Eén jaar na de GKV-besluiten over de vrouw in het ambt (deel 2 – standpunten)

Man-Vrouw in de kerkHet is alweer een jaar geleden dat de generale synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) uitsprak dat er bijbelse argumenten zijn om niet alleen gelovige mannen, maar ook gelovige vrouwen toe te laten tot het ambt van predikant, ouderling of diaken. De plaatselijke kerken mochten vervolgens zelf weten of en hoe zij hieraan invulling geven. In deel 1 van dit tweeluik gaf ik aan wat na één jaar de stand van zaken is. In deze blog wil ik een poging wagen de verschillende standpunten weer te geven. Met op voorhand m’n excuses voor het feit dat het een lange blog is geworden.

Voorstanders

Bij de voorstanders van de vrouw in het ambt valt mij op dat de argumentatie per persoon een beetje verschilt. In de afgelopen jaren ben ik de volgende argumenten tegengekomen:

A] Op grond van Gods Woord is het duidelijk dat vrouwen toegelaten mogen worden tot het ambt van predikant en ouderling. In de afgelopen eeuwen heeft de kerk de Bijbel verkeerd gelezen onder invloed van de gangbare cultuur en door een te letterlijk lezen van de Bijbel. Door voortschrijdend inzicht kunnen we nu open en eerlijk zeggen, net als vroeger bij de slavernij: we hebben het altijd verkeerd gezien.

B] Op grond van Gods Woord is het goed te verdedigen dat vrouwen toegelaten mogen worden tot het ambt van predikant en ouderling. Onder invloed van de traditie zijn er nog (veel?) gelovigen en kerken die van mening zijn dat vrouwen geen predikant of ouderling mogen worden. Daarin moeten we rekening houden met elkaar, want Paulus roept in Romeinen 14 de sterken op om niet neer te kijken op het standpunt van de zwakken. Beiden baseren hun mening op Gods Woord en doen dat tot eer van de Heer.

C] Gods Woord is geschreven in een bepaalde tijd, waarin de culturele omstandigheden een belangrijke rol spelen. Onze tijd en cultuur is heel anders. Als in de patriarchale culturen van het Oude en Nieuwe Testament soms, bij uitzondering, vrouwen door God Zelf geroepen kunnen worden om geestelijk leiding te geven aan Gods volk en aan de christelijke gemeente, is het binnen onze egalitaire cultuur geoorloofd om op alle niveaus vrouwen met hun gaven in de gemeente in te zetten. Die keus is niet in strijd met Schrift en belijdenis, maar valt   onder de categorie ‘kerkinrichting’.

D] Gods Woord is als het om het vraagstuk of vrouwen dominee of ouderling mogen worden niet duidelijk. Er lijken bijbelgedeeltes vóór en bijbelteksten tégen te zijn. Wanneer je dat volledig wilt honoreren, moet je elkaar als kerken op dit punt de christelijke vrijheid gunnen om een eigen besluit te nemen, gelovig biddend om wijsheid en leiding van de Heilige Geest en vanuit het verlangen om de eenheid in de gemeente te bewaren.

Ik denk zelf dat de synode van 2017 met haar besluiten vooral op lijn D) zit en daarom de toelating van vrouwen tot de ambten aan de plaatselijke kerken overlaat. Ik heb meteen na die besluiten vorig jaar juni geschreven, dat ik dat een verstandig besluit vindt. Want als het echt zo is dat we elkaar aanvaarden als christenen die hun geloofszekerheid volledig funderen op het verlossingswerk van Christus, geldt bij andere zaken dat je elkaar veel ruimte moet durven geven. ‘Bij twijfel niet inhalen’ uit angst voor het hellend vlak heeft in de kerkgeschiedenis bijna altijd geleid tot een opeenstapeling van geboden en verboden. Die valkuil van wetticisme is alle eeuwen door onder bijbelgetrouwe christenen veel groter geweest dan de valkuil van wetteloosheid.

Tegelijk blijft het wat onbevredigend om alleen maar te zeggen: we komen er op grond van de Bijbel niet uit, dus doe plaatselijk wat wijs is en de vrede dient. Vandaar ook de andere drie lijnen die ik signaleer. Persoonlijk vind ik lijn A) nogal exclusief. Alsof de tegenstanders van vrouwen in de ambten het eeuwenlang verkeerd gelezen en begrepen hebben. Dat geldt ook voor lijn B): volgens mij gaat het niet aan om christenen die oprecht menen dat de Bijbel geen ruimte laat voor vrouwelijke predikanten en ouderlingen, als de zwakke broeders en zusters in het geloof te typeren. Uiteindelijk geloof ik meer in lijn C): met de Bijbel als bron is het de Heilige Geest die in de waarheid leidt en Gods wegen in de tijd schrijft. Ik vind het best spannend om daar konkrete standpunten aan te koppelen, zoals het toelaten van vrouwen in de ambten. Maar ik denk wel dat dit de weg is die God alle eeuwen door met zijn volk en zijn kerk gegaan is: je staat als kerk en als christen midden in de wereld, maar wordt wel opgeroepen om anders te zijn dan de wereld om je heen, zonder je door allerlei niet-heilsnoodzakelijke gewoontes en standpunten van diezelfde wereld te vervreemden. Laat het vooral Jezus Christus Zelf zijn, waar de niet-gelovigen zich aan ergeren.

Tegenstanders

Bij de tegenstanders van de vrouw in het ambt kom ik de volgende drie redeneringen tegen:

1] De Bijbel is niet meer de norm voor ons leven als christenen vandaag, want door de nieuwe hermeneutiek krijgen de huidige cultuur en het moderne levensgevoel veel meer invloed. Dus wordt de rol van de Bijbel beperkt tot ‘bron’ en hoef je de toepassing niet meer rechtstreeks uit de Bijbel af te leiden. Dat wordt goedgepraat met een beroep op de leiding van de Heilige Geest. Maar daardoor laat je steeds meer bindende richtlijnen van de Bijbel los en geeft er een eigen invulling aan die aansluit bij wat de maatschappij normaal vindt (de huidige cultuur) en waar veel kerkleden zonder problemen intuïtief mee akkoord gaan (het moderne levensgevoel).

2] In de Bijbel staan veel regels die je niet één op één in onze tijd kunt toepassen. Dus moet je onderscheid maken tussen het voorschrift zelf en de bedoeling ervan. ‘Drink wat wijn voor je maagproblemen’, zegt Paulus tegen Timoteüs. En aan de christenen in Korinte schrijft hij: ‘Groet elkaar met de heilige kus.’ Wij zouden vandaag zeggen: ‘Neem meer rust en eet wat gezonder.’ En we begroeten elkaar met een handdruk, schouderklop of een ‘hug’. Dat is prima. Maar als er een direkt beroep op de Bijbel gedaan wordt, vallen voorschrift en toepassing samen. En dat is zo bij het verbod van Paulus voor vrouwen om onderwijs te geven en gezag uit te oefenen, want dat wordt door hem gefundeerd op de schepping (Adam eerst) en de zondeval (Eva eerst). Als je aan dit voorschrift gaat tornen, haal je het gezag van de Bijbel onderuit. Dan wordt uiteindelijk alles relatief. Zo kom je uiteindelijk uit bij het ontkennen van het verzoenend lijden en sterven van Christus.

3] In de Bijbel leert God ons dat iedereen voor Hem gelijkwaardig is. Na de zondeval is dat niet meer het geval. Dankzij Christus vindt het herstel plaats. Hij neemt kinderen net zo serieus als volwassenen en zet vanaf Pinksteren de deuren van het heil wagenwijd open voor Samaritanen, Ethiopiërs, Romeinen, Grieken, mannen, vrouwen, bazen, slaven – ja, voor iedereen die gelooft dat de naam van Jezus de enige is op aarde door wie we vergeving van onze zonden en eeuwig leven ontvangen. Maar die gelijkwaardigheid betekent nog niet dat alle christenen een gelijke verantwoordelijkheid hebben. Integendeel: in de Bijbel worden alleen mannen structureel geroepen tot het ambt. In het Oude Testament waren er in Israel alleen mannelijke priesters die het Woord van God onderwezen en uitlegden, in het Nieuwe Testament stelt Jezus onze Heer alleen mannen aan als apostel. En in de nieuwe christelijke gemeentes stellen de apostelen, mede op grond van het Oude Testament, alleen mannen aan als oudsten die onderricht geven en de verkondiging beoordelen. Veel Amerikaanse theologen, waaronder Tim & Kathy Keller (presbyteriaans) en Albert Mohler (baptist) nemen hun uitgangspunt in het zogenaamde ‘complementarisme’. Zij vinden dat man en vrouw gelijk zijn geschapen als beeld van God, maar dat man en vrouw ook zijn geschapen om elkaar aan te vullen. Daarbij hebben ze elk hun eigen taken en rollen. ‘Leiderschap’ is in deze visie een opdracht die God aan mannen toevertrouwt, zowel in huis als in de kerk, en dus is er bijbelse gezien geen ruimte voor vrouwelijke predikanten en ouderlingen.

Ik deel de laatste twee redeneringen niet. Voor mijn gevoel zijn het constructies om het eigen standpunt te onderbouwen. Bij reden 3) vind ik het bijvoorbeeld erg zwak dat het ambt van predikant en ouderling nu opeens met dat van priester vergeleken wordt. Als dat terecht is, heeft het ons inderdaad misschien iets te zeggen dat in het Oude Testament alleen mannen priester mochten worden. Maar ik heb altijd op catechisatie geleerd, dat alle gelovigen sinds Pinksteren profeet én priester én koning zijn. Met daarbij vaak de opmerking, dat je het niet één op één op de ambten kunt plakken, maar dat er wel raakvlakken zijn: de predikant lijkt op een profeet de Gods Woord brengt, de ouderling lijkt op een koning die geestelijke leiding geeft en regeert, en de diaken lijkt op de priester die dienend bezig is zelf en anderen op te roepen tot een dankbaar leven. Maar nu zou het leer- en regeer-ambt in onze kerken plotseling helemaal geënt zijn op de functie van priester in het Oude Testament? Het lijkt mij wat ver gezocht.

Ook reden 2) vind ik niet sterk. Het scheert voor mij alles teveel over één kam. Dat doet volgens mij geen recht aan achterliggende redenen van al die verschillende voorschriften en adviezen in de Bijbel. Belangrijke besluiten uit Handelingen over het eten van offervlees en concrete voorschriften zoals het zalven van zieken door Jakobus passen we vandaag ook niet één op één toe. Belangrijk bij elk voorschrift dat je aan elkaar oplegt is de bedoeling ervan: Brengt het je dichter bij Christus? Bouwt het je geloof op? Bevordert het een christelijke levensstijl? Als je op zulk soort vragen ‘ja’ kunt zeggen, is de manier waarop je die doelen bereikt, niet meer bindend, maar moet je elkaar christelijke vrijheid gunnen. Dat werd in 1568 al uitvoerig betoogd door Marnix van St. Aldegonde, toen er in de Gereformeerde Kerk in Londen een enorm konflikt uitbrak over de macht die de kerkenraad daar naar zich toe trok (lees hier mijn blog over Marnix’ pleidooi voor christelijke vrijheid).

Ik snap wel de bezorgdheid die uit reden 1 spreekt. Maar ik ben het er niet mee eens. We hebben als christenen namelijk geen boek-geloof. We geloven in God als onze Drie-Enige Heer. Hij regeert over ons met zijn Woord en Geest (Zondag 12 H.C.) en vergadert, beschermt en onderhoudt zijn gemeente door zijn Geest en Woord (Zondag 21 H.C.). Volgens mij moeten we die twee niet tegen elkaar uitspelen. Dat kan op twee manieren: door alles dicht te timmeren met een beroep op bijbelteksten óf door alles goed te praten omdat, vaak na gebed, de Heilige Geest iemand rust en een goed gevoel geeft. Het eerste is vaak de makkelijkste weg; de weg van de traditie. Je hoeft niet al te veel zelf na te denken als christen. Het tweede is de meer riskante weg; de weg van het moderne levensgevoel. Het is de weg van het individualisme. Elke christen mag z’n eigen keuzes maken – het maakt niet uit wat de rest er van vindt en wat God er in de Bijbel over zegt. Ik herken het gevaar dat we vandaag, zeker binnen de GKV, vooral die tweede weg willen bewandelen. Maar de oplossing ligt volgens mij niet in het nadrukkelijk vasthouden aan de eerste weg. In de Bijbel zie je dat de breuk met de voorschriften van de besnijdenis en het houden van heel de Mozaïsche wet onderbouwd wordt met deze woorden: “In overeenstemming met de Heilige Geest hebben wij besloten u geen andere verplichtingen op te leggen dan wat strikt noodzakelijk is.” (Hand. 15:8). En in Hebreeën 6:3 staat een zinnetje waar ik altijd overheen gelezen heb: “Wij maken deze keuze in het vertrouwen dat God het ons toestaat.” In beide teksten proef ik de zorgvuldigheid om in nieuwe tijden en wisselende situaties zo goed mogelijk te luisteren naar wat God Zelf oip grond van zijn Woord en door de leiding van zijn Heilige Geest vandaag concreet aan ons wil laten weten. Als we samen respectvol naar willen luisteren, is het verwijt niet terecht dat we ons verwijderen van de Bijbel en de kerkelijke traditie.

NIemeijer boekje 1Niemeijer

‘Wat vind je van het boekje van Pieter Niemeijer?’ Nou, daar vind ik inderdaad wel wat van, ook al heb ik alleen de eerste druk gelezen: Over zwijgteksten, scheppingswerk en Geesteswerk is een goed boekje. Heel evenwichtig laat Niemeijer zien dat je als christen zorgvuldig de Bijbel kunt lezen en toch tot verschillende conclusies kunt komen als het om het onderwerp ‘vrouwen in de ambten’ gaat.

Sterk vind ik met name het accent dat Niemeijer legt op de positie van man en vrouw in het huwelijk. Het wederzijds respekt voor elkaar breng je in gevaar door allebei je eigen gang te gaan. “Honoreer in de kerk en in heel je leven het huwelijk waarin je als man en vrouw één bent, en waarbij de man het hoofd is.” Dus past het christelijke vrouwen niet om in het openbaar hun eigen man te passeren of te bekritiseren en mogen mannelijke ambtsdragers niet volkomen los van hun vrouw hun werk doen. [blz. 40] Ook benadrukt hij voortdurend dat bij de besluiten over de vrouw in het ambt niet het evangelie zelf in geding is, maar dat het om de inrichting van het kerkelijk leven gaat. Het is dus geen kernzaak van het geloof waarvoor je de kerk verlaten moet. [blz. 73]

Fors vind ik twee passages in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2. In hoofdstuk 1 merkt Niemeijer op, dat de Gereformeerde Kerken er zes jaar voor nodig hadden (van 1936-1942) om de ‘nieuwe’ meningen van prof. K. Schilder en anderen over verbond, doop, genade en wedergeboorte’ af te wijzen als in strijd met de Bijbel, de belijdenis, zonder dat de ‘gangbare’ leringen van prof. Kuyper en zijn volgelingen getoetst werden. In 2017 werden de vrijgemaakte kerken door het internationale verband van gereformeerde kerken (de ICRC) binnen een maand geschorst omdat ze afweken van de klassieke uitleg van de zwijgteksten, zonder dat de ICRC tijd nam voor nadere studie van zowel de gangbare mening als de nieuwe visie op de vrouw in het ambt. “Een opstelling die vergelijkbaar is met en misschien nog wel rigoureuzer is dan de ‘synodale’ opstelling van indertijd”, zegt Niemeijer op het oog voorzichtigjes op blz. 15/16. In hoofdstuk 2 haalt Niemeijer Maarten Luther aan. Die maakte nadrukkelijk onderscheid tussen zaken die het heil raken (‘ik ben alleen door Christus gered’) en persoonlijke principes en keuzes. En dan knalt Niemeijer er deze passage in (blz. 34): “Ook de vraag van vrouw en ambt beslist niet over mijn heil. Wie dat zegt, zou zich volgens Luther bezondigen aan afgoderij en aan respectloosheid jegens Christus, onze enige Verlosser.”

Niemeijer boekje 2e drukOngelijk heeft Niemeijer volgens mij op twee puntjes. Hij stelt op blz. 44 terecht dat ‘onderwijzen en gezag oefenen’ in 1 Tim. 2:12 gelezen moet worden als ‘met gezag onderwijzen’. Voor het woord ‘gezag oefenen’ gebruikt Paulus een Grieks woord dat in de Bijbel nergens voorkomt en ook verder bijna nooit gebruikt wordt. Dus sluit Niemeijer zich aan bij Myriam Klinker en Rob van Houwelingen, die allebei dat Griekse woord uitleggen als: ‘(hun man) de les lezen’. Dat mogen vrouwen niet doen in de samenkomsten van de gemeente. Het klopt dat dit de mening van Rob van Houwelingen is. Maar Myriam Klinker is juist van mening, dat het Griekse woord een neutrale betekenis heeft en dat het in de Grieks-Romeinse cultuur per definitie niet gebruikelijk was dat vrouwen het woord voerden in openbare samenkomsten. Zij is van mening dat Paulus met deze opmerking geen onnodige weerstanden wil opwekken bij mensen die voor het eerst in de kerk komen en het evangelie horen. Een tweede puntje waar Niemeijer volgens mij geen gelijk in heeft is de “relativerende opmerking” op blz. 73, dat de Nederlandse versie van de Nederlandse Geloofsbelijdenis het in de artikelen 30+31 niet over mannelijke ambtsdragers heeft, in tegenstelling tot de Engelstalige versie. Inderdaad staat in de oudste en in de meest recente Nederlands vertaling dat er ‘personen die (ge)trouw zijn’ moeten worden verkozen [slot art. 30] en staat er in het Engels “when faithfull men are chosen”, maar in art. 31 gaat het erover dat ‘hij’ moet wachten tot ‘hij’ door God geroepen wordt en daardoor zeker weet dat ‘zijn’ roeping van de Here komt. Gezien de tijd waarin de NGB ontstaan is (1563) lijkt het me minder juist om te veronderstellen dat ‘personen’ bewust neutraal geformuleerd is en dat ‘hij’ / ‘zijn’ alleen maar gebruikt is omdat dat meestal in de hij-vorm gebeurt wanneer het over ‘een iegelijk’ / ‘iedereen’ gaat.

niemeijer pieter fotoLeuk is tenslotte de afsluiting van hoofdstuk 9. In 2005 besloot de synode voor het eerst om onderzoek te doen naar de zaak van man, vrouw en ambt. Toen dat besluit viel, ging de voorzitter in zijn slottoespraak ook op dit besluit in. Niemeijer citeert daar een aantal zinnen uit [blz. 80], maar vermeldt er niet bij dat ene Pieter Niemeijer voorzitter van die synode was :-).

 

 

Advertenties

Is de hemel saai? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 30)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 30

Is de hemel saai?

en het eeuwige leven – Als de Apostolische Geloofsbelijdenis een muziekstuk was, zou er nu een grandioze finale los­barsten. Perfect gewoon, puur genieten! Eeuwig leven, altijd bij Jezus zijn! Iets mooi­ers bestaat er toch niet?

Toch denken veel mensen juist eerder aan een heel saai muziekstuk. Want hen is verteld dat het eeuwige leven alleen dít is: eeu­wig zingen voor Gods troon. En dat lijkt hen toch wel erg eento­nig worden. Ze houden niet eens van zin­gen!

Maar dat is natuurlijk een misverstand. Denk je nu echt dat de God die zo’n schitterende aarde heeft gemaakt, met zóveel om van te genieten, een hemel zou maken waar het minder mooi is? Denk je nu echt dat je in de hemel iets zult missen wat je op aarde zo leuk of zo lekker vond? Natuurlijk niet! Iemand schreef: ‘Als je in de hemel graag snoepjes en hamsters wilt, zullen ze er zijn.’ En vul dan zelf maar in waar jij van geniet.

Dat het eeuwige leven natuurlijk in de eerste plaats is: altijd bij Jezus zijn, dat maakt het er alleen maar mooier op. Want wat kun je nou liever willen, dan zijn bij Hem die zo oneindig veel van je houdt? Geloof in Hem, Hij maakt ook voor jou alle dingen nieuw. Zo is dat!

Lezen: Openbaring 21:1-7

Als deze verzen een film waren, welke muziek –uit je eigen cd-verzameling- vind je er dan bij passen? Zoek muziek uit waar je echt blij van wordt!

Een nieuw lichaam – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 29)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 29

Een nieuw lichaam

de opstanding van het vlees (= lichaam) – Je lichaam, daar kun je als tiener best veel mee bezig zijn. Je bent tenslotte volop in ontwikkeling. En soms is dat fijn, maar soms ook lastig. In ieder geval vind je je li­chaam heel belangrijk; het hoort helemaal bij je. Het is een stukje van jezelf.

De Bijbel vindt het lichaam óók belangrijk. Vroeger dachten ze dat het lichaam alleen maar een omhulsel voor de ziel was, maar dat is onbijbels. Het is dus óók niet zo dat je na de opstanding als een ziel of een engel door de hemel zweeft ofzo. De gelovigen krijgen een nieuw lichaam, dat heeft de Here God beloofd.

Hoe dat gaat, weten we niet precies. Paulus zegt dat je het moet vergelijken met wat er met zaad gebeurt: het oude lichaam sterft en wordt gezaaid. Wat er op­staat, is dan natuurlijk niet meer het zaad zelf. Er wordt een nieuw, ver­heerlijkt lichaam opge­wekt. Je bent het aan de ene kant weer helemaal zelf, en toch is het hele­maal anders. Dat zal echt heerlijk zijn: een li­chaam zonder ziekte, zonde en handicap. Iets om naar te verlangen!

Lezen: 1 Korintiërs 15:35-44

’t Is waar: een moeilijk tekstgedeelte. Maar probeer er toch één gedachte uit te halen die je snapt en voor vandaag kunt meenemen.

 

De 188e keer – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 28)

Dag 28

De 188e keer

de vergeving van de zonden (2) – GeHerman van Wijngaarden - Zo is datloven dat je zonden ver­geven zijn, dát is pas moeilijk. Doe je die ene zonde voor de 187e keer, en zal je zeker wéér zomaar verge­ving krijgen… En als je echt iets heel ergs gedaan hebt… Een meisje zei in een interview: ‘Ik heb wel duizend keer om vergeving gebeden.’

Duizend keer… ik denk dat dit de Here 999 keer verdriet heeft gedaan. Want staat er dan niet in de Bijbel: ‘Als wij  onze zonden belijden, dan zal Hij ons onze zonden vergeven’ (1 Joh. 1:9)? Als God dat belooft, hoef je er toch niet om te blijven vra­gen? Stel je voor dat een vader zijn zoontje een fiets belooft en die jongen vraagt er daarna nóg 999 keer om. Dat zal die vader verdriet doen: ‘Vertrouw je me dan niet?’

En die ene zonde voor de 187e keer dan? Het is heel erg dat je steeds dezelfde zonde doet. Maar wat wou je anders doen dan elke keer weer direct vergeving vragen? Eerst vergeving verdienen door twee weken netjes te leven? Dat is pas echt dom – alsof God dáár van onder de indruk zou zijn. Laat één ding duidelijk zijn: Gods vergeving kun je nóóit ver­dienen. Je krijgt het alleen als je het uit genade, als cadeau, wilt ontvangen. Ook de 188e keer…

Lezen: Psalm 130

Wat zegt deze Psalm je over a. jouw zonden, en b. Gods vergeving? Vul maar in: mijn zonden zijn…, Gods vergeving is…

Eén jaar na de GKV-besluiten over de vrouw in het ambt (deel 1 – stand van zaken)

Het is alweer een jaar geleden dat de generale synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) uitsprak dat er bijbelse argumenten zijn om niet alleen gelovige mannen, maar ook gelovige vrouwen toe te laten tot het ambt van predikant, ouderling of diaken. De plaatselijke kerken mochten vervolgens zelf weten of en hoe zij hieraan invulling geven. Wat is, na één jaar, de stand van zaken?

Vrijwel meteen na de synodebesluiten schreven de predikant A.H. Driest en J. Haveman alle kerken van de noordelijke drie provincies aan met de oproep om de synodebesluiten niet uit te voeren, maar omwille van de rust en eenheid in de kerken de revisieverzoeken aan de synode van 2020 af te wachten. Een soortgelijke oproep deden de predikanten A.N. Hendriks en P. Schelling aan de kerken in de rest van het land. Een stap die kerkrechtelijk nogal vreemd overkwam bij veel mensen: waarom wenden willekeurige kerkleden zich tot alle kerkenraden in Nederland? En hoe wisten ze toen al zo zeker dat er revisie zou worden aangevraagd?

Ook werd er al snel door een groep predikanten en gemeenteleden een nieuwe website gelanceerd: www.bezinningmvea.nl. Daarop verzamelen zich vooral de tegenstanders van de synodebesluiten. Kerkenraden kunnen zelfs een 11-pagina’s tellend kant-en-klaar revisieverzoek downloaden en hoeven alleen maar de laatste drie regels in te vullen (‘Kerkenraad’ + ‘Plaats’ + ‘Datum’). De stichting Woord & Wereld promoot en ondersteunt de activiteiten van deze groep verontruste kerkleden. Via het blad ‘Nader Bekeken’ worden met haast maandelijkse regelmaat artikelen gepubliceerd waarin vooral benadrukt wordt hoe ver de GKV zich met deze besluiten verwijderen van de gereformeerde bijbeluitleg. Opmerkelijk genoeg verscheen onder verantwoordelijkheid van Woord & Wereld in mei 2018 ook cahier 116 van de hand van ds. P. Niemeijer met als titel ‘Over zwijgteksten, scheppingsorde en Geesteswerk’. De inhoud van dit boekje vind ik persoonlijk evenwichtig en genuanceerd. Het was binnen de kortste keren uitverkocht. Toch besloot de redactie van Woord & Wereld af te zien van een tweede druk zonder hierover publiek verantwoording af te leggen. Dat eerste is hun goed recht. Dat laatste vind ik jammer.

Aan de andere kant van het spectrum ruimt de al langer bestaande Werkgroep Man vrouw & kerk (bekend van het boek ‘Zonen & Dochters profeteren’ op de site www.manvrouwkerk.wordpress.com extra ruimte in voor nieuwe artikelen en andere materialen om dit onderwerp om het gesprek in de gemeente en op de kerkenraad te bevorderen. Ook de preses van de synode van 2017, ds. Melle Oosterhuis, heeft zich verdiept in de bijbelse argumenten die worden aangedragen tegen de vrouw in het ambt.  Hij stemt in zijn studie ‘Over zwijgteksten gesproken’  van harte in met de konklusie, dat de zogenaamde zwijgteksten “in zichzelf geen onbetwistbare grond kunnen zijn om in onze tijd en omstandigheden vrouwen categorisch uit te sluiten van het leer- en het regeerambt.”

Binnen de GKV is er een deputaatschap Man/Vrouw in de kerk actief om de synodebesluiten toe te lichten en het bezinningsproces binnen de plaatselijke gemeente te bevorderen. Daarvoor is een handreiking opgesteld die te vinden is op https://www.gkv.nl/organisatie/deputaatschappen/mvindekerk/ (MVIK).

Wat mij opvalt is, dat er gesproken wordt van ‘het bezinningsproces’ en dat de handreiking vooral focust op hoe je binnen de plaatselijke gemeente met elkaar het gesprek aangaat . Dat is, als je het goed bekijkt, in feite een herhaling van zetten. Ook de deputaten M/V en ambt hebben in de periode 2014-2017 zo’n soort handreiking aan de kerken opgesteld. Blijkbaar hebben veel kerken zich tot aan de synode niet willen branden aan dit onderwerp, ondanks de oproepen van de synodes van 2011 en 2014 om dit onderwerp bespreekbaar te maken. Dat betekent in de praktijk dat bij veel kerken het bezinningsproces nog moet beginnen. Terecht faciliteren deputaten MVIK nu vooral dit proces. Maar het nadeel is wel dat kerken die wel tot besluitvorming willen overgaan, niet echt geholpen worden met concreet materiaal. Dus worden er her en der in het land andere deskundigen ingevlogen voor gemeente-avonden en bespreken gemeenten de synodebesluiten aan de hand van zelf ontworpen gespreksmateriaal (zoals in mijn eigen gemeente van Assen-Peelo – klik hier).

In het buitenland zijn de besluiten over de vrouw in het ambt, zoals te verwachten viel, niet positief ontvangen. De ICRC (het internationale verband van gereformeerde en presbyteriaanse kerken) schorste exact één maand later (17 juli) de GKV als lid. Toch is er wel verschil in de manier waarop de verontrusting verwoord wordt. De FRCA (de vrijgemaakte emigrantenkerken in Australië) besloot de zusterkerkrelatie meteen te verbreken en richt zich nu op de twee kleine nieuw-vrijgemaakte kerkverbandjes. Ook de ERKWB (het kleine gereformeerde kerkverband in Oostenrijk en Zwitserland) vindt dat het besluit van de GKV in strijd is met wat de Bijbel leert over geestelijk leiding geven. Toch wil de ERKWB de zusterbanden niet verbreken en zelfs niet opschorten, omdat de GKV hen in de aflopen dertig jaar tot voorbeeld en hulp geweest is. Wel verzoeken ze de GKV om deze besluiten in 2020 ongedaan te maken en terug te keren tot de bijbelse weg die geen vrouwen in het ambt van predikant en ouderling toelaat. Persoonlijk ben ik blij met deze laatste benadering. Die doet mij denken aan wat Paulus in Kolossenzen 4:6 schrijft: en als u wilt weten hoe u op de mensen moet reageren: vriendelijk, maar beslist.

Als ik zo om me heen kijkt zie ik nog een tendens: de grote meerderheid van de kerkleden vindt dit helemaal niet of niet zo’n belangrijk onderwerp. Volgens sommigen is dat een kwestie van desinteresse. Maar ik heb de indruk dat ook veel betrokken kerkleden van mening zijn dat we als kerken ons beter druk kunnen maken over zaken als geloofsgroei, geloofsoverdracht, geloofsopbouw en geloofsverlating, dan veel tijd en energie te besteden aan een onderwerp dat volgens hen dan alleen maar tot hete hoofden en koude harten leidt. Omgekeerd zien veel kerkleden die tegen de vrouw in het ambt van predikant en ouderling een duidelijke link tussen deze besluiten en veel andere ontwikkelingen in een verschuivende kerkelijke context die ze zorgelijk vinden.

Hoe is nu de praktische stand van zaken binnen de GKV? Zijn er al kerken die besloten hebben of en hoe ze gevolg geven aan de mogelijkheid om ook vrouwen te roepen als ambtsdrager? Mijn indruk is dat veel kerken er ruim de tijd voor nemen. Dat kan een teken van zorgvuldigheid zijn, maar ook van besluiteloosheid. Er zijn kerken die van 2014-2017 het hele voortraject binnen de gemeente gelopen hebben, maar nu besloten hebben om geen enkel besluit te nemen, ook geen revisie aan te vragen, maar alleen aan de volgende synode te vragen om een betere onderbouwing. Ik snap dat wel: men wil waarschijnlijk de interne eenheid in de gemeente bewaren. Maar volgens mij los je er weinig mee op. Want zelfs als de onderbouwing van de synodebesluiten nogal summier is (die kritiek deel ik wel), zijn de beide argumentatielijnen duidelijk. Dus moet je kiezen: we aanvaarden die beide lijnen als gereformeerd en we kiezen in onze situatie voor A of B of C. Dat hebben zelfs de Christelijke Gereformeerde Kerken zo’n twintig jaar geleden al uitgesproken, want niemand van de voorstanders van de vrouw in het ambt in de CGK is toen onder ambtelijke tucht gezet. Ze hebben er alleen voor gekozen om op dit punt één landelijke lijn te trekken, nl. geen vrouwen als predikant, ouderling en diaken. Of je bent het niet met de synodebesluiten eens. Dan moet je kiezen: je erbij neerleggen (en zelf de nul-optie handhaven), de weg van revisie inslaan of breken met het kerkverband. Het lijkt me in elk geval weinig vruchtbaar om nog eens drie jaar alles voor je uit te schuiven in de hoop dat de volgende synode het ei van Columbus uit de hoge hoed weet te toveren. Een eerlijk besluit na een goede bespreking binnen de gemeente en een heldere communicatie dient de vrede in de gemeente meer – ongeacht de uitkomst ervan. Ik hoop de kerkenraden de moed ontvangen en om wijsheid vragen om zo’n besluit te nemen.

In een volgende blog wil ik ingaan op inhoudelijke aspecten van voor- en tegenstanders.

Wat zijn zonden? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 27)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 27

Wat zijn zonden?

de vergeving van de zonden (1) – Heb jij dat ook wel eens? Je bidt ’s avonds om vergeving van je zonden, maar eigenlijk weet je niet eens wat je vandaag precies verkeerd hebt gedaan. Je hebt hard gewerkt op school, je bent naar catechisatie geweest, hebt huiswerk ge­maakt… Dat is toch allemaal goed? Je had niet eens tijd om te zondigen.

En toch zegt de Bijbel dat we iedere dag zonden doen. Hoe zit dat dan? Wat zijn dan zonden? Allereerst na­tuurlijk dat je een gebod van God overtreedt. Soms kan het inderdaad lijken dat het daarmee best wel meevalt – mijzelf lukt het tenminste aardig om netjes te leven. Maar er is nog meer. Zonde is niet alleen dat je iets fouts doet, maar ook dat je iets goeds nalaat (dus: níet doet). Misschien heb je niemand bewust kwaad gedaan. Maar heb je eraan gedacht dat die klasgenoot jouw hulp best kon gebruiken? En hoe zat het van­daag met ‘God liefhebben boven alles’? Ikzelf durf niet te zeggen: ‘Dat heb ik gedaan.’

Het is goed om steeds aan God te vragen of Hij het je duidelijk wil maken als je op een verkeerde weg zit.  Dat deed David ook. Niet omdat hij zo’n somber figuur was, maar omdat hij zoveel van God hield. En omdat hij gelukkig wilde worden…

Lezen: Psalm 139:1-4 en 23-24

Probeer drie redenen te bedenken waarom David zo blij is met wat hij in vers 1-4 schrijft. En minstens twee redenen waarom hij bidt wat in vers 23-24 staat.

TT Assen – ‘Oerend hard’ of ‘Go like Elijah’?

De week van de laatste zaterdag vab juni is in Assen de week van de TT. Voor motorliefhebbers en voor iedereen die van een feestje houdt is er op de TT-baan en in het centrum genoeg te beleven. Elk jaar is er ook een evangelisatieteam actief. Vanuit de Bethelkerk aan de Groningerstraat en het gebouw van het Leger des Heils aan de Rolderstraat trekken vrijwilligers van woensdagmorgen t/m vrijdagnacht de binnenstad in om het geloof te delen en met mensen te bidden. Want God houdt ook van Drenthe. Dat valt op. RTV Drenthe besteedde er deze maand zelfs aandacht aan: “Jezus, God en de TT – een bijzondere combinatie”. Het programma voor 2018 vind je hier , incl. een mailadres voor meer informatie.

TT EvangelisatieIn de TT-week van 2018 mocht ik op woensdagmiddag voorgaan in de middagpauzedienst. Een groot deel van het TT-evangelisatieteam is dan ook altijd aanwezig. Mijn korte overdenking (max. 10 minuten – het werden er 13) heb ik daar op afgestemd. En uiteraard heb ik gebeden voor de moedige christenen die als Elia op durven te staan om tot in de vroege uurtjes gesprekken met TT-gangers aan te gaan. Dit is wat ik die middag gezegd heb:

Jack Middelburg was een bekende motorcoureur. Hij won in 1980 als laatste Nederlander de 500cc in Assen. Hij was één van de laatsten die gewoon met z’n eigen motor en een privé-sponsorkring met de top mee kon. In 1984 raakte hij bij een crash tijdens een race in Tolbert dodelijk gewond en overleed een paar dagen later in het ziekenhuis in Groningen. Jumping Jack werd hij genoemd. Vorige week werd bekend dat er een musical komt over zijn leven. Dat was al net zo onstuimig als zijn races.

TT Jack MiddelburgDe manier waarop Jack Middelburg vroegtijdig aan het einde van zijn leven gekomen is, zou je kunnen samenvatten met het lied van Normaal – Oerend hard. ‘Mor zo as altied kump aan dat gejakker een end’. Met dit verschil, dat Jack Middelburg nog steeds een bekende Nederlander is. Maar je kunt ook denken aan een ander lied, namelijk “Go like Elijah” van de Amerikaanse country- en rock-zangeres Chi Coltrane. In beide gevallen is het een passend lied bij een plotseling, onverwacht heengaan. Met in elk geval dit verschil: eindig je je leven zonder verwachting en toekomst (‘iedereen die zee: van die luu doar heur ie nooit meer wat van’) of vanuit het verlangen: ‘Lord, when I go, I wanna go, just let me go like Elijah when I go.’

Elia ging ook oerend hard. Tijdens zijn leven. En in de manier waarop de HERE hem thuis haalde. Dat laatste verhaal staat in 2 Koningen 2:1-15.

TT Oerend hardTijdens zijn leven ging Elia oerend hard tegen de tijdgeest in. Terwijl er bijna niemand meer in God geloofde, droeg hij de boodschap uit: ‘Men­sen, geloof niet langer in jezelf, keer je af van je eigen gekozen goden en keer terug tot onze God, die hemel en aarde gemaakt heeft, de God van Abraham, Isaak en Jakob, die God die ons uit Egypte bevrijd heeft en via Mozes zijn heilzame geboden aan ons gegeven heeft.’ Onvermoeibaar was Elia geweest, vooral in de strijd tegen de Baäldienst die de goddeloze koningin Izebel geïntroduceerd had.

Nu is het moment aangebroken, dat Elia zijn taak erop heeft zitten. Samen met Elisa steekt hij de Jordaan over. De manier herinnert aan Mozes en Jozua. Zij kregen ook geen natte voeten, toen ze, met het volk Israël, door de Schelfzee en door de Jordaan heengingen. De pro­feten uit Jericho, die hen op een afstandje volgen, zien het. Door dat teken krijgen ze nieuwe zekerheid: onze God is er nog steeds, Hij is gisteren en heden dezelfde.

Hemelvaart EliaAan de overkant van de Jordaan gaan Elia en Elisa al pratend verder. Elia heeft Elisa nog veel te vertellen. De laatste instrukties om Elisa voor te bereiden op de taak, die hij misschien krijgt. Dan opeens gebeurt het! Vuur en bliksem uit de hemel! Paarden van vuur, een vuri­ge wagen! Elia wordt aan boord getrokken, weg is hij, ineens. Elisa staat erbij, kijkt erna … en het is alwaar voorbij. Wat zal dat een indruk op Elisa en, op een afstandje, die 50 profeten gemaakt hebben. God, die rechtstreeks zijn engelen stuurt om Elia op te halen en thuis te brengen. Thuis, in de hemel. In de hemel komen alle gelovigen en verkondigers van het Woord te­recht. Dat is de plaats, waar wij de overwinning zullen vieren, dat is zeker. Want niet alleen Elia is naar de hemel gegaan. Ook onze Here Je­zus zit daar, aan Gods rechterhand. Elia moest worden opgehaald ter­wijl zijn werk nog niet af was. En Elia heeft alleen zelf een plaats in de hemel gekregen. Het is met Elia net als met een kleuter, die voor een verjaardagsfeestje wordt uitgenodigd. Onder aan het kaartje staat: ‘Je wordt opgehaald en thuisgebracht.’ Dat gebeurde met Elia ook. God stuurde zijn wagens om hem op te halen en thuis te brengen. Op eigen kracht kon Elia niet in de hemel komen. En anderen kon hij er al helemaal niet brengen.

De Here Jezus gaat zelf weg en komt op eigen kracht de hemel binnen. Hij heeft de definitieve overwinning behaald. Nu Hij in de hemel is, is de strijd beslist. Hij zorgt ervoor, dat alle gelovigen daar nu ook komen, ieder op zijn tijd. Hij heeft geen opvolgers nodig om dat werk af te maken of voor te bereiden.

Hemelvaart Elia icoonVoor Elisa is de hemelvaart van Elia een bemoedigend teken om verder te vechten tegen ongeloof en tegenstand. Hij is de getuige die het gezien en verder verteld heeft. Diep onder de indruk schreeuwt hij: ‘Mijn vader, mijn vader! Wagens en ruiters van Israel!’ In Elia verliest hij niet alleen zijn meester. Elia was ook een geestelijk vader voor hem geweest. En met de eretitel ‘Wagens en ruiters van Israel’ wil hij zeggen, dat Elia voor Israel meer betekend heeft dan het hele leger van Israel. Dat leger van Israel streed in die dagen een felle strijd tegen de Arameeërs uit Damaskus om de zelfstandigheid van het 10-stammenrijk. Maar Elia was degene geweest, die tegen een veel gevaarlijker vijand had gevochten: de Baal-dienst. Als Elia er niet was geweest, zou (mense­lijkerwijs gesproken) het geloof in de HERE uit Israel verdwenen zijn en was Israel geestelijk vernietigd. Maar door de tomeloze inzet van Elia was er in Israel nog een groep van 7.000 gelovigen overgebleven, die geen afgoden aanbaden. Zo zorgde God er zelf voor, dat zijn Woord bekend bleef in Israel. Want Elisa mag in het spoor van Elia verdergaan. Elisa had om die reden gevraagd om een dubbel aandeel in de geest van Elia. Want hij was er diep van doordrongen, dat het niet mogelijk is, om uit eigen kracht profeet te zijn. Geloven is niet iets, wat een mens uit zichzelf doet. Daar heb­ben we de heilige Geest voor nodig.

De wens van Elisa wordt door God verhoord. Hij is getuige van de hemelvaart van Elia. Zo wijst de HERE hem Zelf aan als opvolger van Elia. Want één ding van Elia ging niet mee naar boven. Zijn harige profetenmantel. Het is dezelfde mantel, die Elia hem bij zijn roeping toege­worpen had. Die mantel is nu van hem. Het is zijn amtskleed. Daarmee maakt God hem duidelijk: ‘Jij, Elisa, zult optreden in de lijn van Elia. Bij je taak als pro­feet zul je, net als Elia, kracht van mijn Geest krijgen.’

Dat komt er direkt uit: als Elisa alleen bij de Jordaan terugkomt, her­haalt hij met de opgerolde mantel het teken van Elia. Zo kan Elisa als profeet beginnen. Hij heeft de hemel gezien en de overwinning van het Woord van God. Zo gaat het Woord van de Here verder. Het blijft bekend in Israel. Er gaat zelfs weer wervingskracht uit van de prediking van Elisa. En als hij sterft, krijgt ook Elisa de eretitel: ‘Wagens en ruiters van Israel!’ Hij heeft eveneens veel betekend voor Israel.

Het waren zware tijden voor de gelovigen in Israel, toen Elisa Elia opvolgde. Maar het Woord van onze God houdt eeuwig stand. Elia en Elisa riepen de mensen op, om zich van hun zonden te bekeren. Daarna kwam de Here Jezus. Hij heeft hun werk voltooid en ons met God verzoend. Jezus heeft ook de duivel verslagen. Maar satan probeert nog steeds, vanuit verslagen positie, zoveel mogelijk mensen van het geloof af te trekken. Je zou kunnen zeggen: ook de duivel gaat oerend hard. En hij lijkt heel ver te komen. Maar hij redt het niet. God zorgt ervoor, dat op belangrij­ke punten, als de situatie kritiek wordt, er mensen zijn, die standhouden. Dat zijn de ‘wagens en ruiters van Israel’, de personen, die er -menselijkerwijs ge­sproken- voor zorgen, dat Gods Woord het redt en dat er mensen blijven geloven in de enige naam op aarde die redding biedt, die van Jezus. Dat zijn de grote namen in de kerkgeschiedenis, zoals Augustinus, Luther, Calvijn en Spurgeon. Chi Coltrane Go like ElijahMaar ook de christenen die opstaan en uitgaan, de stad Assen in tijdens de TT-festiviteiten. Soms zie je amper resultaat. Soms zijn er nog maar weinig christenen overgebleven. Maar ook dan, al zijn het er maar twee of drie die in de naam van Jezus bij elkaar komen –belooft onze Heer: ‘Ik ben in jullie midden! Ik ga met jullie mee!’ Ook vandaag. Ook in Assen. Ook tijdens de TT. Hij geeft je het lef om ‘oerend hard’ van je geloof te getuigen, zoals Elia in zijn dagen deed. Dus ‘Go like Elijah’!