezetters. De tweede zoon, Liam, houdt zich buiten alle tweestrijd en emigreert naar Nieuw-Zeeland, maar zijn zoon Rory treedt in de voetsporen van zijn oom Conor. De derde zoon, Dary, wordt priester en wil alleen op geweldloze manier het recht op een vrij en zelfstandig Ierland steunen.

Een priester over het celibaat

In het tweede deel wordt Dary verliefd op Rachael, de dochter van een adellijke Ierse vrijheidsstrijdster. Hij vraagt uiteindelijk aan zijn bisschop om het priesterschap te mogen neerleggen zodat hij met Rachael kan trouwen. Hij kan ook niet meer achter het celibaat van de rooms-katholieke kerk staan.

Op dit punt moest ik denken aan de huidige crisis in de rooms-katholieke kerk vanwege alle schandalen rondom seksueel misbruik door priester en bisschoppen die telkens weer opduiken. Paus Franciscus heeft zich daar, toen hij deze maand (augustus 2018) in Ierland op bezoek was, uitvoerig voor verontschuldigd en om vergeving gevraagd.

Ik vond het treffend hoe Leon Uris in 1995 onder woorden brengt wat er nu precies zo erg is aan het verplichte celibaat voor priester in de rooms-katholieke kerk. Leon Uris laat het priester Dary Larkin zeggen als hij voor de keus staat om de relatie met Rachael te verbreken of om als priester uit te treden. Tegen Rachael zegt hij dan het volgende:

“Mijn leven lang ben ik door de Kerk volgestopt, doordrenkt met de zonde tussen  man en vrouw. (…) Voor sommige priesters is kuisheid een geschikte manier van leven. Dat zij zo. Maar ik heb de besten van onze soort dronkaards en erger zien worden. En wat me echt heeft verscheurd  is dat een priester een alcoholist kan zijn, dat hij met jongetjes kan spelen, maar dat God hem heeft verboden een vrouw aan te raken. Dat is onze grootste zonde. En dan die verdomde schijnheiligheid van de Kerk, die het wegmoffelt en zich zelfs tegen onze slachtoffers keert. (…) De waarheid is: ZE HEBBEN TEGEN ME GELOGEN. Het kan Gods wil niet zijn dat de man celibatair blijft. (…) De liefde tussen man en vrouw is de hoogste lof die je God kunt toezwaaien. (…) Ik wil priester zijn – maar om de beste priester te zijn die ik kan zijn, heb ik jou als mijn vrouw nodig.”

Leon Uris laat priester Dary nog een paar dingen zeggen over de Kerk die van priesters geslachtsloze mensen maakt om ze met lichaam en ziel slaaf te maken van de Kerk en die op alle vragen antwoordt dat men het dogma van het celibaat zonder vragen moet accepteren.

Hoe dan ook, deze passage raakte mij vanwege de aktualiteit van vandaag. Als christenen worden we allemaal aangekeken op de schandalen van seksueel misbruik die in de rooms-katholieke kerk telkens weer opduiken.  In de media en door de meeste niet-gelovigen worden zijn alle kerken één pot nat en is de paus het schijnheilige opperhoofd van al die hypokriete christenen die een totaal verwrongen kijk op seksualiteit hebben. Voor de buitenwereld maakt het niet meer uit of je gereformeerd, protestants, evangelisch of katholiek bent.

Geen verplicht celibaat meer

Toen ik op me liet inwerken wat Dary Larkin over het celibaat zegt, bedacht ik opeens het volgende: het is allemaal mooi en prachtig wat paus Franciscus zegt en doet. Hij verdient echt meer credits dan de vele kritische reakties die hij uit de seculiere hoek krijgt. Maar volgens mij kan de paus en met hem de rooms-katholieke kerk maar op één manier echt een overtuigende stap zetten om te laten zien dat men diep berouw heeft over al het seksueel misbruik binnen de kerk. En dat is door te verklaren dat de kerk eeuwenlang gedwaald heeft door het celibaat verplicht op te leggen aan priesters van de kerk. Zolang het celibaat niet wordt afgeschaft, blijven oprechte woorden mooie woorden en is het dweilen met de kraan open als het om het bestrijden van seksueel misbruik in de kerk gaat. Want dan onthoudt de kerk aan zijn voorgangers het mooiste geschenk dat God Zelf in de schepping gelegd heeft en waar Adam zo enthousiast van zong: de liefde tussen man en vrouw. Je hebt gelovigen die daar zonder kunnen, zoals Paulus. Maar hij zag het celibaat dan ook als een gave voor sommigen; niet als een verplichting voor allen.

 

 

 

Naäman in de tempel van Rimmon – dus wij naar de roomse kerk of naar de moskee?

Naaman JordaanIn 2 Koningen 5 staat het verhaal over de wonderlijke weg die de HERE met Naäman is gegaan. In dit artikel wil ik speciaal aandacht vragen voor de verzen 18 en 19. Naäman heeft net gezegd dat hij in het vervolg alleen nog maar offers voor de HERE wil brengen. Daarom wil hij graag zoveel ‘gewijde grond’ meenemen naar Damaskus als twee ezels kunnen dragen. Dat is geen kwestie van bijgeloof. Integendeel: Naäman brengt daarmee tot uitdrukking, dat hij echt gelooft in de God van Abraham, Isaak en Jakob, die zich door zijn verbond aan het volk en het land Israel verbonden heeft.

Naämans allerlaatste verzoek is dan: ‘Maar moge de HERE dit aan uw knecht vergeven: wanneer mijn heer in de tempel van Rimmon komt om zich aldaar neer te buigen, terwijl hij op mijn arm leunt, zodat ik mij in de tempel van Rimmon moet neerbuigen – als ik mij dan neerbuig inn de tempel van Rimmon, moge de HERE deze zaak aan uw knecht vergeven.’ De reaktie van Elisa daarop is kort en krachtig: ‘Ga in vrede.’

Wat kun je uit het antwoord van Elisa afleiden? Keurt hij het goed dat Naäman toch nog de tempel van  Rimmon, de god van Aram blijft bezoeken? Want Rimmon was de belangrijkste god van de Arameeërs. Hij werd ook wel de god Hadad genoemd. Hij is de god van het weer, speciaal van het onweer. Hadad betekent ‘verbreker’ of ‘verwoester’ en Rimmon betekent in het aramees ‘bruller’ of ‘donderaar’.

Het is heel aardig, dat in de tijd van de Reformatie sommige christenen het voorbeeld van Naäman, die in de tempel van Rimmon zich neerbuigt, gebruikt hebben om te verdedigen waarom ze lid van de rooms-katholieke kerk bleven. Want, zeiden zij: wij aanbidden daar geen afgoden of heiligen of de maagd Maria, maar alleen maar de enige ware God en Jezus Christus.beeldenstorm

In 1566, midden in de tijd van de beeldenstorm en de vervolgingen door de Inquisitie, schreef een lutheraan, dat het niet erg was om beelden in de kerk te hebben, wanneer ze maar niet als afgodsbeelden aanbeden werden. En als dat wel gebeurt, is het niet de plicht van het gewone volk, maar de taak van de overheid, om ze te verwijderen. Zo deed bv. koning Hizkia dat met de gouden slang uit de woestijntijd. In zijn pamflet haalt deze lutherse schrijver ook het voorbeeld van Naäman aan. Hij schrijft:

“De vrome man Naäman ging toch met zijn goddeloze koning in een tempel (2 Kon. 5) waar men afgoderij bedreef, en hij wachtte als een dienaar op zijn heer de koning. Toch deed hij daarmee geen zonde, omdat hij ze niet aanbad. Maar hij riep in de afgoden-kerk de ware God aan, want alle huizen zijn van God en de afgod is niets, spreekt Sint Paulus. Wat willen de beeldenstormers er nu van zeggen, dat de profeet Elisa Naäman niet verbiedt, de ware God in het afgoden-huis te aanbidden? Zoiets zou geen beeldenstormer toegelaten hebben, zozeer walgen die heilige lieden van de afgoden.” (J.J. van Toorenenbergen, 1871, blz. 4)

Marnix Aldegonde portret 2Op dit pamflet heeft Marnix van St. Aldegonde (de vermoedelijke dichter van ons Wilhelmus) gereageerd. Pas veel later is een manuskript van hem ontdekt en uitgegeven met de titel: Vande beelden aff geworpen inde Nederlanden in Augusto 1566. Marnix gaat uitvoerig in op het voorbeeld van Naäman. Volgens Marnix is het heel duidelijk dat Naäman na zijn genezing in geen andere God op aarde gelooft dan de God van Israel. Daarom heeft hij (Naäman dus) er ook grote moeite mee, om in Damaskus de tempel van Rimmon binnen te gaan en daar zelfs te knielen. Toch zal hij wel moeten, omdat de koning op zijn schouders wil leunen bij het aanbidden van Rimmon. Daarvoor vraagt Naäman Elisa bij voorbaat om vergeving, en die wordt hem ook door Elisa verleend.

Volgens Marnix mag je uit dit voorbeeld beslist niet de konklusie trekken, dat Naäman, als hij toch in de tempel van Rimmon kwam, daar tot God ging bidden. Want terecht heeft de lutheraan gezegd, dat je God overal kunt aanbidden. Dus haalt hij dit voorbeeld alleen maar aan om begrip te kweken dat mensen in tijden van vervolging wel in een kerk mogen komen waar men beelden van heiligen als afgoden aanbid, om daar zelf in zijn hart God te aanbidden.

Naäman heeft in de tempel van Rimmon juist níet tot God gebeden, want hij kwam daar niet als gelovige om zich neer te buigen voor God, maar hij kwam er slechts in dienst van de koning om als knielbank voor zijn koning te fungeren. Marnix schrijft dan ook:

“Het is helder dat het zo opgevat moet worden: omdat Naäman geen brandoffers meer offeren wil aan de afgoden van zijn koning, is daarmee wel duidelijk dat hij daarmee openlijk te kennen gaf, dat de aanbidding van Rimmon ook een gruwelijke afgoderij was. En daarom hoefde hij in de tempel niet te komen om de God van Israel daar te aan te roepen. Hij kwam er alleen maar om zijn meester te dienen.” (J.J. van Toorenenbergen, 1871, blz. 19)

Luther PlaymobilMarnix haalt dan een voorbeeld uit zijn tijd aan. De keurvorst van Saksen moest regelmatig het zwaard van de keizer van het Duitse Rijk dragen bij belangrijke gebeurtenissen. Dat moest hij ook doen, als de keizer de mis bijwoonde. Maar de keurvorst liet iedereen weten (via een ‘openbare protestatie’) dat hij de mis en al wat daar plaatsvond, voor een godslasterlijke afgoderij hield. Toch wilde hij wel in zo’n kerkdienst aanwezig zijn, maar niet om daar de ware God te aanbidden of ook maar enigszins de afgoderij die in mis plaats vond goed te praten, maar enkel vanwege zijn burgerlijke en politieke verplichtingen tegenover de keizer.

Marnix erkent, dat je het woord ‘neerbuigen’ ook kunt uitleggen als: ‘in aanbidding je voor God neerbuigen’. Dat kan namelijk overal (zelfs ‘in een openbaer hoerenhuys oft bordeel’ zegt hij erbij). Maar Marnix ontkent, dat zowel Naäman als de keurvorst van Saksen bewust naar de afgodentempel of naar de roomse mis gegaan zijn om God te aanbidden. Hij schrijft:

“Maar zou men expres daarheen gaan om door zulke huichelarij het kruis van het Evangelie te ontlopen, dan verloochent men daarmee openlijk de naam van God en van Christus Jezus, geeft men aanstoot aan zijn zwakke medegelovigen en heeft men deel gekregen aan de tafel van de duivel.” (J.J. van Toorenenbergen, 1871, blz. 20)

Marnix wijst daarbij op de drie vrienden van Daniël. Zij bleven niet voor het gouden beeld van Nebukadnezar staan om in hun hart God te aanbidden. Marnix trekt de konklusie, dat het voorbeeld van Naäman aansluit bij wat Paulus in 2 Korintiërs 6 schrijft: er is geen overeenstemming tussen Christus en Belial en geen gemeenschappelijke grondslag van de tempel van God met de afgoden.

Als je al een les uit de geschiedenis van Naäman zou kunnen trekken is het deze, aldus Marnix:

“Niemand mag een afgodentempel binnengaan, tenzij hij naar het voorbeeld van Naäman van te voren via een openbare belijdenis verantwoording aflegt en iedereen te kennen geeft, dat hij daar niet naar toe gaat vanwege huichelachtig gedrag, maar slechts vanwege zijn politieke verplichtingen. Op grond daarvan zullen anderen hem misschien verontschuldigen.” (J.J. van Toorenenbergen, 1871, blz. 23)

Ik wil bij deze leerzame diskussie uit de kerkhistorie twee opmerkingen maken.

  1. Heidelbergse CatechismusAfgodendienst en de rooms-katholiek mis worden door Marnix met elkaar op één lijn gesteld. Is dat uit reaktie op de felle vervolgingen van die tijd, omdat elke niet-rooms-katholieke ketter door Rome op de brandstapel werd gebracht? Of is het nog steeds terecht, om met Zondag 30:80 van de Heidelbergse Catechismus te zeggen, dat de roomse mis in de grond van de zaak niet anders dan een verloochening van het enige offer en lijden van Christus en een vervloekte afgoderij. Let wel: in de grond van de zaak betekent, dat je nagaat, wat de mis ten diepste is; het betekent niet, dat je iedere rooms-katholieke gelovige als een vervloekte afgodendienaar typeert (dat doet de catechismus ook niet, in tegenstelling tot het concilie van Trente in die tijd. Dat sprak wel uit, dat iedereen die de ketterse ideeën van de ‘nije leere’ aanhing, of men nu luthers, calvinistisch of dopers was, ook persoonlijk vervloekt was).
  1. Andere gelovigen kunnen op dit punt dwalen, maar wel integer zijn. Wanneer je zelf als gelovig christen wel het onderscheid weet tussen dwaling en bijbelse leer – in hoeverre mag je dan toch de konklusie trekken: ‘we vereren dezelfde God’? Mag je dan ook aanwezig zijn in een dienst van een ‘dwalend’ kerkgenootschap? iftar maaltijdBijvoorbeeld als nieuw-vrijgemaakte in een trouwdienst van de gewone vrijgemaakte kerk? Of als protestants-gereformeerde bij een overdoop-dienst in een evangelische gemeente? Of als christen bij een iftar-maaltijd tijdens of op het suikerfeest aan het eind van de ramadan? Mag dat dan alleen maar wanneer je expliciet uitspreekt tegen welke dwalingen je bezwaar hebt en hoe de HERE God volgens jou wel wil dat iedereen Hem dient?
De gemoderniseerde citaten zijn te vinden in de driedelige editie “Philips van Marnix van St. Aldegonde, Godsdienstige en kerkelijke geschriften” van de hand van J.J. van Toorenenbergen, 1871, 1873 en 1878, Uitgeverij Martinus Nijhoff, ’s Gravenhage. Over het genoemde pamflet Vande beelden aff geworpen schreef Sybe Bakker in 1976 een doktoraalscriptie onder de titel “Marnix contra een Martinist”.

Welke medechristenen ontmoet jij op vakantie in het buitenland?

kerkje-tschagguns.jpgWie de hittegolf in Nederland ontvluchten wil, moet wel op vakantie naar het buitenland gaan. Natuurlijk kun je ook verkoeling vinden aan de Noordzeekust of op de Waddeneilanden. Maar in het buitenland kun je het figuurlijk hogerop zoeken – richting Scandinavië en Schotland; of letterlijk hogerop – de heuvels van de Ardennen, de Vogezen en de Harz in of de hoge bergen van de Alpen en de Pyreneeën in. En het moet al raar lopen, of daar ontmoet je ook medechristenen.

Omdat er in de zomertijd altijd een beetje minder nieuws is, besteden kranten ook aandacht aan de kleinere dingen die het leven leuk of ingewikkeld maken. En dus komt in het Nederlands Dagblad elk jaar de diskussie weer naar boven: bezoek je als christen op je vakantie-adres Nederlandstalige kerkdiensten of ga je naar de plaatselijke kerk om daar je internationale broeders en zusters te ontmoeten?

It depends. Voor wie dit niet begrijpt: Het hangt er van af. Dat is meteen de belangrijkste reden waarom er voor beiden wat valt te zeggen.

Bezoek de plaatselijke kerk

Persoonlijk heeft het mijn voorkeur om in het buitenland de lokale kerk op te zoeken. In Nederland zijn we tot op de dag van vandaag door de HERE God gezegend met een groot aantal christenen en dus ook veel en vaak grote plaatselijke kerken. In bijna heel Europa is dat vaak anders. Daar komen christenen op zondag bij elkaar in kleine gemeentes. Die stellen het erg op prijs stellen dat medechristenen op vakantie zondags hun kerkdienst bezoeken. Het valt ze ook op dat het bijna altijd Nederlanders zijn die dat doen trouwens. Het geeft hen het gevoel dat ze niet de enigen zijn die hun vertrouwen op God en Jezus Christus stellen, maar dat ze deel uit maken van de kerk van alle tijden en plaatsen. Omgekeerd is het (voor mij tenminste) erg bemoedigend om te ervaren dat de Heilige Geest op heel veel plaatsen en manieren mensen tot geloof in Jezus Christus brengt. En dan maakt het eigenlijk niet zoveel uit of je van zo’n buitenlands-talige kerkdienst alles verstaat en begrijpt. Er is voldoende herkenning, vooral als het een bijbelgetrouwe gemeente is, omdat we samen Jezus als Heer belijden. Op internet kun je heel gemakkelijk een lokale kerk in de buurt vinden. Vaak is het niet eens zo heel ver rijden vanaf je vakantiebestemming.

Mijn lijstje van plaatselijke kerken die ik de afgelopen 10 jaar in het buitenland bezocht:

Duitsland: in Bad-Salzuflen gingen tijdens onze vakanties in het Weserbergland (vlakbij de bekende stad Hameln) regelmatig naar de kleine Bekennende Evangelische Kirche (geen website, adres: Salzuflerstraße 37, 32108 Bad Salzuflen-Wüsten, kerkdienst om 10:00 uur). Deze gemeente onderhoudt contacten met andere Bekennende Evangelische Gemeinden, zoals in Osnabrück, Hannover en Duisburg.

In Gedern (deelstaat Hessen, tussen Frankfurt en Fulda) bezochten we de Evangelisch-Freikirchliche Gemeinde, een baptistengemeente die daar al sinds 1856 bestaat (www.efg-gedern-limeshain.de) en die samen met 800 andere gemeentes is aangesloten bij de BEFG (www.baptisten.de)

In Hamburg bestaat sinds 1947 ‘Die Arche’, van oorsprong een evangelische baptistengemeente, die sinds 2008 zichzelf nadrukkelijk ‘Evangelisch-Reformierte Freikirche’ noemt en dat ook uitvoerig uitlegt (https://www.arche-gemeinde.de/ueber-uns/warum-reformiert/).

Galway RPCEngeland: in Helston (Cornwall) bezochten we de Helston Baptist Church (www.helstonbaptist.org.uk). Deze kleine gemeente is aangesloten bij de Fellowship of Independent Evangelical Churches (www.fiec.org.uk).

Frankrijk: in Lannion (Bretagne) bezochten we de plaatselijke Eglise Protestante Evangélique (www.eglise-lannion.fr). Alle meer dan 50 EPE-gemeentes zijn te vinden op www.france-mission.org.

Ierland: in Galway bezochten we de Covenant Christian Fellowship (www.galway.rpc.org). Deze kleine gemeente is de meest zuidelijke van bijna 40 Reformed Presbyterian Churches die allemaal te vinden zijn op www.rpc.org.

Oostenrijk: drie kleine gereformeerde kerken vind je je Rankweil (Vorarlberg), Neuhofen an der Krems (Oberösterreich, vlak bij Linz) en in Wenen. Samen met twee gereformeerde kerken in Zwitserland vormen ze de ERKWB (Evangelisch Reformierte SSRO logo rood grootKirche Westminster Bekenntnis). Zie www.reformiert.at. Deze kerken worden vanuit Nederland ondersteund door de Stichting Steun Reformatie Oostenrijk (www.ssro.nl) en starten in het najaar van 2018 een kerkplantingsproject in Innsbruck (Tirol) en in 2019 in Graz (Steiermark).

Schotland: hier bezochten we vlak bij het meer van Loch Ness de Free Church van Glenurquhart (Drumnadrochit). Deze kleine gemeente is één van de ongeveer 100 kerken die samen The Free Church of Scotland vormen. Het is een presbyteriaans kerkverband (presbyteriaans is de Engelse variant van gereformeerd). Alle kerken zijn te vinden op www.freechurch.org.

Zweden: hier bezochten we in Gislaved (Zuid Zweden, provincie Jönköpings länn) de ‘Gislaved Frikyrkoförsämling’, een vrij traditionele pinkstergemeente (www.gislavedsfrikyrkoforsamling.se).

Zwitserland: in Brig (Wallis) bezochten we de plaatselijke Evangelisch Reformierte Kirche (www.ref-kirche-brig.ch). Deze kerk is aangesloten bij de landelijke Schweizerische Evangelische Kirchenbund (www.kirchenbund.ch) met zo’n 1.000 kerken en iets minder dan 2½ miljoen leden. Het is, zeg maar, de PKN van Zwitserland, maar naar mijn indruk een stuk vrijzinniger.

Bezoek een Nederlandse kerkdienst 

Toch kan ik me goed voorstellen dat er ook veel mensen zijn die op vakantie graag een Nederlandse kerkdienst bezoeken. Want tijdens een kerkdienst gaat het om meer dan alleen maar je buitenlandse broeders en zusters ontmoeten. Je wilt ook graag Gods Woord horen, tot Hem bidden en voor Hem zingen. En als je van de taal van je vakantieland bijna niets begrijpt, wordt dat toch wel heel lastig. Persoonlijk was ik blij dat we die ene keer dat we in Tsjechië op een (christelijke) camping stonden, er op de beide zondagen een Nederlandse kerkdienst gehouden werd. En het jaar dat we in Zweden de plaatselijke kerk bezochten, was het echt wel een dingetje om te begrijpen waar het over ging, vooral omdat de voorganger beide zondagen het vertikte om de Nederlandse gasten in het Engels welkom te heten (‘Ik preek voor de eigen gemeente’, vertelde hij in beter Engels dan ik spreek na afloop). En toen onze dochter vanwege haar studie een half jaar in Barcelona woonde, gingen wij met haar naar de International Church omdat daar Engels de voertaal was.

Een tweede goede reden is, dat je in het buitenland blijkbaar meer de eenheid in het geloof waardeert en dus makkelijker over kerkelijke verschilpunten heenstapt. Daar wordt in de krant en op internet nog wel eens wat zuur op gereageerd, in de trant van: ‘Waarom kunnen christenen in het buitenland wel samen bij elkaar in de kerk zitten en bouwen ze in Nederland meteen weer een muurtje om hun eigen kerkelijke gemeente?’ vakantiekerkdienstMaar ik vind dat niet terecht. Er zijn nl. twee opties die ik niet echt geweldig vind: *) overal exclusieve vakantiediensten voor baptisten, vrijgemaakten, gergemmers, evangelischen, bonders, christelijk-gereformeerden, pinkstergelovigen etc. of **) in je eigen tentje/caravan/camper/huisje/hotelkamer een Nederlandse kerkdienst volgen of een Nederlandse preek lezen. Wanneer je in het buitenland elkaar als Nederlandse mede-christenen ontmoet, kom je er vaak al snel achter dat het geloof in Jezus Christus ons met elkaar verbindt. Natuurlijk zijn er ook onderwerpen waarover we van mening verschillen en die soms best wel belangrijk en dus kerk-scheidend kunnen zijn. Maar dat hoeft toch niet te verhinderen dat we elkaar als christen de hand kunnen reiken? Dat gebeurt zelfs in Nederland op veel terreinen niet. Dus als je dan samen in dezelfde regio ergens in het buitenland op vakantie bent, waarom zou je dan niet samen in een kerkdienst op zondag bij elkaar komen om Gods Woord te horen en je geloof te belijden? Ik denk zelfs, dat dat een positief effect heeft op het groeien naar nog meer kerkelijke eenheid in Nederland. Je kunt beter het goede van wat er in het buitenland wel mogelijk is benadrukken (het glas is halfvol) dan voortdurend aangeven hoe jammer en beschamend het is dat we in Nederland op zondag nog steeds niet samen in één kerk kunnen en willen zitten (het glas halfleeg).

Rankweil - zomerdienst met gastenVan harte aanbevolen!

Er zijn een paar sites die aangeven waar je binnen Europa een Nederlandse kerkdienst kunt bezoeken. De beste vind ik www.kerkdiensten-buitenland.nl, omdat die ook de kerktijden van de eigen, plaatselijke kerk vermeldt. Zoals van de vijf kerken van de ERKWB in Oostenrijk en Zwitserland.

Van die vijf kerken houdt de kerk van Rankweil vier zondagen achter elkaar ’s middags een Nederlandse kerkdienst. De eerste is al geweest (22 juli). Dit zijn de data van de andere drie diensten:

Zondag 29-07-2018      17:00 uur         ds. M. Noorderijk, hervormd predikant te Zetten (PKN)
Zondag 05-08-2018      17:00 uur         drs. E. Leune, pastoraal/kerkelijk werker te Vlaardingen
Zondag 12-08-2018      17:00 uur         oud. C. Catsburg, ouderling Ev.-Ref. Kirche Rankweil

Rankweil - accordeonMaar misschien is het wel net zo bemoedigend om (ook) ’s morgens om 10:00 uur de Duitstalige dienst te bezoeken. Al was het alleen maar om mee te maken hoe fijn het is om onder begeleiding van twee ervaren accordeonisten tot eer van God te zingen – ‘Samen in de naam van Jezus heffen wij een loflied aan!’ En ook om de  Oostenrijkse broeders en zusters te ontmoeten natuurlijk – ‘Want de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan!’

Buitenwaarts bidden

Bidden is praten met God. Vanuit het christelijk geloof bekeken is de relatie tussen God en ons er een van Vader en kind. Dat betekent dat je begint met ‘opwaarts bidden’ – je dankt en eert God om wie Hij is. Ook mag je nadenken over jezelf: hoe leef jij als kind van God in verbondenheid met Hem? Dat is ‘binnenwaarts bidden’. In deze blog iets over het ‘buitenwaarts bidden’. Dan gaat het over alles wat je bij God neer mag leggen als het gaat om eigen wensen en verlangens, maar net zo als het gaat om wat anderen en wat deze wereld nodig heeft. ‘Buitenwaarts bidden’ vergt doorzettingsvermogen en er komt vaak strijd aan te pas. Je kunt ook drie types onderscheiden.

Doorzettingsvermogen

In heel de Bijbel kom je tegen dat gelovigen God nadrukkelijk en aanhoudend om hulp vragen. Hetzelfde geldt als je voor anderen bidt. Paulus vraagt in Romeinen 15:30 aan zijn medebroeders en –zusters: In de naam van onze Heer Jezus Christus en met een beroep op de liefde van de Geest, vraag ik u dringend om samen met mij vurig tot God te bidden. Zulke krachtige gebeden missen hun uitwerking niet, zegt Jakobus in zijn brief. God gebruikt zulke gebeden om ‘in zekere zin’ (de uitdrukking is van Johannes Calvijn) de loop van de dingen te beïnvloeden (op het gebed van Elia regende het 2½ jaar niet en daarna wel weer). Hoe Hij dat doet is niet na te rekenen. God leidt de geschiedenis en de gebeurtenissen, maar toch laat Hij daarin onze gebeden meewegen. En omgekeerd is het net zo: gelovigen in de Bijbel die bidden om bescherming of genezing, nemen zelf ook maatregelen en medicijnen (Nehemia bidt om bescherming en zet wachters op de muren van Jeruzalem; Jesaja laat Hizkia weten dat zijn gebed om genezing verhoord is, maar hij moet nog wel de ontstoken plek laten behandelen).

Konkreet

Als je God ergens om vraagt, moet je Hem ook de redenen vertellen waarom je denkt dat waar je om vraagt het beste is voor jezelf of voor de ander. Daarmee voorkom je dat je een wensenlijstje bij God neerlegt, zo van: ‘en ziet U maar wat U ermee doet’. Als je nadenkt over waarom hoort je dingen je aan God vraagt, laat je zijn licht over jouw verzoeken schijnen. Dat geeft, als je klaar bent met je gebed, rust: je hebt je zorgen en lasten op God afgewenteld, en dat vindt Hij prima, want je ligt Hem na aan het hart en daarom steunt Hij je (Psalm 55:23 = 1 Petrus 5:7).

In Gods handen leggen

Tegelijk is het ook goed om elke keer uit te spreken: ‘Maar als U iets beters in gedachten hebt, is dat ook goed.’ Dat bad ook Jezus erbij, toen Hij in Getsémané vroeg of de lijdensbeker aan Hem voorbij mocht gaan. Als je namelijk niet kunt accepteren dat God ook anders kan beslissen, is er iets dat belangrijker is dan God zelf. Dan staat je liefde in de verkeerde volgorde, zei Augustinus.

Er zijn theologen die zeggen dat de toevoeging ‘als U het wilt’ of  ‘uw wil geschiede’ betekent, dat je je indekt tegen teleurstellingen. En dat je daardoor een passieve en lijdzame gelovige wordt. Maar dat is alleen maar zo als je geen vertrouwen in God hebt. Of als je niet nadenkt over waarom je je wensen en verlangens aan God voorlegt. Maar als je God echt kent als je hemelse Vader, vind je uiteindelijk de balans tussen *) al je verlangens zonder terughoudendheid aan Hem bekendmaken; en *) vol vertrouwen de uitkomst ervan aan Gods wijsheid overlaten. Want God geeft veel meer dan wij vragen of denken (Efeziërs 3:20) en geeft tegelijk Hij je zelfs midden in de crisis vrede en rust (Psalm 4:9).

Drie soorten voorbede

Tenslotte: ‘buitenwaarts bidden’ is een kwestie van vragen, klagen en wachten.

1) Vragen. Jezus onze Heer leert ons bidden om ‘ons dagelijks brood’. Dan gaat het om wat je zelf nodig hebt en wat anderen nodig hebben. Denk daarbij aan de gewone dingen van elke dag en de mensen die je elke dag tegenkomt. Denk daarbij ook aan de noodzaak voor iedereen om bij God te blijven of Hem te leren kennen. Denk aan zowel de kerk als de wereld dichtbij en veraf. En vergeet niet om ook voor je tegenstanders en vijanden te bidden.

2) Klagen. In de Bijbel geeft God ons ook alle ruimte om te klagen. Wij denken al snel dat dat ‘zeuren’ wordt. Maar bij God is dat niet zo. Psalm 39 en Psalm 88 zijn pikdonkere gebeden, net als het grootste gedeelte van Klaagliederen. Soms is het besef dat God er is en het vertrouwen op Hem helemaal weg. Dat veel christenen niet durven klagen heeft meestal als reden, dat je aan God wilt laten zien dat je zonder te twijfelen altijd blij zijn wil aanvaard. Het past ook bij de westerse mentaliteit van ‘niet jammeren, maar kiezen op elkaar’.  Maar in feite is dat verkapt wetticisme: je wilt laten zien dat je goed genoeg bent om Gods gunst te verdienen. Maar God wil juist dat we al onze gedachten en gevoelens in gebed bij Hem brengen. Dus ook wat ons langdurig verdriet doet mogen we al klagend steeds weer onder zijn aandacht brengen.

3) Wachten. Het ‘wachten op God’ is een wat minder concrete manier van bidden, omdat het meer om de houding gaat. Als de weduwe elke dag naar de rechter gaat om haar gelijk te halen, is de moraal van dat verhaal dat “God zeker recht verschaffen [zal]  aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen” (Lukas 18:8). Maar Gods tijdpad is lang niet altijd gelijk aan die van ons. Dus kan Petrus zeggen: “De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen” (2 Petrus 3:9). Een ‘snelle’ vervulling zou wel eens schadelijk voor ons kunnen zijn. Als het goed is zie je dat achteraf vaak wel bij bepaalde keuzes of wendingen in je leven. Wat dat betreft zijn er geen ‘onverhoorde gebeden’, want God zal zijn kinderen nooit een schorpioen of een slang geven, maar altijd het goede en zijn Heilige Geest (Matteüs 7:11 en Lukas 11:13). De Enige voor wie de hemel echt van koper was, is Jezus geweest toen Hij aan het kruis echt door God verlaten was. Hij werd gestoken door de schorpioen en dronk de gifbeker leeg. Daarom luistert God nu altijd naar ons als wij, zelfs in de diepste nood, ‘mijn God, waar bent U?’ roepen.

Ontleend aan Tim Keller, Bidden – vertrouwelijke omgang met de ontzagwekkende God, Uitgeverij van Wijnen – Frankeker, 2015. Met name hoofdstuk 14

Binnenwaarts bidden

De vorige blog ging over ‘Opwaarts bidden’. Als je in je vrije gebed, net als in het Onze Vader, eerst de tijd neemt om tegen God te zeggen hoe geweldig Hij is als Persoon en hoe blij jij met Hem bent om Wie Hij is, kleurt dat meteen de toon van de rest van je gebed.

Eén van de belangrijkste eigenschappen van God is, dat Hij een God van liefde en genade is. Een God, die ons graag onze zonden en schulden vergeeft. Dat is niet logisch. Want God is zo heilig, dat Hij onrecht en slechtheid niet ongestraft kan laten. En zowel in de Bijbel als in ons eigen leven komen we er steeds weer op uit dat wij als mensen voortdurend tegen Gods wil ingaan – ook al beloven we elke keer beterschap. Toch wil God ons blijven vergeven, ook al kost Hem dat de hoogste prijs: het offer van onze Heer Jezus Christus aan het kruis. Mensen vergeven is dus niet iets wat natuurlijk bij God hoort, wat Hij elke keer als we het vragen wel even doet, want daar is Hij voor.

David is in Psalm 130 diep onder de indruk als hij zingt: “Als u de zonden blijft gedenken, HERE, wie houdt dan stand? Maar bij U is vergeving, daarom eert men U met ontzag.”

Later schrijft Johannes in zijn brief (1 Johannes 1:9): “Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven.”  God vergeeft ons niet omdat Hij in de eerste plaats genadig is, maar omdat Hij trouw en rechtvaardig  is. Want, zegt Johannes even verder (1 Johannes 2:1-2): “Mocht één van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden.” Oftewel: het zou onrechtvaardig van God zijn en Hij zou onbetrouwbaar zijn, als Hij ons alsnog zou straffen voor onze zonden waarvoor Christus al vergeving verdiend heeft. Hij droeg de straf en betaalde onze schuld. “In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven”, schrijft Paulus ergens (Efeziërs 1:7). Vergeving is dus een gratis geschenk dat tegelijk oneindig veel gekost heeft. Hoe meer je dit beseft, hoe meer je als christen ook voor twee risiko’s bewaard wordt.

Risiko 1: Als je niet meer doorhebt wat het God gekost heeft om ons vergeving te schenken, doe je alleen maar plichtmatig en oppervlakkig schuldbelijdenis. Ten diepste verandert er van binnen niets in je. Je erkent wel het verkeerde gedrag en de gevolgen ervan, maar niet de motieven erachter. Je zult ook pas toegeven dat je echt fout zat, als het niet anders kan. Maar echt verdriet om wat je anderen en God Zelf met je gedrag of woorden of houding hebt aangedaan is er niet.

Risiko 2: Als je niet durft te geloven dat God ook werkelijk jouw  zonden vergeven heeft, ga je er voortdurend onder gebukt (‘Dit vergeeft God me nooit’). En de weg van berouw en bekering wordt een martelgang, omdat je erdoor wilt bewijzen dat je voldoende schuldbesef hebt om door God vergeven te worden. Je denkt dat Hij je pas weer accepteert, als je bij Hem weer enigszins een voldoende staat. Eigenlijk wil je daarmee –op z’n minst voor een deel- je vergeving terugverdienen in eigen naam, in plaats van volledig een beroep te doen op Gods genade in Jezus’ naam.

Wat heeft dit nu met ‘binnenwaarts bidden’ te maken?

Nou, als je met ‘opwaarts bidden’ begonnen bent (‘Hoe groot zijt Gij’ – Opwekking 407), mag je daarna ook over jezelf nadenken. Hoe staat het met je verlangen om ook echt als kind van God te leven? En hoe oprecht vraag je om vergeving, elke keer als je Hem weer gekwetst of genegeerd of afgewezen hebt? Als je bidt, mag je die gevoelens uitspreken. Niet vanuit de gevolgen van de zonde: ‘Heer, wilt U mij vergeven, want ik heb er zo’n puinhoop van gemaakt.’ Ook niet vanuit angst: ‘Heer, laat mij hiermee ophouden, anders ben ik bang dat U mij voor eeuwig zult straffen.’ Maar vanuit de houding: ‘Heer, waarom heb ik U dit aangedaan? Hoe kan ik nu zo egoïstisch of overbezorgd of haatdragend of hoogmoedig of (vul maar in …) reageren, terwijl ik weet dat U onvoorwaardelijk van mij houdt omdat Jezus zijn leven er voor over had om mij weer terug bij U te brengen?’

Om op deze manier ‘binnenwaarts’ te bidden, geeft Tim Keller in zijn boek ’Bidden’ een paar tips.

  1. Denk in (de voorbereiding op) je gebed na over de kernwaarheden van het Evangelie – Jezus die stierf uit liefde; hoe Hij 100% voor ons is gegaan; de hoge prijs van zijn offer; God die ons als zijn kinderen aanneemt. Daardoor ga je de zonde niet alleen laten uit angst voor de gevolgen nu of de straf van God straks, maar ga je de zonde ook steeds meer haten omdat het in alles tegen het echte leven met God ingaat.
  2. Denk in (de voorbereiding op) je gebed na over elk van de Tien Geboden of elk van de vruchten van de Geest uit Galaten 5:22-24. Niet om daardoor zelf de zonde onder de knie te krijgen en uit eigen kracht te laten zien hoe goed je ze al kunt houden en toepassen. Maar door via deze geboden en vruchten steeds weer je eigen motivatie en houding helder te krijgen: geeft het mij blijdschap als ik ze in de praktijk breng en doet het me verdriet als me dat niet lukt en ik juist het omgekeerde doe of zeg of denk?
  3. Focus je in je gebed op je eigen houding als christen. Dat kan door vier elementen terug te laten komen in je gebed:
    1. God, maak dat ik me heel klein en nederig voel
    2. God, maak dat ik vurig verlang naar het goede
    3. God, maakt dat ik brand van liefde
    4. God, maak dat ik me helemaal op U richt

Onderzoek bij elke vier eerst, wat je houding op dit onderdeel is en waar je in de praktijk tegenaan loopt. Durf daarbij je eigen tekorten expliciet onder woorden te brengen. Bijvoorbeeld:

  1. O Heer, ik ben nogal hoogmoedig en statusgevoelig, maar U, Heer Jezus …
  2. O Heer, ik ben nogal opvliegend en gauw geïrriteerd , maar U, Heer Jezus …
  3. O Heer, ik ben nogal afstandelijk en kil, maar U, Heer Jezus …
  4. O Heer, ik heb nogal last van overbezorgheid en angst, maar U, Heer Jezus …

‘Binnenwaarts bidden’  betekent nadenken over wie je zelf bent en wilt zijn in de nabijheid van God. Maar dan wel altijd met een beroep op Christus. Want zelf krijgen we de vlek van de zonde niet uit ons leven. Veel mensen praten zichzelf een schoon gevoel aan door net te doen alsof er geen zonde is. Anderen blijven maar poetsen en wrijven , maar voelen zich er steeds schuldiger en minderwaardiger door. Die twee taktieken werken niet. Maar als je in gebed naar Jezus toegaat, Hem dankt voor zijn werk aan het kruis, je eigen zonde toegeeft en er afstand van doet, ontvang je van de Heilige Geest opnieuw de zekerheid dat God echt onvoorwaardelijk van je houdt. En ontvang je van Hem de motivatie om graag en met blijdschap het je als een hemelse Vader in alles naar de zin te maken.

Ontleend aan Tim Keller, Bidden – vertrouwelijke omgang met de ontzagwekkende God, Uitgeverij van Wijnen – Frankeker, 2015. Met name hoofdstuk 13