Diakenen buitenspel? Haal ze snel weer binnenboord!

Binnen de vrijgemaakte gereformeerde kerken worden predikanten, ouderlingen en diakenen door de gemeente verkozen. Maar voordat het zover is, doet de kerkenraad een voorstel aan de gemeente, de zogenaamde talstelling. Vaak met een dubbel aantal namen waaruit de gemeente dan het benodigde aantal kan kiezen. Of, als dat niet lukt, met een voorstel om iemand als dominee te beroepen of een aantal mensen als ouderling of diaken te benoemen.

CollectezakkenTot 2015 ging de ‘brede’ kerkenraad daarover, nl. de gezamenlijke vergadering van ouderlingen en diakenen. Sinds de invoering van de nieuwe kerkorde in 2014 is dat binnen de GKV veranderd. Kerkenraad (predikant + ouderlingen) en diakonie (diakenen) zijn twee aparte bestuurscolleges. En alleen de kerkenraad gaat nu nog over het beroepingswerk en de talstelling. Want dat is onderdeel van hun regeerambt.

Volgens het Nederlands Dagblad van 1 december 2018 vindt driekwart van de diakenen het een slechte zaak dat ze niet meer mee mogen beslissen als het gaat om het voordragen van geschikte kandidaten voor predikant, ouderling of diaken aan de gemeente. Ze willen hun stemrecht terug, aldus het Nederlands Dagblad.

Het gevoel dat je buitenspel gezet wordt

Ik kan mij dat wel voorstellen. Het voelt niet goed dat een ander college, namelijk dat van de ouderlingen, opeens alles bepaalt, terwijl je honderden jaren lang samen verantwoordelijk was voor de talstelling van alle drie de ambten. De nieuwe praktijk gaat vooral wringen als het om het kandideren van nieuwe diakenen gaat. Toen wij in 2016 ons op gevolgen van de nieuwe kerkorde moesten bezinnen, hoorde ik net het volgende verhaal uit een vrijgemaakte kerk van elders. Daar hadden ze besloten om de hele talstelling achter de gesloten deuren van de ouderlingraad te laten plaatsvinden. De gemeente had namen van geschikte kandidaten voor drie openstaande ouderling-vakatures en drie openstaande diaken-vakatures opgegeven. De namen die voor diaken genoemd waren, waren ter bespreking aan de diakonie voorgelegd met het verzoek om aan te geven welke mensen volgens de diakonie geschikt waren. De diakonie voldeed aan dat verzoek en overhandigde een lijst met namen waar met gemak een dubbel aantal namen uit geselecteerd kon worden. Maar wat gebeurde er? Na afloop van de bespreking van de namenlijsten voor ouderling en voor diaken op de kerkenraad (zonder diakenen dus) kregen de diakenen te horen dat de kerkenraad slechts drie gemeenteleden had kunnen kandideren voor diaken, maar gelukkig wel tot een zestal namen voor ouderlingen had weten te komen. Dat vonden de diakenen erg raar, want in al de jaren ervoor was er altijd een dubbel aantal kandidaten geselecteerd voor diaken, terwijl het regelmatig voorkwam dat er te weinig kandidaten voor ouderling waren om uit te kiezen.

Nu kan het natuurlijk aan de situatie van dat moment gelegen hebben. Maar die afweging, daar waren de diakenen voor het eerst niet bij geweest. En nu moesten zij het doen met de drie namen die de ouderlingenraad voordroeg, zonder de argumentatie te weten waarom de rest van hun lijstje was afgevallen of als ouderling gekandideerd was.

Dit zal wel een wat extreem praktijkvoorbeeld zijn. Maar ook als de diakenen meer betrokken worden bij de talstelling blijft het wat vreemd dat uiteindelijk een ander ambt bepaalt, wie er als nieuwe diakenen gekandideerd worden.

Snel en makkelijk weer volledig binnen boord

In onze plaatselijke kerk waren we unaniem van mening dat het belangrijk is om bij het beroepen van een predikant en de talstelling voor nieuwe ouderlingen en diakenen te zorgen voor een zo breed mogelijk draagvlak. Dat was in de oude situatie per definitie het geval, want in een gezamenlijke vergadering van ouderlingen en diakenen werden alle ingediende namen voor beide ambten gezamenlijk besproken en stemden ook alle ouderlingen en diakenen mee om tot een dubbeltal voor ouderlingen en een dubbeltal voor diakenen te komen. Elke verandering voelde als: ‘mag het ook een onsje minder?’ voor de diakenen, ook de verder zeer zorgvuldige nieuwe handleiding van het Diakonaal Steunpunt.

We besloten om alles bij het oude te laten. Elk jaar in janauri roepen we de gemeenteleden op om namen voor nieuwe ouderlingen en diakenen in te dienen. Daarna houden we eind februari / begin maart een gezamenlijke vergadering van ouderlingen en diakenen en bespreken we alle namen. Aan het eind brengen we allemaal onze schriftelijke stem uit voor het dubbeltal voor ouderlingen en daarna voor het dubbeltal van diakenen (en het jaar erop omgekeerd). Over het dubbeltal dat daar uit komt (als dat lukt – en anders over de voordracht van een enkelvoudig aantal kandidaten) vragen we Gods zegen. In de week erna worden de betrokkenen geïnformeerd en vervolgens op een zondag de gemeente, die weer een paar weken uit de voorgedragen namen mag kiezen wie ze graag als nieuwe ouderlingen en diakenen willen.

Kan dat zomaar, de diakenen toch mee laten stemmen onder de nieuwe kerkorde? Want de hele talstelling hoort nu toch tot de verantwoordelijkheid van de kerkenraad = de ouderlingen = het regeerambt? Dat laatste klopt. Maar regeren kun je op verschillende manieren doen. Wij hebben gekozen voor een maximale inbreng van de diakenen, zoals het al eeuwen gebruikelijk geweest is.

Daarvoor hebben wij maar één keer een stemming hoeven houden waar de diakenen niet aan mee mochten doen. Namelijk het voorstel om alles bij het oude te laten en ook de diakenen gewoon te laten meestemmen bij het voorstel om een predikant te beroepen of ouderlingen en diakenen aan de gemeente voor te stellen. Want dát besluit, om de diakenen als vanouds volledig te blijven betrekken bij de talstelling, is in de nieuwe kerkorde een besluit over de manier waarop de kerkenraad het regeerambt invult – en daar gaat alleen de ouderlingenraad over.

Zo kan het dus ook: we lieten de diakenen één keer niet meestemmen en voor de rest blijft alles bij het oude.

 

 

Advertenties

Twaalf manieren om van uw afdwalende kind te houden

In de afgelopen tijd hebben we in onze gemeente aandacht besteed aan het onderwerp ‘Als kinderen andere wegen gaan’.  Hoe ga je daar als ouders en als gemeente mee om? Daar hebben we op een gemeenteavond over doorgesproken en ik heb er ook een preek over gehouden (klik hier).

Ooit heeft het blad Opbouw een dik themanummer gewijd aan kerk- en geloofsverlating. Ik kwam daarin de volgende twaalf tips tegen van Abraham Piper.  Piper AbrahamHij is de zoon van de bekende predikant en schrijver John Piper (vader Piper is redacteur van de website www.desiringGod.org). Abraham werd als kind gelovig opgevoed, maar brak met het christelijk geloof toen hij 19 jaar was. Hij raakte aan lager wal, werd alcoholverslaafd, maar kwam na een aantal jaren tot geloof toen een vriendin hem vroeg om één klein stukje uit Romeinen te lezen. Hij werd er zo door geraakt dat hij de hele Romeinenbrief in één ruk uitlas. Toen besefte hij: ik moet terug naar huis, terug naar God, net als de verloren zoon. Hij besefte ook hoe moeilijk zijn ouders het hadden toen hij een leven zonder God leidde.  Dus ging hij nadenken over de vraag hoe ouders het beste kunnen omgaan met kinderen die afhaken als het om kerk en geloof en God gaat. Onderstaande tips heeft hij geschreven.

Twaalf manieren om van uw afdwalende kind te houden

“Jarenlang kende ik Jezus niet zoals hij is. God heeft het mogelijk gemaakt dat ik van Jezus ging houden en mij zo gered. God kan ook andere zonen en dochters redden. Ouders kunnen dat niet. Wat ze wel kunnen, is van hun kinderen blijven houden en die liefde in praktijk brengen.

Veel ouders zijn geschokt en verdrietig door het ongeloof van hun zoon of dochter. Ze begrijpen niet hoe het kind dat zij zo goed hebben opgevoed zulke vreselijke keuzes kan maken. Ik heb nooit in de schoenen van die ouders gestaan, maar ik was wel een van die zoons. Terugkijkend doe ik  suggesties over hoe u contact kunt houden met uw afdwalende kind.

1.Wijs hen op Christus

Het werkelijke probleem van uw opstandige kinderen bestaat niet uit drugs, drank en sigaretten, seks en pornografie, luiheid of misdaad of slordigheid of homoseksualiteit of het spelen in een punkband. Hun probleem is, dat ze geen duidelijk beeld hebben van Jezus. Het beste wat u kunt doen – en de enige reden om ook de volgende suggesties op te volgen – is hun Christus laten zien. Dat is niet eenvoudig en dat kost tijd, maar de zonden in hun leven zullen langzaam verdwijnen als zij zien wie Jezus werkelijk is.

2. Bid

Alleen God kan uw zoon of dochter redden, dus blijf vragen of hij zich aan hen laat zien. En wel zodanig, dat zij hem in hun leven moeten toelaten.

3. Benoem het probleem

Als uw dochter Jezus afwijst, doe dan niet net alsof er niets aan de hand is. Ieder ongelovig kind is een geval apart. Dus verdient ieder kind een eigen aanpak. Niets doen is geen optie, dus negeer de ongelovigheid van uw kind niet. Misschien wel prettiger voor de sfeer nu, maar niet voor de eeuwigheid.

4. Verwacht niet dat ze op Christus lijken

Als uw zoon geen christen is, dan zal hij zich ook niet zo gedragen. U weet dat hij het geloof heeft losgelaten, dus verwacht niet dat hij leeft vanuit de opvoeding die u hem gaf. U zou bijvoorbeeld in de verleiding kunnen komen om te zeggen: ‘Ik weet dat je het moeilijk vindt in Jezus te geloven, maar je beseft toch wel dat het zonde is dat je elke dag dronken bent?’ Als hij moeite doet om in Jezus te geloven, dan helpt erkenning van het foute van dronkenschap hem niet echt verder. Uiteraard, u wilt hem beschermen. Maar zijn ongeloof is het grootste probleem – niet zijn drankgebruik. Hoe het ongeloof van uw kind ook tot uiting komt in zijn gedrag, richt u vooral op de ziekte van zijn hart in plaats van op de symptomen ervan.

5. Houd uw deur voor ze open

Omdat het gaat om innerlijke problemen en niet om gedrag, moet u niet te veel eisen stellen bij het thuiskomen. Als hij behoefte heeft aan uw gezelschap, dan geeft God u een kans om hem met liefde terug te brengen bij Jezus. Uiteraard zijn soms ultimatums nodig: ‘Je hoeft niet te komen als je…’ Maar dat zijn uitzonderingen. Stoot uw kind niet af door te veel regels en eisen. Ruikt uw dochter naar marihuana of als een asbak, spuit dan een lekker geurtje op haar jas en verschoon het bed na haar vertrek, maar laat ze zich welkom voelen. Merkt u dat ze in verwachting is, vraag dan of ze misselijk is, ga mee wanneer een echo wordt gemaakt en laat ze zich vooral welkom voelen. Is uw zoon platzak en heeft hij het van u geleende geld uitgegeven aan leuke vriendinnen en dure drankjes, scheldt hem die schuld dan kwijt zoals uw schuld is vergeven, leen hem niet opnieuw en laat hij zich welkom  voelen. Hebt u hem anderhalve week niet gezien omdat hij bij zijn vriendin – of vriend – zat, raadt hem af om terug te gaan en laat hem thuiskomen.

6. Advies is beter dan verwijt

Geef niet te veel blijk van uw teleurstelling. Uw grootste zorg is dat uw dochter voor een doodlopende weg kiest, niet dat zij zich niet aan de regels houdt. Laat dat blijken uit uw gedrag. Zeker als ze christelijk is opgevoed, beseft ze drommels goed dat ze verkeerde dingen doet. En ze weet al  helemaal, dat u ze verkeerd vindt. Dat behoeft dus geen uitleg. Ze moet wel zien hoe u reageert op haar fouten. Uw mildheid en bezorgde hoop laten haar zien, dat u echt op Jezus vertrouwt. Haar geweten kan haar zelf aanklagen. Ouders moeten vriendelijk en duidelijk zijn, levend in de hoop die zij hun kinderen ook toewensen.

7. Breng hen in contact met gelovigen die hen beter kunnen bereiken

Geografische afstand en een verstoorde relatie kunnen het contact bemoeilijken. Woont uw afdwalende zoon ver weg, probeer dan een gelovige te vinden en vraag hem contact te leggen met uw zoon. Misschien vindt uw zoon dat bemoeizuchtig en stom en schaamt hij zich ervoor, maar het is de moeite waard – zeker als die persoon ook emotioneel in contact kan komen met uw zoon op een manier die voor u onhaalbaar is. Verwijdering in de relatie is een neveneffect van de geloofskeus van uw kind. De relatie vervaagt, maar moet in stand worden gehouden. Waarschuwende woorden blijven noodzakelijk. Juist op dit punt kan een andere gelovige, die uw zoon emotioneel kan bereiken, van groot belang zijn. Vertrouwt uw zoon hem en stelt hij zijn gezelschap op prijs, dan heeft die persoon de kans uw zoon te vertellen, dat hij een idioot is. En dat op een manier, waar uw zoon wellicht nog naar luistert ook. Dat mag bot klinken, maar ieder moet wel eens in de spiegel kijken. Mensen die we vertrouwen kunnen pijnlijke kritiek zo verpakken, dat we het als een geschenk ervaren. Veel opstandige kinderen zou het goed doen te horen dat ze zich stom gedragen, maar hun ouders zijn zelden de geschikte personen om die boodschap te brengen. Probeer dus andere christenen een plaats te geven in het leven van uw kinderen.

8. Respecteer hun vrienden

Uw kinderen gaan misschien om met types met wie u nooit zou praten, maar het zijn wel hun vrienden. Respecteer dat – ook al berusten die vriendschappen op zonde. Die vrienden zijn slecht voor uw zoon, inderdaad.  Maar hij is ook slecht voor hen. Dat hij weet dat u niets met zijn vrienden hebt, lost niets op. Verschijnt uw zoon met een andere vriendin op een familiefeestje – iemand die u nog nooit hebt gezien en waarschijnlijk ook nooit meer zult zien – wees dan gastvrij. Zij is het dwalende kind van andere ouders en heeft Jezus ook nodig.

9. E-mail ze

God zij gedankt voor technologie, die u zo makkelijk toegang geeft tot de levens van uw kinderen! Leest u iets bemoedigends in de Bijbel, of iets dat u helpt meer van Jezus te houden, zet het in een e-mail en stuur het naar uw kind. Positieve voorbeelden van Christus’ vreugde in uw eigen leven zijn de beste aansporing voor hen. Verwacht niet gelijk wonderen van die mailtjes. Stuur ze gewoon regelmatig en laat uw blijdschap met God zich opstapelen in de inbox van uw kind. Gods woorden hebben altijd kracht.

10. Ga met ze uit eten

Volsta niet met elektronische contacten. Probeer fysiek in contact te komen. Dat vindt u misschien spannend en ongemakkelijk, maar geloof me, uw kind heeft het moeilijker. Hij ervaart dezelfde spanning, maar voelt bovendien schuld. Dus wil hij samen met u iets gaan eten, prijs God en grijp die kans. Het voelt misschien wat dubbel om over zijn dagelijkse leven te praten, terwijl u zich juist zorgen maakt over zijn eeuwige leven, maar probeer het toch. Hij moet weten dat u interesse hebt in alles wat hem bezighoudt. En vraag de Here ondertussen of hij de kans wil geven naar innerlijke zaken te vragen. De reactie is onvoorspelbaar. Vindt hij het een stomme vraag? Wordt hij boos en loopt hij van tafel? Of heeft God iets met hem gedaan sinds uw laatste gesprek? U weet het pas als u er naar durft te vragen. (Een suggestie voor ouders van jongere kinderen: Ga regelmatig met uw kinderen uit eten. Dat is sowieso goed, maar vormt ook een traditie waarop u kunt teruggrijpen als zij ooit in een opstandige fase terechtkomen).

11. Toon interesse voor hun idealen

Het is zeer waarschijnlijk dat de tijdsbesteding van uw ongelovige dochter u teleurstelt. Zoek echter naar het waardevolle in haar interesses en bemoedig haar zo mogelijk. U was erbij toen ze afzwom en haar verkeersdiploma haalde; hoe kunt u uw oprechte interesse tonen nu ze twintig is? Jezus trok tijd uit voor corrupte belastingambtenaren en prostituees, ook al had hij geen relatie met hen. Volg zijn voorbeeld door een paar oordopjes in uw zak te steken en te gaan kijken in de zeer luidruchtige kroeg, waar uw dochter meezingt in de band. Steun haar en blijf bidden dat ze haar talenten ooit in dienst van Jezus zal willen stellen.

12. Wijs hen op Christus

Dit kan ik niet genoeg benadrukken. Hier draait alles om. Hoe u uw zoon of dochter ook wilt bereiken, als u hen niet helpt Jezus te leren kennen, dan is geen blijvend effect te verwachten. Uw zonen en dochters worden misschien nooit meer keurige kinderen; zullen misschien niet naar de kapper of vaker onder de douche gaan; ze worden niet opeens enthousiast voor klassieke muziek; ze zullen ook niet plots op een christelijke partij stemmen; misschien ligt u nog steeds wakker, ook al weet u dat ze niet naar de hel gaan. De enige reden om voor hen te bidden, hen te verwelkomen, hen te waarschuwen, hen te e-mailen, met hen te eten en interesse te tonen in hun interesses is, dat hun ogen opengaan voor Christus. Hij is niet alleen de enige reden – hij is ook de enige hoop. Beseffen zij het wonder dat Jezus is, dan krijgt tevredenheid een andere inhoud. Hij vervangt de zielige geldzucht, de bewondering voor topmensen, de bevrediging door drugs of het orgasme waar zij zich nu op blindstaren. Alleen zijn genade kan hen wegtrekken bij die gevaarlijke interesses en hen veilig aan zichzelf binden – gebonden, maar tevreden. Hij wil en zal dat voor velen doen. Geloof en geef niet op.”

Overgenomen uit het magazine Opbouw 53/20, 9 oktober 2009

Niet te geloven – christen zijn in de politiek

Gisteren werden er in een flink aantal gemeenten in Groningen, Friesland en Zuid-Holland gemeenteraadsverkiezingen gehouden. De ChristenUnie heeft in drie nieuwe gemeentes haar zetelaantal gehouden en in zeven keer in een nieuwe gemeente er een zetel bij gewonnen. Daar ben ik blij om. Want het is een voorrecht om in een demokratie te leven. Dan kun je als christen je geloof een stem geven. Ik denk dat dat het beste kan door op een christelijke partij te stemmen. Want als je op een niet-christelijke partij stemt, krijgt alleen jouw politieke voorkeur meer invloed. Maar Nederland wordt er niet christelijker op als zelfs christenen op seculiere partijen stemmen. Ik blogde daar een half jaar geleden al eens over (klik hier).

Segers 2018-11-23

Iemand die echt een goed verhaal kan houden over z’n motivatie om als christen in de politiek aktief te zijn is Gert-Jan Segers. Morgenavond, vrijdag 23 november, komt hij in Assen voor een ‘Meet & Greet’-ontmoeting. Wees erbij, zou ik zeggen! Hieronder volgen twee stukjes die Gert-Jan een aantal maanden en een aantal weken geleden op zijn Facebook-pagina plaatste. Indrukwekkend vond ik ze. Zijn verhaal wil ik morgen graag horen. Jij ook? Wees welkom!

Niet te geloven

 Gert-Jan Segers – 5 december 2017

Ik was achttien toen het evangelie mij overtuigde dat het waar was. Het heeft me bij tijden een vrede gegeven die alle verstand te boven gaat, maar het heeft me ook een hoop gedoe opgeleverd.

Want voor die keus van toen heb ik me daarna nog geregeld moeten verantwoorden. Toen ik ging studeren, mijzelf aan anderen voorstelde, ging werken en dat is nu steeds zo als ik als een soort beroepschristen ergens word uitgenodigd. De bewijslast ligt altijd bij mij. Hoe weet je dat er een God is? Geloof je uit angst? Geloof je echt dat God de wereld geschapen heeft? Hoe kun jij in een God geloven terwijl kinderen sterven, terwijl een tsunami gruwelijk huishoudt en een aardbeving een land als Haïti ruïneert?

Vaker nog dan die bijtende vragen is er in dit deel van de wereld een schouderophalende onverschilligheid. Maar ook voor de gemakzuchtige niets-zeker-weter ligt de bewijslast bij mij. Je gelooft omdat je ouders geloofden. En als je ergens anders geboren was, was je hindoe of moslim geweest. Deze agnosten geloven niet wat ik geloof en in hun wereld is het volstrekt logisch dat ìk daar dan een goede reden voor moet hebben. Het licht-agressieve en doordachte atheïsme van Arjen Lubach is voor hen de bevestiging van de gekkigheid van het geloof, zonder dat ze dat zelf ooit hoeven aan te tonen.

Tegelijkertijd zijn deze niets-zeker-weters de grootste uitdagers van het christelijke geloof. Als mensen afhaken bij kerk en geloof is dat zelden omdat de Koran hen zo diep heeft geraakt of het Atheïstisch Manifest hen heeft overtuigd. Doorgaans haken gelovigen af omdat ze zelf ook hun schouders zijn gaan ophalen. Maar toch hebben ook zij er recht op om intellectueel serieus genomen te worden. Ook hun geloof moet bevraagd worden. Al was het maar omdat er ook in mij een schouderophalende niets-zeker-weter zit.

Want stel je voor dat het vermoeden van de agnost echt waar is. Dan is deze wereld een schitterend ongeluk, een onwaarschijnlijke samenloop van volstrekt willekeurige omstandigheden. Vanuit het niets. We zijn niet gewenst, niet bedacht, niet geliefd. We zijn een bundel cellen, door huid en botten bijeengehouden. Ons verdriet, onze liefde, ontroering, boosheid, vreugde, vertedering, ze zijn een chemische reactie en niets meer dan dat. We komen nergens vandaan, gaan nergens naar toe, zijn op een willekeurig moment en willekeurige plaats gestrand in een willekeurig lichaam. En als we denken dat ons leven zin heeft, zijn dat slechts onze gedachten. En die zijn niet meer dan een chemische interactie tussen een paar cellen.

Adolf Eichmann

Stel dat het vaak wat ongedefinieerde geloof van de agnost echt waar is, dan is er ook geen absoluut goed en kwaad. Dan is er geen absolute moraal. Goed en kwaad zijn een kwestie van afspraak. Dat betekent dat Auschwitz slechts een schending van afspraken was. Na de Tweede Wereldoorlog was er een Neurenberg-tribunaal dat nazi’s niet berechtte op basis van de Duitse wet, maar op basis vanuniverseel recht. Veel mensen hadden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog de diepe overtuiging dat de Holocaust een gruwelijke misdaad tegen de menselijkheid is geweest. In een wereld die van toeval en afspraken aan elkaar hangt, is dat een onhoudbare overtuiging. In die wereld hadden rechterstegen Eichmann alleen kunnen zeggen: ‘Jouw inspanningen om al die Joden te vermoorden was niet conform onze onderlinge afspraak, Adolf.’ En hij had kunnen zeggen: ‘Dat was wel onze onderlinge afspraak in Duitsland, edelachtbare.’ En dan had het kwaad nooit gestraft kunnen worden en nooitrecht kunnen worden gedaan aan de slachtoffers.

Stel je voor dat alles domme willekeur is. Dan is m’n liefde voor Rianne en haar liefde voor mij slechtseen langdurige oprisping. Dan is mijn ontroering bij de Matthaus Passion chemisch gedoe. Dan is mijn morele verontwaardiging over groot onrecht toeval. Dan is mijn leven zinloos, dan zou ik niet weten wie of wat mij zou kunnen troosten bij verdriet. Weet je, ik kàn dat niet geloven. En ik weet gewoon dat het niet waar is.

 

Over een gelovige minderheid, de brief van Klaas Dijkhoff en de stilte in Taizé

 Gert-Jan Segers – 26 oktober 2018

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is er voor het eerst in Nederland een minderheid van 49% ‘religieus’ en een meerderheid van 51% niet-religieus. Zou het kunnen dat de nogal publieke uitschrijving van collega Klaas Dijkhoff als lid van de Katholieke Kerk het tipping-point was? Dat hij mij gewoon eigenhandig en met één open brief een minderheid in heeft geduwd?

Om eerlijk te zijn, ik denk het niet. Ik ben m’n hele leven al veel meer de uitzondering dan de regel en ik geloof er niets van dat 49% van Nederland kerkelijk of anderszins religieus gebonden is. Dat is veel te hoog ingeschat. Een ander onderzoek (‘God in Nederland’) schatte eerder het percentage christenen op 25% en dat lijkt me dichter bij de culturele werkelijkheid te liggen dan die 50% minus Klaas Dijkhoff.

Toen het CBS met die 49% op de proppen kwam, waren er prompt allerlei duiders die het percentage nog over 50% heen probeerden te duwen. Omdat ook niet-kerkelijk gebonden mensen weleens kaarsjes branden of een Boeddhabeeldje bij de Blokker kopen. Het zal wel. Maar het geloof in de God van Abraham, Izaäk en Jacob is ontegenzeggelijk op zijn retour in Nederland en omliggende landen. God is meer en meer een vreemde gast in dit land geworden.

Het geloof in Hem is vooral nog iets voor die 40 oudere mensen in de dorpskerk van het Limburgse Noorbeek waar ik pas een zondag was. Als Klaas Dijkhoff bij Jeroen Pauw aanschuift om over zijn uitschrijving als lid van de Kerk door te praten, begint Pauw het gesprek met een welgemeend: ‘Gefeliciteerd!’ Dat is zoals het nu is.

Poolwind

‘Zal ik nog geloof vinden als Ik terugkom?’, vroeg Jezus zich ooit hardop af. Of dat het geval zal zijn in Nederland, weet ik steeds minder zeker. En ik schrijf dat met groot verdriet. Niet omdat ik zelf nou zo ontzettend religieus ben en geen scepsis ken. Integendeel. Wel omdat ik tot in het diepst van mijn ziel geraakt ben door het Evangelie. Niets en niemand geeft mij meer hoop en liefde dan wat Jezus heeft gedaan en gezegd.

Ondertussen is er hier een soort geestelijke poolwind opgestoken waardoor het steeds kaler en vlakker wordt. Soms lijkt het wel alsof God zelf is gaan zwijgen en er een beklemmende stilte is gekomen waarin al het praten over God en geloof plat valt als lauw bier in een vettig glas. Er zijn machtige verhalen over onstuimige kerkgroei in China, Zuid-Korea, delen van Afrika, Iran zelfs. Maar van al dat moois is hier weinig te merken. Hier word je op TV gefeliciteerd als je je eindelijk laat uitschrijven als lid van de Kerk.

Mijn theologische held Dietrich Bonhoeffer zag het al van ver aankomen. Het verdwijnen van geloof, de beklemmende stilte van een ogenschijnlijk zwijgende God. Hij schreef dat we misschien maar moeten zwijgen totdat God zelf weer gaat spreken. Stil zijn totdat Hij zelf ons zijn woorden weer geeft. Wat ons nu te doen staat, zo schrijft Bonhoeffer, is: bidden, wachten en het goede doen.

Taizé

Afgelopen weekend was ik in Taizé in Frankrijk. De gemeenschap van zo’n 70 broeders, waaronder een aantal uit Nederland, die al decennialang duizenden jongeren uit heel Europa en wijde omgeving verwelkomen.

Taizé is alles wat je juist niet zou bedenken om mensen weer in de kerk te krijgen. Je zit er oncomfortabel op de betonnen vloer, in stilte, zingt daarna eindeloos een paar eenvoudige zinnen en moet het verder doen zonder een charismatische voorganger en meeslepende preek. Het is er kaal en stil.

En toch waren er, naast honderden andere bezoekers, bijna 2000 jongeren uit Franse (voor)steden te gast. Jongeren waar de straatcultuur omheen hangt en die je niet in een kerk zou verwachten. Toch waren ze er, driemaal daags.

Zelfs Tim was er. Student die ooit als scholier met een schoolreis in Taizé was aanbeland. De meegebrachte fles wodka bleef destijds onaangeroerd, zo vertelde hij me. Hij was zo geraakt door wat hij op deze plek meemaakte, dat hij nu bijna niet meer terug durfde te komen omdat het acht jaar geleden zo mooi was geweest. Maar nu was het opnieuw mooi voor hem, zonder dat hij nog helemaal precies kon verwoorden wat hem hier was overkomen.

Samen zaten we op de grond, gingen bij de Franse jongeren de oortjes uit, waren we een tijd stil en zongen toen:

Mon âme se repose en paix sur Dieu seul De lui vient mon salut
Oui, sur Dieu seul mon âme se repose Se repose en paix.

Mijn ziel verstilt in rust en vrede bij God: Van Hem alleen mijn heil.
Ja, bij de Heer verstilt mijn ziel in vrede, Keert zich stil tot Hem.

In de stilte en de eenvoud van Taizé was God even heel dichtbij. Tijdens een avonddienst richten we ons op de Bijbel waaruit een paar verzen werden voorgelezen. Daarna staken een paar kinderen hun kaarsen aan, aan het licht dat al brandde en gaven ze het vuur door tot ook het laatste kaarsje van de laatste bezoeker was aangestoken. Het was alsof we eerst stil moesten worden voordat God zelf kon spreken. Alsof het eerst donker moest worden totdat God zijn licht aan ons gaf. Alsof we eerst op de grond moesten gaan zitten voordat God ons even optilde en zich tegen Hem aandrukte.

En Klaas? Die had in zijn open brief best een paar goede punten over de kerk. Maar dat dichtte de onovertroffen Rikkert al bij Dit Is De Dag op Radio 1:

Mijn beste Klaas, God heeft je brief gelezen.
Je hebt gelijk. De kerk doet heel veel kwaad
en Hij begrijpt waarom je haar verlaat,
er is een dag waarop je weg moet wezen.

Maar klachten over personele zaken,
daarmee kan Hij waarschijnlijk niet zo veel.
De kwestie is: Hij heeft geen personeel.
Wèl kinderen die steeds weer fouten maken.

Hij kan ze niet ontslaan of overplaatsen,
de stomme sukkels! Zieken en melaatsen,
voor al dat tuig kwam Jezus uit de kast.

Als jij hem spreken wilt, maar niet kunt vinden,
dan zit hij bij de lammen en de blinden
of vlak bij jou, waar hij je voeten wast.

Kinderlied ‘Ik ga nooit bij U weg’

Op vakantie in Oostenrijk gingen wij naar de Evangelikale Freikirche in Imst (www.efki.at). Daar hoorden we een prachtige preek over Jezus als het levende brood door gastprediker Heiko Volz (beluister hier).

Wat ook heel mooi was, was het lied dat tijdens het kindmoment aan de kinderen geleerd werd. Met wat onverstaanbare klanken aan het begin (Nä-nä, Nö-nö, Neu-neu-neu) volgde de rest van het refrein: Ich geh’ nie bei Dir weg-weg-weg! Daarna volgenden een paar coupletten over wat Jezus onze Heer voor mij gedaan heeft, telkens afgewisseld met het refrein.

Omdat het zo goed klonk, heb ik het vertaald en nu al twee keer in onze kerk tijdens het kindmoment laten zingen. Tegelijk is het refrein heel goed in gebarentaal te zingen, dus de kinderen worden ook nog eens actief bij het lied betrokken.

Afgelopen week kreeg ik een filmpje en een audiobestandje van twee gemeenteleden met daarop hoe hun (oppas-)kinderen het lied thuis zongen. Voor mij het bewijs dat het een super-goed-in-het-gehoor-liggende meezinger is voor kinderen van in elk geval de onderbouw van de basisschool.

Dus bij dezen de tekst en de muziek van het kinderlied Ik ga nooit bij U weg

Ik ga nooit bij U weg

Refrein 2x     aa-aa ee-ee oo-oo-oh       ik ga nooit bij U weg-weg-weg

1/ Omdat U voor mij aan ’t kruis gestorven bent,

    ga ik nooit bij U weg-weg-weg

Refrein 1x     aa-aa ee-ee oo-oo-oh       ik ga nooit bij U weg-weg-weg

2/ Omdat U voor mij weer uit het graf bent opgestaan,

    ga ik nooit bij U weg-weg-weg

Refrein 1x     aa-aa ee-ee oo-oo-oh       ik ga nooit bij U weg-weg-weg

3/ Omdat U als Goede Herder altijd voor mij zorgt,

     ga ik nooit bij U weg-weg-weg

Refrein 1x     aa-aa ee-ee oo-oo-oh       ik ga nooit bij U weg-weg-weg

4/ Omdat U ook met uw Geest wilt wonen in mijn hart,

     ga ik nooit bij U weg-weg-weg

Refrein 1x     aa-aa ee-ee oo-oo-oh       ik ga nooit bij U weg-weg-weg

5/ Omdat U straks op de wolken terug op aarde komt,

     ga ik nooit bij U weg-weg-weg

Refrein 2x     aa-aa ee-ee oo-oo-oh       ik ga nooit bij U weg-weg-weg

Kinderlied Ik ga nooit bij u wegDe gebarentaal is simpel: eerst 3x het letter-gebaar, dan ‘ik’ = wijsvinger naar jezelf, dan ‘nooit’ = wijsvinger voor de borst omhoog en 1x heen en weer, dan ‘U’ – wijsvinger rechts boven je hoofd, dan ‘weg-weg-weg’ = hand met naar beneden voor je en 3x naar voren zwaaien.

Download hier de PPP van dit lied.

Sint Maarten – lopen (zoals overal) of laten lopen (zoals in Assen-Marsdijk)

lampionnenoptochtSint Maarten loop je op 11 november. De musicus Gerrit Leeftink schreef er al over in 1976 in muziekblad De Pyramide.  Maar als 11 november op een zondag valt wordt in bijna heel Groningen en Drenthe het Sint-Maarten-lopen verschoven naar zaterdag of maandag. RTV Noord houdt zelfs een lijst bij waarop staat, wanneer er in de provincie Groningen Sint Maarten gelopen wordt. In zo’n 70 plaatsen op zaterdag 10 november, in bijna 50 plaatsen op maandag 12 november en 15x op zondag 10 november (waarvan 10x in een wijk in de stad Groningen). Ook in Drenthe wordt (iets minder massaal dan in Groningen) uitgeweken naar de zaterdag of de maandag. De gemeente Aa en Hunze publiceert zelfs op Facebook wanneer welke dorpen Sint Maarten vieren.

Hoe dan ook Sint Maarten lopen …

In Assen wordt per wijk een eigen keus gemaakt. Vaak ligt het initiatief bij de winkeliersvereningen. Volgens de Asser Courant wordt in Kloosterveen en in Peelo op zaterdag in het winkelcentrum een Sint-Maarten-optocht gehouden. En in het Noorderpark hebben de scholen samen besloten om dit jaar Sint Maarten op zaterdag te vieren.

Ik vind het positief dat men in zoveel plaatsen en wijken bereid is om één dag te schuiven met Sint Maarten. Dat is altijd al zo geweest, in mijn geboortedorp Oldehove waar ik zelf als peuter t/m de brugklas Sint Maarten liep (inderdaad: in de brugklas hoorde dat niet meer, maar dan ging je stiekem achter kinderen van groep 8 staan ‘haandje-langen’), en ook vanaf de tijd dat we in Assen wonen (in 2007 en in 2012). Het betekent dat je rekening wilt houden met een belangrijk deel van het dorp / de wijk, nl. de christenen die op zondag ’s morgens en vaak ook ’s middags naar de kerk gaan. Want Sint Maarten is een kinderfeest waar iedereen aan mee moet kunnen doen.

Op de FB-pagina van de Asser Courant werd flink wat kommentaar geleverd op het feit dat men in Kloosterveen, Peelo en Noorderpark Sint Maarten naar de zaterdag verschoof. Veel mensen reageerden vanuit puur eigenbelang. Of misschien ook wel vanuit een stukje frustratie. Jammer is dat.

Eén opmerking kwam ik vaker tegen, zowel op de FB-pagina van de Asser Courant als bij Miniman in het Dagblad van het Noorden. Namelijk: vroeger was de zondag een rustdag, ook voor niet-gelovigen. Maar nu zijn op zondag de winkels gewoon open, dus waarom moet je dan als winkeliersvereniging Sint Maarten naar zaterdag verschuiven? Dat vond ik wel iets om over na te denken. Toch zit er wel verschil in winkels op zondag open en Sint Maarten lopen op zondag. Iedereen mag zelf weten of ‘ie op zondag in het winkelcentrum z’n boodschappen wil doen.  Maar als je Sint Maarten op zondag viert, verplicht je alle kinderen om daaraan mee te doen.  Dat botst met de gewoonte van veel christenen om op zondagmiddag naar de kerk te gaan. In Assen begint die middagdienst in bijna alle kerken om half vijf. Dus dan heb je een probleem, want tegen die tijd begint het ook donker te worden en is het tijd om er al zingend met lampion en snoepzak de deuren bij langs te gaan.

Om het voor alle kinderen een echt feest te maken, is het dus in dorpen en wijken waar veel christenen op zondag naar de kerk gaan, heel sympathiek om daar rekening mee te houden.

… of voor je verantwoordelijkheid weglopen

Als je namelijk niets doet, loop je voor je verantwoordelijkheid weg en breng je ouders en kinderen in onzekerheid. Dat is het geval in Assen-Marsdijk. In 2007 en 2012 (voor zover ik me kan herinneren) koos de winkeliersverening Winkelrijk Marsdijk er net als in Kloosterveen en Peelo voor om de gezamenlijke optocht in het winkelcentrum te verschuiven naar de zaterdag. In 2001 koos men ook: gewoon op zondag. Dat leverde een officieel protest op van de vrijgemaakt-gereformeerde kerk van Marsdijk, aldus het Dagblad van het Noorden.

Maar nu zegt Winkelrijk Marsdijk volgens de Asser Courant: “We schuiven niet met de dag en op de zondag kun je het nooit goed doen. De een zegt ‘het is toch 11 november?’ en de ander zegt ‘het is op zondag, dus liever geen optocht’.” En in het Dagblad van het Noorden gaat de winkeliersvereniging nog een stapje verder: “Wij zijn van mening dat de optocht alleen op de 11de moet worden gehouden.” Toch komt er geen optocht, “omdat 11 november op een zondag valt en we de zondag niet willen verstoren.” Dit klinkt stoer, maar het is natuurlijk uitermate zwak. De winkeliersvereniging van Assen-Marsdijk wil zich gewoon niet aan een gevoelige kwestie branden. En dus laten ze de boel blauw-blauw. Met als resultaat dat niemand in Marsdijk weet, waar die aan toe is. Terwijl altijd, ook als Sint Maarten op een zondag viel, er door Winkelrijk Marsdijk een optocht georganiseerd werd. En dan nu opeens stoer zeggen dat de optocht altijd op 11 november moet worden gehouden en dat er daarom niet geschoven wordt? Wees dan een kerel en zeg: ’11 november is de dag, ook al is het een zondag.’ Het zou niet mijn keus geweest zijn, maar dan durft Winkelrijk Marsdijk tenminste te kiezen.

Maar nu doen ze helemaal niets. Het enige waar ze mee schuiven is hun verantwoordelijk. Die schuiven ze van zich af omdat het allemaal blijkbaar zo gevoelig ligt. Ik vraag mij af: bij wie dan? Bij de kinderen? Echt niet. Die lopen wel, of het nu op zaterdag of zondag is. Bij de ouders van de kinderen? Nee, ook niet. Want die willen gewoon een fijn kinderfeest. Bij de inwoners van Marsdijk? Volgens mij ook niet. Die willen juist graag duidelijkheid over de loopdatum van Sint Maarten.

De winkeliersvereniging van Marsdijk loopt dit jaar geen Sint Maarten. Ze loopt wel: weg voor haar verantwoordelijkheid. Het enige wat ze daarmee bereikt is onduidelijkheid bij de kinderen van Marsdijk. Die weten nu niet waar ze aan toe zijn. Dat vind ik triest.

Nu Winkelrijk Marsdijk Sint Maarten in het honderd laat lopen, hoop ik dat de scholen van Marsdijk deze week nog een gezamenlijke oproep doen om Sint Maarten op zaterdag of op zondag of op maandag te vieren. Dan geven zij aan de kinderen in Marsdijk de duidelijk nu de winkeliersverening zich verschuilt achter de smoes dat ze het anders toch nooit goed doen.

De schapen, de bokken en de ‘middengroep’ – hoe loopt het af met de mensen die nooit over Jezus gehoord hebben? –

In hoofdstuk 2 van de Dordtse Leerregels staat dat de dood van Christus meer dan genoeg is om de zonden van de hele wereld te verzoenen (art. 3 – 1 Johannes 2:2) en dat aan alle volken en mensen tot wie God naar zijn welbehagen zijn evangelie zendt, zonder onderscheid de belofte dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft (art. 5 – Johannes 3:16). Zo kiest God uit het hele menselijke geslacht een vast en groot aantal mensen, nl. een onafzienbare menigte, in Christus uit tot het heil (H 1, art. 7 – Openbaring 7:9). Die mensen heeft Christus met zijn bloed gekocht en zijn afkomstig uit alle landen, volken, stammen en talen (art. 8 – Openbaring 5:9 en 7:9).

Toen ik over dit hoofdstuk preekte, kreeg ik van te voren de volgende vraag: “Hoe zit het met de mensen die nooit van Jezus Christus gehoord hebben? Gaan die voor eeuwig verloren?”

Ik heb die vraag aan het eind van de preek beantwoord door er twee dingen over te zeggen. Iemand vroeg mij om het nog eens uit te leggen. Dat doe ik graag.

1/ Maak de middengroep kleiner

Toen ik op catechisatie zat, zei de dominee eens tegen ons: ‘Er zijn vandaag nog steeds mensen die de God van de Bijbel niet kennen en nog nooit gehoord hebben dat God zijn Zoon Jezus als Verlosser gezonden heeft. Dat is, zeg maar, de middengroep. We moeten ons niet alleen afvragen hoe het met hen zal aflopen, maar we moeten als christenen vooral zorgen dat die groep steeds kleiner wordt, want onze Heer Jezus Christus heeft gezegd dat wij het Evangelie moeten verkondigen tot aan de uiteinden van de aarde.’ Hij bedoelde daarmee, dat iedereen die wél over God gehoord heeft en weet wie Jezus Christus is, nooit meer kan zeggen: ‘Dat heb ik nooit geweten’. Wanneer mensen het Evangelie horen, maken ze altijd een keus: ’Wie niet voor Mij is is tegen Mij’, zegt Jezus.

Wie neutraal wil blijven, is onverschillig en kiest dus ook tegen Jezus. Zo ontstaan de twee groepen bij de wederkomst van onze Heer, die Hij Zelf met ’schapen’ en ’bokken’ aanduidt.

2/ Geen neutrale middengroep

Lammetje KarlaChristus onze Heer zal bij zijn terugkomst alle mensen verdeelt in twee groepen: de schapen en de bokken (Matteüs 25) Maar  hoe zit het dan met de middengroep – alle mensen  die tijdens hun leven op aarde nooit van Jezus gehoord hebben? Denk aan al die volken in de tijd van het Oude Testament? Alleen het volk Israel wist wie God was en dat Hij een Messias beloofd had. De volken erom heen wisten er ook iets van. Maar hoe konden in die tijd de Chinezen, de Aboriginals, de Inca’s en de Eskimo’s de enige ware God kennen? Zij horen tot de middengroep.

Nu kan ik met  de typering van een middengroep de indruk wekken, dat er een neutrale groep mensen bestaat die allemaal het voordeel van de twijfel krijgen als Jezus terugkomt, omdat ze het Evangelie nooit gehoord hebben. Dan zou ’onwetendheid’ een reden voor eeuwige redding zijn. En dat dat niet klopt met wat er in Romeinen 3:23 staat: alle mensen derven (=missen) de heerlijkheid van God omdat iedereen gezondigd heeft.

Maar dat is niet wat ik ermee bedoel. Ik geloof niet in een neutrale groep.  Alle mensen zijn 100% zondig en verdienen daarom de hel. Dat is het uitgangspunt van ons mensheid. Dat geldt ook voor de gelovigen. Van nature horen we allemaal bij de bokken. Maar dan komt God naar ons toe met zijn Evangelie. Meteen al na de zondeval. En overal waar dat Evangelie verkondigd wordt, komen mensen voor een keus te staan. Wie tot geloof komt, krijgt weer deel aan de heerlijkheid van God. Niet op grond van werken, maar enkel uit genade, opdat niemand roeme in zichzelf, zegt Paulus in Efeziërs 2:8-9. En wie dat aanbod van de liefde, de goedheid en de genade van God afwijst, op hem en haar blijft Gods toorn rusten, zeggen Jezus en Johannes de Doper in Johannes 3:18+36.

Maar hoe zit het met de middengroep? Die is er niet als het om de zondeval gaat. Iedereen heeft gezondigd en derft de heerlijkheid Gods. En die is er niet als Jezus terugkomt. Er zijn maar twee wegen: de één leidt naar de eeuwige heerlijkheid, de andere naar het eeuwige verderf.

Maar hier op aarde is er wel een middengroep, namelijk: iedereen die nooit van Christus gehoord heeft. Tegen de mensen in Athene zegt Paulus, dat de HERE God alle volken hun eigen tijd en plaats gegeven heeft, ”opdat zij Hem zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten.” (Handelingen 17:27). Maar nu Jezus is gekomen geldt: ”God dan verkondigt, met voorbijzien aan de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen.” (Handelingen 17:30).

De tijden van onwetendheid betekent volgens mij, dat ze nooit van de God de Bijbel gehoord hebben. Daarmee zijn ze niet te verontschuldigen, want Gods eeuwige kracht en goddelijkheid zijn sinds het begin van de schepping uit zijn werken met het verstand doorzien, zegt Paulus ergens anders (Romeinen 1:20).

Alleen, je kunt niet zeggen dat alle mensen die nooit van Jezus gehoord hebben, straks automatisch bij de bokken worden ingedeeld. Dan zouden er mensen verloren gaan, puur omdat ze de pech hadden het Evangelie nooit gehoord te hebben.

Hoe moet je daar dan tegen aankijken? Een hele belangrijke tekst die antwoord geeft op deze vraag is volgens mij Romeinen 2:12-16.

Paulus schrijft daar, dat er heidenen zonder wet zijn, bij wie wel de werken van de wet in het hart geschreven zijn. Ze leven van nature de wet van God na. Hun geweten klaagt hen aan of verontschuldigt hen. Het gaat hier dus om mensen die nog nooit van God gehoord hebben, maar wel diep van binnen beseffen dat er een God moet zijn, dat ze zelf zondig zijn en dat ze genade en vergeving nodig hebben. Maar ze weten niet waar ze het zoeken moeten, omdat ze Christus nooit gekend hebben als hun Verlosser.

Daar oordeelt God op de dag van de wederkomst door Jezus Christus over, zegt Paulus in Romeinen 2:16. Paulus zegt niet, dat God al die onwetende heidenen veroordeelt.

Deze groep mensen noem ik ‘de middengroep’, omdat ze tijdens hun leven op aarde nooit van Christus gehoord hebben. Die mensen komen bij de terugkomst van Christus ook voor Hem te staan. En dan moeten al die onwetende heidenen worden ingedeeld bij óf de schapen óf de bokken.

Volgens mij zullen dan die heidenen, die al tijdens hun leven oprecht op zoek waren naar de God van wie ze nooit gehoord hadden, dan vol blijdschap uitroepen: ‘Jezus! U bent het naar wie wij ons hele leven gezocht en verlangd hebben!’ Omdat ze ter plekke Christus als Verlosser en Heer erkennen, zullen ze door Hem bij de schapen ingedeeld worden. En alle andere heidenen, die zonder God puur voor zichzelf geleefd hebben, worden bij de bokken ingedeeld.

Hebben die gewetensvolle heidenen dan zelf voor God gekozen en krijgen ze op grond van hun eigen keus het eeuwige leven? Zeker niet! Als wij tijdens ons leven zeggen dat we door genade behouden zijn en dat ons geloof te danken is aan Gods genade in ons, geldt dat ook voor hen. Als zij op de jongste dag Christus voor het eerst zien en Hem aanbidden, zullen ze zeggen dat hun verlangen naar de genadige God die ze nooit gekend hebben, ook Gods werk in hen was.

Er is dus geen neutrale groep mensen die het eeuwige leven krijgt omdat ze toevallig nooit over Christus gehoord hebben. Maar op grond van Romeinen 2:12-16 kun je ook niet zeggen: ‘Alle mensen die door de zending nooit bereikt zijn, zijn per definitie verloren omdat ze van nature zondig waren.’ Heidenen die zonder wet wel oprecht God gezocht hebben, worden door God in Christus geoordeeld op de jongste dag (Romeinen 2:16a). Als alle onwetende heidenen bij de groep van de bokken zouden horen, had er wel gestaan veroordeeld. Dat is blijkbaar niet zo. Hoe het dan precies zit, weet ik niet. Maar ik weet wel dat Gods oordeel, of dat nu positief (voor de schapen) of negatief (voor de bokken) uitvalt, altijd eerlijk en rechtvaardig is. En over dat oordeel gaan wij gelukkig niet, want alleen God weet, wat er in de verborgen gedachten en gewetens van mensen heeft geleefd (Romeinen 2:16b). En als dat oordeel positief uitvalt, geldt voor iedereen die bij de schapen hoort: door genade bent u behouden/gered; het is een gave/geschenk van God. (Efeziërs 2:8)

 

De DORDTSE LEERREGELS – een leesrooster

Bijna 400 jaar werd in Nederland de synode van Dordrecht gehouden. Die synode duurde een half jaar, van november 1618 t/m mei 1619.  Op die synode ging het vooral om de vraag: ‘wie kiest voor wie’ als het om geloven gaat. Kiest God voor jou en geeft Hij jou daarom de wil en kracht om te geloven? Of heb jij een vrije en en geeft God jou, als je voor Hem kiest, de kracht om te geloven? Uiteindelijk deed de synode van Dordrecht daar een uitspraak over en wezen ze een aantal meningen die niet bijbels waren, af. Ze Dordrecht Ode aan de synodenoemden die uitspraak ‘De Dordtse Leerregels’. De Nederlandse kerken besloten om die uitspraak net zo belangrijk te vinden als de Nederlandse Geloofsbelijdenis van 1561 en de Heidelbergse Catechismus van 1563. Vanaf die tijd vormen ze de ‘Drie Formulieren van Eenheid’. In de stad Dordrecht wordt daarom vanaf november 2018 t/m mei 2019 veel aandacht besteed aan ‘400 jaar Dordt’ (http://www.synode400.nl)

Radicale GenadeDe Dordtse Leerregels in één jaar

Er is in 2016 ook een heel aardig ‘Bijbels dagboek bij de Dordtse Leerregels’ verschenen. Het is geschreven door Wim van Gen en Arjan van Noort, allebei verbonden aan het reformatorische Pieter Zandt College. Het heet Radicale genade! en is bestemd ‘voor jongeren & jeugdige ouderen’. Het is verschenen bij uitgeverij Groen in Heerenveen en bij het dagboek kun je ook gratis de app downloaden. Elke dag één bladzijde met een bijbeltekst, een bijbelgedeelte om zelf te lezen, een hele korte passage uit de Dordtse Leerregels en een helder stukje dat lekker prikkelt. Alleen de geciteerde vertaling van de Dordtse Leerregels is qua taalgebruik nog erger dan de Psalmberijming van 1773, maar daar kun je dus gewoon de GKV-versie voor in de plaats nemen – zie hieronder :-).

Leesrooster voor de Dordtse Leerregels

Veel predikanten binnen de gereformeerde gezindte zijn van plan om dit najaar over de Dordtse Leerregels te preken. Misschien is er dan behoefte aan een leesrooster. Ieder kerkgenootschap heeft (helaas) een eigen vertaling. Ik gebruik de versie uit 1978 zoals die binnen de GKV gebruikt wordt en in het Gereformeerd Kerkboek (klik hier). Het leesrooster is ook te downloaden (klik hier).

Wie begint met het lezen van de Dordtse Leerregels zal er, denk ik, achterkomen, dat die 400 jaar oude artikelen niet saai en achterhaald zijn, maar nog steeds spannend en actueel.

Leesrooster Dordtse Leerregels Hoofdstuk 1

*1*  Lees D.L. I art. 1-5

a) Wat verdienen de mensen volgens art. 1?

b) Hoe heeft God het volgens art. 2-4 mogelijk gemaakt dat we aan zijn straf ontkomen?

c) Aan wie moeten we volgens art. 5 ongeloof en geloof toeschrijven?

*2*  Lees D.L. I art. 6

a) Hoe wordt hier Gods besluit van verwerping omschreven?

b) En hoe Gods besluit van uitverkiezing?

*3*  Lees D.L. I art. 7

a) Hoeveel beter zijn, volgens dit artikel, zij die door God uitgekozen zijn, dan anderen?

b) Wannéér heeft God hen uitgekozen?

*4*  Lees D.L. I art. 8-11

a) Waarom heeft God ons volgens art. 9 níet uitverkoren?

b) En waarom heeft God ons volgens art. 9 wél uitverkoren?

c) Waarin bestaat Gods welbehagen volgens art. 10 níet?

*5*  Lees D.L. I art. 12-14

a) Hoe krijgen de gelovigen er volgens art. 12 zekerheid over dat God hen uitverkoren heeft?

b) Wordt een gelovige volgens art. 13 zorgeloos, als hij zekerheid bezit over z’n uitverkoren zijn?

c) Hoe moet de uitverkiezing volgens art. 14 onderwezen worden?

*6*  Lees D.L. I art. 16-17

a) Wie nog niet zo sterk zijn in het geloof, hoe moeten die zich volgens art. 16 ertegen opstellen dat God mensen verwerpt?

b) Wat voor troost bestaat er volgens art. 17 voor gelovige ouders, waarvan een baby sterft voordat die gedoopt kan worden?

c) Waarom geldt die troost dan volgens dit artikel?

*7*  Lees D.L. I art. 15+18

a) Hoe omschrijft art. 15 Gods verwerpen van mensen?

b) Waarom hebben we volgens art. 18 geen reden om opstandig te zijn over Gods uitkiezen en verwerpen?

 

Leesrooster Dordtse Leerregels Hoofdstuk 2

*8*  Lees D.L. II art. 1-5

a) Wat is volgens art. 3 de waarde van Christus’ dood?

b) Waarom heeft Christus’ dood deze waarde volgens art. 4

c) Welke dubbele boodschap kom je in art. 5 tegen? Wat weegt het zwaarste?

*9*  Lees D.L. art. II 6-9

a) Hoe komt het volgens art. 6 dat vele mensen niet geloven?

b) Wie wilde God volgens art. 8 door het offer van Christus verlossen?

c) Hoe staat de kerk tegenover Christus (= art. 9)?

 

Leesrooster Dordtse Leerregels Hoofdstuk 3/4

*10*  Lees D.L. III/IV 1-3

a) Welke drie kanten van de mens zijn volgens art. 1 door z’n ontrouw aan God aangetast?

b) Welke dwaling wordt in art. 2 bestreden?

c) Waartoe is de mens volgens art. 3 níet in staat?

*11*  Lees D.L. III/IV 4-6

a) Wat behoudt de mens volgens art. 4 door het licht van de natuur?

b) In welk opzicht is volgens art. 4 dit licht van de natuur onvoldoende?

c) Wat kan volgens art. 5 de wet on níet bezorgen?

*12*  Lees D.L. III/IV 7-9

a) Op grond waarvan heeft God volgens art. 7 het ene volk wel en het andere niet zijn ‘heilgeheim’ bekendge­maakt?

b) Er wordt wel gezegd: ‘Evangelisatie heeft toch geen zijn, want mogelijk is de luisteraar niet uitverkoren.’ Waarom klopt dit niet volgens art. 8?

c) Wie is verantwoordelijk voor ongeloof (zie art. 9)?

*13*  Lees D.L. III/IV 10-11

a) Dat God mensen uitkiest en tot geloof brengt, waarom doet Hij dat volgens art. 10?

b) Wat doet God volgens art. 11 met behulp van zijn Geest met het hart en de wil van de mens?

*14*  Lees D.L. III/IV 12-14

a) Hoe duidt art. 12 onze nieuwe geboorte aan?

b) Wat zegt art. 14 over de oorsprong van ons geloof?

*15*  Lees D.L. III/IV 15-16

a) Hoe moeten we ons volgens art. 15 tegenover anderen opstellen?

b) Worden we volgens art. 16 door onze ontrouw aan God beroofd van ons mens zijn?

c) Over iemand die christen is geworden wordt wel eens gezegd: ‘Ik herken hem/haar niet meer wat hij/zij is zichzelf niet meer.’ Dit klopt niet met art. 16, want hoe werkt volgens dit artikel onze nieuwe geboorte?

*16*  Lees D.L. III/IV 17

a) Hoe zorgt God volgens dit artikel voor dat iemand opnieuw geboren wordt: door regelrecht op hem in te werken?

b) Hoe wordt het evangelie hier aangeduid?

 

Leesrooster Dordtse Leerregels Hoofdstuk 5

*17*  Lees D.L. V 1-5

a) Wat doet God volgens art. 1 wel en wat niet?

b) Waarvoor draagt God volgens art. 3 zorg?

c) Waarvoor moeten de gelovigen oppassen (= art. 4)

*18*  Lees D.L. V 6-7

a) Hoe diep vallen Gods uitverkorenen volgens art. 6 niet?

b) En waarom vallen zij volgens art. 7 niet zo diep?

c) Wat wordt in art. 7 over ‘ervaren’ gezegd?

*19*  Lees D.L. V 8-10

a) Waarom kunnen echte gelovigen volgens art. 8 niet verloren gaan?

b) Hoe komen de gelovigen volgens art. 10 aan de zekerheid dat ze bewaard worden?

*20*  Lees D.L. V 11-13

a) Waartoe spoort de zekerheid van de volharding de gelovigen volgens art. 12 aan?

b) Hoe belangrijk is volgens art. 13 Gods gunst voor de gelovigen?

*21*  Lees D.L. V 14-15

a) Waardoor houdt God volgens art. 14 zijn werk-in-ons in stand?

b) Op welke negatieve manieren wordt de leer dat de gelovigen volharden benaderd, volgens art. 15?

 

Leesrooster Dordtse Leerregels – Slotwoord

*22*  Lees het eerste deel van het slotwoord van de D.L. (t/m de eerste regel na de acht misplaatste verwijten)

a) Welke visie wordt de gereformeerden onterecht toegeschreven als het om God Zelf gaat?

b) Welke visie wordt de gereformeerden onterecht toegeschreven als het om Gods verwerpen van mensen gaat?